Programma 3: Sociale leefomgeving

Financiële ontwikkelingen Sociale leefomgeving

Bedragen x €1.000
Feiten en ontwikkelingen Raming 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Lasten
4.2A - Openbaar basisonderwijs 42 0 0 0
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken -134 0 0 0
5.2A - Sportaccommodaties 307 0 0 0
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -133 0 0 0
5.3B - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -29 0 0 0
5.4A - Musea 0 0 0 0
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie -430 0 0 0
6.2A - Wijkteams -191 0 0 0
6.3A - Inkomensregelingen 27 300 300 300
6.3B - Inkomensregelingen -43 480 425 425
6.4 - Begeleide participatie -90 0 0 0
6.5A - Arbeidsparticipatie -445 134 0 0
6.71A - Maatwerkdienstverlening 18+ -250 110 0 0
6.72A - Maatwerkdienstverlening 18- -300 0 0 0
6.81 - Geëscaleerde zorg 18+ -415 0 0 0
7.1A - Volksgezondheid -84 0 0 0
7.1B - Volksgezondheid 43 0 0 0
Totaal Lasten -2.125 1.024 725 725
Baten
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 0 0 0 0
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -184 0 0 0
5.4A - Musea 0 0 0 0
6.2B - Wijkteams -12 -12 -12 -12
6.3B - Inkomensregelingen -193 725 725 725
6.5A - Arbeidsparticipatie 0 0 0 0
Totaal Baten -389 713 713 713
Saldo van baten en lasten 1.736 -311 -12 -12
Stortingen
0.10C - Mutaties reserves Sociale Leefomgeving 1.798 0 0 0

Toelichtingen financiële ontwikkelingen

Lasten

4.2 - Openbaar basisonderwijs (hogere lasten vergoeding huur Stichting Ontmoetingshuis € 27.000 en hogere lasten juridische onderzoeken Motie 2020.30 € 15.000):  
Het aantal schoolgaande leerlingen in het Ontmoetingshuis is hoger dan ingeschat voor 2021 waardoor de vergoeding voor huur van ruimte aan Stichting Ontmoetingshuis Veenendaal-Oost € 27.000 hoger zal zijn dan begroot. 

Door de juridische onderzoeken n.a.v. motie M2020.30 IKC Veenendaal Oost en de begeleiding van de beheerovereenkomst Rembrandt College wordt het budget voor 2021 overschreden met € 15.000.

4.3 - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken (lagere lasten algemeen onderwijsbeleid € 8.000 , lagere lasten ICT-fonds € 54.000 en lagere lasten peuterwerk € 72.000):
Voorgesteld wordt het restant budget van € 8.000 van algemeen onderwijsbeleid over te hevelen voor de afrekening openbaar onderwijs in 2022. Zo lang een gemeente ook schoolbestuur is van een openbare school moet er in het kader van de overschrijdingsregeling vijfjaarlijks een afrekening worden opgesteld. Met deze vijfjaarlijkse afrekening wordt vastgesteld of de gemeente meer heeft uitgegeven dan aan rijksbijdragen is ontvangen. Is dat het geval dan vindt doorbetaling aan het bijzonder onderwijs plaats. Het Rembrandt College is verzelfstandigd per 1 januari 2021 en alle financiën zijn afgewikkeld en moet in 2022 de afrekening worden opgesteld.

Verder wordt voorgesteld om het restant van het ICT-fonds, ad € 54.000, mee te nemen naar 2022.

Voor peuterwerk is over 2020  nog een bedrag van afgerond € 55.000 teruggevorderd. Conform het collegebesluit van 7 september 2021 wordt dit restantbudget en het restantbudget 2021 gebruikt om extra peuterplaatsen zonder VE te realiseren. Voorgesteld wordt om € 72.000 over te hevelen naar 2022.

