PARAGRAFEN

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen. Risicobeheersing stelt zich als doel om in de eerste plaats inzicht te krijgen in de risico’s. Daarnaast worden er adequate maatregelen getroffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande en beoogde beleid. Daarnaast gaan we het gesprek over risico’s aan. Daarmee stimuleren we het risicobewustzijn van alle medewerkers in de organisatie.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s). Verder wordt beoordeeld of er voldoende structurele en incidentele middelen zijn om structurele en incidentele risico’s op te vangen.

In 2023 wordt verder duidelijk welk effect de oorlog in de Oekraïne en de hoge inflatie zullen hebben op de gemeentelijke financiële positie. Op basis van de Economische Ontwikkelingen en Vooruitzichten van de Nederlandse Bank (Juni 2022), blijkt de economie zich  op korte termijn gunstig te ontwikkelen.  Voor de langere termijn zijn de vooruitzichten erg onzeker. Dit betekent dat we bij het bepalen van de risico's voor 2023 vooralsnog uitgaan van een relatief gunstig scenario, waarbij de economische  risico's zich redelijk op het bestaande niveau handhaven. Achteraf kan blijken dat dit scenario te gunstig is. Daarom is ook een 'zwaar weer' scenario opgesteld. In paragraaf C. Financiering treft u informatie aan welke gevolgen een ‘zwaar weer’ scenario voor de economie kan hebben. 

 

Weerstandscapaciteit
De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2023 € 39,6 miljoen en bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, de post “onvoorziene uitgaven”, stille reserves en reserve “startersleningen”.

Beschikbare weerstandscapaciteit (in miljoenen euro's)
Algemene Reserve 30,7
Onbenutte belastingcapaciteit (s) 6,8
Onvoorziene uitgaven (s) 0,1
Stille reserves 1,0
Startersleningen 1,0
Totaal 39,6

In de algemene reserve is na de besluitvorming over de 2e bestuursrapportage 2022 € 30,7 miljoen beschikbaar voor het afdekken van risico’s (incidentele capaciteit). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 6,8 miljoen (structurele capaciteit). Voor onvoorziene uitgaven is € 0,1 miljoen beschikbaar (structurele capaciteit). De stille reserves bedragen € 1 miljoen (incidentele capaciteit). Het vrij aanwendbare deel van de bestemmingsreserves (startersleningen) bedraagt € 1 miljoen (incidentele capaciteit). 

Risicomanagement
Voor de programmabegroting zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s bedraagt in 2023 € 66 miljoen (€ 52 miljoen 2022).  In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de 10 belangrijkste risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen. De opgenomen risico’s zijn allen extern van karakter.

Ten aanzien van de jeugdzorg kan nog het volgende worden opgemerkt.  De rijksvergoeding voor de jeugdzorg is voor 2023 door het rijk vastgesteld. Voor de jaren 2024-2026 zijn in de programmabegroting de bedragen uit de hervormingsagenda opgenomen. Er is nog een kleine kans aanwezig dat deze bedragen in de toekomst af zullen wijken. Naar verwachting zal de bijstelling gering zijn waardoor het risico dat wel opgenomen is in onze  inventarisatie niet zichtbaar is de top 10 grootste risico's. Dit geldt ook voor het risico van een toename van de zorg in natura bij de jeugdzorg. Er is in deze paragraaf rekening gehouden met een maximaal risico van € 600.000,-. 

Top 10 risico's (in miljoenen euro's)
Omschrijving risico (omschrijving beheersmaatregel) Effect Kans BSc NSc
Daling inkomsten uit het gemeentefonds als gevolg van een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 en de terugval van de rijksvergoeding van 2025 naar 2026 met € 3,6 miljard op macro basis (monitoring ontwikkelingen rijksoverheid, gemeentefonds en lobby VNG). € 10,0 (s) 50% 20 16
Onvoldoende beschikking over kwalitatief en kwantitatief personeel (Strategische personeelsplanning – Monitoring budget loonkosten – werving op basis van toekomstige talenten). € 2,5 (i) 90% 25 25
Hogere kostenstijgingen investeringen MIP door stijging inflatie en gevolgen van de oorlog in Oekraïne. (Doorberekenen prijsstijgingen waar mogelijk). € 2,0 (i) 90% 25 25
Hogere cao-stijging dan gereserveerd in de begroting (monitoren ontwikkelingen). € 2,1 (i) 70% 20 20
DEVOG:1. Extra kosten door hoge inflatie; 2. Extra kosten vanwege congestie van het landelijke en regionale electriciteitsnetwerk (Doorberekenen kostenstijgingen in de aansluitbijdragen en tarieven). € 0,8 (i) 90% 20 20
Aantrekken van leningen wordt als gevolg van de stijging van de rente boven de 2,5% duurder dan geraamd in de begroting (Anticiperen op rentestijging – kasgeldfinanciering toepassen). € 2,5 (i) 50% 15 15
De BUIG-uitkering van het rijk neemt af of de uitkeringslasten stijgen door een toename van het aantal cliënten. (De inzet van re-integratie- en pootwachters-instrumenten waardoor het aantal cliënten wordt beperkt). € 0,8 (i) 70% 20 16
Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen. (Nauwgezet volgen ontwikkelingen gemeenschappelijke regelingen en bijsturen waar mogelijk). € 1,0 (i) 70% 16 12
Als gevolg van het stopzetten van de gaslevering door Rusland stijgen de energieprijzen sterk. Vanuit Europa zijn inmiddels maatregelen getroffen om de sterke stijging te verminderen. Maar desondanks kan dit grote gevolgen hebben voor de energierekening van de gemeente en aan de gemeente gelieerde organisaties (monitoring ontwikkelingen). € 1,2 (i) 50% 20 15
De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet. (Projectgroep bereid de invoering van de Omgevingswet voor). € 1,0 (i) 50% 12 12

De berekening van de risicoscore

Kans Score Kans Gevolg Score Gevolg
< 10 jaar 10% 1 X < € 50.000 1
5 jaar < x < 10 jaar 30% 2 € 50.000 < x < € 200.000 2
2 jaar < x < 5 jaar 50% 3 € 200.000< x < € 500.000 3
1 jaar < x < 2 jaar 70% 4 € 500.000< x < € 1.000.000 4
X > 1 jaar 90% 5 X > 1.000.000 5

De risicoscore wordt als volgt berekend:
Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 =   9. 
Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Uit bovenstaande risicotabel blijkt dat voor € 23,9 miljoen aan grote incidentele risico’s aanwezig zijn. Er is voor € 32,8 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar. Er is voldoende incidentele capaciteit aanwezig om incidentele risico’s op te vangen. Uit bovenstaand overzicht blijkt verder dat voor € 10 miljoen aan structurele risico’s aanwezig zijn. Er is voor een bedrag van € 6,9 miljoen (onbenutte belastingcapaciteit € 6,8 miljoen en onvoorzien € 0,1 miljoen) aan structurele weerstandcapaciteit beschikbaar. Helaas is hier niet langer sprake van een juiste verhouding. Dit wordt veroorzaakt door de onduidelijkheid over het verloop van het gemeentefonds in 2026. Dit ''ravijnjaar'' stelt ons voor een grote financiële uitdaging.
 
Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de balans incidentele risico’s en incidentele weerstandscapaciteit in evenwicht is. Bij de structurele vergelijking  van risico's en weerstandscapaciteit zien we dat er een fors tekort is aan structurele middelen vanaf het jaar 2026. Indien hier de komende jaren geen verandering in optreedt, worden we als gemeente in 2026 geconfronteerd met pijnlijke maatregelen tenzij we bereid zijn om vroegtijdig bij te sturen.

Weerstandsvermogen
Om verantwoord met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk een buffer (weerstandscapaciteit) te hebben. De benodigde weerstandscapaciteit kan lager zijn dan de omvang van de risico’s (€ 66 miljoen) aangezien niet alle gemeentelijke risico’s die gesignaleerd zijn, tegelijkertijd zullen optreden. Daarnaast zijn er diverse beheersmaatregelen. 
 
Op basis van de risicosimulatie analyse (Monte Carlo analyse) van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NARIS) blijkt dat bij onze gemeente een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van minimaal € 18 miljoen (was € 12,5 miljoen in 2022) nodig is om de risico’s verantwoord af te dekken. Met andere woorden: de gemeente kan door het aanhouden van een buffer (benodigde weerstandscapaciteit) van € 18 miljoen met een zekerheid van 90% (landelijke norm) de aanwezige risico’s afdekken. De stijging van € 12,5 miljoen naar € 18 miljoen geeft aan dat de risico's de afgelopen periode behoorlijk toegenomen zijn. Dit komt overeen met het beeld van de risico-inventarisatie.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit/benodigde weerstandscapaciteit = € 39.600.000/ € 18.000.000 = 2,2

In de begroting 2022 bedroeg de ratio 2,1. De stijging van de ratio is maar beperkt en wordt veroorzaakt door de stijging van de algemene reserve en het meevallen van de gevolgen van Covid-19 in positieve zin. Indien de risico's blijven toenemen zoals in het afgelopen jaar zal de ratio naar verwachting op korte termijn al gaan dalen. Het belang van een goed risicomanagement neemt hierdoor verder toe.

Jaar Ratio weerstandsvermogen
2023 2,2
2022 2,1
2021 1,55
2020 2
2019 1,8
2018 3

Ter vergelijking: de provincie Utrecht – onze toezichthouder - heeft in de begroting 2022 een ratio van 1,9 (2021 1,9) wat overeenkomt met de classificatie ‘ruim voldoende’.  
 
De beoordeling van de ratio van 2,2 voor 2023 is volgens de systematiek van het Nederlands Bureau voor Risicomanagement ‘goed’. (Kleiner dan 1 = onvoldoende; tussen 1 en 1,5 = voldoende; tussen 1,5 en 2 = ruim voldoende; groter dan 2 = goed). Hiermee wordt voldaan aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader dat het weerstandsvermogen minimaal een ratio groter dan 1 dient te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende.

Conclusie
Ons weerstandsvermogen is door het inzetten op de versterking van de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van 2022 nog licht gestegen. De ratio weerstandsvermogen bedraagt 2,2 in 2023 en voldoet aan het gestelde beleidskader dat uitgaat van een ratio van 1 of hoger. 

Vanwege de onzekerheden rondom de inflatie, de oorlog in Oekraïne, de explosieve stijging van de energielasten en de inkomsten uit het gemeentefonds  vanaf 2026 is het belangrijk om te beschikken over voldoende weerstandsvermogen.  Dit weerstandsvermogen zullen we de komende jaren nodig hebben om de pijnlijke gevolgen van de economische ontwikkelingen op te kunnen vangen. 

We moeten dan ook  rekening houden met een lagere weerstandsratio in de komende jaren door de effecten van een mogelijke recessie.  

 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleidsvoornemens Jaartal
De weerstandscapaciteit dient minimaal de ratio 1 te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende. 2023

Verplichte kengetallen financiële positie in de begroting
Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zes financiële kengetallen moeten worden opgenomen.
 

Kengetallen Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
Netto schuldquote 69% 87% 90% 101% 104% 118%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 64% 81% 85% 95% 98% 113%
Solvabiliteitsratio 30% 25% 25% 22% 21% 19%
Grondexploitatie -2,50% 0,70% 5,00% 6,40% 4,10% 4,20%
Structurele exploitatieruimte 0,94 -0,49 2,51 2,45 2,33 -4,49
Belastingcapaciteit 78% 83% 75% 75% 75% 75%

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. 
 
In 2023 stijgt de gemeentelijke schuldquote gecorrigeerd voor leningen verder naar 85%. Een stijging van 4 % ten opzichte van de begroting 2022. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het omvangrijke MIP.  Onze toezichthouder: de provincie Utrecht hanteert als veilige norm een percentage van maximaal 90%. De komende jaren zal deze norm vanaf 2024 worden overschreden.  Op grond hiervan is een bijstelling van het  MIP nodig. Naar verwachting zal bij de kadernota 2024 hiervoor een voorstel worden gedaan. 
 
De solvabiliteitsratio geeft de verhouding eigen/vreemd vermogen aan en helpt om inzicht te krijgen in welke mate wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio blijft  in 2023 gelijk op 25%. De verklaring hiervoor is tweeërlei. Enerzijds is er meer vreemd vermogen voor de financiering van het MIP nodig. Anderzijds is het eigen vermogen (reserves) ten opzichte van 2022 toegenomen door de gunstige resultaten uit het afgelopen jaar. Vanaf 2024 daalt de solvabiliteitsratio als gevolg van de toename van vreemd vermogen voor het financieren van nieuwe investeringen. In 2026  daalt de solvabiliteitsratio onder de minimale norm van onze toezichthouder van 20% naar 19%.  Ook de solvabiliteit geeft het sein dat maatregelen nodig zijn in de nabije toekomst.  

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en
 de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft aan dat de gemeente op het terrein van de grondexploitatie steeds minder risico loopt. Dit komt door het afronden van steeds meer complexen dat zorgt voor een daling van de boekwaarde van de complexen.
 
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. In 2023 komt de structurele exploitatie ruimte uit rond de 2,5%.  
  
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De toelichting hiervan is opgenomen in paragraaf G Lokale heffingen.

B. Onderhoud Kapitaalgoederen

B. Onderhoud Kapitaalgoederen

Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de riolering, het water, het groen en het vastgoed in de gemeente. Onderhoud bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud en technische vervanging in renovatie. 

Inhoud
Het vastgestelde beleidskader voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025).  

Algemene ontwikkelingen
De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave in de openbare ruimte doordat het kapitaal einde levensduur is. Doordat de huidige openbare ruimte (grotendeels) gefinancierd is vanuit de ontwikkeling kennen deze momenteel geen financiering. Na vervanging is dit wel het geval en gaan de kapitaallasten en rentelasten stijgen. Dit is per taakveld weergegeven in een grafiek. Naast de vervangingsopgave staat de gemeente voor de opgave te komen tot een klimaatadaptieve, energie neutrale, circulaire en datagerichte gemeente. In het OPOR zijn hiervoor beperkt middelen opgenomen bij vervangingen. Komende jaren worden hiervoor de uitvoeringsplannen en financiële consequenties inzichtelijk om tot een versnelling van realisatie van de ambities te komen.  

Wat verder van invloed is zijn de beperkte beschikbaarheid van grondstoffen, energie en arbeidskrachten en daarmee de toenemende stijging van prijzen over de gehele linie.     

Technische kwaliteit
Op basis van (eigen) inspecties en schouwrapporten wordt klein of groot onderhoud uitgevoerd in de openbare ruimte zodat deze voldoen aan de beeldkwaliteit A/B-niveau (conform de CROW-systematiek). In de winkelcentra en op de begraafplaats wordt voor de verhardingen, straatmeubilair en groen een A-niveau gerealiseerd. In de overige wijken wordt de kwaliteit beoordeeld op een B/C-niveau en wordt toegewerkt naar het B-niveau.  

Verzorgende kwaliteit
De onderhoudskwaliteit wordt in het jaar 2023 grotendeels onderhouden op beeldkwaliteit B, en voor winkelcentra en begraafplaats beeldkwaliteit A. Door het regelmatig uitvoeren van een externe schouw wordt de kwaliteit beoordeeld en waar nodig extra inzet gepleegd.  

