Voortgang inhoud inspanningen/acties

Inleiding

Voortgang inhoud inspanningen/acties

Algemeen

Voor u ligt de 1e bestuursrapportage 2022. Via deze rapportage biedt het college u inzicht in de uitvoering van het in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 vastgelegde beleid en de financiële consequenties daarvan. De peildatum van deze rapportage is 1 mei 2022.

Deze bestuursrapportage is dus vooral gericht op de actualisering van de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Immers, de begroting 2022, die ambtelijk in september 2021 is opgesteld, is ruim een half jaar oud. In de tussentijd hebben zich ontwikkelingen (beleidsmatig en financieel) voorgedaan die van invloed zijn op het financiële beeld en/of vragen om bijsturing. Daarbij ligt de nadruk op de beleidsmatige verantwoording. De verantwoording van de beleidsrealisaties volgt de programma-indeling van de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Aan de hand van de doelenbomen geven we met symbolen (in de kleuren van verkeerslichten) aan in hoeverre de uitvoering van de doelen op schema ligt. De 1e bestuursrapportage 2022 laat zien dat de uitvoering van de doelen in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 grotendeels op koers ligt.

Naast de doelenbomen geeft de bestuursrapportage per programma inzicht in de (verwachte) financiële mee- en tegenvallers. Deze financiële afwijkingen zijn per programma in een tabel opgenomen. In de rapportage hebben wij in principe alleen de financiële afwijkingen van € 25.000,- en hoger opgenomen. Voor de toelichtingen op de afwijkingen verwijzen we u graag naar de toelichtingen zoals die zijn opgenomen bij de diverse programma’s.

Daarnaast worden u in deze bestuursrapportage de afwijkingen van de risico’s voorgelegd.

De coronacrisis (COVID-19)

Op 15 maart hebben we afscheid genomen van de meeste maatregelen. Dit heeft nog niet geleid tot extra druk op de zorg. Toch is het virus niet weg. Dit najaar kunnen we weer een opleving in het aantal besmettingen verwachten, of kan een nieuwe besmettelijke variant opduiken. Het is dus belangrijk om waakzaam te blijven. Voorlopig blijven de landelijke hygiëne adviezen dan ook van kracht: houd je aan de hygiënemaatregelen zoals hoesten en niezen in de elleboog, was regelmatig je handen, blijf thuis bij klachten, zorg voor voldoende frisse lucht en haal een vaccin, booster- of herhaalprik.

We houden er rekening mee dat de gevolgen van de Coronacrisis ook op de langere termijn doorwerken. Daarbij denken we onder andere aan de mogelijke economische effecten (faillissementen, winkelleegstand) en sociale effecten (o.a. onzekere gevolgen van de vertraging in de jeugdzorg, vereenzaming van ouderen die in een sociaal isolement dreigen terecht te komen), die direct en indirect hun weerslag hebben op het gemeentelijke reilen en zeilen. Op dit moment is niet in te schatten wat de exacte effecten op de langere termijn zullen zijn. Wij houden dit nauwlettend in de gaten en informeren u in financiële zin via de diverse P&C-documenten over de toekomstige ontwikkelingen.

Financiële effecten 2022
Ook in de eerste maanden van 2022 zijn er financiële ontwikkelingen die het gevolg zijn van de coronacrisis. In onderstaand overzicht zijn de budgettaire effecten van de crisis en de genomen maatregelen (op programmaniveau) in een totaaloverzicht opgenomen.

Programma Overgehevelde middelen vanuit 2021 (via resultaat-bestemming) Geraamde inkomsten compensatie 2022 Totaal beschikbaar budget 2022 Geraamde uitgaven middelen vanuit 2021 Geraamde gederfde inkomsten 2022 Geraamde uitgaven 2022 Totaal verwachte uitgaven/ge-derfde inkomsten 2022 Saldo 2022
1 Fysieke Leefomgeving € - € - € -
2 Economie, Werk en Ontwikkeling € 115.000 € 115.000 € 115.000 € 100.000 € 15.000 € 230.000 € -115.000
3 Sociale Leefomgeving € 942.000 € 942.000 € 942.000 € 318.000 € 1.260.000 € -318.000
4 Burger en Bestuur € 97.000 € 97.000 € 97.000 € 97.000 € -
5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien € 1.281.000 € 387.000 € 1.668.000 € - € 1.668.000
6 Bedrijfsvoering € 961.000 € 961.000 € 961.000 € 961.000 € -
Eindtotaal € 3.396.000 € 387.000 € 3.783.000 € 2.115.000 € 100.000 € 333.000 € 2.548.000 € 1.235.000

