PARAGRAFEN

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om de financiële gevolgen van de risico’s op te vangen. Risicobeheersing stelt zich als doel om in de eerste plaats inzicht te krijgen in de risico’s. Daarnaast worden er adequate maatregelen getroffen. We streven er naar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarnaast gaan we het gesprek over risico’s aan. Daarmee stimuleren we het risicobewustzijn van alle medewerkers in de organisatie.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (risico’s). Verder wordt beoordeeld of er voldoende structurele en incidentele middelen zijn om structurele en incidentele risico’s op te vangen.

In 2021 zal duidelijk worden welke effecten de Covid-19 crisis voor invloed zal hebben op de gemeentelijke financiële positie. Duidelijk is dat door Covid-19 de kans veel groter is geworden dat risico’s zich daadwerkelijk zullen voordoen. Ook kan er een groter beroep op onze buffer, de algemene reserve, nodig zijn om mogelijke tegenvallers op te vangen. Al met al zien we het jaar 2021 met de nodige zorg tegemoet. Vooralsnog willen we de toekomst ook niet zorgelijker benaderen dan nodig is. Daarom gaan we er bij het opstellen van deze begroting er vanuit dat er geen 2e Lock down zal plaatsvinden. Dit komt overeen met het milde scenario. Zie ook hoofdstuk 1.

Weerstandscapaciteit
De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2021 € 21,1 miljoen en bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, de post “onvoorziene uitgaven” en stille reserves.

De gemeentelijke weerstandscapaciteit op 1 januari 2021 (in miljoenen)
Algemene Reserve 15,4
Onbenutte belastingcapaciteit 4,6
Onvoorziene uitgaven 0,1
Stille reserves 1,0
Totaal 21,1

In de algemene reserve is € 15,4 miljoen beschikbaar voor het afdekken van risico’s (incidentele capaciteit). De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt € 4,6 miljoen (structurele capaciteit). Voor onvoorziene uitgaven is € 0,1 miljoen beschikbaar (structurele capaciteit). De stille reserves bedragen € 1 miljoen (incidentele capaciteit).

Risicomanagement
Voor de programmabegroting zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s, inclusief de raming- en bedrijfsvoeringrisico’s, bedraagt € 47 miljoen (€ 51 miljoen 2020). De omvang van de gemeentelijke risico’s is vooral gedaald door het lagere BUIG risico (-/- € 1,5 miljoen). Daarnaast zijn er nog kleinere mutaties doorgevoerd bij de overige risico’s.

In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen of een kans van 50% of meer. De opgenomen risico’s zijn allen extern van karakter.

Belangrijkste risico’s Financieel gevolg in miljoenen Beheersmaatregelen Kans
De parkeerexploitatie blijft achter bij de prognoses. € 0,5 (s) 1. Promotie van Veenendaal via het programmaplan Vitale Winkelstad!
2. Bijstellen van het parkeerbeleid.
70%
De uitkeringslasten stijgen en/of de BUIG-uitkering van het rijk neemt af. € 2,2 (i) Het inzetten van instrumenten om het aantal klanten van de bijstandsuitkeringen niet te laten toenemen. 70%
Gevolgen Covid-19. Stelpost op basis van 25 euro per inwoner en 66.800 inwoners € 1.7 (i) 1.Monitoring gevolgen crisis.
2.Bijsturen op basis van indicatoren.
70%
WMO, Jeugdzorg en participatie zijn ‘open-eind’ regelingen die kunnen leiden tot veel extra kosten. € 1,5 (i) Voor 2021 worden een aantal maatregelen ingezet om de uitgaven in het Sociaal Domein verder te beheersen. Deze maatregelen brengen risico’s met zich mee. Op basis van een risicoanalyse van de in te voeren maatregelen houden we er rekening mee dat bij 50% van de maatregelen vertraging in de realisatie kan optreden (worst case scenario). Op grond hiervan gaan we uit van een risico van € 1,5 miljoen en een kans van optreden van 90%. 90%
Bezuinigingen door het Rijk op de algemene uitkering. € 1,0 (s) Monitoring ontwikkeling rijksuitgaven omdat op basis van het principe samen de trap op en af de hoogte van de algemene uitkering varieert. 50%
Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen € 1,0 (i) 1. Risicomanagement verbonden partijen.
2. Toezichtarrangement voor nieuwe verbonden partijen.
3. Actieprogramma Grip op verbonden partijen.
70%
Het (al dan niet bewust) lekken van geheime informatie € 1,0 (i) 1. Zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke en geheime informatie.
2. Werken volgens vastgestelde procesbeschrijvingen.
50%
Per 1 januari 2016 is de wet Vennootschapsbelasting (VPB) overheidsbedrijven ingevoerd. Net als bij stichtingen en verenigingen wordt bij gemeenten bekeken welke activiteiten in de zin van de VPB structureel winstgevend zijn. Op basis van specifieke regels – over bijvoorbeeld rente en afschrijving – wordt jaarlijks winst of verlies van elk van deze activiteiten bepaald. Over de totale winst zal het vpb-tarief worden afgedragen. Voor de VPB vormt het cluster grondbedrijf en de relatie met OVO het belangrijkste aandachtsgebied. € 1,0 (i) Doorlichten beleidsterreinen waar VPB geldt. Interne controle. Anticiperen op de invoering. 50%
De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet, softwarematig, juridisch en uitstel van de wet). € 1,0 (i) 1.Tijdig starten met de voorbereidingen
2.Vormen van een projectgroep
50%
De woningbouw in Veenendaal-oost verloopt trager dan gepland, waardoor extra financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Dit kan extra rente kosten en aanvullende borgstelling met zich meebrengen. € 1,0 (i) 1. Sturen op meer grip op het ontwikkelproces, gronduitgifte en grondexploitatie (incl. kostenbeheersing).
2. Het starten met het plandeel Veenderij verhoogt de grondwaarde en bevordert de gronduitgifte.
3. De private partners in Quattro dragen 50% van het risico indien de grondwaarde op basis van de historische kostprijs lager is dan de externe financiering.
4. De gemeente is vertegenwoordigd in de directie, commissarissen- en aandeelhouders vergadering.
50%
De verbetering van het exploitatieresultaat van DEVO blijft achter bij de prognose als gevolg van vertraging in de realisatie van het volloopschema van de aan te sluiten woningen op het warmtenet en als gevolg van vertraging in de realisatie van het volloopschema van de aan te sluiten woningen op het warmtenet en als gevolg van prijsontwikkelingen op de energiemarkt. € 0,9 (i) 1. Monitoring van de ontwikkeling van het exploitatieresultaat van DEVO en tijdige bijstelling van het businessmodel door DEVO.
2. Verstrekken van zekerheden via hypotheek en pandrechten door DEVO aan de gemeente.
3. Toestemming van de gemeente voor de opname van het variabele deel van de financiering door DEVO.
4. Borgstelling van 50% door de Quattro partijen.
50%

(i) =  incidenteel risico

(s)= structureel risico

Incidentele risico’s - incidentele weerstandcapaciteit

Uit bovenstaande risicotabel blijkt dat voor € 11,3 miljoen aan grote incidentele risico’s aanwezig zijn. Er is voor € 16,4 miljoen aan incidentele weerstandscapaciteit beschikbaar. (Algemene reserve € 15,4 miljoen en stille reserves € 1 miljoen). Er is voldoende incidentele capaciteit aanwezig om incidentele risico’s op te vangen.

Structurele risico’s - structurele weerstandcapaciteit.

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat voor € 1,5 miljoen aan structurele risico’s aanwezig zijn. Er is voor een bedrag van € 4,7 miljoen (onbenutte belastingcapaciteit € 4,6 miljoen en onvoorzien € 0,1 miljoen) aan structurele weerstandcapaciteit beschikbaar. Ook hier is sprake van een juiste verhouding.

Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat er een goede balans is in incidentele/ structurele risico’s en incidentele/ structurele weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Om verantwoord met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk een buffer (weerstandscapaciteit) te hebben. De benodigde weerstandscapaciteit kan lager zijn dan de omvang van de risico’s (€ 47 miljoen) aangezien niet alle gemeentelijke risico’s die gesignaleerd zijn, tegelijkertijd zullen optreden. Daarnaast zijn er diverse beheersmaatregelen.

Op basis van de risicosimulatie analyse (Monte Carlo analyse) van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NARIS) blijkt dat bij onze gemeente een buffer (weerstandscapaciteit) van minimaal € 13,6 miljoen (was € 11 miljoen in 2020) nodig is om de risico’s verantwoord af te dekken. Met andere woorden: de gemeente kan door het aanhouden van een buffer (weerstandscapaciteit) van € 13,6 miljoen met een zekerheid van 90% (landelijke norm) de aanwezige risico’s afdekken.

Ratio weerstandsvermogen
De ratio aanwezige buffer / benodigde buffer bedraagt 1,55. Deze ratio wordt berekend door de aanwezige buffer van € 21,1 miljoen (was € 22,4 miljoen in 2020) te delen door de benodigde buffer van € 13,6 miljoen voor het verantwoord afdekken (dat is met een zekerheid van 90%) van de aanwezige risico’s. Op deze wijze wordt het weerstandsvermogen vastgesteld. In de begroting 2020 bedroeg de ratio 2,0. De daling van de ratio wordt veroorzaakt door een lagere buffer en een hoger risicoprofiel. Het hoger risicoprofiel wordt veroorzaakt doordat de kans dat het risico zich voordoet bij een aantal grote risico’s hoger is geworden door de coronacrisis.

Jaar Ratio weerstandsvermogen
2021 1,55
2020 2,0
2019 1,8
2018 3,0
2017 2,1
2016 1,9

Ter vergelijking: de provincie Utrecht – onze toezichthouder - heeft in de begroting 2020 een ratio van 1,4 (2019 1,56) wat overeenkomt met de classificatie ‘voldoende’.

De beoordeling van de ratio van 1,55 voor 2020 is volgens de systematiek van het Nederlands Bureau voor Risicomanagement ‘ruim voldoende’. (kleiner dan 1 = onvoldoende; tussen 1 en 1,5 = voldoende; tussen 1,5 en 2 = ruim voldoende; groter dan 2 = goed). Hiermee wordt ook voldaan aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader dat het weerstandsvermogen minimaal een ratio groter dan 1 dient te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende.

Conclusie
Ons weerstandsvermogen is door de Covid-19 crisis gedaald ten opzichte van 2020 door de stijging van de omvang van de risico portefeuille. De ratio weerstandsvermogen bedraagt 1,55 in 2021 en voldoet aan het gestelde beleidskader dat uitgaat van een ratio van 1 of hoger. Vanwege de crisis is het belangrijk om tijdig bij te sturen zodat de ratio niet onder de 1 uitkomt.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Beleidsvoornemens
Jaartal
De weerstandscapaciteit dient minimaal de ratio 1 te hebben wat overeenkomt met de classificatie voldoende. 2020

Verplichte kengetallen financiële positie in de begroting

Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf financiële kengetallen moeten worden opgenomen.

