PARAGRAFEN

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

 

 

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen. Risicobeheersing stelt zich als doel om in de eerste plaats inzicht te krijgen in de risico’s. Daarnaast worden er adequate maatregelen getroffen. We streven er naar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarnaast gaan we het gesprek over risico’s aan. Daarmee stimuleren we het risicobewustzijn van alle medewerkers in de organisatie.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s). Verder wordt beoordeeld of er voldoende structurele en incidentele middelen zijn om structurele en incidentele risico’s op te vangen.

In 2022 zal verder duidelijk worden welk effect de Covid-19 crisis zal hebben op de gemeentelijke financiële positie. Op basis van de 'Miljoenennota' zoals door het kabinet is gepresenteerd, herstelt de economie zich boven verwachting.  Dit betekent dat we bij het bepalen van de risico's vooralsnog uitgaan van een 'mild' scenario, waarbij de risico's zich redelijk op het bestaande niveau handhaven.

Weerstandscapaciteit

De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2022 € 26,1 miljoen en bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, de post “onvoorziene uitgaven” en stille reserves.

De gemeentelijke weerstandscapaciteit op 1 januari 2022 (in miljoenen)
Algemene Reserve (incidenteel) stand voor de 2e bestuursrapportage 2021 18,7
Onbenutte belastingcapaciteit (structureel) 5,3
Onvoorziene uitgaven (structureel) 0,1
Vrij aanwendbare deel bestemmingsreserves (startersleningen) (incidenteel) 1
Stille reserves (incidenteel) 1
Totaal 26,1

In de algemene reserve is € 18,7 miljoen beschikbaar voor het afdekken van risico’s (incidentele capaciteit). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 5,3 miljoen (structurele capaciteit). Voor onvoorziene uitgaven is € 0,1 miljoen beschikbaar (structurele capaciteit). Het vrij aanwendbare deel van de bestemmingsreserves (startersleningen) bedraagt € 1 miljoen (incidentele capaciteit). De stille reserves bedragen € 1 miljoen (incidentele capaciteit).

Risicomanagement

Voor de programmabegroting zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s bedraagt € 52 miljoen (€ 47 miljoen 2021). 

In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de 10 belangrijkste risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen. De opgenomen risico’s zijn allen extern van karakter.

Top 10 risico’s
Omschrijving risico (omschrijving beheersmaatregel) Effect Kans BSc NSc
De parkeerexploitatie blijft achter bij de prognoses. (Promotie Veenendaal. Wijzigen fiscaal regime parkeren - gedeeltelijk). € 0,5 (s) 70% 25 16
De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. (De inzet van re-integratie- en poortwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt). € 1,5 (i) 70% 25 20
Jeugdzorg is een ‘open-eind’ regelingen die kan leiden tot veel extra kosten. (Voor 2022 worden maatregelen ingezet om de uitgaven bij de jeugdzorg verder te beheersen. Deze maatregelen brengen risico’s met zich mee. Op basis van een risicoanalyse van de in te voeren maatregelen wordt er rekening mee gehouden dat bij een deel van de maatregelen vertraging in de realisatie kan optreden (worst case). € 0,5 (s) 50% 20 12
Door Covid-19 ontstaan negatieve effecten die leiden tot extra uitgaven c.q. dalende inkomsten. (Inzet corona herstelfonds). € 1.7 (i) 50% 20 15
De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. (De inzet van re-integratie- en pootwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt). € 1,5 (i) 70% 25 20
Daling gemeentefonds als gevolg van herijking of bezuinigingen voor het terugdringen van de staatsschuld (monitoring ontwikkelingen gemeentefonds). € 1,0 (s) 50% 12 12
Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. (Nauwgezet volgen ontwikkelingen gemeenschappelijke regelingen en bijsturen waar mogelijk). € 1,0 (i) 70% 16 12
De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet. (Vormen van een projectgroep die als taak heeft de invoering van de Omgevingswet zorgvuldig voor te bereiden – de invoering van de wet is nu gepland op 1 juli 2022). € 1,0 (i) 50% 12 12
Op 1 januari 2016 is de wet Vennootschapsbelasting (VPB) overheidsbedrijven ingevoerd. Net als bij stichtingen en verenigingen wordt bij gemeenten bekeken welke activiteiten in de zin van de VPB structureel winstgevend zijn. Op basis van specifieke regels – over bijvoorbeeld rente en afschrijving – wordt jaarlijks winst of verlies van elk van deze activiteiten bepaald. Over de totale winst zal het VPB-tarief worden afgedragen. Voor de VPB vormt het cluster grondbedrijf en de relatie met OVO het belangrijkste aandachtsgebied. (Doorlichten beleidsterreinen waar VPB geldt. Interne controle. Anticiperen op de invoering). € 1,0 (i) 50% 12 12
Het - al dan niet bewust - lekken van geheime informatie.(Zorgvuldig omgaan met geheime informatie door interne controle en beveiligingsmaatregelen). € 1,0 (i) 50% 20 12

(i) =  incidenteel risico  (s)= structureel risico (BSc) = bruto score risico (NSc) = Netto score risico 

Naast de bovengenoemde 'top 10' willen we afzonderlijk het risico met betrekking tot de ontwikkelingen van Theater Lampegiet. In de recent vastgestelde cultuurvisie en -nota is hier aandacht voor en tevens heeft de raad besloten dat er onderzoek moet worden gedaan naar de toekomst van het theater, waarbij vervanging / bouw van een nieuw theater een van de opties is. Ook als hiertoe niet wordt besloten en het huidige gebouw wordt behouden, zullen de komende jaren zeker de nodige kosten moeten worden gemaakt voor onderhoud en het voldoen aan wettelijke eisen. De verschillende keuzes hebben derhalve ieder significante (financiële) gevolgen.

Over bovenstaande tabel kan het volgende worden meegedeeld:

  • Het risico DEVO staat op de 11e plaats en is daarom niet meer in de tabel opgenomen;
  • De risico’s bij de grondexploitaties en de projecten komen aan de orde in het projectenboek;
  • De beschrijving van de risico’s is globaal van aard. Voor gedetailleerde informatie en een verdere beoordeling van de risico’s wordt u in een aantal gevallen verwezen naar de risico’s zoals beschreven in de programma’s;
  • Alle risico’s worden periodiek in de gemeentelijke organisatie besproken. Hoe hoger de risicoscore van een risico is hoe meer aandacht een risico krijgt;
  • Dit jaar wordt ook de bruto score (BSc) en de netto score (NSc) weergegeven per risico zodat de invloed van de getroffen beheersmaatregelen zichtbaar wordt. De bsc en nsc worden berekend met behulp van onderstaande tabel;
  • Bovenstaande aanpassingen zijn mede doorgevoerd in reactie op de rekenkamerbrief die ontvangen is op 16 maart jl.
Kans Score Kans Gevolg Score Gevolg
< 10 jaar 10% 1 X < € 50.000 1
5 jaar < x < 10 jaar 30% 2 € 50.000 < x < € 200.000 2
2 jaar < x < 5 jaar 50% 3 € 200.000< x < € 500.000 3
1 jaar < x < 2 jaar 70% 4 € 500.000< x < € 1.000.000 4
X > 1 jaar 90% 5 X > 1.000.000 5

De risicoscore wordt als volgt berekend:

  • Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9;
  • Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16.

Incidentele risico’s - incidentele weerstandcapaciteit

Uit bovenstaande risicotabel blijkt dat voor € 9,05 miljoen aan grote incidentele risico’s aanwezig zijn. Er is voor € 20,7 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar. Er is voldoende incidentele capaciteit aanwezig om incidentele risico’s op te vangen.

Structurele risico’s - structurele weerstandcapaciteit

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat voor € 2 miljoen aan structurele risico’s aanwezig zijn. Er is voor een bedrag van € 5,4 miljoen (onbenutte belastingcapaciteit € 5,3 miljoen en onvoorzien € 0,1 miljoen) aan structurele weerstandcapaciteit beschikbaar. Ook hier is sprake van een juiste verhouding.

Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de balans incidentele/ structurele risico’s en incidentele/ structurele weerstandscapaciteit ruimschoots in evenwicht is.

Weerstandsvermogen

Om verantwoord met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk een buffer (weerstandscapaciteit) te hebben. De benodigde weerstandscapaciteit kan lager zijn dan de omvang van de risico’s (€ 52 miljoen) aangezien niet alle gemeentelijke risico’s die gesignaleerd zijn, tegelijkertijd zullen optreden. Daarnaast zijn er diverse beheersmaatregelen.

Op basis van de risicosimulatie analyse (Monte Carlo analyse) van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NARIS) blijkt dat bij onze gemeente een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van minimaal € 12,5 miljoen (was € 13,6 miljoen in 2021) nodig is om de risico’s verantwoord af te dekken. Met andere woorden: de gemeente kan door het aanhouden van een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van € 12,5 miljoen met een zekerheid van 90% (landelijke norm) de aanwezige risico’s afdekken. 

Bovenstaande ontwikkeling behoeft een nadere uitleg. Immers het totaal aan risico's stijgt naar € 52 miljoen terwijl de benodigde weerstandscapaciteit daalt naar € 12,5 miljoen. Deze tegengestelde ontwikkeling wordt verklaard doordat de kans dat van aantal risico's zich zal voordoen belangrijk is gedaald. De gevolgen van Covid-19 worden immers veel milder ingeschat in vergelijking met 2021. Mede op verzoek van de rekenkamer (zie brief van 16-3-2021) wordt dit nader toegelicht.

Ratio weerstandsvermogen
De ratio aanwezige weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 2,1. Deze ratio wordt berekend door de aanwezige weerstandscapaciteit / buffer van € 26,1 miljoen te delen door de benodigde weerstandscapaciteit / buffer van € 12,5 miljoen voor het verantwoord afdekken (dat is met een zekerheid van 90%) van de aanwezige risico’s. Op deze wijze wordt het weerstandsvermogen vastgesteld. In de begroting 2021 bedroeg de ratio 1,55. De stijging van de ratio wordt veroorzaakt door de stijging van de algemene reserve en het meevallen van de gevolgen van Covid-19.

Jaar Ratio weerstandsvermogen
2022 2,1
2021 1,55
2020 2
2019 1,8
2018 3
2017 2,1
2016 1,9

Ter vergelijking: de provincie Utrecht – onze toezichthouder - heeft in de begroting 2021 een ratio van 1,9 (2020 1,4) wat overeenkomt met de classificatie ‘ruim voldoende’.

De beoordeling van de ratio van 2,1 voor 2022 is volgens de systematiek van het Nederlands Bureau voor Risicomanagement ‘goed’. (kleiner dan 1 = onvoldoende; tussen 1 en 1,5 = voldoende; tussen 1,5 en 2 = ruim voldoende; groter dan 2 = goed). Hiermee wordt ook voldaan aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader dat het weerstandsvermogen minimaal een ratio groter dan 1 dient te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende.

Conclusie
Ons weerstandsvermogen is door het inzetten op de versterking van onze benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van 2021 gestegen. De ratio weerstandsvermogen bedraagt 2,1 in 2022 en voldoet aan het gestelde beleidskader dat uitgaat van een ratio van 1 of hoger. Vanwege de onzekerheden rondom de Covid-19 crisis is het belangrijk om te blijven beschikken over voldoende weerstandsvermogen. 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleidsvoornemens Jaartal
De weerstandscapaciteit dient minimaal de ratio 1 te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende. 2022

Verplichte kengetallen financiële positie in de begroting

Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zes financiële kengetallen moeten worden opgenomen.

Kengetallen Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Netto schuldquote 75% 85% 84% 83% 88% 93%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 70% 79% 78% 77% 82% 87%
Structurele exploitatie ruimte 0,94 -0,49 1,96 0,26 -0,69 -0,66
Solvabiliteitsratio 28% 24% 25% 25% 24% 22%
Grondexploitatie 1,6% 67,2% 64,8% 65,1% 64,5% 63,5%
Belastingcapaciteit 78% 83% 82% 82% 82% 82%

Bron: Gemeentelijke meerjarenbegroting (prognose).

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

In 2022 daalt de gemeentelijke schuldquote gecorrigeerd voor leningen verder naar 78%. Een daling van 1% ten opzichte van de begroting 2021. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een betere reserve positie dan waarin 2021 vanuit is gegaan. Onze toezichthouder: de provincie Utrecht hanteert als veilige norm een percentage van maximaal 90%. De komende jaren zal deze norm van 90% niet worden overschreden alhoewel in 2024 en 2025 wel een sterke stijging is waar te nemen. Dit heeft alles te maken met de toename van de investeringen uit het Meerjaren Investeringsplan (MIP).

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding eigen/vreemd vermogen aan en helpt om inzicht te krijgen in welke mate wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio stijgt in 2022 naar 25% door een stijging van het eigen vermogen (reserves) ten opzichte van 2021. Vanaf 2024 daalt de solvabiliteitsratio als gevolg van een lager eigen vermogen en de toename van vreemd vermogen voor het financieren van nieuwe investeringen. Overigens is de solvabiliteitsratio meerjarig nog steeds boven de minimale norm van 20%. Deze norm van 20% is afkomstig van onze toezichthouder.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. In 2022 komt de structurele exploitatie ruimte uit rond de 2.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft aan dat de gemeente op het terrein van de grondexploitatie steeds minder risico loopt. Dit komt door het afronden van steeds meer complexen dat zorgt voor een daling van de boekwaarde van de complexen.

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De toelichting hiervan is opgenomen in paragraaf G Lokale heffingen.

B. Onderhoud Kapitaalgoederen

Wat willen we bereiken?

II.g. Een vastgoedportefeuille in bezit die aansluit op de vraag vanuit beleid; het faciliteren van maatschappelijk activiteiten, stedelijke ontwikkeling en eigen bedrijfsvoering huisvesten.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.h. De (technische) kwaliteit van onze portefeuille voldoet aan onze criteria.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.i. De Gemeente Veenendaal draagt met het verduurzamen van de eigen vastgoedportefeuille bij aan de doelstellingen uit het ENV-programma voor 2022-2025.