In het overzicht vindt u enerzijds het beschikbare budget voor de corona-effecten in 2022 (voor zover dat nu bekend is) en anderzijds de verwachte uitgaven en gederfde inkomsten als gevolg van de coronacrisis. Daarbij is rekening gehouden met de overheveling van de resterende “corona-budgetten” uit 2021 en de voorstellen zoals die via de resultaatbestemming bij de 3e bestuursrapportage 2021 en de Jaarstukken 2021 aan u zijn voorgelegd. Voor een specificatie van deze budgetten wordt verwezen naar de 3e bestuursrapportage 2021 en de Jaarstukken 2021.

De financiële afwijkingen in 2022 betreffen:
1. Inkomsten compensatie 2022:
- compensatie Corona via algemene uitkering (september- en decembercirculaire, in totaal € 387.000,- voordelig)
2. Geraamde gederfde inkomsten 2022:
- lagere inkomsten BIZ-heffing (€ 100.000,- nadelig);
3. Geraamde uitgaven 2022:
- hogere uitgaven i.v.m. bijdrage Bernard van Kreelfonds (€ 15.000,- nadelig);
- hogere uitgaven coronaherstelfonds (€ 19.000,- nadelig);
- hogere uitgaven re-integratie (€ 134.000,- nadelig);
- hogere uitgaven schulddienstverlening (€ 100.000,- nadelig);
- hogere uitgaven bijzondere bijstand (€ 55.000,- nadelig).

Coronaherstelfonds
Het coronaherstelfonds is voorzien van 2 tranches, te weten de 1e tranche (initiatieven korte termijn) en de 2e tranche voor een integraal pakket aan maatregelen voor de middellange termijn (2022). Voor de 1e tranche is een budget van € 100.000,- beschikbaar gesteld en voor de 2e tranche een budget van € 300.000,-, vermeerderd met de restantmiddelen uit de 1e tranche. 
 
Middels een raadsinformatiebrief bent u op de hoogte gesteld van de stand van zaken met betrekking tot de Regeling Coronaherstelfonds en de te verlenen subsidies voor initiatieven die bijdragen aan de herstart en herstel van de Veenendaalse samenleving. 
 
In totaal zijn 69 subsidieaanvragen voor de 2e tranche binnengekomen. Hiervan zijn 50 aanvragen gehonoreerd en vormen samen het integrale maatregelenpakket.  Om dit integrale maatregelenpakket voor de 2e tranche te kunnen uitvoeren is een budget van € 357.759,- benodigd. 
De kosten worden als volgt gedekt: 
-              € 300.000,- beschikbare middelen 2de tranche; 
-              €   38.890,- restantmiddelen 1e  tranche (voorstel resultaatbestemming jaarrekening 2021);
-              €   18.869,- stelpost coronagelden. 
In deze rapportage is de (aanvullend) benodigde dekking vanuit de stelpost coronagelden verwerkt.
  
Bij het vaststellen van de Regeling Coronaherstelfonds is € 75.000,- begroot voor benodigde beleidscapaciteit. Deze middelen zijn deels uitgegeven in 2021 en de resterende middelen zijn als resultaatbestemming opgenomen in de jaarrekening 2021. Wij verwachten met de kosten van de projectleiding binnen het (restant)budget te blijven.
 

