Financieel kader

Financieel vertrekpunt

Het financieel vertrekpunt wordt bepaald door de vastgestelde documenten die van invloed zijn op het financieel perspectief voor de jaren 2022 tot en met 2025, te weten: de Programmabegroting 2021 en meerjarenraming 2022 – 2024, de derde bestuursrapportage over 2020 en de eerste bestuursrapportage over 2021. Onderstaand vindt u in een overzicht dit financieel vertrekpunt. In de tabellen van dit hoofdstuk zijn de negatieve budgettaire effecten met een minteken weergegeven.

Technische richtlijnen

Overeenkomstig de gebruikelijke werkwijze worden bij de start van de nieuwe begrotingscyclus richtlijnen voor de technische financiële parameters opgesteld. Voor de jaren 2022-2025 zijn de volgende parameters gehanteerd:

  • Loonstijging van 1,8% per jaar;
  • Prijsstijging van 1,5% per jaar;
  • Een index van 2,2% voor de kosten Sociaal Domein (betreft gemiddelde van loon- en prijsstijging);
  • Een index van eveneens 1,5% voor de tarieven van de gemeentelijke heffingen;
  • Een rentevoet van 1% voor aan te trekken financieringsmiddelen;
  • Een rentevoet van 0,75% voor investeringen in de grondexploitatie;
  • De bouw van gemiddeld 350 woningen per jaar.

De percentages voor de loon- en prijsstijging zijn gebaseerd op het Centraal Economisch Plan van november/december 2020 van het Centraal Plan Bureau. De index voor de tarieven van de gemeentelijke heffingen is op de verwachte prijsstijging gebaseerd. De rentevoet van 1% is gelijk aan de rentevoet die voor de begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2025 is gehanteerd.

Met ingang van 2016 moet de rentevergoeding voor de investeringen in de grondexploitatie worden bepaald op basis van de voorschriften zoals die zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording(BBV). Het rentepercentage voor de grondexploitatie in 2022 is op 0,75% gesteld. In de lopende begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2025 is dit percentage eveneens 0,75%.

Kadernota 2022-2025

De Kadernota 2022-2025 is op 7 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en uitgewerkt in deze programmabegroting

In de Kadernota is in scenario 2 een uitwerking gegeven van het financieel perspectief in het geval het Rijk € 750 miljoen extra beschikbaar stelt via het Gemeentefonds als compensatie voor de tekorten in het sociaal domein. Op basis van het genoemde bedrag is in scenario 2 in de Kadernota een bedrag aan extra baten van € 2,1 mln. euro opgenomen.

Samenvatting van dit scenario

Nr Voorstel 2022 2023 2024 2025
1 Vroegsignalering 100 100 100 100
Betreft nieuwe taak in het kader van tijdige signalering van schulden ter voorkoming van financiële problemen
2 Cultuurbeleid 300 300 300 300
Stelpost voor het ontwikkelen van een nieuwe cultuurvisie voor de periode 2022-2030 en een nieuwe Cultuurnota.
3 Herwaardering vakmanschap 75 50 50 50
Project om meer aandacht te geven in het primair en voortgezet onderwijs aan techniek en technologie
4 Participatie-expert 80 80 80 80
Het aantrekken van een expert om onze visie (Gemeentelijk participatiebeleid) te vertalen naar de dagelijkse praktijk.
5 Aanvulling informatieveiligheid 0 250 200 150
Uitvoering van het Meerjarenplan Informatiebeveiliging om op dit punt in control te komen en te blijven
6 ICT-Campus 80 80 80
Het opzetten van fieldlabs voor innovaties in het publieke domein (gezonde voeding en gedragsverandering)
7 Onderwijshuisvesting 85 85 85 85
Opvolging van het rapport van de rekenkamer (“onderwijs-huisvesting in Helder Perspectief): versterking van de ambtelijke organisatie
8 Welzijn op recept 60
Uitwerking van een businesscase waartoe de raad bij de vaststelling van de begroting 2021 bij motie heeft besloten
9 Formatie-uitbreiding WMO 225 300 300 300
Aantrekken van extra formatie op basis van het onderzoeksbureau AEF
10 Afboeken Dr. Colijnstraat 139
Betreft afboeking grondwaarde in het kader van de voorgenomen investeringen in het Franse Gat
11 Afboeken W.C. Beeremansstraat 29
Idem als punt 10
11 Wet kwaliteitsborging 45 45 45 45
Door de nieuwe wet (1-1-2022) zullen de legesopbrengsten voor bouwvergunningen verder dalen. Aanvullende raming ten opzichte van 2021
12 Integrale aanpak Franse Gat 85
Opstellen van een integrale visie voor het sociaal domein voor het hele Franse Gat.
13 Omgevingswet (vaste bodem) 48 48 48 48
De gemeenten worden ‘bevoegd gezag’ war het gaat om de vaste bodem (voorheen waren dat de provincies). De beleidsmatige taken worden uitbesteed aan ODRU wat een kostenstijging betekent.
14 uitvoering Omgevingswet 255 255 255 255
Er is extra formatie nodig om de invoering praktische invulling te geven.
15 Taakuitvoering Omgevingswet 80 80 80 80
ODRU voert het basistakenpakket Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving uit. De nieuwe Omgevingswet vereist een andere manier van werken wat een extra kostenpost betekent.
16 Stikstof Binnenveld fase2 100
In dit pilotgebied wordt dicht bij het natura 2000 gebied gewerkt aan een innovatieve stikstofreductie. Voor de 2e fase is een stelpost van 100K opgenomen.
17 Rondwegproblematiek 30 30 30 30
De looptijd van het project duurt langer dan was voorzien, mede vanwege de stikstofproblematiek. Hierdoor is extra begeleiding van het project nodig.
18 inwerkprogramma gemeenteraad 15
19 preventie polarisatie 80 80 80 80
Vanuit verschillende geledingen wordt samengewerkt aan een inclusieve samenleving en aan het tegengaan van polarisatie die leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, radicalisering en verschillende vormen van extremisme. Voor deze verdere aanpak vanuit de gemeente ontbreekt de benodigde capaciteit.
20 jeugd en veiligheid 85 85 85 85
Jeugdoverlast en specifiek de groepsaanpak jeugd blijven om structurele aandacht vragen. Een structurele borging, middels het aantrekken van een adviseur is noodzakelijk.
21 fraudebestrijding in de zorg 85 85 85 85
Het is van belang dat zichtbaar is dat de gemeente kritisch is op de juiste besteding van de middelen en aandacht besteed aan de terugvordering van onterecht betaalde uitkeringen. Om die reden is het voornemen een fte in te vullen voor de opsporing van fraudegevallen.
Totaal 1913 1953 2042 1802


De uitgebreide toelichting op deze voorstellen is opgenomen in de Kadernota 2022-2025.

