Voortgang inhoud inspanningen/acties

Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

Voortgang inhoud inspanningen/acties

Visie

Dit programma heeft betrekking op de inkomsten die niet direct aan een programma worden toegerekend. De belangrijkste inkomstenbronnen voor dit programma zijn de van het rijk te ontvangen gemeentefondsuitkering en de opbrengsten uit de onroerende zaak belasting (OZB). Het doel van beheersing van algemene middelen is om de risico’s zo goed mogelijk in beeld te hebben (inventariseren/benoemen) en zo goed mogelijk te beheersen (door het nemen van beheersmaatregelen).

Hiervoor zorgen we door te streven naar een structureel en reëel evenwicht in de begroting en de meerjarenraming. Daarmee blijven we binnen de kaders van het repressief toezicht van de provincie. We zetten een heldere beslisboom in om eventuele dreigende tekorten op te lossen. We houden de vastgestelde financiële beleidsregels actueel met de landelijke en lokale ontwikkelingen.

Onze planning- en control cyclus is zo ingericht dat raad en college de sturings- en verantwoordingsinformatie krijgen die ze nodig hebben. Wij zorgen ervoor dat deze informatie betrouwbaar (juist, tijdig en volledig) is.

Thema's

De visie van het Programma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien komt tot uiting in drie thema’s:
I.      Treasury
II.     OZB en belastingen overige
III.    Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen

Thema I – Treasury

Voor een nadere toelichting rondom het treasurybeleid wordt verwezen naar de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheer en financiering. 

Thema II – OZB en belastingen overige

Bij dit thema worden de uitgaven en inkomsten met betrekking tot de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen verantwoord. Daarbij gaat het concreet om de Onroerend Zaak Belasting (OZB), hondenbelasting en precariobelasting. De toeristenbelasting is ondergebracht bij het thema economische ontwikkeling en werkgelegenheid.

Thema III – Uitkeringen en gemeentefonds en algemeen

De uitkering uit het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De ontwikkeling ervan bepaalt in belangrijke mate de financiële ruimte van gemeenten. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota van het Rijk. De financiële effecten vanuit deze circulaires worden verwerkt in de eerstvolgende gemeentelijke planning- en controldocumenten.

Thema I: Treasury

Voortgang doelen

Dit thema uit het begrotingsprogramma heeft geen doelstellingen uit de doelenboom.

Thema II: OZB en belasting overige

Voortgang doelen

Dit thema uit het begrotingsprogramma heeft geen doelstellingen uit de doelenboom.

Thema III: Uitkeringen gemeentefonds en algemeen

Voortgang doelen

Dit thema uit het begrotingsprogramma heeft geen doelstellingen uit de doelenboom.

Beleidsindicatoren

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
0.61 OZB-woningen Gemiddelde WOZ waarde 1.000 euro CBS De gemiddelde WOZ waarde van woningen. 235 256 275 250 271 290
0.61 OZB-woningen Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden In Euro's COELO Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuis-houden betaalt aan woonlasten. 549 579 617 665 700 733
0.61 OZB-woningen Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden In Euro's COELO Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuis-houden betaalt aan woonlasten. 579 609 646 735 773 810

Verbonden partijen

Zie voor een toelichting de paragraaf verbonden partijen.

Financiële programmarealisatie 2021 (bedragen x € 1.000,-)

Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien
Primitief Raming 2021 Na begrotingswijziging Realisatie 2021 Saldo 2021
Lasten 3.554 2.237 1.586 651
Baten 129.300 135.685 137.483 1.798
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 125.745 133.447 135.897 2.450
Toevoeging aan reserve 0 2.307 2.332 -25
Onttrekking aan reserve 776 1.603 1.603 0
Gerealiseerd resultaat 126.521 132.743 135.168 2.425

Toelichting op de financiële programmarealisatie (bedragen x € 1.000,-)

Ten opzichte van de in de 3e bestuursrapportage 2021 aangepaste begroting, zijn de grootste afwijkingen als volgt:

Taakveld Afwijking 2021 V/N
Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 1.594 V
Belastingen Overig 67 N
Overige baten en lasten 1.301 V
Treasury 337 N
Overige verschillen 42 N
Totaal afwijkingen programma 5 2.449 V

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds: voordeel € 1.594.000
De inkomsten vanuit het gemeentefonds (algemene uitkering) zijn in 2021 € 1.594.000 hoger dan geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de extra middelen vanuit de decembercirculaire 2021. Vanuit deze circulaire worden in 2021, met name door diverse taakmutaties en een aanvullend bedrag vanuit het Corona steunpakket, extra inkomsten gegenereerd voor een bedrag van € 1.362.000. Daarnaast hebben in december 2021 een actualisatie van de aantallen over 2021 en een nabetaling over 2019 ertoe geleid dat er € 232.000 aan extra inkomsten verantwoord zijn. 

