Programma 3: Sociale leefomgeving

Visie

Terug naar navigatie - Programma 3: Sociale leefomgeving - Visie

Omschrijving (toelichting)

Onze visie op het sociaal domein is om de kracht van de samenleving ten volle te benutten, waarbij we gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen en iedereen naar vermogen kan meedoen. Waar nodig bieden we de noodzakelijke ondersteuning. Samen met Model Veenendaal vormt dit het fundament onder het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2024-2027 (IBK-SD). Met het IBK-SD versterken wij de integrale samenwerking binnen het sociaal domein.

Aansluiten op actuele ontwikkelingen in de samenleving
Het IBK-SD gaat over de Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet inburgering, gezondheid en welzijn en legt verbinding met andere beleidsterreinen zoals onderwijs, economie, sport, cultuur, leefbaarheid en veiligheid. Door accenten te verleggen en andere focuspunten te benoemen, kunnen wij beter aansluiten op actuele ontwikkelingen in de samenleving. Wij werken integraal en opereren 'outreachend', waarbij wij de menselijke maat centraal stellen. Dit past in een landelijke ontwikkeling waarbij gewerkt wordt aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is. Wetten en regels moeten worden beoordeeld op eenvoud, menselijke maat en uitvoerbaarheid.

Het IBK-SD 2024-2027 laat zich kenmerken door drie maatschappelijke doelen:
1.    Bestaanszekerheid;
2.    Bevorderen van zelfredzaamheid;
3.    Kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners die het nodig hebben.

Bestaanszekerheid
In 2025 is verdere invulling gegeven aan het versterken van bestaanszekerheid waarbij de nadruk lag op preventie en vroegtijdige signalering van financiële problematiek. De samenwerking met interne en externe partners hebben we versterkt, met als doel inwoners eerder en effectiever te ondersteunen. De inzet op vroegsignalering is doorontwikkeld, zodat escalatie van schulden wordt voorkomen en de toegankelijkheid van ondersteuning wordt vergroot.

Daarnaast is verkend hoe lokaal een bredere en meer structurele samenwerking rond bestaanszekerheid kan worden vormgegeven. Deze verkenning heeft een basis gelegd voor verdere gezamenlijke agendavorming met kernpartners op het terrein van inkomenszekerheid, schuldenpreventie en participatie.

Bevorderen van zelfredzaamheid
Het versterken van zelfredzaamheid vormde een belangrijk uitgangspunt binnen meerdere beleidsterreinen. In 2025 zijn onderzoeken uitgevoerd naar woonvormen en ondersteuning voor aandachtsgroepen, die inzicht hebben gegeven in de samenhang tussen wonen, begeleiding en zelfstandig functioneren. Deze inzichten bevestigen het belang van passende ondersteuning naast geschikte huisvesting.

Daarnaast is ingezet op het bevorderen van participatie en doorstroming richting werk en dagbesteding. Door samenwerking met regionale partners is gewerkt aan continuïteit van ondersteuning voor jongeren en aan het verbeteren van overgangen tussen zorg, participatie en arbeid, met als doel duurzaam meedoen naar vermogen.

Kwalitatief goede ondersteuning voor inwoners die het nodig hebben
In 2025 is gericht gewerkt aan het toekomstbestendig maken van zorg en ondersteuning. Preventie vormt hierin een belangrijk uitgangspunt, onder meer door het versterken van ketenaanpakken op het gebied van gezondheid en welzijn. Deze integrale aanpakken dragen bij aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en het bevorderen van een gezonde leefomgeving.

Tegelijkertijd is ingezet op het maken van duidelijke keuzes binnen de zorg. In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd is gewerkt aan het verduidelijken en begrenzen van de inzet van jeugdhulp, met als doel het versterken van normaliseren, preventie en het sociaal netwerk. Dit draagt bij aan een beheersbare en toekomstbestendige inrichting van de jeugdhulp.

Thema's

Terug naar navigatie - Programma 3: Sociale leefomgeving - Thema's

Omschrijving (toelichting)

De visie van het Programma Sociale Leefomgeving komt tot uiting in acht thema’s:
I. Inkomen
II. Sociaal domein – Participatie en re-integratie
III. Sociaal domein – WMO
IV. Sociaal domein – Jeugd
V. Onderwijs en ontwikkeling
VI. Sport
VII. Cultuur
VIII. Welzijn

Omschrijving (toelichting)

I.    Inkomen

Aanpak geldzorgen, armoede en schulden 
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek dat begin 2024 circa 8,4 procent van de huishoudens in de gemeente Veenendaal geregistreerde problematische schulden had. Vooral huishoudens  en mensen in armoede (1 op de 3) kampen langdurig met schulden. Arme mensen hebben drie keer zo vaak te maken met problematische schulden. Daarnaast hebben ongeveer twee miljoen Nederlanders, vaak tussen de 25 en 45 jaar, een betalingsachterstand bij de overheid. Gemiddeld duurt het vijf jaar voordat iemand zich meldt voor hulp bij het oplossen van schulden. 

