PROGRAMMA 3 – SOCIALE LEEFOMGEVING

Thema I – Inkomen

Wat willen we bereiken?

I.a. Onrechtmatig gebruik van ondersteuning in het sociaal domein voorkomen we of sporen we op en pakken we aan (MD10, IBK BE28).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.b. Financiële kaders vormen geen belemmering voor integraal werken (MD 10, IBK BE27).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en regulier budget.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en inzet regulier budget minimabeleid en participatiebeleid.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.d. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en inzet regulier budget.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.e. De ondersteuning is gericht op een duurzaam effect (MD04, IBK BE12).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en inzet regulier budget.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.f. In 2021 is sprake van een uniforme werkwijze van de eerste uitvraag bij alle loketten sociaal domein MD07, IBK BE21).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

I.g. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD8, IBK BE22).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren.

Wat gaan we daarvoor doen?

I.h. De deskundigheidsbevordering tussen uitvoerende partijen in het sociaal domein is gefaciliteerd (MD9, IBK BE23).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en regulier budget.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Het thema Inkomen heeft onder andere betrekking op:
• Inkomensvoorziening Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
• Armoedebeleid
• Bijzondere bijstand
• Minimaregelingen
• Schulddienstverlening en – preventie
• Individuele Studietoeslag
• Individuele Inkomenstoeslag

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
6.3 Inkomens-regelingen Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Het percentage kinderen tot 18 jaar dat in een gezin leeft dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. 5 nnb nnb 7 nnb nnb
6.3 Inkomens-regelingen Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners CBS Het aantal personen met een bijstandsuitkering 31,5 nnb nnb 38,2 nnb nnb

Verbonden partijen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-01-2020
Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 30-09-2010
Handhavingsplan Participatiewet, IOAW, IOAZ 12-04-2012
Verordening individuele inkomstentoeslag gemeente Veenendaal 2015 25-11-2014
Afstemmingsverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2015 18-12-2014
Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 17-02-2015
Beleidsregel Krediethypotheek 2015 15-12-2015
Beleidsregel Taaleis 2016 19-01-2016
Verordening Individuele studietoeslag Veenendaal 2015 19-02-2015
Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Veenendaal 2017 12-12-2017
Besluit Boete 2013 19-07-2013
Wijzigingsverordening Re-integratieverordening en afstemmingsverordening 22-11-2017
Beleidsregel uitvoering kostendelersnorm Veenendaal 2015 10-11-2016
Protocol huisbezoek 18-06-2013
Verordening regionale cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 01-01-2015
Verordening minimaregelingen Veenendaal 23-01-2020
Beleidsregel meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 15-12-2015

Taakvelden thema Inkomen

Thema II – Sociaal domein – Participatie en re-integratie

Wat willen we bereiken?

II.a. Er is sprake van een doorlopende lijn arbeidsparticipatie in samenwerking met onze partners (MD05, IBK BE14).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren en regulier budget arbeidsparticpatie.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.b. De samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt is versterkt (MD05, IBK BE15).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Binnen het thema Participatie valt de uitvoering van de Participatiewet en verwante wet- en regelgeving. Het doel van deze wet is dat iedere inwoner naar vermogen kan participeren in de samenleving en waar mogelijk zelfstandig in een inkomen kan voorzien. Als dit (nog) niet kan dan wordt een uitkering verstrekt (zie Thema ‘Inkomen’).

Om inwoners de mogelijkheid te geven om te participeren in de samenleving werken we, zowel lokaal als regionaal, samen met onderwijs, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

SW- bedrijf IW4 werkt in opdracht van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude aan de uitvoering van de Participatiewet, vanuit haar eigen expertise.

De rol van de gemeente bij inburgering wordt vanaf 2021 uitgebreid via invoering van de Wet Inburgering, waarbij de gemeente zowel verantwoordelijk is voor inburgering als participatie in de samenleving van nieuwe Nederlanders.

Handhaving is noodzakelijk voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Participatiewet. Ook de geloofwaardigheid van de gemeente is in het geding als er niet wordt gehandhaafd. Bovendien is een adequate handhaving van belang met het oog op een gelijke behandeling van alle uitkeringsgerechtigden. Het uiteindelijke doel van handhaving is te voorkomen dat middelen ten onrechte worden gebruikt.

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
6.5 Arbeids-participatie Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 - 64 jaar LISA Aantal banen, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar 641,4 nnb nnb 677,1 nnb nnb
6.5 Arbeids-participatie Netto arbeidspar-ticipatie % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroeps-bevolking CBS Percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking 71,4 nnb nnb 68,8 nnb nnb
6.5 Arbeids-participatie Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen Verwey Jonker Instituut - Kinderen in Tel Percentage werkeloze jongeren (16-22 jaar) nnb nnb nnb nnb nnb nnb
6.5 Arbeids-participatie Lopende re-integratie-voorzieningen Aantal per 10.000 inwoners van 15 – 64 jaar CBS Aantal re-integratie-voorzieningen 17,7 nnb nnb 13,3 nnb nnb

Verbonden partijen

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-01-2020
Handhavingsplan Participatiewet, IOAW, IOAZ 12-04-2012
Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 30-09-2010
Afstemmingsverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2015 18-12-2014
Beleidsregel Scholingsplicht 07-11-2012
Beleidsregel Taaleis 2016 19-01-2016
Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2015 Veenendaal 03-03-2016
Re-integratieverordening Participatiewet Veenendaal 2015 19-02-2015
Uitvoeringsbesluit Participatiewet Veenendaal 2015 10-11-2016
Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Veenendaal 2015 19-02-2015
Verordening Tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015 19-03-2015
Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015 10-11-2016
Wijzigingsverordening Afstemmingverordening en Re-integratieverordening 22-11-2017
Verordening regionale cliëntenparticipatie Werk en Inkomen 2015 01-01-2015
Verordening Wet Inburgering (oude wet inburgering, nog van toepassing i.v.m. handhaving) 20-02-2010
Regeling Sociale Werkvoorziening Zuid Oost Utrecht 21-12-2017

Taakvelden thema Sociaal domein - Participatie en re-integratie

Thema III – Sociaal domein – WMO

Wat willen we bereiken?

III.a. In 2021 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

III.b. Eind 2023 is een integraal dashboard sociaal domein beschikbaar, waarbij integrale monitoring tot op buurtniveau mogelijk is (MD10, IBK BE29).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

III.c. Veenendalers wonen zo lang mogelijk thuis (MD01, IBK BE2).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/budget opvang en beschermd wonen

Wat gaan we daarvoor doen?

