Voortgang inhoud inspanningen/acties

Programma 3: Sociale leefomgeving

Voortgang inhoud inspanningen/acties

Thema I: Inkomen

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

I.a. Onrechtmatig gebruik van ondersteuning in het sociaal domein voorkomen we of sporen we op en pakken we aan (MD10, IBK BE28)

I.b. Financiële kaders vormen geen belemmering voor integraal werken (MD 10, IBK BE27).

I.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4)

I.d. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

I.e. De ondersteuning is gericht op een duurzaam effect (MD04, IBK BE12).

I.e.1. Aanbieden van financiële educatie en voorlichting op scholen.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Het aanbieden van financiële educatie aan jongeren is opgenomen in de structurele werkzaamheden van Stichting Veens Welzijn. Er lopen gesprekken tussen de stichting en scholen over de aanmeldingen voor het nieuwe schooljaar.  De nieuwe groepen die na de zomervakantie van 2020 zijn gestart hebben elkaar weinig gezien als gevolg van de coronamaatregelen.  

 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De activiteit verloopt conform planning. 

I.e.2. Aanbieden van financiële educatie en voorlichting voor volwassenen.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Financiële educatie krijgt op verschillende manieren vorm: door budget coaching, budgetbeheer maar ook door middel van collectief aanbod zoals een workshop budgetbegeleiding en voorlichting in de wijk. In het kader van preventie wordt er daarnaast vanuit het oogpunt van preventie via verschillende kanalen gecommuniceerd over grip op je geld. Vanwege de coronamaatregelen is het aanbod waar mogelijk digitaal en individueel uitgevoerd. Daarnaast biedt het adviesrecht voor gemeenten de mogelijkheid om bewindvoerders meer te betrekken bij financiële educatie van volwassenen. Tot slot is er in de nieuwe wet inburgering een verplichting opgenomen om de financiële zelfredzaamheid van nieuwe inwoners te bevorderen. In dat kader zal er in 2021 meer aandacht komen voor financiële educatie voor nieuwkomers.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De financiële educatie voor volwassenen betreft een doorlopend proces en verloopt conform plan.

 

I.f. In 2021 is sprake van een uniforme werkwijze van de eerste uitvraag bij alle loketten sociaal domein MD07, IBK BE21).

I.g. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD8, IBK BE22).

I.h. De deskundigheidsbevordering tussen uitvoerende partijen in het sociaal domein is gefaciliteerd (MD9, IBK BE23).

Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

II.a. Er is sprake van een doorlopende lijn arbeidsparticipatie in samenwerking met onze partners (MD05, IBK BE14)

II.a.1. Eind 2021 is er een vereenvoudiging en verbetering gerealiseerd in de doorlopende lijn van arbeidsparticipatie op het gebied van (in elk geval) samenwerking, begeleiding en organisatie.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In 2021 ligt de focus op het project DOOR. In dit project werken gemeente, dagbestedingsorganisaties en IW4 samen in het Werkcentrum (locatie IW4) om te komen tot een doorlopende lijn van arbeidsparticipatie waarbij simpel switchen mogelijk is.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De pilot DOOR met aanbieders van dagbesteding en IW4 is tijdelijk on hold gezet in verband met de werving van een projectleider.  Deze is in het eerste kwartaal van 2021 ingevuld en in het tweede kwartaal wordt bekeken of de opzet van de pilot moet worden aangepast. 

II.a.2. We realiseren in 2021 de kwantitatieve doelstellingen m.b.t. de Participatiewet (in- en uitstroom).

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

Onze kwantitatieve doelstelling is erop gericht om -in vergelijking met landelijke cijfers- een lagere instroom en een hogere uitstroom te realiseren. De ontwikkelingen in de coronacrisis, maar ook de gevolgen hiervan op middellange termijn- hebben een sterke invloed op de haalbaarheid van de doelstelling. De cijfers over het eerste kwartaal zijn nog niet bekend.
Begin april  heeft het CPB een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de werkloosheid. In haar modellen houdt ze rekening met een piek in de werkloosheid in 2022. Dit is ook afhankelijk van de steun- en coronamaatregelen van het rijk. 
Instroom voorkomen en uitstroom bevorderen behoort tot de hoofdtaken van de gemeente. In 2021 passen we ons verder aan aan de nieuwe situatie. We richten ons hierbij ook op nieuwe doelgroepen (ondernemers) en nieuwe sectoren.
Regionaal richten mobiliteitsteams zich op het begeleiden van werknemers van kansarme sectoren naar kansrijke sectoren.

Planning (indicator)

O

II.a.3. In 2021 evalueren we het transitieplan IW4.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Het transitieplan IW4 heeft een looptijd van 2019 tot en met 2021. In 2020 is door een extern bureau de voortgang van het plan geëvalueerd.  Deze evaluatie is voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit was een jaar eerder dan toegezegd en de doelstelling voor 2021 is hiermee reeds behaald. 
In de jaarstukken van de GR IW4 en de NV wordt actuele informatie over de voortgang van het transitieplan meegestuurd. Deze gaat over te periode tot 1 april 2021.  
Aan het eind van de looptijd wordt nogmaals een externe evaluatie in de volle breedte uitgevoerd. 

Planning (indicator)

G

II.b. De samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt is versterkt (MD05, IBK BE15).

II.c. Veenendalers nemen meer deel aan de samenleving (MD01, IBK BE4)

Thema III: Sociaal domein - WMO

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

III.a. In 2021 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

III.b. Eind 2023 is een integraal dashboard sociaal domein beschikbaar, waarbij integrale monitoring tot op buurtniveau mogelijk is (MD10, IBK BE29).

III.b.1. We zijn in het sociaal domein in staat om beleid voor 2021 e.v. te baseren op beschikbare data door middel van een werkend dashboard per domein.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

Door de organisatie wordt gewerkt aan het realiseren van deze dashboards. De uitvoering eerste helft van 2021 loopt conform planning. Het dashboard voor Economie & Werk is ontwikkeld en het dashboard voor WMO is gedeeltelijk ontwikkeld. Het  beschikbaar stellen van capaciteit voor de tweede helft van 2021 wordt nu in gang gezet, zodat de doelstelling aan het eind van het jaar volledig gerealiseerd wordt.  In de tweede helft van 2021 zal vooral besteed worden aan het afronden van het WMO dashboard en het ontwikkelen van het dashboard voor Jeugd.   Op dit moment beschikken we al wel over diverse instrumenten ter monitoring van de effecten en de kosten.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Het ontwikkelen van de dashboards verloopt nog volgens planning.  Naar verwachting is het haalbaar om in de tweede helft van 2021 de resterende dashboards voor WMO en Jeugd te ontwikkelen, mits  de benodigde capaciteit beschikbaar is. 

 

III.b.2. Eind 2021 is er een werkend dashboard voor het gehele sociaal domein, inclusief de mogelijkheid tot monitoring op wijk- en buurtniveau.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

De monitoring op wijk- en buurtniveau wordt in de afzonderlijke dashboards uitgewerkt. Als sluitstuk op de per domein ontwikkelde dashboards zal na de zomer ook de ontwikkeling voor de ontwikkeling van een dashboard voor het gehele Sociaal Domein worden gestart, welke voorzien zal zijn van informatie op wijk- en buurtniveau. De verwachting is dat de eerste onderdelen hiervan eind 2021 beschikbaar zullen komen.