Kengetallen Rekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Netto schuldquote 77% 79% 83% 85% 88% 89%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 71% 74% 77% 79% 82% 82%
Structurele exploitatie ruimte -3% 0% 0% 0% 0% 0%
Solvabiliteitsratio 28% 26% 24% 23% 22% 21%
Grondexploitatie 3% 1% 1% 1% 1% 2%
Belastingcapaciteit 78% 78% 83% 83% 83% 83%

Bron: Gemeentelijke meerjarenbegroting (prognose).

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

In 2021 stijgt de gemeentelijke schuldquote gecorrigeerd voor leningen verder naar 77%. Een stijging van 3%. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het meerjaren investeringsplan en in bijzonder door het integraal huisvestingsplan vanuit het onderwijs. Als gevolg van het MIP neemt de gemeentelijke schuld ook in 2021 absoluut gezien toe. Onze toezichthouder, de provincie Utrecht, hanteert als veilige norm een percentage van maximaal 90%. De komende jaren zal deze norm van 90% niet worden overschreden.

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding eigen/vreemd vermogen aan en helpt om inzicht te krijgen in welke mate wij in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio daalt in 2021 naar 24% door enerzijds een daling van het eigen vermogen (reserves) en anderzijds als gevolg van de toename van het vreemd vermogen. Extra vreemd vermogen is nodig om de nieuwe investeringen te financieren. Overigens is de solvabiliteitsratio nog steeds boven de minimale norm van 20%. Deze norm van 20% is afkomstig van onze toezichthouder.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van structurele baten en lasten en
het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale
baten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer
flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Ook in 2021 komt de structurele exploitatie ruimt uit rond de 0.

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij verkoop. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en
de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten. Dit kengetal geeft aan dat de gemeente op het terrein van de grondexploitatie steeds minder risico loopt. Dit komt door het afronden van steeds meer complexen dat zorgt voor een daling van de boekwaarde van de complexen.

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De toelichting hiervan is opgenomen in paragraaf G Lokale heffingen.

B. Onderhoud Kapitaalgoederen

Wat willen we bereiken?

II.g. Een vastgoedportefeuille in bezit die aansluit op de vraag vanuit beleid; het faciliteren van maatschappelijk activiteiten, stedelijke ontwikkeling en eigen bedrijfsvoering huisvesten.

Wat gaat het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

II.h. De (technische) kwaliteit van onze portefeuille voldoet aan onze criteria.

Wat mag het kosten?

Onderhoudsbudget en ureninzet
Dit wordt bekostigd uit Planmatig onderhoud en exploitatie-onderhoud

Wat gaan we daarvoor doen?

II.i. De Gemeente Veenendaal heeft eind 2021 met de eigen vastgoedportefeuille 15% energie bespaard t.o.v. 2014 en 5% duurzame energie opgewekt.

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren, structureel is vanaf 2020 € 250.000 beschikbaar voor duurzaamheidsmaatregelen
In het plan van aanpak Pilot verduurzamen gemeentehuis wordt ook ingegaan op de kosten en hoe deze gedekt zullen gaan worden.

Wat gaan we daarvoor doen?

II.j. De kosten van de portefeuille zijn in 2021 in balans met de opbrengsten.

Wat mag het kosten?

Inzet ambtelijke uren

Wat gaan we daarvoor doen?

II.k. De algemene begraafplaats en het rouwcentrum worden in 2021 volgens de kwaliteitsnormen onderhouden.

Wat mag het kosten?

Budgetneutraal

Wat gaan we daarvoor doen?

B. Onderhoud Kapitaalgoederen

Tot de kapitaalgoederen in de openbare ruimte rekenen we de wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), de riolering, het water en het groen en het vastgoed in de gemeente. Onderhoud bestaat uit dagelijks onderhoud, groot onderhoud en technische vervanging in renovatie.

Inhoud
Het beheer van de kapitaalgoederen is in de afgelopen jaren vastgelegd in de verschillende beheer- en beleidsplannen. Voor het beheer van de openbare buitenruimte wordt het ‘Integraal beheerplan Openbare Ruimte 2017 - 2020’ gevolgd en als onderdeel hiervan voor de riolering en het water het “Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2017-2020”. In 2021 stellen wij een nieuw programma vast voor het beheer van de openbare ruimte (het OPOR). Tot het moment dit plan is vastgesteld hanteren wij het Integraal beheerplan 2017-2020 als leidraad voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte.

Het beheer van het gemeentelijke vastgoed staat beschreven in de ‘Strategische kaders exploitatiebeheer gemeente Veenendaal’ en het ‘Beheerplan Gemeentelijk Vastgoed 2017-2020’. Voor de buitensportaccommodaties is de beheerkwaliteit bepaald door de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden.

In 2021 wordt het beheer van de kapitaalgoederen uitgevoerd zoals vastgelegd in de vastgestelde beheer- en beleidsplannen. De doelstelling voor de openbare ruimte ligt volgens het vastgestelde IBP op A-niveau voor de winkelcentra en begraafplaats. En voor de overige delen van de gemeente een groei richting B-niveau te realiseren.
Belangrijke items hierin zijn, natuur, duurzaamheid, participatie, bereikbaarheid, social return en klimaatadaptatie.

Door de integrale werkwijze worden kapitaalvernietiging en het ontstaan van onveilige situaties voorkomen. Met gerichte en integrale programmering van het groot onderhoud en vervanging in de openbare ruimte worden de beschikbare middelen zo goed en efficiënt mogelijk ingezet.

Algemene ontwikkelingen
Via het IBP 2017 -2020 zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de beheerkwaliteit van de openbare ruimte weer te laten groeien naar het B-niveau.

In 2019 is de voorbereiding gestart met het Wijkgericht Werken 2.0. Uitgangspunt is in gesprek te gaan met bewoners aan de hand van een digitale weergave van de door ons geplande werkzaamheden in 2021 en verder als onderdeel van het wijkplan. Samen met bewoners is dit wijkplan definitief gemaakt waarin ook de initiatieven en wensen van bewoners zijn meegenomen, mits passend binnen de bestaande budgetten. Bewoners worden gestimuleerd actief mee te denken en doen binnen de geplande werkzaamheden in de openbare ruimte.

Elke maand wordt de openbare ruimte geschouwd door een onafhankelijk bureau. Deze schouw is een momentopname en is in de eerste plaats bedoeld als sturingsinstrument voor de uitvoering. Er wordt geschouwd op technische kwaliteit en verzorgende kwaliteit. Dit laatste gaat over zaken als zwerfvuil, onkruid, lengte van het gras, graffiti etc.

Technische kwaliteit
Op basis van eigen inspecties en schouwrapporten wordt klein of groot onderhoud uitgevoerd in de openbare ruimte zodat deze voldoen aan de beeldkwaliteit A/B-niveau. In de winkelcentra en de begraafplaats wordt voor de verhardingen, straatmeubilair en groen een A-niveau gerealiseerd. In de overige wijken wordt de kwaliteit beoordeeld op een B/C-niveau en wordt toegewerkt naar het B-niveau.

Verzorgende kwaliteit
De verzorgende kwaliteit van de openbare ruimte wordt op basis van inspecties beoordeeld op een B/C-niveau en in de centrumgebieden op B/A-niveau. Ook hier wordt toegewerkt naar het gewenste kwaliteitsniveau B en A. Bij verzorgende kwaliteit wordt bijvoorbeeld naar zwerfafval en onkruid gekeken, het gaat erom dat de openbare ruimte schoon en netjes is.

Verloop kwaliteit
In het Intergraal beheerplan is het uitgangspunt dat er gewerkt wordt naar een openbare ruimte met kwaliteit A in het centrum en begraafplaats en B in de overige gebieden. Op dit moment werken we hier nog steeds naar toe en ligt het kwaliteitsniveau van een deel van het areaal tussen niveau B en C. In het OPOR wordt een uitgebreid overzicht gegeven van het huidige kwaliteitsniveau en de benodigde middelen om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen.

Wegen en kunstwerken
Wegen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn worden gereconstrueerd. Hierbij wordt integraal gekeken of er noodzakelijke aanpassingen dan wel vervangingen zijn aan de riolering, groenvoorzieningen, technische installaties, verkeersregelinstallaties, openbare verlichting ect. In 2021 wordt levensduur verlengend onderhoud/herinrichting van de volgende wegen uitgevoerd:

Straat Jaar Stand van zaken
Kerkewijk fase 2/3 2020-2021 In uitvoering. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Parkeerterrein Panhuis 2020-2021 In voorbereiding
Valleistraat (Kleine Beer-Boogschutter) 2020-2021 In voorbereiding. Reconstructie en deels realisatie hemelwaterriool
Componistensingel, vervangen bruggetje 2020-2021 In voorbereiding
Ambachtstraat 2021 In voorbereiding. Reconstructie en deels realisatie hemelwaterriool
Parkeerterrein Spitsbergenweg 2020-2021 In voorbereiding
Buurtlaan-oost (Dragonderweg-gem. grens) 2020-2021 In voorbereiding
Gerard Doustraat 2021 In voorbereiding.
Reconstructie en aanleghemelwaterriool
Wageningselaan, Smalle Zijde en Bobinestraat 2020-2021 In voorbereiding. Vergroten hemelwaterriool
Lange Vore, Lemoen, Ploegschaar, Dissel, Tweespan, Tarweveld, Gersteveld 2020-2021 In voorbereiding. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Dragonderweg 2020-2021 In voorbereiding
Hertogenlaan, Regentesselaan, Koninginnenlaan, Emmalaan, Stadhouderslaan (ged.) 2020-2021 In voorbereiding. Reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Ellekoot (inclusief parkeerterreinen) 2020-2021 In voorbereiding, reconstrutie en realisatie hemelwaterriool
Aardzwaluw, Klipzwaluw 2021 In voorbereiding, reconstructie en realisatie hemelwaterriool
Grote Beer, vervangen geluidsscherm 2021 In voorbereiding

Vertaling begroting
Voor het levensduur verlengend onderhoud/herinrichting aan wegen en kunstwerken is in 2021 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van € 3.500.000 opgenomen. Verder is € 70.000 opgenomen om te investeren in de technische installaties.

Voor het dagelijkse onderhoud zijn in 2021 de volgende bedragen in de exploitatiebegroting beschikbaar:
• Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 153.000
• Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 1.434.000
• Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 190.000
• Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 1.170.000

Riolering

Beleidskaders
Er wordt gewerkt aan de hand van het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan 2017-2020. Dit plan is onderdeel van het Integraal Beheerplan openbare ruimte 2017-2020.

(Financiële) consequenties
In 2021 wordt levensduur verlengend onderhoud verricht aan rioleringen. Verder worden, naast regulier onderhoud (reiniging van riolen), ook reconstructies uitgevoerd.
Voor de uit te voeren reconstructiewerkzaamheden wordt verwezen naar de tabel onder wegen en kunstwerken. Bij deze projecten wordt waar mogelijk het regenwater op het openbare terrein afgekoppeld door de aanleg van een gescheiden stelsel en krijgen bewoners aangeboden eveneens het regenwater op particulier terrein af te koppelen.
De werkzaamheden op industrieterrein Nijverkamp (Wageningselaan, Bobinestraat en De Smalle Zijde) betreffen het verruimen van hemelwaterriolen als maatregel tegen structurele wateroverlast.

