PROGRAMMA 3 – SOCIALE LEEFOMGEVING

Visie Sociale leefomgeving

Sociaal domein

In 2017 heeft de raad de Visie Sociaal Domein ‘De kracht van de samenleving’ vastgesteld. De visie biedt een vergezicht naar Veenendaal in 2030 en de uitgangspunten die we hanteren om dat vergezicht realiteit te maken. De kracht van de samenleving kent 5 uitgangspunten die hebben geleid tot het leidende principe voor Model Veenendaal 2020: we investeren in een stevige sociale basis, zodat er voldoende geld beschikbaar is voor de ondersteuning die mensen echt nodig hebben. Model Veenendaal 2020 biedt een heldere structuur waarvan de uitwerking moet zorgen voor een meer integrale aanpak binnen het sociaal domein en uiteindelijk voor de beweging van zwaar naar licht. We creëren een heldere uniforme toegang voor alle inwoners. Zij weten waar zij met welke vraag terecht kunnen en krijgen zo snel de juiste ondersteuning. We hanteren bij elke vraag het “geen-verkeerde-deur”- principe. Hiermee ontstaat een situatie waarbij kwaliteit, organisatie en financiën tegelijkertijd op orde zijn. 

Op 23 januari 2020 heeft de raad het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK) vastgesteld. Het IBK gaat uit van de 10 maatschappelijke doelen, die zijn vastgelegd in de Visie Sociaal Domein. Hieraan zijn in het IBK beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veenendaalse samenleving in de periode 2020 – 2023. Ook wordt een doorkijk gegeven naar de inspanningen die nodig zijn om deze resultaten te bereiken. Met behulp van de effectmonitor sociaal domein (digitaal projectenboek sociaal domein) wordt verantwoording afgelegd over de bereikte resultaten. Ondersteunend aan het Integraal Beleidskader Sociaal Domein is in 2021 de Integrale Verordening Sociaal Domein voorbereid en inmiddels in het tweede kwartaal vastgesteld. De wet- en regelgeving van de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, schulddienstverlening en minimaregelingen komt voor het eerst bij elkaar en ondersteunt een integrale werkwijze binnen het sociaal domein. 

Positionering Integraal Beleidskader Sociaal Domein in deze Programmabegroting.
De tien in het IBK vastgelegde maatschappelijke doelen (MD) zijn:

  • MD01: Een inclusievere samenleving;
  • MD02: Verder versterken opvoed- en opgroeiklimaat;
  • MD03: Inwoners willen meer voor- en met elkaar doen;
  • MD04: Vroeger signaleren en handelen en dit dicht bij de inwoner organiseren;
  • MD05: Meer mensen vinden een plek op de arbeidsmarkt;
  • MD06: Ondersteuning meer op maat voor wie dat nodig heeft;
  • MD07: Toegang voor de inwoner verder versimpelen;
  • MD08: Verbinding versterken als dit een positief effect heeft op de kwaliteit, financiën en/of organisatie;
  • MD09: De gemeente neemt bij voorkeur een faciliterende rol aan om de eigen rol van inwoners en de kracht van de samenleving te stimuleren;
  • MD10: We willen meer sturen op kwaliteit en effectiviteit van aangeboden ondersteuning.

In het IBK zijn aan de maatschappelijke doelen diverse beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veenendaalse samenleving in de periode 2020 – 2023.

In deze Programmabegroting zijn de beoogde effecten uit het IBK -voor zover hier in het begrotingsjaar 2022 een inspanning op plaatsvindt- opgenomen als doelstellingen onder de kopjes ‘Wat willen we bereiken’. Hoewel we ons realiseren dat een ‘doelstelling’ om een andere formulering vraagt dan een ‘beoogd effect’, is er omwille van de herkenbaarheid voor gekozen om dezelfde formulering aan te houden zoals opgenomen in het IBK.

De uit het IBK overgenomen doelen zijn te herkennen aan de nummering van het beoogd effect (BE) en het maatschappelijke doel (MD): deze worden steeds bij het doel aangegeven. Een voorbeeld:

‘Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4)’:

  • De doelstelling is in het IBK terug te vinden als Beoogd Effect 4;
  • (MD01) verwijst naar Maatschappelijk Doel 1, een inclusievere samenleving.

De beoogde effecten uit het IBK zijn als doelen opgenomen onder de volgende programma’s:

  • Programma 2 Economie, Werk en Ontwikkeling;
  • Programma 3 Sociale Leefomgeving.

Bij sommige beoogde effecten is er sprake van één inspanning (‘wat gaan we er voor doen’) die betrekking heeft op het brede sociaal domein en dus op meerdere thema’s binnen het Programma Sociale Leefomgeving: waar dit aan de orde is wordt dit aangegeven bij de betreffende inspanning. Omwille van het overzicht zijn het doel en de inspanning echter onder één thema geplaatst.

Thema's Sociale leefomgeving

I. Inkomen
II. Sociaal domein – Participatie en re-integratie
III. Sociaal domein – Wmo
IV. Sociaal domein – Jeugd
V. Onderwijs en ontwikkeling
VI. Sport
VII. Cultuur
VIII. Welzijn

Financiën Sociale leefomgeving

Bedragen x € 1.000 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Baten 28.614 28.709 28.830 28.924
Lasten 101.699 101.602 102.765 104.054
Saldo programma (voor mutaties reserves) -73.085 -72.893 -73.935 -75.130
Beschikkingen 636 426 340 340
Stortingen 51 6 6 6
Saldo mutaties reserves 585 420 334 334
Saldo programma (na mutaties reserves) -72.500 -72.473 -73.601 -74.796

Actuele ontwikkelingen Sociale leefomgeving

Algemeen: ontwikkelingen Sociaal Domein

Extra financiële middelen en aanvullende taakstellingen binnen het domein Jeugd
De bij de programmabegroting 2021 vastgestelde taakstellingen voor Jeugdhulp en Wmo werken door in de begroting 2022 en in de meerjarenraming 2023-2025. We zien ons uitgedaagd om de begroting en meerjarenraming van het sociaal domein in evenwicht te houden, juist door vast te houden aan de richting die we hebben ingezet en ons te houden aan de budgetten die beschikbaar zijn. Daarvoor blijven maatregelen onontkoombaar.

In de programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 gaan we uit van een nieuwe doorrekening van de lasten op basis van ontwikkelingen in het jaar 2021. Tevens verwerken we de extra financiële middelen die het rijk voor 2022 beschikbaar stelt, waarbij we volgens de richtlijn van de provincie rekening houden met 75% van de in de meicirculaire opgenomen middelen voor de jaren 2023-2025.

Zoals reeds eerder is aangegeven verlaagd het rijk het budget jaarlijks van de extra middelen met een bedrag aan besparingen die op basis van de huidige informatie haalbaar worden geacht. In de programmabegroting 2022 en in de meerjarenraming 2023-2025 hebben wij mede op basis van de op dit moment beschikbare informatie deze bedragen een op een als aanvullende besparingen op de bij de programmabegroting 2021 vastgestelde maatregelen, ingeboekt. Overigens zullen we de haalbaarheid van taakstellingen permanent blijven toetsen. Daar waar ambities niet haalbaar blijken sturen we bij. Dit vraagt veel aandacht en energie van de organisatie, zo mogelijk ook meer formatie. Hierbij past ook het opnemen van het risico dat niet halen van de financiële taakstellingen betekent dat budgetten overschreden worden. Ook hierbij blijven wij kijken naar het effect op de kwaliteit van de ondersteuning richting inwoners en de uitvoerbaarheid en kwaliteit van het proces intern.

Herstel van balans na de coronacrisis 
De coronacrisis heeft aangetoond dat inwoners, vrijwilligers(organisaties) en medewerkers in staat zijn creatief met de moeilijke situatie om te gaan. Er is een aanzienlijk beroep gedaan op mantelzorgers, vrijwilligers en organisaties, verenigingen en vele anderen in de sociale basis van de gemeenschap. Vele vrijwilligers(organisaties) hebben zich op allerlei manieren ingezet en nieuwe initiatieven ontplooid. Welzijn, wijkteams en vele organisaties zijn op alternatieve wijzen aan de slag gegaan waarbij de richtlijnen in het oog werden gehouden.