Verloop kwaliteit
In het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) is rekening gehouden met een groei richting ambitieniveau in het jaar 2025. Aandachtspunt voor de technische kwaliteit vormt het uitvoeren van de vervangingsplannen en groot onderhoud conform de planning voor de diverse onderdelen (verhardingen, kunstwerken, verkeersregelinstallaties, speeltoestellen en groen) welke voor grote delen einde levensduur hebben bereikt of gaan bereiken op middellange termijn. 

Aandachtspunt voor de onderhoudskwaliteit zijn de weersomstandigheden waardoor een wisselende piekbelasting ontstaat in het reguliere onderhoud (onkruidverwijdering). Daarnaast wil de gemeente inwoners stimuleren om hun leefomgeving schoon, heel en veilig te houden.   

Participatie 
In elk project dat wij voorbereiden en uitvoeren werken we met de participatietrap. We betrekken bewoners bij de voorbereiding van een project.  Na afronding van een project volgt een evaluatie. De eventuele verbeterpunten uit de evaluatie borgen wij in ons werkproces en passen we toe op de toekomstige projecten. 

Wegen, kunstwerken, Openbare verlichtingen en technische installaties 

Beleidskaders
Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025). 

Kapitaalgoederen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn worden gereconstrueerd. Hierbij wordt gekeken of vervangingen integraal opgepakt kunnen worden. In 2023 zijn o.a. de volgende reconstructies en groot onderhoudsprojecten gepland. 

 

Straat Jaar Stand van zaken
Afkoppelen en aanleg fietsstraat Ambachtstraat 2023 In uitvoering
Afkoppelen Gerard Doustraat 2023 In uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Pampagras 2023 In uitvoering
Groot onderhoud en vergroten verkeersveiligheid Rondweg West 2023 In uitvoering
Groot onderhoud en vergroten verkeersveiligheid Grote Beer (Veldweg-Pr.Clauslaan) 2023 In uitvoering
Aanleg vrij liggende fietspaden Duivenwal 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en verbeteren verkeersveiligheid De Weverij 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie De Pol 2023-2026 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Dragonder Noord (fase 1&2) 2022-2025 In voorbereiding/uitvoering
Vervangen brug De Pionier/Wiekslag 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie De Pionier/De Wiekslag en kruispunt /Hoornzwaluw 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Verlengde Sportlaan 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Dragonderweg 2023 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Waterman 2023 In voorbereiding/uitvoering
Reconstructie Dennenlaan/Boslaan 2023 In uitvoering
Aanleg 2-richtingenfietspad en reconstructie Brinkersteeg/De Smalle Zijde 2023 In uitvoering
Woonrijp maken Zuivelstraat 2023 In uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Morgenster 2023 In voorbereiding/uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Fluiterpad 2023 In uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Boogschutter 2023 In uitvoering
Afkoppelen en reconstructie Franse Gat (oostzijde) 2023-2025 In uitvoering
Groot onderhoud en verbeteren verkeersveiligheid Grote Beer-Lorentzstraat (oost-west) 2023-2025 In uitvoering
Reconstructie parkeerplaats Groene Velden 2023-2025 In uitvoering
Vervangen brug Bartoklaan, geluidsscherm Rondweg Oost 2023 In voorbereiding/uitvoering
Vervanging openbare verlichting Molenbrug, ’t Hoorntje (ged.), Petenbos (ged.) 2023 In voorbereiding/uitvoering
Vervanging verkeersregelinstallatie Prins Clauslaan (2 stuks), Raadhuisstraat (2 stuks) 2023-2024 In voorbereiding/uitvoering
Groot onderhoud kademuren (gehele gemeente) 2023 In uitvoering
Groot onderhoud asfalt verharding Ravelijn (ged.) Lunet en Arkeneel 2023 In voorbereiding/uitvoering
Groot onderhoud (fiets)paden West 2023 In voorbereiding/uitvoering

Vertaling begroting
Voor de reconstructies aan wegen en kunstwerken wordt in 2023 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 4.550.000,- besteed. Voor de verkeersregelinstallaties is een bedrag van € 185.000,- beschikbaar en voor de openbare verlichtingen € 280.000,-.  

Voor het dagelijkse onderhoud zijn in 2023 de volgende bedragen in de exploitatiebegroting opgenomen: 

  • Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 1.758.109,-;
  • Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 1.521.931,-;
  • Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 203.172,-;
  • Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 1.123.343,-. 

Financiële consequentie (langjarig)
De komende jaren staat de gemeente voor een grote vervangingsopgave voor de openbare ruimte, waaronder de wegen, kunstwerken, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. Deze zijn veelal aangelegd en gefinancierd vanuit de grondexploitatie. Na vervanging levert dit een toename op van  kapitaal- en rentelasten zoals in onderstaande grafiek is weergegeven. 

Figuur 1: visualisatie toename kapitaallasten taakveld verkeer en vervoer*

In 2023 is de openbare verlichting in eigendom van de gemeente, deze is na beëindiging van de leaseovereenkomst overgenomen van Citytec. Dit geeft een uitbreiding van kapitaal in eigendom en bijbehorende kapitaallasten. Deze extra kapitaallasten passen binnen de bestaande exploitatie. Het areaal is in samenwerking met Citytec al voor een groot deel voorzien van LED verlichting, bij uitvoering van de geplande vervangingen is het areaal in 2030 geheel voorzien van LED. 

De verkeersregelinstallaties (VRI) zijn aan het eind van hun levensduur en aan vervanging toe. Deze vervangingen staat gepland vanaf 2023-2030 waarbij ze vervangen worden voor intelligente installaties (iVRI’s).  

Bij het vaststellen van het OPOR is besloten in 2026 een voorziening met een jaarlijkse dotatie van € 1.370.000, - in te stellen voor financiering van het groot onderhoud van de asfaltverhardingen. Voorafgaand aan de voorziening kan de bestaande reserve wegen ingezet worden voor groot onderhoud

*De piek in investeringen in het jaar 2023/2025 wordt grotendeels veroorzaakt door het toegekende budget t.b.v. uitwerking gebiedsvisie Franse Gat. 

Riolering

Beleidskaders
Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025).

Vertaling begroting
Voor afkoppelprojecten en rioolvervangingen is in 2023 in het OPOR een bedrag van € 3.437.667,- opgenomen. 

Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2023 opgenomen:

  • Rioolbeheer € 233.992,-;
  • Reinigen en onderhouden kolken en plaagdierbestrijding € 269.904,-;
  • Onderhoud pompen en persleidingen € 294.168,-.

Hierin zijn naast het beheer en onderhoud aan de riolen onder andere kosten voor grondwaterbeheer en een aandeel in straatvegen inbegrepen. Ook is € 150.000,- besteed voor het stimuleren van afkoppelen van regenwater en vergroenen van particuliere percelen. Deze impuls wordt gedekt uit de voorziening rioleringen.
 
Naast dagelijks onderhoud zijn er ook exploitatiebudgetten voor programma's, onderzoek, etc. 

Financiële consequentie (langjarig)
De komende jaren worden riolen vervangen welke aangelegd zijn vanuit de grondexploitatie, ook worden nieuwe hemelwaterrioleringen en waterbergingen aangelegd. De komende jaren levert dit door deze bedragen te investeren een toename aan kapitaalslasten op zoals in de onderstaande grafiek is weergegeven. 


Afgelopen jaren is er in Veenendaal ingezet op afkoppelen van hemelwater van het vuilwaterriool richting oppervlaktewater. Echter vanuit nieuwe inzichten is gebleken dat het watersysteem, voornamelijk de Grift, niet berekend is op de (toekomstige) piekbuien. Dit resulteert in de wens in te zetten het regenwater langer te bergen dan wel infiltreren op locatie. In de Veense situatie is dit complex vanwege de hoge grondwaterstand. Momenteel zijn er ontwikkelingen waardoor waterberging in de funderingsconstructie van de wegen mogelijk is. Mocht blijken dat dit ook in Veenendaal geschikt is kan ook in de openbare ruimte meer waterberging plaatsvinden dan gedacht. De extra investeringskosten en de gevolgen voor de kapitaallasten en rioolheffing voor de komende jaren worden op dit moment in beeld gebracht.     

Water

Beleidskader
Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025).

Vertaling begroting
In totaal is voor het dagelijkse onderhoud in de exploitatiebegroting 2023 opgenomen:

  • Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 91.995,-;
  • Baggerwerkzaamheden € 83.292,-. 

Voor het vervangen van beschoeiingen is in 2023 vanuit het meerjareninvesteringsplan €100.000,- opgenomen. 

Financiële consequentie 
Naast het regulier onderhoud zoals het maaien en korven van vijvers en sloten worden in 2023 meerdere watergangen en oevers voorzien van nieuwe beschoeiingen of omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Hiervoor is in 2021 een raamcontract afgesloten. Ook vinden er baggerwerkzaamheden plaats. We onderzoeken tenslotte ook of we een pilot kunnen doen met een harkboot om overlast door woekerende waterplanten aan te pakken.

Groen en speelvoorzieningen/ BOSS-locaties

Beleidskader
Het vastgestelde beleidskader is het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2025 (OPOR 2022-2025).

Het raadsakkoord 2022-2026 gaat specifiek in op dit thema met verschillende ambities en aandachtspunten, zoals (verkort weergegeven):

  • Veenendaal verder vergroenen, zowel kwantitatief als kwalitatief;
  • Klimaatadaptatie door onder andere hittestress tegen te gaan met (meer) groen;
  • Het BOSS-principe (bewegen, ontmoeten, sporten, spelen) is uitgangspunt bij het ontwikkelen van openbare beweeg- en ontmoetingsplekken in de wijken.

Er wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt. Investeringen aan het groen en speellocaties vinden zoveel mogelijk gelijktijdig plaats met reconstructies van buurten. Uitgangspunt is dat waardevol groen behouden blijft en dat Veenendaal in 2030 groener is dan in 2020 (= ambitie uit OPOR).

Ook investeren we in het omvormen en renoveren van speellocaties conform het BOSS-principe (zie OPOR). Het BOSS-beleid is gericht op alle leeftijden. Dit betekent dat veel bestaande speellocaties, die met name ingericht zijn voor (kleine) kinderen, omgevormd worden naar BOSS-locaties. Er ontstaat op termijn een heel netwerk van verschillende type BOSS-plekken voor verschillende leeftijdscategorieën. Hierbij wordt buurtgericht gewerkt, waarbij iedere woonbuurt om de 7 jaar aan de beurt komt. De BOSS-locaties worden vervolgens geüpdatet op basis van de veranderende leeftijdsopbouw van een buurt. Bij het opstellen van de buurtplanning is prioriteit gegeven aan buurten met een grote vervangingsopgave van bestaande speelobjecten. In deze buurten worden zowel de speelvoorzieningen als het groen opgeknapt. De buurtplanning voor 2023 is als volgt:

Buurt Jaar van uitvoering Stand van zaken
Dragonder Noord (fase 1&2, loopt samen op met civiele reconstructie buurt) 2022-2025 In voorbereiding/ uitvoering
De Pol (loopt samen op met civiele reconstructie buurt) 2023-2026 In voorbereiding/ uitvoering
Franse Gat (loopt samen op met civiele reconstructie buurt) 2023-2025 In voorbereiding
Dragonder-Oost 2022-2023 In voorbereiding
West (Pioniersbuurt) 2023-2024 In voorbereiding
West (Componistenbuurt) 2023-2024 In voorbereiding
West (Vogelbuurt) 2023-2024 In voorbereiding

Vertaling begroting 
Om te investeren in kwantitatief en kwalitatief hoogwaardig groen en een gezonde en groene leefomgeving is in het meerjareninvesteringsplan (MIP) in 2023 voor groen een bedrag opgenomen van € 502.500,-.
Voor de vervanging, omvorming en optimalisatie van de speellocaties naar BOSS-locaties is een bedrag van € 450.000 opgenomen.

Voor het dagelijkse onderhoud zijn in de exploitatiebegroting 2023 beschikbaar:

  • Onderhoud groen:    € 3.288.027,-;
  • Speelvoorzieningen:     € 277.431,-;
  • Hondenvoorzieningen:    € 26.164,-.

Onder dagelijks onderhoud wordt naast het heel, schoon en veilig houden van groen- en speelvoorzieningen ook jaarlijks terugkerende forse ingrepen verstaan, zoals de bestrijding van de eikenprocessierups, bestrijding van de Japanse duizendknoop en het rooien en vervangen van bomen vanuit de boomveiligheidsinspectie (denk hierbij ook aan de essentaksterfte).
Onder genoemde bedragen voor dagelijks onderhoud is ook inbegrepen: veiligheidsinspecties voor bomen en speelobjecten, het laten uitvoeren van boom- en verplantonderzoeken, het uitvoeren van kwaliteitsschouwen t.b.v. onderhoud of reconstructie en het inhuren van advies.
Niet inbegrepen in bovenstaande bedragen zijn de uren en kosten van eigen personeel (zowel uitvoerend als ondersteunend- en kantoorpersoneel).

Financiële consequentie 
De ambities uit het OPOR en het raadsakkoord voor groen- en speelvoorzieningen zijn groot en vragen een forse investering t.o.v. voorgaande jaren. Voor groen is jaarlijks € 500.000,- tot € 600.000,- aan investeringsbudget nodig. Voor omvormen, renoveren en/of optimaliseren van speellocaties naar BOSS-locaties is jaarlijks € 450.000,- tot € 500.000,- nodig. De bedragen die in het meerjareninvesteringsplan (MIP) 2023-2026 zijn opgenomen voor groen zijn toereikend. Voor speelvoorzieningen is dit vanaf 2025 het geval. In 2023 is er voor speelvoorzieningen in het MIP € 300.000,- beschikbaar en in 2024 € 146.000,-. Dit betekent dat de ambities met betrekking tot het BOSS-beleid pas goed vorm kunnen krijgen vanaf 2025.  

Conform de grafiek in het OPOR is het de verwachting dat de kapitaallasten (rente en afschrijving) voor groen en speelvoorzieningen in de komende 15 jaar geleidelijk toenemen met circa € 1.000.000,-. Dit is een toename van gemiddeld € 67.000,- per jaar.

Buitensport
Buitensportvoorzieningen die niet meer voldoen aan de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden worden gerenoveerd. In 2022 worden in dit kader de volgende projecten uitgevoerd:

Werkzaamheden en club/vereniging Jaar van uitvoering Stand van zaken
Renovatie natuurgrasveld  (VRC) 2023 Realisatie in 2023
Renovatie kunstgras tennisbanen (TPV Spitsbergen en Tennisvereniging Veenendaal-West) 2023 Realisatie in 2023
Renovatie natuurgrasveld (VMHC Spitsbergen) 2023 Realisatie in 2023

Vertaling begroting 
Voor het realiseren van deze werkzaamheden en het aanschaffen van materieel is in 2023 een budget van € 893.500,- noodzakelijk en beschikbaar,
 
Vastgoed
Het beheer van de kapitaalgoederen is in de afgelopen jaren vastgelegd in de verschillende beheer- en beleidsplannen.
De gemeentelijke visie op vastgoed is afkomstig uit de documenten: “Strategische kaders Dynamisch vastgoedmanagement en Accommodatiebeleid: Deze kaders en uitgangspunten zijn als onderlegger gebruikt voor de komende beheerperiode. De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het door de gemeenteraad vastgestelde ‘Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan 2021-2024’. De verduurzaming van het vastgoed willen we laten aansluiten bij de ENV-doelstellingen, de VNG-routekaart maatschappelijk vastgoed, de onlangs gepubliceerde dumava subsidieregeling en het onderzoek naar de aanpak van andere gemeenten.

