Voortgang inhoud inspanningen/acties

Programma 3: Sociale leefomgeving

Voortgang inhoud inspanningen/acties

Visie

 

Sociaal domein
De visie Sociaal Domein ‘De kracht van de samenleving’ (raad 2017) geeft perspectief op het Sociaal Domein tot medio 2030. De samenhang van de decentrale thema’s Participatie, Wmo en Jeugd is met het opgavegericht werken sterker geworden. Model Veenendaal 2020 en het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK-SD) bieden ons inmiddels al enkele jaren een goed fundament om te werken aan de tien maatschappelijke doelen, met jaarlijks een uitvoeringsplan dat in goed overleg met onze maatschappelijk partners en de overlegorganen tot stand is gekomen. Onze uniforme toegang biedt inwoners een goed adres voor ondersteuning per domein met een brede uitvraag waar nodig (er is geen ‘verkeerde deur’). De integrale aanpak binnen het sociaal domein werkt uit in een beweging van zwaar naar licht met een laagdrempelige sociale basis waarin de Stichting Veens Welzijn in korte tijd (sinds 1-1-2021) een duidelijke rol is gaan spelen. Deze basis zal de komende jaren een verdere ontwikkeling doormaken. Met het Sociaal Startpunt Veenendaal is de digitale toegang georganiseerd, waar in 2021 de hulpwijzer aan is toegevoegd. 

Per thema wordt hierna dieper ingegaan op alle ontwikkelingen. Daarbij is vanzelfsprekend ook aandacht voor maatregelen die in 2021 zijn uitgewerkt waarmee we er beter in slagen kwaliteit, financiën en organisatie in een goed evenwicht te brengen. De effectmonitor Sociaal Domein biedt voor iedereen van bestuurder tot inwoner inzicht in de bereikte resultaten.

Onderstaand de visie op de beleidsthema's die niet direct onderdeel zijn van het IBK-SD en de daaraan gekoppelde maatschappelijke doelen.

Cultuur
We willen voor inwoners van Veenendaal kunstzinnige en culturele activiteiten ontsluiten. Culturele activiteiten creëren op een laagdrempelige manier door ontmoeting en verbinding. Voor miljoenen mensen is het vanzelfsprekend om actief deel te nemen aan kunst- en cultuuractiviteiten; voor een even grote groep is dit niet vanzelfsprekend omdat zij drempels ervaren. Minima kunnen kampen met een financiële drempel, laaggeletterden met informatieve en digitale drempels, inwoners met een beperking ervaren vaak fysieke drempels, inwoners met een niet-westerse achtergrond vinden niet vanzelfsprekend aansluiting bij de (overwegend) westerse cultuur. Cultuur is, met de kunstuitingen daarbinnen, een krachtig instrument om in te zetten voor de samenleving: kunst en cultuur dragen bij aan zingeving, zelfvertrouwen, individuele ontplooiing en ontwikkeling, saamhorigheidsgevoel, betrokkenheid bij de samenleving, meer begrip voor elkaars waarden, normen en (culturele) achtergronden en dragen bij aan positieve geestelijke en fysieke gezondheid van de inwoners. In de in 2021 vastgestelde missie van Veens cultuurvisie is dit als volgt geformuleerd: “Kunst is een waarde in zichzelf en is onmisbaar in de samenleving”. 

Gezondheid
In Veenendaal benaderen we gezondheid zo breed mogelijk. Met als doel gezonde inwoners die zoveel mogelijk zelf regie kunnen voeren en deelnemen aan de samenleving. Gezondheid hangt samen met psychisch welbevinden, schulden, eenzaamheid, middelengebruik, laaggeletterdheid, opgroeien, leefstijl, bewegen en vaccineren. Vanuit deze brede benadering is ook in 2021 in- en extern samengewerkt met verschillende partners vanuit de thema's jeugd, veiligheid, sport en welzijn. Daarbij zoeken we constant verbinding tussen het sociale en medische deel. We hebben in Veenendaal speciale aandacht voor gezondheidsverschillen. Veenendaal is één van de 155 gemeenten die een overheidsstimulering ontvangen om verschillen terug te dringen. Inwoners met een lage opleiding overlijden gemiddeld zes jaar eerder dan inwoners met een hoge opleiding. Ook leven zij vijftien jaar minder in goed 'ervaren' gezondheid. We zetten in op het terugdringen hiervan en hebben de overtuiging dat we alleen kunnen verkleinen door de samenwerking dwars door de sociale en medische onderdelen heen.

Sport
Wij zetten met Stichting Sportservice Veenendaal en sportverenigingen steeds meer in op het in beweging brengen van alle inwoners, jong tot oud, onder andere via het Lokaal Sportakkoord. De maatschappelijke trend proberen we te keren. We zien helaas steeds meer inwoners die minder vaak bewegen en we zien in alle leeftijdsgroepen een toename van het percentage inwoners met overgewicht. Ook zien we dat sport steeds vaker geconsumeerd wordt, en dat de bereidheid om deel te nemen in het verenigingsleven blijft dalen. Daarom verschuift onze focus steeds meer van de klassieke sportvoorziening naar een moderne inzet op sport en bewegen. Samen met Stichting Sportservice hebben we in 2021 ingezet op meer bewegen in de openbare ruimte, denk aan het faciliteren van de bootcamproute in het Stadspark. Ook zetten we meer in op samenwerking met zorg en welzijn, bijvoorbeeld door de toegang tot de Gecombineerde Leefstijl Interventie te verbreden. Uiteraard vergeten we de basis van sport niet en hebben we ook in 2021 geïnvesteerd in sportaccommodaties, zodat iedereen naar eigen behoefte kan sporten en bewegen. 

Onderwijs en onderwijskansen
De gemeente Veenendaal wil kinderen de beste kansen geven om zich te kunnen ontplooien en ontwikkelen, zodat hun start in het onderwijs en in de maatschappij zo optimaal mogelijk is. In de eerste jaren maakt het kind de grootste ontwikkeling door, dit is dan ook een kansrijk moment om preventief in te zetten op de taalontwikkeling. We willen kinderen die opgroeien in een minder kansrijke economische, sociale of culturele omgeving ondersteuning bieden, waardoor hun onderwijskansen worden vergroot. Ook in 2021 is vanuit het gemeentelijk onderwijskansenbeleid gelijke onderwijskansen voor kinderen met een gelijk onderwijspotentieel bevorderd. In onze visie staat het kind en zijn ontwikkeling centraal en is de ambitie dat alle doelgroepkinderen bereikt worden en kansen krijgen om zich te kunnen ontwikkelen. Het doel is om bij deze kinderen zo mogelijk een achterstand te voorkomen of een achterstand te verkleinen indien reeds aanwezig. In 2021 is intensief samengewerkt met het onderwijs en de kinderopvang om te zorgen dat alle kinderen zo goed mogelijk voorbereid starten op de basisschool en het voortgezet onderwijs. 

 

Thema's

De visie van het Programma Sociale Leefomgeving komt tot uiting in acht thema’s:
I.    Inkomen
II.    Sociaal domein – Participatie en re-integratie
III.    Sociaal domein – WMO
IV.    Sociaal domein – Jeugd
V.    Onderwijs en ontwikkeling
VI.    Sport
VII.    Cultuur
VIII.    Welzijn

Thema I – Inkomen

Hersteloperatie Toeslagenaffaire
In de periode van ca. 1 mei tot 1 september zijn 91 inwoners benaderd met de vraag of ze geholpen willen worden bij een hulpvraag op het gebied van financiën, wonen, zorg, gezin en werk. 51 inwoners wilden geen hulp, 33 inwoners hadden een zeer lichte hulpvraag en 7 inwoners werden doorgeleid naar het Wmo loket in verband met een hulpvraag op het gebied van zorg. Hiervan hebben 3 inwoners de hulpvraag weer ingetrokken. De overeenkomst in hulpvragen van de 40 inwoners is de onduidelijkheid over de procedures rondom de compensaties bij de belastingdienst, geen mogelijkheid om 'erdoor' te komen en frustraties hierover. Ook is er onduidelijkheid over de kwijtschelding van (privaat- en publiekrechtelijke) schulden. Vanaf 1 september 2021 ontvangen gemeenten alleen contactgegevens van inwoners als de (potentieel) gedupeerden aangaven in aanmerking te komen voor een hulpvraag op het gebied van financiën, wonen, zorg, gezin en werk. sinds 1 september 2021 hebben zich 2 inwoners gemeld. Deze inwoners krijgen een plan van aanpak aangeboden. Daarnaast wordt - bij wijze van experiment - voor deze inwoners een persoonlijk zaakwaarnemer aangewezen om bij de belastingdienst meer duidelijkheid te krijgen over de stand van zaken. 

Naast de hersteloperatie toeslagenaffaire worden er - vooruitlopend op de Verzamelwet hersteloperatie toeslagen - vorderingen in het kader van sociaal domein-wetgeving en gemeentelijke belastingen kwijtgescholden mits deze vorderingen betrekking hebben op de periode tot 31 december 2020. Privaatrechtelijke schulden worden overgenomen door het Rijk. 

TONK
Van 1 januari 2021 tot 1 oktober jl. was de gemeente belast met de uitvoering van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Een tegemoetkoming TONK was bedoeld voor huishoudens: 
•    Die door de huidige omstandigheden als gevolg van het coronavirus te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen; 
•    Die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer kunnen voldoen; en 
•    Waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. 
Dat gold bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verloren hadden en geen recht (meer) hadden op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zagen verdwijnen. Ook inwoners die al in 2020 ingestroomd waren in een uitkering (WW, bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, konden mogelijk in aanmerking komen voor de TONK. Het aantal aanvragen is - ondanks een verruiming van de regeling- sterk achtergebleven bij de verwachtingen, dit is in lijn met het landelijke beeld. 

Tozo
Van 1 maart 2020 tot 1 oktober 2021 kenden we de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Gemeenten voerden deze regeling uit en zijn nu nog belast met toezicht en handhaving op rechtmatig gebruik van deze regeling. Deze regeling is in het leven geroepen om hulp te bieden aan zelfstandigen die zijn getroffen door de gevolgen van maatregelen in de aanpak van het coronavirus.