Zodra de situatie rondom Covid-19 stabiliseert  ontstaat naar verwachting een beter beeld van de (middel)lange termijneffecten van de coronacrisis, de financiële impact die dit vanaf 2022 kan hebben en de wijze waarop het Rijk hiervoor compensatie biedt.

Invoering Wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein
De Wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein (WAMS) is in voorbereiding. De WAMS verankert een duidelijke taak voor gemeenten om te komen tot een integrale en gecoördineerde aanpak voor meervoudige problematiek. Ook regelt het een duidelijke taak voor gemeenten om zorg te dragen voor een meldpunt voor inwoners met niet-acute zorgen over zichzelf of een ander. De implementatie zal vooral formatie vragen en het is nog onduidelijk of hier inkomsten van het Rijk tegenover staan. In de Kadernota werd aangegeven dat de invoeringsdatum mogelijk in 2022 zou liggen; inmiddels is duidelijk dat de nieuwe wet is uitgesteld. 

Moties Kadernota 2022-2025 

M2021.52: Stimuleren werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking meer kansen te bieden op de arbeidsmarkt

In deze motie wordt het college verzocht om in overleg met IW4 een bedrijfsscan en starterspakket te ontwikkelen dat aangeboden kan worden aan werkgevers en dit actief onder de aandacht te brengen bij werkgevers. Deze motie sluit aan bij ontwikkelingen binnen de gemeente Veenendaal, IW4 en de arbeidsmarkt (werkgeversservicepunt). Met deze partijen wordt dit product en communicatietraject uitgewerkt, opdat bedrijven geholpen kunnen worden om onderzoek te doen naar kansen/werkzaamheden die geschikt zijn voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Medio 2022 wordt dit product opgeleverd en wordt de raad geïnformeerd. Hierbij wordt ook de kostendekking in kaart gebracht.

M2021.57Sociale coöperaties in de bijstand

In deze motie wordt het college opgeroepen contact te leggen met het Landelijk netwerk Sociaal Coöperatie Ondernemerschap en in het eerste kwartaal van 2022 met een raadsinformatiebrief of raadsvoorstel te komen waarin uitgewerkt staat op welke wijze de ruimte binnen de participatiewet benut kan worden om sociale coöperaties in te zetten. Aan deze motie zal conform de planning invulling worden gegeven.

M2021.50: Overleg vrijwilligersorganisaties

De raad heeft het college gevraagd om een gesprek met vrijwilligersorganisaties te organiseren zodat met elkaar kan worden gesproken over de wijze waarop het sociaal domein wordt uitgevoerd en welke verbeterpunten er zijn. De uitkomsten worden bij de evaluatie van het IBK-SD gebruikt. Bij de uitvoering van de motie is het vrijwilligersplatform en de raad betrokken. De uitvoering van de motie vindt rond de komende jaarwisseling plaats. 

M2021.54: Reanimatiecursus op VO

Na  de zomervakantie (2021) worden de VO scholen benaderd met de vraag of er draagvlak is voor het aanbieden van reanimatiecursussen. De Hartstichting heeft hiervoor een lesprogramma ontwikkeld en ook al in kaart gebracht wat de kosten zijn. Als de scholen hiertoe bereid zijn, dient een aantal docenten opgeleid te worden, deze docenten kunnen dan de reanimatiecursussen geven. Mogelijkheden tot samenwerking met de lokale stichting HartslagNu Veenendaal worden ook onderzocht.  

M2021.55: NK Raadsleden tijdens Veenendaal-Veenendaal

In deze motie wordt verzocht om tijdens de wielerwedstrijd Veenendaal - Veenendaal in 2022 als side-event het onderdeel NK Raadsleden te organiseren. Met sportservice Veenendaal en de organisatie worden gesprekken gevoerd in hoeverre hiertoe mogelijkheden zijn en welke financiële consequenties hier uit voortkomen. De uitvoering van de side-events ligt bij Sportservice Veenendaal onder auspiciën van de organisatie, zo ook de uitvoering van deze motie. Een ruwe schatting van de kosten voor de organisatie hiervan bedraagt €10.000,-. Hierbij is rekening gehouden met een eigen bijdrage van de deelnemers. Dit bedrag wordt conform de motie in de programmabegroting 2022-2025 opgenomen.

 

Thema I -  Inkomen

Inkomensvoorziening Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ 

Gemeenten ontvangen van het rijk een gebundelde uitkering welke toereikend wordt geacht om de bijstandsuitkeringen uit te kunnen betalen (BUIG-budget). De afgelopen jaren kende de gemeente Veenendaal een voordelig resultaat van meer dan 10% ten opzichte van de rijksmiddelen. Op basis hiervan zijn de beschikbare middelen in onze gemeentelijke meerjarenbegroting voor de uitvoering van deze taak sinds enkele jaren structureel naar beneden bijgesteld.

Tijdens de coronacrisis waren er verschillende scenario's over de ontwikkeling van het bijstandsbestand voor de jaren 2020 t/m 2023. Zowel landelijk als lokaal hielden we rekening met een forse groei van het aantal bijstandsuitkeringen.  Inmiddels (augustus 2021) zien we dat de arbeidsmarkt zich sneller herstelt dan  verwacht en dat een eerdere bovengemiddelde stijging van het aantal bijstandsontvangers tot stilstand is gekomen.

Tegelijk is er echter nog veel onzeker. Zo stoppen per 1 oktober 2021 de inkomensondersteunende coronamaatregelen: momenteel kan nog niet worden ingeschat wat de impact hiervan zal zijn op de arbeidsmarkt en vervolgens (al dan niet vertraagd) op onze bestandsontwikkeling. Een andere onzekerheid is de ontwikkeling van het BUIG-budget: het voorlopig BUIG-budget 2022 wordt naar verwachting eind september 2021 bekend gemaakt, mede aan de hand van landelijke ontwikkelingen en verwachtingen. Op basis van een analyse worden de (financiële) effecten -zoals gebruikelijk- verwerkt in de derde bestuursrapportage. 

Armoedebeleid/Minimaregelingen
In 2022 hebben we de webshop voor de minimaregelingen uitgebreid met een stadspas. Op deze manier is het mogelijk om voor alle relevante ondernemers gemakkelijk aan te sluiten en verlaagt het de drempel voor de gebruikers. De stadspas is te gebruiken als zijnde een pinpas en is te koppelen aan praktisch elk kassasysteem. Door het verlagen van de drempel, tezamen met een mogelijke toename van de doelgroep vanwege de Coronacrisis, bestaat de mogelijkheid dat de uitgaven voor de minimaregelingen voor 2022 hoger uitvallen dan geraamd. Via de tussentijdse bestuursrapportages wordt de voorgang gemonitord.

Schulddienstverlening en – preventie  

We verwachten op termijn een toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden door de coronacrisis. Dit is mede afhankelijk van de afbouw van de landelijke ondersteuningsmaatregelen. Mogelijk leidt dit tot een toename van ondernemingen die failliet gaan waarbij het risico ontstaat dat er een grotere schuldenproblematiek ontstaat bij ondernemers en werknemers.

We verwachten ook een toename van het aantal inwoners met een financiële problematiek door de inzet van vroegsignalering. De resultaten van de pilot uit 2021 worden hierbij betrokken. Hierdoor krijgen we inwoners met financiële problematiek eerder in beeld. Dit leidt logischerwijs tot een toename van het aantal inwoners dat we met een lichtere vorm van hulp in een eerder stadium bereiken. De verwachting is  dat deze preventieve aanpak elders en op de langere termijn binnen het sociaal domein financiële voordelen oplevert.

We verwachten tot slot ook een toename van het aantal inwoners met een inburgeringsplicht. Met de Wet inburgering 2021 krijgen gemeenten er een taak bij om inwoners met een inburgeringsplicht te ontzorgen en financieel zelfredzaam te maken. Deze taak wordt ondergebracht bij het Budgetloket en dit leidt logischerwijs tot een toename van het aantal meldingen bij het Budgetloket. De verwachting is dat ook deze preventieve aanpak elders en op langere termijn financiële voordelen oplevert. 