Invulling pm posten Kadernota

Audits en formatie AVG

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gaat over het goed beschermen van persoonsgegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens (externe toezichthouder) luidt om die reden ook de noodklok. Zij ziet een explosieve toename van hacks en datadiefstal. Persoonsgegevens zijn steeds vaker het doelwit geworden van criminelen. Dit zorgt ervoor dat voldoen aan de AVG een continue proces is waarin we de risico's vaststellen en daarbij ook maatregelen nemen om deze te mitigeren.

Het nieuwe Strategisch beleidskader Privacy is vastgesteld waarin een meer risico-gestuurde aanpak centraal staat. Privacy vormt (naast informatiebeveiliging, archivering en rechtmatigheid) een van de vier pijlers van het Veense kwaliteitssysteem voor de gemeentelijke organisatie en bedrijfsvoering. Hierin komen de normen terug die nodig zijn voor een goede naleving op de AVG. De normen zijn vertaald naar normen op organisatie niveau, maar ook op het niveau van applicaties als ook op het niveau van processen. Het sturen op risico's als ook de nodige maatregelen borgen wordt de komende jaren het aandachtspunt. Hierin wordt voornamelijk samengewerkt met informatiebeveiliging als ook met archivering, vanwege de overlapping in de disciplines. Daarnaast voeren we de andere wettelijke verplichtingen van de AVG uit zoals rechten van de betrokkene, datalekkenprocedure, register van verwerkingen etc.

De reikwijdte van de verantwoordelijkheid van de gemeente gaat over alle interne processen maar ook over alle processen die we uitbesteden aan derde partijen (verwerkers). We moeten ook regie uitoefenen op de risico's bij de verwerkers, juist om te voorkomen dat we daar niet in control zijn. Voor een goede wijze van uitvoering van de tweede lijn, wordt er structurele formatie uitbreiding van 0,67 fte gevraagd. Dit is noodzakelijk voor de wens om naar risico gestuurd te gaan werken en ondersteuning te bieden aan de teamleiders hiervoor.

Daarnaast wordt er door team Control een jaarlijks budget van € 20.000 gevraagd om audits of risico analyses uit te voeren. Kijkend naar de verwerkingen van de gemeente zijn 4 audits per jaar wenselijk, waarbij de focus wordt gelegd op hoog risico verwerkingen en leveranciers zoals IoT (Internet of Things), interne audit WPG (Wet politiegegevens met name voor de ondersteunende cloud applicatie) als ook verwerkingen met complexe samenwerkingsverbanden of data-uitwisselingen.

Moties met financiële gevolgen

De raad heeft bij de Kadernota per motie een aantal beleidsuitspraken gedaan zonder daar dekking bij te leveren. Gezien de beperkte financiële impact en de ruimte heeft het college deze verwerkt in deze begroting. Wij wijzen er wel op dat het gebruikelijk is dergelijke investeringen via een amendement ook van een dekking te voorzien.

NK wielrennen 

In deze motie werd verzocht om tijdens de wielerwedstrijd Veenendaal - Veenendaal in 2022 als side-event het onderdeel NK Raadsleden te organiseren. Met Sportservice Veenendaal en de organisatie worden gesprekken gevoerd in hoeverre hiertoe mogelijkheden zijn en welke financiële consequenties hier uit voortkomen. De uitvoering van de side-events ligt bij Sportservice Veenendaal onder auspiciën van de organisatie.  Een ruwe schatting van de kosten voor de organisatie hiervan bedraagt € 10.000. Hierbij is rekening gehouden met een eigen bijdrage van de deelnemers. De voornaamste kosten voor de organisatie komen voort uit de organisatiekosten en begeleiding van de activiteit(en). Dit bedrag is conform de motie in de programmabegroting 2022-2025 opgenomen.

Motie Publiekscampagne "WIJ ... doorbreken de cirkel van geweld"

De raad heeft opdracht gegeven om de publiekscampagne "WIJ... doorbreken de cirkel van geweld" te organiseren. Deze campagne wordt aangeboden door OPEN MIND, landelijke organisatie vanuit het landelijke actieprogramma Geweld hoort Nergens Thuis. Samen met Rhenen en Renswoude organiseren we de campagne in deze drie gemeenten. De campagne is nu gepland in 2e kwartaal 2022, na de gemeenteraadsverkiezingen. Het plan van aanpak waar de motie over spreekt, wordt per raadsinformatiebrief in februari 2022 met de raad gedeeld. Het uitvoeren van de motie kost ongeveer € 4.000,- waarvan er € 2.000,- wordt gefinancierd uit het reguliere budget Huiselijk Geweld. Voor 2022 wordt daarom € 2.000,- extra eenmalig aangevraagd.

Openbare bekendmakingen digitaal en in lokaal huis-aan-huis blad

De uitvoering van deze motie is structureel verwerkt via de 2e bestuursrapportage 2021.

In onderstaande tabel staan de moties die verwerkt zijn in deze programmabegroting.