Gevolgen oorlog in Oekraïne

Begin maart 2022 werd Nederland geconfronteerd met de komst van ontheemden uit Oekraïne. Het Rijk vroeg de veiligheidsregio’s om de coördinatie voor de opvang van (voorlopig) 50.000 ontheemden vorm te geven. Binnen de gemeentelijke organisatie is de crisisorganisatie direct van start gegaan om voorbereidingen te treffen voor deze opvang. Dit heeft in de loop van maart en april – mede door het aanbod van diverse pandeigenaren - geleid tot opvang van circa 100 personen binnen 4 locaties met semi-permanente huisvesting in Veenendaal. Voor het daadwerkelijk bewonen en leven in deze locaties moesten ook diverse zaken geregeld worden en voorzieningen getroffen worden, zoals de inrichting van de huisvesting, veiligheidsaspecten, de eerste opvang en begeleiding bij bewoning, de diensten van tolken, het regelen van onderwijs (PO en VO) en kinderopvang, registratie BRP, middelen voor het primaire levensonderhoud, verzekeringen, eventueel bemiddeling naar werk, gezondheidszorg, psycho-sociale hulpverlening, informatievoorziening, bijeenkomsten voor gastgezinnen en communicatie, contractering panden en administratie et cetera. De bijzondere inzet van meerdere vrijwilligers, bedrijven, Vluchtelingenwerk en Stichting Veens Welzijn is daarbij onmisbaar gebleken. Vanaf begin april hebben ontheemden intrek genomen in de genoemde locaties. 

Daarnaast zijn vanaf het eerste moment ontheemden opgevangen in meerdere gastgezinnen in Veenendaal. De instroom in de gemeentelijke locaties vindt wisselend plaats vanuit zowel de gastgezinnen in Veenendaal als kerkelijke verbanden als de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Tot dusver is de instroom van ontheemden en het beschikbaar komen van woonplekken in evenwicht geweest. Soms is tijdelijk gebruik gemaakt van tijdelijke opvang in een hotel in Veenendaal. De inzet van het college is erop gericht om direct zoveel mogelijk duurzamere opvangplekken te realiseren (geen veldbedden en dergelijke), waardoor ontheemden direct binnen redelijk zelfstandige huisvesting kunnen functioneren en tegelijk zo weinig mogelijk ongewenste verplaatsingen van personen plaats hoeven te vinden. Ondertussen worden opties verkend voor de opvang van zo mogelijk meer ontheemden, die ingezet kunnen worden als het Rijk en de veiligheidsregio hier om vragen. 

De noodzakelijke kosten van gemeentelijke opvang en de ontwikkelde voorzieningen, maar ook van de inzet van maatschappelijk organisaties, vrijwilligers en ambtelijke organisatie zijn geadministreerd en gemonitord. Vanuit het Rijk wordt de laatste hand gelegd aan een financiële regeling voor de vergoeding van kosten, die gemeenten maken (Specifieke Uitkering; SPUK). Ook voor de veiligheidsregio’s en GGD’s worden regelingen ingericht. Besluitvorming over de financiële regeling voor gemeenten staat op 24 mei 2022 op de agenda van de Ministeriële Commissie Migratie en Samenleving (MCMS). De regelingen zullen met terugwerkende kracht (begin crisis) in gaan. De minister heeft het uitgangspunt bevestigd dat alle gemaakte kosten gedekt worden. De regelingen kennen in beginsel een geldingsduur van 6 – 9 maanden en worden gedurende de komende periode steeds geëvalueerd. De vergoeding van opvangplekken door het Rijk stopt niet na de termijn waarvoor het normbedrag is vastgesteld. Wel zal er naar verwachting een meer specifiek en gedifferentieerde norm opgesteld worden. Het vertrekpunt daarbij blijft dat het Rijk gemeenten reële compensatie biedt. (tk-verzamelbrief-opvang-Oekraïne d.d. 6 april 2022). 

Duidelijk is inmiddels wel al dat gemeenten een normbedrag van € 700,- per week per gerealiseerde opvangplek zullen ontvangen. Dit is exclusief de kosten van onderwijs, zorg en taalbeheersing. Ook transitie- en transformatiekosten van bestaand vastgoed vallen niet onder het normbedrag. Deze kosten worden naar verwachting vergoed op basis van werkelijke kosten. Bij investeringen gaat het Rijk uit van afschrijving en voor huurcontracten geldt voorshands een maximale termijn van 12 maanden. Een eerste verkenning levert het beeld op dat de tot dusver door de gemeente gemaakte kosten kunnen worden gedekt uit de verschillende rijksvergoedingen. 

De coronacrisis en de oorlog in Oekraïne hebben gezorgd voor schaarste van bouwmaterialen en hogere brandstof- en energieprijzen. Tevens is er sprake van een hoge inflatie. Indien materiaalkosten en brandstofprijzen verder oplopen en het budget met de huidige marktontwikkeling niet toereikend is zal er aanvullend budget worden aangevraagd.  We zullen dit nauw gezet volgen en zullen in de komende P&C documenten hierop terugkomen.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de diverse raadsinformatiebrieven over dit onderwerp en naar het onderdeel ‘risico’s en ontwikkelingen’ bij de verschillende begrotingsprogramma’s in deze bestuursrapportage.