De verwachte toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden zet het binnen de begroting beschikbare budget voor uitvoering van de taak schuldhulpverlening en -preventie onder druk. Naar verwachting wordt in de derde bestuursrapportage 2021 voorgesteld om resterende incidenteel beschikbare middelen over te hevelen naar 2022. Daarmee  zijn voor 2022 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar. In het voorjaar van 2022 worden op basis van o.a. actuele ontwikkelingen en een eerste evaluatie inzake vroegsignalering de benodigde meerjarige middelen geanalyseerd. Op basis van deze analyse wordt bezien of een verzoek voor extra middelen wordt opgenomen in de Kadernota 2023.

We stimuleren een effectieve samenwerking met partners in de sociale basis. Daarnaast stimuleren wij de  doorontwikkeling van de werkwijze van het Budgetloket aan de hand van effectievere instrumenten. Hiermee verwachten we meer ruimte te creëren om de toename van inwoners met een financiële problematiek op te vangen.  Wij hebben in 2021 een aantal effectieve instrumenten ingezet, te weten het adviesrecht beschermingsbewind, het saneringskrediet en het collectief schulden regelen/schuldenknooppunt. In 2022 monitoren en evalueren wij de effecten hiervan. In 2022 onderzoeken wij de inzet van aanvullende effectieve instrumenten, waaronder een aparte aanpak voor jongeren .  

Bijzondere bijstand /Individuele Studietoeslag/Individuele Inkomenstoeslag  
De ontwikkelingen van de bijzondere bijstand, Individuele Studietoeslag en Individuele Inkomenstoeslag zijn stabiel. Het aantal uitgaven dat wordt verstrekt aan bijzondere bijstand voor bewindvoering lijken tevens te stabiliseren. Wij trachten deze verder te laten dalen met het adviesrecht bewindvoering en meer inzet op promotie van alternatieven zoals budgetbeheer. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gemeenten opgeroepen om vooruitlopend op het wetsvoorstel breed offensief de individuele studietoeslag aan te passen. In het derde kwartaal 2021 wordt een voorstel aan het college aangeboden. 

 

Thema II - Sociaal domein - Participatie en re-integratie

IW4
In 2022 wordt een eindevaluatie uitgevoerd over de uitvoering van het transitieplan van IW4. De verwachting is dat in 2022 de nieuwe huisvesting van IW4 wordt gerealiseerd. Op de locatie van IW4 zal een nieuw pand verrijzen voor de huisvesting van zowel IW4 als Wijkservice. Dit wordt een duurzaam en energieneutraal gebouw.

Breed offensief
Het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Voorstellen om de wet- en regelgeving aan te passen en de uitvoering te verbeteren maken onderdeel uit van dit offensief. Dit leidt tot wetswijzigingen in de Participatiewet, SUWI, Wajong, Wet banenafspraak en de Wet taaleis. Op termijn krijgt dit een vertaling in nieuwe of aangepaste verordeningen en beleidsregels. Het wetsontwerp is meerdere keren uitgesteld. De streefdatum is 1 januari 2022. Het wetsvoorstel is in april 2021 controversieel verklaard. 

Wet Inburgering
Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering 2021 van kracht. Met deze nieuwe wet krijgt de gemeente de regie over het inburgeringsproces. Een belangrijk onderdeel is het aanbieden van één van de drie leerroutes, afhankelijk van de individuele leervermogens. De regiefunctie wordt vertaald in het aantrekken van een procesregisseur, die een persoonlijk plan maakt met de inburgeraars waarbij inburgering (in brede zin) aan bod komt. Het stelsel biedt de mogelijkheid om de komende jaren met de sociale basis een ketensamenwerking op te bouwen zodat de inburgeraar binnen drie jaar een netwerk heeft opgebouwd, toegerust is met de kennis om mee te doen en ook daadwerkelijk in staat is om mee te doen in de Veense samenleving.

Thema III - Sociaal domein - WMO

Maatwerkvoorzieningen
De aanvragen en meldingen voor Wmo maatwerkvoorzieningen nemen toe. Meerdere ontwikkelingen liggen hieraan ten grondslag, zoals de invoering van het abonnementstarief, langer thuis wonen, vergrijzing en toenemende psychische kwetsbaarheid, ook op jongere leeftijd. Om binnen de gestelde financiële kaders te blijven is het noodzakelijk om ook in 2022 te zoeken naar mogelijkheden om de uitgaven beheersbaar te houden. Inzet op het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners en de sociale basis blijft nodig. Ook de sturing op het uitvoeringsteam van de Wmo en op de zorgaanbieders biedt mogelijkheden om de toenemende uitgaven te remmen.

Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 
Veenendaal werkt vanaf 1 januari 2022 voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang samen in het centrumgemeentegebied Ede. Veenendaal voert zelfstandig inkoop en toegang uit voor Beschermd Wonen. Voor Maatschappelijke Opvang maken we gebruik van de regionale opvangvoorzieningen bij complexe casuïstiek. 

Collectief vraagafhankelijk vervoer

In opdracht van de bestuurders van de acht gemeenten wordt er regionaal gewerkt aan opties om grip te houden op de kosten van de Valleihopper. Dit wegens de verwachte stijging van deze kosten na de afbouw van de provinciale subsidie, opheffing van het OV-Vangnet en inrichting van de minder toegankelijke HaltetaxiRRReis. Verschillende opties worden uitgewerkt. Over de opheffing van het OV-Vangnet en de alternatieven zijn in 2021 de gesprekken op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau gestart. Aan tafel zitten de Provincie Gelderland, de Provincie Utrecht en de gemeenten Rhenen en Renswoude. De ontwikkelingen en uitkomsten worden met de raad gedeeld via de P&C cyclus en waar nodig via een raadsinformatiebrief.

Thema IV - Sociaal domein - Jeugd

Samenwerking 

Ook in 2022 staat de versterking van samenwerking in het belang van de jeugdige met de kinderopvang, het onderwijsveld, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, welzijn, jeugdgezondheidszorg en het CJG centraal.

Net als in 2021 zijn er met deze partijen concrete speerpunten geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt in 2022. Een terugkerend onderwerp blijft de beweging naar normaliseren; niet voor alles wat afwijkt hoeft geïndiceerde hulp ingezet te worden. Deze inzet ligt in lijn met het IBK en de uit te voeren maatregelen binnen het jeugddomein.

Veiligheidsdomein

Binnen jeugd is het veiligheidsdomein sterk in beweging. Landelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de jeugdbeschermingsketen niet goed functioneert en de kwetsbaarste kinderen niet tijdig de juiste zorg krijgen. Dit zien we regionaal en lokaal ook terug. We merken bovendien dat het steeds onaantrekkelijker wordt om in de zorg, die zich ontfermt over de veiligheid van kinderen en gezinnen, te werken en maken ons zorgen om de jeugd. We zien derhalve echt de noodzaak tot verandering.

Vanaf 2019 zijn landelijke pilots gestart in de regio die hebben bijgedragen aan een nieuw toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. In dit scenario staat beschreven hoe een stelsel eenvoudiger, gezinsgerichter, transparanter en lerend kan werken. Stelselwijziging is nodig omdat de samenwerking met gezinnen en o.a. de volwassenzorg en GGZ moet worden versterkt. Tegelijk moeten organisaties voor jeugdbescherming meer integraal gaan werken en (grotendeels) samengaan. Er is een looptijd van 5-10 jaar uitgetrokken, waarbij de pilots allereerst gaan worden uitgebreid naar proeftuinen. Veenendaal wil hier in 2022 een stevige rol in spelen en nu voorsorteren. De gemeente gaat zich in 2022 met de partners in het veld aan het oriënteren op de toekomst. Ons lokale team (CJG) zal in de toekomst een nog bredere positie innemen richting de inwoner, ook als het gaat om het voorkomen en verhelpen van onveilige situaties. Dat willen we komend jaar al slimmer gaan doen met inwoners en de partners in het veld. Teneinde passende zorg en een duurzaam stelsel te realiseren is de gemeente bovendien aan zet om goed opdrachtgeverschap en passende contractering te realiseren in 2022.