5.2 - Sportaccommodaties (hogere lasten herstelwerkzaamheden zwembad € 150.000, hogere lasten beheerplan gemeentelijk vastgoed zwembad € 125.000) en hogere lasten vloerconstructie gymzaal Zuiderkruis € 32.000):
De randen (keramiektegels) van buitenbaden van het zwembad De Vallei laten los van de betonnen ondergrond. Dit levert onveilige situaties op. Tot nu toe is dit altijd tijdelijk opgelost, maar een structurele oplossing van deze situatie is noodzakelijk. In de tweede bestuursrapportage 2021 is deze ontwikkeling reeds als risico benoemd. Hiervoor is in overleg met Sportservice als beheerder van het zwembad gezocht naar deze structurele oplossing. Dit heeft geleid tot een collegebesluit met een oplossing waarbij natuursteen wordt aangebracht en extra zorg wordt gegeven aan de hechting hiervan.
Het is wenselijk dat deze herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode dat de buitenbaden zijn gesloten en dat bij de start van het nieuwe seizoen (2022) de herstelwerkzaamheden zijn afgerond. De kosten voor de herstelwerkzaamheden worden geraamd op € 150.000.

Op basis van het beheerplan gemeentelijk Vastgoed 2021-2025 (zie Programma 1: Fysieke leefomgeving, toelichting bij taakveld 6.1) wordt binnen de betreffende voorziening in relatie tot het vastgoed Zwembad € 125.000 bijgeraamd. Dit op basis van een herberekening van de onderhoudskosten die afwijken ten opzichte van de berekening van 4 jaar geleden.

De vloerconstructie van de gymzaal aan de Zuiderkruis 744 was gecorrodeerd. Herstelwerkzaamheden van de vloer was noodzakelijk en kon niet uitgesteld worden. Deze werkzaamheden zijn niet in het MOP gemeentelijke gebouwen opgenomen. De kosten hiervan bedroegen € 32.000.

5.3 - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (lagere lasten € 133.000)
Op basis van het beheerplan gemeentelijk Vastgoed 2021-2025 (zie Programma 1: Fysieke leefomgeving, toelichting bij taakveld 6.1) wordt binnen de betreffende voorziening in relatie tot het vastgoed De Lampegiet € 133.000 afgeraamd. Theater de Lampegiet wordt geplaatst in de categorie strategische voorraad waarbij alleen nog het allernoodzakelijkste onderhoud wordt uitgevoerd om het gebruik mogelijk te maken en de veiligheid te waarborgen.

5.3 - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (lagere lasten beleid cultuur € 29.000)
In de Cultuurnota 2022-2025 staat bij de 1e verhaallijn o.a. uitbreiding van beleid cultuur met 0,3 fte. Deze urenuitbreiding komt niet ten laste van het extra cultuurbudget vanaf 2022. Dit betekent dat we in de kadernota 2023 een voorstel zullen indienen om deze extra fte op te nemen in de programmabegroting 2023. Om ook in 2022 al voldoende slagkracht te kunnen hebben, stellen wij voor om incidenteel een bedrag van € 29.000 af te ramen voor deze 0,3 fte cultuur.

Voorgesteld wordt om € 29.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen. Daarnaast staat in het raadsvoorstel cultuurvisie dat er uitbreiding van het budget wijk-activiteiten nodig is om de doelstellingen te kunnen realiseren. Ook dit budget zullen we ter afweging meenemen bij de opstelling van de kadernota en programmabegroting 2023. 

6.1 - Samenkracht en burgerparticipatie  (lagere lasten implementatiebudget quasi inbesteding € 130.000 en lagere lasten coronaherstelfonds € 300.000):
Vanuit quasi inbesteding is het implementatiebudget beschikbaar gesteld. Vanwege corona was het in 2021 niet mogelijk om een aantal beleidsmatige onderdelen uit te voeren. De planning hiervoor is verschoven naar 2022. Het gaat om de thema's voordeur en GGZ wachtverzachters . Daarnaast wordt ook de monitoring in 2022 verder vormgegeven. Voorgesteld wordt om € 130.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van de genoemde taak.

Voor de 2e tranche van het coronaherstelfonds is € 300.000 beschikbaar. Het proces voor de 2e tranche is gewijzigd: er wordt eerst een inventarisatie gemaakt en een afgewogen pakket van maatregelen ontwikkelt voordat de besluitvorming plaatsvindt. De inzet van de € 300.000 zal derhalve in 2022 plaatsvinden. Voorgesteld wordt om deze middelen over te hevelen naar 2022.

6.2 - Wijkteams (lagere lasten transformatiebudget € 66.000 en lagere lasten integrale projecten Sociaal Domein € 125.000):
In 2020 is € 138.000 overgeheveld naar 2021 i.v.m. het transformatiebudget. De kosten in 2021 die ten laste van het transformatiebudget worden gebracht bedragen € 72.000. Voorgesteld wordt om het restant van het transformatiebudget, ad. € 66.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen.