Investeringskredieten

De Raad wordt voorgesteld om de volgende investeringsbedragen beschikbaar te stellen:

Aanschaf iPads (schaduw)raadsleden € 25.200,-:
Ter ondersteuning aan het werk van de gemeenteraadsleden en schaduwraadsleden worden per zittingsperiode nieuwe tablets beschikbaar gesteld. De kosten van de aanschaf zijn niet in de begroting 2022 opgenomen. Aan de raad wordt een krediet aangevraagd van € 25.200,-. De kapitaallasten (€ 8.400) kunnen worden gedekt uit het hiervoor beschikbare budget automatiseringskosten.

Extra bouwkosten IKC Franse Gat € 201.000,-:
Na aanbesteding blijkt door de stijgende bouwkosten het vastgesteld krediet niet toereikend.  Voor een groot deel wordt dit veroorzaakt door een verschil in de begrote indexering voor stijging van bouwkosten welke opgenomen is in het huidig Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2021-2024. Hierin is een stijging opgenomen van 2% terwijl de VNG in november 2021 de werkelijke indexering vastgesteld heeft van 4,92%. Met dit norm percentage wordt het krediet aanvullend verhoogd met afgerond € 201.392,-.  De gevolgen voor de kapitaallasten worden integraal verwerkt in de tweede bestuursrapportage  2022.

Beschoeiingen in de openbare ruimte MIP 2022 € 62.200,-:
De beschoeiingen zijn op diversen locaties kapot of zijn van slechte kwaliteit en dienen daarom vervangen te worden. Het gaat om normale veroudering gezien de levensduur.  De vervanging van de beschoeiingen is opgenomen in het meerjareninvesteringsplan (MIP) 2022-2025, jaarschijf 2022, maar dient nog beschikbaar gesteld te worden. De gevolgen voor de kapitaallasten worden integraal verwerkt in de tweede bestuursrapportage  2022.

Voorbereidingskredieten 2023 € 1.560.000,-:
In het meerjareninvesteringsplan (MIP) 2022-2025 zijn reeds bedragen geraamd voor de  benodigde investeringen in de periode 2023 t/m 2026. Bij de programma begroting 2022-2025 is verzuimd om de voorbereidingsinvesteringsbudgetten beschikbaar te stellen.  Aan de raad wordt gevraagd om alsnog € 1.560.000 beschikbaar te stellen ter voorbereiding van de uitvoering. 

Aanvullingen op het meerjareninvesteringsplan (MIP) 2022-2025, jaarschijf 2022 € 262.000,-:
Voor een aantal investeringsbudgetten die zijn verwerkt in de Programmabegroting 2022 geldt dat deze voor te lage bedragen zijn opgenomen.  Het betreft onderstaande investeringsbudgetten waarvoor abusievelijk voor het jaar 2022 te lage bedragen in de Programmabegroting 2022 zijn opgenomen:

Beschoeiingen in de openbare ruimte MIP 2022 € 37.800
Groen in de openbare ruimte (IBP) MIP 2022 € 110.100
Vervangen materieel buitensport SSV € 114.100

De gevolgen voor de kapitaallasten worden integraal verwerkt in de tweede bestuursrapportage  2022.

Extra investering voor verduurzaming voertuigen wijkservice € 42.500,- (2022), € 18.000,- (2023), € 39.750,- (2024) en € 125.300,- (2025), zie raadsvoorstel 05-10-2021 :
Bij de besluitvorming over het OPOR 2022-2025 heeft u ingestemd met bovengenoemde investeringen. Voorgesteld wordt om het bedrag voor 2022 ad  € 42.500,- beschikbaar te stellen en de overige bedragen te verwerken in het  meerjareninvesteringsplan (MIP) 2022-2025. De gevolgen voor de kapitaallasten worden integraal verwerkt in de tweede bestuursrapportage  2022.

 

 

Saldo 1e bestuursrapportage 2022

Uiteindelijk resulteert deze 1e bestuursrapportage 2022 (na verwerking van de mutaties in de bestemmingsreserves) in een positief saldo van € 2.509.000,- voor 2022. Voorgesteld wordt dit resultaat te storten in de algemene reserve.