Uitvoering  van de maatregelen 

Hiervoor verwijzen wij naar het hoofdstuk Financieel Kader.

Regionale inkoopstrategie

Het traject voor een nieuwe inkoopstrategie jeugdhulp in de jeugdhulpregio Foodvalley loopt volgens planning. Veel is bereikt maar het is nog niet af. Vanuit alles wat we de afgelopen jaren hebben geleerd willen we als gemeenten in de Jeugdhulpregio Foodvalley gezamenlijk verder werken aan een toekomstbestendig en betaalbaar zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. In het tweede kwartaal van 2021 is vervolg gegeven aan de inkoop van segment 1 tot en met 5. De geplande ingangsdatum voor de aangepaste deelovereenkomsten is 1 januari 2023. Dit maakt dat we in 2022 verder aan de slag gaan met de volgende fase van de inkoopstrategie voor alle segmenten. Met de gewijzigde inkoopstrategie werken we door aan de regionale visie “Ons verhaal”.

Wijziging woonplaatsbeginsel jeugdhulp
Door een wijziging in de Jeugdwet wordt, in plaats van de woonplaats van gezag dragende ouder(s), de plaats waar de jeugdige zelf woont bepalend voor de bekostiging van jeugdhulp. Uitzondering hierop geldt voor jeugdigen met een voogdijregeling (er is dan geen sprake meer van ouderlijk gezag) en verlengde jeugdhulp (18+ en dus meerderjarig). In die gevallen blijft de gemeente van herkomst van de jeugdige verantwoordelijk voor de kosten jeugdhulp en niet langer de feitelijke woonplaats van de jeugdige. Dit laatste betreft veelal verblijfskosten en dat is een relatief dure vorm van jeugdhulp. Binnen Veenendaal is er geen instellingsverblijf.

Prenatale Huisbezoeken en vaccinatie Meningokokken

Tot en met 2021 kocht de gemeente de prenatale huisbezoeken in via de maatwerkovereenkomst met de GGD. Gemeenten krijgen per 1 januari 2022 een wettelijke verantwoordelijkheid om prenatale huisbezoeken voor gezinnen die in een kwetsbare situatie zitten uit te laten voeren door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Voor de uitvoering van deze taak stort het Rijk het structureel beschikbare budget in het gemeentefonds (niet geoormerkt). Hoogte en verdeelsleutel van het budget is bekend gemaakt in de meicirculaire 2021.

Daarnaast draagt het RIVM financiering van de vaccinatie Meningokokken ACWY (MenACWY) over naar gemeenten. Omdat deze taken onderdeel gaan worden van de basistaken van de GGD zal de verantwoording via het algemene GGD-brede jaarverslag gaan lopen en niet meer via de maatwerkrapportages.

Thema V - Onderwijs en ontwikkeling

Nationaal Programma Onderwijs

Door de coronacrisis hebben kinderen onderwijs op afstand gevolgd. De scholen zetten met de extra middelen die zij ontvangen via het Nationaal Programma Onderwijs plan hierop in. Ook als gemeente hebben we in het kader van dit Nationaal Programma Onderwijs middelen ontvangen. Vanuit de gemeentelijke rol en binnen de beschikbare middelen voeren we in 2022, in samenwerking met o.a. scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids(zorg), bibliotheek, welzijn e.d., een samenhangende aanpak uit.

Openbaar onderwijs

Vanuit de wettelijke verplichting heeft de gemeente een zorgplicht naar het openbaar onderwijs. In Veenendaal gaat het om openbaar basis en openbaar voortgezet onderwijs. Vanaf 1 januari 2021 is het Rembrandt College verzelfstandigd en is de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Veenendaal (SOVOV) opgericht. In de statuten van SOVOV en van het openbaar basisonderwijs Wereldkidz zijn de taken van de gemeente opgenomen.  

Onderwijshuisvesting

Naast de inhoudelijke ambities ligt er een belangrijke huisvestingsopgave. Het Integraal Huisvestingsplan en de Verordening Huisvesting Onderwijs zijn de kaders waarbinnen de vraagstukken zo goed mogelijk worden opgelost. Voor de zomer 2021 heeft de raad besloten in Veenendaal Oost een nieuwe school te realiseren. Deze keuze vraagt een extra inspanning in 2022 om de mogelijkheden nader te onderzoeken en de consequenties voor de scholen uit te werken.

Om te voldoen aan de eisen/wensen die vanuit het onderwijsveld worden gesteld is uitbreiding van de capaciteit met 1 fte noodzakelijk. In het rapport van de rekenkamer onder de titel “Onderwijshuisvesting in Helder Perspectief” is dit ook als adviespunt benoemd: “Versterk de ambtelijke organisatie op het gebied van onderwijshuisvesting”.

Thema VI - Sport

Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen in sport niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de 'Regeling specifieke uitkering stimulering sport'. Omdat het totale (landelijk) budget aan een maximum is gebonden, worden aanspraken boven de limiet in gelijke delen verdeeld over de aanvragende gemeenten. Dit betekent onzekerheid ook in 2022 over het uiteindelijk werkelijk te ontvangen bedrag. Daarnaast zijn de sportverenigingen getroffen door de coronacrisis, wat invloed heeft op het ledenbestand, de inkomsten uit de kantines en mogelijk ook sponsoring.

 

Thema VII - Cultuur

De cultuursector is op diverse manieren geraakt door de coronacrisis. Het rijk heeft in 2020 en 2021 middelen beschikbaar gesteld ter ondersteuning van de cultuursector die getroffen zijn door de coronacrisis. Nog onduidelijk is of de effecten doorwerken in 2022.

Thema VIII - Welzijn

Stichting Veens Welzijn
In 2022 kan Stichting Veens Welzijn verder bouwen aan de sterke sociale basis in Veenendaal. In 2021 zijn hiervoor de eerste stappen gezet en is er gewerkt aan vertrouwen bij inwoners en (vrijwilligers)organisaties. Eventuele effecten van de coronacrisis worden zichtbaar en de ondersteuning wordt hierop aangepast. Innovatieve mogelijkheden worden ingezet waar mogelijk. Om ook de mogelijkheid te hebben om deze innovatieve mogelijkheden toe te passen is nu nauwelijks tot geen beleidsruimte in het budget beschikbaar. Het beschikbare budget is nu taakstellend en wordt volledig ingezet om de basistaken te kunnen uitvoeren. Als hier uitbreiding/innovatie op nodig is zal of bijstelling van de basistaken moeten plaatsvinden of er is extra budget nodig.

Thema I – Inkomen

Wat willen we bereiken?

I.a. Onrechtmatig gebruik van ondersteuning in het sociaal domein voorkomen we of sporen we op en pakken we aan (MD10, IBK BE28).

Wat gaan we daarvoor doen?

I.b. Financiële kaders vormen geen belemmering voor integraal werken (MD 10, IBK BE27).

Wat gaan we daarvoor doen?

I.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4).

Wat gaan we daarvoor doen?

I.d. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

Wat gaan we daarvoor doen?

I.e. De ondersteuning is gericht op een duurzaam effect (MD04, IBK BE12).

Wat gaan we daarvoor doen?

I.f. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD8, IBK BE22).

I.g. De deskundigheidsbevordering tussen uitvoerende partijen in het sociaal domein is gefaciliteerd (MD9, IBK BE23).

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Inkomen

Binnen dit thema valt de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving. Het doel van de wet is dat iedere inwoner naar vermogen kan participeren in de samenleving en waar mogelijk zelfstandig in een inkomen kan voorzien. Als dit (nog) niet kan dan wordt een uitkering verstrekt.

