Bijlagen

Bijlage 1: Overzicht budgettair neutrale mutaties

Bedragen x €1.000
BN Mutaties Raming 2022 budgetneutraal Raming 2023 budgetneutraal Raming 2024 budgetneutraal Raming 2025 budgetneutraal
Lasten
0.4L - Overhead (P&O) 0 1.357 2.301 3.079
0.8 - Overige baten en lasten -204 -1.587 -2.787 -1.920
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer 1.823 0 0 0
1.2 - Openbare orde en veiligheid -227 0 0 0
2.1B - Verkeer en vervoer 33 0 0 0
3.3B - Bedrijfsloket en -regelingen -8 0 0 0
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 51 213 0 0
5.1A - Sportbeleid en activering 101 0 0 0
5.3B - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -9 0 0 0
5.4B - Musea 9 0 0 0
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie 0 35 35 35
6.2A - Wijkteams 0 99 99 99
6.2C - Wijkteams 0 3 3 3
6.3A - Inkomensregelingen 1.949 -197 -115 -115
6.3B - Inkomensregelingen 0 -1.540 -838 -838
6.4 - Begeleide participatie 37 0 0 0
6.5A - Arbeidsparticipatie 341 203 201 69
6.6A - Maatwerk-voorzieningen (WMO) 0 0 330 -1.315
6.71A - Maatwerkdienstverlening 18+ 20 59 59 59
6.71B - Maatwerkdienstverlening 18+ 0 -74 -79 -83
6.72B - Maatwerkdienstverlening 18- 204 -9 -11 -13
6.81 - Geëscaleerde zorg 18+ 0 2 2 2
7.1A - Volksgezondheid 5 0 0 0
8.1C - Ruimtelijke Ordening 436 0 0 0
8.3B - Wonen en bouwen 72 29 29 29
9.901 - Algemeen Directie 0 0 0 0
Totaal Lasten 4.633 -1.408 -771 -909
Baten
0.4R - Overhead (E&W) 176 128 128 128
0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 2.867 63 54 -84
0.8 - Overige baten en lasten -8 0 0 0
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer 1.797 0 0 0
1.2 - Openbare orde en veiligheid -227 0 0 0
2.1B - Verkeer en vervoer 33 0 0 0
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 51 213 0 0
5.1A - Sportbeleid en activering 101 0 0 0
6.3A - Inkomensregelingen 0 -4 0 0
6.3B - Inkomensregelingen -162 -1.807 -953 -953
7.1A - Volksgezondheid 5 0 0 0
Totaal Baten 4.633 -1.408 -771 -909
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 0 0 0 0

Bijlage 2: Overzicht structurele mutaties

Voor deze rapportage zijn er geen structurele mutaties te melden.

Bedragen x €1.000
Exploitatie Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025