Het demissionaire kabinet Schoof heeft de verbetering van schuldenproblematiek doorgezet. In het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) is een pakket aan maatregelen opgenomen om schulden terug te dringen, waaronder de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Deze basisdienstverlening helpt gemeenten om hun hulpaanbod toegankelijker en overzichtelijker te maken voor inwoners. Dat verlaagt de drempel om hulp te vragen.

Inkomensvoorziening Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering welke toereikend wordt geacht om de bijstandsuitkeringen uit te kunnen betalen (BUIG-budget). Veenendaal is al langere tijd een zogenaamde ‘voordeelgemeente': wij ontvangen meer middelen van het Rijk dan wij nodig hebben om de uitkeringen te betalen. Daarom hebben wij een aantal jaren geleden het voordeel structureel afgeroomd.
Inmiddels zien wij dat het bijstandsbestand afgelopen jaar iets is afgenomen (0,6%), maar de gemiddelde landelijke afname is net iets groter (1,1%). Het monitoren van de ontwikkelingen binnen het bijstandsbestand en het BUIG-budget is een continu proces. 

Armoedebeleid en minimaregelingen
In 2025 hebben we de werkwijze rond de Individuele Inkomenstoeslag vereenvoudigd voor bijstandsgerechtigden en voor onze uitvoeringsorganisatie. Hiermee lopen we vooruit op de invoering van de Participatiewet in Balans en werken we aan een vereenvoudiging van het armoedebeleid. Deze verandering in de werkwijze draagt ook bij aan het tegengaan van het niet-gebruik van de regeling. Inwoners zijn hierover geïnformeerd. Daarnaast is in 2025 beleid ontwikkeld over en uitvoering gegeven aan de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek. Dit is een tijdelijke wettelijke taak die we ook in 2026 en 2027 gaan uitvoeren in afwachting van een fundamentele oplossing voor deze doelgroep via de Belastingdienst.

Verder hebben we een impuls gegeven aan de ketensamenwerking rondom armoede en schulden door een bijeenkomst te organiseren met maatschappelijke partners. In Veenendaal zijn er veel vrijwilligers die zich inzetten voor inwoners in een financieel kwetsbare positie. Er is behoefte om het ondersteuningsaanbod meer met elkaar te verbinden en daarmee de dienstverlening te versterken. In 2026 onderzoeken we hoe we dat praktisch gaan vormgeven.  

Voor het realiseren van maatwerk is Stichting Urgente Noden Veenendaal (SUN) van cruciaal belang binnen het armoedebeleid. SUN biedt hulp aan inwoners met acute financiële nood, waarin voorliggende voorzieningen niet toereikend zijn of niet snel genoeg kunnen worden geboden. Via deze weg kan een bredere doelgroep geholpen worden, zoals bijvoorbeeld werkende armen en inwoners die niet voldoen aan de inkomens- en vermogensnorm die gelden voor de minimaregelingen.

Schulddienstverlening

Wij hebben in 2025 onveranderd ingezet op vroegsignalering. Uit de Divosa monitor blijkt dat ons bereik ongeveer 3% hoger is dan bij vergelijkbare gemeenten. We ontvingen 2.700 signalen, hiervan deden we 5.400 contactpogingen en uiteindelijk hebben 126 inwoners hulp geaccepteerd. De ernst van een signaal verschilt sterk, evenals de mate van zelfredzaamheid van de inwoner. Soms is het probleem klein en tijdelijk, soms is een signaal ook niet meer actueel. Door het Budgetloket wordt gekeken naar de signalen en de benodigde inzet.  Het heeft de voorkeur om persoonlijk contact te zoeken met de inwoner, via een huisbezoek of via telefonisch contact. Als dit passend is, wordt triage toegepast.

In Veenendaal zijn de afgelopen twee jaar de volgende elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening geïmplementeerd: Geldfit (helpt mensen grip te krijgen op hun financiën), het schuldenknooppunt (samenwerking om schuldregeling af te spreken), de inzet van het saneringskrediet en de verwijsindex schuldhulpverlening. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen voor de implementatie van de volgende elementen: het verder ontwikkelen van nazorg en een aanpak voor jongeren. Daarnaast is in 2025 gestart met de lokale implementatie van het project Data Delen Armoede en Schulden (DDAS). Met DDAS worden periodiek en geautomatiseerd gegevens bij gemeenten opgehaald en beschikbaar gesteld. Het gaat om gegevens over de resultaten van schuldhulpverlening en vroegsignalering.

Participatiewet in balans (menselijke maat)
Op 1 januari 2026 is fase 1 van de Participatiewet in Balans in werking getreden. In 2025 zijn de voorbereidingen van deze wet gerealiseerd. Het doel is om de wet beter te laten aansluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van de mensen voor wie deze bedoeld is. Dit wordt nagestreefd door de mens meer centraal te stellen en uit te gaan van vertrouwen. Ook wordt er meer ruimte gecreëerd voor de uitvoerend professional. Dit moet leiden tot een beter uitvoerbare wet, meer rekening houden met de menselijke maat en meer uitgaan van vertrouwen in bijstandsgerechtigden. Deze wijzigingswet introduceert een aantal nieuwe en aangepaste bevoegdheden voor gemeenten, wat meer ruimte biedt voor maatwerk binnen de uitvoering van de Participatiewet. Voor de implementatie van deze wet ontvangen we een invoeringsbudget.

