Financiële ontwikkelingen

Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

De basis voor de berekening van het financieel perspectief voor de komende jaren is de door de raad op 4 november 2021 vastgestelde Programmabegroting 2022-2025. Na deze datum zijn er ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op dit perspectief. In dit hoofdstuk worden deze mutaties op het saldo kort beschreven. In onderstaande tabel wordt het startpunt aangegeven.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Saldo Programmabegroting 2022-2025 28 -496 -1.409 -1.409

Op basis van richtlijnen van de Provincie in het kader van het financieel toezicht dienen tekorten aangezuiverd te worden vanuit de Algemene Reserve. Daarnaast moet er sprake zijn van een structureel sluitende begroting.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Verrekening met de Algemene reserve -28 496 1.409

Amendementen Programmabegroting

Data top 15
In de Programmabegroting 2022  en de meerjarenraming 2023-2025 was een post opgenomen voor de data top 15 met een jaarlijks budget van € 221.000. De raad heeft een amendement aangenomen om deze post vooralsnog af te ramen en in 2022 een incidenteel budget van € 100.000 beschikbaar te stellen. Daarbij is verzocht om in 2022 een raadsvoorstel te presenteren voor de verdere invoering van de data top 15. Op basis van dit besluit is het budget van € 221.000 voor de jaren 2023-2025 afgeraamd.

Algemeen Maatschappelijk Vrijwilligerswerk
Bij de bespreking van de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 is een amendement aangenomen. Op basis hiervan is ten behoeve van vrijwilligerswerk, voor o.a. initiatieven als de hulplijn en (nieuwe) aanvragen, structureel € 100.000 in de begroting zichtbaar gemaakt. De structurele financiële consequenties zijn in deze Kaderbrief opgenomen. De definitieve besluitvorming zal plaatsvinden bij de programmabegroting.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Amendementen Programmabegroting 2022-2025 121 121 121 121

September-circulaire Gemeentefonds

In deze circulaire is een aantal maatregelen uitgewerkt welke een positief effect hebben op de algemene uitkering voor de komende jaren. Aangegeven is dat het accres toeneemt als gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen, maar ook door hogere rijksuitgaven voor klimaatmaatregelen, compensatie gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en EU-afdrachten. Op basis van de zogenaamde ‘trap op- trap af’ methode, nemen de gelden in het gemeentefonds toe, wanneer de rijksuitgaven stijgen en nemen de gelden af wanneer de rijksuitgaven achterblijven bij de raming.
Verder is de opschalingskorting voor 2022 geschrapt en is een incidentele compensatie gegeven voor de tekorten in de jeugdzorg in 2022. Tenslotte is ook nog aanvullende compensatie verstrekt vanuit het Corona steunpakket voor de jaren 2021 en 2022.
Uiteraard werkt de compensatie voor hogere loon- en prijsontwikkelingen weer door in de uitgaven.

Het resultaat van beide factoren is als volgt verwerkt:

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Gevolgen septembercirculaire 2021 2.482 2.466 2.898 2.898
Verwerking loon- en prijsstijgingen -667 -862 -1.198 -1.198
Saldo 1.815 1.604 1.700 1.700

3e Bestuursrapportage 2021

In de raadsvergadering van 16 december 2021 is de 3e en laatste bestuursrapportage over 2021 vastgesteld. In onderstaande tabel wordt het saldo weergegeven.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Saldo derde Bestuursrapportage 2021 -12 -67 -67 -67

Saldo 1e Bestuursrapportage 2022

Het saldo van de 1e Bestuursrapportage 2022 is hieronder opgenomen. Voor de toelichting hierop wordt verwezen naar de betreffende rapportage.