Wij geven specifiek aandacht aan de bestrijding van kinderarmoede. Het gaat hierbij om het verstrekken van vergoedingen om kinderen die opgroeien in armoede de mogelijkheden te bieden om zich onder gelijke omstandigheden als andere kinderen te kunnen ontwikkelen en ‘mee te kunnen doen’. Hiermee dragen we bij aan het doorbreken van de vicieuze cirkel van erfelijke armoede. Eén van de instrumenten om dit te realiseren is het beschikbaar stellen van vergoedingen voor (noodzakelijke) schoolkosten, kleding en sport/ cultuur. Daarnaast is de inzet erop gericht op het vergroten van kansen voor kwetsbare jongeren op de arbeidsmarkt.

Voor volwassenen richten we ons op het stimuleren van sport/ bewegen en maatschappelijke participatie door het beschikbaar stellen van een tegemoetkoming in de kosten.

Sinds 2021 worden de taken met betrekking tot schuldhulpverlening uitgevoerd binnen het Budgetloket. Er wordt nog gezocht naar een structurele dekking van het budget voor 2023 en verder. Voor 2022 is er voldoende dekking voor het budget en is het nog niet nodig om bij te ramen, mits het overschot uit 2021 wordt overgeheveld naar 2022 en het budget van € 100.000 dat nu is gereserveerd voor Vroegsignalering niet wordt gebruikt om het tekort op het budget voor 2022 op te lossen.  

 

Beleidsindicatoren Inkomen

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
6.3 Inkomens-regelingen Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. 5 nnb 5 6 nnb nvt
6.3 Inkomens-regelingen Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners CBS Het aantal personen met een bijstandsuitkering. 365,7 nnb 360 466,5 nnb nvt

Verbonden partijen Inkomen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema Inkomen

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-1-2020
Integrale verordening sociaal domein Veenendaal 22-4-2021
Beleidsregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) 22-6-2021
Beleidsregel krediethypotheek Pw Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel uitvoering kostendelersnorm Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel vaststellen hoogte vermogen Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel terug- en invordering en heronderzoeken Bbz Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel individuele inkomenstoeslag Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel tegenprestatie naar vermogen Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel Giften Participatiewet 13-6-2021
Beleidsplan Handhaving sociaal domein (concept) 13-7-2021
Verordening Individuele studietoeslag Veenendaal 2015 19-2-2015
Protocol huisbezoek 18-6-2013

Taakvelden thema Inkomen

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
6.3 Inkomensregelingen Baten -20.313 -20.313 -20.312 -20.312
Lasten 21.533 21.542 21.569 21.612
Totaal 6.3 Inkomensregelingen 1.219 1.229 1.257 1.300
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Baten -16 -16 -16 -16
Lasten 324 333 343 359
Totaal 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 308 318 328 343
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Lasten 9 9 9 10
Totaal7.5 Begraafplaatsen en crematoria 9 9 9 10
Totaal Thema Inkomen 1.537 1.556 1.594 1.653

Thema II – Sociaal domein – Participatie en re-integratie

Wat willen we bereiken?

II.a. Er is sprake van een doorlopende lijn arbeidsparticipatie in samenwerking met onze partners (MD05, IBK BE14).

Wat gaan we daarvoor doen?

II.b. De samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt is versterkt (MD05, IBK BE15).

Wat gaan we daarvoor doen?

II.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4).

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Sociaal Domein - Participatie en re-integratie

Het leidend principe binnen dit thema is het activeren van mensen die ‘aan de kant’ staan. Hiervoor zetten we diverse werknemers- en/of werkgeversinstrumenten in. Voor mensen die geen of onvoldoende arbeidsvermogen hebben, gaan we verder op zoek naar middelen om hun participatie, in welke vorm dan ook, te ontwikkelen.

Het sociaal werkbedrijf IW4 werkt in opdracht van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude aan de uitvoering van de Participatiewet, vanuit haar eigen expertise.

Om inwoners de mogelijkheid te geven om te participeren in de samenleving werken we, zowel lokaal als regionaal samen met onderwijs, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

De rol van de gemeente bij inburgering wordt vanaf 1 januari 2022 uitgebreid via invoering van de Wet Inburgering. Hierbij is de gemeente zowel verantwoordelijk voor inburgering als participatie in de samenleving van nieuwe Nederlanders.

Beleidsindicatoren Sociaal Domein - Participatie en re-integratie

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
6.5 Arbeidsparticipatie Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 - 64 jaar LISA Aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 644,6 nnb 650 679,3 nnb nvt
6.5 Arbeidsparticipatie Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroeps-bevolking CBS Percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 71 nnb 73 67,7 nnb nvt
6.5 Arbeidsparticipatie Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar). nnb nnb nnb nnb nnb nvt
6.5 Arbeidsparticipatie Lopende re-integratie-voorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar CBS Aantal re-integratie-voorzieningen. 265,1* nnb 265 202* nnb nvt
* (eerste halfjaar 2020)

Verbonden partijen Sociaal Domein - Participatie en re-integratie

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is.

Beleid gerelateerd aan thema Sociaal Domein - Participatie en re-integratie

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-1-2020
Integrale verordening sociaal domein Veenendaal 22-4-2021
Beleidsregel Integrale schuldhulpverlening Veenendaal 13-7-2021
Beleidsregel Taaleis 25-5-2021
Beleidsregel gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 25-5-2021
Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op sociaal-medische indicatie Veenendaal 25-5-2021
Besluit Re-integratie gemeente Veenendaal 25-5-2021
Beleidsregel scholingsplicht Veenendaal 25-5-2021
Verordening Wet Inburgering (oude wet inburgering, nog van toepassing i.v.m. handhaving) 3-6-2010
Regeling Sociale Werkvoorziening Zuid Oost Utrecht 21-12-2017

Taakvelden thema Sociaal domein - Participatie en re-integratie

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
6.4 Begeleide participatie Lasten 7.032 6.737 6.641 6.557
Totaal 6.4 Begeleide participatie 7.032 6.737 6.641 6.557
6.5 Arbeidsparticipatie Lasten 1.756 1.571 1.579 1.607
Totaal 6.5 Arbeidsparticipatie 1.756 1.571 1.579 1.607
Totaal Thema Sociaal domein - Participatie en re-integratie 8.788 8.308 8.220 8.164

Thema III – Sociaal domein – WMO

Wat willen we bereiken?

III.a. In 2022 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

Bij de wetswijziging in 2015 (transities Sociaal Domein) is de taak voor begeleiding vanuit de Awbz - en is Jeugdzorg vanuit de Jeugdwet - bij de gemeenten terecht gekomen. Dit vroeg om borging van zorgcontinuïteit en inzet op voornamelijk relatiebeheer met aanbieders die bekend waren met deze vorm van zorg. Ondertussen is de gemeente Veenendaal toe aan een andere rol, namelijk die van een zakelijk opdrachtgeverschap met daarbij meer aandacht op contractmanagement.

Tevens is er vanuit toezicht ook aandacht voor aanbieders. Er zijn keuzes gemaakt rond de toetsingsnormen kwaliteit, kaders toezicht kwaliteit Wmo en het openbaar maken van de toezichtsrapporten. Tevens werken wij op het moment aan een integrale aanpak binnen het Sociaal Domein en Ondermijning voor toezicht op rechtmatig handelen. Deze activiteiten samen met preventieve acties aan de loketten en in gesprekken met cliënt en aanbieders moeten er voor zorgen dat zowel op individueel cliënt niveau alsook op contractueel niveau de aanbieders doen waarvoor zij zijn gecontracteerd. En fraude en onrechtmatigheid worden bestreden.

Wat gaan we daarvoor doen?

III.b. Eind 2023 is een integraal dashboard sociaal domein beschikbaar, waarbij integrale monitoring tot op buurtniveau mogelijk is (MD10, IBK BE29).

Wat gaan we daarvoor doen?

III.c. Veenendalers wonen zo lang mogelijk thuis (MD01, IBK BE2).