Opvang Oekraïense vluchtelingen
De gemeentelijke opvang van Oekraïense vluchtelingen is verspreid over negen locaties (december 2025). In zowel de gemeentelijke als particuliere opvang in Veenendaal worden ongeveer 300 personen opgevangen. Op landelijk en provinciaal niveau zien wij dat de opvang van Oekraïense vluchtelingen onder druk staat en dat de vraag naar opvangplekken onverminderd hoog blijft. De richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) is verlengd tot maart 2027. De financiering vanuit het Rijk voor de opvang zelf voorziet in een vergoeding van de door de gemeente gemaakte kosten van opvang, leefgeld, inrichting processen en ambtelijke inzet. Vanaf 1 januari 2025 innen wij de eigen bijdrage van Oekraïense vluchtelingen die aan het werk zijn en de eerste verhoging van dit bedrag is in het laatste kwartaal van 2025 ook doorgevoerd. Als er mogelijkheden voor uitbreiding/verbeteringen/aanpassingen van locaties zich voordoen dan onderzoeken we de kansen en mogelijkheden en vindt er, indien noodzakelijk, afstemming plaats met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU).

Crisisnoodopvang
Sinds 2022 is er een crisisnoodopvanglocatie in het voormalig Belcompany gebouw aan de Wageningselaan. Hierin zijn ruim 230 plaatsen beschikbaar voor de crisisnoodopvang waarbij de leefbaarheid in deze opvang, in vergelijking met de start, aanzienlijk is verbeterd. Voor de organisatie van deze opvanglocatie werken we samen met de VRU. De kosten die wij maken, waaronder de ambtelijke inzet, worden door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vergoed. In 2025 is er overeenstemming bereikt, zowel met de gemeenteraad als het COA, voor een langjarige opvanglocatie voor ongeveer 250 opvangplekken voor twintig jaar. Sinds eind december 2025 is het COA eigenaar van het pand aan de Wageningselaan en worden er gesprekken gevoerd over het plaatsen van de flexwoningen op het voorterrein.

Spreidingswet
Sinds 31 januari 2024 is de Spreidingswet van kracht. Met de Spreidingswet hebben gemeenten de taak gekregen om asielopvang binnen de gemeente te organiseren. Voor Veenendaal geldt een taakstelling van 380 personen. Met de afspraken voor de langjarige opvanglocatie aan de Wageningselaan (250 plekken voor een periode van 20 jaar) realiseren wij een significant deel van onze taakstelling. Op dit moment zijn wij niet actief op zoek naar een tweede locatie voor het overige deel van onze taakstelling. Wel onderzoeken wij locaties als er zich mogelijkheden voordoen of locaties aangeboden worden. Op dit moment ligt de focus op het verder uitwerken van de plannen op de huidige opvanglocatie.

VISA Veenendaal en Programma Opvang
Sinds 1 januari 2024 wordt gewerkt vanuit het programma Opvang in Veenendaal. Het programma werkt vanuit de visie dat wij een gemeente willen zijn die haar verantwoordelijkheid neemt om te zorgen voor een duurzame, kwalitatief goede, rechtvaardige, integrale aanpak en uitvoering van de opvang, huisvesting en begeleiding van vluchtelingen.

Wij doen dit vanuit de uitvoering van de aanpak Volwaardig, Inburgering/Integratie, Samen en Ambacht, kortweg VISA. Deze voorgestelde aanpak geeft invulling aan de visie dat het belangrijk is om vanaf het allereerste moment te investeren in de zelfredzaamheid, integratie in de samenleving en een toekomstperspectief voor asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen. Hieronder vallen de thema’s inburgering, werk en inkomen, veiligheid, huisvesting, onderwijs, gezondheid, welzijn, sport en communicatie. 

In 2025 is VISA Veenendaal verder vormgegeven en zijn er verschillende projecten bijvoorbeeld rondom werk en gezondheid ingezet.

Met het COA is afgesproken dat zij zich ervoor inspant dat het overgrote deel van de statushouders op de opvanglocatie in Veenendaal of de nabije omgeving blijft wonen. Het opgebouwde netwerk, school en werk blijven daardoor behouden. 

Omschrijving (toelichting)

II.    Sociaal domein – Participatie en re-integratie

Ontwikkelingen arbeidsmarktregio
De spanning op de arbeidsmarkt is zowel landelijk als regionaal iets gedaald. Toch blijft er sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt, waarbij de grootste krapte te zien is in de sectoren Zorg en Welzijn, ICT, Techniek en Dienstverlening. Er bestaan wachtlijsten in de zorg en er kan minder gebouwd worden. De arbeidsmarkt koelt in 2025 weliswaar gestaag af, maar de krapte is van structurele aard. Daarom werken gemeenten, UWV, werkgevers, onderwijs en andere partners regionaal samen aan oplossingen voor deze krapte.