 

Nummer Onderwerp Programma Hoofdstuk
M2021.34 Veenendaal Schoon Fysieke leefomgeving Programma 1 / actuele ontwikkelingen
M2021.50 Overleg vrijwilligersorganisaties Sociale leefomgeving Programma 3 / actuele ontwikkelingen
M2021.52 Stimuleren werkgevers om mensen met arbeidsbeperking kansen te bieden Sociale leefomgeving Programma 3 / actuele ontwikkelingen
M2021.54 Re-animatiecursus op VO Sociale leefomgeving Programma 3 / actuele ontwikkelingen
M2021.55 NK Raadsleden tijdens Veenendaal-Veenendaal Sociale leefomgeving Programma 3 / actuele ontwikkelingen
M2021.57 Sociale coöperaties in de bijstand Sociale leefomgeving Programma 3 / actuele ontwikkelingen
M2021.63 Wij doorbreken de cirkel van geweld Burger en bestuur Financieel kader
M2021.65 Openbare bekendmakingen Burger en bestuur Financieel kader

Ontwikkelingen tussen Kadernota 2022-2025 en Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

Achtereenvolgens komen in deze paragraaf aan de orde:

a. Ontwikkelingen algemene uitkering

b. Raadsbesluiten

c. Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2021

d. OPOR

e. Extra formatie historisch archief

f.  Harmonisering individuele studietoeslag

a. Ontwikkelingen algemene uitkering

a.1 Meicirculaire 2021

Algemene mutaties
De meicirculaire bevat een aantal algemene en taakmutaties. Algemene mutaties hebben invloed op het begrotingssaldo van de gemeente en zijn vanaf 2022 in deze programmabegroting verwerkt. Taakmutaties zijn mutaties in de algemene uitkering die gerelateerd zijn aan een extra taak of uitbreiding van een taak. Deze zijn voor de jaren 2022 tot en met 2025 reeds verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2021. Onderstaand wordt u het integrale beeld van de meicirculaire 2021 gepresenteerd en toegelicht (dus inclusief de effecten voor het jaar 2021 die al verwerkt zijn in de 2e bestuursrapportage 2021). De effecten van de algemene mutaties zijn:

(bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
Inkomsten
Gemeentefonds Accressen 2022 t/m 2026 - -458 -917 -1.321 -1.440
Afrekening BCF 2020 349 - - - -
Stelpost BCF 2021 t/m 2024 280 280 280 280 280
stelpost herverdeling gemeentefonds 500
Technische mutaties:
- Ontwikkeling uitkeringsbasis -302 -209 -307 -396 -520
- WOZ 463 467 489 512 536
- Overige mutaties -13 -131 -124 -118 -72
Subtotaal effect van de meicirculaire op het begrotingssaldo 777 449 -579 -1.043 -1.216


De uitkomsten van de meicirculaire 2021 leveren een voordelig effect op in 2021 (€ 777.000), 2022 (€ 449.000), en een nadelig effect in 2023 (€ 579.000), 2024 (€ 1.043.000) en 2025 (€ 1.216.000).

Toelichting op de algemene mutaties:

Accressen
Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet.

Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres volgens afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand in 2020. Het merendeel van deze bijstelling wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling. Ten opzichte van de meicirculaire 2020 verwacht het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Ook andere ontwikkelingen in latere jaren, zoals lagere EU-afdrachten als gevolg van het vorig jaar afgesloten Europees Meerjarig Financieel Kader, zorgen voor een lagere volumegroei.

Voor onze gemeente leidt de aanpassing van de accressen tot een verlaging van de algemene uitkering met € 458.000 in 2022, € 917.000 in 2023, € 1.321.000 in 2024 en € 1.440.000 in 2025.

Afrekening en stelpost Btw-compensatiefonds (BCF)
Gemeenten hebben in 2020 nog minder gedeclareerd bij het Btw-compensatiefonds dan eerder gedacht. In de septembercirculaire 2020 ging men uit van een onderschrijding van € 96 miljoen. Nu vindt de afrekening plaats, voor een totaalbedrag van € 192 miljoen. De afrekening vindt plaats in 2021 als een incidentele compensatie. Voor Veenendaal gaat het over 2020 om een aanvullende uitkering van € 349.000.

Deze afrekening heeft echter ook structurele gevolgen. Voor de begroting 2021 en volgende jaren is aangegeven dat de raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2020, zijnde macro € 192 miljoen in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen.

In de gemeentelijke begroting is structureel rekening gehouden met een bijdrage van € 410.000. Op basis van de afrekening 2020 bedraagt de bijdrage € 690.000. Geadviseerd wordt om het verschil, ad € 280.000, structureel in de meerjarenbegroting op te nemen (conform de provinciale richtlijn). Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering in 2021 met € 629.000. Vanaf 2022 is sprake van een verhoging van de algemene uitkering met € 280.000.

Ontwikkeling uitkeringsbasis
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de hoeveelheidsverschillen. De hoeveelheden zijn voor meerdere maatstaven in de meicirculaire gewijzigd op basis van de meeste actuele gegevens. De wijzingen in de aantallen zijn onder meer zichtbaar bij de maatstaven inwoners en bijstandsontvangers. De uitkeringsbasis heeft ten opzichte van de septembercirculaire 2020 een dalende tendens. Dat is vooral het gevolg van dalende aantallen bijstandsontvangers omdat de instroom door de corona-pandemie meevalt. Daarnaast is sprake van een geringere stijging van de aantallen inwoners en jongeren ten opzichte van de vorige circulaire.

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis leidt tot een verlaging van de algemene uitkering in 2021 met € 302.000, € 209.000 in 2022, € 307.000 in 2023 en € 396.000 in 2024 en € 520.000 in 2025.

WOZ-waarde
De WOZ-waarden zijn in deze circulaire aangepast aan de recente waardeontwikkeling. Daarnaast zijn de rekentarieven voor de WOZ aangepast op onder meer de inflatie in 2020. Per saldo leidt dit voor Veenendaal een verhoging van de algemene uitkering van € 463.000 in 2021, € 467.000 in 2022, € 489.000 in 2023, € 512.000 in 2024 oplopend naar € 536.000 in 2025.

Overige mutaties
In de meicirculaire zijn tevens de volgende mutaties doorgevoerd:

  •  De structurele doorwerking van het inzetten van de verdeelreserve vanuit de decembercirculaire;
  •  De afrondingen van de uitkeringsfactor.

Per saldo leiden deze mutaties tot een verlaging van de algemene uitkering met € 13.000 in 2021, € 131.000 in 2022, € 124.000 in 2023, € 118.000 in 2024 en € 72.000 in 2025.

a.2 Nadere ontwikkelingen m.b.t. gemeentefonds

Na het verschijnen van de meicirculaire 2021 hebben zich de volgende ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds (algemene uitkering) voorgedaan:

  1. Brief ‘Verdeelwijze incidentele middelen jeugdzorg 2022’;
  2. Provinciale richtlijn middelen jeugdzorg 2023 en volgende jaren;
  3. Aangepast verdeelvoorstel Gemeentefonds;
  4. Overleg VNG met Rijk.