Daarnaast is in 2020 bij de jaarrekening een budget overgeheveld voor de regeling integrale projecten Sociaal domein. Deze regeling wordt naar verwachting in 2022 vastgesteld. In 2021 worden hiervoor de nodige voorbereidende werkzaamheden verricht. Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad. € 125.000,  over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van genoemde regeling.

6.3 - Inkomensregelingen (hogere lasten TONK € 27.000 en lagere lasten bijstand € 43.000): 
Per 1 oktober jl. is de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) beëindigd. Ten behoeve van de afwikkeling van deze regeling wordt rekening gehouden met € 27.000 hogere uitgaven TONK. Bij de jaarrekening wordt de definitieve balans opgemaakt, inclusief verwerking van de uitvoeringskosten.

In het bijstandsbestand is een lichte daling  waarneembaar, waardoor de begroting voor 2021 met € 43.000 naar beneden bijgesteld wordt. 
Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor bijzondere bijstand beschikbaar. Deze middelen zijn gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) armoedeproblematiek. Voorgesteld wordt deze middelen (€ 55.000) in 2022 toe te voegen aan de reguliere middelen bijzondere bijstand en daarmee beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze taak.

6.4 - Begeleide participatie (lagere lasten € 90.000): 
Bij het bepalen van de financiële kaders ten behoeve van het transitieproces IW4 is in 2018 rekening gehouden met een Rijksbijdrage per SE. Deze Rijksbijdrage ligt in 2021 hoger dan destijds werd voorzien. De gemeentelijke compensatie voor het subsidietekort valt hierdoor in 2021 € 90.000 lager uit. In de decembercirculaire 2021 wordt de Rijkssubsidie 2021 naar verwachting incidenteel verhoogd met een WSW coronacompensatie. Naar verwachting zal de compensatie, net als vorig jaar, worden doorgegeven aan IW4.

6.5 - Arbeidsparticipatie (lagere lasten inburgering € 75.000 en lagere lasten reintegratie € 370.000): 
Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. Het implementatieproces is in volle gang en zal nog doorlopen tot in 2022. Voorgesteld wordt om van de beschikbare invoeringsmiddelen € 75.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor afronding van het implementatieproces. Bij de jaarrekening wordt een voorstel opgenomen voor resultaatbestemming van de dan nog resterende middelen.

Als onderdeel van het corona steun- en herstelpakket heeft het Rijk in eerdere circulaires extra middelen beschikbaar gesteld om zowel lokaal als regionaal de gevolgen van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt op te vangen. Deze middelen zijn via de bestuursrapportages toegevoegd aan het reguliere budget arbeidsparticipatie. Samen met het reguliere budget voor uitvoering van deze taak is voor 2021 een relatief groot budget beschikbaar. We zien - mede door de sterkere economische opleving dan eerder werd verwacht - dat niet alle middelen nodig zijn voor uitvoering van de taak. Voorgesteld wordt dan ook om incidenteel € 370.000 af te ramen.

In de septembercirculaire 2021 heeft het Rijk voor 2022 opnieuw extra middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van zowel het op peil houden van de re-integratiedienstverlening als het intensiveren van de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de coronacrisis instromen. Hoewel we enerzijds een sterker economisch herstel zien dan eerder verwacht, is tegelijk nog steeds sprake van een aantal onzekere factoren. Het gaat dan bijvoorbeeld om effecten op de arbeidsmarkt nu diverse regelingen zoals Tozo en TONK per 1 oktober jl. zijn beëindigd. Voorgesteld wordt om de extra middelen van € 134.000 voor 2022 in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van de taken.

6.71- Maatwerkdienstverlening 18+ (lagere lasten schuldhulpverlening € 50.000, lagere lasten compensatieregeling maatwerk voorzieningen € 200.000:
In de Programmabegroting 2022 is aangegeven dat een verwachte toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden het beschikbare budget onder druk zet en is tevens aangekondigd dat in deze bestuursrapportage een voorstel voor overheveling wordt opgenomen. Voorgesteld wordt om € 50.000 (incidenteel) over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van de taken. Bij de jaarrekening wordt een voorstel voor resultaatbestemming opgenomen voor de dan nog resterende middelen. Hiermee zijn voor 2022 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar. Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet ook in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid beschikbaar. Voorgesteld wordt deze middelen in 2022 toe te voegen aan de reguliere middelen schulddienstverlening en daarmee beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak.