In 2025 hebben we in projecten ingezet op betere kansen op werk voor verschillende groepen. Succesvolle resultaten zijn bijvoorbeeld de inzet van anderstalige coaches die statushouders begeleiden naar en op het werk, voor jongeren met het aanbod van lifecoaches en vroegtijdige jobcoaches vanaf de stage in het laatste schooljaar. Voor mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid biedt het Individuele Plaatsing en Steun-traject vanuit de GGZ instelling ondersteuning bij het vinden en behouden van werk. Al deze interventies worden structureel geborgd in onze dienstverlening. Ook zetten we in op inclusieve technologie om zodoende werk toegankelijker te maken en de inzetbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn we in 2025 gestart met de doorontwikkeling van de arbeidsmarktdienstverlening. Daarmee beogen we te zorgen dat meer mensen, eerlijker en duurzamer werk vinden. We voorzien per 1 april 2026 de opening van het Regionaal Werkcentrum en zullen in 2026 verder gaan in deze ontwikkeling. Zo gaan we beter inspelen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt door bijvoorbeeld skillsgerichte matching te ontwikkelen, de inzet van praktijkleren en de ontwikkeling van sectorale ontwikkelpaden. Ook zorgen we voor betere werkgeversdienstverlening.  De afgelopen jaren is de verbinding met de Human Capital Agenda tactisch en operationeel vormgegeven. In 2025 zijn we gestart met de verkenning hoe we deze verbinding op strategisch niveau verder kunnen leggen.

Regionaal Werkcentrum (RWC)
De doorontwikkeling van de arbeidsmarktdienstverlening vraagt om de ontwikkeling van één regionaal loket voor werknemers, werkzoekenden en werkgevers: het Werkcentrum FoodValley.

Dit loket is een laagdrempelige, herkenbare plek (fysiek en digitaal) waar iedere inwoner en elke werkgever in de regio geholpen wordt bij ondersteuningsvragen op het gebied van werk, scholing en ontwikkeling. De focus ligt daarbij meer op de ondersteuningsbehoefte en minder op de regeling waar iemand onder valt.

Het Werkgeversservicepunt, Leerwerkloket en het voormalig Regionaal Mobiliteitsteam gaan in 2026 op in dit nieuwe loket.

Simpel Switchen
In 2025 zijn we gestart met het project Simpel Switchen – Kansen voor Veenendaal. De focus heeft gelegen op de switch van dagbesteding naar werk. Door een onderscheid te maken tussen dagbesteding Langer Thuis en dagbesteding met Perspectief is duidelijk geworden dat de groep die ontwikkelperspectief heeft relatief klein is.

In 2025 zijn elf inwoners bezig geweest met een switch. Hiervan zijn vier mensen aan het werk, zijn vier mensen nog in een traject en de overige drie mensen zijn in dagbesteding met mogelijk in de toekomst alsnog perspectief op ontwikkeling. Ook het UWV is betrokken bij dit project waarbij gemeente en UWV ieder hun eigen doelgroep ondersteunen.

We hebben ervaren dat succesvolle toeleiding naar werk geduld vraagt en dat drempels nog lager gelegd kunnen worden. Daarom willen we in 2026 laagdrempelige, indicatievrije activerende werkplekken mogelijk maken.

Participatie en re-integratie statushouders
Met de invoering van de Wet inburgering zijn gemeenten verantwoordelijk voor het inburgeringsproces. In 2025 hadden we in Veenendaal 486 inburgeraars. De kern van dit proces is het beheersen van de Nederlandse taal, bij voorkeur op niveau B1. Inburgering betekent ook het zoveel mogelijk meedoen en integreren in de Nederlandse samenleving. Inburgeringsprocessen zijn daarom bij voorkeur duaal; de inburgeraar volgt taallessen en heeft daarnaast (betaald) werk, bij voorkeur in een taalrijke werkomgeving. In 2025 hebben wij de afspraken met Toptaal aangescherpt. Toptaal organiseert de taalroute tot en met B1-niveau, en dat is de grootste groep inburgeraars. Kern van de nieuwe afspraken is dat er een maximum is verbonden aan de wachttijd en dat er meer taallessen worden aangeboden in de avond en het weekend.

Daarnaast is er een start gemaakt met een doorlopende lijn van activiteiten in de Crisis Noodopvang (CNO) naar huisvesting en inburgering in de gemeente. Het in beweging zetten van vluchtelingen in de CNO willen wij continueren zodra vluchtelingen statushouder zijn geworden en aan hun inburgering beginnen. Voor deze doorlopende lijn is in 2025 formatie gecreëerd. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen voor een clientvolgsysteem. Tot slot wordt een toolbox met re-integratie instrumenten ingericht.

Aansluiting Onderwijs en arbeidsmarkt
Wij beschikken over een breed scala aan voorzieningen om jongeren in een kwetsbare positie verder te kunnen ondersteunen naar een succesvolle arbeidstoeleiding. Dit aanbod blijft geactualiseerd en waar nodig lokaal of regionaal geborgd. Daarnaast blijft de doelgroep met een indicatie voor het doelgroepenregister stijgen, hiervoor blijft passende ondersteuning noodzakelijk. In combinatie met een integrale aanpak voor jongeren die voorheen onder de radar bleven, kunnen wij de ondersteuning bieden die zij nodig hebben. Op de langere termijn is de financiële haalbaarheid daarvan wel een punt van zorg en wellicht aanleiding om nieuwe beleidskeuzes te maken, bijvoorbeeld over de inzet van jobcoaches.