De financiële ondersteuning bestaat uit twee onderdelen:
- aanvullende uitkering voor levensonderhoud;
- bijstand in de vorm van (een lening voor) bedrijfskapitaal bij liquiditeitsproblemen.

In het begin van de crisis hebben 749 ondernemers in Veenendaal gebruik gemaakt van deze regeling. In de laatste fase (Tozo-5) waren er nog 76. Deze zijn allemaal actief benaderd om zich te heroriënteren over hun situatie na de coronasteun.

De Tozo is per 1 oktober 2021 gesloten. Zelfstandig ondernemers die financiële ondersteuning nodig hebben kunnen een beroep doen op de reguliere regeling: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De uitvoering van deze regeling is tijdelijk vereenvoudigd, zodat zelfstandig ondernemers eenvoudiger aanspraak kunnen maken op financiële steun.

In de Tozo staat dat zelfstandig ondernemers de lening voor bedrijfskapitaal vanaf 1 januari 2022 moeten beginnen met aflossen. Door de verscherpte maatregelen is dat voor veel zelfstandig ondernemers moeilijk. De start van de verplichte aflossing is daarom met een half jaar uitgesteld, dus start op 1 juli 2022. Daarnaast wordt de looptijd voor alle Tozo leningen met één jaar verlengd van 5 jaar naar 6 jaar.

Bestandsontwikkeling
In 2021 is het bestand bijstandsgerechtigden gedaald. We begonnen met 1.101 partijen die bijstand (eigenlijk uitkering levensonderhoud op grond van de participatiewet) ontvingen, eind 2021 waren er 1.075 partijen. Dit is een daling van 26 personen (2,5%). Dit is in overeenstemming met het landelijke beeld. Waar een jaar geleden nog gevreesd werd voor een recessie als gevolg van corona zien we nu dat de economie sterk aantrekt.

Ook het aantal partijen dat IOAW en IOAZ ontvang is gedaald. Van 44 in januari naar 37 in december.

Schulddienstverlening 
Sinds 1 januari 2021 voert de gemeente Veenendaal de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) zelf uit onder de naam Budgetloket. Dit heeft de interne en externe ketensamenwerking bevorderd. Het Budgetloket maakt nu onderdeel uit van de integrale toegang en werkt volgens het integraal beleidskader. In 52 gevallen werd flankerende hulp geboden. 

Het Budgetloket verleent zowel preventieve als curatieve dienstverlening en daarnaast wordt financiële educatie aangeboden. In verband met de coronamaatregelen is de financiële educatie aan volwassenen en jongeren in 2021 uiteindelijk niet doorgegaan. Wel kregen 51 inwoners een vorm van budgetbeheer aangeboden. 

In het kader van preventie is er in 2021 een campagne gevoerd om extra aandacht te vragen voor de begeleiding en ondersteuning die gemeenten kunnen bieden bij het oplossen en voorkomen van schulden. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen voor het uitbrengen van een folder. Desondanks was het aantal aanmeldingen lager dan in 2020. Dit is gelijk aan de landelijke trend. In 2021 was voor Veenendaal, Rhenen en Renswoude het aantal aanmeldingen 252. Er werden 202 intakegesprekken gevoerd. In het kader van vroegsignalering is Vroeg Eropaf ingevoerd. Vroeg Eropaf is een wettelijke taak, waarbij signalen over betaalachterstanden worden gebruikt om inwoners preventief een aanbod te doen voor hulp. Dit is als een project opgezet om een effectief en lokaal passende voorziening te ontwikkelen. In het eerste kwartaal van 2022 wordt dit project onderdeel van het reguliere takenpakket van het Budgetloket. 

Verder is het adviesrecht als instrument ontwikkeld om meer grip te krijgen op de inzet van beschermingsbewind. Gemeenten kunnen advies uitbrengen, direct nadat beschermingsbewind is uitgesproken. Om nog vroeger in het proces in te kunnen stappen, doet de gemeente Veenendaal mee aan het inloopspreekuur van de rechtbank. Tijdens dit spreekuur bespreekt het Budgetloket met bewindvoerder en de rechtbank de noodzaak van bewindvoering en inzet van een budgetbeheer als alternatief. In 2021 werd het adviesrecht 11 keer ingezet. 

Naast preventie zijn er in 2021 instrumenten ontwikkeld om het curatieve onderdeel van schuldhulpverlening te versnellen. Er werden 73 stabilisatietrajecten gevoerd. In 14 gevallen werd crisisdienstverlening toegepast en 61 keer werd schuldbemiddeling ingezet. Met het instellen van het saneringskrediet, het meedoen aan het schuldenknooppunt en collectief schulden regelen zijn 3 procesversnellers geïntroduceerd om de schuldeiser en schuldenaar meer rust te geven.

Minimaregelingen
2021 heeft in het teken gestaan van de implementatie van de Veenendaalpas als uitvoeringsinstrument van de minimaregelingen. In het aanvraagjaar dat liep van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 was het mogelijk voor de rechthebbenden om gebruik te maken van de minimaregelingen middels het plaatsen van een boeking in de webshop of het declareren van bonnetjes. Met het nieuwe aanvraagjaar, dat loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, is dit veranderd. Het is niet meer nodig om kosten voor te schieten. Door middel van de Veenendaalpas is het mogelijk om spontaan in een lokale winkel het persoonlijke budget te besteden. De Veenendaalpas kan besteed worden in winkels en verenigingen in Veenendaal, Rhenen en Renswoude die aangesloten zijn bij de pas. Het succes van de pas is hierdoor afhankelijk van het aantal aangesloten ondernemers. Hiervoor is een prestatieverklaring afgesproken met de uitvoerende partij. Deze was op 1 december ruimschoots behaald, maar dit is slechts het startmoment. De komende maanden zetten wij ons in om nog veel meer ondernemers en verenigingen aan te sluiten. 

De start van de Veenendaalpas is goed verlopen. Ondernemers en rechthebbenden zijn over het algemeen tevreden en de pas wordt volop gebruikt. In december is de raad hierover reeds geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. We zien dat het gebruik van de regelingen in december 2021 ongeveer drie keer zo hoog was als in december 2020. Dit heeft er deels mee te maken dat er in december twee aanvraagjaren naast elkaar liepen, maar we zien ook een toename in het gebruik van de regelingen met de Veenendaalpas. Met name het Doe mee-budget en het Kledingbudget.

Opvallend is dat we een stijging zien van het aantal 'niet uitkeringsgerechtigden' die gebruik maakt van de minimaregelingen. Dit heeft twee oorzaken. Aan de ene kant zijn er vanwege de coronacrisis nieuwe doelgroepen bijgekomen die een inkomen hebben tot 120% van het wettelijk minimum. Aan de andere kant hebben we meer 'niet uitkeringsgerechtigden' weten te bereiken, doormiddel van de communicatie rondom de Veenendaalpas. 

Tezamen met de Veenendaalpas zijn ook de Grebbepas voor inwoners uit Renswoude en de Cunerapas voor inwoners uit Rhenen geïntroduceerd. Drie passen met een eigen look en feel maar aan de achterkant dezelfde functionaliteit, aanbieders en regelingen.

Thema II – Sociaal domein – Participatie en re-integratie

Inburgering
De Wet inburgering 2021 is enkele keren uitgesteld, maar wordt definitief ingevoerd per 1 januari 2022. Het jaar 2021 is gebruikt als implementatiejaar, waarbij een implementatieplan Wet inburgering als basis heeft gediend, Er zijn twee Europese aanbestedingsprocedures doorlopen, 1 regionaal voor de leerroutes en de module kennis van de Nederlandse taal (taallessen) en 1 bovenlokaal voor het overige aanbod (maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject, de module arbeidsmarkt en participatie, een cursus Eurowijzer (voor versterken financiële zelfredzaamheid). Met uitzondering van de Onderwijsroutes is het aanbod compleet. Voor de Onderwijsroute wordt een nieuwe Europese aanbestedingsprocedure doorlopen, waarbij de financiële impuls van het ministerie SZW zal bijdrage aan het doen slagen van de nieuwe aanbesteding. Na afronding van de aanbestedingsprocedures zijn werkafspraken gemaakt, onder andere AVG-gerelateerd, en zijn de contracten gesloten. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe wet is dat de regie bij de gemeente komt te liggen. Hiervoor zijn op casusniveau een consulent inburgering en op tactisch niveau een procesregisseur verantwoordelijk. De procesregisseur maakt de verbinding met de interne en externe partners. Op deze manier wordt een integrale aanpak geborgd. Op 1 januari 2022 is de basis op orde. In april, juli, augustus en november is de gemeenteraad geïnformeerd over het implementatietraject en in het bijzonder de aanbestedingsprocedures en de formatie. 

IW4 / WSW
Eind 2018 zijn besluiten genomen over de financiering van de WSW (Wet sociale werkvoorziening) en de toekomst van IW4. Onderdeel daarvan is een transitieplan voor IW4 om meer toekomstbestendig te worden. In het tweede kwartaal 2021 heeft de raad, samen met de jaarstukken, een tussenevaluatie ontvangen over de voortgang hiervan. Daarbij is ook ingegaan op de nieuwe huisvesting van IW4. Waar in januari 2021 rekening was gehouden met bouwkosten van de nieuwe huisvesting van maximaal 10 miljoen euro, bleek uit de aanbesteding dat dit door gestegen grondstofprijzen niet meer haalbaar was. Daartoe is het bouwbudget verruimd. Inmiddels is de opdracht gegund en zijn de eerste sloop-en bouwactiviteiten gestart.

Verder zien we dat door de stijging van de rijkssubsidie per WSW-geïndiceerde de gemeentelijke bijdrage in het subsidietekort per WSW-geïndiceerde afneemt. Deze trend zet zich door en met de daling van het aantal WSW-ers zal binnen enkele jaren geen extra gemeentelijke vergoeding meer nodig zijn.