Algemeen
Onze doelstelling voor vastgoed is een goed onderhouden (slank) duurzaam vastgoedbestand, waarmee effectief invulling wordt gegeven aan het accommodatiebeleid van de gemeente en financiële risico’s tot een minimum beperkt blijven. We doen dit tegen zo laag mogelijke tarieven en kostendekkend. Hierdoor hebben we de kosten en opbrengsten goed in beeld en sturen we op zo laag mogelijke uitgaven.

Ons huidige areaal omvat het volgende:

Deelportefeuilles Vastgoedbeheer/vastgoed-rol gemeente Aantal
Beleidsportefeuille
a.    Vastgoed voor eigen bedrijfsvoering Eigenaar en gebruiker, deels commerciële verhuur. 1
b.    Vastgoed voor beleidsondersteunende functies Faciliteren conform Accommodatiebeleid. 27
c.    Vastgoed voor onderwijsfuncties Commerciële activiteit ten dienste van het onderwijs. 3
d.    Vastgoed voor eigen exploitatie Gemeentelijke exploitatie. 6
Strategische voorraad
a.    Vastgoed van strategische voorraad Tijdelijk beheer strategisch doel. 4
b.    Vastgoed strategisch (vervangen) Objecten op korte termijn vervangen door nieuwbouw. 4
 Verkoopportefeuille
a.    Vastgoed af te stoten Verkoop of exploitatie ter voorbereiding op verkoop. 2
Overig vastgoed
a.    Overig vastgoed Overige bouwwerken en woningen. 6
Totaal 53

Voor 14 objecten voorzien wij in de looptijd van de beheerperiode veranderingen:

 

Nr. Objectnaam Objectadres Beleid
43 Voedselbank Gilbert van Schoonbekestraat 75 Heroverweging < 3jaar
44 Stichting24Aktief Gilbert van Schoonbekestraat 77 Heroverweging < 3jaar
46 Theater Lampegiet Kerkewijk 10 Heroverweging < 3jaar
52 IKC Dragonder Noord Dragonder Noord Nieuwbouw
53 IKC Dragonder Zuid Dragonder Zuid Nieuwbouw
31 Brandweerkazerne - nieuwbouw Industrielaan 18 Nieuwbouw < 3 jaar
51 IKC Het Franse Gat Karel Fabritiusstraat 3 Nieuwbouw < 3 jaar
Gemeentewerf - nieuwbouw Transformatorstraat 1/1A Nieuwbouw < 3 jaar
21 Buitenopslagaccommodaties S.V. Unitas ‘48 Verlengde Sportlaan 3 Sloop < 3 jaar
23 Gemeentewerf Kantoor Nijverheidslaan 2 Sloop < 3 jaar
24 Gemeentewerf Loods 1 Nijverheidslaan 2 Sloop < 3 jaar
25 Gemeentewerf Loods 2 Nijverheidslaan 2 Sloop < 3 jaar
30 Buurthuis Plein-Zuid Dr. Colijnstraat 70 Verkoop < 3 jaar
42 CLV, De Mispel De Mispel 11 Verkoop < 3 jaar

Beleidskader 
De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd. In mei 2021 is het vastgoedbeheerplan 2021 – 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij voeren ons beheer overeenkomstig de kaders uit dit plan uit. 
 
Overzicht kwaliteitsniveau 
 Het vastgoed wordt in stand gehouden op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767.
 
(Financiële) consequenties 
 Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het vastgoedbeheerplan 2021-2024. Voor de komende 10 jaar zijn in het vastgoedbeheerplan de geactualiseerde MOP’s, functionele aanpassingen zijnde vervangingsinvesteringen en duurzaamheidsinvesteringen in beeld gebracht. We spreken van functionele aanpassingen als we maatregelen aan het gebouw treffen in het kader van functionaliteit, milieu, duurzaamheid en herhuisvesting. Deze investeringen leiden tot een significante kwaliteitsverbetering en/of levensduurverlenging en/of met de functionele aanpassing waarmee wordt voldaan aan de wet- en regelgeving. Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau en er geen achterstallig onderhoud is.

Vertaling begroting
Voor het jaarlijks regulier groot onderhoud is in 2023 een bedrag noodzakelijk van € 960.685. Daarnaast voor vervangingsinvesteringen € 124.705 en duurzaamheidsinvesteringen € 172.340. Daarnaast wordt een bedrag van € 1.081.736 gedoteerd in de onderhoudsvoorziening gemeentelijke panden voor de uitvoering van het planmatige onderhoud.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement 18 mei 2017
Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan 2021-2024 27-mei-21
Accommodatiebeleid 2016 - 2020 18-mei-17

C. Financiering

C. Financiering

 

 

Inleiding
In de paragraaf financiering komt het gemeentelijk financieringsbeleid aan de orde. De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van financierings-risico’s en het beheersen van de gemeentelijke schuldpositie. Er is een directe relatie met paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Economische ontwikkeling
De oorlog in de Oekraïne treft de Nederlandse economie terwijl die na het herstel uit de coronarecessie alweer tegen haar capaciteitsgrenzen aanloopt. De schok van de oorlog drijft de energieprijzen verder op, leidt tot onzekerheid en drukt de groei van de wereldhandel. In 2023 verwacht de Nederlandse Bank een groei van 1,5% en in 2024 1,7%. Zie onderstaande tabel.

De inflatie is in eerste instantie vooral door de energieprijzen hoog, maar verbreedt zich naar andere goederen en diensten. Vooral door de uitzonderlijk hoge prijsstijging van energie komt de geraamde inflatie in 2022 gemiddeld uit op 8,7%. In 2023 volgt een daling naar 3,9% en 2,4% in 2024. 

De arbeidsmarkt is na de coronarecessie alweer uiterst krap, met breed gevoelde personeelstekorten. In 2023 groeit de werkgelegenheid nauwelijks, maar ook het arbeidsaanbod loopt tegen zijn grens. De geraamde gemiddelde werkloosheid komt in 2023 gemiddeld op 3,6%. Daarna volgt een lichte daling naar 3,4%. Door de krapte op de arbeidsmarkt en de hogere inflatie neemt de loonstijging toe. 

Het overheidstekort en de schuldquote nemen af, ondanks de sterke groei van de overheidsbestedingen in 2023 en 2024. Het saldo verbetert van -2,1% bbp in 2022 naar -1,7% bbp in 2023 en -1,6% bbp in 2024.

Alternatief scenario
Als de oorlog in Oekraïne langer duurt en ernstiger verloopt dan in de raming is verondersteld, houdt de onzekerheid aan, blijven energie- en voedselprijzen hoog en valt de wereldhandelsgroei verder terug. Dit vormt het uitgangspunt voor een alternatief scenario voor de Nederlandse economie, waaruit blijkt dat het bbp in 2023 met 0,4% kan krimpen, bij 5,1% inflatie, in 2024 gevolgd door een lichte bbp-groei van 1,3%. In een uitbreiding van dit scenario stopt ook de toevoer van Russische energie naar Europa, wat bij bedrijven zou leiden tot uitval van de productie. In dat geval volgt een recessie, met in 2023 een krimp van 1,5%. In 2024 herstelt in dat scenario de groei weer naar 3,0%.

Rentevisie
Als gevolg van de hoge inflatie zal de ECB (Europese Centrale Bank) het monetaire beleid gaan verkrappen. Dit heeft een stijgend effect op de renteontwikkeling. De Europese Centrale Bank (ECB) zal naar verwachting de korte rente in 2023 verhogen. Wij verwachten dat de rente voor kortlopende geldleningen rond de 1 % zal uitkomen (Bron: DNB, ING, ABN-AMRO en BNG Bank).
Bij de rente op langlopende leningen wordt rekening gehouden met een verhoging tot 2,5% (Bron: DNB, ING, ABN-AMRO en BNG Bank). 

Kasgeldlimiet
In 2023 kan afhankelijk van de renteontwikkeling een deel van de financieringsbehoefte gedekt worden met kasgeldleningen. De kasgeldlimiet komt in 2023 uit op ongeveer € 18,7 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal van € 220 miljoen). Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet dan wel bij een stijgende rente zullen er echter langlopende geldleningen worden afgesloten. Het gemeentelijk treasury comité (portefeuillehouder financiën, directeur bedrijfsvoering, teamleider financiën en treasurer) neemt hiertoe het initiatief.

Liquiditeitsbehoefte
De gemeentelijke liquiditeitsbehoefte 2023 wordt weergegeven in de grafiek liquiditeitsplanning. In het eerste kwartaal is er een liquiditeitstekort. Dit tekort ontstaat doordat veel rente en aflossing van leningen dan betaald worden. In het tweede kwartaal daalt het tekort als gevolg van de belastinginkomsten. In het derde kwartaal neemt de behoefte verder af door inkomsten uit het btw-compensatiefonds. In het vierde kwartaal wordt een toename van de behoefte aan liquiditeit verwacht door de bekostiging van nieuwe investeringen. De gemeentelijke liquiditeitsbehoefte zal worden ingevuld met kasgeldleningen en langlopende leningen.

 

 

Financieringsbehoefte 2022 2023 2024 2025 2026
Financieringsbehoefte 10 43 51,7 44,7 65,8
Aflossing 18,7 17 17,7 18,8 19,9
Schuldontwikkeling 31-12 127 153 187 212,9 258,8
Stijging Schuld 26 34 25,9 45,9

Door het meerjaren Investerings Plan (MIP) loopt de gemeentelijke schuld fors op. Per 1 januari 2023 wordt een netto schuld verwacht van € 127 miljoen. Zoals het er nu naar uit ziet zal de schuld de komende jaren oplopen naar € 258,8 miljoen einde 2026. 

Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het kengetal schuldpositie in paragraaf A Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Risicobeheer financieringsportefeuille
Om de (rente) risico’s op de gemeentelijke leningenportefeuille te beheren maken we gebruik van de renterisiconorm. Deze norm heeft als uitgangspunt dat de gemeentelijke aflossing in enig jaar nooit meer mag zijn dan 20% van het gemeentelijk begrotingstotaal. Deze norm is gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden.

 

Berekening Renterisico Norm (bedragen x € 1 miljoen) 2023 2024 2025 2026
1.     Begrotingstotaal (prognose) 220 220 220 220
2.     Vastgesteld % wet FIDO 20% 20% 20% 20%
3.     Renterisiconorm ((1 x 2) /100) 44 44 44 44
4.     Aflossingen (planning) 17 17,7 18,8 20
5.     Nieuwe leningen (planning 43 51,7 44,7 65,8
6.     Ruimte (3 – laagste van 4 of 5) 27 26,3 25,2 24

Renterisiconorm
Veenendaal voldoet aan de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt minimaal 20% van het begrotingstotaal op basis van de wet FIDO. Dit komt overeen met een gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille van 5 jaar. Omdat de laatste tijd leningen worden afgesloten met een looptijd van 20 jaar en langer wordt ruim voldaan aan deze norm. 

Toerekening rente
In de notitie “Rente” van de commissie BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering ook inzicht moet geven in de rentelasten uit externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Daarom is het verplicht om het volgende renteschema op te nemen.

 

Rente schema 2023 (bedragen x € 1 miljoen)
A. Externe rentelasten over korte en lange financiering 1,4
B. De externe rentebaten (Startersleningen) 0,1
C. Totaal door te rekenen externe rente (A – B) 1,3
D. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0,2
E. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0,55
F. Subtotaal (D + E) 0,75 0,75
G. Saldo door te rekenen externe rente (C – F) 0,55
H. Rente over eigen vermogen en voorzieningen 1,5
I. De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (G+H) 2,05
J. De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 2,05
K. Renteresultaat op het taakveld treasury -

De aan de taakvelden door te rekenen rente wordt bepaald door de externe rente die vooral bestaat uit de rente die betaald wordt over afgesloten leningen en de interne rente die bestaat uit de rente over de reserves en voorzieningen.

Treasury en duurzaamheid
Bij het aantrekken van leningen wordt het steeds belangrijker een relatie te leggen met duurzaamheid. Indien een lening wordt aangetrokken en daarbij wordt aangetoond dat de financiering bestemd is voor duurzame doeleinden kan een lagere rente worden overeengekomen. Ook in 2023 zal, indien mogelijk, hiervan gebruik worden gemaakt.

Overzicht beleidsvoornemens

 

Financiering
Beleidsvoornemens Jaartal
De kasgeldlimiet wordt nageleefd 2023
De renterisiconorm wordt nageleefd 2023
De schuldpositie wordt betrokken in de afweging bij het aangaan van nieuwe verplichtingen met een substantiële omvang. 2023

EMU-saldo cijfers
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgelegd dat de gemeenten het geraamde EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorig begrotingsjaar, het begrotingsjaar jaar en de drie daar op volgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waarde mutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaald jaar. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente.

Als gevolg van het omvangrijke MIP wordt er in 2023 en volgende jaren op kasbasis veel meer geld uitgegeven dan dat er binnenkomt. Het EMU saldo wordt dan ook vanaf 2023 fors overschreden.  

Momenteel is er op basis van de afspraken tussen Rijk en decentrale overheden geen sprake van sancties. De kans is aanwezig dat er in 2024 wel sancties  volgen. In dat geval zal ook op basis van de beheersing van het EMU saldo een heroverweging van het MIP aan de orde zijn. Zie ook de tekst bij het kengetal schuldquote in paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Er zal spoedig een nieuw landelijk bestuurlijk overleg plaatsvinden over de norm voor de jaren 2024 t/m 2026. 

EMU saldo 2022 2023 2024 2025 2026
1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 0,5 -2,4 -0,1 1,8 -12,4
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 7,7 30,1 22 18,2 24,9
3 Mutatie voorzieningen 0 0 0 0 0
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 1 9,9 3,5 -5 0
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0
Berekend EMU Saldo 9,2 37,6 25,4 15 12,5
Referentiewaarde 8,3 8,3 8,3 8,3 8,3
Ruimte -0,9 -29,3 -17,1 -6,7 -4,2

D. Bedrijfsvoering

Algemeen

In artikel 14 van het BBV wordt een paragraaf bedrijfsvoering voorgeschreven. Hier is kort aangegeven wat de inhoud moet zijn van de paragraaf: ‘de paragraaf over de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering’.
Het gaat hierbij om het doel te sturen op hoofdlijnen en de kwaliteit van het inzicht van de raad te bevorderen. Het sturen en beheersen van de bedrijfsprocessen zijn primair de verantwoordelijkheid van het college, maar de raad moet zich wel een oordeel kunnen vormen over de inrichting en functioneren van de bedrijfsvoering. Deze paragraaf is hierbij essentieel. Ook is de paragraaf bedoeld om organisatiebrede opgaven en initiatieven toe te lichten

Organisatie

 

Sturingsfilosofie organisatie
Gemeente Veenendaal wil een wendbare en flexibele organisatie zijn. De diverse teams vormen hierin de basis van de organisatie. Vanuit deze teams werken medewerkers aan verschillende uitdagingen en opgaven waar de gemeente voor staat, voor wat betreft de drie overkoepelende thema’s Samenleving, Ruimte en Bedrijfsvoering/Dienstverlening.
De interne capaciteit en kwaliteit willen we zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten. Dit betekent dat we bij elke gelegenheid beoordelen of we de goede dingen goed doen en of we zo goed mogelijk gebruik maken van de kwaliteiten van de medewerkers.