Onder andere in de tweede bestuursrapportage is aangegeven dat de uitgaven op het maatwerkbudget achterblijven bij de verwachtingen en dat dit onder andere wordt veroorzaakt door de complexiteit van juridische borging. In 2022 wordt het budget naar verwachting breder ingezet om de doelstelling 'voorkomen dat mensen financieel door het ijs zakken' te kunnen realiseren. Het budget kan onder andere worden ingezet om specialistische (schuld)hulpverlening in te zetten voor bedrijven die in de problemen zijn geraakt door de coronacrisis of door het aflopen van de regelingen Tozo en TONK. De raad wordt hierover nog nader geïnformeerd. Gezien de verwachte vraag naar deze vorm van ondersteuning wordt voorgesteld om € 200.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van het maatwerkbudget.

6.72 - Maatwerkdienstverlening 18- (lagere lasten Programma Sociaal Domein € 300.000):
In de meerjarenplanning van de opgave Sociaal Domein is rekening gehouden met bestedingen in 2022. Er is echter geen structureel opgavebudget beschikbaar. De beschikbare middelen komen voort uit het voormalige programmabudget en eerder overgehevelde middelen. Om de reeds in 2021 ingezette activiteiten af te kunnen ronden en voor 2022 geplande activiteiten uit te kunnen voeren is het van belang om ook in 2022 middelen beschikbaar te hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verdere ontwikkeling van een integraal dashboard sociaal domein (in 2022 met name onderdeel jeugd), de ontwikkeling van simpel switchen (arbeidsmatige dagbesteding / beschut werk), de publiekscampagne en de verdere ontwikkeling van de sociale basis conform de visie en het Integraal beleidskader Sociaal Domein. Voorgesteld wordt om van de resterende middelen € 300.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze activiteiten. Ook voor 2023 e.v. is er geen opgavebudget beschikbaar. Bij het opstellen van de Kadernota 2023 wordt een voor 2023 benodigd jaarbudget betrokken, alsmede de benodigde structurele middelen ter borging van structurele capaciteit en uitvoeringsbudgetten.

6.81 - Geëscaleerde zorg 18+ (lagere lasten aanpak verward gedrag € 110.000 en lagere lasten opvang en beschermd wonen € 305.000):
Het verwachtte voordeel van € 110.000 ontstaat omdat er middelen vanuit 2020 zijn meegenomen voor de bekostiging van het Meldpunt Verward. Omdat we in 2021 hiervoor subsidie ontvangen vanuit ZonMW zijn deze gereserveerde middelen niet volledig nodig.

Het innovatiebudget Beschermd Wonen is vanuit centrumgemeente Amersfoort in 2019 ontvangen om de lokale ambulantisering van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis vorm te geven. Om een goede inzet van deze middelen te bepalen is een narratief onderzoek geïnitieerd. In 2020/2021 (vertraagd door Corona) is het narratief onderzoek uitgevoerd en afgerond én is een woonzorgonderzoek uitgevoerd door Companen. Uit beide onderzoeken komen concrete aanknopingspunten en kansen naar voren waarop Veenendaal gericht kan inzetten om de ambulantiseringsbeweging te ondersteunen. Door prioriteiten i.v.m. de centrumregio wijziging is het niet gelukt om in 2021, in samenspraak met de lokale partijen, te komen tot concrete pilots. In het laatste kwartaal 2021 wordt een lokale meerjaren agenda ambulantsering opgesteld. Vanuit het innovatiebudget willen wij in 2022 pilots inzetten die bijdragen aan doelstellingen van de meerjaren aanpak Beschermd Wonen in Veenendaal. Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad. € 305.000,  over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van genoemde pilots.

7.1- Volksgezondheid (hogere lasten GGD regio Utrecht € 43.000, lagere lasten GIDS gelden € 69.000 en lagere lasten gezondheidsbeleid € 15.000:
Op basis van de begrotingswijziging 2021 GGD regio Utrecht bedraagt de bijdrage 2021 voor de GGD € 15.282 meer dan de in juni 2020 vastgestelde begroting GGDrU 2021. Daarnaast zijn per abuis de financiële consequenties van de in juni 2020 vastgestelde begroting GGDrU 2021 ad € 27.000 niet verwerkt in de Programmabegroting 2021. Het totaal nadeel van € 43.000 (inclusief begrotingswijziging) is nu verwerkt in deze bestuursrapportage.