Wet van school naar duurzaam werk
Alle jongeren verdienen het om maatschappelijk mee te doen, zich zo veel mogelijk te ontwikkelen en duurzaam aan het werk te komen. De kansen hierop zijn echter ongelijk verdeeld. Sommige groepen jongeren komen moeilijk duurzaam aan het werk. De nieuwe wet 'van school naar duurzaam werk' is per 1 januari 2026 in werking getreden. Daarmee wil de regering de kansengelijkheid vergroten door betere begeleiding mogelijk te maken voor jongeren van 12 tot 27 jaar met (een risico op) een afstand tot de arbeidsmarkt bij de overgang van school naar werk en bij het behouden van werk.

 Hiertoe stelt het wetsvoorstel een viertal maatregelen voor:

  1. aanvullende loopbaanbegeleiding door pro-scholen, vso-scholen en mbo-instellingen (tijdens het onderwijs, na diplomering en gericht op overstap naar werk);
  2. begeleiding naar werk door de gemeenten vanuit de Participatiewet;
  3. de uitbreiding van de doelgroep van het Doorstroompunt tot 27 jaar;
  4. een wettelijke basis voor samenwerking tussen de gemeenten, het Doorstroompunt, de Arbeidsmarktregio Foodvalley en het onderwijs (vastgelegd in een regionaal programma). 

De maatregelen vragen van de gemeente meer preventieve inzet in begeleiding van de doelgroep en in samenwerking met het regionale Doorstroompunt.

In 2025 is de Wet van school naar duurzaam werk succesvol inzichtelijk gemaakt en hebben we ons voorbereid op lokale implementatie. De uitgangspunten van de wet zijn in 2025 vertaald naar regionale en lokale afspraken, waarmee een stevige basis is gelegd voor de uitvoering per 1 januari 2026. Een belangrijk resultaat hiervan is de totstandkoming van het Regionaal Programma Jongeren (RPJ), dat in november 2025 bestuurlijk is vastgesteld en gezamenlijk is opgesteld door de arbeidsmarktregio en doorstroomregio, in samenwerking met onderwijs, werkgevers, gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven en doorstroomconsulenten.

Inburgering
De gemeente Veenendaal voert het nieuwe inburgeringsstelsel sinds 2022 uit. Doel van de wet is om binnen maximaal drie jaar het integratieproces te doorlopen waarna de inburgeraar (zelf-)redzaam is. Hiervoor wordt niet alleen aandacht besteed aan taal en werk, maar ook training en persoonlijke begeleiding (zogenaamde maatschappelijke begeleiding) zijn een belangrijk onderdeel.

In 2025 is de pilot maatschappelijke begeleiding afgerond. De bevindingen zijn verwerkt in een nieuwe opdracht die als Europese aanbesteding in de markt is gezet. Door stevig in te zetten op een sterk begin als inburgeraar voorkomen we dat op termijn duurdere zorg moet worden ingekocht. Deze procedure is in het najaar afgerond en dit heeft geleid tot een nieuwe opdrachtnemer. In 2026 is deze nieuwe opdrachtnemer gestart.

Voortaan gaan beroepskrachten aan de slag met de begeleiding. Op basis van een persoonlijk plan waarbij de voortgang op de persoonlijke leerdoelen in kaart worden gebracht wordt een inburgeraar binnen een periode van gemiddeld twaalf maanden (zelf)redzaam gemaakt. Na zes maanden wordt al een inschatting gemaakt welke stappen na afronding van de maatschappelijke begeleiding nodig zijn.  De beroepskrachten schakelen daarnaast vrijwilligers in om inburgeraars te ondersteunen bij praktische zaken, als een bezoek aan een huisarts of de eerste keer mee naar een bezoek aan de basisschool.

Daarnaast verzorgt de opdrachtnemer een viertal onderdelen van de inburgering. Deze onderdelen bestaan uit een aantal (deels wettelijk verplichte) trainingen die als doel hebben kennis op te doen op verschillende leefgebieden, met als kern leren over de Nederlandse samenleving. Omdat we de opdracht nu in handen hebben gelegd van één opdrachtnemer is de verwachting dat het proces voor opdrachtnemer, opdrachtgever én inburgeraar efficiënter wordt ingericht. Iedere training wordt ook afgesloten met een eindrapportage. Hierin staat wat de inburgeraar heeft bereikt en welke vervolgstappen gewenst zijn.

Met deze ontwikkelingen ontstaat er meer grip op de individuele ontwikkelingen en heeft de gemeente meer ruimte om de regie op het proces te versterken.

Omschrijving (toelichting)

III.    Sociaal domein – Wmo

Eigen bijdrage Wmo
De aangekondigde wijzigingen in de eigen bijdrageregeling gaan voorlopig niet door. Het nieuwe kabinet gaat daar een besluit over nemen. Tot die tijd behouden we het abonnementstarief Wmo.