Vertaling begroting
Voor het dagelijkse onderhoud zijn onderstaande bedragen in de exploitatiebegroting 2021 opgenomen.
• Rioolbeheer € 545.000
• Reinigen en onderhouden kolken € 192.000
• Onderhoud pompen en persleidingen € 287.000

Hierin zijn naast het beheer en onderhoud aan de riolen onder andere kosten voor baggerwerkzaamheden, grondwaterbeheer en een aandeel in straatvegen inbegrepen. De personele kosten voor dit taakveld worden geraamd op € 215.000 en de kapitaalslasten op ca. € 1.238.000.
Los daarvan is er € 150.000 in de begroting opgenomen voor het stimuleren van afkoppelen van regenwater en vergroenen van particuliere percelen. Deze impuls wordt gedekt uit de voorziening rioleringen.
Nieuwe investeringen, zijn in het meerjareninvesteringsplan voor 2021 begroot op 3,2 miljoen.

Water

Beleidskader
Er is gewerkt aan de hand van het Gemeentelijk Riolerings- en Waterplan 2017-2020. Dit plan is onderdeel van het Integraal Beheerplan openbare ruimte 2017-2020.

Financiële) consequenties
Naast het regulier onderhoud zoals het maaien en korven van vijvers en sloten wordt in 2021 enkele watergangen en oevers voorzien van nieuwe beschoeiingen of omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Tevens vinden er baggerwerkzaamheden plaats.

Vertaling begroting
In totaal is voor het dagelijkse onderhoud in de exploitatiebegroting 2021 opgenomen.
• Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 87.000
• Baggerwerkzaamheden € 79.000
Voor het vervangen van beschoeiingen is in het meerjareninvesteringsplan voor 2021 een bedrag van € 40.000 opgenomen.

Groen

Beleidskader
In de uitvoering van het beleid wordt gewerkt aan de hand van het Integraal Beheerplan openbare ruimte (IBP, 2017-2020). Sinds 2017 volgen we daarin een andere aanpak, met vooral aandacht voor verduurzaming van het groen, gevolgen van klimaatverandering en de bijdrage van groen in de waterhuishouding, zoals afvoer van regenwater en dat alles binnen de bestaande budgetten.
Voor de kapitaalgoederen zijn daarin vooral de ontwikkelingen, het kostenbewustzijn en de duurzaamheid van toepassing.

Op basis van het IBP beheren wij het centrumgebied op een A-kwaliteitsniveau en de overige wijken / industrieterreinen op een niveau dat gaat in de richting van een B-niveau.

In verband met het opstellen van de omgevingsvisie heeft geen actualisatie van het groen- en bomenbeleid plaatsgevonden. Wel is er een actualisatienotitie gemaakt van het groenstructuurplan waarin o.a. klimaatadaptatie en ecologie belangrijke thema’s waren. Voor deze actualisatie is ook overlegd met het groenpanel wat bestaat uit een groep betrokken bewoners en organisaties. Eenzelfde actualisatie vindt nu plaats voor het speelruimteplan. Deze actualisatienotities verwerken wij in 2021 in het OPOR.

Financiële) consequenties
Omdat alleen gezond en gevarieerd groen de voordelen geeft die we beogen met ons groen, zijn we continu bezig met snoeien, kap en herplant, groeiplaatsverbetering en andere beheersmaatregelen zoals maaien en onkruidbestrijding. Het belang van variatie is door de in Nederland snel toegeslagen essentaksterfte en de eikenprocessierups eens te meer duidelijk geworden.
Bij weg- en rioolreconstructies (zie tabel eerder in deze paragraaf) wordt het groen standaard meegenomen bij herinrichting. Hierbij is het uitgangspunt dat waardevol groen blijft behouden. Noemenswaardige groen- of speelprojecten zijn verder:

Project:

  • Mispel/Breukkruid
  • Aletta Jacobslaan
  • Oudeveen
  • Bloembakken deel 3
  • Wijk Petenbos
  • Herkwerken ( Wijk West)

Vertaling begroting
Voor het dagelijkse onderhoud zijn in de exploitatiebegroting 2021 de onderstaande bedragen opgenomen:
• Onderhoud groen € 2.401.000
• Speelvoorzieningen € 174.000
Daarnaast is als impuls voor groen en participatie in 2021 beschikbaar voor.
• Impuls groen (aanpak Lommerrijk Groen) € 105.000
• Aanpassing Groen n.a.v. burgerparticipatie € 42.000
• Voor de bestrijding en vervanging van bomen ten gevolge van de essentaksterfte is door de gemeenteraad structureel € 400.000 beschikbaar gesteld. In 2019 is het bestedingsdoel verbreed naar bestrijding van de effecten van ziektes en plagen, de vervanging van bomen als gevolg van een ziekte of plaag of onderhoud ter voorkoming van een ziekte of plaag.

In het meerjareninvesteringsplan is voor 2021 opgenomen.
• Groen in de openbare ruimte € 295.000
• Speelvoorzieningen € 135.000
• Uitbreiding skatebaan € 50.000. We werken op dit moment aan een plan voor het opknappen en zo mogelijk uitbreiden van de skatebaan.


Buitensport
Buitensportvoorzieningen die niet meer voldoen aan de landelijk gestelde eisen van NOC*NSF en de verschillende sportbonden worden gerenoveerd. In 2021 worden de volgende projecten aan buitensportvoorzieningen uitgevoerd:

Sportveld Jaar Stand van zaken
Renoveren Beachcourt 2020-2021 In voorbereiding
Renoveren beregening 2020-2021 In voorbereiding
Renoveren beplanting 2020-2021 In voorbereiding
Vervangen hekwerken 2020-2021 In voorbereiding

Vertaling begroting
Voor de renovatie van buitensportvoorzieningen is in 2021 in het meerjareninvesteringsplan een totaalbedrag van
€ 134.104 incl. btw opgenomen.

Vastgoed


Algemeen
Onze doelstelling voor vastgoed is een goed onderhouden, slank vastgoedbestand, waarmee effectief invulling wordt gegeven aan het accommodatiebeleid van de gemeente en financiële risico’s tot een minimum beperkt blijven.
We doen dit tegen zo laag mogelijke tarieven en kostendekkend. Hierdoor hebben we de kosten en opbrengsten goed in beeld en sturen we op zo laag mogelijke uitgaven.

Beleidskader
De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd.
In het najaar van 2020 is het vastgoedbeheerplan 2021 – 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Wij voeren ons beheer overeenkomstig de kaders uit dit plan uit.

Overzicht kwaliteitsniveau
Het vastgoed wordt in stand gehouden op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in standgehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767.

(Financiële) consequenties
Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het vastgoedbeheerplan 2021-2024. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MOP) bekeken welke werkzaamheden en budget noodzakelijk zijn om de kwaliteit te handhaven. Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed voldoet aan het gewenste kwaliteitsniveau en er geen achterstallig onderhoud is.

Vertaling begroting
Voor het jaarlijks regulier onderhoud is in 2021 een bedrag noodzakelijk van € 578.600.
Daarnaast wordt een bedrag van afgerond € 1.150.000 gedoteerd in de onderhoudsvoorziening gemeentelijke panden voor de uitvoering van het planmatige onderhoud.
Voor 2021 wordt voor noodzakelijk planmatige onderhoud een bedrag geraamd van € 974.300. Dit bedrag wordt ten laste gebracht van de onderhoudsvoorziening gemeentelijke gebouwen.

Voor de exploitatielasten van leegstaande en leegkomende (school)panden is € 80.000 beschikbaar.

Straat Jaar Stand van zaken
Versterking breedplaatvloeren Tricotage 2020-2021 In uitvoering

In het Meerjareninvesteringsplan is een bedrag van € 725.000 beschikbaar gesteld voor deze werkzaamheden.

Beleid gerelateerd aan thema

Naam beleidsstuk Wanneer vastgesteld
Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement 18 mei 2017 (raadsvergadering)
Vastgoed beheerplan 2017 - 2020 18 mei 2017
Accommodatiebeleid 2016 - 2020 18 mei 2017

C. Financiering

C. Financiering

Inleiding
In de paragraaf financiering komt het gemeentelijk financieringsbeleid aan de orde. Dit beleid is gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), wet HOF (Houdbaarheid Overheid Financiën), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en als uitwerking daarvan het gemeentelijk treasurystatuut.

De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van financieringsrisico’s en het beheersen van de gemeentelijke schuldpositie. Er is een directe relatie met paragraaf A risico’s en weerstandsvermogen.

Economische ontwikkeling
Voor 2021 wordt een gematigd economisch herstel verwacht van de wereldeconomie. Het mondiale bruto product kan met ca. 4,75% toenemen. In de meeste westerse landen leek het virus aanvankelijk onder controle gekomen te zijn, maar inmiddels zijn de overheden wederom overgegaan tot het invoeren van beperkende maatregelen. Naar verwachting zal de bedrijvigheid in de loop van 2021 aantrekken maar van een volledig economisch herstel is pas mogelijk indien er een vaccin of medicijn beschikbaar is. In sectoren als de horeca, het toerisme en de luchtvaart zal de activiteit nog lange tijd op een lager niveau blijven.

In de raming voor 2020 daalt het bruto binnenlands product (bbp) in Nederland met 5,1 bijna twee keer zo hard als tijdens de kredietcrisis (2009). In de tweede helft van 2020 treedt langzaam maar gestaag het herstel in, resulterend in een bbp-groei van 3,2% in 2021. Dit blijkt uit de laatste halfjaarlijkse ramingen van De Nederlandsche Bank (DNB). Omdat de onzekerheden rond de raming groter zijn dan gebruikelijk, is naast deze raming ook een mild en een zwaar scenario opgesteld.

Rentevisie
Als gevolg van de Corona crisis wordt verwacht dat de ECB (Europese Centrale Bank) genoodzaakt is om een renteverhoging verder uit stellen.

Wij verwachten dat de rente voor kortlopende geldleningen rond de -0,3 zal blijven schommelen. De Europese Centrale Bank (ECB) zal naar verwachting de rente in 2021 niet verhogen. Bij de rente op langlopende leningen wordt rekening gehouden met slechts een geringe verhoging tot 0,5% aan het einde van 2021 (Bron: DNB, ING en BNG Bank).

Een lage rente is voor de gemeentelijke begroting gunstig. Het omvangrijke MIP (Meerjaren Investerings Plan) maakt het noodzakelijk om in 2021 externe financieringsmiddelen aan te trekken.

Kasgeldlimiet
In 2021 kan afhankelijk van de renteontwikkeling een deel van de financieringsbehoefte gedekt worden met kasgeldleningen. De kasgeldlimiet komt in 2021 uit op circa € 17 miljoen (8,5% van
het begrotingstotaal van € 200 miljoen). Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet dan wel bij een stijgende rente zullen er echter langlopende geldleningen worden afgesloten. Het gemeentelijk treasury comité (Wethouder Financiën, Directeur bedrijfsvoering, Coördinator P&C en Treasurer) neemt hiertoe het initiatief.