(bedragen x € 1.000,-) 2022 2023 2024 2025
Saldo eerste Bestuursrapportage 2022 2.509 -614 -607 -607

Technische richtlijnen 2023-2026

Bij de start van de begrotingscyclus voor het volgende jaar worden richtlijnen voor de technisch-financiële parameters opgesteld. Voor de jaren 2023-2026 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
•    een loonstijging van 2,3% per jaar (op basis van septembercirculaire 2021);
•    een prijsstijging van 1,7% (op basis van septembercirculaire 2021);
•    een index van 3,37% voor de kosten Sociaal Domein (op basis van september- en decembercirculaire 2021);
•    een index van 1,7% voor de tarieven van de gemeentelijke heffingen (op basis van septembercirculaire 2021);
•    een rentevoet van 1% voor aan te trekken financieringsmiddelen (conform de huidige meerjarenraming);
•    de bouw van gemiddeld 450 woningen per jaar en daardoor een stijging van 650 inwoners per jaar; jaarlijks aflopend met 10 inwoners tot 610 inwoners.

Loon- en prijsontwikkeling
Uitgangspunt voor de berekening is de personeelsformatie per 1 januari 2022. De loon- en prijsstijgingen zijn gebaseerd op de voorspellingen van het CEP. Inmiddels is wel duidelijk dat dit percentage aan de lage kant is, waarmee dus een risico ontstaat. Zo is er recent een nieuwe Cao Jeugdzorg afgesloten, waarbij over een periode van 3 jaar een loonsverhoging wordt toegepast van 8%. In de meicirculaire over de algemene uitkering zal nadere informatie komen over de te hanteren percentages.

Prijsindex Sociaal Domein
Voor de ontwikkeling van de kosten Sociaal Domein wordt in afwijking van het standaardpercentage 3,37% aangehouden. Dit percentage is opgebouwd uit 90% van het percentage van de loonstijging, 10% van het percentage van de prijsstijging en 1,13% (procentpunt) door extra verhoging van de salarissen in de zorg. Deze beleidslijn is door het college in december 2021 vastgesteld omdat hiermee recht gedaan wordt aan de feitelijke kostenverhouding binnen het Sociaal Domein. Bij de Programmabegroting 2023 zullen deze percentages worden geactualiseerd op basis van de indexcijfers vanuit de meicirculaire 2022.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Technische richtlijnen 2023-2026 (rekenbegroting) -40 -159 210 -158

Financiële gevolgen reeds genomen besluiten

Na de vaststelling van de 3e Bestuursrapportage 2021 zijn er nog diverse besluiten genomen met financiële doorwerking in de komende jaren.

Kadernota 2023 VRU
In de raadsvergadering van 27 januari 2022 is de Kadernota 2023 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)  en de zienswijze daarop aan de orde geweest. Ten opzichte van de begroting 2022 is er in 2023 sprake van een stijging van gemeentelijke bijdragen met 3,3%.  Deze stijging is het gevolg van de reguliere loon- en prijsstijging die gelijk is aan de ontwikkeling van het gemeentefonds. De stijging van de vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) is eveneens het gevolg van de loon- en prijsaanpassing. In de Kadernota 2023 van de VRU zijn geen extra bijdragen voor nieuw beleid en ook geen incidentele kosten voor organisatieontwikkeling opgenomen. 
Op basis van de ontwerpbegroting 2023 VRU stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 111.200. 

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Kadernota 2023 VRU 111

OPOR voorziening groot onderhoud
In de raadsvergadering van 25 november 2021 is besloten tot vaststelling van het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte Veenendaal 2022-2025, met als speerpunten bewegen/ontmoeten/sporten/spelen, klimaatadaptatie, circulair beheer, energieneutraal Veenendaal, participatie en toekomstbestendige data. Onderdeel van het genomen raadsbesluit was om met ingang van 2026 een voorziening in te stellen voor het groot onderhoud wegen en de benodigde jaarlijkse dotatie van afgerond € 1.370.000 te betrekken bij de Kadernota 2023- 2026. Dit bedrag wordt nu verwerkt.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
OPOR: voorziening groot onderhoud -1.370