Externe oriëntatie 
Om Veenendaal te kunnen blijven ontwikkelen hebben we anderen nodig: buurgemeenten, provincies, Rijksoverheid, Europese Unie (EU) en zeker ook Veense (maatschappelijke) organisaties. We kijken vooruit en proberen voorbereid te zijn op wat er op ons afkomt. Dit betekent dat we alert zijn en inspelen op ontwikkelingen, dat we initiatieven stimuleren en creëren en dat we minder ad hoc reageren op zaken die ons overkomen. 
Om hierin meer succesvol te zijn, wil Veenendaal zich meer extern profileren. We moeten daar zijn waar we nodig zijn en waar mogelijk het Veens verhaal vertellen/promoten/onder de aandacht brengen. Dit vraagt dat we onze externe netwerken verder uitbreiden en (nog) beter benutten en dat we werken aan het verbeteren van onze vaardigheden op het gebied van netwerken en lobbyen. In deze begroting hebben we hiervoor structureel € 200.000 opgenomen. Daarnaast stellen we onszelf voortdurend de vraag of we met de juiste dingen bezig zijn op de juiste insteek en het juiste moment, om zo daadwerkelijk toegevoegde waarde te creëren voor Veenendaal.

Bestuursstijl
Het werk dat we doen voor de gemeente Veenendaal gebeurt in een samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie en in nauwe verbinding met de inwoners, organisaties en ondernemers. Een goede onderlinge samenwerking, met respect en oog voor de verschillende rollen is daarin van belang. Vaak wordt dit vervat in het woord bestuursstijl, iets wat ook landelijk veel aandacht krijgt. Maar in Veenendaal is het meer dan alleen een modewoord; het is iets wat zowel de raad als het college en de ambtelijke organisatie intrinsiek nastreven. We willen een toegankelijke en transparante overheid zijn, waarbij het denken in mogelijkheden voorop staat. We motiveren de besluiten goed, handelen zorgvuldig en correct, komen onze afspraken na en zorgen ervoor dat de inwoners weten waar ze aan toe zijn. De juiste vorm van participatie van de samenleving, op het juiste moment in het proces zijn daarbij het uitgangspunt.

Bedrijfscultuur
De gemeentelijke organisatie staat midden in de veranderende samenleving. Om mee te bewegen met en adequaat te kunnen reageren op de maatschappelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat de organisatie voldoende wendbaar is. We willen als organisatie op professionele en innovatieve wijze ontwikkelen en ons flexibel en wendbaar opstellen met onze kernwaarden als kompas: Samenwerken, Toegevoegde waarde, Energie/werkplezier en Resultaatgericht (STER). Ook is een aantal cultuuraspecten voor ons belangrijk, waaronder: vertrouwen, transparantie, continu leren en verbeteren en het stimuleren en bevorderen van eigenaarschap. Hiermee wordt bedoeld dat medewerkers zich verantwoordelijk voelen voor de uitkomst van het werk en hier ook naar handelen. Deze beweging van onze organisatie vraagt om een eigentijdse manier van werken, waarin medewerkers van onze organisatie in staat zijn en worden gesteld hieraan uitvoering te geven. Dit is vormgegeven in het ‘Veens werkconcept’, waarin we op een hybride manier werken: (samen) werken op een locatie, (samen) werken vanuit huis en digitaal (samen) werken. Dit stelt ons nog beter in staat om onze klanten centraal te stellen en de Veense samenleving te bedienen.
De werkbeleving en het geluk van onze medewerkers zijn belangrijke factoren in ons werk.  Voordat we dingen in gang zetten, halen we actief input op bij onze medewerkers om te zorgen dat we aansluiten en inspelen op daar waar behoefte aan is. 
Met het Veens werken zetten we in op regelruimte voor onze medewerkers, waarbij je zelf een plek kiest om te werken die past bij de werkzaamheden van dat moment, flexibiliteit in het werk, een goede balans tussen werk en privé. Onze kernwaarden zijn daarin bepalend.  Het is belangrijk dat deze waarden en uitgangspunten betekenis krijgen en door de hele organisatie worden uitgedragen en gestimuleerd.

Personele aspecten

Strategisch personeelsbeleid
Als gemeente werken wij ook aan het vergroten van het inzicht in onze toekomstige personeelsbehoefte. Dat doen wij nu op basis van de teamplannen die ieder jaar worden opgesteld. In het teamplan wordt aangegeven wat de stand van het team is en wat er nodig is naar de toekomst. Dat is aan de ene kant gericht op het verbeteren en versterken van het team en aan de andere kant de behoefte aan functies die nodig zijn om als team toekomstbestendig te zijn om alle werkzaamheden als gemeente te blijven doen,
Daarin nemen wij de ontwikkelingen mee van ons personeelsbestand als het gaat om ambities van onze zittende medewerkers en wie met pensioen en of AOW gaan. 
Dit samen zorgt voor inzicht. Het kan nog meer en beter en daar gaan wij komende jaren verder aan werken. Dat doen wij onder andere doormiddel van het analyseren van data. We zijn gestart met het genereren van managementinformatie om het vervolgens te gebruiken voor het maken van analyses en toekomstige scenario’s.

Inclusiviteit en diversiteit
Gemeenten moeten een afspiegeling zijn van de maatschappij. Daarom zijn diversiteit en inclusie belangrijke thema's. Als gemeente streven we naar een diverse samenstelling van ons personeelsbestand en naar een inclusieve organisatie. Een organisatie waar iedereen kan meedoen. Iedereen dezelfde rechten heeft en dezelfde kansen. Een werkomgeving waarin iedereen welkom is en zichzelf kan zijn. 
Bij diversiteit gaat het om alle kenmerken waarop mensen van elkaar kunnen verschillen. Hierbij gaat het om zichtbare kenmerken (geslacht leeftijd en huidskleur) als minder zichtbare kenmerken (afkomst, fysieke conditie en seksuele oriëntatie).  Diversiteit gaat meer over aantallen en percentages. 
Inclusie gaat meer over gedrag, waarden en spelregels. In 2022 hebben leidinggevenden een training gehad over kansen en mogelijkheden diversiteit te vergroten en spelregels besproken voor het creëren van een cultuur waar medewerkers zichzelf kunnen zijn. In 2023 gaan we hier mee verder en creëren we meer draagvlak onder de medewerkers. We houden rekening met speciale behoeften, we zorgen voor rolmodellen en we gaan divers talent ontwikkelen en behouden.

Oriëntatie arbeidsmarkt
In de paragraaf “Inleiding” eerder in deze programmabegroting is ingegaan op de moeilijke arbeidsmarkt. Deze krapte vraagt om extra inspanningen. Naast de krapte op de arbeidsmarkt zijn er ook nieuwe taken die door de rijksoverheid bij gemeenten worden neergelegd, soms met geen of onvoldoende middelen voor de bijbehorende uitvoering. Voorbeelden zijn Wmo, jeugdzorg, omgevingswet, duurzaamheid, wet open overheid, versterking van control en betere beveiliging gegevens.

Wat doen wij en gaan wij doen
We hebben onze manier van werken aangepast door meer en breder in te zetten op ‘recruitment’. Ook wordt de mogelijkheid van trainees, zo mogelijk samen met buurgemeenten, in beeld gebracht. Helaas is ook meer en langere inhuur onvermijdelijk gegeven onze ambities.
De extra kosten om het hoofd te bieden aan de krappe arbeidsmarkt bedragen voor (vooralsnog) de komende drie jaar € 120.000,- per jaar.

Integriteit
Integer werken is niet alleen een kwestie van regels, geboden en verboden. Integriteit is vooral een kwestie van mentaliteit. De gedragscode is daarom in de eerste plaats een stimulans je daarvan bewust te zijn en je eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarbij past een cultuur van openheid, waarin men elkaar aanspreekt op gedrag en handelen. Hierbij is integriteit een terugkerend onderwerp op de agenda van diverse overleggen en het personeelsgesprek.

Talentmanagement
Van de organisatie wordt een open houding naar de samenleving verwacht en dat zij gebruik maakt van de daarin aanwezige kennis, ervaring en talent. 
Talent zien, houden én ontwikkelen, oftewel: talentmanagement. Het is misschien wel een van de belangrijkste uitdagingen waar we op dit moment voor staan. En dat heeft drie redenen:

  1. Het zorgt voor werkgeluk en vitaliteit. Omdat het motiveert en we vanuit rol/functie en talent inspelen/aansluiten op wat bij de medewerker past;
  2. We houden en ontwikkelen de talenten die we nu in huis hebben en maken onze organisatie aantrekkelijker voor bestaande en nieuwe talenten. Dat is belangrijk, want de vraag naar werk is op dit moment groter dan het aanbod. En dat merken we bij het invullen van onze vacatures;
  3. We maken zo goed mogelijk gebruik van de talenten van onze medewerkers. Onze samenleving verandert snel en we willen hen steeds meer betrekken om aan te sluiten op de ontwikkelingen/behoeften. Dit vraagt om meer openheid en verandering van gemeentelijke processen. 

Inkoop- en bestelsysteem
Door de toenemende druk op de rechtmatigheid van het inkoopproces en de herhaaldelijke opmerkingen van de accountant over het in control krijgen van dit proces, is het noodzakelijk geworden hier aanvullende acties op te zetten. In 2022 is gestart met een project om hier invulling aan te geven en wordt er een projectleider ingehuurd om een gemeentebrede aanpak te faciliteren en een inkoop- en bestelsysteem te implementeren. Bij de besluitvorming over de resultaatbestemming van de Jaarstukken 2021 is voor deze projectmatige aanpak eenmalig € 150.000,- beschikbaar gesteld. Om het inkoop- en bestelsysteem op een goede wijze te onderhouden (licenties), door te ontwikkelen en de noodzakelijke ondersteuning te bieden voor de gebruikers (functioneel beheer) zijn structureel middelen noodzakelijk. Per saldo bedraagt het structureel benodigde budget vanaf 2023 € 77.500,-.

MTO (Medewerkers Tevredenheids Onderzoek)
In 2023 gaan wij een Medewerkersonderzoek uitvoeren naar de werkbeleving van onze medewerkers. 
Het onderzoek helpt ons met inzicht te krijgen in hoe medewerkers naar de organisatie kijken, hoe het met het werkplezier staat, wat onze sterke punten zijn en waar ontwikkelpunten liggen.
Na het onderzoek gaan wij met de resultaten en acties aan de slag. De resultaten worden besproken en verbeteracties bepaald. Daarna wordt op organisatie- en team niveau vastgelegd wie welke verbeter acties gaat doen en wanneer.

Arbodienstverlening
De kosten van de arbodienstverlening stijgen structureel met € 20.000,-. Deze stijgende kosten van de arbodienstverlening worden veroorzaakt door o.a. de gestegen tarieven bij Arbo dienstverleners, extra inzet van specialisten op het gebied van verzuim en het uitvoeren van het periodiek medisch onderzoek, en door de groei van het personeelsbestand van de gemeente Veenendaal en het CJG waarvoor de gemeente dit uitvoert.

Strategische ondersteuning communicatie
Op basis van de toenemende vraag vanuit het bestuur, de directie en de opgaven, schieten we op dit moment tekort in het bieden van strategische ondersteuning. 
Deze strategische ondersteuning kunnen we grofweg in tweeën verdelen:

  • Interne focus
    Hierbij denken we aan het adviseren van college, directie, en het communicatiever maken van de organisatie (“communicatie is van ons allemaal”).
  • Externe focus
    Dit betreft met name de communicatiestrategie rond grote opgaven en uitdagingen (met groot bestuurlijk belang), gericht op het ondersteunen van de wens om de externe profilering van gemeente Veenendaal (fors) te versterken. Hierbij gaat het ook om het vertalen van de externe ontwikkelingen naar nieuw communicatiebeleid.

Op dit moment kent het team Communicatie één senior communicatieadviseur die zijn capaciteit alleen kan richten op de externe strategische onderdelen. Beide onderdelen is te veel voor één functie. Hierdoor blijft de interne strategische ondersteuning onderbelicht en wordt deze onvoldoende opgepakt. 

Wet open Overheid
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Met deze nieuwe wet is een belangrijke stap gezet naar een opener overheid. De Woo vergroot voor iedereen de toegang tot overheidsinformatie, bevordert de actieve openbaarmaking en actualiseert de regels voor openheid en openbaarheid. Meer dan duizend overheidsorganen zullen hun informatie aan gaan bieden door middel van het gezamenlijke platform open.overheid.nl. Daarom is samen met departementen, uitvoeringsorganisaties en koepels van decentrale overheden (VNG, UvW, IPO) een implementatiestrategie uitgewerkt. Gefaseerd en stapsgewijs wordt met dit platform vanaf begin 2023 de komende jaren steeds meer informatie toegankelijk gemaakt.

Financieel-economische zaken

Voortgang accountantscontrole
Jaarlijks wordt door de accountant een zogenaamde ‘boardletter’ uitgebracht over de stand van zaken rond de bedrijfsvoering. Ook bij de jaarrekening is het gebruikelijk dat de accountant adviezen geeft over zaken die nog verbeterd kunnen worden. De voortgang van de actiepunten wordt periodiek besproken met de directie. In de bestuursrapportages wordt steeds een follow-up gegeven over de voortgang, zodat de raad kan volgen wat er concreet met de aanbevelingen is gedaan.

Rechtmatigheidsverantwoording
Ontwikkelingen
Voor het verslagjaar 2023 zal B&W een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening moeten opnemen. Vanaf verslagjaar 2023 zal de accountant geen specifieke uitspraak meer doen over het rechtmatig handelen van de gemeente, anders dan nagaan of deze rechtmatigheidsverantwoording getrouw is (als onderdeel van de controle van de jaarrekening). 
 
De commissie BBV heeft onder andere de taak een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten op te stellen en de eenduidige interpretatie hiervan te bevorderen. 
 
De visie van commissie BBV is opgenomen in kadernota rechtmatigheid en ten behoeve van een eenduidige interpretatie worden richtlijnen gegeven die uiteenvallen in stellige uitspraken en aanbevelingen.
De commissie BBV adviseert in de Kadernota rechtmatigheid onderstaande stellige uitspraken als dwingend te beschouwen:

  • De kaderstelling door de raad/verordeningen moet(en) duidelijk zijn ten aanzien van financiële  consequenties.
  • De rechtmatigheidsverantwoording van B&W geeft een overzicht van afwijkingen ten opzichte van wetgeving en kaderstelling door de raad.
  • Niet-naleving van de wet Fido moet worden toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf.
  • Er wordt gepleit om ten aanzien van Misbruik en Oneigenlijk gebruik een overkoepelend beleid te formuleren.

Uitwerking 2022 en doorkijk naar 2023
Zoals aangegeven zal het B&W vanaf verslagjaar 2023 een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening moeten opnemen.  Het jaar 2022 zal als een ‘proefjaar’ gebruikt worden om de inrichting en uitkomsten voor de rechtmatigheidsverantwoording op een juiste wijze weer te geven en in te regelen, specifiek de uitspraken van de Kadernota rechtmatigheid zoals hierboven opgenomen. 