Het raadsvoorstel bij de bestuursrapportage bevat een begrotingswijziging waarin we de financiële over- en onderschrijdingen aan u voorleggen.

Samenvatting beleidsmatige verantwoording 1e bestuursrapportage 2022

Financieel vertrekpunt

Het financieel vertrekpunt voor deze rapportage is de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Vervolgens is de 3e bestuursrapportage 2021 bij de bepaling van het vertrekpunt meegenomen. De effecten van de september- en decembercirculaire 2021 zijn voor het jaar 2022 is deze rapportage verwerkt. 

bedragen x € 1.000,- Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
Saldi Programmabegroting 2022-2025 1.191 28 -496 -1.409
Saldi septembercirculaire 2021 2.482 2.466 2.898
Saldi verwerking loon- en prijsstijgingen -667 -862 -1.198
Saldi 3e bestuursrapportage 2021 -235 -12 -67 -67
Saldi decembercirculaire 2021 0 0 0
Verrekening saldi Programmabegroting 2022-2025 met de algemene reserve -1.191 -28 496 1.409
Amendementen Programmabegroting 2022-2025 21 121 121 121
Subtotaal -214 1.924 1.658 1.754
Parkeerexploitatie 2022-2025 (raad januari 2022) 58 204 176 190
Saldo voor 1e bestuursrapportage 2022 -156 2.128 1.834 1.944

Financiële effecten 1e bestuursrapportage 2022

In onderstaand overzicht vindt u de totaalbedragen voor de jaren 2022 tot en met 2025 van de financiële effecten c.q. ontwikkelingen zoals ze in deze rapportage zijn opgenomen.

In de bestuursrapportage hebben we een splitsing aangebracht tussen:

  • financiële ontwikkelingen (afwijkingen) die effect hebben op het begrotingssaldo; deze ontwikkelingen zijn opgenomen en toegelicht bij de diverse programma’s;
  • budgettair neutrale afwijkingen; deze ontwikkelingen (die geen effect hebben op het begrotingssaldo, maar wel programma overschrijdend kunnen zijn) zijn opgenomen in bijlage 1.
  • In het gepresenteerde financieel overzicht hieronder zijn structurele gevolgen van ontwikkelingen die zich in 2022 voordoen opgenomen. Het gaat concreet om ontwikkelingen die zich binnen het bestaande beleid voordoen. De structurele gevolgen zijn opgenomen in de Kaderbrief 2023-2026. In bijlage 2 vindt u een overzicht van deze structurele mutaties.

Financiële effecten voor 2022
Op basis van deze rapportage laat het begrotingsjaar 2022 een verwacht positief saldo zien van € 2.509.000,-. De grootste afwijkingen die van invloed zijn op dit resultaat betreffen hogere uitgaven stedebouwkundige structuurvisie Franse Gat (€ 50.000,- nadelig), hogere uitgaven continuering Projectbudget Vestigingsbeleid (inzet van promotie en formatie om de aantrekkelijkheid en bekendheid van Veenendaal als vestigingsplaats voor ondernemingen te versterken)(€ 93.000,- nadelig) en hogere uitgaven indexering Stichting Welzijn Veens (€105.000,- nadelig). Tegenover deze nadelen staan onder andere hogere baten vanuit de algemene uitkering (€ 3.076.000,- voordelig). Voorgesteld wordt om het voordeel van € 2.509.000,-  te storten in de algemene reserve.

Financiële effecten voor 2023-2026
In de rapportage worden meerdere financiële ontwikkelingen gemeld die van invloed zijn op het meerjarenperspectief 2023-2026. U vindt deze ontwikkelingen terug bij de diverse programma’s. Per saldo is sprake van de volgende afwijkingen: € 614.000 nadelig in 2023, € 607.000 nadelig in 2024 en € 607.000 nadelig in 2025. Het financieel perspectief na deze bestuursrapportage laat een positief saldo zien van € 1.514.000,-  in 2023, een positief saldo van € 1.227.000,- in 2024 en een positief saldo van € 1.337.000,- in 2025.