Parkeerexploitatie 2022-2025
In de raadsvergadering van 27 januari 2022 is een voorstel aangenomen over de parkeerexploitatie in de periode 2022-2025. Uitgewerkt is dat de exploitatie in de komende jaren zich positief zal ontwikkelen. Dit is vooral te danken aan een hogere opbrengst parkeergelden uit de garages, vanwege boven trendmatige aanpassing van de tarieven en een hogere afname van bewonersabonnementen (woningen Brouwerspoort). Ook de opbrengsten van het straatparkeren nemen toe. In het voorstel is aangegeven dat hierdoor de exploitatietekorten afnemen.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
Positieve ontwikkeling parkeerexploitatie 203 176 189

Gemeentefonds

Ontwikkeling  Gemeentefonds
Het Rijk is al enige jaren bezig met de voorbereidingen voor de herijking (herverdeling) van het gemeentefonds. Deze herverdeling moet zijn beslag krijgen met ingang van 2023. De herverdeling is nodig omdat het huidige model verouderd is en op onderdelen (waaronder het sociaal domein) niet meer voldoet aan de huidige ontwikkelingen en bestaande kostenpatronen.
De minister van Binnenlandse Zaken heeft het voorstel over de herverdeling in juli 2021 voor advies naar de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG gestuurd. In oktober 2021 heeft het ROB in haar advies aangegeven dat het nieuwe verdeelmodel weliswaar een verbetering inhoudt, maar onvoldoende rekening houdt met de problematiek waar gemeenten mee geconfronteerd worden. Het model vertoont patronen die niet uitlegbaar zijn, bevat keuzes die meer bestuurlijke verantwoording behoeven en er moet beter rekening gehouden worden met de draagkracht van de gemeenten. 
In een reactie op dit advies en op basis van nadere informatie vanuit het ministerie heeft de VNG in haar ledenvergadering van 13 januari jl. een resolutie aangenomen waarin zij de minister oproept het nieuwe verdeelmodel pas in te voeren als het model is aangepast in lijn met de aanbevelingen c.q. randvoorwaarden vanuit het ROB-advies en wanneer het gemeentefonds verhoogd is naar een acceptabel niveau. 
Ondanks de negatieve adviezen van de VNG en ROB heeft de minister van Binnenlandse Zaken toch besloten dat het herziene verdeelmodel van het gemeentefonds al per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Daarbij heeft de minister toegelicht dat geen enkele gemeenten in de periode 2023-2025 er financieel op achteruit gaat. Daarbij merken wij op dat het verdeelsysteem wel tot financiële nadelen kan leiden, maar dat deze worden gecompenseerd door extra storting in het gemeentefonds in die periode op basis van het regeerakkoord. Zoals bekend presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december jl. het landelijke coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.  De uitwerking hiervan is van groot belang met het oog op de begrotingsvoorbereiding en de coalitiebesprekingen van het nieuwe college om zicht te krijgen op de financiële gevolgen van het landelijk coalitieakkoord voor onze gemeente. Daarom is eind maart door de Minister van Binnenlandse Zaken, vooruitlopend op de meicirculaire 2022, een eerste doorkijkje gegeven van de financiële gevolgen voor de gemeenten. 

Verloop van de algemene uitkering Gemeentefonds
Het kabinet Rutte IV heeft er voor gekozen om de komende kabinetsperiode extra middelen uit te trekken voor gemeenten en provincies om de grote maatschappelijke uitdagingen te realiseren. Provincies en gemeenten leveren hierin een grote bijdrage.
In het regeerakkoord is daarom rekening gehouden met de volgende zaken:
•    Een toename van het gemeentefonds tijdens de regeerperiode 2022-2025 door onder meer voorgenomen beleidsintensiveringen, het schrappen van de oploop van de huidige opschalingskorting en het beschikbaar stellen van additionele financiering voor de jeugdzorg;
•    Het in het leven roepen van nieuwe c.q. ophogen van bestaande fondsen, waarop gemeenten een beroep kunnen doen, zoals het Klimaat- en Transitiefonds (€ 35 mld), het Stikstoffonds (€ 25 mld), de Woningbouwimpuls en het Volkshuisvestingsfonds (€ 750 mln. voor de periode 2023-2025); het Mobiliteitsfonds ( € 7,5 mld.) en het Nationaal Groeifonds (€ 3 mld.).