III.d. Mantelzorgers blijven actief met passende ondersteuning om overbelasting te voorkomen (MD03, IBK BE8).

Wat mag het kosten?

Inzet budget Welzijn via st. Veens/budget kortdurend verblijf

Wat gaan we daarvoor doen?

III.e. Preventie draagt bij aan een gezondere leefstijl (MD04, IBK BE10).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

III.f. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/budget huiselijk geweld

Wat gaan we daarvoor doen?

III.g. Het aantal meerderjarigen dat begeleiding ontvangt waar behandeling passender is, is afgenomen (MD06, IBK BE19).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/maatwerkbudget immaterieel Wmo

Wat gaan we daarvoor doen?

III.h. We continueren in 2021 de zorg voor personen met verward gedrag en invoering van de WvGGZ.

Wat mag het kosten?

€150.000 Personen met verward gedrag (wijkfunctionaris, meldpunt, borgin,g aanpak
€ 75.000 WvGGZ

Wat gaan we daarvoor doen?

III.i. Er zijn innovatieve ondersteuningsmogelijkheden samen met de uitvoerende partijen (MD9, IBK BE25).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/maatwerkbudget immaterieel Wmo

Wat gaan we daarvoor doen?

III.j. Ten opzichte van 2019 is er een daling van ongeveer 10% van het aantal maatwerkvoorzieningen (MD9, IBK BE24).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Binnen de Wmo zijn er afspraken met zorgaanbieders over het leveren van materiele voorzieningen en immateriele voorzieningen. De afgelopen jaren (vanaf 2010) zijn meerdere maatregelen genomen die ertoe hebben geleid dat de uitgaven binnen de materiele voorzieningen (die ook al geruime tijd onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen) sterk zijn afgenomen. Wat betreft de afspraken met zorgaanbieders van de immateriele maatwerkvoorzieningen maken we hier ook steeds duidelijker en scherpere afspraken mee. De komende jaren blijven we zoeken naar verbeteringen en innovaties hierin. Daarnaast betrekken we ook de zorgpartners vanuit de Wlz en de Zvw om ook op de snijvlakken te komen tot scherpere afspraken.
Wat betreft algemene voorzieningen zijn we pilots gestart om hier uitbreiding in te genereren op die gebieden waar nu iets gemist wordt. Dit met als doel om de vraag naar maatwerkvoorzieningen te verminderen dan wel minder te laten groeien. De nieuwe welzijnsstichting Veens helpt ons bij het versterken van de sociale basis en het mede ontwikkelen van de benodigde algemene voorzieningen.
De ondersteuning aan de kwetsbare tot zeer kwetsbare inwoners vraagt volop aandacht. Dit met als doel de zorgstructuren rondom deze inwoners sluitend te krijgen.

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Cliënten met een maatwerk-arrangement WMO Aantal per 10.000 inwoners GMSD Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. 590 nnb nnb 610 nnb nnb

Verbonden partijen

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht voert de taken uit die bij de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid en heeft een belangrijke rol in de bestrijding van de coronacrisis.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Wmo-Verordening met de wijzigingsverordening 23 januari 2020
Regionale handhavingskader 13 februari 2018
Integraal beleidskader Sociaal domein 23 januari 2020
Visie Sociaal Domein 2017
Regeling aanschaf buitenkast AED November 2018

Taakvelden thema Sociaal domein - WMO

Thema IV – Sociaal domein – Jeugd

Wat willen we bereiken?

IV.a. In 2021 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.b. Jeugdigen groeien gezond en veilig op; we stimuleren en ondersteunen ouders om te zorgen voor een gezonde ontwikkeling van kinderen en een veilig opgroei- en opvoedklimaat (MD2, IBK BE5).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.c. Het aantal casussen waarbij de huisarts het CJG inschakelt is met ongeveer 10% toegenomen ten opzichte van 2020 (MD06, IBK BE16).

Wat mag het kosten?

Inzet budget CJG

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.d. Ten opzichte van 2018 wordt ongeveer 10% minder ambulante jeugdhulp verleend door jeugdhulpaanbieders (MD06, IBK BE17).

Wat mag het kosten?

Inzet budget CJG

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.e. Het aantal jeugdigen in instellingsverblijf blijft constant t.o.v. 2019 (MD06, IBK BE18).

Wat mag het kosten?

Inzet budget CJG

Wat gaan we daarvoor doen?

IV.f. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD08, IBK BE22).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Per 2020 is het jeugdbeleid opgenomen in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK-SD). Hierbij wordt gewerkt met meerjarige beleidsdoelstellingen (opgenomen in het beleidskader) en meer dynamische jaarplannen waarbij kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen en uitdagingen in het jeugddomein. In het Uitvoeringsplan sociaal domein 2021 zijn de inspanningen voor 2021 opgenomen. De inzet wordt verantwoord in de Effectmonitor Sociaal Domein, deze verantwoording loopt gelijk op met de gemeentelijk P&C-cyclus.

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
6.1 Samenkracht en burger-participatie Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzicht van alle jongeren tot 18 jaar. 13,2 nnb nnb 10,5 nnb nnb
6.82 Geëscaleerde zorg 18- Jongeren met jeugd-bescherming % van alle jongeren tot 18 jaar CBS Het percentage jongeren tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. 1,3 nnb nnb 1,2 nnb nnb

Verbonden partijen

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-01-2020
2e wijziging Verordening toegang en toeleiding jeugdhulp Veenendaal 23-01-2020

Taakvelden thema Sociaal domein - Jeugd

Thema V – Onderwijs en ontwikkeling

Wat willen we bereiken?

V.a. Het aantal laaggeletterde inwoners daalt (MD01, IBK BE3).

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren/regulier budget

Wat gaan we daarvoor doen?

V.b. Het aantal voortijdig schoolverlaters en thuiszitters is afgenomen (MD06, IBK BE20).

Wat mag het kosten?

Middelen RMC zijn belegd bij de gemeente Ede voor de regio Vallei

Wat gaan we daarvoor doen?

V.c. Onderwijsachterstandenbeleid: er is een kwantitatief voldoende en kwalitatief goed aanbod van peuteropvang met en zonder voorschoolse educatie.

Wat mag het kosten?

Middelen van het Rijk zijn taakstellend.

Wat gaan we daarvoor doen?

V.d. Faciliteren van het aanbod van vroegschoolse educatie waardoor scholen meer elkaars kennis en expertise kunnen delen en kinderen met een ontwikkelingsachterstand (nog) beter ondersteund kunnen worden.