Ontwikkelingen ICT

Doorontwikkeling ICT-functie
Steeds meer applicaties zullen als dienst vanuit de Cloud worden afgenomen waardoor de het technisch beheer wordt verminderd maar de exploitatiekosten hoger worden. Delen van de ICT-taken (technisch beheer, Servicedesk) zullen geoutsourcet worden. Daarentegen ontstaan er nieuwe functies: waaronder regiefuncties en functies op het gebied van datagericht werken (datascientists en engineers).  Hiermee zullen personele kosten voor de ICT- functie in de toekomst op hetzelfde niveau blijven, maar de exploitatiekosten verhoogd worden. In deze begroting is voor 2025 en 2026 een bedrag van € 75.000,- opgenomen.

Uitvoering Plan van Aanpak digitale toegankelijkheid
Als overheidsorganisatie hebben we niet alleen de wens, maar ook de wettelijke verplichting om alle digitale kanalen toegankelijk te maken. Dit is vastgelegd in de Wet Digitale Overheid.  Om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen hebben we een plan van aanpak ‘Op weg naar digitale toegankelijkheid’ opgesteld. Het plan van aanpak beschrijft de stappen om onze digitale kanalen toegankelijk te maken voor diverse gebruikers, dus ook voor mensen met een beperking. De uitvoeringskosten van dit plan zijn € 30.000,-.

Informatiebeveiliging
Digitalisering gaat verder dan digitale dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Ook de gemeentelijke organisatie wordt steeds meer datagedreven en informatie gestuurd. Informatiebeveiliging is hierbij randvoorwaardelijk. We besteden aandacht aan het beveiligings- en privacybewustzijn van medewerkers en implementeren technische en organisatorische beheersmaatregelen om de kans op digitale aanvallen te verkleinen. We conformeren ons aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en jaarlijks leggen we verantwoording af via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). In deze begroting is voor het onderwerp digitalisering structureel € 200.000,- en voor de jaren 2023, 2024 en 2025 € 250.000,- opgenomen. 

E. Verbonden partijen

E. Verbonden partijen

Beleid
Wij kiezen hier bewust voor een faciliterende rol waarin wij kaders en omstandigheden creëren, waar binnen inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers zaken met elkaar kunnen realiseren. Tegelijkertijd constateren wij dat wij als gemeente niet in alle gevallen kunnen volstaan met een faciliterende rol. Wanneer er sprake is van een te behartigen openbaar belang, willen wij als gemeente invloed en regie behouden. Dit kan ook gerealiseerd worden binnen het verband van een verbonden partij.

Vanwege de grote bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op alle verbonden partijen gewenst. Verder worden wij geconfronteerd met taakstellingen en omvangrijke taken via het regeerakkoord en de decentralisaties. Daardoor groeit het belang om grip te houden op de activiteiten en realisatie van doelstellingen door de verbonden partijen. Wij zetten ons in voor verbonden partijen die maximaal bijdragen aan de lokale bestuurlijke doelstellingen en een actief risicomanagement voeren. De ambtelijke organisatie zal ook hierdoor in toenemende mate samen (moeten) werken bij de realisatie van de beoogde bestuurlijke doelstellingen.  Daarnaast wordt elke verbonden partij jaarlijks integraal op risico´s, kansen en ontwikkelingen beoordeeld. De in 2016 vastgestelde Kadernota Verbonden Partijen en het daarin opgenomen instrumentarium zijn bij dit alles leidend.

Informatie
In deze paragraaf zijn tevens opgenomen de partijen die strikt juridisch geen verbonden partij zijn door het ontbreken van het financieel belang zoals gedefinieerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), maar er wel sprake is van :
•    een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via een of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht); en
•    een bestuurlijk belang.

Gezien het maatschappelijk of algemeen belang en de mogelijke risico's zijn deze organisaties conform de aanbeveling van de Commissie BBV opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. In deze paragraaf vindt u een totaaloverzicht van de verbonden partijen, uitgesplitst in 4 categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen, coöperaties en vennootschappen en overige verbonden partijen.

 

 

Samenvattend overzicht Verbonden Partijen
Gemeenschappelijke regelingen (GR) 1 Regio Foodvalley
2 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
3 Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
4 Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)
5 Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
6 Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
7 Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper
Vennootschappen en coöperaties 8 Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
9 Duurzame Energie Veenendaal-Oost BV (DEVO)
10 Vitens NV
11 Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
12 Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
Stichtingen en verenigingen 13 Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
14 Stichting Ontmoetingshuis
15 Stichting Veens welzijn
Overige verbonden partijen 16 Parkeervoorzieningen

Regio Foodvalley

Naam 1. Regio Foodvalley
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang De gemeenschappelijke regeling is getroffen om de Regio een Europese topregio te maken op het gebied van innovatie in de foodsector met versterking van de leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang Om de samenwerking mogelijk te maken betalen de gemeenten een inwonerbijdrage voor het Regiobureau, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor 2023 is deze vastgesteld op € 3,38 per inwoner, hetgeen voor Veenendaal neerkomt op een inbreng van € 226.483. De begroting van 2023 van Foodvalley biedt ook inzicht in het totaal van de programmakosten van Foodvalley. Dit betreft de volgende onderdelen: - mobiliteitsfonds(€ 69.193); - werkprogramma’s (€ 188.179); - programmamanagement € 65.522). In totaal gaat ’t hierbij om een bedrag van € 322.894. Hierop moet nog het bedrag in mindering gebracht worden dat Veenendaal ontvangt voor het leveren van de programmamanager voor ‘Mobiliteit’, (ca. € 50.000). In totaal is er dan voor 2023 een bedrag van zo’n € 500.000 gemoeid, ongeveer € 7,50 per inwoner. Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 3,3 miljoen 31-12-2021: € 3,1 miljoen 31-12-2020: € 2,6 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € - (begroting) 31-12-2021: € 3,0 miljoen 31-12-2020: € 2,9 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € - (begroting) 2021: € 0,192 miljoen 2020: € 0,213 miljoen
11. Website www.regiofoodvalley.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Hoe de regio Foodvalley haar doelstelling wil bereiken is onder andere aangegeven in de in 2020 vastgestelde Strategische Agenda 2020 – 2025 Regio Foodvalley en de RegioDeal Foodvalley. De ambities van de Strategische Agenda en RegioDeal gaan niet alleen om economische ontwikkeling, maar vooral ook om de zogenaamde ‘brede welvaart’: dat inwoners een goede baan kunnen vinden, er voldoende woningen zijn, natuur en landschappen worden beschermd, er voor boeren een goede toekomst is, inwoners een hoge kwaliteit van leven ervaren en dat de inwoners relatief gezond zijn. Behalve de projecten die uit de thema’s van de Strategische Agenda en de RegioDeal Foodvalley voortkomen, is er nog een aantal grote, aanvullende uitdagingen voor 2023. Het gaat hierbij om de uitvoering van: • De Regionale Ruimtelijke Verkenning (met welke ruimtelijke claims krijgen we de komende decennia te maken en hoe gaan we daar invulling aan geven?); • De Regionale Energiestrategie (RES) (hoe en waar leveren de gemeenten van de Regio Foodvalley de komende decennia een bijdrage aan de energietransitie?); • De Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (omvat o.a. 100.000 te bouwen woningen tot 2040, waarvan 27.500 in het zuidelijke deel van de regio Foodvalley)

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Naam 2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De VRU is een samenwerkingsverband van en voor de 26 Utrechtse gemeenten. Zij behartigt het belang van de gemeente op de terreinen brandweerzorg, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (Ghor), rampenbestrijding, risico- en crisisbeheersing. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de RAVU (regionale ambulancevoorziening Utrecht) ten aanzien van de gemeenschappelijke meldkamer en een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing. Door deelname aan de Veiligheidsregio Utrecht wordt de samenwerking tussen verschillende instanties bij bestrijding van rampen en crises verbeterd. Elk lid van het AB fungeert als intermediair tussen gemeente en het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. Wanneer er regionale besluiten genomen moeten worden, is goedkeuring van alle gemeenteraden nodig.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger en Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 Utrechtse gemeenten
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De burgemeester is in zijn functie lid van het algemeen bestuur (AB) VRU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 14,4 miljoen (begroting) 31-12-2021: € 23,2 miljoen 31-12-2020: € 17,7 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 81,9 miljoen (begroting) 31-12-2021: € 62,7 miljoen 31-12-2020: € 47,4 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € - (begroting) 2021: € 3,1 miljoen 2020: € 2,1 miljoen
11. Website www.vru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen - In de raadsvergadering van 27 januari 2022 is ingestemd met de kadernota 2023-2026 VRU en is structureel € 95.000,- beschikbaar gesteld. De kadernota bevat geen verhoging voor de bijdrage van nieuw beleid. De stijging van de bijdrage bestaat dan ook uitsluitend uit de technische toepassing van het financiële kader en ontwikkelingen die voortkomen uit bestaand beleid. - In de raadsvergadering van 23 juni 2022 is ingestemd met begroting 2023 VRU welke is gebaseerd op de (geactualiseerde) begroting 2022 en de mutaties die zijn opgenomen in de kadernota 2023. In de begroting wordt geen bijdrage gevraagd voor nieuw beleid en waar mogelijk worden financiële voordelen ten aanzien van het bestaande beleid doorberekenend in de bijdrage; - Schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door de inzet van reserves, waar onder de ontwikkel- en egalisatiereserve; - Een aanzienlijk deel van het rekeningresultaat 2021 is teruggestort naar de gemeenten. (Voor Veenendaal betekent dit een teruggave van € 86.000,-). - De bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket voor 2023 stijgt regionaal met € 2.670.000, - ten opzichte van de vastgestelde meerjarenbegroting. Op basis van de ontwerpbegroting 2023 VRU stijgt de gemeentelijke bijdrage (incidenteel) met € 111.200,- dit bedrag is verwerkt in de Kaderbrief 2023. Op 27-01-2022 heeft de raad in haar besluit ook verwezen naar de zienswijze op de kadernota 2022 VRU over het wegvallen van de concessievergoeding. De VRU is in haar kadernota 2023 ervanuit gegaan dat de gemeenten het wegvallen van de concessievergoeding volledig zullen compenseren door een hogere bijdrage. Veenendaal heeft de VRU nadrukkelijk gevraagd naar mogelijkheden binnen de eigen begroting te zoeken voor het wegvallen van de concessievergoeding. - Ten aanzien van de Omgevingswet zijn tussen het Rijk en de bestuurlijke partners afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. - Ten aanzien van de Taakdifferentiatie brandweer bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de huidige situatie significant stijgen. De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de taakdifferentiatie.

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Naam 3. Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam), IW4 Beheer N.V. is een Naamloze Vennootschap (N.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is. De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR.
4. Relatie met beleidsprogramma Economie, Werk en Ontwikkeling
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal, Rhenen, en Renswoude
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Namens onze gemeente zitten wethouders in het bestuur van de GR. Naast WSW-subsidie en een vergoeding voor opdrachten betaalt onze gemeente aan de GR een bijdrage om het subsidietekort per SE deels te compenseren.
7. Financieel belang De eventuele tekorten van de beheer NV worden (naar rato) door de deelnemende partijen aangezuiverd, als de voorzieningen en reserves binnen de NV en/of GR ontoereikend zijn.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 4,8 miljoen (NV) 31-12-2021: € 4,8 miljoen (NV) 31-12-2020: € 6,1 miljoen (NV)
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 1,0 miljoen (NV) 31-12-2021: € 1,0 miljoen (NV) 31-12-2020: € 1,0 miljoen (NV)
10. Financieel resultaat 2022: € - 0,3 miljoen (NV) 2021: € - 1,2 miljoen (NV)* 2020: € 0,1 miljoen (NV)
11. Website www.iw4.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen *In december 2021 is een start gemaakt met de sloop van een deel van het pand aan de Transformator straat. Dit heeft tot gevolg dat € 1.125.000,- is afgeboekt van de waarde en ten laste van het resultaat is gebracht. Hierdoor is het financieel resultaat over 2021 € –1.200.000,-. Het operationeel resultaat is € –700.000,-. Wanneer het nieuwe gebouw in gebruik genomen is, naar verwachting in 2023, zal het resterende deel van het oude pand gesloopt worden en de resterende waarde ad. € 802.000,- ten laste van het resultaat gebracht worden. Tegenover deze boekverliezen staan ook boekwinsten die in 2022 en 2023. Zo wordt de grond voor een deel van het gebouw van Wijkservice aan de gemeente Veenendaal verkocht. Dat resulteert in een boekwinst van € 681.000,-. De resterende grond wordt verkocht of verhuurd. Voor 2022 wordt rekening gehouden met een boekverlies huisvesting € 173.000,- en een negatief eindresultaat van € 337.000,-. Met de nieuwe huisvesting zijn alle maatregelen uit het transitieplan afgerond. De uitvoering van het transitieplan is extern getoetst en de financiële weergave hiervan is valide.

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Naam 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling.
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht, gevestigd te Utrecht, is getroffen ter uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger en Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 2,7 miljoen (o.b.v. begroting) 31-12-2021: € 4,1 miljoen 31-12-2020: € 5,1 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 11,7 miljoen (o.b.v. begroting) 31-12-2021: € 49,3 miljoen 31-12-2020: € 35,5 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 0 2021: € 565.000 € 2020: € 2,26 miljoen
11. Website www.ggdru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen De GGD voert in 2023 haar reguliere taken uit conform gemaakte afspraken. Vanuit de Wet Publieke Gezondheid heeft de GGDrU o.a. de taak infectieziekten te bestrijden. Corona behoort inmiddels tot één van de infectieziekten die de GGD bestrijdt.