1. Brief ‘Verdeelwijze incidentele middelen jeugdzorg 2022’
Op 18 mei 2021 heeft de Commissie van Wijzen uitspraak gedaan en advies gegeven over het geschil tussen het Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg.

Het Kabinet heeft vervolgens, na overleg met de gemeenten, besloten om in 2022 in totaal € 1,314 miljard extra beschikbaar te stellen voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Het totaal komt hiermee op € 1,828 miljard. Daarbij committeren de gemeenten zich aan de Hervormingsagenda die invulling geeft aan een set aan maatregelen die in 2022 direct een besparing van € 214 miljoen moeten opleveren, oplopend in de jaren daarna.

De Commissie van Wijzen houdt daarbij het onderstaande meerjarige overzicht (op macroniveau) aan.

x € 1 miljoen
JEUGD 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
MACRO
Extra middelen (cf. afspraken Rijk-VNG 2022) 1.828 1.828 1.828 1.828 1.828 1.828 1.828
Bezuiniging maatregelen -214 -374 -463 -570 -961 -1.017 -1.017
Subtotaal 1.614 1.454 1.365 1.258 867 811 811
Reeds opgenomen in de begroting -300 -300 -300 -300 -300 -300 -300
Totaal 1.314 1.154 1.065 958 567 511 511

Afgesproken is ook dat een nieuw kabinet over de structurele financiën (vanaf 2023) en de noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel zal besluiten.

2. Provinciale richtlijn verwerking middelen jeugdzorg in de meerjarenraming 2023-2025
De provincies hebben, vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet, gezamenlijk afgesproken dat gemeenten maximaal 75% van de bedragen onder de Hervormingsagenda (zie hierboven) voor de jaren 2023 tot en met 2025 in hun meerjarenraming mogen opnemen.

Het besluit over de extra beschikbare middelen in 2022 en de verwerking van de provinciale richtlijn hebben de volgende budgettaire consequenties voor ons meerjarenperspectief:

x € 1 miljoen
JEUGD 2022 2023 2024 2025
MACRO
Extra middelen (cf. afspraken Rijk-VNG 2022) 1.828 1.828 1.828 1.828
Af: Bezuiniging maatregelen -214 -374 -463 -570
Subtotaal 1.614 1.454 1.365 1.258
Provinciale richtlijn: 75% vanaf 2023 1.614 1.091 1.024 944
Reeds opgenomen in de begroting -300 -300 -300 -300
Totaal 1.314 791 724 644
VEENENDAAL
Uitkering Veenendaal 7,41 5,01 4,70 4,33
Reeds opgenomen in de begroting -1,40 -1,40 -1,40 -1,40
Extra budget 6,01 3,61 3,30 2,93

De extra bijdrage voor de jeugdzorgproblematiek bedraagt op basis van 100% afgerond € 6 miljoen in 2022. Op basis van 75% is de bijdrage in 2023 € 3,6 miljoen, € 3,3 miljoen in 2024 en € 2,9 miljoen in 2025.

3. Aangepast verdeelvoorstel Gemeentefonds
Op 9 juli jl. heeft minister Ollongren (BZK) nieuwe stukken naar de Tweede Kamer gestuurd over de herijking van het gemeentefonds in 2023. Dit nadat het voorstel van februari jl. met veel scepsis werd ontvangen en de minister besloot om het verdeelmodel nog eens goed tegen het licht te houden. Er is een aantal verbeteringen in het model aangebracht. De verdeling van het Sociaal Domein is aangepast waardoor de uitlegbaarheid en de plausibiliteit van de verdeling is verbeterd. Ook is de verwerking van de overige eigen middelen (OEM) gewijzigd. Die worden niet meer berekend aan de hand van de kosten van een gemeente maar via een bedrag per inwoner. De ingrepen laten onverlet dat er sprake blijft van forse herverdeeleffecten.

De stukken liggen op dit moment ook voor advies bij de VNG en de Raad voor Openbaar Bestuur. De nieuwe verdeling moet in 2023 ingaan en zal stapsgewijs worden ingevoerd, met een maximum nadeel van € 15 per inwoner per jaar.

Voor Veenendaal laat de herverdeling op basis van dit aangepaste voorstel op dit moment een nadelig effect zien van ca. € 10 per inwoner. In onze meerjarenraming hebben we vanaf 2023 rekening gehouden met een nadelig effect van structureel € 500.000.

De provincie geeft in haar ‘Circulaire begrotingsrichtlijnen en toetsingsaspecten 2022’ aan het zeer voorbarig te vinden om op dit moment al rekening te houden met de mogelijke uitkomsten van de herverdeeleffecten en raadt ons aan om het voorzichtigheidsbeginsel te hanteren bij het opstellen van de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025.

Daarom wordt voorgesteld om de stelpost van € 500.000 vanaf 2023 vooralsnog op dit niveau te handhaven. Hierbij wordt aangetekend dat de huidige uitkomsten nog onzeker zijn omdat het een voorstel betreft waarover het nieuwe kabinet een besluit zal nemen en de cijfers nog voorlopig zijn (o.b.v. de werkelijke cijfers uit 2019). Uiteindelijk zal de herverdeling plaatsvinden o.b.v. de gegevens over 2023. 

4. Overleg VNG met Rijk
De VNG heeft, zoals dat door de leden in de algemene ledenvergadering is geformuleerd, bij het Rijk aangegeven dat de herijking van het gemeentefonds alleen kan slagen als de financiën van de gemeenten structureel op orde worden gebracht. Met de uitspraak van de arbitragecommissie Jeugd en de afspraken hierover in de Hervormingsagenda Jeugd is hierin een eerste stap gezet.

Het nieuwe kabinet zal echter besluiten over de structurele bekostiging die hoort bij de hervormingsagenda. Om de financiën van gemeenten structureel op orde te brengen, moet nog een cruciale stap worden gezet gecombineerd met het schrappen van de opschalingskorting en het abonnementstarief in de Wmo.

Wij zullen u hierover informeren zodra er nadere afspraken gemaakt zijn.

a.3 Samenvattend budgettair effect
In onderstaand overzicht vindt u samenvattend de budgettaire effecten van bovenstaande ontwikkelingen op de algemene uitkering in de jaren 2022-2025.