Voor de GIDS gelden betreft het een resultaatbestemming uit 2020, maar vanwege Corona konden de middelen nog niet worden ingezet. Besteding van de middelen wordt voorzien voor 2022, mede in samenhang met de doelen uit het preventieakkoord. Voorgesteld wordt de middelen, ad € 69.000,  over te hevelen en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van de geplande activiteiten.

Voor het uitbreiden van beschikbaarheid van AED’s staat er jaarlijks een bedrag van €15.000 gereserveerd die we als subsidie aan HartslagNu Veenendaal (HNV) kunnen verlenen. Omdat HNV van hun eerste subsidie (2019/2020) nog veel geld over had, is besloten dat zij dit geld nog in 2021 mogen uitgeven. Hierdoor hebben zij geen nieuwe subsidie over 2021 aangevraagd. Het opleiden van leerlingen, zodat zij een AED kunnen bedienen, sluit naadloos aan op het doel om meer AED’s beschikbaar te hebben in Veenendaal. Op dit moment is de motie nog niet uitgevoerd. 

Baten

5.3 - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (lagere baten € 184.000): 
Door het vertrek van de V.U. is er leegstand ontstaan in het Spectrum waardoor er geen huurinkomsten, ad € 184.000,  voor deze ruimtes binnenkomen. In 2021 konden deze ruimtes ook niet verhuurd worden vanwege de vloerversterkingsmaatregelen. 

6.2 - Wijkteams (lagere baten € 12.000):
Het nieuwe huurcontract met de GGD voor de Twijn genereert een structurele lagere huuropbrengst van €12.000. De GGD betaalt als onderhuurder minder huur omdat de gemeente ook minder huur betaalt aan de eigenaar.

6.3 - Inkomensregelingen (lagere baten € 193.000)
Vanuit het Rijk ontvangen we een gebundelde uitkering BUIG. Binnen het taakveld Inkomensregelingen worden diverse onderdelen dan ook in samenhang bezien. In de tweede bestuursrapportage en ook de programmabegroting 2022 is aangegeven dat - als gevolg van diverse onzekerheden en nog onvoldoende te duiden ontwikkelingen - rekening werd gehouden met mogelijk een structureel negatieve bijstelling van onze begroting.
Inmiddels is het definitieve budget 2021 bekend (€ 193.000 nadelig) en dit wordt in deze bestuursrapportage verwerkt. Dit nadelige effect kan deels worden opgevangen door onder andere een lichte daling van het bijstandsbestand, waardoor ten opzichte van de begroting voor 2021 op de bijstandsbudgetten nog een nadeel resteert van € 150.000 (incidenteel).

Het voorlopig budget 2022 is inmiddels ook gepubliceerd; dit ligt € 725.000 hoger dan geraamd in onze begroting. Rekening houdend met de wijzigingen binnen het verdeelmodel, de bestandsontwikkeling, conjunctuur en eerdergenoemde onzekerheden wordt voorgesteld het voorlopig budget 2022 budgettair neutraal te verwerken binnen de bijstandsbudgetten.

Reservemutaties

Reserve meerjarige middelen: storting (€ 1.798.000) 
Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 1.798.000, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2022.

Risico's / ontwikkelingen Sociale Leefomgeving

Beschut werken 
Het aantal beschut werkers stijgt met ongeveer vijf per jaar (totaal voor de gemeente). Doordat deze dienstverlening niet kostendekkend is neemt het financieel risico voor IW4 toe. Voor 2021 is met tijdelijke middelen het financiële risico voor IW4 afgedekt. Voor het eind van het jaar verwachten we een meer structurele oplossing te vinden voor IW4. Daarbij wordt gekeken naar a. de kostprijs van IW4 in relatie tot de hoogte van de rijkssubsidie b. het aantal plekken dat de gemeente in wil kopen bij IW4 en/of andere aanbieders en c. de opdracht van IW4.