De woning en de woonomgeving van de inwoners van Veenendaal dienen algemeen toegankelijk en geschikt te zijn. Met name voor inwoners met (toenemende) lichamelijke beperkingen of psychische kwetsbaarheden ligt er voor de gemeente Veenendaal en haar sociale partners een actieve taak om het mogelijk te maken dat inwoners langer thuis kunnen blijven wonen of eerder kunnen uitstromen uit een tijdelijke woonvoorziening. Dit vraagt om geschikte huisvestingsvormen en nieuwe ondersteuningsvormen, waar nodig met een beschikbaarheid van 24/7 per dag.  Daarnaast is het van belang om het proces in de samenleving blijvend te stimuleren om te komen tot een geslaagde inclusie. Waarbij alle inwoners zich welkom en veilig voelen in hun eigen wijk en kunnen participeren in hun eigen woonomgeving.   

Wat gaan we daarvoor doen?

III.d. Mantelzorgers blijven actief met passende ondersteuning om overbelasting te voorkomen (MD03, IBK BE8).

De ondersteuning van mantelzorgers is een belangrijke opdracht voor de Stichting Veens. De toenemende druk op mantelzorgers vraagt om actieve ondersteuning. Daarnaast zijn respijtzorg in algemene zin en logeeropvang in het bijzonder, belangrijke voorzieningen die ervoor zorgen dat mantelzorgers hun zorgtaken kunnen volhouden.

Wat gaan we daarvoor doen?

III.e. In 2022 evalueren we het gezondheidsbeleid (MD04, IBK BE10).

Beoogd werd om in 2022 nieuw gezondheidsbeleid te ontwikkelen danwel het bestaande beleid te herijken. Als gevolg van de coronacrisis is de uitvoering van het bestaande beleid op onderdelen vertraagd. Daarnaast is in 2021 gestart met het Preventieakkoord en zijn de GIDS-gelden verlengd. Het is wenselijk om het huidige beleid nog enige tijd voort te zetten en in 2022 eerst in te zetten op een evaluatie. Na evaluatie zal in 2023 nieuw beleid worden ontwikkeld.

Wat gaan we daarvoor doen?

III.f. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

Wat gaan we daarvoor doen?

III.g. Het aantal meerderjarigen dat begeleiding ontvangt waar behandeling passender is, is afgenomen (MD06, IBK BE19).

Wat gaan we daarvoor doen?

III.h. We continueren de zorg voor personen met verward gedrag en de taken van de WvGGZ.

Tussen 2017 en 2020 zijn er meerdere projecten, samen met de gemeenten Rhenen en Renswoude, uitgevoerd om een sluitende aanpak te creëren rondom de zorg voor personen met verward gedrag. Dit is hoofdzakelijk uitgevoerd met incidentele middelen van derden (ZonMW) en de bestemmingsreserve sociaal domein. Onderdelen uit deze aanpak continueren we in 2022. Veenendaal treedt op als projectleider.

Wat gaan we daarvoor doen?

III.i. Er zijn innovatieve ondersteuningsmogelijkheden samen met de uitvoerende partijen (MD9, IBK BE25).

Wat gaan we daarvoor doen?

III.j. Ten opzichte van 2019 is er een daling van ongeveer 10% van het aantal maatwerkvoorzieningen (MD9, IBK BE24).

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Sociaal domein - WMO

De Wmo gaat uit van zelfredzaamheid en participatie van inwoners. Niet iedereen kan dit alleen en heeft daarbij ondersteuning nodig. Vanuit de Wmo wordt ondersteuning geboden als het niet lukt om dit binnen het eigen sociale netwerk of vanuit de mogelijkheden in de sociale basis te verkrijgen.  De vraag naar maatwerkvoorzieningen verstrekt vanuit de gemeente nemen toe, terwijl er ook taakstellingen op budget moeten worden behaald. De focus in 2022 ligt op het realiseren van mogelijkheden om de uitgaven beheersbaar te houden. En daarnaast het versterken van de sociale basis. 

Beleidsindicatoren Sociaal Domein - WMO

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Cliënten met een maatwerk-arrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners GMSD Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. 680 nnb 660 660 nnb nvt

Verbonden partijen Sociaal Domein - WMO

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht voert de taken uit die bij de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid en heeft een belangrijke rol in de bestrijding van de coronacrisis.

BVO Valleihopper

De BVO Valleihopper geeft uitvoering aan het Collectieve vraagafhankelijke vervoer en het OV-Vangnet, treft beleidsvoorbereidingen , en voert contractmanagement en financieel management uit voor de FoodValley gemeenten en de provincie Gelderland op dit onderdeel.

Beleid gerelateerd aan thema Sociaal Domein - WMO

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integrale verordening sociaal domein Veenendaal 22-apr-21
Regionale handhavingskader 22-jun-21
Integraal beleidskader Sociaal Domein 23-jan-20
Visie Sociaal Domein 2017
Regeling aanschaf buitenkast AED nov-17
Gezondheidsbeleid: "Een gezond Veenendaal in 2022" jan-18

Taakvelden thema Sociaal domein - WMO

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Lasten 284 318 355 502
Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 284 318 355 502
6.2 Wijkteams Lasten -175 -162 -170 -163
Totaal 6.2 Wijkteams -175 -162 -170 -163
6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) Baten -15 -16 -16 -16
Lasten 2.148 2.154 2.206 2.259
Totaal 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 2.133 2.138 2.190 2.243
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ Baten -578 -584 -584 -586
Lasten 13.138 13.409 13.899 14.331
Totaal 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 12.560 12.825 13.315 13.745
6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Baten -20 0 0 0
Lasten 938 930 944 950
Totaal 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 919 930 944 950
7.1 Volksgezondheid Lasten 2.587 2.617 2.672 2.729
Totaal 7.1 Volksgezondheid 2.587 2.617 2.672 2.729
Totaal Thema Sociaal domein - WMO 18.307 18.666 19.306 20.006

Thema IV – Sociaal domein – Jeugd

Wat willen we bereiken?

IV.a. In 2022 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.b. Jeugdigen groeien gezond en veilig op; we stimuleren en ondersteunen ouders om te zorgen voor een gezonde ontwikkeling van kinderen en een veilig opgroei- en opvoedklimaat (MD2, IBK BE5).

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.c. Het aantal casussen waarbij de huisarts het CJG inschakelt is met ongeveer10% toegenomen ten opzichte van 2020 (MD06, IBK BE16).

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.d. Ten opzichte van 2019 wordt ongeveer 10% minder ambulante jeugdhulp verleend door jeugdhulpaanbieders (MD06, IBK BE17).

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.e. Ten opzichte van 2018 is het aantal jeugdigen in instellingsverblijf met ongeveer 10% gedaald (MD06, IBK BE18).

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.f. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD08, IBK BE22).

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Sociaal Domein - Jeugd

Per 2020 is het jeugdbeleid opgenomen in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK-SD). Hierbij wordt gewerkt met meerjarige beleidsdoelstellingen (opgenomen in het beleidskader) en meer dynamische uitvoeringsplannen waarbij kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen en uitdagingen in het jeugddomein.  De jeugdhulp is sinds 2015 de verantwoordelijkheid van gemeenten. Deze verantwoordelijkheid betekent dat de gemeente bijdraagt aan een gezond en veilig opvoedklimaat voor jeugdigen en hun ouders. Het gemeentelijk beleid richt zich hiervoor tenminste op:

  • Preventie en vroegsignalering;
  • Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders en sociale omgeving;
  • Het versterken van het probleemoplossend vermogen van jeugdigen, hun ouders en sociale omgeving;
  • Laagdrempelig, herkenbaar en tijdig bieden van de juiste hulp op maat;
  • Effectieve en efficiënte samenwerking rond gezinnen realiseren;
  • Het bevorderen van de veiligheid van jeugdigen en bestrijden van kindermishandeling.

 

Beleidsindicatoren Sociaal Domein - Jeugd

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. 12,8 nnb 12 9,7 nnb nvt
6.82 Geëscaleerde zorg 18- Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. 1,4 nnb 1,2 1,2 nnb nvt

Verbonden partijen Sociaal Domein - Jeugd

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.