Wat mag het kosten?

Doeluitkering is taakstellend voor de uitvoering van onderwijsachterstandenbeleid

Wat gaan we daarvoor doen?

V.e. Iedere jeugdige met een ondersteuningsbehoefte krijgt passende ondersteuning om onderwijs te kunnen volgen.

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren. Er is geen budget gekoppeld aan passend onderwijs. Alle partners in het OOGO financieren hun deelname vanuit eigen middelen, bestuurlijke en ambtelijke inzet.

Wat gaan we daarvoor doen?

V.f. Alle kinderen van 0-13 jaar kunnen in een IKC een doorlopende leer- en ontwikkellijn volgen.

Wat mag het kosten?

In het Meerjareninvesteringsplan is voor de realisatie van het IKC Franse Gat in 2021 € 7.590.201 opgenomen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Het onderwijs en de kinderopvang organisaties vervullen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren. De Lokale Educatieve Agenda (hierna LEA) is in 2016 geïntroduceerd als een instrument om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven. Het is een wettelijke bepaling dat de gemeente en het onderwijs, binnen gelijkwaardige verhoudingen, tot gezamenlijke afspraken komen over het onderwijs- (en jeugd) beleid.
Met de LEA geeft het college uitvoering aan zijn wettelijke verplichting jaarlijks bestuurlijk overleg te voeren over:
• Onderwijsachterstandenbeleid
• Onderwijshuisvesting

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
4.3 Onderwijs-beleid en leerlingenzaken Vroegtijdig schoolver-laters zonder start-kwalificatie (vsv-ers) % Ingrado Het percentage van het totaal aantal leerlingen (12 - 23 jaar) dat voortijdig, dwz zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. nnb nnb nnb nnb nnb nnb
4.3 Onderwijs-beleid en leerlingenzaken Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar 0,2 nnb nnb nnb nnb nnb
4.3 Onderwijs-beleid en leerlingenzaken Relatief verzuim Aantal per 1.000 leerlingen DUO Het aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is, per 1.000 inwoners lft. 5-18 jaar. 30,5 nnb nnb nnb nnb nnb

Verbonden partijen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Lokaal onderwijsbeleid (LEA)/Onderwijsagenda 2021-2024 Sept/okt 2020 (verwacht)
Regionale uitgangspunten OOGO 30 september 2015
IKC-beleid Sept/okt 2020 (verwacht)
Verordening Leerlingenvervoer 21 mei 2014
Integraal Huisvestingsplan 28 mei 2015

Taakvelden thema Onderwijs en ontwikkeling

Thema VI – Sport

Wat willen we bereiken?

VI.a. Nieuwe Kpi’s voor Stichting Sportservice Veenendaal.

Wat mag het kosten?

Bedrag: Binnen de bestaande budgetten voor subsidie Stichting Sportservice Veenendaal.
Toelichting: Stichting Sportservice heeft een subsidieaanvraag voor 2021 ingediend voor een bedrag van
€ 6.148.684.

Wat gaan we daarvoor doen?

VI.b. Uitvoering lokaal Sportakkoord.

Wat mag het kosten?

Bedrag: €40.000 uitvoeringsbudget + ambtelijke uren
Toelichting: Voor de uitvoering van lokale sportakkoorden zijn landelijk middelen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn primair voor de uitvoering. Zowel vanuit Sportservice als de gemeente vraagt dit ook om extra ureninzet.

Wat gaan we daarvoor doen?

VI.c. Bevorderen gezonde sportkantines en rookvrije sportaccommodaties.

Wat mag het kosten?

Bedrag: binnen het reguliere budget sportbeleid en activering.

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Sporten en bewegen zorgt voor een verbetering van de gezondheid, voor preventie van ziektes en helpt bij de deelname aan de maatschappij. Daarnaast is bewegen leuk en zorgt het voor veel positieve energie. Het uitgangspunt is dat sport en bewegen voor iedereen mogelijk is.

Beleidsindicatoren

          Veenendaal Landelijk
Taakveld Indicator Eenheid Bron Omschrijving 2019 2020 2021 2019 2020 2021
5.1 Sportbeleid en activering Niet-sporters % Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen), GGD’en, CBS en RIVM Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. nb nnb nb nb nnb nb

Verbonden partijen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Beleidskader Sport en bewegen 2020 – 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ 20 februari 2020
Sportakkoord Veenendaal Juni 2020
Nationaal Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ 29 juni 2018

Taakvelden thema Sport

Thema VII – Cultuur

Wat willen we bereiken?

VII.a. Een toekomstbestendige culturele sector in Veenendaal.

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

VII.b. Een goed productieklimaat voor de stadsprogrammering.

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

Doelstellingen cultuurbeleid 2018-2021 zijn:
• Culturele krachten van Veenendaal bundelen, zodat inwoners kunst en cultuur zien en ervaren en er in Veenendaal een levendig en duurzaam cultureel klimaat ontstaat.
• Een gelijkwaardige samenwerking met inwoners, bezoekers, bedrijven en organisaties.
• Ruimte bieden voor vernieuwende initiatieven van anderen en hierop het (subsidie)instrumentarium aanpassen.
• Goede balans vinden in de rol en positie van professionele organisaties en amateurkunstenaars, en tussen publieke en private initiatieven.
• Via een levendig cultureel klimaat een positieve bijdrage leveren aan de economie en sociale cohesie.
• Aantoonbaar bijdragen aan het leef- en vestigingsklimaat in onze gemeente en de sfeer in het stadscentrum.
• De talenten van elk kind of jongere tot ontwikkeling te laten komen door middel van cultuur(educatie), zowel binnen het onderwijs als in de vrije tijd.

Beleidsindicatoren

Zijn niet van toepassing voor dit thema.

Verbonden partijen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Cultuurvisie Veenendaal 2018 -2021
De krachten bundelen – naar een duurzaam cultureel klimaat
April 2017

Taakvelden thema Cultuur

Thema VIII – Welzijn

Wat willen we bereiken?

VIII.a. De inzet van vrijwilligers en het sociale netwerk is onderdeel van het normale leven (MD03, IBK BE7).

Wat mag het kosten?

Inzet budget Welzijn via St. Veens

Wat gaan we daarvoor doen?

VIII.b. Versterken van de sociale basis (MD03, IBK BE9).

Wat mag het kosten?

Inzet budget Welzijn via St. Veens

Wat gaan we daarvoor doen?

VIII.c. Veenendalers nemen verantwoordelijkheid voor eigen zelfredzaamheid en eigen kwetsbaarheid, passend bij de levensfase (MD1, IBK BE1).