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Naam 5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Openbaar Lichaam)
2. Vestigingsplaats Soest
3. Doelstelling en openbaar belang De AVU zorgt onder andere voor de verwerking van het Veenendaalse huishoudelijke afval. De kosten worden één op één doorberekend aan de gemeente en zitten in het tarief van de afvalstoffenheffing.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen 25 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang In het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Utrecht (AVU) zijn de 25 aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht  vertegenwoordigd in het Algemeen- en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling AVU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: nb 31-12-2021: € 0,8 miljoen 31-12-2020: € 0,69 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nb 31-12-2021: € 21,6 miljoen 31-12-2020: € 23,8 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: nb 2021: € 0,1 miljoen 2020: € 0,2 miljoen
11. Website www.avu.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen In 2022 is de AVU gestart met de website https://afvalvanutrecht.nl. Afval van Utrecht is bedoeld voor alle 25 AVU-gemeenten in de provincie Utrecht. Voor de beleidsmakers, de uitvoerders, de afvalverwerkers en natuurlijk de inwoners. Voor iedereen die afval produceert en verwerkt, is Afval van Utrecht dé plek om hands-on informatie te vinden waarmee direct kan worden gewerkt aan de circulaire toekomst van een gemeente. Hieruit voortkomende projecten zullen vanaf 2023 uitgevoerd worden.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

Naam 6. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling.
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De ODRU ondersteunt gemeenten bij het waarborgen en ontwikkelen van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De huidige deelnemers van de ODRU zijn de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 0,8 miljoen (begroting) 31-12-2021: € 1,7 miljoen 31-12-2020: € 1,2 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 2,8 miljoen (begroting) 31-12-2021: € 2,2 miljoen 31-12-2020: € 2,6 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 0,038 miljoen (begroting) 2021: € 0,770 miljoen 2020: € 0,125 miljoen
11. Website www.odru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen - De komst van de omgevingswet maakt het lastig een goed inschatting te maken van de benodigde uren. - Met name de nieuwe bodemtaken (de bodemplustaken) waar de gemeenten bevoegd gezag voor worden en bij de ODRU belegd worden, vormen een financieel risico. We volgen de ontwikkelingen op landelijk niveau. - Het uurtarief voor 2023 is vastgesteld op € 98,50

Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper (BVO)

Naam 7. Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Barneveld
3. Doelstelling en openbaar belang Uitvoering geven aan het Collectieve vraagafhankelijke vervoer, het OV-Vangnet, beleidsvoorbereidingen treffen, contractmanagement uitvoeren en financieel management uitvoeren voor de FoodValley gemeenten en de provincie Gelderland op dit onderdeel.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang Ieder gemeente betaald de eigen deel voor de kosten van de uitvoering en de kosten van het beheer.
8. Eigen Vermogen Geen
9. Vreemd Vermogen Geen
10. Financieel resultaat Het betreft een maatwerkvoorziening dat een openeinde regeling is.
11. Website www.valleihopper.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen In 2023 starten de FoodValley gemeenten met de voorbereiding van de aanbesteding Valleihopper die in 2024 dient gepubliceerd te worden om op 1 januari 2025 nieuwe opdrachtnemers te hebben. Per 3 april 2020 zijn de Gelderse gemeenten gestopt met het OV-Vangnet. De drie Utrechtse gemeenten blijven OV-Vangnet onder de vlag van de provincie Utrecht bij de Valleihopper uitvoeren. Het beheer van het OV-Vangnet doet het beheerbureau vanuit de BVO.

Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

Naam 8. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
1. Rechtsvorm Commanditaire Vennootschap (C.V.) en Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. heeft tot doel het realiseren van een plangebied aan de oostkant van Veenendaal voor circa 4.000 woningen (waarvan ca. 1.000 zijn gerealiseerd in plangebied Dragonder-oost).
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De gemeente Veenendaal en Grondexploitatie Quattro Veenendaal C.V. zijn in 2003 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor het ontwikkelen van dit plangebied, waarbij het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. en Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost Beheer B.V. zijn opgericht. Beide partijen (gemeente Veenendaal en Quattro) hebben een 50% belang.
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA), lid RvC (Raad van Commissarissen)
7. Financieel belang 50% van het aandelenkapitaal B.V.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 5,7 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 5,7 miljoen 31-12-2020: € 3,9 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 43,3 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 43,3 miljoen 31-12-2020: € 52,3 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 1,8 miljoen (prognose) 2021: € 1,8 miljoen 2020: € 0 miljoen
11. Website www.veenendaaloost.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Geen actuele ontwikkelingen.

Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)

Naam 9. Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)
1. Rechtsvorm Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang DEVO is het lokale energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor de exploitatie en het beheer van de duurzame energievoorziening in een deel van Veenendaal-oost (Buurtstede en Veenderij). DEVO draagt bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstelling om met ingang van 2050 energieneutraliteit te realiseren.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is voor 100% aandeelhouder van deze onderneming
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: € - 5,505 miljoen 31-12-2020: € - 5,584 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: € 16.467 miljoen 31-12-2020: € 13.716 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: nnb 2021: € 0,081 miljoen 2020: € - 0,058 miljoen
11. Website www.devo-veenendaal.nl
12. Risicoprofiel Hoog
Ontwikkelingen DEVO B.V. is in 2022 een dochteronderneming geworden van DEVO Holding BV. Ook DEVOG BV, het energiebedrijf voor Groenpoort is onder DEVO Holding gebracht. in 2022 heeft DEVOG het distributienetwerk en het energiehuis aanbesteed. De eindresultaten zijn hier (op het moment dat deze programmabegroting wordt opgesteld) nog niet van bekend. DEVOG heeft een lening bij BNG voor € 10.000.000,- afgesloten, waarvoor de gemeente Veenendaal borg staat. De energiemarkt is vanaf eind 2021 sterk in beweging en bereikt prijsniveaus die ver liggen boven de gangbare jaargemiddelden. Dit heeft grote impact op de inkoopprijs van energie, de tarieven van de consumenten (vanaf 1 januari 2023) en mogelijk ook op het bedrijfsresultaat van DEVO B.V.

Vitens NV

Naam 10. Vitens NV
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Zwolle
3. Doelstelling en openbaar belang Publiek waterbedrijf, belast met de zorg voor de watervoorziening
4. Relatie met beleidsprogramma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 56.404 aandelen (0,975% van het totale aandelenkapitaal)
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 600,3 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 600,3 31-12-2020: € 559,2 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 1.387,8 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 1.387,8 miljoen 31-12-2020: € 1.340,1 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 19,4 miljoen (prognose) 2021: € 19,4 miljoen 2020: € 23,9 miljoen
11. Website www.Vitens.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Vitens werkt hard aan een nieuw watersysteem waarin duurzaam en circulair met zoet water wordt omgegaan (Elke druppel duurzaam). Vanwege de klimaatverandering neemt de druk om hier prioriteit toe te kennen toe. Ook in het droge jaar 2022 moet Vitens alle zeilen bijzetten om voldoende drinkwater te kunnen leveren. In de toekomst zullen opnieuw stevige stappen moeten worden gezet om de leverantie van voldoende zoet water veilig te stellen. De huidige krapte op de arbeidsmarkt en stijging van de prijzen bij de investeringen stellen Vitens voor de nodige uitdagingen. Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening bevestigt de noodzaak voor Vitens om vaart te maken met het uitgebreide investeringsplan. Om de investeringen te kunnen financieren is een goede financiële uitgangspositie nodig zodat kapitaalverstrekkers ook bereid zijn om in Vitens te investeren. Als gevolg hiervan zal naar verwachting de komende jaren weinig ruimte zijn om dividend uit te keren. Alleen zo kan Vitens voldoen aan de eisen voor de solvabiliteit die de banken stellen mede omdat de rijksoverheid maar een beperkte vergoeding over het eigen vermogen toestaat.

Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)

Naam 11. Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Den Haag
3. Doelstelling en openbaar belang Bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De bank levert zo een bijdrage aan de publieke taak.
4. Relatie met beleidsprogramma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is aandeelhouder van de BNG en bezit 0,2% van de aandelen.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 5.062 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 5.062 miljoen 31-12-2020: € 5.097 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € 143.995 miljoen (prognose) 31-12-2021: € 143.995 miljoen 31-12-2020: € 155.262 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 236 miljoen (prognose) 2021: € 236 miljoen 2020: € 221 miljoen
11. Website www.bngbank.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen BNG Bank heeft een nieuwe strategie vastgesteld: “Ons Kompas Naar Impact”. BNG Bank wil zich in de toekomst richten op het vergroten van haar maatschappelijke impact. Zij doet dit door scherper aan te sluiten bij de maatschappelijke vraagstukken en transities waar o.a. de gemeenten voor staan. BNG Bank zet hiervoor haar beschikbare expertise en ervaring in. Denk aan de financiering van bijvoorbeeld DEVO Groenpoort. BNG Bank heeft als doel om voor 2023 de impact van haar klanten 10% te laten toenemen ten opzichte van de nulmeting in 2021. Op zich is dit een ambitieuze doelstelling. BNG Bank vindt het belangrijk om een duidelijk stip voor de toekomst neer te zetten zodat doelgericht gewerkt kan worden. De hoogte van het nettoresultaat voor 2023 is met onzekerheden omgeven. De Bank doet dan ook geen voorspelling voor 2023.

Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Naam 12. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang ACV is een overheids-nv. De missie van ACV is de opdracht gevende gemeenten, bedrijven en particulieren te ontzorgen op het gebied van afval & reiniging en te opereren als de logische, regionale samenwerkingspartner
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Ede, Wageningen, Renkum en Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 24% van de aandelen van de holding
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: nb 31-12-2021: € 13,6 miljoen 31-12-2020: € 11,6 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nb 31-12-2021: € 19,8 miljoen 31-12-2020: € 21,8 miljoen
10. Financieel resultaat 2022: € 1,0 miljoen (begroting) 2021: € 1,9 miljoen 2020: € 0,5 miljoen
11. Website www.acv-groep.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen In 2022 is ACV gestart met het opstellen van de Strategische Agenda 2023-2027. Hiervoor wordt ook input opgehaald bij de stakeholders. De planning is om de Strategische Agenda 2023-2027 in de AVA-vergadering van 2022 vast te stellen. De uitvoering zal vanaf 2023 plaatsvinden.

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Naam 13. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. De Stichting sluit hierbij aan bij de ontwikkeling naar integraal werken binnen de drie sociale domeinen, te weten: jeugd, maatschappelijke ondersteuning en participatie. Zij doet dit uitsluitend in opdracht van de gemeente. Het beleid van de gemeente Veenendaal en het koersplan (2022 en verder) van het CJG zijn richtinggevend voor de prestatieafspraken. De Stichting CJG voert haar opdracht uit voor de gemeente Veenendaal vanuit vier kerntaken, te weten 1. Preventie en vroegsignalering 2. Toegang. 3. Ambulante ondersteuning en 4. Regie. Naast de kerntaken draagt het CJG bij aan diverse projecten en samenwerking met partners, evenals inzet om de beheersmaatregelen Jeugd uit te voeren, en afstemming hiertoe.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen nvt
6. Bestuurlijk belang Het college - stelt de jaarlijkse bijdrage vast op basis van de prestatieafspraken - benoemt
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage. De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de gemeente
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € 0 31-12-2021: € 0 31-12-2020: € 0 Op basis van de statuten is het niet toegestaan vermogen te vormen. In 2022 is er een egalisatiereserve ingesteld bij het CJG.
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: € 930.768 31-12-2020: € 983.504
10. Financieel resultaat 2022: € 0 2021: € 0 2020: € 0
11. Website www.cjgveenendaal.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen a) Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming De komende jaren wordt landelijk gewerkt aan een nieuw toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, waar al voorbereidend aan is gewerkt. Het toekomstscenario biedt perspectief over hoe de jeugdbeschermingsketen er slimmer en effectiever uit kan zien waarbij het belang van het kind en het gezin centraal staat. Het CJG streeft zoveel als mogelijk naar continuïteit. Ook binnen de gemeente Veenendaal wordt hier actief beleid op ontwikkeld in samenspraak met het CJG en is er een projectgroep samengesteld waar het CJG aan deelneemt. b) Het CJG draagt actief bij aan de-medicaliseren en normaliseren middels deelname aan het maatschappelijk debat, door lichte hulpvragen anders en lichter te behandelen, door uit te gaan van eigen kracht en betrekken van het netwerk van jeugdigen zodat jeugdhulp beschikbaar blijft voor jeugdigen die het hardst nodig hebben. c) Ontwikkelingen Hervormingsagenda De Hervormingsagenda waarin het Rijk en Gemeenten afspraken maken over hervorming van het Jeugdbeleid zal naar verwachting in november 2022 tot een conclusie komen. De verwachting is dat dit impactvolle gevolgen zal hebben voor o.a. het CJG. We verwachten in 2023 een analyse te maken naar hoe het CJG zich hiertoe verhoudt.

Stichting Ontmoetingshuis

Naam 14. Stichting Ontmoetingshuis
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk beheren, kostendekkend exploiteren en doen exploiteren van het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost, al dan niet tezamen met andere door de Gemeente Veenendaal aan te wijzen partijen en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De stichting mag niet al dan niet commerciële activiteiten verrichten of laten verrichten buiten de doelstelling, locatie en andere samenwerkingsvormen.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College - Goedkeuring en ontslag bestuur - Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.) - Inzage en aanwijzingen financieel beheer.
7. Financieel belang Het college compenseert een negatieve exploitatie indien deze niet uit de reserve gehaald kan worden. Eventuele overschotten vallen ten gunste van de reserves.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: nnb 31-12-2020: € 497.568
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: nnb 31-12-2020: € 631.450
10. Financieel resultaat 2022: nnb 2021: € - 104.753 (begroot) 2020: € - 112.574
11. Website www.ontmoetingshuis.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost is in gebruik als multifunctioneel complex ten behoeve van basisonderwijs, kinderopvang en maatschappelijke voorzieningen zoals sport en welzijn.

Stichting Veens Welzijn

Naam 15 .Stichting Veens Welzijn
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de stichting is samen te werken met in het bijzonder partijen in de sociale basis om zo vorm te geven aan het realiseren van maatschappelijke doelen in welzijn ten behoeve van de organisatie van laagdrempelige algemene voorzieningen en het ontwikkelen, initiëren en organiseren van nieuwe initiatieven op het gebied van welzijn, mede door samenwerking met zorgpartners en vrijwilligersorganisaties en door koppelingen te maken tussen bedrijven en organisaties of personen uit de gemeente Veenendaal met een ondersteuningsvraag.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen Nvt
6. Bestuurlijk belang Het college stelt via de kaderovereenkomst en het jaarplan een jaarlijkse bijdrage vast. De leden van de Raad van Toezicht worden door het College benoemd.
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage. De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de gemeente.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: € xxx 31-12-2021: € 0 31-12-2020: € 0
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: € xxx 31-12-2021: € 725.277 31-12-2020: € 0
10. Financieel resultaat 2022: € xxx 2021: € 337.909 2020: € 0
11. Website www.veens-welzijn.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Stichting Veens Welzijn is een jonge organisatie. In 2021 en 2022 is veel geïnvesteerd in verbinding maken en samenwerking opzoeken met vele (vrijwilligers)organisaties in Veenendaal. Er zijn verschillende initiatieven genomen om de sociale basis verder te versterken. In 2023 e.v. gaat de Stichting hier nog verder in ontwikkelen. Hiervoor worden ook extra middelen gevraagd zodat zij invulling kunnen geven aan de verdere uitwerking van Model Veenendaal en het preventieve veld te verstevigen. Om dit te kunnen uitvoeren is budget en capaciteit nodig bij Stichting Veens Welzijn.

Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)

Naam 16. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)
1. Rechtsvorm Vereniging / Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars” en “het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. VVE Tricotage Stichting (VVE) Arie van Hensbergen
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College - Goedkeuring en ontslag bestuur - Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.) - Inzage en aanwijzingen administratie
7. Financieel belang Vaste gemeenschappelijke bijdrage. Compensatie verliezen en investeringen.
8. Eigen Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: € 3.086 31-12-2020: € - 13.163
9. Vreemd Vermogen 31-12-2022: nnb 31-12-2021: - 31-12-2020: -
10. Financieel resultaat 2022: nnb 2021: € 3.086 2020: € - 13.163
11. Website Nvt
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Verenigingen van Eigenaars (VvE) waarbij de parkeergarages deel uitmaken van deze VvE's.

F. Grondbeleid

Grondbeleid

Het grondbeleid is vastgelegd in de Nota grondbeleid 2020 - 2024. Met de nota wordt richting gegeven aan hoe de gemeente handelt in de grondmarkt met diverse beschikbare juridische en financiële instrumenten (zoals bijvoorbeeld de grondexploitatiewet). De diverse instrumenten worden gebruikt om bestuurlijke doelstellingen in de ruimtelijke ordening vorm te geven.