Liquiditeitsbehoefte
De gemeentelijke liquiditeitsbehoefte wordt weergegeven in de grafiek liquiditeitsplanning 2021. Ter toelichting het volgende. In het eerste kwartaal is er een liquiditeitstekort. Dit tekort ontstaat doordat veel rente en aflossing van leningen dan betaald worden. In het tweede kwartaal daalt het tekort als gevolg van de belastinginkomsten. In het derde kwartaal neemt de behoefte verder af door inkomsten uit het BTW compensatiefonds. In het vierde kwartaal wordt een toename van de behoefte aan liquiditeit verwacht door de bekostiging van nieuwe investeringen. De liquiditeitsplanning vertoont een stabiel beeld doordat aanwezige liquiditeitstekorten worden opgevangen met kasgeldleningen en tijdelijke overschotten bij de schatkist worden gestald. Op deze wijze kan de gemeente tijdig aan haar betalingsverplichtingen voldoen.

De Meerjaren liquiditeitsbegroting 2021 - 2024 (bedragen x € 1 miljoen)

Financieringsbehoefte 2021 2022 2023 2024
A. Investeringen netto 17,9 16,7 17,4 14,7
B. Afschrijvingen -/- -10,0 -10,0 -10,0 -10,0
C. Grondexploitatie -1,0 -1,0 -1,0 -1,0
D. Aflossing leningen 20,3 21,2 19,2 20,0
Nieuw op te nemen leningen (A+B+C+D) 27,2 26,9 25,6 23,7
Schuldontwikkeling 31-12 145,4 151,1 157,5 161,2

Als gevolg van een betere spreiding van de investeringen in 2021 en verder jaren loopt de gemeentelijke schuld geleidelijk op. Omdat nog niet duidelijk is of als gevolg van Corona bezuinigingen moeten worden doorgevoerd is hier in de huidige planning nog geen rekening mee gehouden. Naar verwachting zal er de komende jaren telkens € 25 miljoen aan langlopende leningen opgenomen worden. Dat is afgerond € 5 miljoen meer dan er wordt afgelost.

Schuldpositie
Door het meerjaren Investerings Plan (MIP) loopt de gemeentelijke schuld op. Per 31 december 2021 wordt een netto schuld verwacht van € 145,4 miljoen. Zoals het er nu naar uit ziet zal de schuld de komende jaren oplopen naar € 161,2 miljoen einde 2024.

Risicobeheer financieringsportefeuille
Om de (rente) risico’s op de gemeentelijke leningenportefeuille te beheren maken we gebruik van de renterisiconorm. Deze norm heeft als uitgangspunt dat de gemeentelijke aflossing in enig jaar nooit meer mag zijn dan 20% van het gemeentelijk begrotingstotaal. Deze norm is gebaseerd op de wet Financiering Decentrale Overheden.

Overzicht Renterisico Norm (bedragen x € 1 miljoen)

Berekening Renterisico Norm 2021 2022 2023 2024
1. Begrotingstotaal (prognose) 200 200 200 200
2. Vastgesteld % wet FIDO 20% 20% 20% 20%
3. Renterisiconorm ((1 x 2) /100) 40 40 40 40
4. Aflossingen (planning) 20 21 19 20
5. Nieuwe leningen (planning) 27 26 26 24
6. Ruimte (3 – laagste van 4 of 5) 20 19 21 20

Veenendaal voldoet aan de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt minimaal 20% van het begrotingstotaal op basis van de wet FIDO. Dit komt overeen met een gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille van 5 jaar. Omdat de laatste tijd veelal leningen worden afgesloten met een looptijd van 15 jaar wordt ruim voldaan aan deze norm. Overigens is het ook wenselijk om leningen met langere looptijd aan te trekken zodat de gemeente minder last heeft van een rentestijging in de toekomst.

Toerekening rente
In de notitie “Rente” van de commissie BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering ook inzicht moet geven in de rentelasten uit externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Daarom is het verplicht om het volgende renteschema opgenomen.

Rente schema 2021 (bedragen x € 1 miljoen) bedrag bedrag Bedrag Bedrag
A Externe rentelasten over korte en lange financiering   1,9
B De externe rentebaten (Startersleningen)   0,1
C Totaal door te rekenen externe rente (A – B)   1,8
D De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 0,4  
E De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0,6  
F Subtotaal (D + E) 1,0 1,0
G Saldo door te rekenen externe rente (C – F)   0,8
H Rente over eigen vermogen en voorzieningen   1,3
I De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (G+H)   2,2
J De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)   2,2
K Renteresultaat op het taakveld treasury   -

De aan de taakvelden door te rekenen rente wordt bepaald door de externe rente die vooral bestaat uit de rente die betaald wordt over afgesloten leningen en de interne rente die bestaat uit de rente over de reserves en voorzieningen.

Treasury en duurzaamheid
Bij het aantrekken van leningen wordt het steeds belangrijker een relatie te leggen met duurzaamheid. Indien een lening wordt aangetrokken en daarbij wordt aangetoond dat de financiering bestemd is voor duurzame doeleinden kan een lagere rente worden overeengekomen. Ook in 2021 zal, indien mogelijk, hiervan gebruik worden gemaakt.

Overzicht beleidsvoornemens

Financiering
Beleidsvoornemens Jaartal
De kasgeldlimiet wordt nageleefd
2021
De renterisiconorm wordt nageleefd 2021
De schuldpositie wordt betrokken in de afweging bij het aangaan van nieuwe verplichtingen met een substantiële omvang. 2021

EMU-saldo cijfers.

  Berekening EMU saldo begroting 2021 2020 2021 2022 2023 2024
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -3,6 -2,5 -2,3 0,0 0,0
2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0
3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0
4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden
geactiveerd
-25,0 -17,9 -16,7 -17,4 -14,7
5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte bijdragen van het rijk, de
provincie, de Europese unie en overigen
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen
verkoopprijs)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiele vaste activa 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
7 Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d -21,3 -19,1 -18,4 -21,8 -21,0
8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 22,6 19,3 19,6 22,9 22,0
8b Boekwinst op grondverkopen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
9 Betalingen ten laste van de voorzieningen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves
worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de andere genoemde posten
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
             
  Berekend EMU-saldo -14,3 -7,2 -4,8 -3,3 -0,7
  Referentiewaarde (Septembercirculaire 19) -7,8 -7,8 -7,8 -7,8 -7,8
  Saldo -6,5 0,6 3,0 4,5 7,1

Uit voorgaande berekening blijkt dat de referentiewaarde in 2020 is overschreden, door het omvangrijke MIP. Vanaf 2021 vindt geen overschrijding meer plaats.

D. Bedrijfsvoering

D. Bedrijfsvoering

Inleiding
Volgens de voorschriften van het BBV is het verplicht een paragraaf bedrijfsvoering op te
nemen. Echter aangezien de Gemeente Veenendaal binnen het programma bedrijfsvoering
voornamelijk inzicht geeft over de stand van zaken en de beleidsvoornemens rondom de gemeentelijke bedrijfsvoering is gekozen in deze paragraaf een beperkte toelichting op te nemen.

Planning en control
Gebruikelijk is dat de Programmabegroting wordt opgesteld op basis van de Kadernota zoals die door de raad is vastgesteld. Vanwege de vele (financiële) onzekerheden rond het coronavirus is dit jaar geen Nota maar een ‘Kaderbrief’ aan de raad voorgelegd. Daarin zijn 2 consultatievragen voorgelegd welke punten de raad wilde meegeven ten aanzien van het beleid voor de komende jaren en ook op welke wijze de raad betrokken wilde blijven bij het proces van de opstelling Programmabegroting.

In de begroting zijn de aanbevelingen van de raad zo goed mogelijk verwerkt. De financiële perikelen rond het coronavirus zijn zo goed mogelijk ingeschat en verwerkt.

Het jaarlijkse ‘spoorboekje’ met betrekking tot de planning van de P&C documenten zal vroegtijdig aan de raad worden voorgelegd. Een bijzonderheid is het voornemen om de bestuursrapportages op te gaan stellen met behulp van het programma ‘Pepperflow’. In 2020 is al geëxperimenteerd met de rapportage van de afdeling E&W. Door middel van grafische weergave kan een transparant overzicht worden gegeven van de stand van zaken rond de uitvoering van het beleid en de financiën.

Rechtmatigheidsverantwoording
De raad stelt vanuit haar controlerende rol vast of de in de begroting opgenomen afspraken door het college op doelmatige en rechtmatige wijze zijn uitgevoerd. Het normenkader voor de rechtmatigheid waaraan wordt getoetst wordt door de raad vastgesteld. Op dit moment vindt de toets in hoeverre er rechtmatig is gehandeld door de accountant plaats en rapporteert deze hierover aan de raad. Vanaf boekjaar 2021 vindt hier een verschuiving plaats en zal het college van burgemeester en wethouders zelf door middel van de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af gaan leggen over het rechtmatig handelen.
De voorbereidingen om te komen tot deze rechtmatigheidsverantwoording zijn - met hulp van een (externe) projectleider - in volle gang. De raad zal over de rechtmatigheidsverantwoording apart (via de auditcommissie) worden geïnformeerd.

Verbetering administratieve processen
Bij de jaarrekening 2021 zal de accountant in de controleverklaring geen oordeel meer geven over de rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording van het college wordt dan onderdeel van de ‘getrouwheidsverklaring’ van de accountant.
Met het oog op de rechtmatigheid is het vereist dat de administratieve processen van de gemeente op orde zijn. In 2019 en het 1e halfjaar van 2020 zijn al de nodige processen opgepakt en verbeterd, waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de aanwezige automatiseringssystemen.
De aandacht voor de komende periode gaat uit naar de volgende zaken:
• verbetering inzicht in toegerekende uren aan investeringen en projecten;
• aanscherping van de budgetbewaking.

E. Verbonden partijen

E. Verbonden partijen

Beleid
Wij kiezen hier bewust voor een faciliterende rol waarin wij kaders en omstandigheden creëren, waar binnen inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers zaken met elkaar kunnen realiseren. Tegelijkertijd constateren wij dat wij als gemeente niet in alle gevallen kunnen volstaan met een faciliterende rol. Wanneer er sprake is van een te behartigen openbaar belang, willen wij als gemeente invloed en regie behouden. Dit kan ook gerealiseerd worden binnen het verband van een verbonden partij.

Vanwege de grote bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op alle verbonden partijen gewenst. Verder worden wij geconfronteerd met taakstellingen en omvangrijke taken via het regeerakkoord en de decentralisaties. Daardoor groeit het belang om grip te houden op de activiteiten en realisatie van doelstellingen door de verbonden partijen. Wij zetten ons in voor verbonden partijen die maximaal bijdragen aan de lokale bestuurlijke doelstellingen en een actief risicomanagement voeren. De ambtelijke organisatie zal ook hierdoor in toenemende mate samen (moeten) werken bij de realisatie van de beoogde bestuurlijke doelstellingen. Voorts wordt in de ambtelijke organisatie een centraal coördinatiepunt ingesteld voor alle verbonden partijen en samenwerkingsverbanden. Dit zal naar verwachting in 2019/2020 plaatsvinden. Daarnaast wordt elke verbonden partij jaarlijks integraal op risico´s, kansen en ontwikkelingen beoordeeld. De in 2016 vastgestelde Kadernota Verbonden Partijen en het daarin opgenomen instrumentarium zijn bij dit alles leidend.