Vroegsignalering 
In het vierde kwartaal worden er huisbezoeken afgelegd bij inwoners die betalingsachterstanden hebben. Deze methode werd nog niet eerder ingezet. Dit is mogelijk nu er afspraken zijn gemaakt met de woningcorporaties in Veenendaal. Inmiddels is er een eerste uitvoeringsplan opgesteld. De komende maanden worden gebruikt om dit plan af te ronden. Daarin worden ook de ervaringen met huisbezoeken verwerkt. Het streven is om de nieuwe werkwijze vanaf 1 januari 2022 onder te brengen bij het Budgetloket. 

Hersteloperatie Toeslagenaffaire 
In Veenendaal gaat het om ongeveer 80 inwoners die als gedupeerde ouder zijn aangemerkt door de Belastingdienst vanuit de Toeslagenaffaire. Deze ouders zijn benaderd voor hulp en zij waren allen bereid om één of meer gesprekken te voeren. Uiteindelijk hebben vijf inwoners aangegeven hulp te willen op het gebied van zorg (inclusief zorg voor hun kinderen). Ongeveer 30 inwoners worden tot het einde van het jaar in het kader van nazorg begeleid. Deze groep heeft geen specifieke hulpvraag, maar in het kader van het herstel van vertrouwen is het wenselijk om de intensieve gesprekken die zijn gevoerd langzaam af te bouwen. De overige groep heeft aangegeven geen hulp nodig te hebben.

Kwijtschelding vorderingen toeslagenaffaire
Het college heeft besloten om – vooruitlopend op de verzamelwet hersteloperatie toeslagen – over te gaan tot kwijtschelding van openstaande gemeentelijke vorderingen op inwoners die zijn aangemerkt als gedupeerden. Het gaat om vorderingen op grond van de Participatiewet en gemeentelijke belastingen. Als de vordering al is afgelost wordt overgegaan tot terugbetaling. De gemiste inkomsten worden gecompenseerd vanuit het Rijk.

Inburgering
De implementatie van de Wet Inburgering is in gang gezet. De procesregisseur is gestart met de ontwikkeling van de processen rondom inburgering. Voor de daadwerkelijk inrichting van de processen is ook een kwaliteitsmedewerker ingehuurd.
De aanbesteding van de leerroutes wordt naar verwachting in oktober afgerond. We verwachten dan een contract te kunnen sluiten met een opdrachtnemer voor de Z-route en de B1-route. De aanbesteding van de Onderwijsroute en de B1 entree route wordt als mislukt beschouwd: er is nog geen opdrachtnemer. Na de 'standstill periode', deze loopt af medio oktober, gaan we potentiële opdrachtnemers direct benaderen. We streven ernaar om vóór 1 januari 2022 alle leerroutes op orde te hebben.

Maatwerkbudget 
In 2020 zijn we met het toenmalige BAC (in 2021 Budgetloket) en het Triage team gestart met een pilot voor de uitvoering van het maatwerkbudget. Doelstelling van het maatwerkbudget was om te voorkomen dat mensen ‘financieel door het ijs dreigen te zakken’ vanwege de bezuinigingen binnen de Wmo. Voor de doelgroep met problematische schulden is het verstrekken van een vergoeding uit het maatwerkbudget inmiddels juridisch geborgd in de beleidsregel schuldhulpverlening. Voor de overige doelgroep is een voorstel in voorbereiding waarbij onder andere de inhuur van specialistische begeleiding/ schuldhulpverlening voor ondernemers die in de financiële problemen zijn gekomen mede door de coronacrisis wordt betrokken. Dit betreft de doelgroepen van de inmiddels beëindigde regelingen Tozo en TONK. De raad wordt hierover nog nader geïnformeerd

Minimaregelingen 
Op 1 december 2021 lanceren we de Veenendaalpas waarmee inwoners op een relatief eenvoudige wijze gebruik kunnen maken van de minimaregelingen. Het aansluiten van voldoende ondernemers en verenigingen is cruciaal voor het slagen van dit initiatief. Hiervoor zijn prestatieafspraken gemaakt met de uitvoerende partij achter Bureau Minimaregelingen. Daarnaast wordt er door de gemeente volop ingezet op communicatie aan ondernemers, verenigingen, inwoners, vrijwilligers en overige maatschappelijke partners. De implementatie leidt mogelijk incidenteel in 2021 tot hogere kosten dan tot op heden rekening mee is gehouden. De verwachting is dat deze kosten gedekt kunnen worden binnen het beschikbare budget. De raad is hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief welke op 11 oktober jl. door het college is vastgesteld. 