Beschut werk
Het instrument beschut werk maakt onderdeel uit van de Participatiewet. Beschut werk is werk in een beschermde omgeving onder aangepaste omstandigheden en heeft altijd de vorm van een dienstbetrekking. Het UWV geeft hiervoor indicaties af en bepaalt of iemand hiervoor in aanmerking komt. De gemeente heeft vervolgens de opdracht om voor hen een geschikte plek te vinden. Waar deze dienstbetrekking wordt georganiseerd is een keuze van de gemeente. De gemeente streeft daarbij naar een inclusieve arbeidsmarkt. In Veenendaal krijgt dit voet aan de grond en inmiddels kennen we een aantal sociale werkbedrijven. Het merendeel van de kandidaten (18) gaat (nog) naar IW4, maar we plaatsen ook 10 kandidaten bij meer reguliere bedrijven.

Landelijk is er een discussie over de vergoedingen die het rijk beschikbaar stelt voor begeleiding van beschut werkers. VNG pleit voor een hogere vergoeding. Daarnaast is per 1 juli een nieuwe CAO van kracht die kostenverhogend werkt. IW4 geeft aan dat zij dit product niet kostendekkend kan uitvoeren. Voor 2021 heeft de gemeente daarom extra middelen beschikbaar gesteld aan IW4. In 2022 gaan we op zoek naar een meer structurele financiering. Daarbij houden we de ontwikkelingen in Den Haag, de WSW-branche en andere sociale werkbedrijven nadrukkelijk in de gaten.

Thema III – Sociaal domein – WMO

Het afgelopen jaar zijn meerdere maatregelen genomen die passen binnen de wettelijke en door de raad meegegeven kaders om de vraag naar maatwerkvoorzieningen te remmen. Zo zijn onderhoudscontracten voor deurautomaten opgezegd, omdat de woningcorporatie hier zelf verantwoordelijk voor is. In de prestatieafspraken zijn hier ook afspraken over gemaakt. Bij woningaanpassingen zijn afspraken gemaakt met goedkopere en kwalitatief goede aannemers en niet met één vaste aannemer. Daarnaast is een belangrijke ontwikkeling de regiowijziging van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang. Hieronder leest u op hoofdlijnen meer over deze ontwikkelingen. 

Maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning
Op 1 januari 2021 is de maatwerkvoorziening Schoonmaakondersteuning (SO) gestart. De toegang tot de SO verliep vanaf dat moment via het Wmo-loket. Het aantal meldingen van inwoners die een beroep wilden doen op SO was het hele jaar hoog. Dit leidde tot een hoge werkdruk bij het Wmo-loket en tot een sterke stijging van het aantal inwoners met een maatwerkvoorziening SO. Eind 2019 waren er 950 inwoners met een SO voorziening, eind 2021 zijn dit er 1250.

Om de kostenstijging te beperken hebben we de toegangstoets voor Schoonmaakondersteuning verder verbeterd. Onder andere door bij de melding al door te vragen op inzet vanuit het eigen netwerk. Een landelijk erkende richtlijn wordt gebruikt voor het bepalen van het aantal uren hulp. 

Wmo materiële maatwerkvoorzieningen
De uitgaven aan Wmo materiële voorzieningen zijn in de afgelopen jaren afgenomen. Hieraan ten grondslag liggen meerdere genomen maatregelen: onderhoud deurautomaten neerleggen bij de woningeigenaar (woningcorporatie), geen dure woningaanpassing als een verhuizing naar een gelijkvloerse woning een duurzame passende oplossing biedt. De taakstelling voor deze maatregelen is voor dit jaar behaald. In de organisatie is geborgd dat er continue wordt gezocht naar scherpe inkoop en betere kwaliteit in samenhang met aanspreken van regelingen of organisaties van waaruit de cliënten de noodzakelijke voorziening verstrekt kunnen krijgen. De demografische ontwikkelingen zullen ook op dit dossier van invloed zijn. De aanbestedingsprocedure voor de Wmo hulpmiddelen heeft dit jaar vertraging opgelopen. Dit aanbestedingstraject zal in 2022 worden afgerond. 

Contractmanagement
In 2021 is nadrukkelijk ingezet op contractmanagement. Met het fundament van 2021 en de uitbreiding in formatie wordt de frequentie van de contractgesprekken geïntensiveerd. In 2021 zijn er zeven geselecteerde zorgaanbieders gesproken, in 2022 spreken we alle zorgaanbieders. Er is gewerkt aan de ontwikkeling van een dashboard waardoor de gesprekken gericht gevoerd kunnen worden. Het dashboard biedt een overzicht van belangrijke prestatie-indicatoren. Door het analyseren van de prestatie-indicatoren worden trends vroegtijdig gesignaleerd en prognoses eerder bevestigd of ontkracht. De contractgesprekken bieden de mogelijkheid om signalen en trends te verklaren, en indien nodig acties op te nemen. Dit heeft onze samenwerkingspositie met de zorgaanbieders versterkt.

Elk jaar stellen we de aanbesteding Wmo Immaterieel open voor (nieuwe) zorgaanbieders. De overeenkomsten met de bestaande aanbieders zijn verlengd. In 2021 is aan zes nieuwe aanbieders gegund.

Ontwikkelingen Wmo uitvoering
Binnen Wmo-uitvoering is dit najaar begonnen met een nieuwe werkwijze. Met de zorgaanbieders worden vooraf concrete doelen afgesproken en de daaraan gekoppelde te verwachten resultaten. De zorgaanbieders bespreken de te behalen resultaten met de inwoner en er wordt gewerkt met de zogenoemde perspectiefformulieren. De regie komt meer in onze handen. De zorgaanbieders zijn actief meegenomen in deze ontwikkeling en de vernieuwde werkwijze wordt gewaardeerd door de zorgaanbieders. In 2022 gaan we met deze nieuwe werkwijze verder.

Met de nieuwe opdracht voor de uitvoering van welzijnstaken aan Veens Welzijn heeft er een verschuiving van het maatschappelijk werk plaatsgevonden. Vanaf 2021 zijn vier maatschappelijk werkers toegevoegd aan de gemeentelijke organisatie bij het team Wmo uitvoering. De maatschappelijk werkers hebben hun draai gevonden binnen de gemeentelijke organisatie en voeren de gesprekken met inwoners als er (nog) geen maatwerkvoorziening nodig is. 

Doorontwikkeling Toezicht op kwaliteit en ontwikkelen van integrale toezicht Sociaal Domein 
De gemeenten hebben een wettelijke verplichting om vanuit de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet, rechtmatigheidstoezicht in te regelen en toezicht op kwaliteit te borgen. Het toezicht op de kwaliteit is door de gemeente voor wat betreft de Wmo belegd bij de GGD regio Utrecht (GGDrU). Sinds 1 januari 2021 is de werkwijze gewijzigd. Op basis van risicoprofielen zijn aanbieders geselecteerd. De onderzoeken waren veel meer cliëntgericht en verdiepend dan voorheen toen de beleidsmatige aspecten prioriteit hadden. Bij een onderzoek naar de kwaliteit van een door de gemeente beschikte voorziening gaat het zowel om het voldoen aan de wettelijke eisen (voor Wmo en Jeugdwet) als aan de door de gemeente gestelde voorwaarden en gemaakte afspraken. In 2022 gaan wij verder met de doorontwikkeling van toezicht en implementatie van het integrale toezicht sociaal domein breed op de rechtmatigheid. 

Beschermd wonen en Maatschappelijke Opvang
Vanaf 1 januari 2022 is de regiowijziging voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang een feit. Veenendaal is vanaf dat moment ook voor deze onderwerpen onderdeel van de samenwerkingsregio Ede. In 2021 zijn alle voorbereidingen getroffen om de zorg voor huidige cliënten te kunnen continueren en de zorg voor nieuwe cliënten te kunnen indiceren en beschikken. Denk hierbij aan de aanbestedingsprocedure voor de inkoop van beschermd wonen, de toegang realiseren en overgang van cliënten goed te laten verlopen. In de maatschappelijke opvang in Ede heeft uitbreiding plaatsgevonden, waardoor inwoners uit Veenendaal hier terecht kunnen. De regiowijziging maakt dat Veenendaal meer regie kan voeren op de inhoudelijke beweging naar ambulantisering. Het narratief onderzoek en de woonzorg analyse, die in 2021 zijn uitgevoerd, zijn beide van grote meerwaarde om de meerjarenaanpak in 2022 realistisch, stapsgewijs en doelgericht te kunnen vormgeven. Eind 2021 heeft u hierover ook een raadsinformatiebrief ontvangen. 

Thema IV - Sociaal domein – Jeugd

Ontwikkeling
Binnen de hulpvormen jeugd zijn in 2021 de volgende ontwikkelingen zichtbaar geworden. De kosten voor ambulante hulp zijn gestegen. De GGZ-uitgaven binnen ambulant stegen met 0,8 miljoen euro doordat cliënten langer of intensiever in zorg zijn geweest. De uitgaven voor ambulante begeleiding stegen met 0,4 miljoen euro als gevolg van een toename van het aantal cliënten. De uitgaven voor ambulante behandeling daalden met 1,1 miljoen euro, als gevolg van ingezette maatregelen met Jeugdhulpaanbieders. Tevens is gestuurd op instroom, korte doorlooptijden, intensiteit en uitstroom. De uitgaven voor verblijf zijn nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2020. De uitgaven voor veiligheid stegen met 0,3 miljoen.

CJG 
Hoewel de stijging ten opzichte van de jaren voor 2020 is afgenomen, zijn de uitgaven jeugdhulp in 2021 toegenomen ten opzichte van 2020. Er is actief gestuurd op het terugdringen van de instroom en het terugdringen van de intensiteit en duur van de specialistische jeugdhulp. Dit gebeurde onder meer door uitgebreide(re) triage, een vast spreekuur bij het CJG, het hanteren van streefnormen binnen het CJG voor wat betreft het aantal verwijzingen, samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instellingen over de inzet van jeugdhulp en door strakker te sturen op doelrealisatie, doorlooptijden en intensiteit van de ingezette hulp door tweedelijns aanbieders. We hebben in 2021 de samenwerking met diverse aanbieders versterkt. Dit onder meer door gesprekken in samenwerking met contractmanagement in de regio en lokaal. 