Informatie
In deze begroting zijn de wijzigingen vanuit de BBV verwerkt. Bij de betreffende programma’s zijn de beleidsinformatie en beleidsrisico’s van de verbonden partijen opgenomen. In deze paragraaf vindt u een totaaloverzicht van de verbonden partijen, uitgesplitst in 4 categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen, coöperaties en vennootschappen en overige verbonden partijen.

Samenvattend overzicht Verbonden Partijen

Gemeenschappelijke regelingen (GR)

1 Regio Foodvalley
2 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
3 Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
4 Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)
5 Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
6 Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
Vennootschappen en coöperaties 7 Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
8 Duurzame Energie Veenendaal-Oost BV (DEVO)
9 Vitens NV
10 Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
11 Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
Stichtingen en verenigingen 12 Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
13 Stichting Ontmoetingshuis
Overige verbonden partijen 14 Parkeervoorzieningen

Regio Foodvalley

Naam 1. Regio Foodvalley
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Ede
3.  Doelstelling en openbaar belang De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen om de Regio een Europese topregio te maken op het gebied van innovatie in de foodsector met versterking van de leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen- en dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang Om de samenwerking mogelijk te maken betalen de gemeenten een inwonerbijdrage, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor 2021 is deze vastgesteld op € 3,32 per inwoner, hetgeen voor Veenendaal neerkomt op een inbreng van € 217.925.
Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 2,5 miljoen (begroting)
31-12-2019; € 2,0 miljoen
31-12-2018: € 1,8 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € - (begroting)
31-12-2019: € 2,9 miljoen
31-12-2018: € 2,5 miljoen
10. Financieel resultaat 2020: € - (begroting)
2019: - € 0,13 miljoen
2018: - € 0,10 miljoen
11. Website www.regiofoodvalley.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen
In 2020 wordt het onderzoek naar de meest optimale governance voor Foodvalley afgerond. De governance betreft naast de reguliere Foodvalley-samenwerking van de acht Foodvalley-gemeenten ook de instelling van een ‘Economic Board Foodvalley’ als opvolger van de zogenaamde ‘Triple Helix-samenwerking Foodvalley’ van overheid, ondernemers en onderwijsinstellingen en betreft ook het aandeel van de regio Foodvalley in de samenwerking van in totaal 8 partijen in de zogenaamde ‘Regio Deal Foodvalley’. De gemeenteraden worden via een ‘wensen en bedenkingen-procedure’ bij de vormgeving van de governance betrokken. Parallel hieraan vindt een aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Foodvalley plaats, die ter vaststelling aan de gemeenteraden wordt voorgelegd.

Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Naam 2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De VRU is een samenwerkingsverband van en voor de 26 Utrechtse gemeenten. Zij behartigt het belang van de gemeente op de terreinen brandweerzorg, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (Ghor), rampenbestrijding, risico- en crisisbeheersing. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de RAVU (regionale ambulancevoorziening Utrecht) ten aanzien van de gemeenschappelijke meldkamer en een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing.
Door deelname aan de Veiligheidsregio Utrecht wordt de samenwerking tussen verschillende instanties bij bestrijding van rampen en crises verbeterd. Elk lid van het AB fungeert als intermediair tussen gemeente en het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. Wanneer er regionale besluiten genomen moeten worden, is goedkeuring van alle gemeenteraden nodig.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger en Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 Utrechtse gemeenten
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De burgemeester is in zijn functie lid van het algemeen bestuur (AB) VRU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 15,4 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 13,1 miljoen
31-12-2018: € 9,7 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 62 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 44 miljoen
31-12-2018: € 49 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2020: € - (begroting)
31-12-2019: € 2,6 miljoen
31-12-2018: € 1,7 miljoen
11. Website www.vru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Geen bijzonderheden te benoemen.

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Naam 3. Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam), IW4 Beheer N.V. is een Naamloze Vennootschap (N.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is. De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR.
4. Relatie met beleidsprogramma 2. Economie, Werk en Ontwikkeling
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal, Rhenen, en Renswoude
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Namens onze gemeente zitten wethouders in het bestuur van de GR. Naast WSW-subsidie en een vergoeding voor opdrachten betaalt onze gemeente aan de GR een bijdrage om het subsidietekort per SE deels te compenseren. Daarnaast ontvangt de GR in de periode 2019-2021 een transitiebudget van de deelnemende gemeenten van in totaal € 600.000, om IW4 toekomstbesteding te maken.
7. Financieel belang De eventuele tekorten van de beheer NV worden (naar rato) door de deelnemende partijen aangezuiverd. Met ingang van 2019 verandert deze systematiek (zie hieronder).
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 6,0 miljoen (NV)
31-12-2018: € 6,2 miljoen (NV)
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 1 miljoen (NV)
31-12-2018: € 1 miljoen (NV)
10. Financieel resultaat 31-12-2019: € -0,2 miljoen (NV)
31-12-2018: € -0,3 miljoen (NV)
11. Website www.iw4.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Eind 2018 zijn besluiten genomen over de financiering van de Wsw en de toekomst van IW4. Op basis van dit besluit heeft IW4 een transitieplan opgesteld om IW4 toekomstbestendig te maken. Dit plan is getoetst en als valide beoordeeld door een extern adviesbureau. Dit betekent dat IW4 conform plan binnen de meerjaren begroting blijft. Dit is exclusief besparingen die gerealiseerd kunnen worden met nieuwe huisvesting samen met Wijkservice. Naar verwachting zal in 2021 begonnen worden met de nieuwbouw.

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)

Naam 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke Regeling
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht, gevestigd te Utrecht, is getroffen ter uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de
publieke gezondheid.
4. Relatie met beleidsprogramma 4 Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 4,2 miljoen
31-12-2018: € 3,5 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 11,7 miljoen
31-12-2018: € 13,2 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2019: € 633.000
31-12-2018: € 1,2 miljoen
11. Website www.ggdru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

De GGD voert in 2021 haar reguliere taken uit, conform gemaakte afspraken.
Vanuit de Wet Publieke Gezondheid heeft de GGDrU de taak infectieziekten te bestrijden, afhankelijk van corona-ontwikkelingen is het mogelijk dat de GGD in 2021 hiervoor nog aanvullende taken moet uitvoeren.

Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Naam 5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Openbaar Lichaam)
2. Vestigingsplaats Soest
3. Doelstelling en openbaar belang De AVU zorgt onder andere voor de verwerking van het Veenendaalse huishoudelijke afval. De kosten worden één op één doorberekend aan de gemeente en zitten in het tarief van de afvalstoffenheffing.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen 26 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang In het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Utrecht (AVU) zijn de 26 aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht vertegenwoordigd in het Algemeen- en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling AVU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 0,35 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 0,49 miljoen
31-12-2018: € 0,65 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 12,4 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 17,6 miljoen
31-12-2018: € 13,8 miljoen
10. Financieel resultaat 2020: € 0 (begroting)
2019: € 0,2 miljoen
2018: € 0
11. Website www.avu.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Het uitgangspunt bij het financieel beleid wordt gevormd door de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling. Tegenover de uitgaven staan de inkomsten, dat zijn de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Zowel de uitgaven als de inkomsten worden geraamd op basis van de door de deelnemende gemeenten ingeschatte hoeveelheden afval. Deze uitgaven en inkomsten betreffen meer dan 95% van de AVU-begroting. Overige en enige andere inkomsten bestaan uit rente op banktegoeden en mogelijke dividenduitkeringen. De AVU kan daarom als een volbloed not for profit organisatie worden aangemerkt.
De begroting van de AVU kent – behoudens een reservering voor onderhoud en risico voor de glas-, papier- en kledingbakken – geen reserves of voorzieningen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden in datzelfde jaar verrekend met de deelnemende gemeenten.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)

Naam 6. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De ODRU ondersteunt gemeenten bij het waarborgen en ontwikkelen van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De huidige deelnemers van de ODRU zijn de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € 0,8 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 1,7 miljoen
31-12-2018: € 1,9 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 7,7 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 7,7 miljoen
31-12-2018: € 7,3 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2020: € 0,16 miljoen (begroting)
31-12-2019: € 0,22 miljoen
31-12-2018: € 0,245 miljoen
11. Website www.odru.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

- Voorbereidingen op de ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2022 (verandering in werkprocessen, takenpakket, etc.). Met de ingang van de Omgevingswet worden gemeenten ook bevoegd gezag voor de vaste bodem. De ODRU gaat (in ieder geval een deel van) deze bodemtaken uitvoeren.
- Het uurtarief van de ODRU is vastgesteld op €95,00 voor 2021 (uurtarief 2020 is €92,50).

Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

Naam 7. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
1. Rechtsvorm Commanditaire Vennootschap (C.V.) en Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. heeft tot doel het realiseren van een plangebied aan de oostkant van Veenendaal voor circa 4.000 woningen (waarvan ca. 1.000 zijn gerealiseerd in plangebied Dragonder-oost).
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De gemeente Veenendaal en Grondexploitatie Quattro Veenendaal C.V. zijn in 2003 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor het ontwikkelen van dit plangebied, waarbij het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. en Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost Beheer B.V. zijn opgericht. Beide partijen (gemeente Veenendaal en Quattro) hebben een 50% belang.
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA), lid RvC (Raad van Commissarissen)
7. Financieel belang 50% van het aandelenkapitaal B.V.
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 6,2 miljoen
31-12-2018: € 6 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 66 miljoen
31-12-2018: € 64 miljoen
10. Financieel resultaat C.V 31-12-2019: € 0
31-12-2018: € 0
11. Website www.veenendaaloost.nl
12. Risicoprofiel Middel

Ontwikkelingen

Het komend jaar zal OVO zich bezighouden met de ontwikkeling en realisering van de resterende eilanden van “Veenderij” met een plancapaciteit van 269 woningen.
Dit betekent enerzijds alles wat te maken heeft met het bouwrijp maken van deze eilanden en anderzijds de opstalontwikkeling inclusief het tot stand brengen van de vereiste ruimtelijke plannen.
Ook het (gedeeltelijk) woonrijp maken van de eilanden C/B/A en het eiland L zal de aandacht van OVO vragen.
Voor “Buurtstede” geldt dat de ontwikkeling van de nog braakliggende locaties centraal staat. Dit betreffen:
1. De noordwesthoek van “De Ontmoeting”;
2. De walwoningen in “De Ontmoeting”;
3. De walwoningen in “De Hoven”;
4. De woningen aan de noordzijde van de Engelaanhof;
5. Het project “LEIV” aan de oostkant van De Brink.
Betreffende nieuw te realiseren wijk “Groenpoort” is het de bedoeling dat de benodigde gronden in 2021 van eigenaar wisselen, zodat OVO het jaar daarop kan beginnen met het bouwrijp maken. De onderhandelingen over de aankoop, het opstellen van het stedenbouwkundig plan en het maken van het bestemmingsplan zijn al in 2020 gerealiseerd.

Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)

Naam 8. Duurzame Energie Veenendaal-oost BV (DEVO)
1. Rechtsvorm Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang DEVO is het lokale energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor de exploitatie en het beheer van de duurzame energievoorziening in een deel van Veenendaal-oost (Buurtstede en Veenderij). DEVO draagt bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstelling om met ingang van 2035 energieneutraliteit te realiseren.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal en Quattro Energie B.V
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is voor 50% aandeelhouder van deze onderneming
8. Eigen Vermogen 31-12-2020: € - 5,702 miljoen
31-12-2019: € - 5,527 miljoen
31-12-2018: € - 5,183 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2020: € 12,546 miljoen
31-12-2019: € 14,117 miljoen
31-12-2018: € 13,019 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2020: € 0,174 miljoen
31-12-2019: € - 0,345 miljoen
31-12-2018: € - 0,278 miljoen
11. Website www.devo-veenendaal.nl
12. Risicoprofiel Hoog

Ontwikkelingen

Op 17 december 2015 heeft de gemeenteraad een besluit over de toekomstige koers voor DEVO (Duurzame Energievoorziening Veenendaal-Oost) genomen. De gemeenteraad heeft een positief besluit genomen dat bijdraagt aan een gezonde en solide toekomst van DEVO. De raad heeft daarbij gekozen voor continuïteit van de warmte- en koude voorziening en de verdere ontwikkeling van duurzame energie in de wijken Buurtstede en Veenderij in Veenendaal-oost. Op 3 maart 2016 heeft de gemeenteraad ingestemd met een nieuwe borgstelling voor DEVO tot een bedrag van € 12,2 miljoen voor de periode van 30 juni 2016 tot en met 30 juni 2021. De herfinanciering van DEVO heeft op 30 juni 2016 plaats gevonden, zodat de continuïteit van de onderneming tot 30 juni 2021 is gewaarborgd. In totaal staat de gemeente borg voor een bedrag van € 15,4 miljoen. Om de continuïteit van de onderneming vanaf 30 juni 2021 te waarborgen is een herfinanciering van de onderneming noodzakelijk. Daarbij komt tevens de borgstelling door de gemeente aan de orde.

Vitens NV

Naam 9.Vitens NV
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Zwolle
3. Doelstelling en openbaar belang Publiek waterbedrijf, belast met de zorg voor de watervoorziening
4. Relatie met beleidsprogramma 5 Algemene dekkingsmiddelen
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 56.404 aandelen (0,975% van het totale aandelenkapitaal)
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 533,3 miljoen
31-12-2018: € 533,0 miljoen
31-12-2017: € 533,7 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 1.293 miljoen
31-12-2018: € 1.233,5 miljoen
31-12-2017: € 1.194,4 miljoen
10. Financieel resultaat 2019: € 11,1 miljoen
2018: € 13,0 miljoen
2017: € 47,7 miljoen
11. Website www.Vitens.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Als gevolg van de droge zomers in 2018 en 2019 heeft Vitens haar beleid bijgesteld. Om voldoende drinkwater te kunnen leveren in droge periodes gaat Vitens haar productiecapaciteit stevig uitbreiden. Door Vitens zullen de komende jaren extra investeringen worden gedaan om deze uitbreiding mogelijk te maken. Mede als gevolg hiervan zal de winst de komende jaren aanmerkelijk lager zijn in vergelijking met het nabij verleden. Een factor die hierbij ook een rol speelt is dat vanuit de rijksoverheid een bovengrens is vastgesteld ten aanzien van het rendement over het eigen vermogen. Een andere factor is de noodzaak om een solvabiliteit van 30% aan te houden omdat de banken hierom vragen.

Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)

Naam 10.Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Den Haag
3. Doelstelling en openbaar belang Bank van en voor overheden en instellingen van
maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De bank levert zo een bijdrage aan de publieke taak.
4. Relatie met beleidsprogramma 5 Algemene dekkingsmiddelen
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is aandeelhouder van de BNG en bezit 0,2% van de aandelen.
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 4.887 miljoen
31-12-2018: € 4.990 miljoen
31-12-2017: € 4.953 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 144.802 miljoen
31-12-2018: € 132.519 miljoen
31-12-2017: € 135.072 miljoen
10. Financieel resultaat 2019: € 163 miljoen
2018: € 337 miljoen
2017: € 393 miljoen
11. Website www.bngbank.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

BNG Bank profileert zich steeds meer als een duurzame bank en ondersteunt gemeenten bij de verdere verduurzaming. BNG Bank staat in de top 5 van ’s werelds veiligste banken. De lijst van veiligste banken ter wereld wordt samengesteld door een vergelijking van de lange termijn krediet ratings en de totale activa van de 500 grootste banken wereldwijd. Ratings van Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch zijn hiervoor gehanteerd.

Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Naam 11. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap (NV)
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang ACV is een overheids-nv. De missie van ACV is de opdracht gevende gemeenten, bedrijven en particulieren te ontzorgen op het gebied van afval & reiniging en te opereren als de logische, regionale samenwerkingspartner
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Ede, Wageningen, Renkum en Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 24% van de aandelen van de holding
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 11,1 miljoen
31-12-2018: € 11,1 miljoen
31-12-2017: € 11,1 miljoen
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 21,9 miljoen
31-12-2018: € 19,9 miljoen
31-12-2017: € 21,9 miljoen
10. Financieel resultaat 2019: € 0,5 miljoen
2018: € 0,6 miljoen
2017: € 0,5 miljoen
11. Website www.acv-groep.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

ACV is de naam voor de vertrouwde afvalinzamelaar in de gemeenten Ede, Renkum, Renswoude, Veenendaal en Wageningen. ACV is in 1999 ontstaan toen de activiteiten voor de gemeenten Ede en Wageningen samengevoegd zijn in één organisatie: Afvalcombinatie De Vallei. Later werden ook Renkum (2001) en Veenendaal (2008) en Renswoude (2020) toegevoegd.
ACV is een zelfstandig opererend bedrijf met een schat aan ervaring op het gebied van afvalinzameling, straatreiniging, het kolken van riolen, gladheidbestrijding en plaagdierbestrijding. Sinds 1999 is ook de kringloopwinkel in Ede en vanaf 2010 de kringloopwinkel in Veenendaal toegevoegd, onder de naam Restore Kringloop. Per 1 januari 2012 is ACV lid van Midwaste, een samenwerkingsverband van 13 regionale afval- en reinigingsbedrijven. ACV is sinds februari 2017 ook actief binnen het SamenWerkBedrijf (SWB), een samenwerking in de openbare ruimte tussen gemeente Ede, Werkkracht en ACV.

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Naam 12. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. De Stichting sluit hierbij aan bij de ontwikkeling naar integraal werken binnen de drie sociale domeinen, te weten: jeugd, maatschappelijke ondersteuning en participatie – bijvoorbeeld door de vorming van integrale sociale wijkteams – en levert hier een actieve bijdrage aan. Zij doet dit uitsluitend in opdracht van de gemeente.
4. Relatie met beleidsprogramma 3 Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen nvt
6. Bestuurlijk belang Het College
- stelt de jaarlijkse bijdrage vast op basis van de prestatieafspraken.
- benoemt, schorst en ontslaat de leden van het Bestuur.
- krijgt bepaalde besluiten van het Bestuur ter goedkeuring voorgelegd.
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage.
De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de Gemeente.
8. Eigen Vermogen 31-12-2019: € 0
31-12-2018: € 0
9. Vreemd Vermogen 31-12-2019: € 1,0 miljoen
31-12-2018: € 0,7 miljoen
10. Financieel resultaat 31-12-2019: € 0
31-12-2018: € 0
11. Website www.cjgveenendaal.nl
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Met de inzet vanuit het CJG wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de beoogde resultaten uit het Integraal beleidskader Sociaal Domein. Er wordt onder andere bijgedragen aan de ontwikkeling van een stevige sociale basis, een sterke uniforme toegang en de verdere transformatie van het jeugdstelsel.
Grote uitdaging nu en in de komende jaren is het terugdringen van het gebruik van specialistische jeugdhulp en de daarmee gepaard gaande kosten. Hiertoe zijn in 2019 een aantal verbeterprojecten gestart, welke in 2020 zijn aangevuld met een aantal maatregelen om met name het gebruik en de kosten van ambulante jeugdhulp (in het bijzonder begeleiding en behandeling) terug te dringen. Het CJG geeft in 2021 verder uitvoering aan deze projecten en maatregelen onder meer door:
1. Het afremmen van instroom
• O.a. beperken open inloop (werken op afspraak, max. aantal afspraken per week, wachtlijst) investeren op kwaliteit en zorgvuldigheid.
2. Kaders en normen voor jeugdhulp binnen het CJG.
Actieve sturing op het terugdringen aantallen naar specialistische zorg, incl. afspraken met de belangrijkste aanbieders.
3. Vergroten van de invloed op het logistieke proces bij de inzet van gecontracteerde jeugdhulp.
• Scherpere triage, strakker sturen op duur, intensiteit en doelrealisatie.

Stichting Ontmoetingshuis

Naam 13. Stichting Ontmoetingshuis
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk beheren, kostendekkend exploiteren en doen exploiteren van het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost, al dan niet tezamen met andere door de Gemeente Veenendaal aan te wijzen partijen en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
De stichting mag niet al dan niet commerciële activiteiten verrichten of laten verrichten buiten de doelstelling, locatie en andere samenwerkingsvormen.
4. Relatie met beleidsprogramma 1 Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College
- Goedkeuring en ontslag bestuur
- Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.)
- Inzage en aanwijzingen financieel beheer.
7. Financieel belang Het college compenseert een negatieve exploitatie indien deze niet uit de reserve gehaald kan worden. Eventuele overschotten vallen ten gunste van de reserves.
8. Eigen Vermogen 2019: € 408.529
2018: € 312.917
2017: € 225.168
9. Vreemd Vermogen 2019: € 159.405
2018: € 189.539
2017: € 135.755
10. Financieel resultaat 2019: - € 105.083
2018: - € 78.066
2017: - € 109.663
11. Website http://ontmoetingshuis.nl/
12. Risicoprofiel Laag

Ontwikkelingen

Geen ontwikkelingen

Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)

Naam 14. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)
1. Rechtsvorm Vereniging / Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang

Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars” en “het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken.

VVE Tricotage
Stichting (VVE) Arie van Hensbergen

4. Relatie met beleidsprogramma

1 Fysieke leefomgeving

5. Deelnemende partijen

Gemeente Veenendaal

6. Bestuurlijk belang

Het College
- Goedkeuring en ontslag bestuur
- Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.)
- Inzage en aanwijzingen administratie

7. Financieel belang

Vaste gemeenschappelijke bijdrage.
Compensatie verliezen en investeringen.