Wat mag het kosten?

Inzet budget Welzijn via St. Veens

Wat gaan we daarvoor doen?

Algemeen

2021 is het eerste jaar dat de nieuwe stichting Veens actief is in Veenendaal. Alle voorbereidingen zijn in 2020 uitgevoerd en 2021 is het jaar om continu te blijven monitoren of gemaakte afspraken nagekomen (kunnen) worden en of bijsturing nodig is. Het versterken van de sociale basis blijft ook in 2021 continue aandacht vragen.

Het platform vrijwilligersorganisaties is een overlegstructuur waar vrijwilligersorganisaties actief aan deelnemen. Het voldoet aan de behoefte om informatie met elkaar te delen en ook om beter zicht te hebben op wat er allemaal wordt gedaan. De verbindingen onderling zijn versterkt. Deze versterking is ook terug te zien in de totale sociale basis. In 2020 zijn hier stappen ingezet die we ook in 2021 verder uitbouwen. De regie op de toekenning van subsidies ligt sinds 2020 weer bij de gemeente waardoor de faciliterende regierol is ingevuld.

Beleidsindicatoren

Zijn niet van toepassing voor dit thema.

Verbonden partijen

Dit is niet van toepassing voor dit thema.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Startdocument opdracht welzijn ‘Versterken sociale basis’ 27-06-2019
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 23-01-2020

Taakvelden thema Welzijn

Visie

Sociaal domein
In 2017 heeft de raad de Visie Sociaal Domein ‘De kracht van de samenleving’ vastgesteld. De visie biedt een vergezicht naar Veenendaal in 2030 en de uitgangspunten die we hanteren om dat vergezicht realiteit te maken. De kracht van de samenleving kent 5 uitgangspunten die hebben geleid tot het leidende principe voor Model Veenendaal 2020: we investeren in een stevige sociale basis, zodat er voldoende geld beschikbaar is voor de ondersteuning die mensen echt nodig hebben. Model Veenendaal 2020 biedt een heldere structuur waarvan de uitwerking moet zorgen voor een meer integrale aanpak binnen het sociaal domein en uiteindelijk voor de beweging van zwaar naar licht. We creëren een heldere toegang voor alle inwoners. Zij weten waar zij met welke vraag terecht kunnen en krijgen zo snel de juiste ondersteuning. We hanteren bij elke vraag het “geen-verkeerde-deur”- principe. Hiermee ontstaat een toekomstbestendig evenwicht tussen kwaliteit, financiën en organisatie.

Op 23 januari 2020 heeft de raad het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK) vastgesteld. Het IBK gaat uit van de 10 maatschappelijke doelen, die zijn vastgelegd in de Visie Sociaal Domein. Hieraan zijn in het IBK beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veenendaalse samenleving in de periode 2020 – 2023. Ook wordt een doorkijk gegeven naar de inspanningen die nodig zijn om deze resultaten te bereiken. Met behulp van de effectmonitor sociaal domein (digitaal projectenboek sociaal domein) wordt verantwoording afgelegd over de bereikte resultaten.

Positionering Integraal Beleidskader Sociaal Domein in deze Programmabegroting
De tien in het IBK vastgelegde maatschappelijke doelen (MD) zijn:

• MD01: Een inclusievere samenleving
• MD02: Verder versterken opvoed- en opgroeiklimaat
• MD03: Inwoners willen meer voor- en met elkaar doen
• MD04: vroeger signaleren en handelen en dit dicht bij de inwoner organiseren
• MD05: Meer mensen vinden een plek op de arbeidsmarkt
• MD06: Ondersteuning meer op maat voor wie dat nodig heeft
• MD07: Toegang voor de inwoner verder versimpelen
• MD08: Verbinding versterken als dit een positief effect heeft op de kwaliteit, financiën en/of organisatie
• MD09: De gemeente neemt bij voorkeur een faciliterende rol aan om de eigen rol van inwoners en de kracht van de samenleving te stimuleren.
• MD10: We willen meer sturen op kwaliteit en effectiviteit van aangeboden ondersteuning.

In het IBK zijn aan de maatschappelijke doelen diverse beoogde effecten gekoppeld, die we nastreven als gemeente met onze partners en de Veenendaalse samenleving in de periode 2020 – 2023.

In deze Programmabegroting zijn de beoogde effecten uit het IBK -voor zover hier in het begrotingsjaar 2021 een inspanning op plaatsvindt- opgenomen als doelstellingen onder de kopjes ‘Wat willen we bereiken’.
Hoewel we ons realiseren dat een ‘doelstelling’ om een andere formulering vraagt dan een ‘beoogd effect’, is er omwille van de herkenbaarheid voor gekozen om dezelfde formulering aan te houden zoals opgenomen in het IBK.

De uit het IBK overgenomen doelen zijn te herkennen aan de nummering van het beoogd effect (BE) en het maatschappelijke doel (MD): deze worden steeds bij het doel aangegeven. Een voorbeeld:

‘Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4)’
• De doelstelling is in het IBK terug te vinden als Beoogd Effect 4
• (MD01) verwijst naar Maatschappelijk Doel 1, een inclusievere samenleving


De beoogde effecten uit het IBK zijn als doelen opgenomen onder de volgende programma’s:
• Programma 1 Fysieke Leefomgeving (wijkteams)
• Programma 2 Economie, Werk en Ontwikkeling
• Programma 3 Sociale Leefomgeving

Bij sommige beoogde effecten is er sprake van één inspanning (‘wat gaan we er voor doen’) die betrekking heeft op het brede sociaal domein en dus op meerdere thema’s binnen het Programma Sociale Leefomgeving: waar dit aan de orde is wordt dit aangegeven bij de betreffende inspanning. Omwille van het overzicht zijn het doel en de inspanning echter onder één thema geplaatst.

Participatie
Binnen het thema Participatie valt de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving. Het doel van de wet is dat iedere inwoner naar vermogen kan participeren in de samenleving en waar mogelijk zelfstandig in een inkomen kan voorzien. Als dit (nog) niet kan dan wordt een uitkering verstrekt.

Naast een maatschappelijke opgave heeft dit voor de gemeente Veenendaal ook financiële implicaties. Als het bijstandsbestand in Veenendaal meer dan gemiddeld stijgt, zal dat leiden tot een lager overschot op ons bijstandsbudget. Dit overschot wordt nu ingezet voor dekking op andere terreinen binnen de begroting. Het streven is daarom om ook in moeilijke tijden de instroom te beperken. In 2021 zullen we de groep die in verband met corona terugvallen uit een baan/WW of zelfstandig ondernemerschap zo vroeg mogelijk oppakken om hen te begeleiden naar (ander) werk. Daarbij is ons uitgangspunt dat we onder de landelijke stijging van de bijstandslasten blijven.