 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Aangezien het algemeen dashboard voor Sociaal Domein pas ontwikkeld kan worden als de onderliggende  dashboards gereed zijn, is de verwachting dat dit  in het vierde kwartaal van 2021 gereed zal zijn.    

III.c. Veenendalers wonen zo lang mogelijk thuis (MD01, IBK BE2).

III.d. Mantelzorgers blijven actief met passende ondersteuning om overbelasting te voorkomen (MD03, IBK BE8).

De ondersteuning van mantelzorgers is een belangrijke opdracht voor de Stichting Veens. De toenemende druk op mantelzorgers vraagt om actieve ondersteuning. Daarnaast zijn respijtzorg in algemene zin en logeeropvang in het bijzonder, belangrijke voorzieningen die ervoor zorgen dat mantelzorgers hun zorgtaken kunnen volhouden.

III.d.1. Informatie over mogelijke ondersteuning bereikt minimaal 50 % van de 16+ burgers en 75 % van betrokken professionals.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er zijn voorbereidingen getroffen voor de campagne Veenendaal mantelzorg bewust, op naar een betere werk- en mantelzorgbalans.  Het doel is om heel Veenendaal mantelzorgbewust te maken en de positie te versterken van werkende Veense mantelzorgers en werkgevers. Met deze campagne sturen we op trends en ontwikkelingen  in de relatie tussen werk en mantelzorg.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt volgens planning.

III.d.2. Vorm van en toegang tot logeerzorg, als vorm van respijtzorg, worden verbeterd.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Veenendaal is aangehaakt bij de ontwikkeling en opzet van bovenregionale logeerzorg in de regio Utrecht Zuidoost en de gemeente Ede. In 2019-2020 zijn in deze gemeenten pilots gedraaid rondom logeerzorg, met ondersteuning van het ministerie van VWS. Het doel van de pilots was om beter zicht te krijgen op wat gemeenten nodig hebben om logeerzorg goed te kunnen opzetten en om het gebruik van logeerzorg, als vorm van respijtzorg te vergroten. Logeerzorg gaat over planbare opvang van de zorgvrager, zodat de mantelzorger vrijaf kan plannen voor zichzelf. Op dit moment worden in de regio vooral logeerplekken aangeboden binnen verpleeghuizen. Het verpleeghuis voldoet in veel gevallen niet aan de gestelde wensen. Uit de pilots bleek dat schaalgrootte een belangrijke voorwaarde is om logeerzorg op te zetten. Daarom zijn ook alle deelnemende gemeenten van de regio Foodvalley uitgenodigd aan te haken bij de ontwikkeling en opzet van logeerzorg in deze regio's. Er is een businesscase gemaakt waarin de mogelijkheden en voorwaarden geschetst worden van bovenregionale logeerzorg.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Naar aanleiding van de motie onderzoek naar nieuwe vormen van respijtzorg in Veenendaal van 8 juli 2019  ligt de focus op het proces van samenwerking tussen meerdere gemeenten uit verschillende regio's om tot een gezamenlijk plan te komen. 

III.e. Preventie draagt bij aan een gezondere leefstijl (MD04, IBK BE10).

III.f. Vroegtijdige interventies bij opvoed-, financiële, woon- en/of psychosociale gezondheidsvraagstukken, om zo problematische vraagstukken (en dus maatwerkvoorzieningen) te voorkomen (MD04, IBK BE11).

III.f.1. Eind 2021 wordt er gewerkt in een netwerk voor de aanpak van Huiselijk geweld en kindermishandeling.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Met de interne aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling  organiseren we een kick off bijeenkomst op 17 mei voor de start van een lokaal netwerk huiselijk geweld en kindermishandeling. Aandachtsfunctionarissen van partners zijn hier voor uitgenodigd. Het doel is om de onderlinge verbinding te versterken en samenwerking te stimuleren. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Conform planning

III.f.2. Eind 2021 werkt de geboortezorgketen in Veenendaal gestructureerd samen in het vroegtijdig signaleren en overdragen van opvoed-, financiële, woon- en/of gezondheidsvraagstukken bij toekomstige en jonge ouders.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er is een projectleider voor 2021 aangesteld die met alle partijen de samenwerking  versterkt waar nodig. In samenwerking met de partijen wordt de komende tijd voornamelijk ingezet  op het ontwikkelen van de  zogenaamde zorgpaden.  Met de projectleider wordt periodiek afgestemd en bekeken of de doelstellingen behaald worden. in de gemeente is een coalitie kansrijke start gevormd met een samenwerking tussen de gemeente, verloskundigen, kraamzorg, CJG, jeugdgezondheidszorg en GGD. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De komende periode wordt de ontwikkeling van en samenwerking op de verschillende zorgpaden verder geïntensiveerd. Ook vindt er tussentijdse afstemming plaats tussen de gemeente en de projectleider om te monitoren en waar nodig bij te sturen. In het tweede kwartaal vindt de proefimplementatie van de zorgpaden plaats. Na evaluatie en indien nodig verbetering is het streven de zorgpaden in het derde kwartaal te implementeren.

 

III.g. Het aantal meerderjarigen dat begeleiding ontvangt waar behandeling passender is, is afgenomen (MD06, IBK BE19).

III.h. We continueren in 2021 de zorg voor personen met verward gedrag en invoering van de WvGGZ.

Tussen 2017 en 2020 zijn er meerdere projecten, samen met de gemeenten Rhenen en Renswoude, uitgevoerd om een sluitende aanpak te creëren rondom de zorg voor personen met verward gedrag. Dit is hoofdzakelijk uitgevoerd met incidentele middelen van derden (ZonMW) en de bestemmingsreserve sociaal domein. Onderdelen uit deze aanpak continueren we in 2021. Veenendaal treedt op als projectleider..

III.i. Er zijn innovatieve ondersteuningsmogelijkheden samen met de uitvoerende partijen (MD9, IBK BE25).

III.j. Ten opzichte van 2019 is er een daling van ongeveer 10% van het aantal maatwerkvoorzieningen (MD9, IBK BE24).

Thema IV: Sociaal domein - Jeugd

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

IV.a. In 2021 is de sturing op aanbieders vergroot (MD10, IBK BE26).

IV.a.1. We versterken inkoop- en contractmanagement binnen het Sociaal Domein, waaronder de implementatie van (regionale) inkoopstrategie voor jeugdhulp.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Een stevige inkoopstrategie draagt bij aan versterking van de transformatie en stellen  gemeenten in staat meer grip te krijgen op het jeugdhulpgebruik. De jeugdhulpregio Foodvalley heeft een onderscheidende strategie. In vijf segmenten komen alle zorgvormen aan bod. Inkoop staat niet op zichzelf maar is een dynamische interactie en synergie tussen de vier thema’s (tandwielen): contract,  leveranciersmanagement,  bekostiging en toegang.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Het traject voor een nieuw inkoopstrategie jeugdhulp in de jeugdhulpregio Foodvalley loopt volgens planning. De kwartiermakersfase is afgerond er ligt nu een implementatieplan voor een start in het tweede kwartaal van 2021.