Bedragen x €1.000
Financieel overzicht (bedragen x € 1.000) Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
Lasten 1.613 618 612 611
Baten 4.040 4 4 4
A. Saldo van baten en lasten 1e bestuursrapportage 2022 2.427 -614 -607 -607
Onttrekkingen 82 0 0 0

Financieel perspectief na verwerking 1e bestuursrapportage 2022

bedragen x € 1.000,- Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
Saldo voor 1e bestuursrapportage 2022 -156 2.128 1.834 1.944
Totaal 1e bestuursrapportage 2022 2.509 -614 -607 -607
Financieel perspectief na 1e bestuursrapportage 2022 2.353 1.514 1.227 1.337

Samenvatting financiële afwijkingen 1e bestuursrapportage 2022

Hieronder vindt u de financiële afwijkingen per programma. 

Bedragen x €1.000
Programma Raming 2022
Lasten Baten Onttrekkingen Stortingen Saldo
1 Fysieke Leefomgeving
0.10A - Mutaties reserves Fysieke Leefomgeving 0 0 82 0 82
0.3A - Beheer overige gebouwen en gronden 10 4 0 0 -6
5.7A - Openbaar groen en (openlucht) recreatie 25 0 0 0 -25
5.7C - Openbaar groen en (openlucht) recreatie 23 0 0 0 -23
6.1D - Samenkracht en burgerparticipatie 82 0 0 0 -82
7.2A - Riolering 529 529 0 0 0
7.4D - Milieubeheer 379 379 0 0 0
8.1A - Ruimtelijke Ordening 50 0 0 0 -50
8.3D - Wonen en bouwen 10 0 0 0 -10
Totaal 1 Fysieke Leefomgeving 1.108 912 82 0 -114
2 Economie, Werk en Ontwikkeling
3.1A - Economische ontwikkeling 15 0 0 0 -15
3.3B - Bedrijfsloket en -regelingen 0 -100 0 0 -100
3.4A - Economische promotie 93 0 0 0 -93
Totaal 2 Economie, Werk en Ontwikkeling 108 -100 0 0 -208
3 Sociale Leefomgeving
4.2B - Openbaar basisonderwijs 4 0 0 0 -4
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 8 0 0 0 -8
5.1A - Sportbeleid en activering 30 0 0 0 -30
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie 105 0 0 0 -105
6.2A - Wijkteams 25 0 0 0 -25
6.72B - Maatwerkdienstverlening 18- 11 0 0 0 -11
6.81 - Geëscaleerde zorg 18+ 0 0 0 0 0
6.82C - Geëscaleerde zorg 18- 0 0 0 0 0
7.1A - Volksgezondheid 0 0 0 0 0
Totaal 3 Sociale Leefomgeving 183 0 0 0 -183
4 Burger en Bestuur
0.1A - Bestuur 0 0 0 0 0
0.2 - Burgerzaken 11 0 0 0 -11
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer 34 86 0 0 52
Totaal 4 Burger en Bestuur 45 86 0 0 41
5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien
0.5 - Treasury 0 41 0 0 41
0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0 3.076 0 0 3.076
0.8 - Overige baten en lasten 88 0 0 0 -88
Totaal 5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien 88 3.117 0 0 3.029
6 Bedrijfsvoering
0.4F - Overhead (communicatie) 30 0 0 0 -30
0.4I - Overhead (A&A) 50 0 0 0 -50
0.4P - Overhead (Strategie) 0 25 0 0 25
9.901 - Algemeen Directie 0 0 0 0 0
Totaal 6 Bedrijfsvoering 80 25 0 0 -55

Prognose stand algemene reserve

Onderstaand vindt u de prognose van de stand van de algemene reserve. In deze prognose is nog geen rekening gehouden met het saldo van deze bestuursrapportage.

 

Stand algemene reserve (bedragen x € 1.000,-) 2022
Stand per 1/1 20.082
Toevoegingen regulier 20
Onttrekkingen regulier -16
Quasi inbesteden welzijn (1e berap 2020 en Kaderbrief 2021-2024) -175
Onttrekkingen/stortingen o.b.v. Programmabegroting 2021-2024 604
IKC Franse Gat (raad 21/01/2021) -47
Onttrekkingen/stortingen o.b.v. Programmabegroting 2022-2025 1.191
Amendement Programmabegroting 2022-2025 -4
Resultaat Jaarstukken 2021 3.655
Resultaat Projectenboek 2022 282
Prognose stand algemene reserve per 25-05-2022 25.592