TOZO
Per 1 oktober jl. is de regeling Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) beëindigd. In de komende periode zal blijken of het beëindigen van deze steunmaatregel negatieve effecten heeft op de arbeidsmarkt en vervolgens (al dan niet vertraagd) op onze bestandsontwikkeling. De financiële afwikkeling (inclusief uitvoeringskosten) vindt plaats bij de jaarrekening. 

TONK
Per 1 oktober jl. is de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) beëindigd. Het aantal aanvragen is - ondanks een verruiming van de regeling- sterk achtergebleven bij de verwachtingen, dit is in lijn met het landelijke beeld. Hierdoor hebben we niet alle middelen uitgegeven. In het vierde kwartaal worden de uitvoeringskosten in beeld gebracht. 

Wmo
Kostenstijgingen en kwaliteitsniveau materiële voorzieningen en vervoersbranche
Onze aanbieders binnen de materiële voorzieningen (rol-, mobiliteits- en woonvoorzieningen) en vervoersbranche  hebben te maken met diverse kostenstijgingen. Onder de vervoersbranche valt bijvoorbeeld het leerlingenvervoer, het collectief vraagafhankelijk vervoer en het Jeugdwetvervoer. De aanbieders zien de kosten stijgen als gevolg van gestegen grondstof- en brandstofprijzen en verhoogde import prijzen.  Ook is er sprake van loonstijgingen door krapte op de arbeidsmarkt en kosten voor behoud van kwalitatief personeel, opleidingen, werving en inleenpersoneel.
Daarnaast verwachten wij dat door (dubbele) vergrijzing, het langer zelfstandig thuis blijven wonen (extramuralisering) en de behoefte aan voorzieningen met grote complexiteit, we vanaf 2022 geconfronteerd worden met minimaal 4 % à 5 % stijging van de prijzen. De hulpmiddelenbranche heeft toegezegd deze stijging in 2021 niet in rekening te zullen brengen, maar dat zij de kostenstijging vanaf 2022 niet meer kunnen opvangen. De tekorten en late levering van materialen/grondstoffen hebben ook invloed op het niet kunnen leveren van het kwaliteitsniveau zoals is overeengekomen binnen de contracten. Hierdoor blijft de vereiste verduurzaming uit de aanbesteding bijvoorbeeld achter. Dit alles heeft ook invloed op het resultaat van de aanbesteding voor Wmo materiële voorzieningen die in 2022 afgerond wordt. De verwachting is dat de nieuwe inkoopcontracten leiden tot hogere tariefafspraken en daardoor hogere uitgaven. 

Leerlingenvervoer
In de eerste bestuursrapportage is extra budget geraamd voor het leerlingenvervoer. Een sluitende prognose was begin dit jaar lastig te maken door de toen nog recent afgeronde aanbesteding (stijging van de ritprijzen) en de effecten van  de coronamaatregelen. De effecten van de coronamaatregelen merken we nog steeds door onder andere de niet gereden ritten bij klassen die soms naar huis worden gestuurd, kinderen die niet de hele week naar school gaan of uitval van chauffeurs. Dit leidt in 2021 naar verwachting tot een (incidenteel) financieel voordeel.  Gezien de nog voortdurende onzekerheid rondom corona en ook omdat we nog niet weten welke compensaties de vervoerders mogelijk nog aanvragen, zijn in deze bestuursrapportage nog geen financiële mutaties doorgevoerd. 

Schoonmaakondersteuning
Het aantal klanten Schoonmaakondersteuning blijft stijgen. De extra kosten kunnen in 2021 naar verwachting worden opgevangen binnen de Wmo begroting. Of dit de komende jaren ook gaat lukken is onzeker. Door het hoge aantal meldingen is bij het Wmo-Loket een achterstand ontstaan. We onderzoeken de mogelijkheden om de groei te remmen en volgen de landelijke ontwikkelingen.

Stijgende zorgsalarissen
De Tweede Kamer heeft besloten dat de zorgsalarissen moeten stijgen. Deze stijging moet verwerkt worden in de tarieven voor Wmo-ondersteuning. Gemeenten worden hiervoor door het kabinet gecompenseerd. De precieze uitwerking van de stijgende salarissen en de compensatie en hoe die twee zich tot elkaar verhouden is op dit moment nog niet duidelijk.