Contractmanagement
De nieuwe contracten Wmo Immaterieel bevatten meer handvatten om te handhaven als contractafspraken niet worden nagekomen. De nieuwe contracten zijn op 1 januari 2025 ingegaan. Het is twee keer noodzakelijk geweest om gebruik te maken van het handhavingsartikel in het contract. Begin 2025 is een contract ontbonden met één zorgaanbieder, omdat deze zorgaanbieder niet aan de contractuele verplichtingen voldeed. Voor de tien cliënten zijn andere zorgaanbieders gevonden. Na de zomer van 2025 is ook het contract met een andere zorgaanbieder ontbonden. Deze zorgaanbieder voldeed blijvend niet aan de contractuele verplichtingen. Voor de 137 cliënten zijn andere zorgaanbieders gevonden.

We spreken onze gecontracteerde zorgaanbieders minimaal één keer per jaar met als doel de relatie door te ontwikkelen, een goed beeld te houden van ons zorglandschap en om pro- actief in te spelen op onze contractafspraken. De relatie met de toezichthouders kwaliteit is doorontwikkeld en zo ook de rapporten die zij aanleveren.

Wmo materieel
In 2025 is de aanbesteding rondom woonvoorzieningen afgerond. In plaats van te werken met meerdere partijen werken we nu met één partij. Hiervoor is per 1 oktober 2025 een overeenkomst met Welzorg gesloten. Alle betrokkenen zijn hiervan op de hoogte gesteld. De implementatiefase is grotendeels afgerond. De eerste ervaringen (zowel vanuit de gemeente als vanuit de cliënten) zijn goed. Er zijn korte lijnen tussen Welzorg en gemeente en er wordt direct geschakeld als zaken nog niet duidelijk zijn.

Daarnaast is in 2025 een start gemaakt met de aanbesteding voor de trapliften. Begin december 2025 is de aanbesteding gepubliceerd. In 2026 wordt de aanbesteding verder afgerond en gaat het nieuwe contract in. 

Wmo immaterieel
Op 1 januari 2025 gingen de nieuwe contracten voor Wmo Immaterieel in. Het gaat om hulp bij huishouden, kortdurend verblijf, dagbesteding langer thuis en perspectief, individuele begeleiding regulier en specialistisch en specialistisch persoonsgericht maatwerk (SPM) en casusregie. Deze contracten lopen maximaal tien jaar. Eén van de verbeteringen in de nieuwe contracten is dat contractmanagement meer handvatten heeft om te handhaven als dat nodig is. De start van de contracten is goed verlopen en aan het begin van het jaar zijn ‘kick-offs’ georganiseerd om de nieuwe afspraken toe te lichten en elkaar te leren kennen. Vlak voor de zomer heeft de eerste ontwikkeltafel plaats gevonden en in oktober een ontwikkeltafel voor SPM en Casusregie. We hebben met aanbieders gesproken over hoe de start is verlopen en van gedachten gewisseld over verschillende inhoudelijke onderwerpen en toekomstige ontwikkelingen. 

Beschermd Wonen en Beschermd Thuis
Vanaf januari 2025 zijn regionaal 29 zorgaanbieders gecontracteerd. Zij bieden Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Met hen wordt in ontwikkeltafels toegewerkt naar een dekkend zorglandschap, zodat elke inwoner in de regio passende ondersteuning krijgt die aansluit bij de zorgvraag.  Ook zijn aanbieders gecontracteerd die verslavingszorg bieden (safehouses). In 2025 is de aanbesteding Tijdelijk verblijf afgerond. Twee aanbieders in de regio bieden tijdelijk verblijf. Inwoners die tijdelijk meer ondersteuning (24 uurs zorg) nodig hebben kunnen hier gebruik van maken. Daarmee wordt definitieve opschaling van zorg voorkomen waardoor zij weer kunnen herstellen en terugkeren naar hun oude situatie of waar nodig op zoek gaan naar een nieuwe passender ondersteuning.

Als regio maken we de beweging van Beschermd Wonen (24 uurs zorg in een instelling) naar Beschermd Thuis (zorg in eigen woning met bereikbaarheid in de nacht). Voor de cliënt betekent dit het zoveel mogelijk behouden van autonomie en bevorderen van herstel. Tegelijkertijd heeft dit ook een financieel positief effect.

Maatschappelijke Opvang
In 2025 is onder leiding van het Kansfonds en de Hogeschool Utrecht de zogenaamde Ethos telling uitgevoerd voor alle gemeenten in de Valleiregio. In deze telling zijn alle inwoners geteld zonder vaste woon- of verblijfplaats op een specifiek moment (10 april). Tientallen organisaties, lokaal en regionaal, hebben de bij hen bekende inwoners aangemeld om meegeteld te worden. Door deze telling is er een breder beeld ontstaan van de aantallen en de problematiek van dak- en thuisloosheid. Van de getelde 135 volwassenen en 26 kinderen wonen bijvoorbeeld 75 volwassenen op een tijdelijke woonplek en slapen 34 volwassenen bij familie, vrienden of derden op de bank. De doelgroep dak- en thuislozen wordt steeds diverser en complexer. De krappe woningmarkt wordt hier ook duidelijk zichtbaar. Van jongeren die thuis niet (meer) terecht kunnen, geen eigen plek kunnen vinden en dus maar tijdelijk bij vrienden op de bank slapen tot mensen die door (huiselijk) geweld of een (vecht)scheiding uitwijken naar vakantieparken of hun auto. Omdat er geen andere plek te vinden is. Met deze inzichten is het Regionaal Actieplan Dakloosheid opgesteld.