8. Eigen Vermogen

2019: € 0
2018: € 0
2017: € 0

9. Vreemd Vermogen

2019: € 0
2018: € 0
2017: € 0

10. Financieel resultaat

2019: - € 7.356,00
2018: - € 152,00
2017: € 203,00

11. Website

nvt

12. Risicoprofiel

laag

Ontwikkelingen

Geen ontwikkelingen

 

F. Grondbeleid

Grondbeleid

Het grondbeleid is vastgelegd met principes in de Nota grondbeleid. Met de principes wordt richting gegeven hoe de gemeente handelt in de grondmarkt met diverse beschikbare juridische en financiële instrumenten (zoals bijvoorbeeld de grondexploitatiewet). De diverse instrumenten worden gebruikt om bestuurlijke doelstellingen in de ruimtelijke ordening vorm te geven.

Algemene ontwikkelingen
Er blijft spanning op de woningmarkt. Diverse publicaties geven aan dat de woningmarkt nog krap is, en mogelijk nog een aantal jaren krap zal blijven Landelijk blijft de benodigde nieuwbouw achter bij de vraag naar woningen. De ontwikkeling van de economie (mede als gevolg van COVID-19) vormt echter een risico. Een eventuele economische groeivertraging heeft haar weerslag op de woningmarkt, zij het vaak met een aantal jaar vertraging. De centrale banken hebben aangegeven zo nodig de beleidsrente te verlagen en zo nodig obligaties aan te kopen. Hierdoor zal de hypotheekrente langer laag blijven en mogelijk licht dalen. Dit geeft de huizenmarkt de nodige ondersteuning. Tevens is de woningmarkt dermate krap dat de vraag is hoe dit zich zal verhouden met een eventuele economische achteruitgang.

In de afgelopen jaren is gebleken hoe belangrijk het is bij woningbouw om toekomstige bewoners en omwonenden te betrekken bij nieuwe plannen. De gemeente stimuleert ontwikkelaars voor toepassen co-creatie met omwonenden en vanuit marktpartijen worden dit ook steeds meer als vanzelfsprekende trajecten gezien. Participatietrajecten zijn niet meer weg te denken bij nieuwe ontwikkelingen. De mate van participatie zal echter altijd maatwerk blijven. Er is zowel behoefte aan systeembouw als volledige zelfbouw en alles wat er tussen zit.
Een andere trend die over de gehele breedte plaatsvindt is duurzaamheid. De wettelijke normen worden strenger, maar belangrijker, de mogelijkheden worden ook steeds groter. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Hiermee wordt de gehele sector gedwongen creatief te zijn in de duurzame ambities.

Vanwege de invoering van de Omgevingswet is op 1 februari 2019 een voorstel voor de Aanvullingswet grondeigendom naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze wet bevat regels over het ingrijpen door de overheid in het eigendom van de grond met aangepaste instrumenten voor voorkeursrecht, onteigening, herverkaveling en kavelruil. Ook komt er een vereenvoudigde regeling voor het kostenverhaal. Dit vormt mogelijkheden als de overheid (bovenwijkse) kosten maakt bij de ontwikkeling van een initiatief van burgers of bedrijven. Eind 2020 zal daarom naast de reguliere actualisering van de nota grondbeleid ook een nota bovenwijkse voorzieningen zijn opgesteld.

Visie op grondbeleid
Een belangrijke les van de afgelopen jaren is dat een keuze voor óf facilitair óf actief grondbeleid niet volstaat. Bij projecten wordt scherp gekeken in hoeverre deze bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat Veenendaal het grondbeleid situationeel vormgeeft: niet per definitie actief of passief, maar per situatie wordt maatwerk geboden. In de nieuwe Nota Grondbeleid 2020-2024 zal een afwegingskader opgenomen zijn om de mate van activiteit (van passief tot actief) te bepalen. Afhankelijk van de situatie en het belang van het doel of de prioriteit ervan voor de gemeente wordt de mate van activiteit bepaald. Via het projectenboek zal jaarlijks de strategie op hoofdlijnen door de raad worden vastgesteld.

Uitvoering van grondbeleid
Door de krapte op de woningmarkt kan druk ontstaan op het ingezette beleid voor vraaggestuurde ontwikkelingen. Het is belangrijk om te zorgen dat het aanbod aansluit op de behoefte van bewoners. Er vindt jaarlijks een woningmarktanalyse plaats in het projectenboek en elk nieuw initiatief wordt beoordeeld met de ladder van duurzame verstedelijking. Zo wordt aangetoond waarvoor er daadwerkelijk een marktvraag is. De Woonvisie (wordt: Uitvoeringsplan wonen in de omgevingswet) is cruciaal voor de onderbouwing van de Ladder en is richtinggevend voor het inspelen op de juiste (toekomstige) toevoegingen aan de woningvoorraad. Dit om de effecten van vergrijzing en de toename van zorghuisvesting vanaf 2021 op tijd op te vangen. Aandachtspunten voor de uitvoering is het zorgen van voldoende betaalbare en/of (zorg)geschikte woningen in de komende jaren. Gezien de momenteel hoge (bouw)kosten is dat een uitdaging voor de komende periode.

Per 1 januari 2016 zijn de regels van de BBV (Besluit Begroting & Verantwoording) gewijzigd. In maart 2018 is een aanvullende handreiking beschikbaar gesteld specifiek voor het onderwerp ‘tussentijds winst nemen’. Deze aangescherpte regels zorgen ervoor dat er tussentijdse winstnemingen gedaan moeten worden.

Risicoreserve grondbeleid
De Nota Grondbeleid 2016 – 2020 stelt in principe 12 dat “de Risicoreserve grondexploitaties dient in overeenstemming te zijn met de omvang van de gemeentelijke risico’s in de grondcomplexen. Dit wordt jaarlijks vastgesteld bij het Projectenboek”. Dit zal ook gelden onder de nieuwe Nota Grondbeleid 2020 – 2024. Dit betekent dat de hoogte van de risicoreserve niet lager mag zijn dan de berekende risico´s. Het projectenboek geeft jaarlijks een actueel overzicht van alle gemeentelijke grondexploitaties en de daaraan verbonden risico’s. Uit het projectenboek blijkt dat er voldoende buffer is om de nu bekende risico’s op te vangen. Indien nieuwe risico’s in de toekomst worden gesignaleerd of oude risico’s vervallen, zal de risicoreserve opnieuw worden berekend en indien nodig aangepast bij het eerstvolgende projectenboek.

Overzicht beleidsvoornemens

 

G. Lokale heffingen

Lokale heffingen

De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding van de opbrengst gebonden is (bestemmingsheffingen) en heffingen waarvan de besteding van de opbrengst vrij is. Ongebonden lokale heffingen zoals de OZB en de hondenbelasting rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat zij inhoudelijk niet aan begrotingsprogramma’s zijn gerelateerd en de opbrengst vrij kan worden besteed. Gebonden heffingen zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. De raad stelt jaarlijks de tarieven voor het komende jaar vast.

Het gemeentelijke belastinggebied is wettelijk begrensd. De regelingen, waarin is bepaald welke belastingen en rechten de gemeenten mogen heffen, schrijven voor hoe de gemeenten die heffingen moeten inrichten. Zo mag bijvoorbeeld het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige en is het niet toegestaan om met rechten winst te maken.

In deze paragraaf komen de belangrijkste gemeentelijke heffingen aan de orde. Daarnaast maken het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid onderdeel uit van deze paragraaf.

Beleidsuitgangspunten

Indexatie 2021
De gemeentelijke heffingen zijn in deze programmabegroting trendmatig met 1,5% verhoogd. De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en kosten van lijkbezorging zijn daarvan uitgezonderd. Deze tarieven zijn in afzonderlijke beleidsdocumenten vastgesteld. Hiervoor geldt als uitgangspunt een maximale kostendekkendheid van 100%.

Onroerende zaakbelastingen (OZB)
Ons bestendig beleid is dat mutaties als gevolg van een hertaxatie van de waarde van de onroerende zaken geen gevolgen mag hebben voor de belastingopbrengsten (sinds invoering van de Wet WOZ in 1995). Een waardestijging van de onroerende zaken binnen onze gemeente heeft zich in het verleden dan ook altijd vertaald in een evenredige tariefsdaling (en vice versa).

Rioolheffingen
Het tarief voor de rioolheffing is in de raad van 22 juni 2017 vastgesteld in het Integraal beheerplan Openbare ruimte en gemeentelijk riolerings- en waterplan. Bestendig beleid is een kostendekkende rioolheffing waarvan 50% van de kosten wordt verhaald via het aansluitrecht en 50% via het afvoerrecht.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt van het huidige beleid is erop gericht 100% van de inzamelings- en verwerkingskosten van het afval in de tarieven te verdisconteren. Per 1 januari 2016 is de gemeente overgeschakeld naar Diftar op basis van volume-frequentie.

Hondenbelasting
Er wordt voor het houden van een hond een tarief in rekening gebracht. Indien er sprake is van meer dan 1 hond geldt een hoger tarief voor deze meerdere honden. Tevens is er sprake van een kennel tarief.

Leges
De leges worden in verschillende groepen gepresenteerd. De leges worden als inkomsten op de taakvelden waar ze betrekking op hebben verantwoord.

Precariobelasting ter zake van buizen, kabels, draden of leidingen
Met ingang van 1 juli 2015 is besloten precariobelasting in te voeren bij netwerkbeheerders. De aanslagen worden na afloop van het belastingjaar opgelegd. Geraamde opbrengst voor 2021 bedraagt € 1,942 miljoen en wordt gestort in de voorziening dubieuze debiteuren precariobelasting. Er is in 2016 een wetsvoorstel aangenomen om de precariobelasting voor netwerkbeheerders af te schaffen. Gemeenten (waaronder Veenendaal) die in 2015 al heffen kunnen nog heffen tot 1 januari 2022. Het is niet toegestaan het in 2016 gehanteerde tarief te verhogen.

Precariobelasting overige
Naast precariobelasting op buizen, kabels en leidingen is er ook precariobelasting voor gebruik van de gemeentegronden. Deze precariobelasting wordt geheven inden er sprake is van opslag bouwmaterialen, stalling van voertuigen, terrassen en uitstallingen. Tarieven zijn per m2 en/of per jaar.

Reclamebelasting
Reclamebelasting is een belasting op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, bijvoorbeeld logo's, stickers, gevelreclame, lichtbakken en uithangborden. Ondernemers op alle bedrijventerreinen in Veenendaal betalen reclameheffing aan de gemeente. De opbrengst (na verrekening van de perceptiekosten) wordt naar rato verdeeld over de coöperatieve verenigingen Bedrijventerreinen. Kwijtschelding voor reclamebelasting is niet mogelijk.

Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal
In mei 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de invoering van een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Winkelstad Veenendaal. Deze BIZ Winkelstad Veenendaal is van toepassing in het zogenoemde Kernwinkelgebied en beoogd gezamenlijke investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving te financieren. De BIZ is een bestemmingsheffing die eigenaren en gebruikers betalen. Onder verrekening van de perceptiekosten wordt de bate uitbetaald aan de stichting BIZ Winkelstad Veenendaal. Er is sprake van tariefdifferentiatie (onderstaand toegelicht).

Toeristenbelasting
Niet-inwoners van de gemeente, die betaald overnachten in Veenendaal, betalen toeristenbelasting. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Parkeerbelasting
Op basis van artikel 225 Gemeentewet heft de gemeente in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen. Er worden twee belastingen geheven:
• De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst.
• De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.
De gemeente kan hiermee op efficiënte en financieel verantwoorde wijze het parkeerbeleid realiseren.