Conform de vastgestelde ambities in het 2e programmaplan energieneutraal Veenendaal (planperiode 2022-2025) wil de gemeente ook haar voorbeeldrol nemen.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.j. De kosten van de portefeuille zijn in 2022 in balans met de opbrengsten.

De kosten en opbrengsten van de vastgoedportefeuille zijn in balans. Er is een traject in gang gezet voor het herijken van de kostprijsdekkende huur van het vastgoed voor de komende jaren. Hieruit komt naar voren wat alle kosten van het vastgoed zijn (waaronder onderhoud, kapitaalslasten, verzekeringen, etc.). Deze worden vervolgens afgezet tegen de aanwezige metrages, waardoor en een kostprijsdekkende huur op objectniveau tot standkomt.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.k. De algemene begraafplaats en het rouwcentrum worden in 2022 volgens de kwaliteitsnormen onderhouden.

Wat gaan we daarvoor doen?

B. Onderhoud Kapitaalgoederen


Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de riolering, het water en het groen en het vastgoed in de gemeente. Onderhoud bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud en technische vervanging in renovatie.

Inhoud
Het beheer van de kapitaalgoederen is in de afgelopen jaren vastgelegd in de verschillende beheer- en beleidsplannen. Voor het beheer van de openbare buitenruimte wordt het ‘Integraal beheerplan Openbare Ruimte 2017 - 2020’ gevolgd en als onderdeel hiervan voor de riolering en het water het “Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2017-2020”. In 2021 stellen wij een nieuw programma vast voor het beheer van de openbare ruimte (het OPOR). Tot het moment waarop dit plan is vastgesteld hanteren wij het Integraal beheerplan 2017-2020 als leidraad voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte.

Het beheer van het gemeentelijke vastgoed staat beschreven in de ‘Strategische kaders exploitatiebeheer gemeente Veenendaal’ en het ‘Beheerplan Gemeentelijk Vastgoed 2017-2020’. Voor de buitensportaccommodaties is de beheerkwaliteit bepaald door de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden.

In 2022 wordt het beheer van de kapitaalgoederen uitgevoerd zoals vastgelegd in de vastgestelde beheer- en beleidsplannen. De doelstelling voor de openbare ruimte ligt volgens het vastgestelde IBP op A-niveau voor de winkelcentra en begraafplaats. Voor de overige delen van de gemeente  is de intentie een groei richting B-niveau te realiseren. Belangrijke items hierin zijn, natuur, duurzaamheid, participatie, bereikbaarheid, social return en klimaatadaptatie.

Door de integrale werkwijze worden kapitaalvernietiging en het ontstaan van onveilige situaties voorkomen. Met gerichte en integrale programmering van het groot onderhoud en vervanging in de openbare ruimte worden de beschikbare middelen zo goed en efficiënt mogelijk ingezet.

Algemene ontwikkelingen
Via het IBP 2017 -2020 zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de beheerkwaliteit van de openbare ruimte weer te laten groeien naar het B-niveau.

In 2019 is de voorbereiding gestart met het Wijkgericht Werken 2.0. Uitgangspunt is in gesprek te gaan met bewoners aan de hand van een digitale weergave van de door ons geplande werkzaamheden in 2022 en verder als onderdeel van het wijkplan. Samen met bewoners is dit wijkplan definitief gemaakt waarin ook de initiatieven en wensen van bewoners zijn meegenomen, mits passend binnen de bestaande budgetten. Bewoners worden gestimuleerd actief mee te denken en doen binnen de geplande werkzaamheden in de openbare ruimte.

Elke maand wordt de openbare ruimte geschouwd door een onafhankelijk bureau. Deze schouw is een momentopname en is in de eerste plaats bedoeld als sturingsinstrument voor de uitvoering. Er wordt geschouwd op technische kwaliteit en verzorgende kwaliteit. Dit laatste gaat over zaken als zwerfvuil, onkruid, lengte van het gras, graffiti etc.

Technische kwaliteit
Op basis van (eigen) inspecties en schouwrapporten wordt klein of groot onderhoud uitgevoerd in de openbare ruimte zodat deze voldoen aan de beeldkwaliteit A/B-niveau. In de winkelcentra en de begraafplaats wordt voor de verhardingen, straatmeubilair en groen een A-niveau gerealiseerd. In de overige wijken wordt de kwaliteit beoordeeld op een B/C-niveau en wordt toegewerkt naar het B-niveau.

Verzorgende kwaliteit
De verzorgende kwaliteit van de openbare ruimte wordt op basis van inspecties beoordeeld op een B/C-niveau en in de centrumgebieden op B/A-niveau. Ook hier wordt toegewerkt naar het gewenste kwaliteitsniveau B en A. Bij verzorgende kwaliteit wordt bijvoorbeeld naar zwerfafval en onkruid gekeken; het gaat erom dat de openbare ruimte schoon en netjes is.

Verloop kwaliteit
In het Integraal beheerplan is het uitgangspunt dat er gewerkt wordt naar een openbare ruimte met kwaliteit A in het centrum en begraafplaats en B in de overige gebieden. Op dit moment werken we hier nog steeds naar toe en ligt het kwaliteitsniveau van een deel van het areaal tussen niveau B en C. In het OPOR wordt een uitgebreid overzicht gegeven van het huidige kwaliteitsniveau en de benodigde middelen om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen.

Wegen en kunstwerken
Wegen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn worden gereconstrueerd. Hierbij wordt integraal gekeken of er noodzakelijke aanpassingen dan wel vervangingen zijn aan de riolering, groenvoorzieningen, technische installaties, verkeersregelinstallaties, openbare verlichting ect. In 2022 wordt levensduur verlengend onderhoud/herinrichting van de volgende wegen uitgevoerd:

Straat Jaar Stand van zaken
Kerkewijk fase 3 2021-2022 In voorbereiding. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Parkeerterrein Panhuis, reconstructie Verlengde Sportlaan 2021-2023 In voorbereiding
Ambachtsstraat, Boslaan, Dennenlaan 2021-2023 In voorbereiding. Aanleg doorfietsroute Ambachtslaan/Boslaan en  realisatie hemelwaterriool
Buurtlaan-oost (Dragonderweg-gem. grens) 2021-2022 In voorbereiding. Reconstructie en aanleg snelfietsroute Ede-Veenendaal
Gerard Doustraat 2021-2022 In voorbereiding.
Reconstructie en aanleghemelwaterriool
Wageningselaan 2021-2023 In voorbereiding. Vergroten hemelwaterriool
Lange Vore, Lemoen, Ploegschaar, Dissel, Tweespan, Tarweveld, Gersteveld 2021-2024 In voorbereiding. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Dragonderweg 2021-2022 In voorbereiding
Afkoppelen en reconstructie De Pol 2021-2025 In voorbereiding. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Ellekoot (inclusief parkeerterreinen) 2021-2022 In uitvoering, reconstructie en realisatie waterberging
Aardzwaluw, Klipzwaluw 2021-2022 In voorbereiding, reconstructie en realisatie hemelwaterriool
De Grote Beer (Veldweg - Prins Clauslaan 2021-2022 In voorbereiding, optimalisatie kruisingen en groot onderhoud asfaltverhardingen. Inclusief vervangen Verkeersregelinstallaties (VRI) Prins Clauslaan-Grote Beer en Prins Clauslaan- Nansenstraat/Ghandistraat naar iVRI 
Rondweg West 2021-2022 In voorbereiding. verbeteren verkeersveiligheid kruispunt Bergweg, nemen snelheidsremmende maatregelen nabij Thorbeckesingel en groot onderhoud (gemeentegrens - Bergweg)
Reconstructie Duivenwal en uitvoering geven aan gebiedsvisie Duivenweide 2021-2022 In voorbereiding. Reconstructie en optimalisatie fietsroute centrumring en uitvoering geven aan de vastgestelde gebiedsvisie Duivenweide. 
De Wiekslag - De Pionier 2021-2023 In voorbereiding. Vervangen brug Pionier t.b.v. optimalisatie fietsonderdoorgang, groot onderhoud asfaltverhardingen en reconstructie kruising Hoornzwaluw. 

Vertaling begroting
Voor het levensduur verlengend onderhoud/herinrichting aan wegen en kunstwerken is in 2022 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 4.493.700 opgenomen. Verder is € 249.000 opgenomen om te investeren in de technische installaties.

Voor het dagelijkse onderhoud zijn in 2022 de volgende bedragen in de exploitatiebegroting beschikbaar:

  • Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 1.636.000;
  • Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 1.493.000;
  • Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 192.000;
  • Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 1.118.000.

Financiële consequentie (langjarig)

De komende jaren worden veel wegen gereconstrueerd welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten op zoals in de onderstaande grafiek is weergegeven.

kapitaallasten verkeer en vervoer

Riolering

Beleidskaders
Er wordt gewerkt aan de hand van het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan 2017-2020. In 2021 wordt dit plan geactualiseerd en als beleid opgenomen in het OPOR. 

(Financiële) consequenties
In 2022 wordt levensduur verlengend onderhoud uitgevoerd aan rioleringen. Verder worden, naast regulier onderhoud (reiniging van riolen en gemalen), ook reconstructies uitgevoerd.

Voor de uit te voeren reconstructiewerkzaamheden wordt verwezen naar de tabel onder wegen en kunstwerken. Bij deze projecten wordt waar mogelijk het regenwater op het openbare terrein afgekoppeld door de aanleg van een gescheiden stelsel en krijgen bewoners aangeboden eveneens het regenwater op particulier terrein af te koppelen. 

De werkzaamheden op industrieterrein Nijverkamp (Wageningselaan) betreffen het verruimen van het hemelwaterriool als maatregel tegen structurele wateroverlast. De exacte uitvoeringsdatum van dit project is echter nog niet zeker in verband met lopend effectonderzoek op de grondwateraanvoer naar natuurgebied De Hel.

Vertaling begroting

Voor afkoppelprojecten en rioolvervangingen is in 2022 in het meerjareninvesteringsplan een bedrag opgenomen van € 3.050.300. Voor het vervangen van technische installaties (pompen) is een bedrag opgenomen van € 108.200. 

Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2022 opgenomen:

  • Rioolbeheer € 309.000;
  • Reinigen en onderhouden kolken € 192.000
  • Onderhoud pompen en persleidingen € 294.000

Hierin zijn naast het beheer en onderhoud aan de riolen onder andere kosten voor baggerwerkzaamheden, grondwaterbeheer en een aandeel in straatvegen inbegrepen.

Financiële consequentie (langjarig)

De komende jaren worden riolen vervangen welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie, ook worden nieuwe hemelwaterrioleringen en waterbergingen aangelegd. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten op zoals in de onderstaande grafiek is weergegeven.

Water

Beleidskader
Er is gewerkt aan de hand van het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan 2017-2020. In 2021 wordt dit plan geactualiseerd en als beleid opgenomen in het OPOR. 

Financiële consequenties
Naast het regulier onderhoud zoals het maaien en korven van vijvers en sloten worden in 2022 meerdere watergangen en oevers voorzien van nieuwe beschoeiingen of omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Hiervoor is in 2021 een raamcontract afgesloten. Ook vinden er baggerwerkzaamheden plaats. We onderzoeken tenslotte ook of we een pilot kunnen doen met een harkboot om overlast door woekerende waterplanten aan te pakken.

Vertaling begroting

Voor het vervangen van de beschoeiingen is in 2022 in het meerjareninvesteringsplan een bedrag opgenomen  van € 100.000.

In totaal is voor het dagelijkse onderhoud in de exploitatiebegroting 2022 opgenomen:

  • Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 88.000;
  • Baggerwerkzaamheden € 81.000.

Groen

Beleidskader
In de uitvoering van het beleid wordt gewerkt aan de hand van het Integraal Beheerplan openbare ruimte (IBP, 2017-2020). Sinds 2017 volgen we daarin een andere aanpak, met vooral aandacht voor verduurzaming van het groen, gevolgen van klimaatverandering en de bijdrage van groen in de waterhuishouding, zoals afvoer van regenwater en dat alles binnen de bestaande budgetten. Voor de kapitaalgoederen zijn daarin vooral de ontwikkelingen, het kostenbewustzijn en de duurzaamheid van toepassing.

Op basis van het IBP beheren wij het centrumgebied op een A-kwaliteitsniveau en de overige wijken / industrieterreinen op een niveau dat gaat in de richting van een B-niveau.

In verband met het opstellen van de omgevingsvisie heeft geen actualisatie van het groen- en bomenbeleid plaatsgevonden. Wel is er een actualisatienotitie gemaakt van het groenstructuurplan waarin o.a. klimaatadaptatie en ecologie belangrijke thema’s waren. Voor deze actualisatie is ook overlegd met het groenpanel wat bestaat uit een groep betrokken bewoners en organisaties. Eenzelfde actualisatie vindt nu plaats voor het speelruimteplan. Deze actualisatienotities verwerken wij in 2021 in het OPOR.

Financiële consequenties
Omdat alleen gezond en gevarieerd groen de voordelen geeft die we beogen met ons groen, zijn we continu bezig met snoeien, kap en herplant, groeiplaatsverbetering en andere beheersmaatregelen zoals maaien en onkruidbestrijding. Het belang van variatie is door de in Nederland snel toegeslagen essentaksterfte en de eikenprocessierups eens te meer duidelijk geworden.

Bij weg- en rioolreconstructies (zie tabel eerder in deze paragraaf) wordt het groen standaard meegenomen bij herinrichting. Hierbij is het uitgangspunt dat waardevol groen blijft behouden en waar mogelijk verbeterd. Naast deze reconstructies worden op diverse locaties ingezet op renovatie en uitbreiding van het openbaar groen in combinatie met het realiseren van locatie waar inwoners kunnen Bewegen, Ontmoeten, Sporten en Spelen (BOSS-locaties). In het OPOR wordt dit beleid verder uitgewerkt en toegelicht. 

Vertaling begroting

Om te investeren in goede standplaatsen voor bomen en een gezonde en groene leefomgeving is in het meerjaren investeringsplan een bedrag opgenomen van € 400.000; voor de vervanging en optimalisatie van de speellocaties is dit een bedrag van € 229.200. 