Budgetten Wmo
In deze derde bestuursrapportage 2021 zijn geen financiële mutaties  op de budgetten Wmo materieel, Wmo immaterieel en schoonmaakondersteuning) opgenomen. De kosten van deze voorzieningen schommelen maandelijks behoorlijk, waardoor het moeilijk is om ten tijde van het opstellen van deze bestuursrapportage  een juiste inschatting te maken voor de prognose voor heel 2021. Op grond van de op dit moment beschikbare informatie verwachten we  dat het huidige budget Wmo breed in ieder geval toereikend is.   

Jeugd

Jeugdzorg contracten
Voor de meeste vormen van jeugdzorg hebben wij met diverse aanbieders vaste contracten binnen de regio. Bij zeer complexe casuïstiek volstaat dit aanbod niet altijd en wordt de zorg incidenteel ingekocht bij aanbieders die binnen een andere regio of landelijk werken. Denk hierbij aan crisissituaties, eet-, loverboy- of justitiële problematiek. Deze zorg wordt via zogenoemde “light overeenkomsten” afgesloten. Deze zorg is vaak duur, zeer intensief en gaat in combinatie met een opname/verblijf. Toekenning van deze zorg gaat vaak buiten de gemeente om via een rechterlijke macht of een gecertificeerde instelling. De duur, hoge intensiteit, de kleine cliëntpopulatie, en de toekenning van deze zorg die buiten de gemeente om gaat, maken dat de gemeente mogelijk geconfronteerd wordt met hogere kosten.

Budgetten jeugd (Zorg in natura en PGB)
In deze derde bestuursrapportage 2021 zijn geen financiële mutaties  op het budget jeugdzorg  opgenomen. De kosten van jeugdzorg schommelen maandelijks behoorlijk waardoor het moeilijk is (op basis van de kosten tot en met juli 2021) een juiste inschatting te maken voor de prognose voor heel 2021. In de tweede bestuursrapportage 2021 is de incidentele rijksbijdrage vooralsnog op een afzonderlijke post binnen het jeugdbudget geraamd. Op grond van de op dit moment beschikbare informatie verwachten we  dat de huidige jeugdbudgetten voor Zorg in natura en PGB  toereikend zijn.  

Cultuur
Aan de gesubsidieerde culturele instellingen is gevraagd een prognose te maken van het te verwachten financiële tekort over 2021 -en zo mogelijk al voor 2022- als gevolg van de corona-maatregelen. Geen knelpunten worden verwacht bij de HVOV, Vlow0318 en De Muzen. Het museum prognosticeert over 2021 een tekort van € 18.000 en over 2022 een tekort van € 6.000. Het theater prognosticeert een positief resultaat voor seizoen 2020-2021 (=subsidie kalenderjaar 2020) van € 160.000 maar voor seizoen 2021-2022 (=subsidie kalenderjaar 2021) is de verwachting juist een tekort van +/- € 160.000. De Bibliotheek prognosticeert een tekort van € 59.860 voor 2021. Duidelijk is echter dat een deel van de middelen coronasteun die de gemeente vanuit het rijk heeft ontvangen nodig zal zijn om de culturele basisstructuur op orde te houden. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige steunvragen zolang de coronamaatregelen van kracht zijn.

Restauratie Veenraadschapsarchief
Het Veenraadschapsarchief is het archief der Stichtse Gelderse Venen (1546-1949). Dit is het oudste archief van de gemeente Veenendaal en het archief is permanent in bruikleen van het Waterschap Vallei-Veluwe.

Er hebben tot 1999 gedeeltelijke restauraties plaatsgevonden aan dit archief. Inmiddels is gebleken dat aanvullende restauraties van het archief nodig zijn om het gehele archief weer toekomstbestendig te maken. In de huidige begroting is op dit moment geen rekening gehouden met de kosten van de aanvullende restauraties.

Daar de gemeente Veenendaal de verantwoordelijkheid heeft over dit waardevolle archief vinden wij het van belang om advies over de restauratie en digitalisering in te winnen bij een extern deskundige. Het doel is meer inzicht te krijgen in de benodigde expertise voor de fysieke instandhouding en digitalisering van het archief en de hiermee gepaard gaande kosten. Op basis van de resultaten van het externe onderzoek zullen de vervolgstappen (waaronder kosten, dekking) bepaald worden.