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat het Rijk ervoor gekozen heeft om de extra middelen toe te kennen voor de periode 2022 – 2025. Voor 2026 en de daaropvolgende jaren wordt het accres aanzienlijk verlaagd en is ook de oploop van de opschalingskorting weer volledig van kracht. Hierdoor hebben de extra middelen vanuit het regeerakkoord op dit moment een incidenteel karakter. Naar verwachting zal in de meicirculaire 2022 duidelijk worden wat de exacte gevolgen van het regeerakkoord voor de gemeente Veenendaal voor de periode 2022 – 2025 zijn. 

Gevolgen maartbrief 2022 Gemeentefonds
In de raadsinformatiebrief (2022/1913341) van 25 april jl. is informatie gegeven over ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds gebaseerd op de maartbrief van het Rijk. Deze brief geeft een eerste beeld van de gevolgen voor individuele gemeenten van de belangrijkste maatregelen uit het landelijke coalitieakkoord van het kabinet Rutte-IV die betrekking hebben op het gemeentefonds. Ook wordt in de brief een indicatie gegeven van het bedrag wat de gemeente in 2022 ontvangt voor de eenmalige energietoeslag ten behoeve van huishoudens met een laag inkomen. Tenslotte wordt in de brief aangekondigd dat de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 wordt ingevoerd.

•    De ingroeiperiode wordt ingekort naar 3 jaar;
•    De herverdeeleffecten in het eerste jaar worden beperkt tot € 7,50 per inwoner. Na 3 jaar is het maximale herverdeeleffect € 37,50 per inwoner;
•    Jaarlijks zullen de fondsbeheerders monitoren of de nieuwe verdeling de kosten in het sociaal domein goed blijft volgen;
•    Voor een beperkte groep gemeenten met beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal-economische status komt er een aangepast ingroeipad;
•    In 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd.

Met het coalitieakkoord lijkt in de komende jaren weliswaar een ruime hoeveelheid extra middelen beschikbaar te komen, maar over de financiële positie van gemeenten na 2026 blijven grote zorgen bestaan. Veel van de extra middelen zullen vanaf dat jaar weer wegvallen door het stopzetten van de normeringssystematiek en de terugkeer van de opschalingskorting. De VNG  wil dat er zo snel mogelijkheid duidelijkheid van de overheid over de financiële zekerheid na 2026.

Hoewel het in de brief slechts om indicatieve bedragen gaat (in de meicirculaire zullen naar verwachting de definitieve bedragen worden gegeven) worden de nu genoemde bedragen wel in deze Kaderbrief opgenomen, om een zo compleet mogelijk perspectief te schetsen voor de komende jaren. In de Programmabegroting 2023-2026 worden de gegevens dan verder uitgewerkt.

Schrappen opschalingskorting
Uitgegaan is van een bedrag per inwoner van € 22 in 2023, € 29 in 2024 en € 36 in 2025. Het aantal inwoners is 66.900 (o.b.v. betaalspecificatie uitkering gemeentefonds mrt. 2022). 

Stijging accres
Uitgegaan is van een bedrag per inwoner van € 45 in 2023, € 83 in 2024, € 94 in 2025 en € 36 in 2026. Het aantal inwoners is 66.900 (o.b.v. betaalspecificatie uitkering gemeentefonds mrt. 2022).

Onderuitputting
Aannemelijk is dat er de komende jaren opnieuw sprake is van een onderuitputting van de rijksbegroting. Voor de berekening zijn de volgende percentages gehanteerd: 20% in 2023, 15% in 2024 en 25% vanaf 2025. De percentages zijn gebaseerd op het landelijke rekenmodel.