IV.a.2. We werken met de 10 belangrijkste jeugdhulpaanbieders en WMO-aanbieders Immaterieel aan het realiseren van de gewenste bewegingen in het IBK.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In februari 2021 heeft de bijeenkomst met de 10 belangrijkste jeugdhulpaanbieders plaatsgevonden. Deze bijeenkomst was het vervolg op de bijeenkomsten van 2019. Door de corona-maatregelen konden er in 2020 geen bijeenkomsten worden georganiseerd. In deze bijeenkomst zijn de 10 belangrijkste jeugdhulpaanbieder meegenomen bij de opgaven en uitdagingen waar we voor staan. Met elkaar is gesproken over hoe we de komende periode kunnen werken aan het verbeteren van de samenwerking tussen de toegang en de aanbieders, evenals het betaalbaar houden van de zorg.
Naast de gewenste bewegingen in het IBK staat de gemeente Veenendaal ook voor uitdagingen bij de verstrekking van immateriële Wmo-voorzieningen. Zo is in het afgelopen jaar het aantal meldingen toegenomen. Vanaf dit jaar is de schoonmaakondersteuning gestart als Wmo- maatwerkvoorziening en vragen de ontwikkelingen van de decentralisatie van beschermd wonen extra aandacht van de gemeente en van de betrokken zorgaanbieders. Er wordt in 2021 een integraal werkplan gemaakt, waar deze uitdagingen en de gewenste beweging in het IBK onderdeel van uitmaakt. Met een selectie van de belangrijkste Wmo-aanbieders wordt het gesprek hierover aangegaan. De voorbereidingen hiertoe zijn gestart.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt conform planning. 

IV.b. Jeugdigen groeien gezond en veilig op; we stimuleren en ondersteunen ouders om te zorgen voor een gezonde ontwikkeling van kinderen en een veilig opgroei- en opvoedklimaat (MD2, IBK BE5).

IV.b.1. Eind 2021 is er sprake van een netwerksamenwerking in het veiligheidsdomein.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In nauwe samenwerking met de partners in het veiligheidsdomein wordt een vervolg gegeven aan de invulling van de netwerksamenwerking van CJG, GI's en Regio over de inzet van jeugdhulp.
In Q1 hebben er als gevolg van de personele bezetting minder overleggen kunnen plaatsvinden dan gepland.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Conform planning 

IV.b.2. Gezinnen in echtscheidingssituaties worden in een vroegtijdig stadium begeleid, zodat minder kinderen nadelige effecten ondervinden van een echtscheiding.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er is, ten tijde van de coronamaatregelen, extra aandacht voor de preventieve inzet op echtscheidingen. Naast het reguliere aanbod zijn met inachtneming van de landelijke maatregelen passende alternatieven ingezet. Hierin is ook de samenwerking met de nieuwe stichting Veens Welzijn gezocht.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt conform planning.

IV.b.3. Het netwerk van kwetsbare gezinnen wordt duurzaam versterkt door de inzet van vrijwilligers en gastgezinnen. Deze inzet blijft in 2021 stabiel t.o.v. 2020.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In Q1 is er door het CJG aandacht besteed aan de matching tussen de bestaande vrijwilligers en hulpvragers. Tevens zijn er gesprekken geweest met aspirant vrijwilligers die zijn voortgekomen uit de campagne die het CJG in Q4 2020 op scholen heeft gevoerd. Zorgaanbieders zijn steeds beter op de hoogte van de mogelijkheid om vrijwilligers in te zetten en zijn zich er steeds meer van bewust dat dit ook een goede aanvulling kan zijn op hun aanbod.

 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt conform planning.

IV.b.4. In 2021 wordt het projectplan voor de integrale samenwerking tussen CJG en JGZ geïmplementeerd om stagnatie in de ontwikkeling van kinderen vroegtijdig te signaleren en problemen waar mogelijk te voorkomen.

Inhoud (indicator)

R

Inhoud (toelichting)

Door de aanhoudende corona-pandemie konden deze werkzaamheden nog niet worden opgepakt. Ook moet worden bezien of het mogelijk  is  deze werkzaamheden in 2021 op te pakken. De corona-pandemie vraagt namelijk ook in 2021 veel tijd en aandacht aan de GGD/JGZ-organisatie.

Planning (indicator)

R

Planning (toelichting)

Door de corona-pandemie zijn deze werkzaamheden reeds uitgesteld naar 2021. Gezien de huidige staat van de corona-pandemie moet worden bezien of het mogelijk is om deze taak op te pakken in 2021.

IV.c. Het aantal casussen waarbij de huisarts het CJG inschakelt is met ongeveer 10% toegenomen ten opzichte van 2020 (MD06, IBK BE16).

IV.d. Ten opzichte van 2018 wordt ongeveer 10% minder ambulante jeugdhulp verleend door jeugdhulpaanbieders (MD06, IBK BE17).

IV.d.1. Het CJG voert (aanvullende) maatregelen uit gericht op: 1) Afremmen van de instroom, 2) Kaders en normen binnen het CJG, 3) Vergroten invloed op het logistieke proces bij aanbieders.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

Maatregel "Aanscherpen huidige kaders" ten bedrage van € 1.500.000 - uitvoering door CJG

In deze maatregel wordt ingegaan op het aanscherpen van de huidige kaders. Het gaat hier om een bedrag van € 1.500.000. Het terugdringen van gebruik jeugdhulp op beschikking zijn verwerkt in het jaarplan van het CJG. Het CJG rapporteert hierover d.m.v. de effectmonitor en periodieke voortgangsrapportages en anderzijds d.m.v. het jaarverslag.
De uitvoering van deze maatregelen vraagt voortdurende aandacht van het CJG en samenwerkende partners. Het effect van de maatregelen monitoren we nauwgezet en de invulling van de maatregelen wordt indien nodig bijgestuurd.

Maatregel "Scherpe keuzes" ten bedrage van € 500.000 - uitvoering door de gemeente

Naast het aanscherpen van de huidige kaders heeft de raad besloten tot 5 aanvullende maatregelen; deze worden "Scherpe keuzes" genoemd. Deze maatregelen worden door de gemeente uitgevoerd en zijn ondersteunend aan het verder terugdringen van de kosten. De maatregelen leveren hiermee een bijdrage aan het verminderen van de onbalans tussen begroting en kosten Jeugdhulp. Drie scherpe keuzes zullen vertaald worden in de integrale verordening sociaal domein, beleidsregels en/ of nadere regels jeugd die naar verwachting in april 2021 vastgesteld worden. De andere maatregelen worden onderzocht op mogelijkheden en effecten. Deze inspanningen ondersteunen het terugdringen van de kosten.

In deze eerste bestuursrapportage 2021 kan nog geen goede financiële prognose worden opgesteld. We verwachten in juli 2021 een prognose te kunnen maken voor de tweede bestuursrapportage 2021.

Planning (indicator)

O

IV.e. Het aantal jeugdigen in instellingsverblijf blijft constant t.o.v. 2019 (MD06, IBK BE18).

IV.f. In 2023 is een integrale werkwijze sociaal domein binnen de gemeente en tussen gemeentelijke partijen en externe partijen gerealiseerd (MD08, IBK BE22).

Thema V: Onderwijs en ontwikkeling

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

V.a. Het aantal laaggeletterde inwoners daalt (MD01, IBK BE3).

 

 

V.a.1. Er is een formeel en non-formeel aanbod worden de groep laaggeletterde volwassenen van 18 jaar en ouder die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn en tot de doelgroep van de WEB worden gerekend.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Per 2021 is het formele aanbod in handen van NL Educatie, en het non-formele aanbod bij het Taalhuis. Het Taalhuis is onderdeel van de bibliotheek. 