Voor het dagelijkse onderhoud zijn in de exploitatiebegroting 2022 de onderstaande bedragen opgenomen:

  • Onderhoud groen € 2.752.000;
  • Speelvoorzieningen € 177.000.

Financiële consequentie (langjarig)

De komende jaren wordt groen en worden speelplekken welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie vervangen. Ook wordt er om de ambities waar te maken geïnvesteerd in nieuw hoogwaardig groen en speellocaties. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten van ca.  € 1 miljoen. 

Buitensport
Buitensportvoorzieningen die niet meer voldoen aan de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden worden gerenoveerd. In 2022 worden in dit kader de volgende projecten uitgevoerd:

Sportveld Jaar Stand van zaken
Renovatie Tennisbanen 2021-2022 In voorbereiding
Renovatie kunstgrasveld 2021-2022 In voorbereiding
Renovatie natuurgrasvelden 2021-2022 In voorbereiding
Renovatie verhardingen 2021-2022 In voorbereiding

Vertaling begroting
Voor de renovatie van buitensportvoorzieningen is in 2022 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 721.193 incl. btw opgenomen.

Vastgoed

Algemeen
Onze doelstelling voor vastgoed is een goed onderhouden (slank) vastgoedbestand, waarmee effectief invulling wordt gegeven aan het accommodatiebeleid van de gemeente en financiële risico’s tot een minimum beperkt blijven. We doen dit tegen zo laag mogelijke tarieven en kostendekkend. Hierdoor hebben we de kosten en opbrengsten goed in beeld en sturen we op zo laag mogelijke uitgaven.

Beleidskader
De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd.
In het najaar van 2020 is het vastgoedbeheerplan 2021 – 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij voeren ons beheer overeenkomstig de kaders uit dit plan uit.

Overzicht kwaliteitsniveau
Het vastgoed wordt in stand gehouden op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767.

(Financiële) consequenties
Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het vastgoedbeheerplan 2021-2024. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MDOP) wordt bekeken welke werkzaamheden en budget noodzakelijk zijn om de kwaliteit te handhaven. Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau en er geen achterstallig onderhoud is.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement 18 mei 2017 (raadsvergadering)
Vastgoed beheerplan 2017 - 2020 18 mei 2017
Accommodatiebeleid 2016 - 2020 18 mei 2017

C. Financiering

C. Financiering

 

 

Inleiding
In de paragraaf financiering komt het gemeentelijk financieringsbeleid aan de orde. Dit beleid is gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), wet HOF (Houdbaarheid Overheids Financiën), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en als uitwerking daarvan het gemeentelijk treasurystatuut.

De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van financieringsrisico’s en het beheersen van de gemeentelijke schuldpositie. Er is een directe relatie met paragraaf A risico’s en weerstandsvermogen.

Economische ontwikkeling
Na de historische krimp van het bruto binnenlands product (bbp) in 2020 verwacht de Nederlandse Bank dat onze economie in de tweede helft van 2021 krachtig en vlot zal herstellen. Dat leidt naar verwachting tot een bbp-groei van 3,0% in 2021. Het herstel zet in 2022 sterk door met een groei van 3,7%, waarna de groei in 2023 normaliseert tot 1,9%. Zie onderstaande tabel.

Twee pandemiescenario’s: mild en zwaar
Omdat door de pandemie de onzekerheid rond de raming nog steeds groter is dan gebruikelijk rekent de Nederlandse Bank met twee pandemiescenario’s. In het milde scenario komt de bbp- groei in 2021-2023 gemiddeld 0,4 procentpunt per jaar hoger uit dan in de zware raming. Hierbij wordt verondersteld dat de pandemie vanaf het najaar volledig onder controle is, alle contact beperkende maatregelen dan zijn afgebouwd en de economie zich sneller herstelt, onder andere omdat huishoudens een groter deel van hun overtollige besparingen besteden.

In het zware scenario nemen we aan dat contact beperkende maatregelen tot in 2023 nodig zijn, omdat bijvoorbeeld nieuwe virusvarianten de kop opsteken die bestand blijken tegen huidige vaccins, of dat het vaccinatieprogramma onvoldoende succesvol is. In dit scenario kan de bbp-groei gemiddeld 1,1 procentpunt per jaar lager uitvallen.

Rentevisie

Als gevolg van de Corona crisis gaat de ECB (Europese Centrale Bank) voorlopig nog even door met haar steunprogramma’s. Dit heeft een dalend effect op de renteontwikkeling.  Wij verwachten dat de rente voor kortlopende geldleningen rond de -0,4% zal blijven schommelen (Bron: DNB, ING en BNG Bank).  De Europese Centrale Bank (ECB) zal naar verwachting de korte rente in 2022 niet verhogen. Bij de rente op langlopende leningen wordt rekening gehouden met slechts een geringe verhoging tot 0,4% aan het einde van 2022 (Bron: DNB, ING en BNG Bank). Een lage rente is voor de gemeentelijke begroting gunstig. Het omvangrijke MIP (Meerjaren Investerings Plan) maakt het noodzakelijk om in 2022 externe financieringsmiddelen aan te trekken.

Kasgeldlimiet
In 2022 kan afhankelijk van de renteontwikkeling een deel van de financieringsbehoefte gedekt worden met kasgeldleningen. De kasgeldlimiet komt in 2022 uit op circa € 17 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal van € 200 miljoen). Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet dan wel bij een stijgende rente zullen er echter langlopende geldleningen worden afgesloten. Het gemeentelijk treasury comité (Portefeuillehouder Financiën, Directeur bedrijfsvoering, Teamleider en Treasurer) neemt hiertoe het initiatief.

Liquiditeitsbehoefte

De gemeentelijke liquiditeitsbehoefte 2022 wordt weergegeven in de grafiek liquiditeitsplanning.

Ter toelichting het volgende. In het eerste kwartaal is er een liquiditeitstekort. Dit tekort ontstaat doordat veel rente en aflossing van leningen dan betaald worden. In het tweede kwartaal daalt het tekort als gevolg van de belastinginkomsten. In het derde kwartaal neemt de behoefte verder af door inkomsten uit het BTW-compensatiefonds. In het vierde kwartaal wordt een toename van de behoefte aan liquiditeit verwacht door de bekostiging van nieuwe investeringen. De gemeentelijke liquiditeitsbehoefte zal worden ingevuld met kasgeldleningen en langlopende leningen.

De Meerjaren liquiditeitsbegroting 2022 - 2025 (bedragen x € 1 miljoen)

Financieringsbehoefte 2022 2023 2024 2025
A. Investeringen netto 17,7 21,3 19,4 17,4
B. Afschrijvingen -/- -10 -10 -10 -10
C. Grondexploitatie -1 -1 -1 -1
D. Aflossing leningen 21,2 19,2 20 20
Nieuw op te nemen leningen (A+B+C+D) 27,9 29,5 28,4 26,4
Schuldontwikkeling 31-12 143,1 153,4 161,8 168, 2

In bovenstaand de tabel zijn de aanpassingen van het nieuwe meerjaren investerings plan verwerkt. De gemeentelijke schuld loopt door deze aanpassingen op naar € 168,1 miljoen einde 2025. In bovenstaande bedragen is de raming voor het nog te realiseren Kind Centrum in Veenendaal-Oost nog niet verwerkt.

Schuldpositie
Door het meerjaren Investerings Plan (MIP) loopt de gemeentelijke schuld op. Per 1 januari 2022 wordt een netto schuld verwacht van € 136,4 miljoen. Zoals het er nu naar uit ziet zal de schuld de komende jaren oplopen naar € 168,1 miljoen einde 2025. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het kengetal schuldpositie in paragraaf A. Risicomanagement en weerstandsvermogen.

Risicobeheer financieringsportefeuille
Om de (rente) risico’s op de gemeentelijke leningenportefeuille te beheren maken we gebruik van de renterisiconorm. Deze norm heeft als uitgangspunt dat de gemeentelijke aflossing in enig jaar nooit meer mag zijn dan 20% van het gemeentelijk begrotingstotaal. Deze norm is gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden.

Overzicht Renterisico Norm (bedragen x € 1 miljoen)

Berekening Renterisico Norm 2022 2023 2024 2025
1.     Begrotingstotaal (prognose) 200 200 200 200
2.     Vastgesteld % wet FIDO 20% 20% 20% 20%
3.     Renterisiconorm ((1 x 2) /100) 40 40 40 40
4.     Aflossingen (planning) 21 19 20 20
5.     Nieuwe leningen (planning 27 29 28 26
6.     Ruimte (3 – laagste van 4 of 5) 21 19 20 20

Veenendaal voldoet aan de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt minimaal 20% van het begrotingstotaal op basis van de wet FIDO. Dit komt overeen met een gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille van 5 jaar. Omdat de laatste tijd veelal leningen worden afgesloten met een looptijd van 15 jaar wordt ruim voldaan aan deze norm. Overigens is het ook wenselijk om leningen met langere looptijd aan te trekken zodat de gemeente minder last heeft van een rentestijging in de toekomst.

Toerekening rente
In de notitie “Rente” van de commissie BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering ook inzicht moet geven in de rentelasten uit externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Daarom is het verplicht om het volgende renteschema op te nemen.

Rente schema 2022 (bedragen x € 1 miljoen)
A. Externe rentelasten over korte en lange financiering 1
B. De externe rentebaten (Startersleningen) 0,1
C. Totaal door te rekenen externe rente (A – B) 0,9
D. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0,2
E. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0,55
F. Subtotaal (D + E) 0,75 0,75
G. Saldo door te rekenen externe rente (C – F) 0,15
H. Rente over eigen vermogen en voorzieningen 1,5
I. De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (G+H) 1,65
J. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 1,65
K. Renteresultaat op het taakveld treasury -

De aan de taakvelden door te rekenen rente wordt bepaald door de externe rente die vooral bestaat uit de rente die betaald wordt over afgesloten leningen en de interne rente die bestaat uit de rente over de reserves en voorzieningen.

Treasury en duurzaamheid
Bij het aantrekken van leningen wordt het steeds belangrijker een relatie te leggen met duurzaamheid. Indien een lening wordt aangetrokken en daarbij wordt aangetoond dat de financiering bestemd is voor duurzame doeleinden kan een lagere rente worden overeengekomen. Ook in 2022 zal, indien mogelijk, hiervan gebruik worden gemaakt.

Overzicht beleidsvoornemens

Financiering
Beleidsvoornemens Jaartal
De kasgeldlimiet wordt nageleefd 2022
De renterisiconorm wordt nageleefd 2022
De schuldpositie wordt betrokken in de afweging bij het aangaan van nieuwe verplichtingen met een substantiële omvang. 2022

EMU-saldo cijfers

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgelegd dat de gemeenten het geraamde EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorig begrotingsjaar, het begrotingsjaar jaar en de drie daar op volgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waarde mutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaald jaar. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente.

EMU saldo 2021 2022 2023 2024 2025
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -3,4 -1,5 -1,9 -4,2 -4
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 7,9 7,7 11,3 9,4 7,4
3 Mutatie voorzieningen 0 0 0 0 0
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 1 1 1 1 1
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0
Berekend EMU Saldo 5,5 7,2 10,4 6,2 4,4
Referentiewaarde 7,4 7,4 7,4 7,4 7,4
Ruimte -1,9 -0,2 3 -1,2 -3

D. Bedrijfsvoering

D. Bedrijfsvoering

Beleidskader
De verplichte paragraaf betreffende de bedrijfsvoering geeft tenminste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Bij Programma 6 is de visie op de bedrijfsvoering al kort aangegeven.

Management en organisatie
De laatste jaren is in gezet op de doorontwikkeling van de organisatie. We gaan steeds meer over op het opgavegericht werken, waarbij de traditionele afdelingen zijn opgeheven en de teams rechtstreeks onder de directie komen te vallen. Daarbij is de rol van de teamleider aangepast met meer bevoegdheden welke nodig zijn voor een goede aansturing van het team. We ontwikkelen een viertal kernwaarden om de organisatie in staat te stellen flexibel in te spelen op allerlei ontwikkelingen die zich voordoen. Deze kernwaarden zijn: werkplezier, resultaat gericht werken, de toegevoegde waarde van wat we doen en het samenwerken.

Dit proces zal onder leiding van de nieuwe gemeentesecretaris / algemeen directeur worden voortgezet, waarbij de OR nauw betrokken is en wordt bij de vervolgstappen.

Planning & Control
De Kadernota is de basis voor de opstelling van de Programmabegroting. Evenals vorig jaar waren er weer veel financiële onzekerheden, vooral over de vraag met welk extra budget het Rijk over de brug zou komen voor de ‘Jeugdzorg’. Om die reden zijn in de Kadernota twee scenario’s geschetst : een scenario zonder extra middelen en een scenario waarbij het rijk met € 750 miljoen over de brug zou komen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de toevoeging aan het gemeentefonds € 1,3 miljard is. In de Programmabegroting zijn de gevolgen verwerkt, waarbij rekening is gehouden met de richtlijnen van de provincie.

De 1e en 2e bestuursrapportage 2021 is opgesteld met behulp van het programma ‘Pepperflow’: door middel van grafische weergave kan een transparant overzicht worden gegeven van de stand van zaken rond de uitvoering van het beleid en de financiën. Dit experiment wordt voortgezet, zodat ook de Programmabegroting op deze manier wordt gepresenteerd.

Control
Binnen het onderwerp ‘control’ speelt een aantal ontwikkelingen welke van belang zijn voor de bedrijfsvoering binnen de gemeente.