Inflatie 2% aan lastenkant
Voor de berekening van de verwachte inflatie over het extra accres is een indexcijfer van 2% gehanteerd.

Aanvullend 25% jeugdzorg
In de huidige meerjarenbegroting is rekening gehouden met 75% van de toegezegde bedragen vanuit de Hervormingsagenda. De resterende 25% is hier opgenomen.

Extra besparing jeugdzorg
Het betreft extra beleidsmaatregelen (normeren behandelduur of eigen bijdrage). Momenteel is door het kabinet het voornemen uitgesproken om het hiermee gemoeide bedrag van € 500 miljoen te schrappen. Wat de gevolgen hiervoor zijn voor de gemeenten is op dit moment niet duidelijk. 

WMO abonnementstarief
Het gemeentefonds wordt gekort in verband met het invoeren van een verplichte eigen bijdrage.

Overige kortingen
Er vindt een uitname plaats m.b.t. de financiering voor de lokale omroepen.

(bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026
1. Schrappen opschalingskorting 1.472 1.940 2.408 0
2. Stijging accres 3.011 5.553 6.289 3.011
3. Onderuitputting -587 -814 -875 -875
4. Inflatie 2% aan lastenkant -59 -109 -124 -41
5. Aanvullend 25% jeugdzorg 1.668 1.566 1.444 995
6. Extra besparing jeugdzorg 0 -459 -2.295 -2.295
7. WMO abonnementstarief 35 35 -280 -280
8. Overige kortingen -39 -39 -144 -144
Saldo effecten maartbrief 2022 5.501 7.673 6.422 370

Verloop algemene reserve

Op basis van de hoogte van de risico’s moet de Algemene Reserve een bepaald minimumniveau hebben. Dit minimumniveau bedraagt ongeveer € 12,4 miljoen.  Onderstaand overzicht  toont aan dat deze limiet de komende jaren niet in gevaar komt. Een marge is noodzakelijk om in geval van tegenvallers direct de nodige maatregelen te kunnen nemen.

De raad heeft bepaald dat we voor Veenendaal een bodembedrag van € 16,5 miljoen aanhouden. Ook deze limiet komt de komende jaren niet in gevaar.

Het overzicht is bijgewerkt tot en met de 3e bestuursrapportage van 2021. Met de voorgestelde bestemmingen bij de jaarrekening 2021 en projectenboek 2022 is reeds rekening gehouden. 

(bedragen x € 1.000,-) Werkelijk 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025
Stand 20.082 25.592 26.133 24.584 23.179

Investeringen

Het meerjareninvesteringsprogramma (MIP) omvat normaliter een periode van vier jaren. Gebruikelijk wordt bij het opstellen van de Kadernota ook de laatste jaarschijf van het MIP betrokken (in dit geval het jaar 2026).  Naast vervangingsinvesteringen betreft het dan ook nieuwe investeringen. Omdat de Kaderbrief vanwege het aantreden van de nieuwe raad beleidsarm is, zal de jaarschijf 2026 eerst in de Programmabegroting 2023-2026 verder worden uitgewerkt.
Het huidige MIP bevat in de jaren 2023-2025 de volgende investeringen:

 

(bedragen x € 1.000.000,-) 2023 2024 2025 2026
Geplande investeringen o.b.v het bestaande MIP 34,7 13,3 21,2 -

De investeringen voor de komende 4 jaar (inclusief het jaar 2026) zullen integraal worden opgepakt en steeds worden afgezet tegen het langlopend financieel perspectief van de gemeente. Daarbij dient steeds de afweging te worden gemaakt dat er ook in de toekomst mogelijkheden blijven bestaan voor noodzakelijke investeringen.