Bijlage 3: Over te hevelen budgetten

Omschrijving Bedrag Toelichting
Parkeermaatregelen € 34.000 We zijn met de bedrijven direct ten zuiden van de A12 in gesprek over de daar geconstateerde parkeerproblematiek. De verwachting is dat wij dit jaar de daaruit voortvloeiende maatregelen niet kunnen uitvoeren. Ook willen we de signalen ten aanzien van parkeren op het bedrijventerrein Nijverkamp nader onderzoeken. Wij stellen daarom voor om het restant budget ad € 34.000 via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023.
Kerkenvisie € 50.000 In 2021 is een subsidieverzoek ingediend voor de kerkenvisie. Via de decentrale uitkering hebben wij een budget ontvangen van € 50.000,-. Vanwege capaciteitsgebrek is er nog geen start gemaakt met het opstellen van een kerkenvisie. De komende periode worden mogelijke quick-wins in samenwerking met het programma Energie Neutraal Veenendaal onderzocht. Het voorstel is om dit budget van € 50.000,- bij deze 3e bestuursrapportage af te ramen en via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023.
Bestrijding maatschappelijke overlast en verloedering € 29.000 Voor de bestrijding van maatschappelijke overlast en verloedering is door het Rijk meerjarig geld beschikbaar gesteld, welke uitsluitend voor dit doel aangewend mag worden. Het restant budget (€ 29.000,-) is in 2022 niet besteed. Voorgesteld wordt dit budget via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.,
Groenrenovaties € 615.000 Conform de aankondiging in de 2e berap zijn de meeste geplande groenrenovaties en het (ver)planten van bomen en plantsoenen doorgeschoven naar 2023. Dit komt door de langdurige procedure rond Europese aanbestedingen. Het geplande werk wordt in 2023 alsnog uitgevoerd, waardoor het restant budget overgeheveld dient te worden naar 2023.
Speelvoorzieningen € 90.000 Conform de aankondiging in de 2e berap is het planmatig onderhoud aan speelvoorzieningen doorgeschoven naar 2023. Dit komt door de langdurige procedure rond Europese aanbestedingen. Het geplande werk wordt in 2023 alsnog uitgevoerd, waardoor het restant budget overgeheveld dient te worden naar 2023.
Baggerwerkzaamheden € 170.000 Voor het project baggerwerkzaamheden wordt in 2022 niet het gehele bedrag besteed. Er blijft naar verwachting een bedrag van € 170.000,- in 2022 over. Het project heeft een meerjarig karakter en wordt gefaseerd uitgevoerd en zal doorlopen na 2022. Conform eerdere besluitvorming wordt voorgesteld om deze € 170.000,- via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.
Stikstofdossier € 155.000 De middelen voor het stikstofdossier zijn voor meerjarig gebruik beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt het resterende budget van € 155.000,- in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen via de reserve meerjarige middelen.
Programma Energieneutraal Veenendaal 2035 € 2.050.000 De middelen van het programma Energie Neutraal Veenendaal zijn voor meerjarig gebruik beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt € 2.050.000,- in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen via reserve meerjarige middelen.
Invoering omgevingswet € 753.000 Minister de Jonge heeft op 14 oktober 2022 aangekondigd dat de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2023 zal plaatsvinden. Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit een andere manier van werken. Met het Programma invoering Omgevingswet worden alle werkzaamheden voorbereid die nodig zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Deze voorbereiding wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door medewerkers van de gemeente, zij worden hiervoor beschikbaar gesteld. Omdat dit ten koste gaat van de lijnwerkzaamheden, die met de onzekerheid van de nieuwe Wet ook nog eens in omvang toenemen, worden hiervoor extra medewerkers ingehuurd. De nieuwe Omgevingswet is complex en omvangrijk. Na 1 juli moeten de initiatiefnemers (vergunning aanvragers) en medewerkers nog leren omgaan met de nieuwe wet in de praktijk. Ook dan vraagt dit extra capaciteit. De beschikbare middelen worden hiervoor ingezet. Voorgesteld wordt een bedrag van € 753.000,- over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen voor de verdere voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet. In de septembercirculaire is een bedrag van € 436.000 beschikbaar gesteld voor de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Deze middelen maken ook onderdeel uit van het over te hevelen bedrag.
Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) € 19.000 Betreft een correctie van een tekort bij de jaarrekening 2020.
Wonen en Leven omgevingsaanvragen € 105.000 In de decembercirculaire 2021 en septembercirculaire 2022 is een bedrag van in totaal € 105.000,- beschikbaar gesteld voor de Wet kwaliteitsborging bouwen. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk wat de gevolgen zijn van deze wet. Voorgesteld wordt deze middelen over te hevelen naar 2023 en in dat jaar opnieuw beschikbaar te stellen.
Onderzoek begraafplaats € 60.000 In de exploitatiebegroting is in 2022 € 60.000,- gereserveerd voor een onderzoek op de begraafplaats naar de mogelijkheid tot omvorming naar wandelpark. Het onderzoek heeft echter nog niet plaatsgevonden en verwacht wordt dat in 2023 het onderzoek zal worden uitgevoerd. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2023.
Project High Five € 13.000 In 2022 is € 25.718,-  subsidie gekregen voor het project High Five. De uitvoering van het project is aan het begin van het nieuwe schooljaar in september gestart. Een deel van de uitgaven ad € 13.000 zal in 2023 plaatsvinden.  Voorgesteld wordt dit bedrag mee te nemen naar 2023.
Opvang vluchtelingen Oekraïne € 1.000.000 Voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne is een geactualiseerde kostenopzet gemaakt voor de periode maart tot en met december 2022. Op basis van de verwachte vergoedingen wordt uitgegaan van een rijksbijdrage van € 3.160.000,- in 2022. In de tweede bestuursrapportage is nog uitgegaan van een vergoeding van € 1.692.800,- voor de periode maart tot en met september 2022. In deze bestuursrapportage wordt de raming derhalve verhoogd met € 1.467.200,-. Aan de kostenkant wordt ook een bedrag geraamd van € 3.160.000,-, zodat de opvang van de ontheemden budgettair neutraal verloopt. Dit is ook het uitgangspunt van het Rijk. De kostenprognose is gebaseerd op informatie zoals deze ten tijde van het schrijven van deze bestuursrapportage bekend is. Op basis van de kostenprognose is de verwachting dat de vergoeding door het Rijk voor 2022 uitkomt op ca. € 3.160.000. Aan kosten wordt een bedrag verwacht voor 2022 van ca. € 2.160.000. Het uitgangspunt is dat de rijksvergoeding de gemeentelijke voldoende zal compenseren. Voorgesteld wordt het bedrag dat niet wordt uitgegeven in 2022 (€ 1.000.000,-) over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen voor mogelijke aanvullende of onvoorziene kosten, eventuele extra inzet op ondersteuning en activiteiten, etc. In de ‘Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne’ zijn diverse vergoedingen voor gemeenten opgenomen. Op aanvraag verstrekt en betaalt de staatssecretaris in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag en de werkelijke transitiekosten.  In 2022 zal een voorschot worden aangevraagd bij het Rijk. De verantwoording en vaststelling vindt vervolgens plaats in 2023.
Economische ontwikkelingen € 147.000 In 2022 is een provinciale subsidie ontvangen gericht op de versterking van de organisatiestructuur in de binnenstad. Van de drie projecten die via deze subsidie worden gerealiseerd zijn inmiddels twee gestart en deze verlopen volgens planning. Belangrijk ijkpunt is de uitslag van de BIZ-verkiezing. Pas nadat duidelijk is dat de kiesdrempel voor de BIZ is gehaald (15 november 2022), worden de contouren voor het derde project uitgewerkt. Voorgesteld wordt de hiervoor benodigde middelen over te hevelen naar 2023.  Binnen dit taakveld staat tevens de extra gemeentelijke bijdrage aan het Bernhard van Kreelfonds begroot. De verwachting is dat hier in 2023 nog gebruik van wordt gemaakt. Voorstel is dit bedrag van € 15.000,- over te hevelen naar 2023.  Vanwege nog niet ingevulde vacatureruimte en prioritering van werkzaamheden is de opzet van het project Herwaardering Vakmanschap vertraagd. Voorgesteld wordt om het restant van € 59.000,- over te hevelen naar 2023 voor uitvoering van het project. Daarnaast wordt voorgesteld om van de in 2022 beschikbare middelen € 23.000,- over te hevelen naar 2023. Dit budget is gericht op de doorontwikkeling van ondernemersdienstverlening. Een voorstel voor de besteding hiervan wordt in november aan de directie voorgelegd.  De besteding van het budget uitvoering actieplan Visie Bedrijventerreinen wordt nog uitgewerkt, in afwachting van vaststelling Visie Bedrijventerreinen. Voorgesteld wordt dit budget van € 25.000,- over te hevelen naar 2023.