Planning (indicator)

O

Planning (toelichting)

Vanwege de opstart van de nieuwe formele aanbieder én de beperkende coronamaatregelen hebben er minder trajecten plaatsgevonden bij NL Educatie en bij het Taalhuis (formeel en informeel aanbod). Wel worden er - voor zover mogelijk - digitale cursussen aangeboden en worden de inloopspreekuren van het Taalhuis nog verzorgd. Voor bepaalde doelgroepen kan in Ede wel formeel aanbod worden georganiseerd waar dit in Veenendaal niet mogelijk is. Dit aanbod is ook beschikbaar voor inwoners uit Veenendaal.

V.a.2. Uitvoering geven aan Regionaal programma basisvaardigheden Arbeidsmarktregio Foodvalley

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er is een nieuw regionaal beleid vastgesteld voor de besteding van de WEB gelden die via de arbeidsmarktregio binnenkomen. Er wordt gewerkt aan het uitvoeringsplan binnen dit beleid. Tegelijkertijd lopen de huidige processen rondom formeel en non formeel aanbod vanzelfsprekend door.

 

 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Conform planning

V.a.3 We willen meer mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal (=NT1).

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

De regionale en lokale doelstelling om meer ‘NT1-ers’ te bereiken, pakken we in Veenendaal op door  in te zetten op verbeterde structurele screening, waarbij de adviseur re-integratie en werk (van de gemeente) beter kunnen screenen op laaggeletterdheid en daarbij ook beter kunnen doorverwijzen naar formeel en/of non-formeel aanbod.
Ook wordt er medio 2021 een Taalmeterdag georganiseerd waarbij een aantal inwoners vanuit de participatiewet worden opgeroepen voor een toets. Vervolgens worden zij indien nodig op deze dag  "warm"  overgedragen aan het lokale aanbod. Dit kan zijn het Taalhuis, Veens Welzijn of NL Educatie.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Conform planning

V.b. Het aantal voortijdig schoolverlaters en thuiszitters is afgenomen (MD06, IBK BE20).

V.c. Onderwijsachterstandenbeleid: er is een kwantitatief voldoende en kwalitatief goed aanbod van peuteropvang met en zonder voorschoolse educatie.

V.c.1. Aanbieders van peuteropvang krijgen op basis van de subsidieregeling middelen om de kindplaatsen te realiseren.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Op basis van de regeling 'Nadere regels peuteropvang met en zonder voorschoolse educatie (VE) gemeente Veenendaal'  hebben kinderopvangaanbieders subsidie aangevraagd en zijn kindplaatsen toegekend. Voor de peuteropvang met VE zijn in totaal 163 kindplaatsen toegekend bij 4 aanbieders.  Voor de peuteropvang zonder VE zijn bij 8 aanbieders in totaal 108 kindplaatsen toegekend. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De subsidies zijn aangevraagd voor 15 oktober 2020. Vervolgens  hebben wij de subsidies toegekend  binnen de daartoe in de Algemene Subsidie Verordening Veenendaal opgenomen beslistermijn.  

V.c.2. In gesprek met de aanbieders is kwaliteit een belangrijk en terugkerend thema.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er is een werkgroep waar de aanbieders van peuteropvang met VE in participeren.  Deze werkgroep komt  gemiddeld 4 keer per jaar bij elkaar. Kwaliteit is daarbij een vast thema op de agenda.  Daarnaast worden er tijdelijke sub-werkgroep gevormd wanneer er een bepaald thema om extra verdieping vraagt . Zo is er in het afgelopen voorjaar bijvoorbeeld een sub-werkgroep geweest rond het thema 'verplichte inzet pedagogisch medewerker op hbo niveau'. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De overleggen staan altijd voor een jaar ingepland.  De VVE-werkgroep is in januari en april (online) bij elkaar geweest. Het raamwerk pedagogisch medewerker op hbo niveau is op tijd klaar, de verplichting geldt vanaf januari 2022. 

V.c.3. Ook worden er onderling collegiale visitaties uitgevoerd en worden studiemiddagen georganiseerd.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

De collegiale visitaties liggen tijdelijk stil als gevolg van de coronamaatregelen. De studiemiddag heeft plaatsgevonden op 11 maart jl. Deze middag was voor zowel de kinderopvang als ook voor de VVE-scholen. 

 

 

 

Planning (indicator)

O

Planning (toelichting)

De studiemiddag is volgens planning uitgevoerd. De collegiale visitaties worden hervat zodra dit weer verantwoord is. Over een nieuw te plannen studiemiddag is in de VVE-werkgroep van april gesproken.

V.d. Faciliteren van het aanbod van vroegschoolse educatie waardoor scholen meer elkaars kennis en expertise kunnen delen en kinderen met een ontwikkelingsachterstand (nog) beter ondersteund kunnen worden.

V.e. Iedere jeugdige met een ondersteuningsbehoefte krijgt passende ondersteuning om onderwijs te kunnen volgen.

V.e.1. We voeren tweemaal per jaar Op Overeenstemming Gericht Overleg met Samenwerkingsverbanden passend onderwijs).

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In maart 2021 is in een ingelast OOGO een addendum op het huidige ondersteuningsplan vastgesteld, waarin akkoord is gegeven voor het inrichten van een Bestuurlijk Overleg Regionaal Steunpunt (BORS).
Dit jaar is gestart met de ontwikkeling van een regionale Focusagenda Onderwijs-jeugdhulp Foodvalley. Veenendaal neemt deel in de kopgroep van deze ontwikkeling.
Binnen de gemeentelijke organisatie is een domein overstijgend overleg geïnitieerd, welke bredere vraagstukken op Onderwijs aanpakt en relaties legt met de opgave sociaal domein, huisvesting en veiligheid. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Het OOGO vindt 2x per jaar plaats. In maart 2021 was een extra OOGO vanwege het addendum. In april 2021 heeft het eerste reguliere OOGO plaatsgevonden.  Het laatste OOGO dit jaar is in Q3 gepland. 

V.e.2. We implementeren een afwegingskader Passend Onderwijs en als onderdeel daarvan een gedragen procedure om in wet-overstijgende casussen snel en efficiënt tot een passende oplossing voor het kind te komen.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Veenendaal neemt deel aan de regionale werkgroep doorontwikkeling Model Passende Samenwerking. In Q1 is een evaluatie van dit Model Passende Samenwerking ontwikkeld. De regionale evaluatie gaat vooral uit of het Model bekend is en welke onderwerpen zich lenen voor doorontwikkeling.
Begin 2021 zijn met de Samenwerkingsverbanden afspraken gemaakt om in Q1 en Q2 lokale knelpunten te verzamelen in de samenwerking. De lokale evaluatie gaat uit welke casussen, op hoofdlijnen aanleiding geven tot aanpassing van afspraken. 

 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Loopt conform planning.

V.f. Alle kinderen van 0-13 jaar kunnen in een IKC een doorlopende leer- en ontwikkellijn volgen.

Het kind staat centraal. Onderwijsconcepten en de huisvesting die daarvoor nodig is, zijn hier dienstbaar aan. Wij maken afspraken met schoolbesturen over Integrale Kindcentra en de cofinanciering hiervoor (uit: raadsprogramma).
Op 15 oktober 2020 heeft de gemeenteraad van Veenendaal de herijking van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020 – 2025 (herijking IHP) vastgesteld.

V.f.1. Implementatie van het herijkte Integraal Huisvestingsplan 2020 en het nieuwe IKC beleid.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Tijdens de behandeling van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2024 in de raad is een motie aangenomen over de huisvesting in Veenendaal-Oost (M2020.30). In de mogelijke oplossingsrichtingen voor Veenendaal-Oost wordt ook de naastgelegen wijk Dragonder meegenomen. De voorgenomen projecten IKC Dragonder Noord en Zuid vallen in deze wijk.  Het kan daardoor zijn dat de motie van invloed is om deze twee projecten. Vooruitlopend op dit besluit worden de projecten waar mogelijk opgepakt om geen vertraging te laten ontstaan. 