Rechtmatigheid verantwoording
In de huidige situatie toetst de (externe) accountant jaarlijks de getrouwheid van de cijfers en de rechtmatigheid van hoe de gemeente heeft gehandeld. Heeft de gemeente de wet- en regelgeving gevolgd voor alle baten en lasten? Deze verklaring wordt opgenomen in de jaarrekening. Vanaf 2022 is het College van burgemeester en wethouders zelf verantwoordelijk voor het afleggen van de rechtmatigheidsverklaring, die in de jaarstukken wordt opgenomen. De accountant legt alleen nog een controleverklaring af, waarin de getrouwheid van de rechtmatigheidsverklaring wordt getoetst. Het doel van de verandering is om meer transparantie te geven in de totstandkoming van de gemeentelijke financiën, en om een beter gesprek tussen de gemeenteraad en het college mogelijk te maken.

Interne controle
Om de rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven, is het noodzakelijk dat alle processen rechtmatig zijn uitgevoerd. Momenteel wordt veel energie gestoken om controleplannen en werkprocessen waar dat nog nodig is te beschrijven. Ook de controles vinden plaats met de daarbij behorende rapportages om voorbereid te zijn op de vereiste aanpak in 2022 . Per proces is beschreven wie als eerste verantwoordelijk is voor de uitvoering van een proces en hoe de controle in de 2e lijn is georganiseerd. Team Control zal vervolgens toetsen of de controle correct is uitgevoerd.

Fiscale zaken in control
De laatste jaren zijn de taken van de gemeente waarbij fiscale aspecten aan de orde zijn aanzienlijk toegenomen. Genoemd kunnen worden de BTW en BCF, maar ook zaken in het kader van de grondexploitatie, vennootschaps- en loonbelasting (de WKR-werkkostenregeling).

Met de Belastingdienst is een convenant afgesloten in het kader van het ‘horizontale toezicht’. Het sleutelwoord hierbij is dat de gemeente samenwerkt met de Belastingdienst ter voorkoming van uitgebreide controles. Vanaf 2021 stelt de Belastingdienst veel strengere eisen om een nieuw convenant aan te gaan. Zo moet de gemeente over een gedocumenteerde fiscale strategie beschikken, maar ook een fiscale risicoanalyse kunnen overleggen en de kwaliteit van de vereiste gegevens kunnen borgen. Kortom: de gemeente dient aan te tonen fiscaal ‘in control’ te zijn.

Binnen de bestaande formatie is onvoldoende capaciteit om alle fiscale onderwerpen zo goed mogelijk uit te voeren. Regelmatig moet dure capaciteit worden ingehuurd. Om de capaciteit op niveau te brengen en dure inhuur te voorkomen kiest het college ervoor de capaciteit uit te breiden zodat de basis voor samenwerking met de Belastingdienst (convenant Horizontaal Toezicht) kan worden voortgezet op basis van het feit dat we fiscaal in control zijn.

Inkoop en aanbesteding
De Europese richtlijnen zijn aanzienlijk aangescherpt: het drempelbedrag voor opdrachten voor werken en concessieovereenkomsten bedraagt in 2021 € 5.350.000,- en het drempelbedrag voor opdrachten van decentrale overheden voor leveringen en diensten € 214.000, -. In het recente verleden wees de accountant erop dat nog onvoldoende rekening werd gehouden met de regelgeving. Inmiddels is het team ‘inkopers’ op sterkte (onderdeel van het team Juridische zaken en Inkoop) en wordt strikt de hand gehouden aan de normen en regels.

Onze inkooporganisatie zet zich in op de rechtmatig, doelmatig en doeltreffende inkooptrajecten aan de hand van de volgende pijlers: inkoopmanagement, personeel, inkoopbeleid en -doelen, systemen en procedures, inkoopprocessen en inkoopresultaten. De inkoopkalender wordt jaarlijks in overleg met management en decentrale inkopers geactualiseerd.

Informatiebeveiliging en privacy
Vanuit de in 2018 van kracht geworden Europese privacy verordening (AVG) zijn alle overheidsorganisaties onder andere verplicht een register van verwerkingen op te stellen en een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te stellen. De FG is verantwoordelijk voor het toezicht houden op de naleving van de privacywetten en -regels, het inventariseren en bijhouden van gegevensverwerkingen en het afhandelen van vragen en klachten van mensen binnen en buiten de organisatie. Daarnaast kan de FG ondersteunen bij het ontwikkelen van interne regelingen, het adviseren over privacy op maat én het leveren van input bij het opstellen of aanpassen van gedragscodes. De uitvoering van het beleid en het in kaart brengen van de specifieke risico’s en maatregelen binnen een uitvoeringsproces ligt in de organisatie. Hiervoor krijgen bepaalde medewerkers een extra rol namelijk die van Privacy officer. Vanuit deze rol kunnen laagdrempelig vragen beantwoord worden: mogen we deze gegevens delen en hoe doen we dit veilig.

Accountant
Ten tijde van het schrijven van deze Programmabegroting vindt de aanbestedingsprocedure plaats voor de accountantscontrole. Het jaar 2021 inclusief de jaarrekening zal nog gecontroleerd worden door de huidige accountant; voor de jaren 2022 tot en met 2024 zal de gemeenteraad in september 2021 de accountant aanwijzen.

Personeelsbeleid
De ontwikkelingen rond het personeelsbeleid zijn mede door de coronacrisis in een stroomversnelling gekomen. Omdat door de lockdown de medewerkers inmiddels gewend zijn veel thuis te werken, zal het traditionele werken ‘op kantoor’ verdwijnen. Het werkconcept ‘Het Veens Werken’ gaat uit van plaats- en tijdonafhankelijk werken, waarbij er binnen het gemeentehuis faciliteiten zijn om elkaar te ontmoeten en te overleggen. In het komende najaar worden de devices uitgereikt aan de medewerkers om dit alles mogelijk te maken (verstrekking laptop en mobieltje). Gestreefd wordt naar een juiste balans tussen het thuis en op kantoor werken.

 

E. Verbonden partijen

E. Verbonden partijen

Beleid
Wij kiezen hier bewust voor een faciliterende rol waarin wij kaders en omstandigheden creëren, waar binnen inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers zaken met elkaar kunnen realiseren. Tegelijkertijd constateren wij dat wij als gemeente niet in alle gevallen kunnen volstaan met een faciliterende rol. Wanneer er sprake is van een te behartigen openbaar belang, willen wij als gemeente invloed en regie behouden. Dit kan ook gerealiseerd worden binnen het verband van een verbonden partij.

Vanwege de grote bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op alle verbonden partijen gewenst. Verder worden wij geconfronteerd met taakstellingen en omvangrijke taken via het regeerakkoord en de decentralisaties. Daardoor groeit het belang om grip te houden op de activiteiten en realisatie van doelstellingen door de verbonden partijen. Wij zetten ons in voor verbonden partijen die maximaal bijdragen aan de lokale bestuurlijke doelstellingen en een actief risicomanagement voeren. De ambtelijke organisatie zal ook hierdoor in toenemende mate samen (moeten) werken bij de realisatie van de beoogde bestuurlijke doelstellingen.  Daarnaast wordt elke verbonden partij jaarlijks integraal op risico´s, kansen en ontwikkelingen beoordeeld. De in 2016 vastgestelde Kadernota Verbonden Partijen en het daarin opgenomen instrumentarium zijn bij dit alles leidend.

Informatie
In deze begroting zijn de wijzigingen vanuit de BBV verwerkt. Bij de betreffende programma’s zijn de beleidsinformatie en beleidsrisico’s van de verbonden partijen opgenomen. In deze paragraaf vindt u een totaaloverzicht van de verbonden partijen, uitgesplitst in 4 categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen, coöperaties en vennootschappen en overige verbonden partijen.

Samenvattend overzicht Verbonden Partijen 

Gemeenschappelijke regelingen (GR)


 
1 Regio Foodvalley
2 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
3 Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
4 Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)
5 Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
6 Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
7 Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper   
Vennootschappen en coöperaties 8 Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
9 Duurzame Energie Veenendaal-Oost BV (DEVO)
10 Vitens NV
11 Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
12 Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
Stichtingen en verenigingen

13 Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
14 Stichting Ontmoetingshuis
15 Stichting Veens welzijn
Overige verbonden partijen 16 Parkeervoorzieningen

 

 

Regio Foodvalley

Naam 1. Regio Foodvalley
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Ede
3.  Doelstelling en openbaar belang De gemeenschappelijke regeling is getroffen om de Regio een Europese topregio te maken op het gebied van innovatie in de foodsector met versterking van de leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang

Om de samenwerking mogelijk te maken betalen de gemeenten een inwonerbijdrage voor het Regiobureau, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor 2022 is deze vastgesteld op € 3,27 per inwoner, hetgeen voor Veenendaal neerkomt op een inbreng van € 218.958.

De begroting van 2022 van Foodvalley biedt voor het eerst ook inzicht in het totaal van de programmakosten van Foodvalley (mobiliteitsfonds, werkprogramma's en programmamanagement). Het aandeel van Veenendaal hierin bedraagt voor 2022 € 3,50 per inwoner of te wel € 233.992. 
Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.

8. Eigen Vermogen 31-12-2021: € 2,9 miljoen (begroting)
31-12-2020; € 2,6 miljoen
31-12-2019: € 2,0 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2021: € - (begroting)
31-12-2020: € 3,1 miljoen
31-12-2019: € 2,9 miljoen
10. Financieel resultaat 2021: € - (begroting)
2020: € 0,213 miljoen
2019: - € 0,13 miljoen
11. Website www.regiofoodvalley.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen

Veenendaal zet zich ook in 2022 in voor de verdere ontwikkeling van de regio Foodvalley.
Gemeente Veenendaal is één van de 8 deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling Foodvalley. In de Begroting 2022-2025 Regio Foodvalley is de doelstelling van de regio Foodvalley als volgt omschreven: “Regio Foodvalley wil vanuit haar DNA bijdragen aan welzijn en gezondheid voor al haar inwoners en bedrijven. In Regio Foodvalley werken we samen om een circulaire, gezonde regio te zijn waar mensen graag wonen, werken en ondernemen. Het doel is een regio die economisch, ecologisch en sociaal floreert.”

Hoe de regio Foodvalley dat wil bereiken is onder andere aangegeven in de in 2020 vastgestelde Strategische Agenda 2020 – 2025 Regio Foodvalley en de RegioDeal Foodvalley. De ambities van de Strategische Agenda en RegioDeal gaan niet alleen om economische ontwikkeling, maar vooral ook om de zogenaamde ‘brede welvaart’: dat inwoners een goede baan kunnen vinden, er voldoende woningen zijn, natuur en landschappen worden beschermd, er voor boeren een goede toekomst is, inwoners een hoge kwaliteit van leven ervaren en dat de inwoners relatief gezond zijn.

Behalve de projecten die uit de thema’s van de Strategische Agenda en de RegioDeal Foodvalley voortkomen, zijn er nog een aantal grote, aanvullende uitdagingen voor 2022. Het gaat hierbij om de afronding en start uitvoering van:

  • De Regionale Ruimtelijke Verkenning (met welke ruimtelijke claims krijgen we de komende decennia te maken en hoe gaan we daar invulling aan geven?);
  • De Regionale Energiestrategie (RES) (hoe en waar leveren de gemeenten van de Regio Foodvalley de komende decennia een bijdrage aan de energietransitie?);
  • De Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (omvat o.a. 100.000 te bouwen woningen tot 2040, waarvan 40.000 in het zuidelijke deel van de regio Foodvalley);
  • Het Ontwikkelbeeld Amersfoort (de verstedelijkingsstrategie die het noordelijke deel van de regio omvat).

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

 

Naam 2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De VRU is een samenwerkingsverband van en voor de 26 Utrechtse gemeenten. Zij behartigt het belang van de gemeente op de terreinen brandweerzorg, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (Ghor), rampenbestrijding, risico- en crisisbeheersing. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de RAVU (regionale ambulancevoorziening Utrecht) ten aanzien van de gemeenschappelijke meldkamer en een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Door deelname aan de Veiligheidsregio Utrecht wordt de samenwerking tussen verschillende instanties bij bestrijding van rampen en crises verbeterd. Elk lid van het AB fungeert als intermediair tussen gemeente en het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. Wanneer er regionale besluiten genomen moeten worden, is goedkeuring van alle gemeenteraden nodig.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger en Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 Utrechtse gemeenten
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De burgemeester is in zijn functie lid van het algemeen bestuur (AB) VRU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2021: € 19,5 miljoen (begroting)
31-12-2020: € 17,7 miljoen
31-12-2019: € 13,1 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2021: € 58,8 miljoen (begroting)
31-12-2020: € 47,2 miljoen
31-12-2019: € 44,4 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2021: € - (begroting)
31-12-2020: € 2,1 miljoen
31-12-2019: € 2,6 miljoen
11. Website www.vru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Geen bijzonderheden te benoemen.

 

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Naam 3. Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)  
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam), IW4 Beheer N.V. is een Naamloze Vennootschap (N.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is. De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR.
4. Relatie met beleidsprogramma 2. Economie, Werk en Ontwikkeling
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal, Rhenen, en Renswoude
6. Bestuurlijk belang

De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Namens onze gemeente zitten wethouders in het bestuur van de GR. Naast WSW-subsidie en een vergoeding voor opdrachten betaalt onze gemeente aan de GR een bijdrage om het subsidietekort per SE deels te compenseren.

 

7. Financieel belang De eventuele tekorten van de beheer NV worden (naar rato) door de deelnemende partijen aangezuiverd, als de voorzieningen en reserves binnen de NV en/of GR ontoereikend zijn.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 6,1 miljoen (NV) 
31-12-2019: € 6,0 miljoen (NV)
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 1 miljoen (NV)
31-12-2018: € 1 miljoen (NV)
10. Financieel resultaat 31-12-2020: € 0,1 miljoen (NV)
31-12-2019: € -0,2 miljoen (NV)
11. Website www.iw4.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Eind 2018 zijn besluiten genomen over de financiering van de Wsw en de toekomst van IW4. Op basis van dit besluit heeft IW4 een transitieplan opgesteld om IW4 toekomstbestendig te maken. Dit plan loopt van 2018 tot en met 2021. Medio 2022 zal  de uitvoering van het transitieplan en de uitwerking van de besluiten uit 2018 worden geëvalueerd.  Naar verwachting blijft IW4 conform planning binnen de meerjaren begroting. Dit betekent dat geen extra gemeentelijke middelen nodig zijn. 