Project vestigingsbeleid € 29.000 Vanuit het project vestigingsbeleid worden voor het onderwerp Promotie enkele campagnes gehouden gericht op zowel ondernemers voor de bedrijventerreinen als voor de detailhandel in de binnenstad. In december 2022 wordt een eerste campagne gestart die een doorlooptijd heeft naar 2023. Aangezien er in 2023 geen projectbudget meer beschikbaar is wordt voorgesteld de in 2022 resterende middelen van € 29.000,- over te hevelen naar 2023 zodat de resterende projecten kunnen worden uitgevoerd en afgerond.
Evenementen € 40.000 In 2021 is vanwege de coronapandemie € 90.000,- van het niet ingezette evenementenbudget overgeheveld naar 2022. In 2022 zijn -conform verwachting- meer aanvragen dan gebruikelijk om subsidie voor evenementen ontvangen. Ook werden hogere bijdragen gevraagd, vanwege de gestegen kosten voor evenementen (onder andere ook toegenomen kosten voor beveiliging vanwege een terugtredende politie).  Van het totaal beschikbare budget in 2022 resteert naar verwachting € 40.000,-. Ook in 2023 worden meer en ook hogere aanvragen verwacht. Daar komt bij dat in 2023 een nieuw evenementenbeleid wordt vastgesteld waardoor evenementen (mede door het participatietraject) meer aandacht krijgen en er wellicht daardoor ook nog meer aanvragen om subsidie worden ingediend. Voorgesteld wordt om het restant budget van € 40.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen als evenementenbudget.
Programma Vitale Binnenstad € 425.000 Vanuit Programma Vitale Binnenstad is de verwachting dat er per 31 december 2022 € 500.000,- over blijft. Hiervan is € 75.000,- te relateren aan een vooruit ontvangen subsidie en voor een bedrag van € 425.000,- wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2023 via de reserve meerjarige middelen. Er zijn verschillende redenen waarom we die € 425.000,- dit jaar niet uitgeven. Zo is een aanzienlijk deel van het budget via de Regeling Transformatie & Verplaatsing detailhandel wel beschikt. Uitbetaling vindt echter pas plaats in 2023 nadat de verbouwing van het te transformeren pand is afgerond. Voor het onderdeel vergroenen en beleven van de binnenstad zijn we dit jaar wel begonnen met de planvorming maar de uitvoering zal pas in 2023 plaatsvinden. Tenslotte vallen de kosten voor de inzet van de gebiedsregisseur die de transformaties in de binnenstad moet organiseren dit jaar lager uit omdat we hiervoor eenmalig een subsidie van de provincie Utrecht hebben ontvangen.
Energielasten culturele instellingen € 65.000 Voor de culturele instellingen zijn de stijgende energielasten een zorgpunt en bij het verlenen van de subsidies werden deze kosten nog niet voorzien. De subsidies zijn dan ook niet toereikend en de reserves van de culturele instellingen lijken vooralsnog ook niet groot genoeg om deze gestegen kosten te dekken.  Voorgesteld wordt om de resterende middelen ad. € 65.000,- over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen ter dekking van de afrekening energielasten 2022.
Participatiebudget € 200.000 Het participatiebudget heeft een verwacht overschot van circa € 200.000,-. Dit overschot voor arbeidsparticipatie willen we overhevelen naar 2023. Deze middelen willen wij besteden om de kwaliteit van de dienstverlening voor de doelgroep banenafspraak te verbeteren.  Verder wordt het geld ingezet om de oplopende doelgroep banenafspraak beter te faciliteren.  De eenmalige overheveling uit 2022 is nodig om gegeven de krimpende re-integratiebudgetten de dienstverlening voor de nieuwe doelgroep uit te breiden. In 2023 hebben we een beter zicht op de meerjarenbudgetten en uitgaven van taakvelden Begeleide participatie en Arbeidsparticipatie (re-integratie). Dan zullen we voorstellen doen voor de structurele budgetverdeling waarbij onder andere ook de benodigde personeelscapaciteit wordt betrokken.
Extra meldingen budgetloket, schuldhulpmaatjes en Kwintes € 75.000 Door de coronacrisis was een stijging van het aantal aanmeldingen bij het Budgetloket verwacht. In de praktijk blijkt dat de verwachte stijging in 2022 uitblijft. Echter verwachten we door de energiearmoede alsnog een substantiële toename. Om deze meldingen te kunnen behandelen wordt voorgesteld om € 75.000,- over te hevelen naar 2023. Deze middelen gaan we gebruiken voor de opvang van de verwachte toename van het aantal meldingen bij het Budgetloket, de Schuldhulpmaatjes en Kwintes. De nog resterende middelen zetten we in voor de aansluiting van het schuldenknooppunt/ collectief schuldenregeling. De verwachting is dat de opdracht in 2022 wordt verstrekt en dat de kosten in dit jaar vallen.