Algemene ontwikkelingen
Er blijft spanning op de woningmarkt. Diverse publicaties geven aan dat de woningmarkt nog krap is, en nog een aantal jaren krap zal blijven. Landelijk blijft de benodigde nieuwbouw achter bij de vraag naar woningen. De huidige hoge inflatie zorgt echter voor veel onzekerheden. Bijvoorbeeld voor de bouwkosten wat tot uitstel van bouwactiviteiten kan leiden. Daarnaast zorgt een stijgende hypotheekrente voor hogere woonlasten. Deze omstandigheden zorgen ervoor dat het toevoegen van voldoende nieuwbouwwoningen om aan de vraag naar woningen te kunnen voldoen uitdagend zal blijven.   

In de afgelopen jaren is gebleken hoe belangrijk het is bij woningbouw om toekomstige bewoners en omwonenden te betrekken bij nieuwe plannen. De gemeente stimuleert ontwikkelaars voor het toepassen van co-creatie met omwonenden. Participatietrajecten zijn inmiddels vanzelfsprekend bij nieuwe ontwikkelingen. De mate van participatie zal echter altijd maatwerk blijven.  

Duurzaamheid is eveneens een ‘vanzelfsprekend onderwerp’ bij gebiedsontwikkeling. De wettelijke normen worden strenger, maar belangrijker, de mogelijkheden worden ook steeds groter. Inmiddels moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Met het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving 2022' zijn de eisen verscherpt. Hiermee wordt de gehele sector gedwongen in 2023 creatief te zijn in de duurzame ambities.  

De invoering van de Omgevingswet wordt verwacht op 1 januari 2023, inclusief de Aanvullingswet grondeigendom. Deze wet bevat regels over het ingrijpen door de overheid in het eigendom van de grond met aangepaste instrumenten voor voorkeursrecht, onteigening, herverkaveling en kavelruil. Ook komt er een vereenvoudigde regeling voor het kostenverhaal in de Omgevingswet. Dit vormt mogelijkheden als de overheid (bovenwijkse) kosten maakt bij de ontwikkeling van een initiatief van inwoners of bedrijven. Het verhalen van bovenwijkse kosten is vastgelegd voor Veenendaal met de vastgestelde Nota bovenwijkse voorzieningen 2020. 

Visie op grondbeleid
Ruimtelijke ontwikkelingen binnen een gemeente zijn zo divers dat een algemene keuze voor óf facilitair óf actief grondbeleid niet volstaat. Bij projecten wordt scherp gekeken in hoeverre deze bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat Veenendaal het grondbeleid situationeel vormgeeft: niet per definitie actief of passief, maar per situatie wordt maatwerk geboden. In de Nota Grondbeleid 2020-2024 is een afwegingskader opgenomen om de mate van activiteit (van passief tot actief) te bepalen. Afhankelijk van de situatie en het belang van het doel of de prioriteit ervan voor de gemeente wordt de mate van activiteit bepaald. Via het projectenboek zal jaarlijks de strategie op hoofdlijnen door de raad worden vastgesteld.  

Uitvoering van grondbeleid
De Omgevingsvisie en de Woonvisie zijn richtinggevend voor de uitvoering van het grondbeleid. De Omgevingsvisie is het integrale strategische beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving. Het geeft de Veense visie weer op thema’s als: bouwen en wonen; groen, natuur en water; mobiliteit en infrastructuur; milieu; economie en recreatie; cultuur en cultuurhistorie; openbare orde en veiligheid; volksgezondheid, welzijn en duurzaamheid. Het gaat niet alleen over de inrichting van onze gemeente, maar ook over hoe we de ruimte met z’n allen gebruiken.  

De Woonvisie 2022-2025 beschrijft hoe Veenendaal wil inspelen op de juiste (toekomstige) toevoegingen aan de woningvoorraad. Specifiek is er aandacht voor de verschillende doelgroepen als jongeren, starters, gezinnen, senioren en overige bijzonder doelgroepen. Met name het beschikbaar maken van voldoende betaalbare, evenals levensloop- en zorggeschikte woningen zijn belangrijke gemeentelijke speerpunten. Een instrument om ervoor te zorgen dat gemiddeld 30% sociale woningbouw en 7% goedkope woningen wordt gerealiseerd is het nieuw op te zetten “Vereveningsfonds Sociale woningbouw”.


Voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds, naar  rato van de voortgang van de grondexploitatie, winst worden genomen. Dit wordt conform de  richtlijnen uit Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) van het BBV toegepast  voor de winstgevende grondexploitaties.

Risicoreserve grondbeleid 
In de Nota Grondbeleid 2020 - 2024 is opgenomen dat er jaarlijks een geheime risicoanalyse wordt opgesteld door een extern bureau, waarin per project en op portefeuilleniveau het risicoprofiel wordt geschetst. Deze risicoanalyse omvat de grondexploitaties en grotere facilitaire projecten, de zogenaamde Meerjarige projectbegrotingen. Voor de grondexploitaties betreft dit de project- en projectoverstijgende risico's. De gemeente maakt de risico's niet alleen inzichtelijk, maar zorgt met risicomanagement voor beheersing van de risico's en treft de nodige beheersmaatregelen. De risico's worden primair afgedekt met de risicoreserve grondexploitaties.   

G. Lokale heffingen

Lokale heffingen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding van de opbrengst gebonden is (bestemmingsheffingen) en heffingen waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. Ongebonden lokale heffingen zoals de OZB en de hondenbelasting rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij inhoudelijk niet aan begrotingsprogramma’s zijn gerelateerd en de opbrengst vrij kan worden besteed. Gebonden heffingen zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. De raad stelt jaarlijks de tarieven voor het komende jaar vast.

Het gemeentelijke belastinggebied is wettelijk begrensd. De regelingen, waarin is bepaald welke belastingen en rechten de gemeenten mogen heffen, schrijven voor hoe de gemeenten die heffingen moeten inrichten. Zo mag bijvoorbeeld het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige en is het niet toegestaan om met rechten winst te maken.

In deze paragraaf komen de belangrijkste gemeentelijke heffingen aan de orde. Daarnaast maken het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid onderdeel uit van deze paragraaf.

Beleidsuitgangspunten

Indexatie 2023

De gemeentelijke heffingen zijn in deze programmabegroting trendmatig met 5,8% verhoogd. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en kosten van lijkbezorging zijn daarvan uitgezonderd. Deze tarieven zijn in afzonderlijke beleidsdocumenten vastgesteld. Hiervoor geldt als uitgangspunt een maximale kostendekkendheid van 100%. 

Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Ons bestendig beleid is dat mutaties als gevolg van een hertaxatie van de waarde van de onroerende zaken geen gevolgen mag hebben voor de belastingopbrengsten (sinds invoering van de Wet WOZ in 1995). Een waardestijging van de onroerende zaken binnen onze gemeente heeft zich in het verleden dan ook altijd vertaald in een evenredige tariefsdaling (en vice versa).

Rioolheffingen
Het tarief voor de rioolheffing is in de raad van 25 november 2021 vastgesteld in het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2026 (OPOR) voorgesteld. Bestendig beleid is een kostendekkende rioolheffing waarvan 50% van de kosten wordt verhaald via het aansluitrecht en 50% via het afvoerrecht. Afwijkingen op het OPOR zijn het gevolg van de maximale kostendekkendheid van 100%.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt van het huidige beleid is erop gericht 100% van de inzamelings- en verwerkingskosten van het afval in de tarieven te verdisconteren. Per 1 januari 2016 is de gemeente overgeschakeld naar Diftar op basis van volume-frequentie.

Hondenbelasting
Er wordt voor het houden van een hond een tarief in rekening gebracht. Indien er sprake is van meer dan 1 hond geldt een hoger tarief voor deze meerdere honden. Tevens is er sprake van een kennel tarief.

Leges
De leges worden in verschillende groepen gepresenteerd. De leges worden als inkomsten op de taakvelden waar ze betrekking op hebben verantwoord. De meest omvangrijke post in de leges betreft de leges omgevingsvergunning bouwen. Bij het opmaken van de begroting 2023 is het Rijk voornemens om de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouwen per 1 januari 2023 in te voeren. Medio november 2022 zal duidelijk worden of de invoerdatum 1 januari 2023 blijft. Het is de verwachting dat de legesopbrengsten bij de invoering fors zullen dalen. Hierover bent u in 2022 geïnformeerd.

Precariobelasting overige
Deze precariobelasting is een heffing voor gebruik van de gemeentegronden. Deze precariobelasting wordt geheven indien er sprake is van opslag bouwmaterialen, stalling van voertuigen, terrassen en uitstallingen. Tarieven zijn per m2 en/of per jaar.

Reclamebelasting
Reclamebelasting is een belasting op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, bijvoorbeeld logo's, stickers, gevelreclame, lichtbakken en uithangborden. Ondernemers op alle bedrijventerreinen in Veenendaal betalen reclameheffing aan de gemeente. De opbrengst (na verrekening van de perceptiekosten) wordt naar rato verdeeld over de coöperatieve verenigingen Bedrijventerreinen. Kwijtschelding voor reclamebelasting is niet mogelijk.

Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal
In september 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van de aangepaste verordeningen voor de Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Winkelstad Veenendaal. De BIZ Winkelstad Veenendaal is van toepassing in het zogenoemde Kernwinkelgebied en omgeving en beoogd gezamenlijke investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving te financieren. De BIZ is een bestemmingsheffing die eigenaren en gebruikers betalen. Onder verrekening van de perceptiekosten wordt de bate uitbetaald aan de stichting BIZ Winkelstad Veenendaal. Er is sprake van tariefdifferentiatie (onderstaand toegelicht).

Toeristenbelasting
Niet-inwoners van de gemeente, die betaald overnachten in Veenendaal, betalen toeristenbelasting. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Parkeerbelasting
Op basis van artikel 225 Gemeentewet heft de gemeente in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen. Er worden twee belastingen geheven:
•    De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst.
•    De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.

De gemeente kan hiermee op efficiënte en financieel verantwoorde wijze het parkeerbeleid realiseren.

Tarieven gemeentelijke heffingen

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Wij voeren voor de OZB een trendmatige verhoging van 5,8% door. Alle onroerende zaken in Veenendaal worden gedurende 2022 opnieuw gewaardeerd naar peildatum 1 januari 2022. De nieuwe waarde geldt voor het belastingjaar 2023. De waardeontwikkelingen van de woningen in onze gemeente is tussen de peildatum 1 januari 2021 en 1 januari 2022 ingeschat op een stijging van 20,0%. De inschatting van de waardestijging van de niet-woningen in dezelfde periode is -1,7%. Mogelijk leidt voortschrijdend inzicht van de uitgevoerde taxaties nog tot verandering en aanpassing van de tarieven. 
De waardestijging/-daling neutraliseren we in de tarieven, zodat we de totaalopbrengst halen conform de trendmatige stijging als hierboven benoemd. Dit betekent voor de tarieven de onderstaande extra aanpassing naast de trendmatige verhoging. Voor de WOZ waardebepaling geldt vanaf 2022 de verplichting om deze te baseren op vierkante meters. 
Op basis van de inzichten in de taxaties op het moment van opstellen van deze programmabegroting zijn de tarieven voor 2023 als volgt:

Overzicht tarieven OZB
Tarief 2022 Tarief 2023 (5,8% trend) Tarief 2023 na compensatie
Tarief woning eigenaar 0,0915% 0,0968% 0,0807%
Tarief niet-woning eigenaar 0,2509% 0,2655% 0,2700%
Tarief niet-woning gebruiker 0,2005% 0,2121% 0,2158%

Rioolheffing
Met de rioolheffing worden kosten verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van grond- en of hemelwater. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen aansluitrechten, die doorgaans worden geheven van de eigenaren van de aangesloten eigendommen en afvoerrechten, die uitsluitend kunnen worden geheven van de gebruikers van die eigendommen.
In het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2026 (OPOR) dat is vastgesteld op 25 november 2021 is de ambitie vastgelegd om de tarieven van rioolheffing zo laag mogelijk te houden. Voor 2023 worden de tarieven geïndexeerd conform het voorstel in de raadsbrief met 5,8% waarmee de kostendekkendheid van 100% wordt gehandhaafd.

Tarieven rioolheffing
2020 2021 2022 2023
tarief gebruiker woning € 31,20 € 31,68 € 32,16 € 34,08
tarief eigenaar woning € 62,40 € 63,36 € 64,32 € 68,04
tarief gebruiker niet-woning € 312,00 € 316,68 € 321,48 € 340,08

Afvalstoffenheffing
Het huishoudelijk afval wordt verwerkt via Afvalverwijdering Utrecht (AVU). De AVU is een gemeenschappelijke regeling van alle Utrechtse gemeenten. De afvalinzameling wordt gedaan door ACV, een NV van de gemeenten Ede, Wageningen, Renkum, Renswoude en Veenendaal. De tarieven voor 2023 zijn gebaseerd op het in 2016 ingevoerde systeem van betalen per keer voor restafval (Diftar) ter bevordering van hergebruik van grondstoffen. In september besloot de raad over het beleidsplan huishoudelijk afval 2022-2025. De gevolgen van de hierin voorgestelde wijzigingen zijn opgenomen.
Voor 2023 zijn zowel de variabele tarieven voor de afvalstoffenheffing (tarief per aanbieding) als het basisbedrag met 5,8% geïndexeerd. Door de hogere indexatie die de gemeente hanteert ten opzichte van leveranciers is als gevolg van de maximale kostendekkendheid van 100% een tariefcorrectie van € 2,70 nodig. We houden rekening met een lichte daling van de vergoedingen voor de afvalstromen. We voorzien een stijging van de kosten van kwijtschelding. In 2022 hebben we het vaste tarief met 10 euro verlaagd en hiervoor dekking uit de reserve Afval aangewend. Ook in 2023 wordt een substantieel bedrag vanuit de reserve Afval aangewend om tariefegalisatie te realiseren. Onderstaand treft u een cijfermatige toelichting van de tariefontwikkeling 2022-2023.
Het vaste tarief van 2023 komt uit op € 250,00. In onderstaande tabel treft u de opbouw van het tarief. 

Berekening Tarief Afvalstoffenheffing 2023
Basisbedrag 2022 € 245,00
In 2022 niet in tarief opgenomen € 10,00
Indexatie 5,8 % 14,21
Autonome aanpassing op vaststaande prijsontwikkeling -2,70
Tarief 2023 zonder egalisatie € 266,51
Inzet reserve voor egalisatie -/-16,51
Tarief 2023 € 250,00

Onderstaand treft u een specificatie van de tarieven van de afgelopen jaren. 
De kosten voor ledigingen en stortingen worden alleen geïndexeerd. Veenendaal komt daarmee in 2023 uit op gemiddeld € 309 voor een huishouden inclusief het variabele deel op basis van 8 ledigingen van een grote container. 