Daarnaast wordt in 2021 naar verwachting gestart met de nieuwbouw van IW4. Deze nieuwbouw biedt plaats aan IW4, Wijkservice en de Brandweer. Deze zal in 2022 worden gerealiseerd. Op dit moment loopt de aanbesteding van de nieuwbouw. Nadien is er meer zicht op de bouw- en exploitatiekosten. Aangenomen wordt dat dit binnen de begroting plaatsvindt.

 

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Naam 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) 
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht, gevestigd te Utrecht, is getroffen ter uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de
publieke gezondheid.
4. Relatie met beleidsprogramma 4 Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen

31-12-2020: € 5.1 miljoen

31-12-2019: € 4,2 miljoen
31-12-2018: € 3,5 miljoen

9. Vreemd Vermogen

31-12-2020: € 35.5 miljoen 

31-12-2019: € 11,7 miljoen
31-12-2018: € 13,2 miljoen

10. Financieel resultaat

31-12-2020: € 2.26 miljoen

31-12-2019: € 633.000
31-12-2018: € 1,2 miljoen

11. Website www.ggdru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

De GGD voert in 2022 haar reguliere taken uit, conform gemaakte afspraken. Vanuit de Wet Publieke Gezondheid heeft de GGDrU de taak infectieziekten te bestrijden, afhankelijk van corona-ontwikkelingen is het mogelijk dat de GGD in 2022 hiervoor nog aanvullende taken moet uitvoeren.

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Naam 5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Openbaar Lichaam)
2. Vestigingsplaats Soest
3. Doelstelling en openbaar belang De AVU zorgt onder andere voor de verwerking van het Veenendaalse huishoudelijke afval. De kosten worden één op één doorberekend aan de gemeente en zitten in het tarief van de afvalstoffenheffing.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen 25 gemeenten uit de provincie Utrecht 
6. Bestuurlijk belang In het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Utrecht (AVU) zijn de 25 aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht  vertegenwoordigd in het Algemeen- en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling AVU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 0,69 miljoen (jaarrekening)
31-12-2019: € 0,49 miljoen
31-12-2018: € 0,65 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 23,8 miljoen (jaarrekening)
31-12-2019: € 17,6 miljoen
31-12-2018: € 13,8 miljoen
10. Financieel resultaat 2020: € 0,2 miljoen (jaarrekening)
2019: € 0,2 miljoen
2018: € 0,1 miljoen (jaarrekening)
11. Website www.avu.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Het uitgangspunt bij het financieel beleid wordt gevormd door de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling. Tegenover de uitgaven staan de inkomsten, dat zijn de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Zowel de uitgaven als de inkomsten worden geraamd op basis van de door de deelnemende gemeenten ingeschatte hoeveelheden afval. Deze uitgaven en inkomsten betreffen meer dan 95% van de AVU-begroting. Overige en enige andere inkomsten bestaan uit rente op banktegoeden en mogelijke dividenduitkeringen. De AVU kan daarom als een volbloed not for profit organisatie worden aangemerkt.

De begroting van de AVU kent – behoudens een reservering voor onderhoud en risico voor de glas-, papier- en kledingbakken – geen reserves of voorzieningen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden in datzelfde jaar verrekend met de deelnemende gemeenten.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

Naam 6. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De ODRU ondersteunt gemeenten bij het waarborgen en ontwikkelen van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De huidige deelnemers van de ODRU zijn de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2021: € 0,7 miljoen (begroting)
31-12-2020: € 1,2 miljoen
31-12-2019: € 1,7 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2021: € 8,1 miljoen (begroting)
31-12-2020: € 7,9 miljoen
31-12-2019: € 7,7 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2021: € -  (begroting)
31-12-2020: € 0,125 miljoen
31-12-2019: € 0,221 miljoen
11. Website www.odru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

  • Voorbereidingen op de ingang van de Omgevingswet per 1 juli 2022 (verandering in werkprocessen, takenpakket, etc.). Met de ingang van de Omgevingswet worden gemeenten ook bevoegd gezag voor de vaste bodem. De ODRU gaat (in ieder geval een deel van) deze bodemtaken uitvoeren:
  • Het uurtarief van de ODRU is vastgesteld op €96,75 voor 2022 (uurtarief 2021 is €95,00).

Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper (BVO)

Naam

7. Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Barneveld
3. Doelstelling en openbaar belang Uitvoering geven aan het Collectieve vraagafhankelijke vervoer, het OV-Vangnet, beleidsvoorbereidingen treffen, contractmanagement uitvoeren en financieel management uitvoeren voor de FoodValley gemeenten en de provincie Gelderland op dit onderdeel. 
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang Ieder gemeente betaald de eigen deel voor de kosten van de uitvoering en de kosten van het beheer.
8. Eigen vermogen geen
9. Vreemd vermogen geen
10. Financieel resultaat Het betreft een maatwerkvoorziening dat een openeinde regeling is.
11. Website https://www.valleihopper.nl/
12.  Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

De provincie Gelderland heeft enige tijd geleden  besloten om de subsidie af te bouwen en het besluit om de OV-Vangnet te beëindigen. Beide besluiten hebben een nog onbekend financieel effect.  De deelnemende gemeenten onderzoeken of er manieren zijn om  de kosten beheersbaar te houden.

Tevens is afgesproken dat in 2022 een evaluatie wordt uitgevoerd van deze lichte GR genaamd BVO Valleihopper.  BVO Valleihopper  coördineert de uitvoering van het vraagafhankelijk vervoer. Op basis van de evaluatie en de gesprekken met de provincies Utrecht en Gelderland zullen Renswoude, Rhenen en Veenendaal keuzes moeten maken waar de uitvoering wordt belegd van dit vraagafhankelijk vervoer.  De uitvoering kan ook bij bijvoorbeeld de gemeente Veenendaal worden belegd.

Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

 

Naam 8. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
1. Rechtsvorm Commanditaire Vennootschap (C.V.) en Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. heeft tot doel het realiseren van een plangebied aan de oostkant van Veenendaal voor circa 4.000 woningen (waarvan ca. 1.000 zijn gerealiseerd in plangebied Dragonder-oost).
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De gemeente Veenendaal en Grondexploitatie Quattro Veenendaal C.V. zijn in 2003 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor het ontwikkelen van dit plangebied, waarbij het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. en Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost Beheer B.V. zijn opgericht. Beide partijen (gemeente Veenendaal en Quattro) hebben een 50% belang.
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA), lid RvC (Raad van Commissarissen)
7. Financieel belang 50% van het aandelenkapitaal B.V.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 6,4 miljoen
31-12-2019: € 6,2 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 50,7 miljoen
31-12-2019: € 60,2 miljoen
10. Financieel resultaat C.V 31-12-2020: € 0 miljoen
31-12-2019: € 0 miljoen
11. Website www.veenendaaloost.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Buurtstede

In 2022 worden naar verwachting de laatste woningbouwprojecten in “Buurtstede” opgeleverd. Dit betreft het 18 woningen tellende project “LEIV” van LATEI en Van Elst Vastgoed aan de oostzijde van De Brink en het 10 woningen tellende project “Stadswachter” van Kelderman aan de westzijde van het buurtschap “De Ontmoeting”.
Nog braak liggen de locatie in de noordwesthoek van “De Ontmoeting” waarvoor de gemeente een stedenbouwkundige verkenning in de maak heeft en de locatie van de 20 walwoningen aan de westzijde van het buurtschap “De Hoven”. De invulling van laatstgenoemde locatie door de gemeente wacht op het verdere vervolg van de plannen voor de verbreding van de Rondweg-oost.

Veenderij
Voor “Veenderij” geldt dat in 2022 de laatste hand wordt gelegd aan het woonrijp maken van eiland L. Daarnaast zal er in 2022 op ruime schaal worden gebouwd op de resterende eilanden H / I / K. Deze eilanden kennen samen met de 7 vrije kavels op de eilanden J en M langs het Gelders Benedeneind een plancapaciteit van 270 woningen. In “Veenderij” zullen eind 2022 naar verwachting circa 740 woningen van de in totaal ruim 1.000 woningen zijn gerealiseerd.

Groenpoort
Het bestemmingsplan “Groenpoort”, dat ruimte biedt aan circa 970 woningen in diverse woningtypen en verschillende prijsklassen en voorziet in een rechtstreekse aansluiting op de (te verbreden) Rondweg-oost, ligt op het moment dat deze programmabegroting wordt opgesteld, in ontwerp ter inzage.

De belangrijkste onderleggers voor de opstalontwikkeling, te weten het stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en het voorlopig inrichtingsplan voor de openbare ruimte, zijn gereed. De nog ontbrekende schakel wordt gevormd door de -op het moment van opstellen van deze programmabegroting- nog lopende gemeentelijke aanbestedingsprocedure inzake de collectieve warmtevoorziening. Deze procedure dient binnen afzienbare tijd succesvol te zijn afgerond om vertraging in de gronduitgifteplanning te voorkomen.

Medio 2022 wordt gestart met het bouwrijp maken van de eerste fase van “Groenpoort”, zodat een jaar later kan worden gestart met de bouw van de eerste woningen in dit deelplan. Dit onder het voorbehoud dat de bestemmingsplanprocedure tijdig de juridische titel oplevert voor het verlenen van de vereiste omgevingsvergunningen.

Algemeen
De gemeente Veenendaal wordt in de Raad van Commissarissen (RvC) van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost (OVO) Beheer B.V. vertegenwoordigd door de heren mr. P.T. van Woensel en K.G.J. Kats.

De heer Van Woensel is herbenoemd als commissaris van de vennootschap voor een periode die loopt tot 1 januari 2025.

De heer Kats is per 26 mei 2021 voor de duur van 4 jaar benoemd tot lid van de RvC.

Op 16 maart 2022 staan de gemeenteraadsverkiezingen gepland. Zoals bekend, is projectwethouder Stroobosscher namens de gemeente Veenendaal aandeelhouder van het OVO Beheer B.V. Of dit ook na 16 maart 2022 het geval zal zijn, zal door de uitslag van deze verkiezingen, de coalitievorming, de portefeuilleverdeling, etc. worden bepaald.

 

Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)

Naam 9. Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)
1. Rechtsvorm Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang DEVO is het lokale energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor de exploitatie en het beheer van de duurzame energievoorziening in een deel van Veenendaal-oost (Buurtstede en Veenderij). DEVO draagt bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstelling om met ingang van 2050 energieneutraliteit te realiseren.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal 
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is voor 100% aandeelhouder van deze onderneming
8. Eigen Vermogen

31-12-2021: € - 5.524 miljoen
31-12-2020: € - 5,702 miljoen
31-12-2019: € - 5,527 miljoen

9. Vreemd Vermogen

31-12.2021: € 15,5 miljoen
31-12-2020: € 12,546 miljoen
31-12-2019: € 14,117 miljoen

10. Financieel resultaat

31-12-2021: €   0,062 miljoen
31-12-2020: €-  0,174 miljoen
31-12-2019: € - 0,345 miljoen

11. Website www.devo-veenendaal.nl
12. Risicoprofiel Hoog

Ontwikkelingen

Op 24 juni 2021 heeft de gemeenteraad  besloten de aandelen van Quattro Energie BV in DEVO per 30  juni 2021 te kopen. Dat betekent dat de gemeente per 30 juni 2021 voor 100% aandeelhouder van DEVO is.  Tevens heeft de gemeenteraad  op 24 juni 2021 besloten geen wensen en bedenkingen in te dienen tegen het verlenen van een borgstelling ad € 12,2 miljoen door de gemeente in verband met de herfinanciering van DEVO per 30 juni 2021 voor de periode van 30 juni 2021 tot en met 30 juni 2026.  Op 25 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten genoemde borgstelling te verstrekken. De herfinanciering van DEVO heeft op 30 juni 2021 plaats gevonden, zodat de continuïteit van de onderneming tot 30 juni 2026 is gewaarborgd. In totaal staat de gemeente borg voor een bedrag van € 15,4 miljoen.  In verband met de uitbreiding van het distributienet in Veenderij heeft DEVO een tijdelijke overbruggingsfinanciering nodig. Voor deze overbruggingsfinanciering heeft de gemeente geen borgstelling behoeven te verstrekken.  

DEVO heeft plannen de bestaande warmtekrachtkoppeling uit te faseren en deze door aanvullende warmtepompen te vervangen. De daarvoor benodigde investeringen zijn meegenomen in het meerjareninvesteringsplan van de onderneming. Vanaf 1 januari 2021 is het voor nieuwbouwwoningen wettelijk verplicht om bijna-energieneutraal (BENG) te bouwen en wordt een nieuwe bepalingsmethode gehanteerd.  Sinds 1 januari 2021 valt de BENG-berekening, die bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ingediend,  onder certificaat.  De nieuwe regels hebben ook gevolgen voor warmtebedrijven.  Warmtebedrijven dienen de energieprestatie van hun collectieve systemen te certificeren. Om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen, dient DEVO aanpassingen in het collectieve energiesysteem te realiseren. Vooralsnog wordt nog onderzocht of deze eerdere investeringen daadwerkelijk eerder en in welke fasering nodig zijn.