Opgave Sociaal Domein € 234.000 In de meerjarenplanning van de opgave Sociaal Domein is rekening gehouden met bestedingen in 2023. Er is echter geen structureel opgavebudget beschikbaar: de beschikbare middelen komen voort uit het voormalige programmabudget Sociaal Domein en eerder overgehevelde middelen. Verschillende activiteiten die in 2022 zijn gestart vinden hun doorgang in 2023. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat we in 2023 kunnen komen tot een afronding van het integraal dashboard sociaal domein en het vervolmaken van het dashboard Jeugd. De publiekscampagne en de verdere ontwikkeling van de sociale basis conform de visie en het integraal Beleidskader Sociaal Domein loopt in ieder geval tot en met 2023 door. In 2023 wordt een nieuw Integraal Beleidskader Sociaal Domein opgesteld waar extra inzet (o.a. Opiniepijlers) voor nodig is. Voorgesteld wordt daarom om van de huidige resterende middelen € 234.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze activiteiten. In 2023 wordt bij het opstellen van de Kadernota 2024 een voor dat jaar benodigd jaarbudget betrokken, alsmede de benodigde structurele middelen ter borging van structurele capaciteit en uitvoeringsbudgetten.
Afrekening openbaar onderwijs € 8.000 Bij de jaarrekening 2021 is € 8.000 overgeheveld voor de afrekening openbaar onderwijs. In verband met andere prioriteiten wordt deze 5-jaarlijse afrekening opgesteld in 2023. Daarom stellen wij voor deze middelen over te hevelen naar 2023.
ICT-fonds € 52.000 In deze rapportage wordt voorgesteld om de restantmiddelen van het ICT- fonds, ad € 52.000 over te hevelen naar 2023.
Peuterwerk € 61.000 Voor het peuterwerk wordt conform collegebesluit van 13 september 2022 voorgesteld om het restantbudget van 2022, ad € 61.000,- over te hevelen naar 2023.
Oprichting stichting Urgente Noden € 50.000 We verwachten het budget compensatieregeling maatwerkvoorzieningen in 2022 niet uit te geven. Voor de besteding van de middelen wordt in 2023 een stichting Urgente Noden opgericht. Er wordt voorgesteld om € 150.000,- af te ramen en € 50.000,- over te hevelen naar 2023 voor de oprichting van de stichting Urgente Noden.  In de afgelopen jaren is er onderzoek gedaan naar de invoering van een maatwerkbudget waarmee met een eenmalige vergoeding de persoonlijke situatie van een inwoner structureel kan verbeteren. Hierbij liepen we tegen diverse juridische problemen aan wanneer de gemeente dit zelf gaat uitvoeren. In 2023 wordt er een zelfstandige lokale stichting Leergeld en mogelijk ook een zelfstandige lokale Stichting Urgente Noden (SUN) opgericht. Deze stichtingen kunnen maatwerk leveren waar we dit als gemeente niet mogen.
Geschikt maken van ruimtes voor theaterlessen De Muzen € 33.000 De Muzen verzorgt conform de subsidieafspraken theaterlessen. Er is een wachtlijst. In de Cultuurvisie is opgenomen dat alle inwoners kunst en cultuur kunnen beleven en dat we actief cultuureducatie stimuleren. Een lange wachtlijst is vanuit dat perspectief dan ook onwenselijk. Om de wachtlijst weg te werken worden er twee extra ruimtes ingezet. Deze dienen nog geschikt te worden gemaakt voor theaterlessen. Voorgesteld wordt om -aanvullend op de bijdrage door De Muzen en de SBCV- de in 2022 voor de Muzen resterende middelen ad. € 32.500,- over te hevelen naar 2023 en hiervoor beschikbaar te stellen.
Stijgende energielasten Volksuniversiteit € 55.000 Voor de culturele instellingen zijn de stijgende energielasten een zorgpunt en bij het verlenen van de subsidies werden deze kosten nog niet voorzien. Hoewel de culturele instellingen ook zelf aan een oplossing moeten werken, lijken de reserves van diverse culturele instellingen vooralsnog niet groot genoeg om deze gestegen kosten te dekken. Voorgesteld wordt om de resterende middelen ad. € 55.000,- over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen ter dekking van de afrekening energielasten 2022.
Amateurkunstbeoefening € 25.000 In de cultuurvisie staat de opdracht om de zaalhuurregeling aan te passen, zodat amateurkunst optimaal gebruik maakt van subsidie op zaalhuur. De zaalhuurregeling is bestaand beleid en dit beleid moet worden aangepast. In 2022 wordt hiermee gestart en dit zal doorlopen in 2023. Voorgesteld wordt om ten behoeve van uitvoering van deze taak € 25.000,-  over te hevelen naar 2023.  Het restantbudget dat niet wordt besteed in 2022 (€ 50.000,-), kan terugvloeien naar de algemene middelen.