Het raamwerk voor de ideële publiekscampagne ‘zelf maar niet alleen’ was eind 2020/begin 2021 gereed. De volgende doelen stonden centraal:
•    Bewustwording bij inwoners;
•    Inwoners meenemen in de beweging van zwaardere naar lichtere zorg;
•    Inwoners in beweging krijgen;
•    Inwoners aanzetten tot een verandering in denken en doen (van 'daar heb ik de gemeente voor nodig' naar 'dat kan ik zelf of samen met anderen’).

De publiekscampagne is ondersteunend voor de toegangsloketten binnen de Uniforme Toegang in Veenendaal (CJG, werk& inkomen, wmo en budgetloket). Inwoners worden geïnformeerd over onze aanpak en dat is helpend voor de medewerkers bij de toegangsloketten. Zo zijn inwoners niet verrast door deze houding/aanpak (denk aan ‘normaliseren’ en ‘ondersteuning is tijdelijk’). In 2021 is het onderwerp ‘schulden’ uitgelicht en is een start gemaakt met diverse uitingen op facebook en andere kanalen voor jeugd en dit krijgt een uitgebreider vervolg in 2022. 

Met de kinderopvang, het onderwijsveld, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, welzijn en het CJG zijn concrete speerpunten geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt is in 2021. Met deze speerpunten hebben we gewerkt aan het versterken van de samenwerking tussen deze partijen in het belang van de jeugdigen. We zien daarbij ondersteuning die primair gericht is op het leerproces als een verantwoordelijkheid van school en willen in samenwerking met het onderwijs inzetten op de beweging naar normaliseren; niet voor alles wat afwijkt hoeft hulp ingezet te worden. Dit traject willen we in 2022 verder vorm gaan geven. Deze inzet ligt in lijn met de met de raad besproken ‘scherpe keuze’ over minder jeugdhulp in de klas en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en onderwijsveld. Enkele preventieve taken zijn per 2021 van het CJG naar Veens Welzijn overgegaan; dit betreft taken die algemene en/of collectieve voorzieningen betreffen. Individuele voorzieningen zijn in het takenpakket van het CJG gebleven. 

Jeugdbeleid 
Met de vaststelling van de programmabegroting 2021 heeft de raad besloten om vijf aanvullende maatregelen te nemen: genaamd 'Scherpe Keuzes'. Deze maatregelen zijn in 2021 door de gemeente zelf uitgevoerd en zijn ondersteunend aan het verder terugdringen van de kosten. Twee van de scherpe keuzes zijn vertaald in de integrale verordening sociaal domein, beleidsregels en/of nadere regels jeugd welke per 1 juni 2021 in werking zijn getreden. De andere maatregelen zijn onderzocht op mogelijkheden en effecten. De maatregelen hebben overwegend een bijdrage geleverd aan het verminderen van de onbalans tussen begroting en kosten Jeugdhulp. Tevens is in 2021 verdere uitvoering gegeven aan de in 2018 en 2019 ingezette maatregelen. Deze maatregelen waren gericht op het afremmen van de instroom, het terugdringen van de intensiteit van de ingezette hulp (naar het hoogstnodige) en verkorten van de doorlooptijd van hulptrajecten. De ontwikkelingen zijn gemonitord en waar nodig bijgestuurd of aangevuld binnen de door de raad meegegeven kaders. Het datagestuurd werken is in 2021 verder doorontwikkeld. Deze werkwijze ondersteunt bij het maken van keuzes bij het terugdringen van uitgaven

Veiligheid
Met het CJG, SAVE en Veilig Thuis is in 2021 verder gewerkt aan een gedeelde visie over het werken aan veiligheid in de toekomst. De afstand tussen partijen is aanzienlijk verkleind door concrete samenwerkingsafspraken te maken. Ondanks een krappe arbeidsmarkt is er net voldoende capaciteit bij de netwerkpartners. We hebben in 2021 gekeken naar de opgave die er ligt voor lokale teams rondom het waarborgen van veiligheid in gezinnen en hebben geconstateerd dat het Team Veilig opgroeien van het CJG toekomstbestendig ingericht is. De samenwerking met het lokale interventieteam en triageteam sociaal domein is goed verlopen. Het jaar 2021 is ook het jaar waarin het gelukt is om een bovenregionaal Gelders contract voor Gecertificeerde instellingen (GI's) vorm te geven, wat in 2022 in zal gaan. Gemeenten komen nog meer in the lead als het gaat over hun verantwoordelijkheid voor het organiseren van passende en doelmatige hulp. De GI’s zullen preventief gaan werken onder regie van de gemeenten. Maatwerk leveren en dubbel werk voorkomen. Veilig Thuis is nauwer aangehaakt op de lokale situatie, zowel op het niveau van de professional als via de manager. Er ligt een basis van vertrouwen, professionals zien dat ze - met verschillende rollen - aan de lat staan voor dezelfde opgave. Hoe gaan we gezinnen samen slimmer helpen als het gaat om het duurzaam veilig krijgen van de situatie. We kijken daarbij met een brede blik bij het zoeken naar oplossingen en richten ons niet enkel tot de inzet van jeugdhulp.

In 2021 is de samenwerking met de netwerken zorg & veiligheid en volwassenhulp versterkt. Wat in 2021 nog niet is opgelost is de route van ’steppen care’ in de jeugdbescherming, het toepassen van de eenvoudigste interventie en niet opschalen. Het contact met de Raad voor de Kinderbescherming verdiende daarnaast ook aandacht.

Financiële ontwikkelingen

Voor het jaar 2021 heeft gemeente Veenendaal een incidentele rijksbijdrage van € 1.966.000 ontvangen. Het Rijk zal op basis van het rapport van de arbitragecommissie de gemeenten ook in de komende jaren extra middelen verstrekken. Het nieuwe kabinet zal hierover een (definitief) besluit nemen.

Gezondheidsbeleid
Net als in 2020 liet de coronacrisis ons in 2021 wederom zien hoe belangrijk een goede gezondheid en preventie zijn. Het tegenstrijdige aan dit jaar was dan ook dat we ondanks de urgentie niet alle projecten en taken hebben uit kunnen voeren zoals gepland. Niet alle groepsactiviteiten bijvoorbeeld in het kader van de Gecombineerde Leefstijl Interventie konden doorgang vinden en scholingsbijeenkomsten voor professionals werden afgelast. Samen met onze partners in Veenendaal hebben we gezocht naar wat er wel mogelijk was: zo vonden onder andere de wandelgroepen onder begeleiding van zorgprofessionals doorgang, was gezondheid en gezondheidszorg een thema in de gesprekken in de taalgroepen en zette de coalitie Kansrijke Start grote stappen door het ontwikkelen van zorgpaden voor kwetsbare zwangeren. Ook in 2022 wordt de uitvoering van Kansrijke Start gecontinueerd, waarbij de interventie "Stevig Ouderschap" wordt gerealiseerd. Van de GGDrU werd grote flexibiliteit verwacht in de op- en afschaling van hun reguliere taken om te kunnen voldoen aan voldoende vaccinatie- en testcapaciteit, op zo’n wijze dat inwoners hier zo min mogelijk last van hadden. Midden in deze gezondheidscrisis werd in 2021 ons lokaal preventieakkoord gesloten. Nieuwe partners zijn aan boord, er is een kernteam geformeerd en er ligt een basis voor een plan van aanpak met bijbehorende financiën (externe impuls-middelen) waar we in 2022 verder mee aan de slag gaan. De evaluatie van het huidige gezondheidsbeleid is in 2021 verschoven naar 2022. Vanwege corona konden onderdelen van het beleid geen doorgang vinden. De GIDS gelden zijn tevens met een jaar verlengd tot en met 2022. Gezien deze ontwikkelingen is een langere doorlooptijd wenselijk.

Thema V - Onderwijs en ontwikkeling

Lokale Educatieve Agenda (LEA)/lokaal onderwijsbeleid
Op basis van de ingezette koers ten aanzien van gelijkwaardigheid en gemeenschappelijkheid van alle partners die deelnemen aan de LEA, is het LEA in april en september 2021 voorbereid door vertegenwoordigers namens het Voortgezet Onderwijs, het Primair Onderwijs en de Kinderopvangorganisaties. In het LEA zijn de wettelijke uitgangspunten zoals het Onderwijsachterstandenbeleid en het Huisvestingsprogramma besproken. In Veenendaal spreken we overigens tegenwoordig van onderwijskansenbeleid in plaats van onderwijsachterstandenbeleid. Tevens zijn de in de Beleidsagenda 2021-2024 opgenomen thema’s, tekort aan leraren/medewerkers in relatie tot Veenendaal als aantrekkelijke gemeente om te wonen en te werken, Wetenschap en Techniek en de Doorlopende leer en ontwikkellijn, aan de orde geweest. In 2022 wordt het thema lerarentekort en het thema Wetenschap en Techniek uitgewerkt in een concreet plan van aanpak, doel, en middelen. Het thema doorlopende leerlijn komt in 2022 in het LEA terug in de vorm van inspiratiesessies. 

Ondanks de coronamaatregelen was er ruimte voor (digitale)schoolbezoeken. Er waren digitale koffiemomenten en zodra de maatregelen het toelieten werd er voorgelezen (in het kader van de kinderboekenweek) en werd een school bezocht.

In 2021 is er conform de IKC visie gewerkt aan de ontwikkeling van Integrale Kindcentra en om die vanuit de inhoud goed vorm te geven. De beweging die wij ook in 2021 vooral vanuit de scholen hebben laten komen. Voor het IKC speciaal onderwijs/speciaal basisonderwijs/primair onderwijs en het IKC Ronde Erf heeft de gemeente in diverse projectgroepen deelgenomen om ook de verbinding met het gemeentelijk beleid tot stand te brengen.

In 2021 is een lessenserie ontwikkeld om leerlingen bewust te maken van de gevaren op internet. Na de zomer is op vier basisscholen de pilot van de lessenserie Hacker de Baas uitgevoerd. Tegelijk met de uitrol van de pilot is een onderzoek gestart door de Universiteit Twente over de effecten van de interventies in de lessenserie. In 2022 verwachten we daarvan de resultaat waarna bekeken wordt of aanpassing van de lessenserie nodig is en of een verdere uitrol mogelijk is. 