In Dragonder Zuid is gestart met de inhoudelijke visievorming tussen de verschillende deelnemende partners. In IKC Dragonder Noord is gestart met de voorbereiding van dit project. Naast de voorgenomen locatie vindt een herontwikkeling plaats door een commerciële ontwikkelaar. Om tot maximale synergie tussen beide percelen te komen, is een gezamenlijk stedenbouwkundige visie uitgevraagd. Hierin wordt nadrukkelijk de vertaling van de, in de omgevingsvisie genoemde, ambities gevraagd.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt conform planning

V.f.3. In 2020 starten de kernpartners van het IKC Franse Gat met het aanbestedingstraject. Het aanbestedingstraject loopt door in 2021 en samen met aanbestedende partij en de kernpartners wordt de planontwikkeling van deze IKC opgepakt.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

De aanbesteding voor het IKC Franse Gat is afgerond. Op dit moment zijn we met de aannemer en de architect en beide scholen en de kinderopvang bezig met het maken van een plan van aanpak voor het ontwerptraject dat na de zomer van 2021 gaat starten.  

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Naar verwachting wordt het IKC medio 2023 opgeleverd.

V.f.4. In 2021 starten de kernpartners van het IKC Ronde Erf met een eerste verkenning van een gezamenlijk IKC visie, ruimtelijke programma en fysieke randvoorwaarden.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Voor het IKC het Erf zijn we op dit moment bezig met het maken van de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de ontwikkeling. Het Erf is bezig met de keuze voor een kinderopvang-partij om samen een IKC Visie te ontwikkelen.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

In de 2e helft van 2021 worden afspraken gemaakt en wordt een intentieovereenkomst met de kernpartners gemaakt.

Thema VI: Sport

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

VI.a. Nieuwe Kpi’s voor Stichting Sportservice Veenendaal

Op 20 februari 2020 is het beleidskader sport en bewegen 2020 – 2023 ‘Sport verbindt Veenendaal’ vastgesteld. De doelen uit het beleidskader worden omgezet naar Kpi’s voor 2021 voor Stichting Sportservice Veenendaal.

VI.b. Uitvoering lokaal Sportakkoord

In 2020 is het sport- en beweegakkoord Veenendaal opgesteld en afgesloten met ruim 35 organisaties in Veenendaal. Het opstarten van de uitvoering van de uitvoeringsplannen van dit akkoord heeft vertraging opgelopen door de Covid-19 crisis. Het jaar 2021 is het eerste volledige jaar waarin de uitvoeringsplannen concreet worden omgezet in acties

VI.c. Bevorderen gezonde sportkantines en rookvrije sportaccommodaties

Thema VII: Cultuur

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

VII.a. Een toekomstbestendige culturele sector in Veenendaal

VII.a.1. Een financiële analyse uitvoeren (besparings- en compensatiemaatregelen).

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

In het kader van de nieuw op te stellen cultuurvisie- en nota is de cultuurbegroting geanalyseerd. Hierbij is voortgeborduurd op de bevindingen van de rekenkamercommissie uit 2019.  De gemeentelijke uitgaven voor cultuur zoals het CBS die opgeeft, bestaan deels uit de cultuursubsidies voor het culturele veld en deels uit de gemeentelijke kosten (gebouwen, afschrijvingen, verzekeringen, etc., exclusief de kosten voor gemeentelijke medewerkers).
Voor Veenendaal betekent dit, dat circa € 4.500.000 besteed wordt aan cultuursubsidies, en € 2.000.000  aan gemeentelijke kosten. De conclusies en aanbevelingen uit de analyse worden meegenomen in de nieuwe cultuurvisie 2022-2020  en cultuurnota 2022-2025.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

In de raads- en commissiekalender is opgenomen dat de programmabegroting 2022 op 14 oktober 2021 aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. Hierin liggen we op schema. 

VII.a.2. In samenspel met de culturele instellingen komen tot een herijking van (prestatie)afspraken.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

De prestatieafspraken voor 2021 zijn  met de culturele instellingen besproken. Vanwege de coronapandemie en omdat we bezig zijn met het ontwikkelen van een nieuwe cultuurvisie, zijn de aanpassingen vrij beperkt. Voor 2022  is het noodzakelijk de bestaande prestatieafspraken meer grondig te herzien en waar nodig aan te scherpen. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De beschikkingen inclusief prestatieafspraken zijn in november 2020 verstuurd. 

VII.a.3. Opstellen van een nieuw meerjarig kader voor cultuurbeleid.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er ligt een concept Cultuurvisie 2022-2030.  Deze is aan de raad gepresenteerd in januari 2021. Op basis van deze cultuurvisie wordt momenteel de laatste hand gelegd aan de cultuurnota 2022-2025. Deze nota is een uitwerkingsagenda  waarin de doelen voor de komende 4 jaar in activiteiten en consequenties voor benodigd budget staan uitgewerkt.  In de kadernota wordt hierop geanticipeerd. Zowel de cultuurvisie als -nota worden, na doorlopen van het zogenaamde BOB-model, in oktober van dit jaar aan de raad ter vaststelling aangeboden.

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

De ontwikkeling van de cultuurvisie en de cultuurnota liggen op schema.

VII.b. Een goed productieklimaat voor de stadsprogrammering.

Thema VIII: Welzijn

Doelenboom

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

VIII.a. De inzet van vrijwilligers en het sociale netwerk is onderdeel van het normale leven (MD03, IBK BE7).

VIII.a.1. De inzet van vrijwilligers en algemene voorzieningen stijgt in 2021 met 5%.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

Bij Veens Welzijn waren in 2020, 432 vrijwilligers actief. in het eerste kwartaal 2021 waren dat er 426. Door de coronamaatregelen liggen veel activiteiten en werkzaamheden stil. 
Voor wat betreft het aantal algemene voorzieningen kunnen we hierdoor vooralsnog ook geen volledig beeld geven. Waar mogelijk worden ondersteuningsvragen in een algemene voorziening opgepakt. Als voorbeeld wordt de ondersteuning aan inwoners bij het invullen van belastingformulieren in kleine groepen opgepakt omdat de vragen vergelijkbaar zijn.

Planning (indicator)

O

Planning (toelichting)

Door corona liggen veel activiteiten en werkzaamheden stil. 

VIII.a.2. Het vrijwilligersplatform inzetten om vrijwillige inzet te promoten en te ondersteunen.

Inhoud (indicator)

O

Inhoud (toelichting)

Er is door het vrijwilligersplatform vooralsnog niet specifiek ingezet op promotie, maar wel op waardering van vrijwilligers.  Door de vrijwilligersorganisaties in het platform wordt gekeken waar behoefte aan is in coronatijd en -rekening houdend met de coronamaatregelen- worden daar de benodigde vrijwilligers bij gezocht . Denk hierbij aan belmaatjes, vrijwilligers op scholen.  Stichting Veens Welzijn draagt ook bij aan promoten van vrijwilligers(werk). 

Planning (indicator)

O

Planning (toelichting)

Er is door het vrijwilligersplatform vooralsnog niet specifiek ingezet op promotie, maar wel op waardering van vrijwilligers.

VIII.b. Versterken van de sociale basis (MD03, IBK BE9).