(bedragen x € 1.000) 2022 2023 2024 2025
Inkomsten
Gemeentefonds Meicirculaire 2021 449 -579 -1.043 -1.216
Extra middelen jeugd 6.010 3.610 3.300 2.930
Subtotaal budgettair effect op het begrotingssaldo 6.459 3.031 2.257 1.714

De geraamde inkomsten vanuit het gemeentefonds kunnen, ten opzichte van de Kadernota 2022-2025, in deze programmabegroting opgehoogd worden met € 6.459.000 in 2022, € 3.031.000 in 2023, € 2.257.000 in 2024 en € 1.714.000 in 2025.

a.4 Septembercirculaire

Zeer recent is de septembercirculaire 2021 verschenen. Wij zullen u, voorafgaand aan de behandeling van deze programmabegroting in de raadsvergadering van 5 november, separaat over deze circulaire informeren.

b. Raadsbesluiten

Amendement IKC Veenendaal Oost

In de Kadernota 2022-2025 is het Meerjareninvesteringsplan voor de jaren 2022-2025 opgenomen en zijn de jaarlijkse kapitaallasten geraamd. De uitvoeringsagenda behorende bij het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2024 is in de Kadernota 2022-2025 op basis van het voorkeursscenario van het college in het geactualiseerde MIP meegenomen. Met het aannemen van Amendement 2021.15 Nieuwbouw school in Veenendaal-oost (IKC Veenendaal-Oost) op 24 juni 2021 veranderen de investeringsbedragen en de bijbehorende kapitaallasten ten opzichte van de Kadernota 2022-2025. Deze nemen toe met gemiddeld € 34.000 per jaar in de periode 2022-2025, zijnde rentelasten over de investeringen voor de oplevering .

Ontwerpbegroting 2022 GGD regio Utrecht

Op 24 juni 2021 besloot de raad een zienswijze te geven op de Ontwerpbegroting 2022 van de GGD regio Utrecht. In deze zienswijze geeft de raad aan dat de GGDrU een realistische onderbouwing van de Ontwerpbegroting 2022 geeft.

De begroting van de GGDrU wordt jaarlijks aangepast aan de cijfers zoals opgenomen in de circulaire waarop de algemene uitkering van de gemeente is gebaseerd. Het totale bedrag voor 2022 is bepaald op € 2.545.298,-. De ontwerpbegroting 2022 van de GGDrU leidt voor Veenendaal tot een verhoging van de bijdrage van € 70.242, - ten opzichte van de begroting 2021 van de GGDrU. Deze verhoogde bijdrage wordt grotendeels veroorzaakt door versterking van de privacy- en informatiebeveiliging en een gestegen inwonerbijdrage en kindbijdrage als gevolg van loonindexatie en prijsindexatie. Het verschil ten opzichte van de gemeentelijke meerjarenbegroting bedraagt € 50.762,- en is verwerkt in deze programmabegroting.

Aanbesteding accountant

De interim-controle en de controle op de jaarrekening 2022  ligt ca. € 30.000,- hoger dan in de meerjarenraming 2022-2024 is opgenomen vanwege de nieuwe aanbesteding van de accountant. De dekking van de toename van de kosten voor de uitvoering van de accountantsdiensten is verwerkt in deze Programmabegroting. 

c. Structurele effecten 2e bestuursrapportage 2021

In de raadsvergadering van 14 oktober 2021 wordt de 2e bestuursrapportage 2021 vastgesteld. In deze rapportage is een aantal ontwikkelingen opgenomen die een structurele doorwerking hebben naar de jaren daaropvolgend. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de 2e bestuursrapportage 2021.

d. OPOR

Groot asfaltonderhoud (grotendeels wegen op bedrijventerreinen)

Tot het jaar 2020 waren uitgaven voor groot onderhoud in het MIP opgenomen. Dit omdat vaak een combinatie met rioolwerkzaamheden kon worden gemaakt. Omdat deze koppeling steeds minder vaak mogelijk is en vanwege de voorschriften in het BBV) mogen dergelijke uitgaven niet meer geactiveerd worden, maar komen direct ten laste van de exploitatie. Uitzonderingen zijn wanneer er sprake is van ‘verlenging van de levensduur’ (bijvoorbeeld door extra ingrepen) of kwaliteitsverbetering (bijv. verbetering verkeersveiligheid). De meerjarenplannen zijn verder uitgewerkt. Daarbij is in beeld gebracht welke wegen de komende jaren voor groot onderhoud in aanmerking komen en in welke gevallen deze uitgaven volgens de voorschriften toch geactiveerd kunnen worden Voor de jaren 2022-2025 wordt de reserve onderhoud wegen plus een eenmalige storting van ruim € 1,7 miljoen in 2022 ingezet. De storting is opgenomen in deze Programmabegroting.

Data top 15

Wij bereiden ons voor op de mogelijkheden van zelfrijdend vervoer. Het rijk heeft hiervoor een wettelijk verplicht pakket aan maatregelen (verzameling data) opgesteld, de zogeheten data top 15. Hierin worden allerlei gegevens gevraagd (digitalisering verkeersbesluiten, realtime overzicht werkzaamheden, gegevens verkeerslichten (vanaf 2023 iVRI), controle areaalgegevens) die niet alleen de komende jaren inspanning vragen om ze te verzamelen, maar ook daarna structureel tijd kosten om ze actueel te houden. Dit vraagt ontwikkeling van digitale systemen en uitvoeringscapaciteit. De structurele kosten vanaf 2022 ad € 221.634 zijn in deze Programmabegroting opgenomen.

e. Extra formatie historisch archief

Op grond van de Archiefwet worden overheidsorganen verplicht tot een zorgvuldig beheer van de archiefbescheiden. Geconstateerd is dat de beheeractiviteiten op basis van de huidige formatie niet volledig conform de wettelijke taak kunnen worden uitgevoerd. Hierdoor loopt de organisatie risico dat het archief niet meer in een goede, geordende en toegankelijke staat is en dus niet voldoet aan de wettelijke kaders. Dit speelt op dit moment  al voor enkele specifieke archiefbestanden waaronder het archiefbestand 1942-1990, de personeelsdossiers en het archief burgerzaken. Daarnaast kan de publieksfunctie (het nog meer zichtbaar maken van het gemeentearchief) onvoldoende worden ingevuld. Voorgesteld wordt daarom om de formatie voor het historisch archief vanaf 2022 met 1 fte uit te breiden. De kosten van de uitbreiding bedragen € 63.000 op jaarbasis.

f. Harmonisering individuele studietoeslag

Het college wil per 1 januari 2022 het bedrag van de Individuele studietoeslag (IST) verhogen vooruitlopend op het wetvoorstel Breed offensief. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de minister hebben gemeenten hiertoe opgeroepen. Deze toeslag wordt verhoogd conform het geharmoniseerde normbedrag dat is opgenomen in het genoemde wetsvoorstel. De Individuele studietoeslag is een regeling in de Participatiewet voor studenten en scholieren van 18 jaar en ouder die vanwege een structurele medische beperking geen inkomsten uit arbeid (bijvoorbeeld uit een bijbaan) kunnen verwerven naast hun voltijdstudie.