Van een deel van de ontvangen middelen vanuit de decembercirculaire 2021 wordt voorgesteld om deze via de resultaatbestemming over te hevelen naar 2022. Het gaat concreet om de volgende middelen:

1. Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht; naar verwachting treedt op 1 juli 2022 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. De voorbereidingen voor de implementatie van deze wet zijn nog niet afgerond. Met het overhevelen van het budget, ad € 33.000, naar 2022 blijven de middelen beschikbaar zodat de organisatie zich goed kan voorbereiden op de inwerkingtreding van deze wet;

2. Inburgering: het betreft een incidenteel bedrag van € 17.000 waarvan voorgesteld wordt om dit bedrag toe te voegen aan het (incidentele) budget Invoeringskosten inburgering. De middelen worden in 2022 aangewend voor de ontwikkeling van communicatie-instrumenten;

3. Einde lening inburgeringsplichtig: het Rijk heeft € 17.000 beschikbaar gesteld voor de zogenaamde Elip-groep. Deze groep inburgeraars kan –indien zij geen lening meer kunnen sluiten bij DUO– van gemeenten budget krijgen voor het inkopen van extra taallessen. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2022 en toe te voegen aan het budget Programmakosten Inburgering. 

4. Extra middelen verbetering dienstverlening: Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 extra middelen beschikbaar te stellen. Voor 2021 gaat het om een bedrag van € 409.000. Dit bedrag zal in 2022 en 2023 ingezet worden voor onder andere een verbetering van de rechtsbescherming, verbetering van de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening c.q. ondersteuning en de aanpak van meervoudige problematiek in het sociaal domein. Voorgesteld wordt daarom om dit bedrag via de resultaatbestemming over te hevelen naar 2022 en 2023. 

5. Extra middelen corona steunpakket: Het Rijk heeft vanuit het corona steunpakket aanvullend € 699.000 beschikbaar gesteld voor de effecten van de corona-crisis. Dit bedrag is in deze jaarstukken als inkomst verantwoord en maakt onderdeel uit van het totaal van inkomsten en uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar het hoofdstuk 'De coronacrisis'. Het resterende bedrag vanuit het corona steunpakket ('stelpost coronagelden') wordt betrokken bij de resultaatbestemming, Zie hiervoor de toelichting bij het onderdeel 'overige baten en lasten'.

Belastingen overig: nadeel € 67.000
In 2021 heeft de gemeente Veenendaal een vernieuwde versie van het Belasting administratiesysteem in gebruik genomen (Key2Belastingen). Bij de inrichting van deze applicatie bleek dat er meerdere hiaten in deze versie zaten. Ondanks deze hiaten zijn de aanslagen wel opgelegd, maar zijn er -indien van toepassing- geen betalingsherinneringen, aanmaningen en dwangbevelen verzonden vanuit deze administratie. De verwachting is dat in de eerste helft van 2022 de applicatie naar behoren functioneert en dan ook de opgelopen achterstand wordt ingelopen. De geraamde opbrengst is in 2021 niet volledig gerealiseerd, hetgeen een nadeel veroorzaakt van € 67.000 op dit taakveld.

Overige baten en lasten: voordeel € 1.301.000
Het voordelige saldo op dit taakveld komt voornamelijk door het restant op de 'stelpost Coronagelden'; dit resulteert in een voordelig effect van € 1.218.000. In de 3e bestuursrapportage 2021 zijn deze middelen gereserveerd voor de effecten van de Coronacrisis. Dit bedrag valt vrij in deze jaarrekening. 

Tevens zijn in de decembercirculaire 2021 extra middelen  vanuit het Corona-steunpakket beschikbaar gesteld van € 699.000, waardoor het saldo van de 'stelpost Coronagelden' na de decembercirculaire € 1.917.000 bedraagt.  Van dit bedrag is uiteindelijk nog € 636.000 ingezet ter dekking van met name de gederfde inkomsten uit parkeergelden. Hierdoor resulteert eind 2021 een bedrag van € 1.281.000. Voor een integraal overzicht en een uitgebreide toelichting op de effecten van de coronacrisis in 2021 wordt verwezen naar het hoofdstuk 'De coronacrisis'. Voorgesteld wordt om  het saldo van de 'stelpost Coronagelden', ad  € 1.281.000, via de resultaatbestemming over te hevelen naar 2022. 

Op basis van de waardering van de openstaande vorderingen per 31/12/2021 is een bedrag van € 200.000 gestort in de voorziening dubieuze debiteuren. In de begroting was met deze storting geen rekening gehouden, waardoor deze mutatie zich nu als een nadelig effect in de jaarrekening manifesteert.

Daarnaast is het budget voor onvoorziene uitgaven niet ingezet, wat tot een voordelig effect leidt van € 143.000, is er een provisie vanuit DEVO ontvangen van € 90.000 in verband met een borgstelling en zijn er enkele overige verschillen waaronder het restant op de 'stelpost groei' die een voordeel opleveren van € 50.000. 

Treasury: nadeel € 337.000
Op dit taakveld is een nadeel ontstaan van € 337.000 op de rentekosten. De rentekosten van de activa zijn doorbelast met gebruikmaking van het vooraf berekende renteomslag percentage. De werkelijke rentekosten blijken ± 0,1% hoger te zijn. De taakvelden waaraan rentekosten worden toegerekend zijn nu te laag belast. Dit resulteert in minder rente inkomsten op het taakveld treasury, maar ook voor lagere rentelasten op de overige taakvelden. Per saldo betreft de toerekening van rente aan de activa op de diverse taakvelden een budget neutrale mutatie binnen de gehele jaarrekening.

Overige verschillen: nadeel € 42.000
De overige ontwikkelingen laten per saldo een nadeel zien van € 42.000 op dit taakveld.

 

Reservemutaties

Toevoegingen aan de reserves:  nadeel € 25.000
Dit betreft de toevoeging van de rente aan de algemene reserve.