Afgelopen jaar zat Nederland enkele weken in een lockdown en moest op korte termijn meerdere keren noodopvang geregeld worden voor kwetsbare kinderen. Een crisisoverleg LEA, onder leiding van de gemeente heeft daarin snel en slagvaardig acties ondernomen. Samen met vertegenwoordigers uit het veld zijn signalen besproken, knelpunten opgepakt om aan alle wettelijk gestelde eisen te voldoen, alsook om zoveel mogelijk groepen en scholen open te kunnen houden. 

Onderwijskansenbeleid
In 2021 is het aanbod voor- en vroegschoolse educatie (vve) gecontinueerd en hebben we een kwaliteitsimpuls hieraan gegeven. Voor vve op de scholen geldt dat de vve-specialisten leerkrachten ondersteuning op maat hebben gegeven. Voorheen noemden we deze vve-specialisten taalspecialisten, maar omdat vve breder is dan taalontwikkeling hebben we de naam aangepast. Voor vve op de kinderopvang zijn we gestart met een pilot boekstart in de kinderopvang en hebben we afspraken gemaakt over de verplichte inzet van een vve-coach met ingang van 2022. Ook is het concept schakelvoorziening (hier krijgen kinderen met een taalachterstand een jaar extra taalonderwijs) bijgesteld om de schakelklasleerkrachten effectiever te kunnen inzetten. Een schakelvoorziening biedt extra ondersteuning voor nieuwkomers in de doorstroomfase (doorstromers) en kinderen met een taalachterstand of een vergroot risico daarop in de groepen 3 tot en met 8 van de basisschool. De eerste opvang van de nieuwkomer vindt plaats in de nieuwkomersklas, waar kinderen een jaar lang ondergedompeld worden in taalonderwijs. We hebben met de kinderopvang en het onderwijs afgesproken dat we als gemeente jaarlijks een activiteit aanbieden in het kader van professionalisering. In dat kader hebben we als gemeente een studiemiddag georganiseerd voor alle pedagogisch medewerkers en leerkrachten van groep 1 en 2 van de vve-scholen.

Passend onderwijs
In het kader van de aansluiting Passend Onderwijs en Jeugdhulp heeft in regionaal verband het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) drie maal plaatsgevonden. In maart 2021 werd ingestemd met een addendum bij het ondersteuningsplan van het Samenwerkingsverband Rijn en Gelderse Vallei, waarin opgenomen is het instellen van Bestuurlijk Overleggen Regionaal Steunpunt (BORS). Het OOGO heeft op 1 juli 2021 de leidende principes, actielijnen en speerpunten Focusagenda Onderwijs Jeugdhulp vastgesteld met als doel om kinderen en leerlingen in onze regio FoodValley vanuit zowel het onderwijs als vanuit de gemeente de beste kans voor een optimale ontwikkeling te geven. In het OOGO van november is een besluit genomen over het uitvoeringsplan Focusagenda Onderwijs – Jeugdhulp. Deze agenda omvat vijf thema’s. Tevens is overeenstemming bereikt om als overkoepelend agendapunt samen met leerkrachten, ouders en kinderen een gezamenlijke visie te ontwikkelen: voor gemeenten naar normalisering en, als samenwerkingsverbanden passend onderwijs naar meer inclusiever onderwijs.

Continuïteit openbaar voortgezet onderwijs/ Rembrandt College
Op 17 december 2020 heeft de raad besloten om de taken en bevoegdheden ten aanzien van het Rembrandt College op 1 januari 2021 over te dragen aan de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Veenendaal (SOVOV). In de vastgestelde statuten zijn de taken en bevoegdheden opgenomen van de raad van toezicht en de bestuurder. Tevens is hierin opgenomen op welke wijze naar de gemeente moet worden verantwoord. Alle schoolbestuurlijke middelen zijn in 2021 na de vaststelling van de gemeentelijke jaarrekening overgedragen aan het stichtingsbestuur. Op 27 mei 2021 heeft de raad besloten, op basis van de financiële als inhoudelijke verantwoording in de ontwerp-jaarstukken 2020, geen zienswijze in te brengen op deze ontwerp-jaarstukken. De accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven. Het stichtingsbestuur heeft op basis van het proces rondom de planning en control en de wijze waarop de raad van toezicht de toezichthoudende rol wenst in te vullen, aanpassingen aan de statuten voorgesteld. Tevens zijn aanpassingen doorgevoerd in het kader van de nieuwe Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Op 16 september 2021 heeft de raad ingestemd met de gewijzigde statuten. Op 30 november is conform de statuten (voor 1 december) de ontwerpbegroting 2022 ingediend. Deze wordt in 2022 aangeboden aan de raad.

Leerlingenvervoer
Na de aanbesteding van het leerlingenvervoer is een hoger kilometertarief van toepassing. Het leerlingenvervoer heeft in 2021 veel last gehad van de coronacrisis. Hierdoor heeft de vervoerder ritten niet kunnen uitvoeren. De vervoerder heeft in 2021 een verzoek gedaan voor de vergoeding van de niet gereden ritten. Op het moment dat de scholen weer open konden, heeft de vervoerder de ritten weer opgepakt. Het aantal ritten bleef echter op een lager niveau. Door ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs is, op basis van de model verordening van de VNG, een aanzet gemaakt voor een nieuwe verordening leerlingenvervoer voor Veenendaal. De uitgangspunten zijn in het Op Overeenstemming Gericht Overleg met de Samenwerkingsverbanden Passend onderwijs besproken. In 2022 wordt de verordening verder uitgewerkt.

Thema VI – Sport

Beleidskader sport en bewegen 2020 - 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal' en Sportakkoord
In 2021 is door de Stichting Sportservice Veenendaal (hierna Sportservice) uitvoering gegeven aan het in 2020 vastgestelde beleidskader sport en bewegen 2020 - 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ en aan het Sportakkoord Veenendaal. Deze laatste is afgesloten met meer dan 35 partijen in Veenendaal. In verband met de maatregelen vanwege de coronacrisis is de uitvoering van het beleidskader en het Sportakkoord Veenendaal vertraagd. Sportservice heeft in 2021 tijdens de diverse coronamaatregelen met bijbehorende steunpakketten de contacten met de Sportverenigingen onderhouden. Daarmee zijn de sportclubs grotendeels gecompenseerd en zijn er geen sportclubs in de financiële problemen gekomen. De coronacrisis blijft een onzekere factor voor de uitvoering van sportactiviteiten ook voor 2022. 

In 2021 heeft de herijking van de positie van Sportservice plaatsgevonden. In juni is de raad geïnformeerd over de gevolgen van deze herijking middels een raadsinformatiebrief.

Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK )
In 2019 heeft het ministerie van VWS de btw-vrijstelling voor sport verruimd. Hierdoor kan de gemeente de voorbelasting op basis van een compensatieregeling Sport compenseren. Het gaat hierbij om de investeringen in hardware en over de kosten in exploitatie en beheer. In 2021 is vanuit deze regeling € 437.000,- aangevraagd. Door de vele aanvragen werd het landelijk subsidieplafond overschreden en heeft het ministerie van VWS de subsidie naar rato bijgesteld op 76,94%. Bij de uiteindelijke vaststelling zal blijken of het verleende bedrag nog aangevuld wordt. 

Thema VII – Cultuur

In 2021 is, in een uitgebreid participatief traject, een nieuw meerjarig kader voor cultuurbeleid ontwikkeld. Op 16 september 2021 heeft de raad 'Glans aan de Grift' vastgesteld. Dit document bevat zowel de Veense Cultuurvisie 2022-2030 als ook de Cultuurnota 2022-2025. In Glans aan de Grift is voor de komende beleidsperiode 2022-2030 de visie, missie en strategie voor de Veense cultuursector geformuleerd. De Cultuurnota is een uitwerkingsagenda waarin de doelen voor de komende vier jaar in activiteiten en consequenties voor benodigd budget staan uitgewerkt.

De bibliotheek heeft in 2021 gewerkt aan de voorbereiding en uiteindelijke realisatie van een IDO (Informatiepunt Digitale Overheid). Prestatieafspraken met de culturele basisvoorzieningen zijn voor 2022 in het vierde kwartaal geactualiseerd, waarbij de speerpunten per onderdeel worden geconcretiseerd en meegenomen. 

Cultuureducatie met Kwaliteit
In 2021 is gestart met de uitvoering van een nieuwe periode Cultuureducatie met Kwaliteit (CMK). Daartoe is met de provincie Utrecht een co-financieringsovereenkomst programma Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024 aangegaan voor € 28.700 per jaar. Het hoofddoel van CMK 2021-2024 is de kwaliteit van het cultuuronderwijs en de educatie voor scholen door culturele aanbieders te versterken door het stimuleren van het ontstaan van duurzame en intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector. Ook is er in 2021 aandacht geweest voor het vergroten van de kansengelijkheid voor leerlingen. De Muzen is penvoerder van dit programma en heeft een regiefunctie hierin. 

Thema VIII – Welzijn

Stichting Veens Welzijn
Stichting Veens Welzijn is in 2021 gestart met de uitvoering van de opdracht Welzijn. De opdracht richt zich op het versterken van de sociale basis met als doel individuele ondersteuning voorkomen (preventie), collectieve voorzieningen ontwikkelen en afschalen van maatwerkvoorzieningen. De opstart, de kennismaking intern en met externe partners heeft in 2021 veel tijd en energie gevraagd. Met alle (digitale) ontmoetingen zijn er verbindingen en nieuwe initiatieven ontstaan. De voorbereidingen voor de pilot Welzijn op recept zijn gedaan, contacten met de onderwijsinstellingen zijn er veelvuldig geweest, in de wijken zijn er diverse ontmoetingen geweest (wel veel minder vanwege corona) en nieuwe initiatieven opgestart. Zo is er een koffieochtend gestart voor inwoners die zich heel erg eenzaam voelen. Het versterken van de sociale basis heeft minder vorm kunnen krijgen door alle beperkingen vanwege corona. De verwachting is dat in 2022 meer inzet kan worden gedaan om de sociale basis te versterken. In 2021 is een stevige basis gelegd. De samenwerking tussen Veens Welzijn en vrijwilligersorganisaties is versterkt.