Beleid gerelateerd aan thema Sociaal Domein - Jeugd

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-1-2020
Model Veenendaal 2020 20-12-2018
Integrale verordening sociaal domein Veenendaal 1-6-2021
Nadere regels toegang en toeleiding Veenendaal 1-6-2021
Beleidsregels jeugdhulp Veenendaal 1-6-2021
Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op sociaal-medische indicatie Veenendaal 1-6-2021

Taakvelden thema Sociaal domein - Jeugd

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Baten -11 -11 -12 -12
Lasten 409 415 421 428
Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 399 404 410 416
6.2 Wijkteams Baten -181 -184 -187 -190
Lasten 3.903 3.986 4.073 4.164
Totaal 6.2 Wijkteams 3.723 3.802 3.886 3.974
6.72 Maatwerkdienstverlening 18- Lasten 20.988 20.958 21.241 21.469
Totaal 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- 20.988 20.958 21.241 21.469
7.1 Volksgezondheid Lasten 37 38 39 39
Totaal 7.1 Volksgezondheid 37 38 39 39
Totaal Thema Sociaal domein - Jeugd 25.146 25.202 25.575 25.898

Thema V – Onderwijs en ontwikkeling

Wat willen we bereiken?

V.a. Het aantal laaggeletterde inwoners daalt (MD01, IBK BE3).

In 2021 is een uitvoeringsplan opgesteld voor het non-formele aanbod, in samenwerking met het Taalhuis en de betrokken partners, opgesteld. Daar wordt vanaf 2022 uitvoering aan gegeven binnen de wettelijke kaders.

Het formele taalaanbod is vanaf 2021 in handen van NL Training. zij verzorgen, binnen de kaders van het uitvoeringsprogramma van de regio FoodValley, trainingen en cursussen voor inwoners uit deze regio., waarbij aanbod dichtbij een uitgangspunt is. De focus vanuit het landelijke beleidskader en het regionale kader komt meer te liggen op NT1 (inwoners met Nederlands als eerste taal).

Wat gaan we daarvoor doen?

V.b. Het aantal voortijdig schoolverlaters en thuiszitters is afgenomen (MD06, IBK BE20).

Op basis van de drie programmalijnen zorgen we voor een afname van het aantal voortijdig schoolverlaters en thuiszittens.

De drie lijnen zijn:
1) doorlopende leerlijnen: overstap VO-MBO

2) preventie door vroegsignalering en

3) aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt- jongeren in kwetsbare posities/ oud VSV.

Wat gaan we daarvoor doen?

V.c. Onderwijsachterstandenbeleid: er is een kwantitatief voldoende en kwalitatief goed aanbod van peuteropvang met en zonder voorschoolse educatie.

Binnen de door het rijk beschikbaar gestelde middelen en kader wordt uitvoering gegeven aan het onderwijsachterstandenbeleid. 

Wat gaan we daarvoor doen?

V.d. Faciliteren van het aanbod van vroegschoolse educatie waardoor scholen meer elkaars kennis en expertise kunnen delen en kinderen met een ontwikkelingsachterstand (nog) beter ondersteund kunnen worden.

In 2020 is gestart met inzet van een taalspecialist. De inzet heeft effect en continueren we in 2022. 

Wat gaan we daarvoor doen?

V.e. Iedere jeugdige met een ondersteuningsbehoefte krijgt passende ondersteuning om onderwijs te kunnen volgen.

Met de Samenwerkingsverbanden passend onderwijs wordt OOGO gevoerd over de ondersteuningsplannen.

Wat gaan we daarvoor doen?

V.f. Alle kinderen van 0-13 jaar kunnen in een IKC een doorlopende leer- en ontwikkellijn volgen.

Het kind staat centraal. Onderwijsconcepten en de huisvesting die daarvoor nodig is, zijn hier dienstbaar aan. Wij maken afspraken met schoolbesturen over Integrale Kindcentra en de cofinanciering hiervoor (uit: raadsprogramma).

Op 15 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van Veenendaal de herijking van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020 – 2025 (herijking IHP) vastgesteld.

Wat gaan we daarvoor doen?

V.g. Scholen ondersteunen bij de aanpak van coronavertragingen.

De gemeente ontvangt voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 uit het Nationaal Programma Onderwijs budget een specifieke uitkering van het rijk om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie.  De maatregelen die nodig zijn, worden in samenwerking met de scholen, kinderopvang, buitenschoolseopvang en lokale partijen zoals (jeugdgezondheids)zorg, sport ed. genomen. in een regeling heeft het rijk de bestedingsdoelen vastgelegd. 

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Onderwijs en ontwikkeling

Wij willen dat alle Veenendaalse kinderen en jongeren volop kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te benutten. We vinden een doorlopende leer- en ontwikkellijn in Veenendaal belangrijk. Gelijke kansen begint bij de start. We zetten in op voorkomen van taalachterstanden en via de voorschoolse educatie lopen we achterstanden in. Vanaf 2021 is het IKC beleid en een nieuwe Lokale Educatieve Agenda (LEA) 2021-2024, die is opgesteld samen met het onderwijs en de kinderopvangorganisaties, van toepassing. Ook in 2022 geven we uitvoering aan het beleid.

We hechten er belang aan dat jongeren minimaal een startkwalificaties behalen en leggen daarom de verbinding tussen het RMC en de arbeidsmarkttafel. We bevorderen de verbinding tussen onderwijs, ondernemers en overheid en daarmee het goed functioneren van de arbeidsmarkt. We geven vorm aan de inclusieve arbeidsmarkt.

Beleidsindicatoren Onderwijs en ontwikkeling

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Vroegtijdig schoolver-laters zonder start-kwalificatie (vsv-ers) % Ingrado Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dwz zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. nnb nnb 1,9 nnb nnb nvt
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar. nnb nnb 1,9 nnb nnb nvt
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar. nnb nnb 30 nnb nnb nvt

Verbonden partijen Onderwijs en ontwikkeling

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema Onderwijs en ontwikkeling

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Lokaal onderwijsbeleid (LEA)/Onderwijsagenda 2021-2024 6-okt-20
Regionale uitgangspunten OOGO 30-sep-15
IKC-beleid 15-sep-20
Verordening Leerlingenvervoer 21-mei-14
Integraal Huisvestingsplan 15-okt-20
Regionaal programma basisvaardigheden Arbeidsmarktregio FoodValley 2021 - 2024 23-mrt-21

Taakvelden thema Onderwijs en ontwikkeling

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
4.2 Onderwijshuisvesting Baten -798 -808 -850 -861
Lasten 5.190 5.176 5.344 5.373
Totaal 4.2 Onderwijshuisvesting 4.391 4.368 4.494 4.513
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Baten -1.788 -1.778 -1.781 -1.783
Lasten 3.502 3.524 3.559 3.613
Totaal 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 1.714 1.747 1.778 1.830
6.5 Arbeidsparticipatie Baten -70 -71 -72 -73
Lasten 120 122 124 126
Totaal 6.5 Arbeidsparticipatie 50 51 52 52
Totaal Thema Onderwijs en ontwikkeling 6.156 6.166 6.324 6.395

Thema VI – Sport

Wat willen we bereiken?

VI.a. Nieuwe Kpi’s voor Stichting Sportservice Veenendaal.

Op 20 februari 2020 is het beleidskader sport en bewegen 2020 – 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ vastgesteld. De doelen uit het beleidskader worden omgezet naar Kpi’s voor 2022 voor Stichting Sportservice Veenendaal.

Wat gaan we daarvoor doen?

VI.b. Uitvoering lokaal Sportakkoord.

In 2020 is het sport- en beweegakkoord Veenendaal opgesteld en afgesloten met ruim 35 organisaties in Veenendaal. Het opstarten van de uitvoering van de uitvoeringsplannen van dit akkoord heeft vertraging opgelopen door de coronacrisis. Het jaar 2021 was het eerste jaar waarin de uitvoeringsplannen concreet konden worden omgezet in acties.  In 2022 wordt er specifiek verder ingezet op  de uitvoering  van sport in de openbare ruimte en wordt de samenwerking met het preventie akkoord verder vormgegeven.

Wat gaan we daarvoor doen?