Vitens NV

Naam 10. Vitens NV
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Zwolle
3. Doelstelling en openbaar belang Publiek waterbedrijf, belast met de zorg voor de watervoorziening
4. Relatie met beleidsprogramma 5 Algemene dekkingsmiddelen
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 56.404 aandelen (0,975% van het totale aandelenkapitaal)
8. Eigen Vermogen

31-12-2020: €  557,1 miljoen
31-12-2019: € 533,3 miljoen
31-12-2018: € 533,0 miljoen

9. Vreemd Vermogen

31-12-2020: € 1.340,1miljoen
31-12-2019: € 1.293 miljoen
31-12-2018: € 1.233,5 miljoen

10. Financieel resultaat

2020: € 23,9 miljoen
2019: € 11,1 miljoen
2018: € 13,0 miljoen

11. Website www.Vitens.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Als gevolg van de droge zomers in 2018 en 2019 heeft Vitens haar beleid bijgesteld. Om voldoende drinkwater te kunnen leveren in droge periodes gaat Vitens haar productiecapaciteit stevig uitbreiden. Door Vitens zullen de komende jaren extra investeringen worden gedaan om deze uitbreiding mogelijk te maken. Mede als gevolg hiervan zal de winst de komende jaren aanmerkelijk lager zijn in vergelijking met het nabije verleden. Een andere factor die hierbij een rol speelt is dat vanuit de rijksoverheid een bovengrens is vastgesteld ten aanzien van het rendement over het eigen vermogen. Daarnaast is er de noodzaak om een solvabiliteit van 30% aan te houden om in aanmerking te komen voor een financiering tegen gunstige tarieven. In 2020 heeft Vitens fundamentele stappen gezet voor de toekomst van het bedrijf, waaronder een belangrijke aanpassing van de automatisering en het vaststellen van een nieuwe strategie: Elke druppel duurzaam.

 

Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)

Naam 11. Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Den Haag
3. Doelstelling en openbaar belang Bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De bank levert zo een bijdrage aan de publieke taak.
4. Relatie met beleidsprogramma 5 Algemene dekkingsmiddelen
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is aandeelhouder van de BNG en bezit 0,2% van de aandelen.
8. Eigen Vermogen

31-12-2020: € 5.097 miljoen

31-12-2019: € 4.887 miljoen

31-12-2018: € 4.990 miljoen

9. Vreemd Vermogen

31-12-2020: € 155.262 miljoen

31-12-2019: € 144.802 miljoen

31-12-2018: € 132.519 miljoen

10. Financieel resultaat

2020: € 221 miljoen

2019: € 163 miljoen

2018: € 337 miljoen

11. Website www.bngbank.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

BNG Bank profileert zich steeds meer als een duurzame bank en ondersteunt gemeenten bij de verdere verduurzaming. BNG Bank staat in de top 5 van ’s werelds veiligste banken. De lijst van veiligste banken ter wereld wordt samengesteld door een vergelijking van de lange termijn krediet ratings en de totale activa van de 500 grootste banken wereldwijd. Ratings van Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch zijn hiervoor gehanteerd.

Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Naam 12. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap (NV)
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang ACV is een overheids-nv. De missie van ACV is de opdracht gevende gemeenten, bedrijven en particulieren te ontzorgen op het gebied van afval & reiniging en te opereren als de logische, regionale samenwerkingspartner
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Ede, Wageningen, Renkum en Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 24% van de aandelen van de holding
8. Eigen Vermogen

31-12-2020: € 11,6 miljoen (jaarrekening)

31-12-2019: € 11,1 miljoen
31-12-2018: € 11,1 miljoen
31-12-2017: € 11,1 miljoen

9. Vreemd Vermogen

31-12-2020: € 21,8 miljoen (jaarrekening)

31-12-2019: € 21,9 miljoen
31-12-2018: € 19,9 miljoen
31-12-2017: € 21,9 miljoen

10. Financieel resultaat

2020: € 0,5 miljoen (jaarrekening)

2019: € 0,5 miljoen
2018: € 0,6 miljoen
2017: € 0,5 miljoen

11. Website www.acv-groep.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

ACV is de naam voor de vertrouwde afvalinzamelaar in de gemeenten Ede, Renkum, Renswoude, Veenendaal en Wageningen. ACV is in 1999 ontstaan toen de activiteiten voor de gemeenten Ede en Wageningen samengevoegd zijn in één organisatie: Afvalcombinatie De Vallei. Later werden ook Renkum (2001) en Veenendaal (2008) en Renswoude (2020) toegevoegd.

ACV is een zelfstandig opererend bedrijf met een schat aan ervaring op het gebied van afvalinzameling, straatreiniging, het kolken van riolen, gladheidbestrijding en plaagdierbestrijding. Sinds 1999 is ook de kringloopwinkel in Ede en vanaf 2010 de kringloopwinkel in Veenendaal toegevoegd, onder de naam Restore Kringloop. Per 1 januari 2012 is ACV lid van Midwaste, een samenwerkingsverband van 13 regionale afval- en reinigingsbedrijven. ACV is sinds februari 2017 ook actief binnen het SamenWerkBedrijf (SWB), een samenwerking in de openbare ruimte tussen gemeente Ede, Werkkracht en ACV.

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Naam 13. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG) 
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. De Stichting sluit hierbij aan bij de ontwikkeling naar integraal werken binnen de drie sociale domeinen, te weten: jeugd, maatschappelijke ondersteuning en participatie – bijvoorbeeld door de vorming van integrale sociale wijkteams – en levert hier een actieve bijdrage aan. Zij doet dit uitsluitend in opdracht van de gemeente.
4. Relatie met beleidsprogramma 3 Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen nvt
6. Bestuurlijk belang Het College
- stelt de jaarlijkse bijdrage vast op basis van de prestatieafspraken.
- benoemt, schorst en ontslaat de leden van het Bestuur.
- krijgt bepaalde besluiten van het Bestuur ter goedkeuring voorgelegd.
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage.
De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de Gemeente.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 0 
31-12-2019: € 0
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 1,0 miljoen
31-12-2019: € 1,0 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2020: € 0
31-12-2019: € 0
11. Website www.cjgveenendaal.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Met de inzet vanuit het CJG wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de beoogde resultaten uit het Integraal beleidskader Sociaal Domein. Er wordt onder andere bijgedragen aan de ontwikkeling van een stevige sociale basis, een sterke uniforme toegang en de verdere transformatie van het jeugdstelsel.

Grote uitdaging nu en in de komende jaren is het terugdringen van het gebruik van specialistische jeugdhulp en de daarmee gepaard gaande kosten. Hiertoe is in 2019 een aantal verbeterprojecten gestart. In 2020 zijn de verbeterprojecten aangevuld met een aantal maatregelen om met name het gebruik en de kosten van jeugdhulp (in het bijzonder ambulante begeleiding en behandeling) terug te dringen. Aanvullend zijn er door de raad maatregelen toegevoegd. Dit zijn ‘de scherpe keuzes’ en deze zijn ondersteunend aan het verder terugdringen van het gebruik en de kosten van jeugdhulp in Veenendaal. Het CJG geeft in 2022 verder uitvoering aan deze projecten en maatregelen onder meer door:

  1. Het afremmen van instroom
    • O.a. beperken open inloop (werken op afspraak, max. aantal afspraken per week, wachtlijst) investeren op kwaliteit en zorgvuldigheid.
  2. Kaders en normen voor jeugdhulp binnen het CJG.
    • Actieve sturing op het terugdringen aantallen naar specialistische zorg, incl. afspraken met de belangrijkste aanbieders.
  3. Vergroten van de invloed op het logistieke proces bij de inzet van gecontracteerde jeugdhulp.
    • Scherpere triage, strakker sturen op duur, intensiteit en doelrealisatie.

Stichting Ontmoetingshuis


Naam
14. Stichting Ontmoetingshuis
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk beheren, kostendekkend exploiteren en doen exploiteren van het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost, al dan niet tezamen met andere door de Gemeente Veenendaal aan te wijzen partijen en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
De stichting mag niet al dan niet commerciële activiteiten verrichten of laten verrichten buiten de doelstelling, locatie en andere samenwerkingsvormen.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College
- Goedkeuring en ontslag bestuur
- Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.)
- Inzage en aanwijzingen financieel beheer.
7. Financieel belang Het college compenseert een negatieve exploitatie indien deze niet uit de reserve gehaald kan worden. Eventuele overschotten vallen ten gunste van de reserves.
8. Eigen Vermogen 2021: P.M. (lopende boekjaar)
2020: € 497.568
2019: € 408.529
9. Vreemd Vermogen

2021: P.M. (lopende boekjaar)
2020: € 133.882
2019: € 159.405

10. Financieel resultaat 2021: - € 104.753 (begroot)
2020: - € 112.574
2019: - € 105.083
11. Website http://ontmoetingshuis.nl/
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Het Ontmoetingshuis is een centraal punt voor de wijk Veenendaal-oost. Dit is de plek waar wijkbewoners graag komen, waar kinderen lekker dichtbij naar school gaan en sporten. Een prachtig centrum midden in Veenendaal-oost!

De eerste fase is opgeleverd in 2014 en de tweede fase in 2017 en wordt (m.u.v. het sportgedeelte) beheerd door stichting Ontmoetingshuis Veenendaal-oost. Er vindt in 2022 een voortzetting van het huidige gebruik plaats met een combinatie van functies, zoals onderwijs, kinderopvang en welzijnswerk.

In 2021 vindt er een verkenning plaats voor een verdere optimalisatie van de exploitatie van het Ontmoetingshuis. Medio 2022 zal er een structurele oplossing komen voor de exploitatie van het Ontmoetingshuis in het kader van de reserve 'aanloopverliezen exploitatie Ontmoetingshuis' die nog gevuld zal zijn tot en met 2022.

Stichting Veens Welzijn

Naam 15 .Stichting Veens welzijn                                                                                                                                                

1. Rechtsvorm

Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de stichting is samen te werken met in het bijzonder partijen in de sociale basis om zo vorm te geven aan het realiseren van maatschappelijke doelen in welzijn ten behoeve van de organisatie van laagdrempelige algemene voorzieningen  en het ontwikkelen, initiëren en organiseren van nieuwe initiatieven op het gebied van welzijn, mede door samenwerking met zorgpartners en vrijwilligersorganisaties en door koppelingen te maken tussen bedrijven en organisaties of personen uit de gemeente Veenendaal met een ondersteuningsvraag. 
4. Relatie met beleidsprogramma 3. Sociale Leefomgeving
5. Deelnemende partijen nvt
6. Bestuurlijk belang

Het college stelt via de kaderovereenkomst en het jaarplan een jaarlijkse bijdrage vast. 

De leden van de Raad van Toezicht worden door het College benoemd. 

7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage.
De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de Gemeente.
8. Eigen Vermogen 2020: €0,-
9. Vreemd Vermogen 2020: €0,-
10. Financieel resultaat 2020: €0,-
11. Website www.veens-welzijn.nl 
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Stichting Veens Welzijn is vanaf 2021 actief in Veenendaal. De opdracht Welzijn heeft als rode draad het versterken van de sociale basis. Samenwerking en netwerkverbinder tussen alle (vrijwilligers)organisaties, zorgpartners en overige professionals is hierin belangrijk. De opdracht bevat basistaken geclusterd in vier pijlers: sociale leefbaarheid, vrijwilligers, opvoeden en opgroeien en langer thuis. 

 

Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)

 

Naam 16. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)
1. Rechtsvorm Vereniging / Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars” en “het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken.

VVE Tricotage
Stichting (VVE) Arie van Hensbergen

4. Relatie met beleidsprogramma

1 Fysieke leefomgeving

5. Deelnemende partijen

Gemeente Veenendaal

6. Bestuurlijk belang

Het College
- Goedkeuring en ontslag bestuur
- Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.)
- Inzage en aanwijzingen administratie

7. Financieel belang

Vaste gemeenschappelijke bijdrage.
Compensatie verliezen en investeringen.

8. Eigen Vermogen

2019: € 0
2018: € 0
2017: € 0

9. Vreemd Vermogen

2019: € 0
2018: € 0
2017: € 0

10. Financieel resultaat

2019: - € 7.356,00
2018: - € 152,00
2017: € 203,00

11. Website

nvt

12. Risicoprofiel

laag

Ontwikkelingen

Geen ontwikkelingen

 

F. Grondbeleid

Grondbeleid

Het grondbeleid is vastgelegd in de Nota grondbeleid 2020 - 2024. Met de nota wordt richting gegeven aan hoe de gemeente handelt in de grondmarkt met diverse beschikbare juridische en financiële instrumenten (zoals bijvoorbeeld de grondexploitatiewet). De diverse instrumenten worden gebruikt om bestuurlijke doelstellingen in de ruimtelijke ordening vorm te geven.

Algemene ontwikkelingen
Er blijft spanning op de woningmarkt. Diverse publicaties geven aan dat de woningmarkt nog krap is, en nog een aantal jaren krap zal blijven. Landelijk blijft de benodigde nieuwbouw achter bij de vraag naar woningen. De ontwikkeling van de economie lijkt gunstig, maar vormt echter altijd een risico. Een eventuele economische groeivertraging heeft haar weerslag op de woningmarkt, zij het vaak met een aantal jaren vertraging. De centrale banken hebben aangegeven zo nodig de beleidsrente te verlagen en obligaties aan te kopen. Hierdoor zal de hypotheekrente langer laag blijven. Dit leidde afgelopen jaren tot sterk oplopende prijzen in de huizenmarkt. Tevens is de woningmarkt dermate krap dat de vraag is hoe dit zich zal verhouden met een eventuele economische achteruitgang. De verwachting is daarom dat de huidige krapte en hoge woningprijzen voorlopig aanhouden.

In de afgelopen jaren is gebleken hoe belangrijk het is bij woningbouw om toekomstige bewoners en omwonenden te betrekken bij nieuwe plannen. De gemeente stimuleert ontwikkelaars voor het toepassen van co-creatie met omwonenden en vanuit marktpartijen worden dit ook steeds meer als vanzelfsprekende trajecten gezien. Participatietrajecten zijn niet meer weg te denken bij nieuwe ontwikkelingen. De mate van participatie zal echter altijd maatwerk blijven. Er is zowel behoefte aan systeembouw als volledige zelfbouw en alles wat er tussen zit.

Een andere trend die over de gehele breedte plaatsvindt is duurzaamheid. De wettelijke normen worden strenger, maar belangrijker, de mogelijkheden worden ook steeds groter. Inmiddels moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Vanaf 2022 zal met de invoering van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving de eisen verder worden verscherpt. Hiermee wordt de gehele sector gedwongen creatief te zijn in de duurzame ambities.