Bovenregionaal logeerhuis
In 2025 is in samenwerking met de gemeenten De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Zeist, Veenendaal, Rhenen en Ede het logeerhuis De Engelenburgh van start gegaan. Tijdens de kwartaaloverleggen werden de bezettingsgraad en ervaringen van bezoekers gedeeld. Het logeerhuis wordt door bezoekers als positief ervaren. De bezettingsgraad blijft vanuit de Wmo achter. Om die reden is ervoor gekozen om in 2025 aandacht te besteden aan de communicatie over het Logeerhuis, door Charim en de gemeenten. In 2026 monitoren we opnieuw de bezettingsgraad en ervaringen. 

Diversiteit en Inclusie
De visie op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid is in 2025 vastgesteld. Daarmee heeft de gemeente een mooi streven benoemd, namelijk dat iedereen in Veenendaal kan meedenken, meedoen en meebeslissen over diens eigen leven (binnen de kaders van de wet). Om daar naartoe te werken is een uitvoeringsplan opgesteld met daarin strategische doelen. Deze zijn verdeeld over drie sporen: samenleving, beleid en uitvoering, personele zaken. Bij elk spoor zijn inspanningen (activiteiten) benoemd. Aan een aantal inspanningen wordt al uitvoering gegeven, een aantal anderen moeten nog worden aangescherpt.

In 2025 is bijvoorbeeld gewerkt aan uitvoering van de Week van de Toegankelijkheid, samen met inwoners en belanghebbenden, sloten we aan bij wereld Alzheimerdag, hebben we de subsidieregeling Diversiteit & Inclusie uitgevoerd, en is overleg gevoerd over aanscherping van de activiteiten en resultaten van Ongehinderd. Ook organiseerden we twee informatieochtenden met Art.1 (antidiscriminatievoorziening), droegen we bij aan een expositie over intersekse, organiseerden we dialogen in samenwerking met Veenendaal in Dialoog (zoals de serie over interculturaliteit, het verhaal van de vluchteling, je thuisvoelen in je wijk) en hebben we dialogen die in samenwerking met maatschappelijke organisaties worden opgezet gefaciliteerd.

Het programmatisch werken betekent dat we werken aan een hogere mate van integraliteit van het onderwerp. Concreet betekent dat, dat alle drie de organisatiethema’s erbij worden betrokken (thema bedrijfsvoering en dienstverlening, ruimte en samenleving). Er wordt zowel gewerkt aan bewustwording als aan het borgen van inclusief beleid en uitvoering. 

Integraal Zorgakkoord 
Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) werken wij aan één van de belangrijkste maatschappelijke opgaven van deze tijd: het toekomstbestendig houden van de zorg, zodat deze kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar blijft. Dit vraagt om een transformatie van het huidige zorgsysteem naar een aanpak waarin gezondheid, preventie en het voorkomen van zorg centraal staan. Het doel is om de zorgvraag te beperken en bij te dragen aan een gezonde en vitale samenleving.

De uitvoering van het IZA is in 2025 goed op gang gekomen. Er zijn lokale initiatieven ontstaan, er is samenwerking tussen gemeenten op regionaal gebied en er is samenwerking tussen gemeenten en partners in het netwerk Vitale Gelderse vallei. Vanuit dit netwerk werken gemeenten, zorg- en welzijnspartners gezamenlijk in coalities aan concrete acties en interventies die bijdragen aan de transformatie van zorg naar gezondheid en preventie.

Binnen de coalitie Mentaal Vitaal heeft Veenendaal een grote rol gehad in de projecten laagdrempelige steunpunten en het verkennend gesprek (de Wegwijzers). De laagdrempelige steunpunten en Wegwijzers zijn vrij toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners van Veenendaal met een psychische kwetsbaarheid. De steunpunten richten zich op vroegsignalering, preventie en het versterken van eigen regie en sociale netwerken. In 2025 zijn de voorbereidingen getroffen voor het Wegwijzersteam dat in januari 2026 is gestart. Dit team is domeinoverstijgend en bestaat uit GGZ, ervaringsdeskundigen, gemeente en huisartsen. Via doorverwijzing van de huisarts wordt de hulpvraag breed in kaart gebracht om passende ondersteuning zo licht mogelijk in te zetten. 

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
In 2025 is uitvoering gegeven aan de  thema’s van het GALA. De uitvoering maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en richt zich op de thema's: 

  • Terugdringen gezondheidsachterstanden
  • Een gezonde fysieke leefomgeving
  • Versterken van de sociale basis
  • Een gezonde leefstijl
  • Versterken van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid
  • Vitaal ouder worden  

Binnen het GALA staan vijf ketenaanpakken centraal: Kansrijke Start, Valpreventie, Welzijn op Recept en de ketenaanpakken voor overgewicht bij kinderen en volwassenen. In 2025 zijn vier van de ketenaanpakken verder ingericht en uitgevoerd in nauwe samenwerking met onze samenwerkingspartners.