Het leidend principe blijft het activeren van mensen die ‘aan de kant’ staan. Voor mensen die geen of onvoldoende arbeidsvermogen hebben, gaan we verder op zoek naar middelen om hun participatie in welke vorm dan ook te ontwikkelen.

Het sociaal werkbedrijf IW4 werkt in opdracht van de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude aan de uitvoering van de Participatiewet, vanuit haar eigen expertise.

Om inwoners de mogelijkheid te geven om te participeren in de samenleving werken we, zowel lokaal als regionaal samen met onderwijs, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

De rol van de gemeente bij inburgering wordt vanaf 2021 uitgebreid via invoering van de Wet Inburgering. Hierbij is de gemeente zowel verantwoordelijk voor inburgering als participatie in de samenleving van nieuwe Nederlanders.

Onderwijs
Wij willen dat alle Veenendaalse kinderen en jongeren volop kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te benutten. We vinden een doorlopende leer- en ontwikkellijn in Veenendaal belangrijk. We hechten er belang aan dat jongeren minimaal een startkwalificaties behalen en leggen daarom de verbinding tussen het RMC en de arbeidsmarkttafel. We bevorderen de verbinding tussen onderwijs, ondernemers en overheid en daarmee het goed functioneren van de arbeidsmarkt. We geven vorm aan de inclusieve arbeidsmarkt.

Armoedebestrijding
Wij geven specifiek aandacht aan de bestrijding van kinderarmoede. Het gaat hierbij om het verstrekken van vergoedingen om kinderen die opgroeien in armoede de mogelijkheden te bieden om zich onder gelijke omstandigheden als andere kinderen te kunnen ontwikkelen en ‘mee te kunnen doen’. Hiermee dragen we bij aan het doorbreken van de vicieuze cirkel van erfelijke armoede. Eén van de instrumenten om dit te realiseren is het beschikbaar stellen van vergoedingen voor (noodzakelijke) schoolkosten, kleding en sport/ cultuur. Daarnaast is de inzet erop gericht op het vergroten van kansen voor kwetsbare jongeren op de arbeidsmarkt.
Voor volwassenen richten we ons op het stimuleren van sport/ bewegen en maatschappelijke participatie door het beschikbaar stellen van een tegemoetkoming in de kosten.

Sport
Samen met Sportservice en alle sportaanbieders geven we uitvoering aan het beleidskader sport en bewegen 2020-2023 en het lokaal sport- en beweegakkoord. Sport heeft een preventieve functie en stimuleert naast de sociale ook de emotionele en fysieke ontwikkeling van in het bijzonder jeugd en jongeren. Het uitgangspunt is dat sport voor iedereen bereikbaar is. Sporten zorgt voor een verbetering van de gezondheid, voor preventie van ziektes en helpt bij de deelname aan de maatschappij.

Cultuur
We geven uitvoering aan het beleid zoals geformuleerd in de vastgestelde cultuurvisie 2018-2021. Doelstellingen uit deze cultuurvisie blijven leidend voor de uitvoering. We hebben hierbij aandacht voor de balans tussen professionele organisaties enerzijds en de andere organisaties, zoals culturele initiatieven, amateurkunstenaars en private initiatieven anderzijds.
Tegelijkertijd wordt een ontwikkelproces ingezet dat moet resulteren in een nieuw beleidsplan/nota voor Kunst en Cultuur. Dit plan/deze nota bevat een langetermijn-toekomstbeeld 2022+ en geeft concrete handvatten waaraan het culturele veld en de gemeente de komende vier jaar kunnen werken. De cultuurnota komt tot stand in interactie met het culturele veld (professionele culturele partners, amateurkunstenaars, cultuurmakelaar), inwoners en andere relevante partners. Deze cultuurnota zal naar verwachting in november 2021 aan de raad worden aangeboden.

Passend bij het cultuurbeleid formuleren de verschillende culturele instellingen hun eigen speerpunten. Deze worden in onderlinge afstemming opgenomen in de prestatieafspraken.

Welzijn
In 2021 start de nieuwe Stichting Veens Welzijn met de uitvoering van de welzijnstaken. De opdrachtbeschrijving aan de hand van de 4 pijlers: sociale leefbaarheid, vrijwilligers, opvoeden en opgroeien en Langer thuis geeft richting aan de uitvoering van de taken. De Stichting concentreert zich op het collectieve en algemene aanbod aan de inwoners van Veenendaal. Verbindingen leggen, netwerken onderhouden en nieuwe ontwikkelen staan hierbij centraal. De Stichting werkt volgens het opgestelde jaarplan voor 2021 en werkt aan de daarin geformuleerde resultaten.

Thema's

I. Inkomen
II. Sociaal domein – Participatie en re-integratie
III. Sociaal domein – WMO
IV. Sociaal domein – Jeugd
V. Onderwijs en ontwikkeling
VI. Sport
VII. Cultuur
VIII. Welzijn

Financiën

Actuele ontwikkelingen

De Coronacrisis heeft impact op diverse beleidsthema’s. Voor de meest actuele informatie verwijzen we naar de Corona monitor, de Kaderbrief 2021 en raadsinformatiebrieven.

Integrale verordening sociaal domein
In de eerste maanden van 2021 wordt de Integrale verordening sociaal domein voorgelegd aan de raad voor vaststelling. Op dit moment (zomer 2020) kent de gemeente Veenendaal 10 verordeningen binnen het sociaal domein, deze komen samen in één integrale verordening. Hiermee kunnen we de komende jaren verder werken aan het realiseren van een uniforme en waar nodig integrale werkwijze binnen het sociaal domein.

Thema I – Inkomen
Schulddienstverlening
In het kader van de herinrichting schulddienstverlening heeft het college in juni 2020 het definitieve besluit genomen om de taak vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) per 1 januari 2021 zelf te gaan uitvoeren onder de naam BudgetLoket. In 2021 wordt de werkwijze van eerder en snellere hulp verder ontwikkeld en de ketensamenwerking versterkt. De aanpassing van de Wgs per 1 januari 2021 biedt de mogelijkheid om vroegtijdig informatie te ontvangen over betalingsachterstanden zodat we inwoners eerder kunnen bereiken. In het kader van preventie richten we ons ook op financiële educatie om daarmee de financiële zelfredzaamheid van inwoners te versterken.

