De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding van de opbrengst gebonden is (bestemmingsheffingen) en heffingen waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. Ongebonden lokale heffingen zoals de OZB en de hondenbelasting rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij inhoudelijk niet aan begrotingsprogramma’s zijn gerelateerd en de opbrengst vrij kan worden besteed. Gebonden heffingen zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. De gemeenteraad stelt jaarlijks de tarieven voor het komende jaar vast.
Het gemeentelijke belastinggebied is wettelijk begrensd. De regelingen, waarin is bepaald welke belastingen en rechten de gemeenten mogen heffen, schrijven voor hoe de gemeenten die heffingen moeten inrichten. Zo mag bijvoorbeeld het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige en is het niet toegestaan om met rechten winst te maken.
Onder belastingen verstaan wij gedwongen bijdragen van inwoners, bedrijven, verenigingen e.d. aan de overheid. Er hoeft geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de overheid tegenover te staan. Met de opbrengst van belastingen worden algemene voorzieningen in stand gehouden, zij vormen een algemeen dekkingsmiddel. Uitzondering hierop is de reclamebelasting. Deze opbrengst wordt gestort in een Ondernemersfonds. Hieruit kunnen ondernemers extra activiteiten organiseren. Vanwege het feit dat bij de belastingen de relatie tussen opbrengst en kosten ontbreekt kan daarom geen dekkingspercentage worden aangegeven. De belastingen die in 2021 in Veenendaal werden geheven, zijn:
• afvalstoffenheffing;
• hondenbelasting;
• onroerendezaakbelastingen (OZB);
• parkeerbelasting;
• precariobelasting;
• reclamebelasting;
• BIZ Heffing;
• rioolheffingen;
• begrafenisrechten;
• toeristenbelasting.
Aparte vermelding verdient hierbij de afvalstoffenheffing. Deze werd geheven op basis van een bijzondere wet, te weten de Wet milieubeheer. Tegenover deze heffing staat wel een direct aanwijsbare tegenprestatie (het ophalen van huisvuil), maar toch heeft de afvalstoffenheffing het karakter van een belasting omdat de bereidwilligheid om gebruik te maken van deze dienstverlening niet bepalend is voor de belastingplicht. Ook degene die geen gebruik wil maken van deze dienstverlening ontvangt een aanslag. Door de direct aanwijsbare tegenprestatie kan wel een relatie met de kosten worden gelegd en is het mogelijk een dekkingspercentage te berekenen. In onze gemeente bedraagt het percentage 100%.
Rechten en leges
Rechten kunnen worden gedefinieerd als ‘betalingen die door de overheid krachtens algemene regelingen (i.c. verordeningen) worden gevorderd ter zake van een concrete door de overheid in haar functie als zodanig bewezen dienst’. Kort gezegd betekent deze definitie dat de overheid tegenover de betaling van de particulier een individuele prestatie stelt. Voor rechten geldt dat maximaal 100% van de geraamde kosten mag worden verhaald.
Leges kunnen worden gedefinieerd als vergoedingen voor diverse administratieve en andersoortige diensten door of vanwege het gemeentebestuur verstrekt. Kernwoord hier is dienstverlening. Leges vertonen qua definitie grote overeenkomsten met rechten. Hier geldt dan ook dat maximaal 100% van de geraamde kosten mag worden doorberekend.
De voornaamste rechten en leges die in 2021 in onze gemeente zijn geheven, zijn:
• lijkbezorgingrechten;
• leges omgevingsvergunning (voorheen bouwleges);
• leges publiekszaken (bijv. uittreksels, paspoorten).
Beleidsuitgangspunten
De beleidsuitgangspunten bij de begroting 2021 waren:
1.1 Indexatie 2021
Bij de begrotingsbehandeling in 2020 is besloten de gemeentelijke heffingen voor 2021 trendmatig met 1,5% te verhogen. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en kosten van lijkbezorging zijn daarvan uitgezonderd. Hiervoor geldt als uitgangspunt een maximale kostendekkendheid van 100%.
1.2 Onroerende zaakbelastingen (OZB)
1.2.1 Ons bestendig beleid is dat mutaties als gevolg van een hertaxatie van de waarde van de onroerende zaken geen gevolgen mag hebben voor de belastingopbrengsten (sinds invoering van de Wet WOZ in 1995). Een waardestijging van de onroerende zaken binnen onze gemeente heeft zich in het verleden dan ook altijd vertaald in een evenredige tariefsdaling.
1.3 Rioolheffingen
Bestendig beleid is een kostendekkende rioolheffing waarvan 50% van de kosten wordt verhaald via het aansluitrecht en 50% via het afvoerrecht.