VI.c. Bevorderen gezonde sportkantines en rookvrije sportaccommodaties.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Sport

Samen met Sportservice en alle sportaanbieders geven we uitvoering aan het beleidskader sport en bewegen 2020-2023 en het lokaal sport- en beweegakkoord. Sport heeft een preventieve functie en stimuleert naast de sociale ook de emotionele en fysieke ontwikkeling van in het bijzonder jeugd en jongeren. Het uitgangspunt is dat sport voor iedereen bereikbaar is. Sporten zorgt voor een verbetering van de gezondheid, voor preventie van ziektes en helpt bij de deelname aan de maatschappij.

Beleidsindicatoren Sport

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2020 2021 2022 2020 2021 2022
5.1 Sportbeleid en activering Niet-sporters % Gezondheidsenquête (CBS, RIVM) Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. 49%* nnb 48% 48,7%* nnb nvt
* 2016

Verbonden partijen Sport

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema Sport

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Beleidskader Sport en bewegen 2020 – 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ 20-feb-20
Sportakkoord Veenendaal jun-20
Nationaal Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ 29-jun-18

Taakvelden thema Sport

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
5.1 Sportbeleid en activering Lasten 6.238 6.330 6.425 6.522
Totaal 5.1 Sportbeleid en activering 6.238 6.330 6.425 6.522
5.2 Sportaccommodaties Baten -3.305 -3.354 -3.404 -3.454
Lasten 2.099 2.073 1.838 1.845
Totaal 5.2 Sportaccommodaties -1.206 -1.281 -1.566 -1.609
Totaal Thema Sport 5.032 5.048 4.859 4.913

Thema VII – Cultuur

Wat willen we bereiken?

VII.a. Verhaallijn 1 : een stabiele basis.

Deze verhaallijn heeft betrekking op:

  • Het uitdragen van het belang van kunst en cultuur voor de samenleving;
  • Samenwerking tussen culturele basis-organisaties;
  • Het ontwikkelen van een stabiele culturele infrastructuur in het centrum;
  • Het leggen van de verantwoordelijkheid voor de samenwerking met andere sectoren bij de basis-organisaties.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

VII.b. Verhaallijn 2: Cultuur in de wijken.

Deze verhaallijn heeft een focus op:

  • Het ontwikkelen van de samenwerking tussen de culturele en cultuurhistorische organisaties in het centrum en de maatschappelijke-, zorg- en welzijnsorganisaties in de wijken;
  • Het ontwikkelen van een vaste (culturele) infrastructuur in de wijken (met o.a. programmamanagers in de wijken).

Wat gaan we daarvoor doen?

VII.c. Verhaallijn 3: Iedereen doet mee.

Deze verhaallijn heeft een focus op:

  •  De verbinding van cultuur met vrijetijd- en het sociaal domein;
  •  Inclusiviteit en diversiteit.

Wat gaan we daarvoor doen?

VII.d. Verhaallijn 4: Jong geleerd, oud gedaan.

Deze verhaallijn heeft een focus op:

  • Samenwerking tussen culturele basis-organisaties, scholen, welzijnsorganisatie;
  • Ontwikkelen van doorlopende ontwikkellijnen voor alle bevolkingsgroepen.

Wat gaan we daarvoor doen?

VII.e. Verhaallijn 5: Het verhaal van Veenendaal.

Deze verhaallijn heeft een focus op:

  • Samenwerking tussen culturele basis-organisaties, scholen, welzijnsorganisatie;
  • Ontwikkelen van doorlopende ontwikkellijnen voor alle bevolkingsgroepen;
  • Samenwerking tussen culturele basis-organisaties, scholen, welzijnsorganisaties;
  • Ontwikkelen van doorlopende ontwikkelingen voor alle bevolkingsgroepen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Cultuur

Doelstellingen cultuurbeleid 2018-2021 zijn:

  • Culturele krachten van Veenendaal bundelen, zodat inwoners kunst en cultuur zien en ervaren en er in Veenendaal een levendig en duurzaam cultureel klimaat ontstaat;
  • Een gelijkwaardige samenwerking met inwoners, bezoekers, bedrijven en organisaties;
  • Ruimte bieden voor vernieuwende initiatieven van anderen en hierop het (subsidie)instrumentarium aanpassen;
  • Goede balans vinden in de rol en positie van professionele organisaties en amateurkunstenaars, en tussen publieke en private initiatieven;
  • Via een levendig cultureel klimaat een positieve bijdrage leveren aan de economie en sociale cohesie;
  • Aantoonbaar bijdragen aan het leef- en vestigingsklimaat in onze gemeente en de sfeer in het stadscentrum;
  • De talenten van elk kind of jongere tot ontwikkeling te laten komen door middel van cultuur(educatie), zowel binnen het onderwijs als in de vrije tijd.

Beleidsindicatoren Cultuur

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Verbonden partijen Cultuur

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema Cultuur

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Glans aan de Grift: cultuurvisie 2022-2030 okt-21
Glans aan de Grift: cultuurnota 2022-2025 okt-21

Taakvelden thema Cultuur

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie Baten -1.519 -1.576 -1.598 -1.622
Lasten 4.233 4.311 4.341 4.376
Totaal 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 2.713 2.736 2.743 2.754
5.4 Musea Lasten 348 353 358 363
Totaal 5.4 Musea 348 353 358 363
5.6 Media Lasten 1.926 1.955 1.983 2.013
Totaal 5.6 Media 1.926 1.955 1.983 2.013
Totaal Thema Cultuur 4.987 5.043 5.084 5.130

Thema VIII – Welzijn

Wat willen we bereiken?

VIII.a. De inzet van vrijwilligers en het sociale netwerk is onderdeel van het normale leven (MD03, IBK BE7).

Wat gaan we daarvoor doen?

VIII.b. Versterken van de sociale basis (MD03, IBK BE9).

Wat gaan we daarvoor doen?

VIII.c. Veenendalers nemen verantwoordelijkheid voor eigen zelfredzaamheid en eigen kwetsbaarheid, passend bij de levensfase (MD1, IBK BE1).

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen Welzijn

Stichting Veens Welzijn werkt in 2022 verder aan de opdracht voor het welzijnswerk. Dit doen zij vanuit 4 pijlers: sociale leefbaarheid. vrijwilligers, opvoeden en opgroeien en langer thuis. Het versterken van de sociale basis en het verbinden van (vrijwilligers)organisaties loopt als een rode draad door de opdracht. Het zoeken naar innovatieve mogelijkheden past hierbij. De pilot Welzijn op recept wordt uitgevoerd in samenwerking met partners vanuit de 1e lijns gezondheidszorg. 

De werking en structuur van het vrijwilligersplatform is in 2021 geëvalueerd. De mogelijke vervolgstappen om dit platform te versterken worden in 2022 gezet. 

De opdracht Welzijn wordt ook in 2022 uitgevoerd door Stichting Veens Welzijn. Versterken van de sociale basis en verbindingen leggen tussen (vrijwilligers)organisaties lopen als rode draad door de opdracht. Er wordt gewerkt vanuit 4 pijlers: sociale leefbaarheid, vrijwilligers, opvoeden en opgroeien en langer thuis. 

Beleidsindicatoren Welzijn

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Verbonden partijen Welzijn

Stichting Veens Welzijn: het algemeen doel van de stichting is samen te werken met in het bijzonder partijen in de sociale basis om zo vorm te geven aan het realiseren van maatschappelijke doelen in welzijn ten behoeve van de organisatie van laagdrempelige algemene voorzieningen  en het ontwikkelen, initiëren en organiseren van nieuwe initiatieven op het gebied van welzijn, mede door samenwerking met zorgpartners en vrijwilligersorganisaties en door koppelingen te maken tussen bedrijven en organisaties of personen uit de gemeente Veenendaal met een ondersteuningsvraag. 

Beleid gerelateerd aan thema Welzijn

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Startdocument opdracht welzijn ‘Versterken sociale basis’ 27-6-2019
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-1-2020
Opdracht Welzijn 22-sep-20

Taakvelden thema Welzijn

Taakveld (bedragen x € 1.000) B/L Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Lasten 3.132 2.904 2.971 2.972
Totaal 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 3.132 2.904 2.971 2.972
Totaal Thema Welzijn 3.132 2.904 2.971 2.972