De extra jaarlijkse kosten voor het verhogen van deze toeslag bedragen minimaal € 25.000.

Sociaal Domein

We gaan ervan uit dat de kosten van het sociaal domein zonder het nemen van maatregelen verder zullen stijgen. Deze stijging is met name het gevolg van het groeiend jeugdhulpgebruik en/of hogere kostprijzen en bij de Wmo van een verdere groei bij Begeleiding Individueel en Schoonmaakondersteuning.

Het uitgangspunt vanuit het raadsprogramma is dat het budgettaire kader gevormd wordt door de door het rijk beschikbaar gestelde budgetten van de drie domeinen samen. De eerder geprognotiseerde tekorten in de komende jaren moeten zodoende opgevangen worden door de reeds vastgestelde maatregelen en mogelijk nog te nemen maatregelen binnen het sociaal domein. In dit kader zijn maatregelen genomen waarbij rekening gehouden wordt met een groeipad voor de realisatie van de besparingen, waarbij de (incidentele) tekorten ten laste en (incidentele) baten ten gunste van de algemene middelen gebracht worden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf ''Uitgebreide informatie m.b.t. de majeure ontwikkelingen''.

Sluitende begroting

De Programmabegroting dient volgens de begrotingsvoorschriften (BBV) structureel en reëel in evenwicht te zijn. De provincie, als toezichthoudend orgaan, zal bij haar beoordeling van de begroting met name dit criterium hanteren bij haar toezichtsbesluit.

Concreet dient de begroting in 2022 sluitend te zijn. Als dit niet het geval is, dan dient de begroting 2025 sluitend te zijn. Met een sluitende begroting wordt bedoeld dat in enig jaar de begroting geen negatief saldo vertoont en de structurele lasten in dat jaar gedekt worden door de structurele baten.

Deze Programmabegroting is daarom een sluitende begroting, aangezien we in 2022 een positief saldo hebben en de structurele lasten in dat jaar gedekt worden door structurele baten. We voldoen hiermee aan de voorschriften vanuit het BBV en het toezichtskader van de Provincie.

Risico's

Belangrijk voor een goede beoordeling van het financieel meerjarenperspectief zijn, naast de verwachte begrotingssaldi, ook de risico’s en het vermogen om deze risico’s op te kunnen vangen als ze zich voordoen. De belangrijkste risico’s zijn op dit moment:

1. Sociaal domein
De raad heeft maatregelen vastgesteld om de lasten van het sociaal domein binnen de vastgestelde kaders te houden. Het is onzeker of deze maatregelen en nog te besluiten maatregelen binnen het sociaal domein het benodigde (financiële) effect hebben en of dit effect in het afgesproken tijdpad plaats zal vinden.

2. Coronacrisis
Hoewel de coronapandemie wereldwijd gezien nog altijd een groot probleem is, lijkt de situatie in Nederland zich snel te verbeteren. Er is ruimte voor het versoepelen van de beperkende maatregelen en we kunnen weer ‘vooruit’ kijken. De economie herstelt zich snel, maar de recessie in 2020 heeft grote weerslag gehad op ondernemers en de samenleving. Er blijven zorgen want het (onvoorspelbare) virus is niet weg en de coronapandemie is nog niet voorbij. Daarmee blijven de eventuele effecten van de coronapandemie een belangrijk risico in deze programmabegroting en zullen we de situatie ook in 2022 nauwgezet monitoren en de raad over de eventuele ontwikkelingen op de hoogte houden. Zie ook de informatie in paragraaf “Uitgebreide informatie m.b.t. de majeure ontwikkelingen”.

3. Bijstandsverlening
Gemeenten ontvangen van het rijk een gebundelde uitkering welke toereikend wordt geacht om de bijstandsuitkeringen uit te kunnen betalen (BUIG-budget). De afgelopen jaren kende de gemeente Veenendaal een voordelig resultaat van meer dan 10% ten opzichte van de rijksmiddelen. Op basis hiervan zijn de beschikbare middelen in onze gemeentelijke meerjarenbegroting voor de uitvoering van deze taak sinds enkele jaren structureel naar beneden bijgesteld.

Tijdens de coronacrisis waren er verschillende scenario's over de ontwikkeling van het bijstandsbestand voor de jaren 2020 t/m 2023. Zowel landelijk als lokaal hielden we rekening met een forse groei van het aantal bijstandsuitkeringen. Inmiddels (augustus 2021) zien we dat de arbeidsmarkt zich sneller herstelt dan verwacht en dat een eerdere bovengemiddelde stijging van het aantal bijstandsontvangers tot stilstand is gekomen. Tegelijk is er echter nog veel onzeker. Zo stoppen per 1 oktober 2021 de inkomensondersteunende coronamaatregelen: momenteel kan nog niet worden ingeschat wat de impact hiervan zal zijn op de arbeidsmarkt en vervolgens (al dan niet vertraagd) op onze bestandsontwikkeling. Een andere onzekerheid is de ontwikkeling van het BUIG-budget: het voorlopig BUIG-budget 2022 wordt naar verwachting eind september of begin oktober 2021 bekend gemaakt, mede aan de hand van landelijke ontwikkelingen en verwachtingen. Op basis van een analyse worden de (financiële) effecten -zoals gebruikelijk- verwerkt in de derde bestuursrapportage. 