Vrijwilligers
Het afgelopen jaar is ook voor veel vrijwilligers een moeilijk jaar geweest. Vele activiteiten waar vrijwilligers bij betrokken waren, konden door alle maatregelen niet doorgaan. We zagen ook dat vrijwilligers de tijd anders zijn gaan besteden en dat dit belemmerend werkt bij de opstart van activiteiten.

Het vrijwilligersplatform waar alle vrijwilligersorganisaties informele zorg en vrijwilligers bij elkaar komen is eind 2021 geëvalueerd. Er zijn interviews gehouden over hoe de doorontwikkeling van het platform vorm moet krijgen. De aanbevelingen uit de evaluatie zoals het behouden van het vrijwilligersplatform en de ontwikkeling van een Kenniskring worden in 2022 verder opgepakt. 

Om de inzet van vrijwilligers te waarderen hebben alle vrijwilligers vanuit de gemeente een bedankje ontvangen aan het einde van het jaar. 

Mantelzorgers
Mantelzorgers zijn ondersteund door wijkcoaches en mantelzorgconsulenten van Veens Welzijn. De coronamaatregelen hebben de mogelijkheden tot activiteiten behoorlijk beperkt. Er zijn alternatieve activiteiten ontwikkeld, zoals het digitale Broodje wethouder. In het eerste kwartaal zijn alle mantelzorgers benaderd om hier, met een thuis bezorgd lunchpakket, aan deel te nemen. Helaas kon ook in 2021 de Mantelzorgdag op het laatste moment niet doorgaan. Alle mantelzorgwaarderingen zijn daarom persoonlijk op het gemeentehuis uitgereikt.

Thema I: Inkomen

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Thema III: Sociaal domein - WMO

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

III.f. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

III.g. Het aantal meerderjarigen dat begeleiding ontvangt waar behandeling passender is, is afgenomen (MD06, IBK BE19).

Thema IV: Sociaal domein - Jeugd

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

IV.b. Jeugdigen groeien gezond en veilig op; we stimuleren en ondersteunen ouders om te zorgen voor een gezonde ontwikkeling van kinderen en een veilig opgroei- en opvoedklimaat (MD2, IBK BE5).

IV.f. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD08, IBK BE22).

Thema V: Onderwijs en ontwikkeling

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

V.a. Het aantal laaggeletterde inwoners daalt (MD01, IBK BE3).

V.c. Onderwijsachterstandenbeleid: er is een kwantitatief voldoende en kwalitatief goed aanbod van peuteropvang met en zonder voorschoolse educatie.

V.f. Alle kinderen van 0-13 jaar kunnen in een IKC een doorlopende leer- en ontwikkellijn volgen.

Thema VIII: Welzijn

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Beleidsindicatoren

Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Beschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Vroegtijdig schoolver-laters zonder start-kwalificatie (vsv-ers) % Ingrado Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dwz zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. 2,1 1,5 nb 2 1,7 nb
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar. - 0 nb 2,4 2,7 nb
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar. 45 28,4 nb 26 nb nb
5.1 Sportbeleid en activering Niet-sporters % Gezondheidsenquête (CBS, RIVM) Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. nb - nb nb 49 nb
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Cliënten met een maatwerk-arrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners GMSD Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. 640 730 660 680 700 650
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. 15,6 15,7 14,0* 12,3 11,9 10,5*
6.3 Inkomens-regelingen Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. 5 5 nb 6 6 nb
6.3 Inkomens-regelingen Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners CBS Het aantal personen met een bijstandsuitkering. 315,2 377,3 351 381,7 459,7 431,2
6.5 Arbeidsparticipatie Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 - 64 jaar LISA Aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. 747,8 752,2 nb 793,9 795,9 nb
6.5 Arbeidsparticipatie Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroeps-bevolking CBS Percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 71,4 70,3 nb 68,8 68,4 nb
6.5 Arbeidsparticipatie Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar). 1 2 nb 2 2 nb
6.5 Arbeidsparticipatie Lopende re-integratie-voorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar CBS Aantal re-integratie-voorzieningen. 270,6 265,1 nb 207 202 nb
6.82 Geëscaleerde zorg 18- Jongeren met jeugdbescherming % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. 1,3 1,4 1,2 1,2 1,2 1,1
* cijfers eerste halfjaar 2021

Verbonden partijen

Zie voor een toelichting de paragraaf verbonden partijen.

Financiële programmarealisatie 2021 (bedragen x € 1.000,-)

Programma 3 Sociale leefomgeving
Primitief Raming 2021 Na begrotingswijziging Realisatie 2021 Saldo 2021
Lasten 106.301 108.694 106.635 2.059
Baten 35.321 31.427 33.436 2.009
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten -70.980 -77.266 -73.199 4.067
Toevoeging aan reserve 148 1.905 2.028 -123
Onttrekking aan reserve 1.160 6.025 6.025 0
Gerealiseerd resultaat -69.967 -73.147 -69.203 3.944

Toelichting op de financiële programmarealisatie (bedragen x € 1.000,-)

Ten opzichte van de in de 3e bestuursrapportage 2021 aangepaste begroting, zijn de grootste afwijkingen als volgt:

Taakveld Afwijking 2021 V/N
Arbeidsparticipatie 77 V
Begeleide participatie 137 N
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 155 V
Geëscaleerde zorg 18+ 223 V
Inkomensregelingen 691 V
Maatwerkdienstverlening 18- 1.040 V
Maatwerkdienstverlening 18+ 295 V
Maatwerk-voorzieningen (WMO) 49 V
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 461 V
Onderwijshuisvesting 161 V
Samenkracht en burgerparticipatie 647 V
Sportaccommodaties 200 N
Volksgezondheid 52 V
Wijkteams 513 V
Overige verschillen 40 V
Totaal afwijkingen programma 3 4.067 V

 

Arbeidsparticipatie: voordeel € 77.000
In de decembercirculaire heeft het Rijk opnieuw middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Het gaat om een incidenteel bedrag voor ICT kosten van € 17.000. Daarnaast heeft het Rijk opnieuw middelen beschikbaar gesteld voor de zogenoemde ondertussengroep (de inburgeraars die vallen onder de Wet inburgering 2013-2020). Het gaat om een bedrag van € 17.000. Deze groep (de zogenoemde Elip-groep) kan - als zij geen lening meer kunnen sluiten bij DUO - van gemeenten budget krijgen voor het inkopen van taallessen. Hiervoor zijn nu extra middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Het college zal hiervoor in het eerste kwartaal van 2022 beleid opstellen. Voorgesteld wordt om de middelen voor deze doelen toe te voegen aan het budget inburgering 2022.

Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 ingegaan. De basis is op orde, maar de implementatie is nog in volle gang. Er wordt voorgesteld om de beschikbare middelen over te hevelen naar 2022 voor de afronding van het implementatieproces, voor de verdere inrichting van beleid en processen, voor de ontwikkeling van communicatie-instrumenten, ICT en training medewerkers inburgering. Voorgesteld wordt de restant middelen ad € 43.000 over te hevelen naar 2022 ten behoeve van de invoering van de nieuwe wet inburgering. Daarnaast is er binnen het taakveld arbeidsparticipatie sprake van een beperkt voordeel van € 33.000. Dit kan onder ander andere worden verklaard door lagere lasten op de onderdelen re-integratie algemeen en re-integratie aanbodversterking, en hogere lasten op de onderdelen Diagnose en work first en flankerend beleid. 

Begeleide participatie: nadeel € 137.000
Met de decembercirculaire 2021 hebben gemeenten extra geld ontvangen voor sociale werkbedrijven ter compensatie van financiële schade als gevolg van de coronacrisis. Deze middelen zijn toegevoegd aan de rijksmiddelen WSW. Veenendaal ontving hiervoor € 166.000 extra. IW4 heeft aangetoond dat de schade die zij hebben ondervonden meer dan € 166.000 bedraagt. Net als in 2020 zijn deze extra middelen betaald aan het IW4. De lasten zijn reeds verwerkt binnen dit taakveld tegenover het tekort staan de hogere baten binnen programma 5 op het taakveld van de algemene uitkering.

De overige verschillen binnen dit taakveld leiden per saldo tot een voordeel van totaal € 29.000.

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie: voordeel € 155.000
Het voordeel ontstaat voornamelijk vanwege lagere subsidie ad € 149.400 voor het Theater Lampegiet. In juli 2020 nam de raad het besluit om aan Theater Lampegiet extra subsidie toe te kennen van € 170.500,-. De maatregelen zijn meerdere keren veranderd, wat maakte dat ook de financiële prognoses meerdere keren zijn bijgesteld. Uiteindelijk was er een bedrag van € 21.100 subsidie nodig om het tekort in het seizoen 2019-2020, direct ontstaan als gevolg van de coronamaatregelen, te compenseren. Het restant kan daarmee terugvloeien naar de algemene middelen. Bij de vaststelling van de subsidies voor cultuur over het jaar 2021 zal een aantal instellingen een tekort in de jaarrekening hebben. Deze tekorten zullen worden gedekt uit de rijksmiddelen coronasteun die we als gemeente ontvangen hebben of uit eigen reserves. Tevens is er een bedrag van € 31.700 minder uitgegeven aan amateurkunstbeoefening. Het aantal aanvragen voor subsidie was lager doordat er minder activiteiten mogelijk waren. Gezien de verwachting dat er, in lijn met de cultuurvisie, sterk ingezet zal worden op de amateurkunst in Veenendaal, is het voorstel dit restant over te hevelen naar 2022. 

Tegenover deze voordelen is er ook een nadeel op het onderhoud Theater Lampegiet van € 41.000 en diverse voordelen op onder andere cultureel vastgoed en enkele kleine cultuur subsidies van € 15.000. De extra onderhoudskosten komen door een afrekening onderhoudswerkzaamheden 2020 ad € 11.000 en onvoorziene extra noodzakelijke onderhoudskosten voor noodverlichting en overige technisch installaties die gezien de toekomstige ontwikkeling van het theater daardoor planmatige vervangen zijn voor in totaal € 30.000. 