De invoering van de Omgevingswet wordt verwacht op 1 juli 2022, inclusief de Aanvullingswet grondeigendom. Deze wet bevat regels over het ingrijpen door de overheid in het eigendom van de grond met aangepaste instrumenten voor voorkeursrecht, onteigening, herverkaveling en kavelruil. Ook komt er een vereenvoudigde regeling voor het kostenverhaal in de Omgevingswet. Dit vormt mogelijkheden als de overheid (bovenwijkse) kosten maakt bij de ontwikkeling van een initiatief van burgers of bedrijven. Het verhalen van bovenwijkse kosten is vastgelegd voor Veenendaal met de vastgestelde Nota bovenwijkse voorzieningen 2020.

Visie op grondbeleid
Ruimtelijke ontwikkelingen binnen een gemeente zijn zo divers dat een algemene keuze voor óf facilitair óf actief grondbeleid niet volstaat. Bij projecten wordt scherp gekeken in hoeverre deze bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat Veenendaal het grondbeleid situationeel vormgeeft: niet per definitie actief of passief, maar per situatie wordt maatwerk geboden. In de Nota Grondbeleid 2020-2024 is een afwegingskader opgenomen om de mate van activiteit (van passief tot actief) te bepalen. Afhankelijk van de situatie en het belang van het doel of de prioriteit ervan voor de gemeente wordt de mate van activiteit bepaald. Via het projectenboek zal jaarlijks de strategie op hoofdlijnen door de raad worden vastgesteld.

Uitvoering van grondbeleid
Door de krapte op de woningmarkt kan druk ontstaan op het ingezette beleid voor vraaggestuurde ontwikkelingen. Het is belangrijk om te zorgen dat het aanbod aansluit op de behoefte van bewoners. Er vindt een woningmarktanalyse plaats in het projectenboek en elk nieuw initiatief wordt beoordeeld met de Ladder van duurzame verstedelijking. Zo wordt aangetoond waarvoor er daadwerkelijk een marktvraag is. De Woonvisie (wordt: Uitvoeringsplan wonen in de omgevingswet) is cruciaal voor de onderbouwing van de Ladder en is richtinggevend voor het inspelen op de juiste (toekomstige) toevoegingen aan de woningvoorraad. Dit om de effecten van vergrijzing en de toename van zorghuisvesting op tijd op te vangen. Aandachtspunten voor de uitvoering is het zorgen van voldoende betaalbare en/of (zorg)geschikte woningen in de komende jaren. Gezien de momenteel hoge (bouw)kosten is dat een uitdaging voor de komende periode.

Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds, naar rato van de voortgang van de grondexploitatie, winst worden genomen. Dit wordt conform de richtlijnen uit Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) van het BBV toegepast voor de winstgevende grondexploitaties.

Risicoreserve grondbeleid
In de Nota Grondbeleid 2020 - 2024 is opgenomen dat er jaarlijks een vertrouwelijke risicoanalyse wordt opgesteld door een extern bureau, waarin per project en op portefeuilleniveau het risicoprofiel wordt geschetst. Deze risicoanalyse omvat de grondexploitaties en grotere facilitaire projecten, de zogenaamde Meerjarige projectbegrotingen. Voor de grondexploitaties betreft dit de project- en projectoverstijgende risico's. De gemeente maakt de risico's niet alleen inzichtelijk, maar zorgt met risicomanagement voor beheersing van de risico's en treft de nodige beheersmaatregelen. De risico's worden primair afgedekt met de risicoreserve grondexploitaties. 

Overzicht beleidsvoornemens

Grondbeleid

 

G. Lokale heffingen

Lokale heffingen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding van de opbrengst gebonden is (bestemmingsheffingen) en heffingen waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. Ongebonden lokale heffingen zoals de OZB en de hondenbelasting rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij inhoudelijk niet aan begrotingsprogramma’s zijn gerelateerd en de opbrengst vrij kan worden besteed. Gebonden heffingen zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. De raad stelt jaarlijks de tarieven voor het komende jaar vast.

Het gemeentelijke belastinggebied is wettelijk begrensd. De regelingen, waarin is bepaald welke belastingen en rechten de gemeenten mogen heffen, schrijven voor hoe de gemeenten die heffingen moeten inrichten. Zo mag bijvoorbeeld het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige en is het niet toegestaan om met rechten winst te maken.

In deze paragraaf komen de belangrijkste gemeentelijke heffingen aan de orde. Daarnaast maken het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid onderdeel uit van deze paragraaf.

Beleidsuitgangspunten

Indexatie 2022
De gemeentelijke heffingen zijn in deze programmabegroting trendmatig met 1,5% verhoogd. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en kosten van lijkbezorging zijn daarvan uitgezonderd. Deze tarieven zijn in afzonderlijke beleidsdocumenten vastgesteld. Hiervoor geldt als uitgangspunt een maximale kostendekkendheid van 100%.

Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Ons bestendig beleid is dat mutaties als gevolg van een hertaxatie van de waarde van de onroerende zaken geen gevolgen mag hebben voor de belastingopbrengsten (sinds invoering van de Wet WOZ in 1995). Een waardestijging van de onroerende zaken binnen onze gemeente heeft zich in het verleden dan ook altijd vertaald in een evenredige tariefsdaling (en vice versa).

Rioolheffingen
Het tarief voor de rioolheffing is in de raad van 22 juni 2017 vastgesteld in het Integraal beheerplan Openbare ruimte en gemeentelijk riolerings- en waterplan. Bestendig beleid is een kostendekkende rioolheffing waarvan 50% van de kosten wordt verhaald via het aansluitrecht en 50% via het afvoerrecht.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt van het huidige beleid is erop gericht 100% van de inzamelings- en verwerkingskosten van het afval in de tarieven te verdisconteren. Per 1 januari 2016 is de gemeente overgeschakeld naar Diftar op basis van volume-frequentie.

Hondenbelasting
Er wordt voor het houden van een hond een tarief in rekening gebracht. Indien er sprake is van meer dan 1 hond geldt een hoger tarief voor deze meerdere honden. Tevens is er sprake van een kennel tarief.

Leges
De leges worden in verschillende groepen gepresenteerd. De leges worden als inkomsten op de taakvelden waar ze betrekking op hebben verantwoord. De meest omvangrijke post in de leges betreft de leges omgevingsvergunning bouwen. Bij het opmaken van de begroting 2022 is het Rijk voornemens om de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen per 1 juli 2022 in te voeren. Eind 2021 zal duidelijk worden of de invoerdatum 1 juli 2022 blijft. De VNG heeft gemeenten geadviseerd om in dat geval in 2022  een gewijzigde legesverordening vast te stellen. Het is de verwachting dat de legesopbrengsten en de daarmee gemoeide lasten fors zullen dalen.  Hierover wordt u in 2022 geïnformeerd.

Precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen
Vanaf 2022 is het niet meer toegestaan om precariobelasting voor netwerkbeheerders te heffen. Hiertoe is in 2016 een wetsvoorstel aangenomen om de precariobelasting voor netwerkbeheerders af te schaffen. Gemeenten (waaronder Veenendaal) die in 2015 al heffen konden nog heffen tot 1 januari 2022. In 2020 is besloten om geen aanslagen meer op te leggen.  

Precariobelasting overige
Naast precariobelasting op buizen, kabels en leidingen is er ook precariobelasting voor gebruik van de gemeentegronden. Deze precariobelasting wordt geheven indien er sprake is van opslag bouwmaterialen, stalling van voertuigen, terrassen en uitstallingen. Tarieven zijn per m2 en/of per jaar.

Reclamebelasting
Reclamebelasting is een belasting op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, bijvoorbeeld logo's, stickers, gevelreclame, lichtbakken en uithangborden. Ondernemers op alle bedrijventerreinen in Veenendaal betalen reclameheffing aan de gemeente. De opbrengst (na verrekening van de perceptiekosten) wordt naar rato verdeeld over de coöperatieve verenigingen Bedrijventerreinen. Kwijtschelding voor reclamebelasting is niet mogelijk.

Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal
In mei 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Winkelstad Veenendaal. Deze BIZ Winkelstad Veenendaal is van toepassing in het zogenoemde Kernwinkelgebied en beoogd gezamenlijke investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving te financieren. De BIZ is een bestemmingsheffing die eigenaren en gebruikers betalen. Onder verrekening van de perceptiekosten wordt de bate uitbetaald aan de stichting BIZ Winkelstad Veenendaal. Er is sprake van tariefdifferentiatie (onderstaand toegelicht).

Toeristenbelasting
Niet-inwoners van de gemeente, die betaald overnachten in Veenendaal, betalen toeristenbelasting. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Parkeerbelasting
Op basis van artikel 225 Gemeentewet heft de gemeente in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen. Er worden twee belastingen geheven:

  • De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst.
  • De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.

De gemeente kan hiermee op efficiënte en financieel verantwoorde wijze het parkeerbeleid realiseren.

Tarieven gemeentelijke heffingen

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Wij voeren voor de OZB een trendmatige verhoging van 1,5% door. Alle onroerende zaken in Veenendaal worden gedurende 2021 opnieuw gewaardeerd naar peildatum 1 januari 2021. De nieuwe waarde geldt voor het belastingjaar 2022.  De waardeontwikkelingen van de woningen in onze gemeente is tussen de peildatum 1 januari 2020 en 1 januari 2021 ingeschat op een stijging van  10,0%. De inschatting van de waardestijging van de niet-woningen in dezelfde periode is 1,0%.  De waardestijging/-daling neutraliseren we in de tarieven, zodat we de totaalopbrengst halen conform de trendmatige stijging als hierboven benoemd. Dit betekent voor de tarieven de onderstaande extra aanpassing naast de trendmatige verhoging. Voor de WOZ waardebepaling geldt vanaf 2022 de verplichting om deze te baseren op vierkante meters. 

Op basis van de inzichten in de taxaties op het moment van opstellen van deze programmabegroting zijn de tarieven voor 2022 als volgt:

Overzicht tarieven OZB
Tarief 2021 Tarief 2022 (1,5% trend) Tarief 2022 na compensatie
Tarief woning eigenaar 0,0992% 0,1007% 0,0915%
Tarief niet-woning eigenaar 0,2497% 0,2534% 0,2509%
Tarief niet-woning gebruiker 0,1995% 0,2025% 0,2005%

Rioolheffing
Met de rioolheffing worden kosten verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van grond- en of hemelwater. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen aansluitrechten, die doorgaans worden geheven van de eigenaren van de aangesloten eigendommen en afvoerrechten, die uitsluitend kunnen worden geheven van de gebruikers van die eigendommen.

In het Gemeentelijk Riool en Water Plan Veenendaal is voorgesteld om de tarieven van rioolheffing in 2022 gelijk te laten zijn aan 2019.  Door kostenstijgingen is net als in 2021 indexatie van 1,5% van de tarieven benodigd om de kostendekkendheid van 100% in de toekomst te handhaven.

Tarieven rioolheffing
2020 2021 2022
tarief gebruiker woning € 31,20 € 31,68 € 32,16
tarief eigenaar woning € 62,40 € 63,36 € 64,32
tarief gebruiker niet-woning € 312,00 € 316,68 € 321,48

Afvalstoffenheffing
Het huishoudelijk afval wordt verwerkt via Afvalverwijdering Utrecht (AVU). De AVU is een gemeenschappelijke regeling van alle Utrechtse gemeenten. De afvalinzameling wordt gedaan door ACV, een NV van de gemeenten Ede, Wageningen, Renkum, Renswoude en Veenendaal. De tarieven voor 2022 zijn gebaseerd op het in 2016 ingevoerde systeem van betalen per keer voor restafval (Diftar) ter bevordering van hergebruik van grondstoffen. In september besloot de raad over het beleidsplan huishoudelijk afval 2022-2025. De gevolgen van de hierin voorgestelde wijzigingen zijn opgenomen.

Voor 2022 zijn zowel de variabele tarieven voor de afvalstoffenheffing (tarief per aanbieding) als het basisbedrag met 1,5% geïndexeerd.  Er is voor 2022 sprake van een autonome tariefstijging als gevolg van hogere inzamel- en verwerkingskosten door nieuwe prijsvorming en aanbesteding en dalingen in de opbrengsten van de vergoedingen voor oud papier en PMD.  Daarnaast wordt een bedrag vanuit de reserve aangewend om tariefegalisatie te realiseren. Onderstaand treft u een cijfermatige toelichting van de tariefontwikkeling 2021-2022.

Het vaste tarief van 2022 komt uit op € 245,00.  

Berekening Tarief Afvalstoffenheffing 2022
Basisbedrag 2021 € 222,32
In 2021 niet in tarief opgenomen € 11,24
Indexatie 1,5 % € 3,50
Gevolgen beleidsplan huishoudelijk afval 2022-2025 € 3,71
Autonome tariefsontwikkeling door hogere kosten en dalende vergoedingen € 14,23
Tarief 2022 zonder egalisatie € 255,00
Inzet reserve voor egalisatie -/- 10,00
Tarief 2022 € 245,00

Onderstaand treft u een specificatie van de tarieven van de afgelopen jaren. 

De kosten voor ledigingen en stortingen worden alleen geïndexeerd. Veenendaal komt daarmee in 2022 uit op gemiddeld € 299 voor een huishouden inclusief het variabele deel. Het landelijk gemiddelde tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden in 2021 bedraagt € 305. 

Tarieven afvalstoffenheffing 2022
2018 2019 2020 2021 2022
Basis tarief containers € 159,36 € 167,76 € 191,58 € 233,56 € 245,00
Per aanbieding 240 liter € 8,12 € 8,30 € 8,36 € 8,49 € 8,61
Per aanbieding 140 liter € 4,77 € 4,85 € 4,92 € 4,99 € 5,07
Hoogbouw
Per aanbieding van 60 liter € 0,81 € 0,83 € 1,05 € 1,07 € 1,09
Per aanbieding van 30 liter € 1,62 € 1,65 € 2,11 € 2,14 € 2,17

Hondenbelasting
Wij hebben voor de hondenbelasting een trendmatige verhoging van 1,5% opgenomen. De tarieven voor 2022 zijn als volgt.