VIII.b.1. We kiezen in 2021 een thema waarvoor we een aanvullende ondersteuning bieden waar een hiaat is gesignaleerd.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Er is een hiaat geconstateerd bij het ondersteunen van inwoners bij het invullen van allerlei formulieren. Stichting Veens Welzijn heeft hier actief aanbod op ontwikkeld. 
Als gevolg van de coronacrisis was er meer behoefte aan contact tussen inwoners onderling. Op basis van deze behoefte is met meerdere organisaties 'Belmaatje' opgestart. 
Samen met het onderwijsveld is Stichting Veens Welzijn betrokken bij het werven van vrijwilligers om toezicht te houden op scholen inzake het naleven van de coronamaatregelen. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

In het eerste kwartaal zijn al meerdere nieuwe initiatieven gestart. 

VIII.b.2. Het bereik van de netwerk-app die in 2020 is ontwikkeld groeit met 5%.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Om de gewenste stijging in het bereik van de netwerk-app te realiseren is het wenselijk om nog meer bekendheid aan de app te geven. Hier zetten we de komende periode nadrukkelijker op in. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt volgens planning.

VIII.b.3. Samen met de Stichting Veens/Toegang wordt continu afgestemd waar hiaten zitten en op welke wijze de sociale basis hier een rol in kan spelen.

Inhoud (indicator)

G

Inhoud (toelichting)

Tussen de Toegang (gemeente) en Stichting Veens Welzijn vindt regelmatig afstemming plaats. Hiaten worden gesignaleerd en ook gelijk opgepakt. Voorbeeld van hiaten of dilemma's in de uitvoering zijn: te weinig aanbod op het ondersteunen van inwoners bij het invullen van formulieren (o.a. belasting, kwijtschelding), grote toestroom aan vragen voor schoonmaakondersteuning. 

Planning (indicator)

G

Planning (toelichting)

Verloopt volgens planning.

VIII.c. Veenendalers nemen verantwoordelijkheid voor eigen zelfredzaamheid en eigen kwetsbaarheid, passend bij de levensfase (MD1, IBK BE1).

Financiële ontwikkelingen Sociale leefomgeving

Bedragen x €1.000
Feiten en ontwikkelingen Raming 2021 NBN_1e berap 2021 Raming 2022_NBN 1e berap 2021 Raming 2023_NBN 1e berap 2021 Raming 2024_NBN 1e berap 2021
Lasten
4.2A - Openbaar basisonderwijs 30 11 11 11
4.2B - Openbaar basisonderwijs 15 15 15 15
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken -7.536 -7.517 -7.268 -7.054
4.3C - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 9 9 9 9
5.2A - Sportaccommodaties 13 13 13 13
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -11 -11 -11 -11
6.1A - Samenkracht en burgerparticipatie 0 0 0 0
6.1B - Samenkracht en burgerparticipatie 51 0 0 0
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie 24 24 24 24
6.2B - Wijkteams -1 -1 -1 -1
6.3A - Inkomensregelingen 2.290 0 0 0
6.3B - Inkomensregelingen 151 0 0 0
6.71B - Maatwerkdienstverlening 18+ 0 0 0 18
6.72B - Maatwerkdienstverlening 18- 173 0 0 0
7.1B - Volksgezondheid 12 0 0 0
Totaal Lasten -4.779 -7.456 -7.208 -6.975
Baten
4.2A - Openbaar basisonderwijs 2 2 2 2
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken -7.797 -7.457 -7.006 -6.566
4.3C - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 40 40 40 40
5.2A - Sportaccommodaties 60 60 60 60
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -2 -2 -2 -2
6.1A - Samenkracht en burgerparticipatie 0 0 0 0
6.2B - Wijkteams 10 10 10 10
6.3A - Inkomensregelingen 2.168 0 0 0
6.3B - Inkomensregelingen -169 0 0 0
Totaal Baten -5.689 -7.348 -6.896 -6.457
Saldo van baten en lasten -909 108 311 518
Onttrekkingen
0.10C - Mutaties reserves Sociale Leefomgeving -65 -23 -256 -481
Stortingen
0.10C - Mutaties reserves Sociale Leefomgeving -40 37 6 6
Saldo mutaties reserves -25 -59 -262 -487

Toelichtingen financiële ontwikkelingen

Lasten

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (lagere lasten € 7.841.000): aframing budgetten Rembrandt College. Worden ten laste / gunste van de reserve Rembrandt College geboekt en zijn daarmee budget neutraal.

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (hogere lasten leerlingenvervoer € 305.000): Voor 2021 bedraagt het incidentele nadeel € 305.000. Het structurele tekort voor de jaren 2022 - 2025 wordt meegenomen en structureel verwerkt in de Kadernota 2022-2025.

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (lagere lasten kinderopvang € 51.000):  Op dit moment zijn er voor de eerste twee maanden € 55.000 aan lasten geboekt. Voor het SMI budget (SMI: Sociaal Medische Indicatie) geldt dat we in ieder geval budgettair gaan uitkomen op het niveau 2020, ad € 258.000. Met ingang van 1 mei gaan de nieuwe beleidsregels voor de kinderopvang / SMI in. Wat de financiële effecten zullen zijn van deze nieuwe beleidsregels zullen we meenemen bij de prognose voor de 2e bestuursrapportage 2021. Daarom wordt in deze rapportage het budget incidenteel aangepast op het niveau van 2020 (begroting wordt aangepast met een bedrag van € 51.000).

6.3 Inkomensregelingen (hogere lasten € 2.441.000): Het Rijk heeft voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) op dit moment voor 2021 een totaalbedrag van  € 2.168.000 aan voorschotten uitbetaald. Zowel de inkomsten als de uitgaven worden op dit bedrag aangepast (budgetneutraal). Het uiteindelijke budget dat gemeenten ontvangen, wordt gebaseerd op het werkelijk verstrekte bedrag aan uitkeringen en bedrijfskapitaal. Van de inmiddels ontvangen voorschotten heeft € 58.000 betrekking op de uitvoeringskosten. Hiervan wordt 65% (€ 38.000, zie programma 6 Bedrijfsvoering) geoormerkt voor de uitvoering van deze regeling bij Werk en Inkomen en 35% (€ 20.000) zal worden geoormerkt voor overige bedrijfsvoeringskosten. 

Voor de BUIG (gebundelde uitkering van het rijk voor de bijstand) geldt dat op basis van de huidige bestandsomvang, inclusief de bijstelling in het nader voorlopig budget, voor 2021 vooralsnog wordt uitgegaan van een nadeel van € 500.000 ten opzichte van de begroting. Dit nadeel bestaat voor € 331.000 uit hogere lasten en voor € 169.000 uit lagere inkomsten (zie Baten, onderdeel Inkomensregelingen).

6.72 Maatwerkdienstverlening 18- (hogere lasten € 172.000) : Conform besluitvorming 23 maart 2021 (collegevoorstel extra kosten knooppunt regio FV) moeten de extra kosten van scenario Y van het transformatieprogramma Knooppunt Jeugdhulpregio Foodvalley worden opgenomen in de 1e bestuursrapportage 2021. De extra incidentele kosten bedragen € 172.602 (€ 108.779 extra kosten en € 63.823 ambtelijke capaciteit). Vanaf 2022 zijn deze kosten meegenomen in de Kadernota 2022 - 2025. 

Baten

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (lagere baten € 7.797.000): aframing budgetten Rembrandt College. Worden ten laste / gunste van de reserve Rembrandt College geboekt en zijn daarmee budget neutraal. Zie toelichting bij lasten.