Tarieven gemeentelijke heffingen

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Wij voeren voor de OZB een trendmatige verhoging van 1,5% door. Alle onroerende zaken in Veenendaal worden gedurende 2020 opnieuw gewaardeerd naar peildatum 1 januari 2020. De nieuwe waarde geldt voor het belastingjaar 2021. De waarde van de woningen in onze gemeente is tussen de peildatum 1 januari 2019 en 1 januari 2020 met circa 6,9% gestegen. De waarde van de niet-woningen is in dezelfde periode gestegen met 1,0%. Dit is gebaseerd op de informatie die we ten tijde van de tariefsbepaling hebben. We hadden op dat moment ongeveer 90% van de woningen opnieuw gewaardeerd naar peildatum 1 januari 2020. Van de niet-woningen was toen slechts 50% getaxeerd. De waardestijging/-daling neutraliseren we in de tarieven, zodat we de totaalopbrengst halen conform de trendmatige stijging als hierboven benoemd. Dit betekent voor de tarieven de onderstaande extra aanpassing naast de trendmatige verhoging.

Op basis van de inzichten in de taxaties op het moment van opstellen van deze programmabegroting zijn de tarieven voor 2019 als volgt.

Rioolheffing
Met de rioolheffing worden kosten verhaald om collectieve maatregelen te treffen die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van grond- en of hemelwater. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen aansluitrechten, die doorgaans worden geheven van de eigenaren van de aangesloten eigendommen en afvoerrechten, die uitsluitend kunnen worden geheven van de gebruikers van die eigendommen.

In het Gemeentelijk Riool en Water Plan Veenendaal 2017-2020 is voorgesteld om de tarieven van rioolheffing in 2020 gelijk laten zijn aan 2019. In 2019 is een storting in de voorziening gerealiseerd waardoor de voorziening is gestegen. Vanaf 2020 zijn er onttrekkingen begroot om het tarief constant te houden. De voorziening zal daarom vanaf 2020 gaan dalen. Echter is door kostenstijgingen sinds lange tijd wel indexatie van 1,5% van de tarieven benodigd om de kostendekkendheid van 100% in de toekomst te handhaven.

Afvalstoffenheffing
Het huishoudelijk afval wordt verwerkt via Afvalverwijdering Utrecht (AVU). De AVU is een gemeenschappelijke regeling van alle Utrechtse gemeenten. De afvalinzameling wordt gedaan door ACV, een NV van de gemeenten Ede, Wageningen, Renkum, Renswoude en Veenendaal. De tarieven voor 2021 zijn gebaseerd op het in 2016 ingevoerde systeem van betalen per keer voor restafval (Diftar) ter bevordering van hergebruik van grondstoffen.

Het vaste tarief van 2020 ter hoogte van € 191,58 is gerealiseerd door een onttrekking uit de reserve van € 8 per aansluiting. Zonder deze aanwending van de reserve had het vaste tarief van 2020 verhoogd moeten worden met
€ 31,82 van € 167,76 naar een bedrag van € 199,58. Voor 2021 zijn zowel de variabele tarieven voor de afvalstoffenheffing (tarief per aanbieding) als het basisbedrag met 1,5% geïndexeerd. Daarnaast is voor 2021 sprake van een autonome tariefstijging als gevolg van hogere inzamel- en verwerkingskosten door nieuwe prijsvorming bij aanbesteding en wederom verdergaande daling van vergoedingen voor oud papier en PMD.

Het vaste tarief van 2021 komt uit op € 233,56

De kosten voor ledigingen en stortingen worden alleen geïndexeerd. Veenendaal komt daarmee in 2021 uit op gemiddeld € 285,02 voor een huishouden inclusief het variabele deel. Het landelijk gemiddelde tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden in 2020 bedraagt € 283 (2021 is nog niet bekend).

Hondenbelasting
Wij hebben voor de hondenbelasting een trendmatige verhoging van 1,5% opgenomen. De tarieven voor 2020 zijn als volgt.

De tarieven van voorgaande jaren hebben wij verderop in deze paragraaf opgenomen.

Leges
De gemeente brengt voor producten van burgerzaken en vergunningen leges in rekening bij de aanvrager. In deze programmabegroting wordt hierop een trendmatige verhoging doorgevoerd van 1,5%. Randvoorwaarde daarbij is dat de legesopbrengsten maximaal 100% kostendekkend mogen zijn.

Precariobelastingen
Voor precariobelastingen is een trendmatige verhoging van 1,5% opgenomen. De precariobelasting op kabels en leidingen (€ 1.942.000,-) is hiervan uitgezonderd op grond van het besluit van de minister dat deze belasting niet mag stijgen. De precariobelasting die van toepassing is op bijvoorbeeld terrassen is wel aangepast.

Reclamebelasting
In deze programmabegroting hebben wij voor de reclamebelasting eveneens een trendmatige verhoging van 1,5 % opgenomen. De reclamebelasting heeft alleen betrekking op de bedrijventerreinen.

BIZ-heffing
Met ingang van 2018 is de BIZ ingevoerd conform het raadsbesluit in 2017. In de verordening is vastgelegd dat de tariefsverhoging 2% per jaar is. De tarieven voor 2021 zijn:
Gebruikers Overdekt gebied G-1 € 317
Onoverdekt gebied (inclusief € 306 extra Investering in het gebied) G-2 € 634
Eigenaren Overdekt gebied E-1 € 211
Onoverdekt gebied (inclusief € 153 extra investering in het gebied) E-2 € 369


Toeristenbelasting
In deze programmabegroting 2021 hebben wij voor de toeristenbelasting eveneens een trendmatige verhoging van 1,5 % opgenomen. Het tarief wordt € 1,10 per overnachting. Toeristenbelasting wordt geheven voor overnachtingen door niet-ingezetenen.

Parkeerbelasting
Over de tarieven voor de parkeerbelasting 2021 wordt de raad in november 2020 geïnformeerd.

Overzicht inkomsten lokale heffingen

Onderstaand een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste gemeentelijke belastingen.

Overzicht belangrijkste tarieven

Vergelijking woonlasten met andere gemeenten

Jaarlijks brengt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) een atlas uit waarin de lokale lasten van de belastingen van gemeenten, provincies en waterschappen zijn opgenomen. Zo heeft Coelo onder andere een tabel opgenomen “Woonlasten per gemeente”. In deze tabel zijn ca 400 gemeenten opgenomen. De woonlasten die Coelo vergelijkt, bestaan uit OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze zijn gebaseerd op een woning met een gemiddelde waarde; na aftrek van eventuele heffingskorting.

In deze tabel staat de gemeente Veenendaal op de zevende plaats (vorig jaar een vijfde plaats) voor wat betreft de laagste woonlasten meerpersoonshuishouden. Deze daling wordt met name veroorzaakt door de eenmalige verhoging van de OZB met 10% in 2019. Om u een beeld te geven van Veenendaal in relatie tot andere gemeenten hebben wij onderstaande tabel opgenomen. De top tien met de laagste woonlasten ziet er als volgt uit:

Ter vergelijking: in de gemeente met de hoogste woonlasten bedragen de lasten voor een meerpersoonshuishouden € 1.440,00. Het landelijke gemiddelde bedroeg in 2020 € 776,-. Voor een uitgebreide woonlastenvergelijking verwijzen wij naar www.coelo.nl.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het is verplicht hiervan een kengetal op te nemen in de begroting. Dit kengetal is gebaseerd op de COELO rapportage 2020 (en de berekening hiervan) staat hieronder vermeld.

Kostendekking gemeentelijke heffingen

Voor onderstaande leges en rechten geldt, op basis van artikel 229b van de Gemeentewet, dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten, met andere woorden de tarieven mogen maximaal 100% kostendekkend zijn.

• Afvalstoffenheffing
• Rioolheffingen
• Leges
• Lijkbezorgingsrechten

Invordering

Het invorderingsbeleid heeft betrekking op het innen van de lokale heffingen. In 2009 hebben wij hiervoor een Leidraad invordering vastgesteld. Binnen de gemeente Veenendaal bestaan er momenteel 3 betaalwijzen:

• Betaling door middel van automatische incasso in 10 gelijke termijnen.
• Betaling in maximaal drie gelijke termijnen.
• Betaling ineens.

Wanneer (een gedeelte van) de belastingaanslag niet is betaald, wordt na het verstrijken
van de laatste vervaltermijn een aanmaning verstuurd aan de belastingplichtige. Wanneer ook hier niet op wordt betaald, volgt een dwangbevel.
Als gevolg van de Covid-19 heeft de gemeente Veenendaal in 2020 een andere, langere betaalregeling gehanteerd. In 2021 wordt beoordeelt of deze maatregelen opnieuw worden toegepast.

Kwijtschelding

De mogelijkheid voor de gemeente om kwijtschelding van belastingen te verlenen is geregeld in artikel 255 van de Gemeentewet. Hoofdregel daarbij is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen, zoals geregeld in de Uitvoeringsregeling. Indien de gemeente niets regelt, geldt deze ministeriële regeling automatisch ook voor de gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding is ook van toepassing op natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen.

Binnen het overheidsprogramma “administratieve lasten burgers” is het project Automatische kwijtschelding gemeentelijke belastingen geïntroduceerd. Deze geautomatiseerde toetsing van het recht op kwijtschelding beoogt de administratieve lasten voor de burger en de gemeente te verlagen, de afhandelingstermijnen van de kwijtscheldingsverzoeken te verkorten en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen te bevorderen.
Ter ondersteuning van de gemeenten hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG een Inlichtingenbureau (IB) opgericht. Dit bureau toetst voor de gemeente of een burger voor automatische kwijtschelding in aanmerking komt. Veenendaal maakt hiervan sinds 2010 gebruik.

Een deel van de kwijtscheldingsgerechtigden blijkt meerdere opeenvolgende jaren in aanmerking te komen voor deze regeling. Jaarlijks wordt geautomatiseerd onderzocht of zij automatisch kwijtschelding kunnen krijgen. Het IB wisselt daarvoor gegevens uit met gemeentelijke belastingdiensten, het UWV, de Belastingdienst en de RDW. Op basis hiervan schat het IB of de betalingscapaciteit van een huishouden sinds een eerdere individuele toets is veranderd. Is dit niet het geval, dan kan automatisch kwijtschelding worden verleend. Is dit wel het geval, dan wordt geen automatische kwijtschelding verleend. Deze burger wordt er wel op geattendeerd dat een individuele aanvraag kan worden ingediend. Omdat deze individuele toets rekening houdt met meerdere aspecten, zoals de hoogte van de premie ziektekosten, alimentatie, huur, andere belastingaanslagen e.d., kan in veel gevallen alsnog kwijtschelding worden verleend.

De afgelopen jaren is een stijging van de aantallen kwijtscheldingen zichtbaar. Deze toename vertaalt zich direct naar hogere lasten. Kwijtschelding wordt verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. De toegenomen lasten worden in deze gesloten systemen opgenomen en werken door in de tariefstijging van deze heffingen.