Geëscaleerde zorg 18+: voordeel € 223.000
Het voordeel op het taakveld wordt voornamelijk veroorzaakt door de volgende voordelen, niet uitgegeven middelen van € 32.000 vanuit de decentralisatie uitkering (DU) dak- en thuisloosheid. In de septembercirculaire 2020 zijn door het rijk middelen beschikbaar gesteld. Deze uitkering is erop gericht dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en ervoor te zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. In 2022 wordt hiertoe een Pilot met Welkom uitgevoerd. Voorgesteld wordt om de middelen van € 32.000 in de resultaatbestemming mee te nemen en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak. Lagere uitgaven van € 75.000 op de afrekening LVB middelen 2020. Er is ingezet op extra capaciteit voor de implementatie en uitvoering van de overgang van de regio beschermd wonen en maatschappelijke opvang maar het gehele bedrag bleek niet noodzakelijk te zijn in 2021. Ook is er een voordeel op de WvGGZ van € 24.000, dit wordt veroorzaakt door lagere kosten voor het registratiesysteem en lagere personeelskosten en een meevaller in de afrekening van een subsidie bij ZonMW en een extra subsidieperiode voor het Advies- en Meldpunt Verward geeft incidenteel een voordeel van € 71.000 op de sluitende aanpak verward.

Binnen het taakveld zijn er daarnaast nog diverse afwijkingen van in totaal circa € 20.000.

Inkomensregelingen: voordeel € 691.000
Buig voordeel € 388.000
Ten opzichte van de derde bestuursrapportage zijn er hogere opboekingen en lagere uitgaven voor de WWB, een voordeel bij Bbz-bedrijfskapitaal en een voordeel op de voorziening dubieuze debiteuren.

Tozo voordeel € 155.000
De declaratie van de uitvoeringskosten zorgt per saldo tot een voordeel van € 155.000. Voorgesteld wordt om hiervan € 36.000 te reserveren voor 2022. Dit vanwege uitvoeringskosten die volgen voor het afwikkelen van werkzaamheden rondom deze regeling aankomende jaren. 

Kwijtscheldingen nadeel € 78.000
De periode waarin rechthebbenden de minimaregeling van 2021 konden aanvragen, liep van 1 januari 2021 t/m 31 december 2021. De huidige aanvraagperiode 2022-2023 met de Veenendaalpas is gestart op 1 december 2021 en heeft een doorlooptijd van 1,5 jaar, waardoor mensen een groter budget te besteden hebben. Veel rechthebbenden spreiden de besteding echter niet over de gehele periode maar maken een groot deel van hun budget al in de eerste maand op. Daarnaast is er in november en december veel promotie geweest voor de Veenendaalpas wat heeft geleid tot extra bestedingen bij reeds bekende rechthebbenden maar ook tot het bereiken van nieuwe inwoners. Bovenstaande redenen hebben ertoe geleid dat er in december 2021 meer is uitgegeven aan de minimaregelingen voor het aanvraagjaar 2021 en de huidige aanvraagperiode.

TONK voordeel € 202.000
Van 1 januari tot 1 oktober 2021 was de gemeente belast met de uitvoering van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Het aantal aanvragen is - ondanks een verruiming van de regeling - sterk achtergebleven bij de verwachtingen. Dit is in lijn met het landelijk beeld. De uitvoeringskosten zijn verwerkt onder programma Bedrijfsvoering.

Diverse overige verschillen van totaal € 24.000 voordelig. 

Geëscaleerde zorg 18- en Maatwerkdienstverlening 18- (Jeugdhulp): voordeel € 1.040.000

Algemene voorzieningen jeugd voordeel € 123.000
De uitgaven op de algemene voorzieningen jeugd resulteren in een voordeel van € 123.000. Dit is voornamelijk te verklaren door de teruggave van € 85.200 op basis van de afrekening van bedrijfsvoeringskosten van het Knooppunt voor de jaren 2015-2020.  Het resterende bedrag heeft betrekking op vrijval van  dekkingsmiddelen voor personele inzet die beschikbaar zijn gesteld voor regionale samenwerking. De inzet heeft in 2021 extern plaatsgevonden, waardoor de kosten ten laste zijn gelegd van het personeelsbudget. Hierdoor vallen de middelen op deze post vrij.

Zorg in natura / 2e lijnszorgkosten jeugd voordeel € 657.000
De uitgaven voor de Zorg in Natura 2021 vallen € 657.000,- lager uit dan gemeld in de bestuursrapportages 2021. Het voordeel is voor een bedrag van € 435.000 het saldo van enerzijds extra middelen jeugd van het Rijk in 2021 en het positieve resultaat van maatregelen en anderzijds van de stijgende kosten van ambulante jeugdhulp. Tevens is een deel te verklaren door de afrekening met het Knooppunt jeugd van de stelposten 'nog te betalen kosten' die in de gemeentelijke jaarrekeningen 2015-2020 zijn opgenomen. Met nog te betalen kosten is en wordt rekening gehouden omdat zorgaanbieders tot 5 jaar na levering van zorg facturen kunnen sturen. Deze kosten zijn over de genoemde jaren meegevallen en resulteren in een voordeel van € 222.000,-.

Over 2021 zijn extra middelen voor een bedrag van € 2.237.000 in de algemene uitkering ontvangen. 

PGB's jeugd voordeel € 119.000 
Het voordelige verschil op de persoonsgebonden budgetten (PGB) voor jeugd bedraagt € 119.000. 

Programma Sociaal Domein voordeel € 141.000
Het opgavebudget Sociaal Domein is een project- en daarmee afgebakend budget. Niet alle voorgenomen activiteiten hebben we in 2021 kunnen uitvoeren. We zetten onze activiteiten in 2022 voort. We investeren onder andere in de publiekscampagne Sociaal Domein en zorgen voor een doorontwikkeling van het dashboard sociaal domein. Ook het sociaal startpunt veenendaal.nl (hulpwijzer) maken we beter toepasbaar voor de inwoner. Voorgesteld wordt de resterende middelen toe te voegen aan de jaarschijf 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van de Opgave Sociaal Domein. 

Maatwerkdienstverlening 18+: voordeel € 295.000

Schuldhulpverlening voordeel € 35.000
Het college heeft op 13 juli 2021 besloten tot deelname aan het saneringskrediet, collectief schuldregelen en het schuldenknooppunt in 2021. Dit zijn 3 NVVK-arrangementen, die het proces schuldhulpverlening versnellen. Voor de implementatiekosten was in 2021 budget gereserveerd. Het proces van collectief schuldregelen en het schuldenknooppunt is op dit moment echter nog te belastend voor de uitvoering, omdat er extra werkzaamheden bij komen. Een door softwareleverancier Stratech te ontwikkelen koppeling heft dit knelpunt grotendeels op. Deze koppeling wordt naar verwachting in de eerste helft van 2022 geleverd. Voorgesteld wordt om de resterende middelen à € 35.000 over te hevelen naar 2022 en opnieuw beschikbaar te stellen voor de implementatie van collectief schuldregelen en het schuldenknooppunt. 

Collectief vervoer voordeel € 346.000
Als gevolg van de coronacrisis was het rittenvolume in 2021 lager. Regionaal is een staffeltarief afgesproken voor deze daling van de ritten. Daarmee zijn de totale kosten lager dan begroot. Tevens zijn de inkomsten circa € 50.000 hoger. De provincie heeft de subsidie verhoogd, omdat zij iets langer dan eerder werd voorzien de samenwerking met de FoodValley gemeenten voortzet. 

WMO immateriële verstrekking PGB en ZIN nadeel € 231.000
Ten aanzien van de immateriële WMO verstrekkingen is de totale afwijking ten opzichte van de begroting circa € 231.000 nadelig. Er is sprake van een voordeel op de PGB (€ 204.000) en een nadeel op de WMO ZIN (€ 435.000) ten opzichte van de begroting. De afwijking tussen ZIN en PGB ontstaat mogelijk omdat er veel keuze is in aanbieders ZIN en PGB’s voor schoonmaakondersteuning lager zijn.

Meerkosten en compensatieregeling WMO Covid voordeel € 99.000
De compensatieregeling en de meerkostenregeling WMO vanwege Covid19 zijn niet volledig benut. Van het begrote bedrag van € 133.000 is uiteindelijk € 34.000 uitgegeven aan deze regelingen. Mogelijke verklaring hiervoor is dat aanbieders in 2020 de meeste (duurdere en incidentele) meerkosten al hebben gemaakt. Daarnaast is er in 2021 geen sprake geweest van het niet meer kunnen leveren van zorg vanwege Covid19 hierdoor is minder een beroep gedaan op de compensatieregeling. 

Inkomsten uit eigen bijdragen nadeel € 84.000
Op basis van de gegevens over de eigen bijdrage die we van het Centraal Administratie Kantoor (CAK) hebben ontvangen, bleek dat de inkomsten € 84.000 lager zijn dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. De oorzaak hiervan betreft het feit dat er sprake is van een kasstelsel om de eigen bijdrage te verantwoorden. De werkelijke afgedragen eigen bijdragen worden dan als inkomsten vastgelegd. Mogelijk dat in 2022 er nog een nabetaling zal plaats vinden van de eigen bijdrage uit 2021. 

Hulp toeslagenaffaire:  voordeel € 130.000 
Met de publicatie van SPUKII, SPUK SZW en SPUK BZK in november 2021 is de compensatie voor de kosten van uitvoering van de toeslagenaffaire door de gemeente vast komen te staan. Op basis van de interpretatie van de regeling kan worden vastgesteld dat de gemeente volledig gecompenseerd wordt. Van de ontvangen middelen resteert ultimo 2021 € 130.000,-.

Maatwerk-voorzieningen (WMO): voordeel € 49.000
Sinds 2011 zetten de teams uitvoering en beleid (materieel) in op kwalitatief hoogwaardige voorzieningen, voor een scherpe prijs. Ook wijzen wij anderen op hun (maatschappelijke) verantwoordelijkheid. Het voordeel op dit taakveld ontstaat voornamelijk vanwege een eenmalige uitkering van de verzekeringsmaatschappij wegens aanspraak op regres. Via het regresrecht kan de gemeente de kosten van een Wmo-voorziening verhalen op degene die aansprakelijk (verzekeringsmaatschappij) is voor het ongeval dat tot beperkingen heeft geleid. Deze aanpak is nieuw en wordt verder doorontwikkeld. Er volgen in 2022 nog drie regres aanspraken.