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (hogere baten regionale  administratie leerplicht € 40.000): De raming is aangepast aan de begroting 2021 van de Regionale Administratie Leerplicht /RMC.

5.2 Sportaccommodaties (hogere baten € 60.000): dit betreft een correctie van de boeking uit de 3e bestuursrapportage 2020.

6.3 Inkomensregelingen (hogere baten € 1.999.000): Voor de Tozo regeling worden de inkomsten net als de lasten gebaseerd op de ontvangen voorschotten van € 2.168.000 voor 2021 (zie Lasten, Inkomensregelingen).

In mei 2021 is het zogenaamde 'nader voorlopig BUIG-budget' bekend geworden. Dit budget is een bijstelling van het voorlopig macrobudget: deze bijstelling vindt plaats op basis van de landelijke realisatiecijfers 2020 en werkloosheidsramingen van het CPB. De budgetmutatie ten opzichte van het voorlopig budget voor Veenendaal is - € 169.000. Het definitieve BUIG-budget wordt in september 2021 bekendgemaakt.

Reservemutaties

Algemene reserve (hogere baten € 19.000); Voorgesteld wordt om de kosten ad € 19.429 van Mozaïek de Bongerd ten laste van de algemene reserve te verwerken bij de  1e bestuursrapportage 2021

Egalisatiereserve Rembrandt College ( € -45.000 lagere lasten); dit betreft de aframing van het saldo van taakveld 4.3 m.b.t de verzelfstandiging van het Rembrandt College. Per saldo verlopen deze mutaties budgetneutraal.

Risico's / ontwikkelingen Sociale Leefomgeving

Collectief vervoer
Door veranderingen van het Aanvullend Openbaar Vervoer, ingezet door de provincie Gelderland, verwachten we op termijn een verschuiving van reizigers naar het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer en daarmee een kostenverhoging.  Het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Valleihopper heeft een ambtelijke werkgroep opdracht gegeven te inventariseren welke regionaal en lokaal toepasbare maatregelen mogelijk zijn om het gebruik van Valleihopper in lijn te brengen met de algemene uitgangspunten van de Wmo en zowel Valleihopper als de kostenontwikkeling daarvan toekomstbestendig te maken. Adviesraden en reizigerspanel worden hierbij betrokken om ideeën op te halen. 

De afrekening van begrotingsjaar 2020 vindt naar verwachting plaats in mei en het verwachte voordeel wordt betrokken bij de 2e bestuursrapportage 2021.

Schoonmaakondersteuning
Sinds 1 januari 2021 is schoonmaakondersteuning een maatwerkvoorziening. De toegang tot schoonmaakondersteuning verloopt via de gemeente. Daardoor hebben we meer grip op wie er gebruik kan maken van schoonmaakondersteuning. Vanaf januari 2020 zagen we een stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van schoonmaakondersteuning. We verwachten dat dit aantal, ondanks de omzetting naar een maatwerkvoorziening, verder zal stijgen. Daar is het budget op aangepast. Het is nog te vroeg om te zien hoe het aantal cliënten zich daadwerkelijk gaat ontwikkelen. Er is een risico dat het aantal klanten sneller stijgt dan ingeschat en dat daarmee de kosten stijgen.

Aanbesteding hulpmiddelen
Wegens het einde van de contracten met de leveranciers hulpmiddelen worden de rol-, vervoers- en woonvoorzieningen medio 2021 aanbesteed. Het is de bedoeling om per 1 december a.s. over te gaan tot nieuwe contracten. De financiële gevolgen van de nieuwe contracten kunnen nu nog niet ingeschat worden. 

Indexering CJG en Veens Welzijn
Uitvoering van taken in het kader van de Jeugdwet zijn deels ondergebracht bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Uitvoering van de welzijnstaken is per 1 januari 2021  belegd bij Stichting Veens Welzijn. Momenteel wordt er onderhandeld over een nieuwe CAO Welzijn. De verwachting is dat de gemeentelijke indexering niet voldoende is om de CAO indexeringen op te kunnen vangen. Dit effect weten we pas zeker in de loop van 2021 als de CAO Welzijn wordt vastgesteld. Voor 2021 heeft dit geen effect maar mogelijk wel meerjarig. Dit risico is om die reden ook in de kadernota reeds benoemd. 

Nationaal Programma Onderwijs
In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs ontvangt Veenendaal extra middelen om in samenwerking met scholen, kinderopvang, (jeugdgezondheids-)zorg, bibliotheken en andere partijen activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van leerlingen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak aanvullend te stimuleren.

Gemeenten krijgen een rol in de besteding van de extra middelen voor post-corona gerelateerde kosten in het onderwijs. Deze middelen zijn bedoeld om achterstanden in het onderwijs in te lopen.  Na de zomer van 2021 worden de middelen via een specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar gesteld. De hoogte van het bedrag is nog niet duidelijk en de verdeling ook niet.

Bewegingsonderwijs
In het primair en speciaal onderwijs  hebben kinderen recht op bewegingsonderwijs. Afhankelijk van het aantal leerlingen is er recht op een aantal klokuren.  Sportservice Veenendaal ontvangt een vergoeding  om de gymaccommodaties voor het aantal klokuren kosteloos aan de schoolbesturen ter beschikking te stellen. Deze vergoeding is ter compensatie van de exploitatielasten. De Blink heeft een eigen gymzaal en exploiteert deze zelf, echter is het aantal klokuren waar zij op basis van de leerlingenaantallen bewegingsonderwijs moeten geven niet in te passen in de bestaande accommodatie. Dat betekent dat zij enkele klokuren elders bewegingsonderwijs moeten geven. De exploitatiekosten hiervan bedragen  €15.000.  Dit bedrag wordt structureel bijgeraamd. 

Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK )
Jaarlijks ontvangen wij een uitkering in het kader van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK). Door de vele aanvragen bestaat de mogelijkheid dat deze uitkering lager uitvalt. Dit heeft invloed op onze investeringsbudgetten. Zodra meer informatie beschikbaar is, waarbij we afhankelijk zijn van de berichtgeving van het rijk, zullen wij u nader informeren, de consequenties hiervan aangeven en indien nodig een voorstel overleggen. Het is niet mogelijk om een indicatie van een bedrag te geven.

Schulddienstverlening
Naar verwachting zal de vraag naar financiële ondersteuning toenemen door de gevolgen van de coronacrisis. Ketenpartners en de VNG bevestigen dit. De ontwikkeling zal naar verwachting effect hebben op de behoefte aan informatie, advies en ondersteuning door het BudgetLoket. Op dit moment is die toename nog niet zichtbaar. Een eventuele toename zal sterk afhankelijk zijn van de economische ontwikkeling (op korte en middellange termijn). We verwachten een toename van financiële hulpvragen van ondernemers. Deze kan leiden tot een verhoogde werklast bij het BudgetLoket.

Vroegsignalering
De wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, en daarmee invoering van Vroegsignalering en verbeterde toegang tot schuldhulpverlening, kan als effect hebben dat meer inwoners een beroep zullen doen op schuldhulpverlening. Tegelijk is de kans op uitval in de opstartfase kleiner. Het rendement  van vroegsignalering lijkt niet op korte termijn zichtbaar te worden. De VNG signaleert dat er nog onvoldoende capaciteit en middelen zijn om de taken goed uit te voeren en vraagt hier aandacht voor.  In maart 2021 is de gemeente gestart met het project Vroegsignalering. Na zes maanden wordt het project geëvalueerd en wordt, afhankelijk van de resultaten, gekozen voor een passende methode die past binnen het budget voor Vroegsignalering. In deze evaluatie wordt ook aandacht besteed aan de werklast en het formatieve effect.