Samenvattend financieel overzicht

Financieel perspectief Kaderbrief 2023-2026
bedragen x € 1.000,- 2023 2024 2025 2026
Saldi 2e bestuursrapportage 2021 en Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 28 -496 -1.409 -1.409
Saldi septembercirculaire 2021 2.482 2.466 2.898 2.898
Saldi verwerking loon- en prijsstijgingen -667 -862 -1.198 -1.198
Saldi 3e bestuursrapportage 2021 -12 -67 -67 -67
Saldi decembercirculaire 2021 - - - -
Saldo meerjarenperspectief per 12 april 2022 1.831 1.041 224 224
Verrekening begrotingssaldi 2022-2025 met de algemene reserve (raad 4/11/21) -28 496 1.409
Amendementen PB 22-25 (raad 4/11/21) 121 121 121 121
Saldo baten en lasten start Kaderbrief 2023-2026 1.924 1.658 1.754 345
Saldi 1e bestuursrapportage 2022 -614 -607 -607 -607
Technische richtlijnen 2023-2026 (rekenbegroting) -40 -159 210 -158
Besluitvorming na de 3e bestuursrapportage 2021
Parkeerexploitatie 2022-2025 (raad januari 2022) 203 176 189
Geraamde onttrekkingen uit de algemene reserve corrigeren (advies provincie) -1.553 -1.409
Kadernota 2023 VRU (college 7/12/21) 111
OPOR: voorziening groot onderhoud (raad 25/11/21) -1.370
Voorlopig saldo meerjarenperspectief Kaderbrief 2023-2026 1.584 -485 137 -1.790
Verwerking effecten maartbrief 2022
1. Schrappen opschalingskorting 1.472 1.940 2.408 0
2. Stijging accres 3.011 5.553 6.289 3.011
3. Onderuitputting -587 -814 -875 -875
4. Inflatie 2% aan lastenkant -59 -109 -124 -41
5. Aanvullend 25% jeugdzorg 1.668 1.566 1.444 995
6. Extra besparing jeugdzorg 0 -459 -2.295 -2.295
7. WMO abonnementstarief 35 35 -280 -280
8. Overige kortingen -39 -39 -144 -144
Saldo effecten maartbrief 2022 5.501 7.673 6.422 370
Saldo Kaderbrief 2023-2026 7.085 7.188 6.560 -1.420

Onzekerheid bij de Rijksuitkeringen

De maartbrief inzake de Algemene Uitkering schetst voor de jaren 2022-2025 een positief financieel perspectief voor de gemeenten. In het landelijke coalitieakkoord van december 2021 was al aangekondigd dat de financiële ruimte voor de gemeenten zou toenemen door een hoger accres en het tijdelijk schrappen van de opschalingskorting.
Bedacht dient te worden dat de berekeningen uit de maartbrief dateren van begin januari 2022. Inmiddels is duidelijk geworden dat het Rijk met enorme financiële tegenvallers te kampen heeft. Er wordt al over gesproken dat er ongeveer € 15 - € 20 miljard gevonden moet worden op de rijksbegroting.
Oorzaken zijn onder andere de gevolgen van de oorlog in Oekraïne (koopkrachtreparatie, gestegen energieprijzen en hogere defensie-uitgaven); compensatie van de vermogensrendementsheffing als gevolg van de uitspraak Hoge Raad; stijging netto bijdrage aan de EU (hogere bijdrage EU-Klimaatfonds en minder inkomsten uit het Europese Coronaherstelfonds).

Het kabinet buigt zich over de vraag waar de rekening gelegd moet worden om dit financiële probleem op te lossen. Er dient terdege rekening mee gehouden te worden dat een deel van dit probleem bij de gemeenten zal worden neergelegd. Wellicht geeft de meicirculaire hierover meer duidelijkheid.

Bij de beoordeling en inzet van het in deze Kaderbrief geschetste financieel perspectief, is het dus zeer raadzaam met deze ontwikkelingen rekening te houden, te meer omdat het perspectief vanaf 2026 al behoorlijk neerwaarts moet worden bijgesteld. Hierbij verwijzen wij u nogmaals naar de beschrijving in het overdrachtsdocument 'Verkenningen ten behoeve van de bestuursperiode 2022-2026' .