Voor een nader specificatie van de risico's wordt verwezen naar paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Algemene reserve/weerstandsvermogen

De ontwikkeling van de algemene reserve ziet er, na de verwerking van de 2e bestuursrapportage 2021, als volgt uit:

 

 

Algemene reserve (bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
Saldo in 2e berap 2021 18.745
Tussenstap Visie Stadspark (raad 16 september 2021) -60
Correctie resultaat berap 3 2020 tlv AR (2e berap 2021) -125
Resultaat 2e berap 2021 1.369
Saldo per 28-09-2021 19.929 20.315 20.828 19.775 19.779


De geprognosticeerde stand van de algemene reserve bedraagt per 31/12/2025  afgerond € 19,8 miljoen. In een eerder stadium heeft de raad het minimumbedrag van de algemene reserve bepaald op € 16,5 miljoen. Ten opzichte van dit minimumbedrag komt de huidige prognose € 3,3 miljoen hoger uit.

De risico's zijn voor deze Programmabegroting opnieuw geïnventariseerd en uit deze inventarisatie blijkt dat minimaal € 12,5 miljoen aan weerstandcapaciteit nodig is om de risico's verantwoord af te kunnen dekken.  Met een verwachte stand van de algemene reserve van € 19,8 miljoen is er voldoende buffer om de risico's op te kunnen vangen. Voor de specifieke risico's en  de weerstandscapaciteit wordt verwezen naar paragraaf A  Weerstandvermogen en risicobeheersing.

We zien in de komende jaren meerdere ontwikkelingen op ons afkomen die een solide algemene reserve noodzakelijk maken. We denken daarbij onder andere aan de verwachte kostenstijging van het onderhoud in de openbare ruimte,  de herijking van het gemeentefonds en de bouw van het IKC in Veenendaal-Oost. Mogelijk dat deze ontwikkelingen leiden tot een incidenteel beslag op de algemene reserve. Ons beleid is er daarom op gericht om terughoudend om te gaan met de inzet van de algemene reserve en deze als buffer beschikbaar te houden voor de ontwikkelingen in de komende jaren.

Overeenkomstig het bestaande beleid worden de te verwachten begrotingssaldi vanuit deze programmabegroting verrekend met de algemene reserve.

Bij verrekening van de begrotingssaldi in de jaren 2022 tot en met 2025 met de algemene reserve komt het plaatje er als volgt uit te zien:

Algemene reserve (bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
Stand per 1/1 19.929 20.315 20.828 19.775 19.779
Verrekening begrotingssaldo 2022 1.191 1.191 1.191 1.191
Verrekening begrotingssaldo 2023 28 28 28
Verrekening begrotingssaldo 2024 -496 -496
Verrekening begrotingssaldo 2025 -1.409
Stand na verrekening begrotingssaldi 19.929 21.506 22.047 20.498 19.093


Uit bovenstaand overzicht blijkt dat verwachte stand van de algemene reserve in 2025, na verrekening van de begrotingssaldi van deze Programmabegroting, afgerond € 19,1 miljoen bedraagt.  Zoals eerder aangegeven wordt voorgesteld om de algemene reserve beschikbaar te houden voor het afdekken van de risico's en de (incidentele) effecten van de ontwikkelingen in de komende jaren.

Uitgebreide informatie m.b.t. de majeure ontwikkelingen

In het voorgaande zijn de majeure onderwerpen al kort genoemd. Om de leesbaarheid zo optimaal mogelijk te maken is verdere gedetailleerde informatie per onderwerp verder uitgewerkt.

Na corona, anticiperen op een nieuwe werkelijkheid

De jaren 2020 en 2021 hebben voor een belangrijk deel in het teken gestaan van het coronavirus. De economische recessie als gevolg van de coronapandemie heeft grote weerslag gehad op ondernemers en de samenleving.

Hoewel de coronapandemie wereldwijd gezien nog altijd een groot probleem is, lijkt de situatie in Nederland zich snel te verbeteren. Het aantal besmettingen en opnamen in het ziekenhuis daalt waardoor er steeds minder beperkende maatregelen nodig zijn.

Het CPB (augustus 2021) constateert dat de economie veerkrachtig herstelt, maar dat de zorgen, en de onzekerheid blijven. Het virus is nog niet weg. De economie groeit naar verwachting in 2021 met bijna 4%, gevolgd door een groei van ruim 3% in 2022. De werkeloosheid zal nog licht stijgen, maar men verwacht dat de arbeidsmarkt zich in de loop van 2022 verder zal herstellen met een groei van het aantal banen met 1,3% in 2022.

Bij de voorbereiding voor deze begroting hebben we ons de vraag gesteld welke rol we als gemeente moeten vervullen bij het faciliteren van initiatieven voor het herstel.
Er gebeurt al veel en dat blijven we doen. Zo is er de samenwerking met de VRU en de GGD op het gebied van de veiligheid, de handhaving, het testen, het vaccineren. De uitvoering van rijksregelingen voor economie en onderwijs; de samenwerking met BOV en Stichting Winkelstad en binnen Foodvalley, de verkenning Versterking Vitaliteit Binnensteden. Daarnaast is er het Coronaherstelfonds, voor de activiteiten en initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan een snelle herstart en herstel van de Veenendaalse samenleving.

De uitgaven die in 2020 en 2021 zijn gemaakt in het kader van de crisis, zijn voldoende gecompenseerd door de rijksoverheid. Vanuit de gemeente Veenendaal wordt zo goed mogelijk ingespeeld op de gevolgen van de crisis. We hebben het invorderingsbeleid van de gemeentelijke heffingen aangepast (gespreide betaling, maatwerk waar dat nodig is) en er is, via onze contacten bij de uitvoering van het programma Sociale samenleving, actieve aandacht voor de eventuele maatschappelijk schrijnende situaties.

Met deze lopende activiteiten en gezien de gunstige economische vooruitzichten, is er geen aanleiding om aanvullende voorzieningen te treffen. Mochten de omstandigheden zich in ongunstige zin ontwikkelen zullen wij afhankelijk van de situatie op dat moment handelen.