Adviesrecht
De wet adviesrecht gemeenten (hierna WAG) bij schuldenbewind is op 1 januari 2021 in werking getreden. Volgens de wet mogen gemeenten de rechter adviseren of een inwoner het beste is geholpen door voortzetting van het beschermingsbewind wegens verkwisting of het hebben van schulden (hierna beschermingsbewind), of met een ‘lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning’.
Voor de uitvoering van deze bevoegdheid heeft het rijk geen middelen gereserveerd omdat het een bevoegdheid betreft en geen verplichting. Bovendien verwacht het rijk dat de inzet van het adviesrecht zal leiden tot effectievere schuldhulpverlening en uiteindelijk tot een besparing binnen het bredere sociaal domein. Het BudgetLoket is per 1 april 2021 gestart met de inzet van het adviesrecht bij beschermingsbewind (niet als gevolg van lichamelijke of mentale problematiek) en registreert de komende maanden de tijdsinvestering.

Hersteloperatie Toeslagenaffaire
De bekostiging van de hersteloperatie is vastgelegd in de Regeling specifieke uitkering (SPUK) gemeentelijke hulp gedupeerden toeslagenproblematiek. Er is € 11 miljoen verstrekt aan gemeenten, zijnde een uitkeringsplafond. Voor Veenendaal bedraagt deze uitkering als voorschot € 23.630,50. Voor hulp aan de gedupeerden van de toeslagenaffaire van de Belastingdienst heeft het rijk nu een normbedrag van € 6.092 per gedupeerde ouder begroot. Feitelijk gaat het om het gezin, maar voor het berekenen van de normbedragen wordt uitgegaan van 1 persoon; de ouder, die de kinderopvangtoeslag ontving. Inmiddels is besloten dat gemeenten naar aanleiding van een landelijk onderzoek alle kosten die zij maken voor de hulp aan gedupeerden vergoed krijgen op vijf leefgebieden. Het gaat om alle (additionele) kosten. Dit besluit krijgt vorm in een nieuwe SPUK, die nog door VNG en het rijk wordt uitgewerkt.

Inburgering
Binnen het nieuwe Inburgeringsstelsel krijgt de gemeente de regie op uitvoering van deze wet. Een belangrijke component in de implementatie is de samenhang van inburgering met het brede sociaal domein en de ketensamenwerking. Door de coronacrisis is het nog niet mogelijk om samen te komen, wat het proces enigszins bemoeilijkt. De wet is met een halfjaar uitgesteld naar inwerkingtreding op 1 januari 2022. De eerste voorbereidingen rondom de implementatie zijn bijna afgerond; het Europese aanbestedingstraject wordt in mei gepubliceerd en het implementatieplan is in concept klaar en wordt eveneens in mei vastgesteld. De aanbesteding brengt de volgende risico’s met zich mee. Allereerst gaat het rijk uit van een gemiddeld bedrag van € 10.000 per leerroute. Er zijn drie wettelijk vastgelegde leerroutes. De Onderwijsroute kost naar verwachting meer dan € 10.000 dan de zogenaamde B1-route en de Zelfstandigheidsroute (Z-route). Vooralsnog verwachten we dat er geen hoge instroom in de Onderwijsroute zal plaatsvinden, maar dit vormt een risico waar we geen invloed op hebben. Daarnaast betekent instroom in de Z-route dat er extra budget vanuit het Participatiebudget moet worden ingezet, omdat voor deze route een wettelijke plicht van 800 uur participatie geldt.

Beschut werk
De opdracht vanuit de gemeenten aan IW4 in het zogenaamde scenario 1+ is dat alle dienstverlening, anders dan SW, kostendekkend moet worden uitgevoerd. IW4 heeft aangegeven en onderbouwd met een berekening dat beschut werk een verliesgevende activiteit is. Het gaat om een tekort van ongeveer € 4.000 per fte en vanaf 1 juli 2021, vanwege de nieuwe CAO beschut, minimaal om een verdubbeling van dit bedrag.

Het voorstel is om met de evaluatie van het transitieplan (oplevering mei 2022, inclusief financieringsafspraken) te kijken naar een oplossing voor dit vraagstuk op de langere termijn. Met de septembercirculaire 2020 is een resterend bedrag bonus beschut naar rato verdeeld over de gemeenten die beschutte werkplekken gerealiseerd hebben. In de jaarrekening 2020 is voorgesteld om de resterende middelen uit 2020 via een resultaatsbestemming in 2021 opnieuw beschikbaar te stellen. We bezien of we dit bedrag in kunnen zetten als overbruggingsbudget tot aan de evaluatie. Indien er geen structurele oplossing komt, in de vorm van een aangepaste opdracht en/of financiering, dan is er een reëel risico dat IW4 de opdracht voor het plaatsen van beschut werkers teruggeeft.

Minimaregelingen
Op 1 december 2021 lanceren we de Veenendaalpas waarmee inwoners op een relatief eenvoudig wijze gebruik kunnen maken van de minimaregelingen. Het aansluiten van voldoende ondernemers en verenigingen is cruciaal voor het slagen van dit initiatief. Dit leidt  mogelijk tot hogere kosten voor Bureau Minimaregelingen dan waar tot op heden rekening mee is gehouden. Dit komt met name door extra uitvoeringskosten van Bureau Minimaregelingen voor de implementatie van deze pas. De maximale overschrijding schatten we in op € 100.000.

TONK
We ontvangen van het rijk € 242.000 voor de uitvoering en programmakosten van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Deze gelden worden na afronding van de aanvraagperiode in het derde kwartaal verdeeld over uitvoerings- en programmakosten. Ditzelfde geldt voor de ontvangst van de uitvoeringskosten vanuit Rhenen en Renswoude. Op dit moment loopt het aantal aanvragen nog niet zo hard als dat we verwacht hebben. Dit is in lijn met het landelijk gemiddelde. Hierdoor lopen we het risico dat we niet alle middelen uitgeven.

Bestandsontwikkeling en BUIG
Gemeenten ontvangen van het rijk een gebundelde uitkering welke toereikend wordt geacht om de bijstandsuitkeringen uit te kunnen betalen (BUIG-budget).
De afgelopen jaren kende de gemeente Veenendaal een voordelig resultaat van meer dan 10% ten opzichte van de rijksmiddelen. Op basis hiervan zijn de beschikbare middelen in onze gemeentelijke meerjarenbegroting sinds enkele jaren structureel naar beneden bijgesteld.

In 2020 zagen we dat, ondanks een bovengemiddelde stijging van ons bestand, de in de begroting beschikbaar gestelde middelen nog toereikend waren.

Het is nog onduidelijk wat de impact van het aflopen van de coronasteunmiddelen zal zijn op de bestandsontwikkeling. Hoewel rekening moet worden gehouden met een toename van het aantal bijstandspartijen verwachten we vooralsnog dat we deze stijging kunnen beperken. Onze inzet is hier ook op gericht. Op basis van de huidige bestandsomvang wordt, inclusief de bijstelling in het nader voorlopig budget, voor 2021 vooralsnog uitgegaan van een nadeel van € 500.000 ten opzichte van de begroting.
In de 2e bestuursrapportage 2021 wordt de prognose waar nodig bijgesteld.