Minimaregelingen
In 2019 zijn we gestart met de uitvoering van de minimaregelingen middels een webshop. De webshop functioneert nog niet zoals we zouden willen (o.a. deelname ondernemers). Het kost tijd om deze te vullen. Om deze reden heeft het college ervoor gekozen om de webshop en het declareren van bonnetjes tot eind 2020 naast elkaar te laten bestaan. Hierdoor zijn de uitvoeringskosten echter hoger. Tezamen met een mogelijke toename van de doelgroep vanwege de Coronacrisis, bestaat de mogelijkheid dat de uitgaven voor de minimaregelingen voor 2021 hoger uitvallen dan geraamd. Via de tussentijdse bestuursrapportages wordt de voorgang gemonitord.

Thema II - Sociaal domein - Participatie en re-integratie
Inburgering
Binnen het nieuwe Inburgeringsstelsel krijgt de gemeente de regie op uitvoering van deze wet. Een belangrijke component in de implementatie is de samenhang van inburgering met het brede sociaal domein en de ketensamenwerking. De wet is met een halfjaar uitgesteld naar inwerkingtreding op 1 juli 2021.

IW4 / Wsw
Eind 2018 zijn besluiten genomen over de financiering van de WSW en de toekomst van IW4. In het tweede kwartaal 2020 heeft de raad, samen met de jaarstukken, een tussenevaluatie ontvangen over de uitvoering van deze besluiten.
Ook in 2021 gaat IW4 verder met de uitvoering van het transitieplan, o.a. gericht op de huisvesting van IW4 (samen met Wijkservice van de gemeente Veenendaal)

Thema III – Wmo
Een groei van uitgaven zorgt dat we alert zijn en blijven op de uitgaven. In 2020 is een aantal belangrijke besluiten genomen als het gaat om de ontwikkeling van de Wmo uitgaven voor 2021 en verder:
1. De algemene voorziening schoonmaakondersteuning is omgezet naar een maatwerkvoorziening. De effecten van deze maatregel gaan we ervaren in 2021. De verwachting is dat de groei minder sterk is dan in 2020 en minder sterk dan als schoonmaakondersteuning als algemene voorziening was blijven bestaan. Dit blijven we goed monitoren in 2021.
2. Met betrekking tot beschermd wonen is de keuze gemaakt om van regio te wisselen. Vanaf 2022 sluiten we ons aan bij regiogemeente Ede als het gaat om beschermd wonen/maatschappelijke opvang. De werkzaamheden om deze invlechting vorm te geven vinden ook in 2021 plaats.
3. De reële prijs Wmo en de groei van cliënten zorgen in 2021 voor hogere uitgaven binnen de Wmo.
4. De in 2020 in gang gezette maatregelen om uitgaven binnen de Wmo te beperken worden in 2021 verder doorgezet. Dat doen we door onder andere de kosten voor toegankelijkheid van gebouwen neer te leggen bij de eigenaren van die gebouwen, het niet-gebruik van scootmobielen te beoordelen en nadrukkelijker te kijken naar alternatieve/goedkopere bouwkundige aanpassingen. Het huidig perspectief dwingt ons om verdere maatregelen te treffen voor de jaren 2022 en verder. In 2021 willen we aan de hand van onderzoek kijken naar passende mogelijkheden, allereerst gericht op scherpere afspraken met aanbieders.
5. We zetten ons in voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wmo door kwaliteitsonderzoek uit te oefenen en zodoende te voorkomen we dat middelen ten onrechte worden gebruikt.
6. Verder richten we ons op het versterken van de sociale basis; essentieel als het gaat om terugdringen van vraag naar maatwerkvoorzieningen. Het toenemende aantal thuiswonende ouderen, de druk bij mantelzorgers en vrijwilligers blijven aandacht en bijsturing vragen. Zoals ook in het integraal beleidskader is verwoord zetten we in op Veenendalers die omzien naar elkaar. En daarbij bieden we de ondersteuning die nodig is om dit mogelijk te maken en te behouden.

Thema IV Sociaal domein – Jeugd
In 2020 is geconstateerd dat sprake is van structureel doorgaande groei in de uitgaven jeugdhulp. Er zijn in het tweede kwartaal nieuwe aanvullende maatregelen getroffen, waarmee we nadrukkelijk sturen op het terugdringen van de instroom en het terugdringen van de intensiteit en duur van de specialistische jeugdhulp. Dit gebeurt onder meer door scherpere triage, beperken van de open inloop bij het CJG, het hanteren van streefnormen binnen het CJG voor wat betreft het aantal verwijzingen, samenwerkingsafspraken met de gecertificeerde instellingen over de inzet van jeugdhulp en door strakker te sturen op doelrealisatie, doorlooptijden en intensiteit van de ingezette hulp door tweedelijns aanbieders.
Daarnaast zijn in het najaar gesprekken gevoerd met de raad over scherpe keuzes om de jeugdhulpplicht van de gemeente af te bakenen. Van aanbieders verwachten we dat ze ontvankelijk zijn voor een gesprek over het terugdringen van uitgaven. Het college ervaart draagvlak bij de raad om dit scherpe gesprek te voeren met aanbieders.
Verder maken we een aantal scherpe keuzes. Deze keuzes richten zich op beperking van jeugdhulpvoorzieningen (inzet op de goedkoopst passende voorziening, afbakenen ambulante hulpvormen) minder jeugdhulp in de klas en het nadrukkelijker aanspreken van de eigen kracht en verantwoordelijkheid van ouders.
Zo zetten we (nog) meer gericht in op de meest efficiënte jeugdhulpvoorziening en maken we een steviger afbakening van ambulante vormen van jeugdhulp. Hierbij kiezen we voor de inzet van evidence of practise based methodes waar mogelijk en sturen we op een maximale hulptijd van 6 maanden voor hulpvormen als behandeling en begeleiding. Een langere duur van hulp is mogelijk, maar uitzondering, geen regel. We blijven daarnaast stevig inzetten op de samenwerking met huisartsen om te voorkomen dat ouders via de huisarts wel eenvoudig een ‘uitgebreider’ pakket aan hulp verkrijgen.
We verminderen de financiering van jeugdhulp in de klas naar maximaal 2,5 uur per dag, waarbij we tegelijkertijd de samenwerking verder versterken met het lokale onderwijsveld en de regionale Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Met hen formuleren we speerpunten en scherpen we het Model Passende Samenwerking (met daarin richtinggevende afspraken over de verantwoordelijkheid van het onderwijs en de jeugdhulp) werkende weg aan.
We zetten sterker in op het benutten en versterken van de eigen kracht van ouders en het aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid voor opvoeding van kind(eren). De ‘eigen kracht’ wordt door de professionele hulpverlener ingeschat als de mate van probleemoplossend vermogen van de ouder(s), de balans tussen draagkracht en draaglast. Hierbij worden sociale, psychische en financiële (on)mogelijkheden van ouders in relatie tot elkaar bezien. Met het CJG wordt bekeken op welke wijze het meten van ‘eigen kracht’ zo objectief mogelijk vorm kan krijgen.