Sociaal Domein
De visie op het Sociaal Domein, model Veenendaal 2020 en het integraal beleidskader (IBK) Sociaal Domein vormen het fundament voor een krachtig sociaal domein. In Veenendaal streven we daarbij naar een inclusieve samenleving waarin iedereen zich naar vermogen kan ontwikkelen. Een samenleving waarin de inwoners van Veenendaal zich verbonden voelen en hun weg weten te vinden. Iedereen doet ertoe en mensen kunnen ook zelf binnen hun mogelijkheden aan die samenleving bijdragen. De inwoner staat centraal, met steeds weer de kritische vraag over onze rol als lokale overheid; wat kan men zelf aanpakken, wat is er samen mogelijk met familie, kennissen, bewoners en/of vrijwilligersorganisaties uit de buurt? En waar kan de gemeente eventueel faciliteren? De visie voorziet in een goede sociale basis en waar dat mogelijk is een beweging van zware naar lichte(re) vormen van ondersteuning. Kortom: we werken aan zorg die past. 

We streven er naar dat de kwaliteit van zorg, de organisatie ervan én de financiën tegelijkertijd op orde zijn. In dat opzicht zien we dat het sociaal domein een stevige stempel drukt op deze begroting. Onze aanpak kent echter een steeds betere samenhang. We raken op elkaar ingespeeld, zonder aandacht voor de onderlinge samenhang van alle aspecten rond het sociaal domein te verliezen. We zullen alert moeten blijven op ontwikkelingen die verstorend werken in ons streven naar evenwicht. Daarbij zijn lang niet alle ontwikkelingen beïnvloedbaar. 

Binnen de Wmo vraagt een aantal ontwikkelingen blijvend onze aandacht. Zo zien we bijvoorbeeld in 2021 -met name als gevolg van de invoering van het abonnementstarief-  een sterke stijging in het aantal klanten Schoonmaakondersteuning.  Ook zien we een groei in het aantal klanten met een ondersteuningsbehoefte (begeleiding Individueel). Het afschalen van zwaardere naar lichtere vormen van hulp vraagt nadrukkelijk aandacht.  

De decentralisatie van de jeugdhulp naar de gemeenten had als doelstelling minder jeugdigen onnodig te medicaliseren en in zware jeugdhulp te laten belanden. Deze doelstelling blijft onverminderd belangrijk. De overschrijdingen in de jeugdhulp zijn voor ons dan ook niet primair een financieel probleem, maar een indicatie dat de onderliggende problematiek nog steeds onvoldoende wordt opgelost. Daarom zijn wij zeer gemotiveerd, binnen de soms beperkte mogelijkheden en de afspraken die wij maken binnen de regio, om deze onderliggende problematiek te blijven aanpakken. Daar zijn onze maatregelen dan ook op gericht. Als college geloven wij er in dat de voorgestelde maatregelen passen binnen de inhoud en de visie die wij hebben op jeugdhulp. Met aandacht voor zowel de kwalitatieve, organisatorische als financiële monitoring van de uitwerking van deze maatregelen. In het belang van onze ouders, kinderen en gezinnen blijft ons streven gericht op passende jeugdhulp.

Financiële ontwikkelingen

In de programmabegroting 2021 zijn op basis van de prognoses voor 2022-2024 de volgende maatregelen vastgesteld. 

In de programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 gaan we uit van een nieuwe doorrekening van de lasten op basis van ontwikkelingen in het jaar 2021. Tevens verwerken we de extra financiële middelen die het rijk voor 2022 beschikbaar stelt, waarbij we volgens de richtlijn van de provincie rekening houden met 75% van de in de meicirculaire opgenomen middelen voor de jaren 2023-2025.

Zoals reeds eerder is aangegeven verlaagd het rijk het budget jaarlijks van de extra middelen met een bedrag aan besparingen die op basis van de huidige informatie haalbaar worden geacht. In de programmabegroting 2022 en in de meerjarenraming 2023-2025 hebben wij mede op basis van de op dit moment beschikbare informatie deze bedragen een op een als aanvullende besparingen op de bij de programmabegroting 2021 vastgestelde maatregelen, ingeboekt. In de onderstaande tabel vindt u de uitwerking hiervan.

RAMINGEN JEUGD (excl. PGB) IN DE PROGRAMMABEGROTING 2022 en MEERJARENRAMING 2023-2025 (als ook 2026, 2027 en 2028)
Omschrijving Begroting 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025 Raming 2026 Raming 2027 Raming 2028
(valt buiten de (valt buiten de (valt buiten de
meerjarenraming) meerjarenraming) meerjarenraming)
LASTEN:
Niveau 2e bestuursrapportage 2021 € 20.121.000
Af: besluit maatregelen programmabegroting 2021-2024 -€ 504.000
Af: ophoging bedrag maatregelen tot niveau rijkskorting 2022 -€ 478.491
Bij: 2,20% loon- en prijsstijging € 421.047
Bij: 1,25% volumestijging € 239.231
€ 19.798.788 € 19.798.788
Af: besluit maatregelen programmabegroting 2021-2024 -€ 515.000
Af: ophoging bedrag maatregelen tot niveau rijkskorting 2023 -€ 219.572
Bij: 2,2 0% loon- en prijsstijging € 435.573
Bij: 1,25% volumestijging € 247.485
€ 19.747.274 € 19.747.274
Af: besluit maatregelen programmabegroting 2021-2024 -€ 276.000
Af: ophoging bedrag maatregelen tot niveau rijkskorting 2024 -€ 132.606
Bij: 2,20 % loon- en prijsstijging € 425.451
Bij: 1,25% volumestijging € 241.733
€ 20.005.852 € 20.005.852
Af: bedrag maatregelen rijkskorting 2025 -€ 491.245
Bij: 2,20 % loon- en prijsstijging € 450.936
Bij: 1,25% volumestijging € 243.933
€ 20.209.475 € 20.209.475
Af: bedrag maatregelen rijkskorting 2026 -€ 1.795.111
Bij: 2,20 % loon- en prijsstijging € 405.116
Bij: 1,25% volumestijging € 230.180
€ 19.049.659 € 19.049.659
Af: bedrag maatregelen rijkskorting 2027 -€ 257.100
Bij: 2,20 % loon- en prijsstijging € 413.436
Bij: 1,25% volumestijging € 234.907
€ 19.440.902 € 19.440.902
Af: bedrag maatregelen rijkskorting 2028 € 0
Bij: 2,20 % loon- en prijsstijging € 427.700
Bij: 0,00% volumestijging € 0
€ 19.868.602
Totaal opgenomen lasten € 19.798.788 € 19.747.274 € 20.005.852 € 20.209.475 € 19.049.659 € 19.440.902 € 19.868.602