Tarieven Hondenbelasting
2020 2021 2022
Tarief eerste hond € 89,40 € 90,72 € 92,04
Tarief tweede en volgende hond, per hond € 130,56 € 132,48 € 134,52
Tarief kennel € 230,88 € 234,36 € 237,84

Leges
De gemeente brengt voor producten van burgerzaken en vergunningen leges in rekening bij de aanvrager. In deze programmabegroting wordt hierop een trendmatige verhoging doorgevoerd van 1,5%. Randvoorwaarde daarbij is dat de legesopbrengsten maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. In de kadernota bent u geïnformeerd over de komst van de Omgevingswet en de bij behorende Wet kwaliteitstoezicht Bouwen. De invoering hiervan is nu beoogd per 1 juli 2022 en gaat gepaard met een forse daling van de leges en de daaraan ten grondslag liggende kosten. De VNG heeft in juli 2021 geadviseerd om de benodigde aanpassingen voor de invoering in 2022 in de verordeningen te verwerken middels een gewijzigde legesverordening in 2022.

Precariobelastingen
Voor precariobelastingen is een trendmatige verhoging van 1,5% opgenomen. De precariobelasting op kabels en leidingen vervalt door een verbod door de minister met ingang van 2022. De precariobelasting die van toepassing is op bijvoorbeeld terrassen is wel aangepast.

Reclamebelasting
In deze programmabegroting hebben wij voor de reclamebelasting eveneens een trendmatige verhoging van 1,5 % opgenomen. De reclamebelasting heeft alleen betrekking op de bedrijventerreinen. 

Tarieven Reclamebelasting
2022
tot 0,5 m2 € 293,00
van 0,5 tot 5 m2 € 585,00
van 5 tot 20 m2 € 877,00
van 20 tot 50 m2 € 1.115,00
van 50 tot 100 m2 € 1.201,00
vanaf en meer dan 100 m2 € 1.287,00

BIZ-heffing
Met ingang van 2018 is de BIZ ingevoerd conform het raadsbesluit in 2017. In de verordening is vastgelegd dat de tariefsverhoging 2% per jaar is. De tarieven voor 2022 zijn:

Tarieven BIZ Heffing
2022
Gebruikers Overdekt gebied G-1 € 323,00
Onoverdekt gebied (inclusief € 306 extra Investering in het gebied) G-2 € 647,00
Eigenaren Overdekt gebied E-1 € 215,00
Onoverdekt gebied (inclusief € 153 extra investering in het gebied) E-2 € 376,00

Toeristenbelasting
In deze programmabegroting 2022 hebben wij voor de toeristenbelasting eveneens een trendmatige verhoging van 1,5 % opgenomen. Het tarief wordt € 1,12 per overnachting. Toeristenbelasting wordt geheven voor betaalde overnachtingen door niet-ingezetenen.

Parkeerbelasting
Over de tarieven voor de parkeerbelasting 2022 wordt de raad in november 2021 geïnformeerd.

Overzicht inkomsten lokale heffingen

Onderstaand een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste gemeentelijke belastingen. 

Opbrengsten belangrijkste heffingen ( x € 1.000)
Jaarrekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Onroerendezaakbelasting 13.781 14.271 14.663
Rioolheffingen 3.288 3.354 3.437
Afvalstoffenheffing 6.797 7.888 8.251
Hondenbelasting 393 392 398
Leges omgevingsvergunning 2.545 1.801 1.801
Precariobelasting (incl. overige) 87 2.035 95
Reclamebelasting 507 542 550
Parkeergelden 1.718 2.250 2.247
Toeristenbelasting 65 110 110
BIZ ontvangsten 267 262 266

Overzicht belangrijkste tarieven 

Tarieven belangrijkste heffingen
Soort heffing Tarief 2018 Tarief 2019 Tarief 2020 Tarief 2021 Tarief 2022
OZB
Gebruikersbelasting:
Niet-woning 0,1792% 0,1975% 0,1985% 0,1995% 0,2005%
Eigenarenbelasting:
Woning 0,1056% 0,1110% 0,1045% 0,0992% 0,0915%
Niet-woning 0,2244% 0,2473% 0,2485% 0,2497% 0,2509%
Afvalstoffenheffing
Basistarief 159,36 167,76 191.58 223,56 € 245,00
Per aanbieding 240 liter 8,12 8,3 8,36 8,49 8,61
Per aanbieding 140 liter 4,77 4,85 4,92 4,99 5,07
Hoogbouw
Storting 30 liter 0,81 0,83 1,05 1,07 1,09
Storting 60 liter 1,62 1,65 2,11 2,14 2,17
Hondenbelasting
Tarief 1e hond 86,40 88,08 89,40 90,72 92,04
Tarief 2e hond 126,24 128,64 130,56 132,48 134,52
Tarief kennel 223,20 227,44 230,88 234,36 237,84
Rioolheffing
Aansluitrecht woning eigenaar 62,4 62,4 62,4 63,36 64,32
Afvoerrecht woning gebruiker 31,2 31,2 31,2 31,68 32,16
Afvoerrecht niet-woning gebruiker 312 312 312 316,68 321,48

Vergelijking woonlasten met andere gemeenten

Jaarlijks brengt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) een atlas uit waarin de lokale lasten van de belastingen van gemeenten, provincies en waterschappen zijn opgenomen. Zo heeft Coelo onder andere een tabel opgenomen “Woonlasten per gemeente”. In deze tabel zijn ca 400 gemeenten opgenomen. De woonlasten die Coelo vergelijkt, bestaan uit OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze zijn gebaseerd op een woning met een gemiddelde waarde; na aftrek van eventuele heffingskorting.

In deze tabel staat de gemeente Veenendaal op de negende plaats (vorig jaar een zevende plaats) voor wat betreft de laagste woonlasten meerpersoonshuishouden. Deze daling wordt met name veroorzaakt door de eenmalige verhoging van de afvalstoffenheffing. Om u een beeld te geven van Veenendaal in relatie tot andere gemeenten hebben wij onderstaande tabel opgenomen. De top tien met de laagste woonlasten ziet er als volgt uit.

Ter vergelijking: in de gemeente met de hoogste woonlasten bedragen de lasten voor een meerpersoonshuishouden € 1.517. Het landelijke gemiddelde bedroeg in 2021 € 811. Voor een uitgebreide woonlastenvergelijking verwijzen wij naar www.coelo.nl.

Laagste gemeentelijke woonlasten
Gemeente Woonlasten 2021
1 Tilburg 598
2 Teylingen 614
3 Aalten 618
4 Gilze en Rijen 621
5 s-HertogenBosch 624
6 Rijssen-Holten 636
7 Nijkerk 640
8 Ameland 645
9 Veenendaal 646
10 Tynaarlo 652

Gemeentelijke belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het is verplicht hiervan een kengetal op te nemen in de begroting. Dit kengetal is gebaseerd op de COELO rapportage 2020 (en de berekening hiervan) staat hieronder vermeld.  

Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in %
Voor de begroting 2022
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ waarde * 271
Rioolheffing voor gezin 96
Afvalstoffenheffing voor gezin ** 299
Heffingskorting 0
Totale Woonlasten voor gezin 667
Woonlasten landelijk gemiddelde gezin in voorgaand boekjaar *** 811
Gemeentelijke belastingcapaciteit: € 667 : € 811 0 82%
Kengetallen Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Belastingcapaciteit 78% 83% 82%
* Betreft de gemiddelde WOZ 2021
** Hierbij is rekening gehouden met 8 aanbiedingen per jaar
*** Coelo Atlas 2021

Kostendekking gemeentelijke heffingen

Voor onderstaande leges en rechten geldt, op basis van artikel 229b van de Gemeentewet, dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten, met andere woorden de tarieven mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Het betreft  in de gemeente Veenendaal de afvalstoffenheffing,  rioolheffingen, leges en de lijkbezorgingsrechten.

Afvalstoffenheffing
Onderdeel Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing
Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -6.861.739 -7.786.849
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 933.589 964.169
Onttrekking reserve t/m 2022 185.000 464.265
Netto kosten taakveld -5.743.150 -6.358.415
Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding -383.000 -397.198
Overhead incl. (omslag)rente -394.886 -257.909
BTW -1.366.915 -1.237.719
Totale kosten -7.887.951 -8.251.241
Opbrengst heffingen 7.887.812 8.251.241
Dekkingspercentage 100% 100%
Rioolheffingen
Onderdeel Rioolheffing Rioolheffing
Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -2.006.778 -2.414.007
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 32.422
Netto kosten taakveld -1.974.356 -2.167.746
Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding -50.000 -50.000
Formatieve inzet incl. Overhead -681.791 -346.891
Dotatie aan de voorziening -437.214 -381.511
BTW -210.411 -244.681
Totale kosten -3.353.772 -3.437.090
Opbrengst heffingen 3.353.771 3.437.090
Dekkingspercentage 100% 100%
Lijkbezorgingsrechten
Onderdeel Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten
Begroting 2021 Begroting 2022
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -738.508 -746.531
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 0 0
Netto kosten taakveld -738.508 -746.531
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -139.111 -142.450
Storting onderhoudsvoorziening -1.044 -1.070
BTW
Totale kosten -878.663 -890.050
Opbrengst heffingen 771.706 790.226
Dekkingspercentage 88% 89%
Leges
Leges 2021 Leges 2022
Onderdeel Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -1.040.830 -1.378.488 -154.513 -1.069.320 -1.414.380 -158.875
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen - - - - - -
Netto kosten taakveld -1.040.830 -1.378.488 -154.513 -1.069.320 -1.414.380 -158.875
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -255.781 -525.586 -65.897 -262.943 -540.302 -67.743
BTW
Totale kosten -1.296.610 -1.904.074 -220.411 -1.332.263 -1.954.682 -226.618
Opbrengst heffingen 1.250.064 1.860.530 34.222 1.094.777 1.688.233 34.737
Dekkingspercentage 96% 98% 16% 82% 86% 15%

Invordering

Het invorderingsbeleid heeft betrekking op het innen van de lokale heffingen. In 2009 hebben wij hiervoor een Leidraad invordering vastgesteld. Binnen de gemeente Veenendaal bestaan er momenteel 3 betaalwijzen:

  • Betaling door middel van automatische incasso in 10 gelijke termijnen;
  • Betaling in maximaal drie gelijke termijnen;
  • Betaling ineens.

Wanneer (een gedeelte van) de belastingaanslag niet is betaald, wordt na het verstrijken van de laatste vervaltermijn een aanmaning verstuurd aan de belastingplichtige. Wanneer ook hier niet op wordt betaald, volgt een dwangbevel. Als gevolg van de Covid-19 heeft de gemeente Veenendaal in 2020 en 2021 een andere, langere betaalregeling gehanteerd. In 2022 wordt beoordeeld of deze maatregelen opnieuw worden toegepast.

Kwijtschelding
De mogelijkheid voor de gemeente om kwijtschelding van belastingen te verlenen is geregeld in artikel 255 van de Gemeentewet. Hoofdregel daarbij is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen, zoals geregeld in de Uitvoeringsregeling. Indien de gemeente niets regelt, geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor de gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding is ook van toepassing op natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen.

Binnen het overheidsprogramma “administratieve lasten burgers” is het project Automatische kwijtschelding gemeentelijke belastingen geïntroduceerd. Deze geautomatiseerde toetsing van het recht op kwijtschelding beoogt de administratieve lasten voor de burger en de gemeente te verlagen, de afhandelingstermijnen van de kwijtscheldingsverzoeken te verkorten en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen te bevorderen. Ter ondersteuning van de gemeenten hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG een Inlichtingenbureau (IB) opgericht. Dit bureau toetst voor de gemeente of een burger voor automatische kwijtschelding in aanmerking komt. Veenendaal maakt hiervan sinds 2010 gebruik.

Een deel van de kwijtscheldingsgerechtigden blijkt meerdere opeenvolgende jaren in aanmerking te komen voor deze regeling. Jaarlijks wordt geautomatiseerd onderzocht of zij automatisch kwijtschelding kunnen krijgen. Het IB wisselt daarvoor gegevens uit met gemeentelijke belastingdiensten, het UWV, de Belastingdienst en de RDW. Op basis hiervan schat het IB of de betalingscapaciteit van een huishouden sinds een eerdere individuele toets is veranderd. Is dit niet het geval, dan kan automatisch kwijtschelding worden verleend. Is dit wel het geval, dan wordt geen automatische kwijtschelding verleend. Deze burger wordt er wel op geattendeerd dat een individuele aanvraag kan worden ingediend. Omdat deze individuele toets rekening houdt met meerdere aspecten, zoals de hoogte van de premie ziektekosten, alimentatie, huur, andere belastingaanslagen e.d., kan in veel gevallen alsnog kwijtschelding worden verleend.

De afgelopen jaren is een stijging van de aantallen kwijtscheldingen zichtbaar. Deze toename vertaalt zich direct naar hogere lasten. Kwijtschelding wordt verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De toegenomen lasten worden in deze gesloten systemen opgenomen en werken door in de tariefstijging van deze heffingen.

Als gevolg van de implementatie van een nieuw systeem zijn de gegevens 2021 bij het opmaken van de begroting nog niet beschikbaar.

Kwijtscheldingen
Belastingjaar Toetsing IB Toetsing gemeente Toekenningen geheel/gedeeltelijk Afwijzingen % toegekend Bedrag in €
2014 1.418 707 1.390 735 65 469.287
2015 1.681 780 1.502 959 61 489.650
2016 1.791 950 1.650 1.091 60 347.833
2017 2.227 1.032 1.806 1.453 55 295.733
2018 2.233 916 1.573 1.510 50 428.959
2019 2.271 791 1.608 1.519 53 434.088
2020 2.541 865 1.715 1.691 50 467.751
2021 nnb nnb nnb nnb nnb 463.477

 

Overzicht beleidsvoornemens Jaartal
Trendmatige verhoging gemeentelijke tarieven met 1,5%  2022
Tijdelijke verlenging betaaltermijn ogv corona 2021
Wettelijk verbod precarioheffing kabels en leidingen 2021
Invoering Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouwen 2022