Opvang en beschermd wonen € 303.000 Het uitvoeringsprogramma wordt in november 2022 ter vaststelling voorgelegd aan het college, waarna de uitvoering vanaf 1 januari 2023 kan starten. Voor 2023 is een budget van €158.000 nodig, voor 2024 € 75.000 en voor 2025 € 70.150. De dekking daarvoor komt uit de € 303.150 aan restantmiddelen innovatiebudget welke vanuit 2022 worden meegenomen.
Project maatje achter de voordeur 2022-2024 € 40.000 Resultaatbestemming ter dekking van meerjarig project maatje achter de voordeur 2022-2024 dat door Stg. Veens Welzijn wordt uitgevoerd. Voorgesteld wordt om vanuit 2022 afgerond € 31.000,-  over te hevelen naar 2023 en € 9.000,- naar 2024.  De dekking daarvoor komt uit de restantmiddelen Verward Gedrag.
Preventieakkoord € 90.000 Voor 2022 heeft de gemeente Veenendaal vanuit het Rijk een SPUK bijdrage ontvangen van € 90.000,- voor lokale preventie akkoorden en preventieaanpakken. Deze middelen worden door ons in 2023 ingezet als dekking voor de uitvoering van interventie Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) conform het eerder genomen collegebesluit JOGG 2022-2025. (Het Rijk heeft inmiddels toestemming verleend om deze middelen door te schuiven naar 2023).
Veiligheidsbeleid € 61.000 Voor de lokale aanpak polarisering, radicalisering en extremisme zijn in 2021 afspraken gemaakt met NTA over ondersteuning bij de implementatie van het driesporenbeleid waaronder het begeleiden van de gesprekken die op dat moment plaatsvonden, het inwerken en ondersteunen van de nieuwe medewerker op het gebied van radicalisering en het organiseren van trainingen voor bestuur en gemeentelijke organisatie. Daarnaast wilden we blijvend aandacht besteden aan het informeren van de gemeenteraad op actuele onderwerpen zoals het salafisme en polarisatie in bredere zin. Door de actuele ontwikkelingen in 2021 en 2022 op dit dossier en de prioriteit die moest worden gegeven aan de hieruit voorvloeiende activiteiten heeft inzet op de voorgenomen aanpak nauwelijks plaats kunnen vinden. De afspraken met NTA zijn aan de voorkant wel gemaakt. Voorgesteld wordt de beschikbare middelen ad. € 21.000,- nogmaals over te hevelen en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen. Voor 2022 is € 40.000,- door het Rijk toegekend aan Veenendaal voor de lokale, integrale aanpak van polarisering, radicalisering, extremisme en terrorisme. Dit is bedoeld voor zowel een stukje aanpak vanuit veiligheidsperspectief als voor de preventieve aanpak waarvoor in de loop van 2022 een adviseur diversiteit en inclusie is gestart. Door de nasleep van actuele ontwikkelingen in 2021 die raken aan dit dossier en de prioriteit die moest worden gegeven aan de hieruit voortvloeiende activiteiten heeft inzet op de voorgenomen aanpak nauwelijks plaats kunnen vinden. Daarnaast geldt voor de bredere, preventieve inzet dat het eerste halfjaar vooral gebruikt is een goed hernieuwd beeld te creëren, te beoordelen wat nodig is en waarmee gestart kan worden. Voorgesteld wordt de vanuit het Rijk ontvangen gelden met specifiek doel over te hevelen naar 2023 en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak.
Impulsen decembercirculaire 2021 en inwerkingtreding Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) € 188.000 Met de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de impulsen uit de decembercirculaire 2021, zijn we voor de zomervakantie 2022 begonnen met de werving van de benodigde tijdelijke formatie. Eén van de functies wordt per 1 november vervuld en voor een andere functie is de werving tot op heden nog niet gelukt. Hierdoor en door extra benodigde inzet voor de opvang Oekraïense ontheemden en statushouders is er verder nog geen invulling gegeven aan de inzet van deze middelen. Daarnaast is het wetsvoorstel voor de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) nog niet vastgesteld en is de inwerkingtreding opgeschoven naar vermoedelijk 1 januari 2024. Dit betekent dat de voorbereiding op de implementatie ook is uitgesteld tot 2023. In 2023 zal verder concrete invulling worden gegeven aan de beschikbaar gestelde middelen. Voorgesteld wordt om het restantbedrag van € 188.000, dat overblijft in 2022 over te hevelen naar 2023.