1.4 Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt van het huidige beleid is erop gericht 100% van de inzamelings- en verwerkingskosten van het afval in de tarieven te verdisconteren. Met ingang van 1 januari 2016 is de gemeente Veenendaal overgegaan op Diftar op basis van volume-frequentie. In december 2019 heeft uw raad besloten tot invoering van GF+E inzameling voor de hoogbouw in Veenendaal. In November 2020 heeft u besloten tot optimalisatie aanbiedvoorwaarden afvalbrengstation.
1.5 Hondenbelasting
Voor de hondenbelasting is voor 2021 geen sprake van verandering van het beleid.
1.6 Leges
De leges worden in verschillende delen gepresenteerd. De bouwleges zijn afzonderlijk in de begroting 2021 opgenomen. Behoudens geringe inhoudelijke wijzigingen is er bij de leges geen sprake van gewijzigd beleid.
1.7 Precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen
Met ingang van 1 juli 2015 is besloten precariobelasting in te voeren van netwerkbeheerders. De aanslagen worden na afloop van het belastingjaar opgelegd. De opbrengst wordt jaarlijks gestort in de voorziening dubieuze debiteuren precariobelasting. Er is een wetsvoorstel aangenomen om de precariobelasting voor netwerkbeheerders af te schaffen. Gemeenten (waaronder Veenendaal) die in 2015 al heffen kunnen nog heffen tot 1 januari 2022. Het is niet toegestaan het in 2016 gehanteerde tarief te verhogen.
1.8 Precariobelasting overige
Naast precariobelasting op buizen, kabels en leidingen is er ook precariobelasting voor bv. Terrassen en gebruik van de openbare ruimte. Er is geen sprake van een beleidswijziging.
1.9 Reclamebelasting
Reclamebelasting is een belasting op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, bijvoorbeeld logo's, stickers, gevelreclame, lichtbakken en uithangborden. Ondernemers in de binnenstad en op alle bedrijventerreinen in Veenendaal betalen reclameheffing aan de gemeente. De opbrengst wordt naar rato verdeeld over de coöperatieve verenigingen Bedrijventerreinen en het Platform Binnenstadsmanagement. Kwijtschelding voor reclamebelasting is niet mogelijk.
1.10 Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal
In mei 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Winkelstad Veenendaal. Deze BIZ Winkelstad Veenendaal is van toepassing in het zogenoemde Kernwinkelgebied en beoogd gezamenlijke investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving te financieren. De BIZ is een bestemmingsheffing die eigenaren en gebruikers betalen. Onder verrekening van de perceptiekosten wordt de bate uitbetaald aan een stichting (momenteel in oprichting). Er is sprake van tariefdifferentiatie (zie 2.5).
1.11 Toeristenbelasting
Niet-inwoners van de gemeente, die overnachten én betalen voor die overnachting, betalen in Veenendaal toeristenbelasting. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.
1.12 Parkeerbelasting
Op basis van artikel 225 Gemeentewet kunnen gemeenten in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen heffen. Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden twee belastingen geheven:
• De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst.
• De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.
Hiermee kunnen gemeenten op efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid realiseren. Er is dus een link naar de financiering van het parkeerbeleid maar de opbrengst valt in de algemene middelen
Op de beleidsuitgangspunten inzake de lokale heffingen zijn de voornemens bij de begroting allemaal uitgevoerd. Daarnaast zijn gedurende 2020 de volgende wijzigingen en noemenswaardige zaken geweest:
Alle onroerende zaken in Veenendaal zijn in 2020 ten behoeve van het belastingjaar 2021 opnieuw gewaardeerd naar de peildatum 1 januari 2020. Ten opzichte van de vorige waarderingsronde (peildatum 1 januari 2019) zijn de waarden van de woningen met gemiddeld 7,3% gestegen en de waarde van de niet-woningen met 0,92%. Deze waardeontwikkeling zijn in de tarieven van 2021 verdisconteerd.
Gedurende 2021 heeft de hertaxatie naar waardepeildatum 1 januari 2021 plaatsgevonden ten behoeve van de aanslagoplegging 2022. Ten opzichte van de vorige waarderingsronde 2020 (peildatum 1 januari 2020) zijn de waarden van de woningen met gemiddeld 10,2% gestegen en de waarde van de niet-woningen met gemiddeld plus 1,0%. Deze waardeontwikkeling zijn in de tarieven van 2022 verdisconteerd.
In 2020 is gestart met de inzameling van GF+E afval in de hoogbouw conform de besluitvorming in uw raad op 19 december 2019. In november 2020 heeft uw raad besloten om brengbeleid voor het afvalbrengstation te optimaliseren.
Zoals bovenstaand gemeld heeft de Hoge Raad de verordening voor de precarioheffing op kabels en leidingen ongeldig verklaard. Om reden hiervan is in 2020 en 2021 geen aanslag opgelegd.
De parkeertarieven zijn in 2021 trendmatig verhoogd.
Overzicht inkomsten lokale heffingen 2021