Bovengebruikelijke zorg van ouders aan kinderen leidt niet meer vanzelfsprekend tot een jeugdhulp. Deze bovengebruikelijke zorg wordt in relatie bezien met de draagkracht en draaglast van ouders. We maken onderscheid tussen langdurige en kortdurende problematiek. Bij een inschatting van kortdurende problematiek (<3 maanden) geldt het uitgangspunt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vinden van een oplossing (normaliseren). Als we zien dat problematiek bij ouders de problematiek bij kinderen veroorzaakt – en andere wetgeving daarmee voorliggend is – betalen we de benodigde hulp niet vanuit de jeugdwet. Daarbij laten we het zicht op het kind via CJG en/of huisarts niet los. Het kind mag niet alleen komen te staan, zeker niet wanneer er sprake is van een onveilige thuissituatie.

Voor alle vormen van jeugdhulp geldt dat er altijd sprake is van maatwerk. We houden de ontwikkelingen in de gaten, waar nodig zullen we aanpassingen in het minimabeleid voorstellen als blijkt dat jeugdigen met ouders die financieel minder draagkrachtig zijn niet de hulp kunnen krijgen die nodig is.

Om alle maatregelen en de gewenste beweging te ondersteunen en versterken zetten we binnen onze gemeente breed in op ‘normaliseren’. Via de publiekscampagne die we in 2021 lanceren willen we bereiken dat ouders niet automatisch naar de gemeente of het CJG gaan bij een hobbel of tegenslag in het leven. Het gaat om een bewustwordingscampagne dat we samen in het leven staan en het met elkaar moeten doen in goede én minder goede tijden.

Naast de implementatie van bovengenoemde zaken wordt in 2021 uitvoering gegeven aan de ingezette maatregelen sinds 2018/2019 én de aanvullende maatregelen waarover in 2020 is besloten, om zo bij te dragen aan een herstel in de balans van kwaliteit, organisatie en uitgaven binnen de jeugdhulp. Deze maatregelen zijn gericht op het afremmen van de instroom, het terugdringen van de intensiteit van de ingezette hulp (naar het hoogstnodige) en verkorten van de doorlooptijd van hulptrajecten. De ontwikkelingen worden nauw gemonitord en waar nodig bijgestuurd of we zetten aanvullende acties in. Het datagestuurd werken dat in 2019 is vormgegeven wordt steeds verder doorontwikkeld. Deze werkwijze ondersteunt bij het maken van keuzes op onderdelen waar het terugdringen van uitgaven mogelijk is.

Regionaal is de nieuwe inkoopstrategie jeugdhulp ontwikkeld. Deze inkoopstrategie is de leidraad voor de inkoop- en contractontwikkelingen voor jeugdhulp in 2021 en daaropvolgende jaren en biedt handvatten om meer te sturen op kwaliteit, effectiviteit en de intensiteit en looptijd van de geboden jeugdhulp.

We zijn ons ervan bewust dat regionale afspraken van invloed zijn op onze reikwijdte ten aanzien van maatregelen. Indien regionale afspraken belemmerend werken voor lokale invloed zullen we afwegen wat wenselijk en mogelijk is; inzetten op meer ‘couleur locale’ of komen tot een regionaal compromis. De uiteindelijke keuze hangt samen met de rijksopdracht voor het organiseren van jeugdhulp, de administratieve lastendruk bij aanbieders en gemeenten en de mate van tevredenheid over het compromis dat haalbaar is.

Met de kinderopvang, het onderwijsveld, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, welzijn en het CJG zijn concrete speerpunten geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt in 2021. Met deze speerpunten werken we aan het versterken van de samenwerking tussen deze partijen in het belang van de jeugdige. We zien daarbij ondersteuning die primair gericht is op het leerproces als een verantwoordelijkheid van school en willen in samenwerking met het onderwijs inzetten op de beweging naar normaliseren; niet voor alles wat afwijkt hoeft hulp ingezet te worden. Deze inzet ligt in lijn met de met de raad besproken ‘scherpe keuze’ over minder jeugdhulp in de klas en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en onderwijsveld.

Met de nieuwe welzijnsopdracht gaan enkele taken van het CJG over naar de nieuwe welzijnsorganisatie; taken die algemene en/of collectieve voorzieningen betreffen. Individuele voorzieningen blijven in het takenpakket van het CJG. De samenwerking met welzijn wordt in 2021 verder versterkt.

Thema V- Onderwijs en ontwikkeling
In 2020 is de Lokale educatieve Agenda (LEA) 2016-2020 geëvalueerd. Op basis van de input uit de evaluatie is samen met het onderwijs, kinderopvangorganisaties de “Beleidsagenda LEA 2021-2024" opgesteld. Deze nieuwe agenda is vooral door de partners zelf geschreven. In de gemeente Veenendaal hebben we in 2016 reeds de kinderopvangorganisaties aan de LEA toegevoegd en is een Platform Kinderopvangorganisaties opgericht. De verantwoordelijkheid voor de diverse beleidsthema’s kan bij verschillende partners belegd worden. Met deze nieuwe LEA Beleidsagenda geven we richting aan het onderwijsbeleid in Veenendaal voor de periode 2021-2024.

De Beleidsagenda LEA 2021-2024 is ten opzichte van de vorige LEA meer een concrete werkagenda. De reden hiervoor is dat de wettelijke uitgangspunten nu gelinkt zijn aan het IBK-SD, zoals Passend Onderwijs en Onderwijsachterstandenbeleid. De beleidsagenda 2021-2024 laat wel zien welke extra thema’s de partners, boven op de wettelijke thema’s, van belang vinden. De komende beleidsperiode is gekozen voor:
• Tekort aan leraren/ medewerkers, in relatie tot Veenendaal als aantrekkelijke gemeente om te wonen en te werken
• Wetenschap en Techniek
Deze twee thema’s, naast de wettelijke thema’s, vormen de basis voor de partners om met elkaar de komende vier jaar uitvoering te geven aan het onderwijsbeleid binnen de gemeente.