Tozo, Breed offensief en wetswijziging Participatiewet € 471.000 Tijdens de coronacrisis zijn ondernemers financieel ondersteund via de zogenaamde Tozo-regeling. Deze regeling is inmiddels beëindigd.  In de afgelopen jaren zijn via bestuursrapportages en de jaarstukken uitvoeringsmiddelen overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Dit is nodig, omdat in de komende jaren (naar verwachting tot in 2030) nog werkzaamheden moeten worden verricht, zoals de herbeoordelingen van bedrijfskredieten, controles van inkomsten en terugvorderingen van onterecht verstrekte Tozo-middelen. Gezien de looptijd van de werkzaamheden wordt jaarlijks voorgesteld de dan nog resterende middelen over te hevelen. In deze bestuursrapportage wordt voorgesteld € 341.000,- over te hevelen en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen om de noodzakelijke werkzaamheden de komende jaren te kunnen uitvoeren.  Daarnaast wordt voorgesteld om middelen voor het zogenaamde Breed offensief ad € 44.000,- over te hevelen naar 2023. Eerder zijn deze middelen toegevoegd aan het budget ten behoeve van de inhuur van een procesmedewerker om de processen uit te lijnen rondom de Wet verbetering Poortwachter (WvP). Ondanks twee uitvragen via Flextender hebben we nog geen geschikte kandidaat gevonden. De werkzaamheden moeten nog wel worden uitgevoerd.  Verder komt er een grote wetswijziging in de Participatiewet aan. Minister Schouten wil de Participatiewet meer in balans brengen en oog hebben voor de menselijke maat. Er komen mogelijke versoepelingen aan zoals het mogelijk maken van ontvangen van giften en/of boodschappen vanuit eigen netwerk en verruimen van de mogelijkheden om geld bij te verdienen naast de uitkering. Daarnaast is opgeroepen om maatregelen die de Participatiewet overstijgen een meer integrale aanpak te geven. Deze plannen zijn momenteel nog niet uitgewerkt. Per 1 januari 2023 wijzigt de kostendelersnorm zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Met deze wijziging beoogt de regering inkomenszekerheid bij uitkeringsgerechtigde gezinnen te vergroten. Dit heeft als gevolg dat een grotere doelgroep de alleenstaande bijstandsnorm kan ontvangen, waardoor uitkeringskosten stijgen. Wij verwachten dat het BUIG-budget vanaf 2023 in de verhogende kosten compenseert. Een laatste ontwikkeling in dit verband is de herijking van de handhavingsinstrumenten. Het Rijk onderzoekt de effectiviteit van het opleggen van sancties in alle gevallen (boete en maatregelen), maar kijkt ook naar het debiteurenbeleid vanuit het principe dat een betalingsregeling eindig is. In dit kader past ook het initiatiefwetsvoorstel om de terugvorderingstermijn voor onder andere bijstand aan te passen van 20 naar 5 jaar. Deze plannen zijn op dit moment nog niet uitgewerkt, waardoor de gevolgen voor het gemeentelijk beleid nog onbekend zijn. Het college heeft toegezegd om de inrichting van onze controle- en onderzoeksystematiek binnen de Participatiewet tegen het licht houden. Dit naar aanleiding van het gebruik van risicoprofielen. Dat controle nodig is staat buiten discussie, hoe we dit vormgeven wordt voorgelegd aan de raad.  Het zwaartepunt van de implementatie ligt in de eerste helft van 2023. Vooralsnog is het onduidelijk of het Rijk middelen beschikbaar stelt voor de implementatiekosten. Voorgesteld wordt om van de nog resterende middelen € 86.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 beschikbaar te stellen voor de implementatie van de verwachte wetswijzigingen. Voorgesteld wordt in totaal € 471.000,- over te hevelen naar 2023.
Digitale toegankelijkheid € 30.000 Om de digitale toegankelijkheid te bevorderen is met ingang van dit jaar structureel een bedrag in de begroting opgenomen van € 30.000. Binnen het team Communicatie is dit jaar geen capaciteit beschikbaar om dit onderwerp op te pakken. Ook op de arbeidsmarkt hebben we geen mensen bereid kunnen vinden om ons hierin te ondersteunen. Voorgesteld wordt om het budget van 2022 via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023, zodat volgend jaar dit onderwerp opgepakt kan worden en hier tegelijkertijd een extra boost aan gegeven kan worden teneinde de digitale toegankelijkheid te bevorderen.
Bestel- en inkoopsysteem € 129.000 Vanuit het jaarrekeningsaldo 2021 is een bedrag van € 150.000 beschikbaar gesteld om in de jaren 2022 en 2023 een bestel- en inkoopsysteem te implementeren. Inmiddels is een projectleider gestart met de voorbereidende werkzaamheden. Om dit project in 2023 af te kunnen ronden is het noodzakelijk dat de in 2022 niet bestede middelen via de reserve meerjarige middelen worden meegenomen naar volgend jaar.
€ 7.954.000