Tarieven afvalstoffenheffing 2023
2020 2021 2022 2023
Basis tarief containers € 191,58 € 233,56 € 245,00 € 250,00
Per aanbieding 240 liter € 8,36 € 8,49 € 8,61 € 9,11
Per aanbieding 140 liter € 4,92 € 4,99 € 5,07 € 5,36
Hoogbouw
Per aanbieding van 60 liter € 1,05 € 1,07 € 1,09 € 1,15
Per aanbieding van 30 liter € 2,11 € 2,14 € 2,17 € 2,30

Hondenbelasting
Wij hebben voor de hondenbelasting een trendmatige verhoging van 5,8% opgenomen. De tarieven voor 2023 zijn als volgt.

Tarieven Hondenbelasting
2020 2021 2022 2023
Tarief eerste hond € 89,40 € 90,72 € 92,04 € 97,32
Tarief tweede en volgende hond, per hond € 130,56 € 132,48 € 134,52 € 142,32
Tarief kennel € 230,88 € 234,36 € 237,84 € 251,64

Leges
De gemeente brengt voor producten van burgerzaken en vergunningen leges in rekening bij de aanvrager. In deze programmabegroting wordt hierop een trendmatige verhoging doorgevoerd van 5,8%. Randvoorwaarde daarbij is dat de legesopbrengsten maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. U bent geïnformeerd over de komst van de Omgevingswet en de bij behorende Wet kwaliteitstoezicht Bouwen. De invoering hiervan is nu beoogd per 1 januari 2023 en gaat gepaard met een daling van de opbrengst van leges. De VNG heeft in 2022 geadviseerd om de benodigde aanpassingen voor de invoering in 2023 in de verordeningen te verwerken middels een gewijzigde model-legesverordening in 2023. In de raadsvergadering van december zal, afhankelijk van de invoering van de Omgevingswet, de definitieve legesverordening worden aangeboden. 

Precariobelastingen
Voor precariobelastingen is een trendmatige verhoging van 5,8% opgenomen. De precariobelasting op kabels en leidingen is wettelijk met ingang van 2022 vervallen. De precariobelasting die van toepassing is op bijvoorbeeld terrassen is aangepast.

Reclamebelasting
In deze programmabegroting hebben wij voor de reclamebelasting in overleg met de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal een verhoging van 5,8 % opgenomen. De reclamebelasting heeft alleen betrekking op de bedrijventerreinen. 

Tarieven Reclamebelasting
2022 2023
tot 0,5 m2 € 293,00 € 310,00
van 0,5 tot 5 m2 € 585,00 € 619,00
van 5 tot 20 m2 € 877,00 € 928,00
van 20 tot 50 m2 € 1.115,00 € 1.180,00
van 50 tot 100 m2 € 1.201,00 € 1.271,00
vanaf en meer dan 100 m2 € 1.287,00 € 1.362,00

BIZ-heffing
In de vergadering van uw raad op 15 september 2022 is de vernieuwde BIZ verordening vastgesteld. In de verordening is de indexatie en de tarieven van de komende 5 jaar opgenomen. Deze zijn als volgt vastgesteld:

Tarieven BIZ-heffing
2023 2024 2025 2026 2027
Voor gebruikers in onoverdekt gebied € 711,70 € 747,29 € 784,65 € 823,88 € 865,08
Voor gebruikers in overdekte gebieden € 355,30 € 373,07 € 391,72 € 411,30 € 431,87
Voor eigenaren in onoverdekt gebied € 413,60 € 434,28 € 455,99 € 478,79 € 502,73
Voor eigenaren in overdekte gebieden € 236,50 € 248,33 € 260,74 € 273,78 € 287,47
Voor gebruikers in onoverdekt gebied aangegeven op kaart in Bijlage 2 € 355,30 € 373,07 € 391,72 € 411,30 € 431,87
Voor eigenaren in overdekte gebieden aangegeven op kaart in Bijlage 2 € 236,50 € 248,33 € 260,74 € 273,78 € 287,47

Toeristenbelasting
In deze programmabegroting 2023 hebben wij voor de toeristenbelasting eveneens een trendmatige verhoging van 5,8 % opgenomen. Het tarief wordt € 1,18 per overnachting. Toeristenbelasting wordt geheven voor betaalde overnachtingen door niet-ingezetenen.

Parkeerbelasting
De gemeenteraad heeft in de vergadering van 15 september 2022 de parkeertarieven van 2023 vastgesteld.

Tarieven Begraven en Rouwcentrum Munnikenhof
De tarieven voor begraven en het Rouwcentrum Munnikenhof mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Met het oog op deze maximale kostendekkendheid blijven de tarieven ongewijzigd ten opzichte van 2022. 

Overzicht inkomsten lokale heffingen
Onderstaand een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste gemeentelijke belastingen. 

Opbrengsten belangrijkste heffingen ( x € 1.000)
Jaarrekening 2020 Jaarrekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Onroerendezaakbelasting 13.781 14.329 14.663 15.514
Rioolheffingen 3.288 3.354 3.437 3.522
Afvalstoffenheffing 6.797 7.780 7.940 8.560
Hondenbelasting 393 404 398 421
Leges omgevingsvergunning 2.545 2.429 1.801 1.679
Precariobelasting (incl. overige) 87 970 95 100
Reclamebelasting 507 503 550 582
Parkeergelden 1.718 1.651 2.247 2.665
Toeristenbelasting 65 155 110 110
BIZ ontvangsten 267 143 266 270

Overzicht belangrijkste tarieven 

Tarieven belangrijkste heffingen
Soort heffing Tarief 2020 Tarief 2021 Tarief 2022 Tarief 2023
OZB
Gebruikersbelasting:
Niet-woning 0,1985% 0,1995% 0,2005% 0,2158%
Eigenarenbelasting:
Woning 0,1045% 0,0992% 0,0915% 0,0807%
Niet-woning 0,2485% 0,2497% 0,2509% 0,2700%
Afvalstoffenheffing
Basistarief 191,58 223,56 245,00 250,00
Per aanbieding 240 liter 8,36 8,49 8,61 9,11
Per aanbieding 140 liter 4,92 4,99 5,07 5,36
Hoogbouw
Storting 30 liter 1,05 1,07 1,09 1,15
Storting 60 liter 2,11 2,14 2,17 2,3
Hondenbelasting
Tarief 1e hond 89,40 90,72 92,04 97,32
Tarief 2e hond 130,56 132,48 134,52 142,32
Tarief kennel 230,88 234,36 237,84 251,64
Rioolheffing
Aansluitrecht woning eigenaar 62,40 63,36 64,32 68,04
Afvoerrecht woning gebruiker 31,20 31,68 32,16 34,08
Afvoerrecht niet-woning gebruiker 312,00 316,68 321,48 340,08

Vergelijking woonlasten met andere gemeenten
Jaarlijks brengt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) een atlas uit waarin de lokale lasten van de belastingen van gemeenten, provincies en waterschappen zijn opgenomen. Zo heeft Coelo onder andere een tabel opgenomen “Woonlasten per gemeente”. In deze tabel zijn ca 350 gemeenten opgenomen. De woonlasten die Coelo vergelijkt, bestaan uit OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze zijn gebaseerd op een woning met een gemiddelde waarde; na aftrek van eventuele heffingskorting.

Om u een beeld te geven van Veenendaal in relatie tot andere gemeenten hebben wij onderstaande tabel opgenomen. Gemeente Veenendaal is voor 2022 in de Coelo berekeningen uitgekomen op 744 euro. De top tien met de laagste woonlasten ziet er als volgt uit. Ter vergelijking: in de gemeente met de hoogste woonlasten bedragen de lasten voor een meerpersoonshuishouden € 1.736. Het landelijke gemiddelde bedroeg in 2022 € 904. Voor een uitgebreide woonlastenvergelijking verwijzen wij naar www.coelo.nl.

Laagste gemeentelijke woonlasten
Gemeente Woonlasten 2023
1 Rijssen-Holten 667
2 Aalten 668
3 Ameland 673
4 Nijkerk 679
5 Gilze en Rijen 683
6 Tilburg 687
7 ‘s-Hertogenbosch 690
8 Alkmaar 709
9 Capelle aan den IJssel 720
10 Harlingen 723

Gemeentelijke belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het is verplicht hiervan een kengetal op te nemen in de begroting. Dit kengetal is gebaseerd op de COELO rapportage 2022 en (de berekening hiervan) staat hieronder vermeld.  

Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in %
Voor de begroting 2023
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ waarde * 268
Rioolheffing voor gezin 102
Afvalstoffenheffing voor gezin ** 309
Heffingskorting 0
Totale Woonlasten voor gezin 679
Woonlasten landelijk gemiddelde gezin in voorgaand boekjaar *** 904
Gemeentelijke belastingcapaciteit: € 679 / € 904 = 75%
Kengetallen Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Belastingcapaciteit 83% 82% 75%
* Betreft de gemiddelde WOZ 2022 incl. verwachtte waarde ontwikkeling
** Hierbij is rekening gehouden met 8 aanbiedingen per jaar
*** Coelo Atlas 2022

Kostendekking gemeentelijke heffingen
Voor onderstaande leges en rechten geldt, op basis van artikel 229b van de Gemeentewet, dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten, met andere woorden de tarieven mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Het betreft  in de gemeente Veenendaal de afvalstoffenheffing,  rioolheffingen, leges en de lijkbezorgingsrechten.

 

Afvalstoffenheffing
Onderdeel Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing
Begroting 2022 Begroting 2023
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -7.786.849 -7.930.411
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 964.169 1.021.879
Onttrekking reserve t/m 2022 464.265 467.039
Netto kosten taakveld -6.358.415 -6.441.493
Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding -397.198 -450.000
Overhead incl. (omslag)rente -257.909 -136.482
BTW -1.237.719 -1.532.055
Totale kosten -8.251.241 -8.560.030
Opbrengst heffingen 8.251.241 8.560.030
Dekkingspercentage 100% 100%
Rioolheffingen
Onderdeel Rioolheffing Rioolheffing
Begroting 2023 Begroting 2023
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -2.414.007 -2.450.791
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen
Netto kosten taakveld -2.414.007 -2.450.791
Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding -50.000 -50.000
Formatieve inzet incl. Overhead -346.891 -370.369
Dotatie aan de voorziening -381.511 -403.233
BTW -244.681 -247.830
Totale kosten -3.437.090 -3.522.223
Opbrengst heffingen 3.437.090 3.522.223
Dekkingspercentage 100% 100%
Lijkbezorgingsrechten
Onderdeel Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten
Begroting 2022 Begroting 2023
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -746.531 -812.355
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 0 0
Netto kosten taakveld -746.531 -812.355
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -142.450 -71.835
Storting onderhoudsvoorziening -1.070 -1.140
BTW
Totale kosten -890.050 -885.330
Opbrengst heffingen 790.226 842.560
Dekkingspercentage 89% 95%
Leges
Leges 2022 Leges 2023
Onderdeel Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Titel 1 Algemene dienstverlening Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -1.069.320 -1.414.380 -158.875 -942.394 -1.496.668 -165.426
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen - - - - - -
Netto kosten taakveld -1.069.320 -1.414.380 -158.875 -942.394 -1.496.668 -165.426
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -262.943 -540.302 -67.743 -277.142 -569.478 -71.401
BTW
Totale kosten -1.332.263 -1.954.682 -226.618 -1.219.536 -2.066.146 -236.827
Opbrengst heffingen 1.094.777 1.688.233 34.737 868.560 1.743.770 36.784
Dekkingspercentage 82% 86% 15% 71% 84% 16%

Invordering
Het invorderingsbeleid heeft betrekking op het innen van de lokale heffingen. In 2009 hebben wij hiervoor een Leidraad invordering vastgesteld. Binnen de gemeente Veenendaal bestaan er momenteel 3 betaalwijzen:
•    Betaling door middel van automatische incasso in 10 gelijke termijnen;
•    Betaling in maximaal drie gelijke termijnen;
•    Betaling ineens.
Wanneer (een gedeelte van) de belastingaanslag niet is betaald, wordt na het verstrijken van de laatste vervaltermijn een aanmaning verstuurd aan de belastingplichtige. Wanneer ook hier niet op wordt betaald, volgt een dwangbevel. Als gevolg van de Covid-19 heeft de gemeente Veenendaal in 2020 en 2021 een andere, langere betaalregeling gehanteerd. 

Kwijtschelding
De mogelijkheid voor de gemeente om kwijtschelding van belastingen te verlenen is geregeld in artikel 255 van de Gemeentewet. Hoofdregel daarbij is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen, zoals geregeld in de Uitvoeringsregeling. Indien de gemeente niets regelt, geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor de gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding is ook van toepassing op natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen.

Binnen het overheidsprogramma “administratieve lasten burgers” is het project Automatische kwijtschelding gemeentelijke belastingen geïntroduceerd. Deze geautomatiseerde toetsing van het recht op kwijtschelding beoogt de administratieve lasten voor de burger en de gemeente te verlagen, de afhandelingstermijnen van de kwijtscheldingsverzoeken te verkorten en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen te bevorderen. Ter ondersteuning van de gemeenten hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG een Inlichtingenbureau (IB) opgericht. Dit bureau toetst voor de gemeente of een burger voor automatische kwijtschelding in aanmerking komt. Veenendaal maakt hiervan sinds 2010 gebruik.

Een deel van de kwijtscheldingsgerechtigden blijkt meerdere opeenvolgende jaren in aanmerking te komen voor deze regeling. Jaarlijks wordt geautomatiseerd onderzocht of zij automatisch kwijtschelding kunnen krijgen. Het IB wisselt daarvoor gegevens uit met gemeentelijke belastingdiensten, het UWV, de Belastingdienst en de RDW. Op basis hiervan schat het IB of de betalingscapaciteit van een huishouden sinds een eerdere individuele toets is veranderd. Is dit niet het geval, dan kan automatisch kwijtschelding worden verleend. Is dit wel het geval, dan wordt geen automatische kwijtschelding verleend. Deze burger wordt er wel op geattendeerd dat een individuele aanvraag kan worden ingediend. Omdat deze individuele toets rekening houdt met meerdere aspecten, zoals de hoogte van de premie ziektekosten, alimentatie, huur, andere belastingaanslagen e.d., kan in veel gevallen alsnog kwijtschelding worden verleend.

De afgelopen jaren is een stijging van de aantallen kwijtscheldingen zichtbaar. Deze toename vertaalt zich direct naar hogere lasten. Kwijtschelding wordt verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De toegenomen lasten worden in deze gesloten systemen opgenomen en werken door in de tariefstijging van deze heffingen.

Als gevolg van de implementatie van een nieuw systeem zijn de gegevens 2021 bij het opmaken van de begroting nog niet beschikbaar.

Kwijtscheldingen
Belastingjaar Toetsing IB Toetsing gemeente Toekenningen geheel/gedeeltelijk Afwijzingen % toegekend Bedrag in €
2014 1.418 707 1.390 735 65 469.287
2015 1.681 780 1.502 959 61 489.650
2016 1.791 950 1.650 1.091 60 347.833
2017 2.227 1.032 1.806 1.453 55 295.733
2018 2.233 916 1.573 1.510 50 428.959
2019 2.271 791 1.608 1.519 53 434.088
2020 2.541 865 1.715 1.691 50 467.751
2021 nnb nnb nnb nnb nnb 532.148
2022 nnb nnb nnb nnb nnb nnb
Overzicht beleidsvoornemens Jaartal
Trendmatige verhoging gemeentelijke tarieven met 5,8% 2023
Wettelijk verbod precarioheffing kabels en leidingen 2021
Invoering Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouwen 2023