Bij het schrijven van de informatie voor de programmabegroting 2021 is nog niet bekend wanneer het college een besluit neemt over het nieuwe beleidsagenda LEA 2021-2024. De verwachting is september/oktober 2020.

Ook de komende jaren is er voor de scholen en de kinderopvangorganisaties ruimte voor het vormen van Integrale Kindcentra. De doorgaande leer- en ontwikkellijn is voor de scholen een belangrijke ontwikkeling. In 2020 is een nieuw IKC-beleidsplan opgesteld, waarbij nog meer de koppeling met de onderwijshuisvesting is gemaakt en daarmee planontwikkeling, zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan, ook vanuit de inhoud wordt vormgegeven. Initiatieven willen wij ook nu weer vooral vanuit de scholen laten komen.

Passend onderwijs
In het kader van de aansluiting passend onderwijs en jeugdhulp vindt ook in 2021 in regionaal verband het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg) plaats. Met de Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en het CJG is regelmatig contact over de ontwikkeling van de kinderen, de instroom in het speciaal onderwijs en de afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp. Vanuit de jeugdhulp is het voor 2021 noodzakelijk om met het onderwijs en de Samenwerkingsverbanden passend onderwijs nog beter samen te werken om de afbakening te bepalen ten aanzien van de verantwoordelijkheden voor de zorg rondom een leerling in de school en buiten de school.

Continuïteit openbaar onderwijs/ Rembrandt College
Op 25 juni 2020 heeft de raad het principe besluit genomen om het Rembrandt College bestuurlijk te verzelfstandigen per 1 januari 2021. De gemeenteraad neemt op 17 december 2020 een definitief besluit over de overdracht van de bestuurlijke taken inclusief de financiële overdracht van de middelen die nu in de financiële administratie van de gemeente zijn ondergebracht. De onttrekking van de middelen uit de gemeentelijke rekening vindt begin 2021 plaats. Het gaat hierbij om de middelen die de school ontvangt van het rijk en de reserve die is opgebouwd uit het restant van de inkomsten van het rijk. Het gaat om de schoolbestuurlijke middelen en niet om gemeentelijke middelen. Op het moment dat het Rembrandt College verzelfstandigd is behoudt de gemeenteraad vanuit de Grondwet nog een zorgplicht naar het openbaar onderwijs. Die zorgplicht heeft de gemeente al ten aanzien van het openbaar primair onderwijs, ondergebracht bij Wereldkidz.

Thema VI – Sport
In 2020 is het beleidskader sport en bewegen 2020 - 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ vastgesteld en is het Sportakkoord Veenendaal afgesloten met meer dan 35 partijen in de stad. In verband met de maatregelen vanwege de coronacrisis is de start van de uitvoering van het beleidskader als het Sportakkoord Veenendaal van start gegaan in het najaar van 2020. Rekening houdend met de mogelijke beperkingen door corona zal de uitvoering van het beleidskader en het Sportakkoord in de komende jaren plaatsvinden in samenwerking met alle betrokken partijen (sportaanbieders, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven).Vanwege de huidige financiële situatie van de gemeente wordt het bestaande beleid voor nieuwe sport kleedaccommodaties in 2021 gecontinueerd. De eerder geplande herijking zal nu uiterlijk bij het nieuwe beleidskader sport plaatsvinden.

Thema VII – Cultuur
De periode van de huidige cultuurvisie Veenendaal: ‘De krachten bundelen – naar een duurzaam cultureel klimaat’ loopt per 2021 af. In 2021 wordt een nieuw beleidsplan voor cultuur 2021-2024 opgesteld. Dit proces wordt samen met de culturele organisaties ingericht en uitgevoerd en aanbevelingen uit het rapport van de rekenkamercommissie ‘Cultuurbeleid Veenendaal onder de loep’ worden daarin meegenomen.

We starten in 2021 met de uitvoering van een nieuwe periode Cultuureducatie met Kwaliteit. Het hoofddoel hierbij is het versterken van de kwaliteit van het cultuuronderwijs en de educatie voor scholen door culturele aanbieders te versterken door het stimuleren van het ontstaan van duurzame en intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector.
De bibliotheek werkt verder aan de voorbereiding/realisatie van een IDO (Informatiepunt Digitale Overheid).
Prestatieafspraken met de culturele basisvoorzieningen worden geactualiseerd, waarbij de speerpunten per onderdeel worden geconcretiseerd en meegenomen.

Thema VIII – Welzijn
2021 is het eerste jaar dat de nieuwe Stichting Veens de welzijnstaken in Veenendaal uitvoert. De uitvoering van werkzaamheden volgt de volgende vier pijlers:
• Sociale leefbaarheid
• Vrijwilligers
• Opvoeden en opgroeien
• Langer thuis

De opdracht is op hoofdlijnen geschreven en eind 2020 en ook in 2021 worden de kpi’s helder geformuleerd. Ook zal er bijgesteld moeten worden op basis van praktijkervaringen. 2021 is wat dat betreft een cruciaal jaar waarbij flexibiliteit van de betrokken partijen nodig is en veel inzet en energie zal vergen om de opstart goed te laten verlopen.

Vrijwilligers
Vanaf 2021 gaat de Subsidieregeling vrijwilligerswerk en informele zorg Veenendaal in. Deze subsidieregeling is de vervanging van de bijdrage die vrijwilligersorganisaties (middelen Toekomstagenda) in voorgaande jaren van Santé Partners (Veens) kregen. De verantwoordelijkheid van verdeling van de middelen ligt vanaf 2021 daarmee bij de gemeente. Ook het overlegplatform vrijwilligersorganisaties wordt vanaf 2021 voortgezet. De inhoudelijke ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties en het versterken van de samenwerking met de vrijwilligersorganisaties is een belangrijk deel van de opdracht aan de nieuwe Stichting Veens.

Mantelzorgers
De ondersteuning van mantelzorgers is een belangrijke opdracht voor de Stichting Veens. De toenemende druk op mantelzorgers vraagt om bijstellingen in de ondersteuning. Logeeropvang en respijtzorg zijn belangrijke voorzieningen die ervoor zorgen dat mantelzorgers de zorgende taken kunnen blijven uitvoeren. In 2021 krijgt dit thema extra aandacht zodat het voor mantelzorgers eenvoudiger te vinden is waar en hoe zij gebruik kunnen maken van deze ondersteuning.