Bijlage 4: Second opinion grondwaarde Veenendaal-oost

Inleiding

In 2003 zijn gemeente en de Quattro partijen (Patrimonium Woonservice, Van Elst Vastgoed en Latei projectontwikkeling) een samenwerkingsovereenkomst (SOK) aangegaan voor de ontwikkeling van Veenendaal-oost. In de SOK is geregeld hoe partijen omgaan met het risico van de verstrekte borgtocht door de gemeente aan OVO.

Indien de gemeente (volgens een in de SOK afgesproken berekening) risico loopt, dan verstrekt Quattro daar tegenover een concerngarantie die 50% van dit risico dekt. Jaarlijks wordt volgens deze in de SOK afgesproken methode beoordeeld of deze concerngarantie nodig is. Deze methode gaat uit van het vreemd vermogen (gebaseerd op het eigen vermogen en de boekwaarden van kosten en opbrengsten van de grond) en de historische kostprijs van de gronden. Ook voor 2023 is van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost (OVO) de prognose hiervan ontvangen.

Risicodragend vermogen 2023 volgens SOK
Het vreemd vermogen stijgt naar verwachting van € 12,9 miljoen (begin 2023) naar € 22,6 miljoen (eind 2023). Als gevolg van het in ontwikkeling nemen van Groenpoort stijgt de waarde van de grond die OVO in portefeuille heeft van naar verwachting van € 19 miljoen (begin 2023) naar € 29,3 miljoen (eind 2023). Zie tabel hieronder.

Het risicodragend vermogen wordt bepaald door de waarde van het vreemd vermogen te verminderen met de waarde van de grond (het onderpand). In de SOK is vastgelegd dat voor de bepaling van de concerngarantie uitgegaan wordt van het gemiddelde risicodragend vermogen van 1 januari en 31 december van betreffend jaar. Op basis van deze berekening is in 2023 het verwachte risicodragend vermogen € -6.4 miljoen (afgerond). Dit betekent dat er op grond van de afspraken in de SOK geen aanvullende concerngarantie nodig is.

1-1-2023 31-12-2023 Gemiddelde
Vreemd vermogen € 12.931.909 € 22.621.595 € 17.776.752
Waarde grond € 19.055.430 € 29.257.897 € 24.156.664
Risicodragend vermogen -€ 6.123.521 -€ 6.636.302 -€ 6.379.912

Grondwaarde volgens second opinion
Als onderdeel van het gemeentelijk risicomanagement wordt vanaf 2012 jaarlijks een second opinion opgesteld. In deze berekening wordt de actuele marktwaarde van de bouwgrond bepaald. Dit wordt vergeleken met het bedrag dat OVO heeft geleend bij de bank en waarvoor de gemeente borg staat. In 2020 is bij het besluit tot meerjarige borgstelling toegezegd deze second opinion jaarlijks aan de raad te blijven verstrekken. Bij een negatieve uitkomst is het noodzakelijk om in ieder geval in het risicoprofiel van de gemeente hiermee rekening te houden. Dit staat los van de contractuele afspraken.

De Lorijn (extern adviesbureau) heeft berekend dat de actuele grondwaarde € 33,2 miljoen bedraagt per 1 september 2022 (was € 45,7 miljoen per 1 september 2021). De garantstelling voor OVO bedraagt € 25 miljoen in 2023 (€ 35 miljoen in 2022, voorafgaande aan de aankoop van de gronden in Groenpoort). De grondwaarde is daarmee € 8,2 miljoen hoger (was € 10,7 miljoen hoger) dan de garantstelling.

Conclusie
Uit de berekening op basis van de SOK blijkt dat er geen concerngarantie door de  Quattro partijen in OVO hoeft te worden verstrekt. De grondwaarde op basis van de historische kostprijs is namelijk hoger dan het berekende vreemd vermogen. Gelet op de gemaakte afspraken is contractueel gezien geen aanvullende concerngarantie noodzakelijk en mogelijk.

Uit de second opinion blijkt een voordelig verschil van € 8,2 miljoen tussen de borgstelling en de grondwaarde. Het voordelig verschil ontstaat doordat ruwe grond bouwrijp is gemaakt. De waarde van de grond neemt hierdoor toe. Van belang is wel om vast te stellen dat het hier om een momentopname gaat per 1 september 2022. Als gevolg van mutaties door het verder bouwrijp maken en grondverkopen zal de waarde van de grond, net zoals de afgelopen tijd, blijven schommelen. Er is zelfs een situatie denkbaar dat er dermate veel grond is verkocht dat de grondwaarde lager is dan de borgstelling. In een dergelijke situatie beschikt OVO over weinig grond maar door de verkoop van de grond over veel liquide middelen. Deze liquide middelen worden in bovenstaande berekening verder niet betrokken maar zijn wel van belang voor het afdekken van het gemeentelijk risico.