Onderwijsbeleid en leerlingenzaken: voordeel € 461.000
Het voordeel op dit taakveld ontstaat voornamelijk door lagere uitgaven voor het leerlingenvervoer vanwege corona. De aanbesteding van het leerlingen- en Jeugdwetvervoer heeft een verhoging van het kilometertarief tot gevolg gehad. In april is de begroting 2021 verhoogd met ruim € 300.000 om deze hogere kosten op te kunnen vangen. Hierbij is uitgegaan van een ritvolume van voor de Coronaperiode. Als gevolg van de voortduring van de coronacrisis is het ritvolume in 2021 echter op een laag niveau gebleven waardoor er een bedrag van € 422.000 niet is besteed. Zonder de effecten van corona zouden deze middelen nodig zijn geweest. Ook ontstaat er een afwijking op dit taakveld van € 28.000 vanwege de overhead op de regionale administratie leerplicht, gemeente breed valt dit effect weg binnen het programma bedrijfsvoering. Het overige verschil van € 11.000 wordt veroorzaakt door een niet besteed bedrag uit de resultaatbestemming 2020 voor de IKC-ontwikkelingen. Met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is bij de vaststelling van het nieuwe IKC-beleid afgesproken dat er geen middelen nodig zijn voor een IKC-aanjager. Daarmee valt dit bedrag van € 10.000 vrij in de jaarrekening 2021.

Onderwijshuisvesting: voordeel € 161.000
De schoolwoningen aan de Mispel in de wijk Petenbos zijn verkocht waardoor er in 2021 geen kapitaallasten toegerekend zijn aan Vastgoed Huisvestingskosten De Mispel. dit resulteert in een voordeel van € 81.000. 
Daarnaast is er een hogere afdracht van de scholen voor de kinderopvang en de vergoeding voor de materiële instandhouding van ruim € 80.000. 

Samenkracht en burgerparticipatie: voordeel € 647.000

Veens Welzijn voordeel € 340.000
De bijdrage aan Veens Welzijn zal over 2021 lager worden vastgesteld dan het voorschot. Dit heeft vooral te maken met het niet doorgaan van activiteiten in de buurtaccommodaties en wijken als gevolg van de verschillende coronamaatregelen in 2021. Voorgesteld wordt de resterende middelen middels een resultaatbestemming in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen ten behoeve van extra uit te voeren activiteiten in 2022 (zoals jongerenwerk in het Franse Gat en het opfrissen/opknappen van binnenruimtes buurtaccommodaties) en een in te stellen egalisatiereserve voor de Stichting Veens Welzijn.

Diversiteit voordeel € 49.000
Er zijn structurele middelen beschikbaar gekomen voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatie voorzieningen (ADV). Deze middelen zijn voor 2021 nog niet besteed aangezien er nog geen capaciteit voorhanden was. In 2022 wordt er ingezet op het thema diversiteit en inclusiviteit, waardoor er structureel uitvoering gegeven zal worden aan de taken. 

Mantelzorgondersteuning voordeel € 176.000
Het voordeel ontstaat voornamelijk vanwege vrijval van een bedrag uit 2020. De verwachting was dat er nog uitgaven zouden volgen voor mantelzorg ondersteuning uit 2020: deze uitgaven van Sante/Veens hebben zich echter niet voorgedaan. Ook heeft de gemeente zelf een actievere rol op zich genomen bij de uitgifte/verstrekking van het mantelzorgcompliment t.o.v. voorgaande jaren. Daarnaast blijkt dat de uitgaven voor bonnen voor de vrijwilligers lager liggen dan in de begroting opgenomen.

Fonds maatschappelijke initiatieven voordeel € 25.000
Als gevolg van de coronacrisis is er minder vaak een beroep gedaan op de subsidie uit deze regeling. 

Kinderopvang voordeel € 26.000

Halverwege 2021 is er, ook in overleg met Jeugdbelang, een nieuwe beleidsregel ‘Vergoeding kosten kinderopvang o.b.v. Sociaal Medische Indicatie (SMI)' van kracht. Naast aanscherping van de voorwaarden wordt de vergoeding onder de nieuwe beleidsregel met aftrek van een eigen bijdrage maandelijks rechtstreeks aan ouders bevoorschot. Voorheen factureerden de kinderopvangorganisaties de volledige kosten voor de SMI-plaatsingen bij de gemeente. Door de strengere voorwaarden, een nieuwe betalingssystematiek en de invloed van de coronamaatregelen op de toegang tot kinderopvang is op dit moment nog niet duidelijk of de kosten over 2021 (overgangsjaar) maatgevend zijn voor 2022. Bij de 1e bestuursrapportage 2022 wordt gekeken hoe de kosten zich ontwikkelen en wordt bepaald of het budget in 2022 toereikend is.

Algemene voorzieningen Jeugd voordeel € 29.000

In 2021 hebben we op dit budget minder uitgegeven dan gebruikelijk. Dit heeft enerzijds te maken dat de adviesraden minder tot geen activiteiten hebben kunnen uitvoeren vanwege de coronamaatregelen en dat er minder leden zitting hebben in de adviesraden dan volgens hun reglement zou kunnen. Hierdoor worden ook minder kosten gemaakt voor de deelnemersvergoedingen. Deze twee factoren kunnen volgend jaar (2022) weer anders zijn waardoor de middelen wel weer worden benut. 

Sportaccommodaties: nadeel € 200.000
Het nadeel op uitgaven wordt geheel veroorzaakt door hogere kapitaallasten voor een bedrag € 203.000. Dit is een effect van aanpassing van de afschrijvingstermijnen voor onder andere kunstgrasvelden waarvan de effecten nog niet verwerkt waren in de begroting 2021. Het effect wordt in de meerjarenraming meegenomen.  De overige afwijkingen leiden per saldo tot een voordelig effect van € 3.000.

Volksgezondheid: voordeel € 52.000
Het voordeel op het taakveld wordt voornamelijk veroorzaakt door minder uitgaven ad € 39.000 vanuit de GIDS gelden en een voordeel van € 15.000 op uitgaven voor de GGD voornamelijk vanwege een compensabele btw teruggaaf uit 2020. In 2021 hebben, vanwege covid-19, niet alle deelprojecten van GIDS (volledig) doorgang kunnen vinden. Met name groepsbijeenkomsten konden geen doorgang vinden. Hierdoor is een restant van € 39.000 ontstaan. De GIDS-impuls mag over meerdere jaren uitgegeven worden. Voor 2022 zijn de GIDS plannen gereed en is rekening gehouden met dit restantbedrag zodat projecten een groter bereik kunnen hebben en tevens is er een extra project toegevoegd. Om deze redenen willen we dit bedrag als resultaatbestemming meenemen naar 2022.

Wijkteams: voordeel € 513.000

CJG voordeel € 414.000
Het overschot in de jaarrekening 2021 van het CJG bedraag € 414.000. Dit overschot kan als volgt worden verklaard:

  • Ten eerste is het CJG altijd voorzichtig in de uitvoering van haar financiële beleid omdat de stichting geen reserve mag hebben en derhalve frictiekosten en onverwachte kosten altijd binnen de lopende begroting op moet opvangen. Dit verklaart een bedrag van ongeveer € 100.000;
  • Ten tweede zijn niet alle reserveringen die gedaan zijn uit het werkbudget daadwerkelijk ingezet, grotendeels is dit COVID-19 gerelateerd. Dit gaat om een bedrag van ongeveer € 155.000;
  • Ten derde moest het CJG rekening houden met een stijging van de CAO, de onderhandelingen zijn echter nog niet afgerond en derhalve heeft het CJG de hiervoor gereserveerde post van ongeveer € 75.000 niet uitgegeven;
  • Tenslotte kon het CJG een aantal specifieke vacatures niet direct worden vervullen, dit omdat er geen passende kandidaten beschikbaar waren en zijn er een aantal medewerkers vertrokken, waar lager ingeschaalde medewerkers voor terug zijn gekomen. Dit verklaart het overige deel van het overschot van ongeveer € 84.000.

Algemene voorzieningen jeugd voordeel € 76.000
Het voordeel betreft minder uitgaven voor het transformatiebudget van € 50.000. Voor 2021 was vanuit de resultaatbestemming bij de jaarrekening 2020, € 138.000,- bestemd voor het Transformatiebudget Jeugdhulp. Dit bedrag aan ‘transformatiegelden' betreft door het Rijk verstrekte incidentele middelen over de jaren 2019-2020-2021. In de 3e bestuursrapportage 2021 is € 65.800 van dit bedrag via budgetoverheveling overgeheveld naar 2022. In het laatste kwartaal van 2021 is echter de doorontwikkeling van de veiligheidsketen bij het CJG niet gestart. De restant gelden worden bij deze jaarrekening in de reserve gestort ten behoeve van 2022. Ook ontstaat een voordeel van € 25.000 vanwege de afrekening van de gemeente Ede voor de teveel betaalde gelden voor de regio coördinator van de verwijsindex.

Daarnaast zijn er nog diverse verschillen van € 20.000 op dit taakveld, onder andere als gevolg van minder uitgaven ten behoeve van schoonmaak van gebouwen en een iets lagere uitgaven voor de subsidieregeling clientondersteuning. 

Overige verschillen: voordeel € 23.000
De overige verschillen op dit programma leiden per saldo tot een voordeel van € 23.000.

Reservemutaties

Toevoegingen aan de reserves: nadeel € 123.000

In lijn met eerdere besluitvorming zijn de volgende toevoegingen aan de reserves, die afwijken van de begroting, verwerkt:
- Een storting in de reserve meerjarige middelen van het resterende budget GIDS gelden in 2021 voor een bedrag van € 39.000;
- Een storting in de reserve meerjarige middelen van het resterende budget voor de implementatie nieuwe wet inburgering voor een bedrag van € 34.000;
- Een storting in de reserve meerjarige middelen van het resterende budget transformatiefonds jeugd in 2021 voor een bedrag van € 50.000.