Vanwege het ontbreken van landelijke kaders kon de ketenaanpak Kind naar Gezond Gewicht in 2025 nog niet volledig worden geïmplementeerd. Wel is een start gemaakt met het opbouwen en versterken van het lokale netwerk rondom dit thema.

De financiële uitvoeringsregeling (brede SPUK) behorend bij het GALA loopt tot en met 2026. Vanaf 2027 treedt het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord in werking, waarin de ketenaanpakken worden vormgegeven als basisfunctionaliteiten en naar verwachting structureel worden gefinancierd.

Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) 
Een belangrijk onderdeel van de uitvoering van GALA is ook de implementatie van de aanpak OKO. Sinds 2024 zetten we in op het creëren van een omgeving, waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien, zodat ze lekkerder in hun vel zitten (mentaal welbevinden) en minder/geen alcohol drinken, roken of drugs gebruiken. In 2025 zijn de speerpunten in werkgroepen met onze samenwerkingspartners naar doelen geconcretiseerd en is de uitvoering gestart.

Er zijn drie doelen geconcretiseerd. Binnen het eerste doel leren ouders over de risico's en de kracht van hun eigen rol, de tweede is gericht op een positief en veilig schoolklimaat en de derde op het aanbieden van een laagdrempelig en professioneel aanbod voor jongeren.

Vaccineren
In 2024 en 2025 heeft de GGDrU gewerkt aan het verhogen van de vaccinatiegraad van het Rijksvaccinatieprogramma via een programma met meerdere actielijnen. Onderdeel hiervan waren lokale pilots gericht op vier verschillende doelgroepen met een relatief lage vaccinatiegraad. De gemeente Veenendaal was een pilotgemeente en heeft hieraan bijgedragen door lokaal ketenpartners te betrekken vanuit de reformatorische doelgroep om inzicht te krijgen in percepties, beïnvloedende factoren en ondersteuningsbehoeften rondom vaccineren. Met de pilot is ervaring opgedaan met het lokaal betrekken van stakeholders en het beter begrijpen van vaccinatiegedrag. In juni 2025 is een onderzoeksrapport van de GGDrU opgeleverd, aangevuld met een hand-out voor gemeenteambtenaren waarmee zij aan de slag kunnen met het opzetten van een doelgroepgerichte aanpak op de vaccinatiegraad te verhogen.

 

Omschrijving (toelichting)

IV.    Sociaal domein -Jeugd

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
In de kind- en gezinsbescherming doorbreken we het zogenaamde estafettemodel door binnen een proeftuin met CJG, Jeugdbescherming, Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming samen te werken rondom gezinnen met zorgen rondom veiligheid.  Dit is het Regionaal Veiligheids Team (RVT). 

Om dit optimaal te kunnen doen is aanpassing van wetgeving nodig. Door de val van het kabinet Schoof is daar in 2025 vertraging op gekomen. Daarnaast staan ook de middelen vanuit het Rijk onder druk. De verwachting is dat er nog zo’n twee tot drie jaar gewacht moet worden op passende wetgeving.

Voor de periode tot de nieuwe wetgeving wordt gezocht naar mogelijkheden om het RVT onder te brengen bij één van de betrokken organisaties. Het RVT wordt daarmee een publiekrechtelijke organisatie, waarbij de taken van de betreffende organisaties samenkomen onder één dak, waarbij medewerkers meerdere rollen kunnen vervullen.

Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg
In 2025 is in het kader van de Hervormingsagenda het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’ doorlopen. In dit project is onderzocht hoe we in Veenendaal de jeugdhulp anders kunnen inrichten om het systeem in de toekomst beschikbaar en houdbaar te houden. Dit project is uitgevoerd in nauwe samenwerking met verschillende stakeholders zoals jeugdhulpaanbieders, vertegenwoordigers uit het onderwijs en organisaties uit het voorliggend veld. Gedurende 2025 is de gemeenteraad meegenomen in dit proces en in oktober 2025 is het raadsvoorstel ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’ unaniem vastgesteld, met de toevoeging van het amendement Veense aanpak relatie- en echtscheidingsproblematiek. Dit raadsbesluit vertaalt de beoogde doelen uit de Hervormingsagenda naar concrete maatregelen op lokaal en regionaal niveau. Op basis hiervan kan in 2026 en verder gericht gewerkt worden aan de implementatie van deze maatregelen en daarmee realisatie van de beoogde doelen en het terugdringen van de financiële tekorten in de jeugdzorg. 

Intergemeentelijke samenwerking jeugd (IGS)
Binnen de Jeugdhulpregio JeugdFV werken zeven gemeenten, waaronder Veenendaal, samen om de jeugdhulp in de regio doelmatig en doeltreffend te organiseren. De gemeenten werken sinds 1 september 2025 beleidsmatig samen via een intergemeentelijke samenwerking. In 2025 hebben we ons gericht op drie hoofdthema’s: het op orde brengen en houden van de basis, het verder ontwikkelen van de inkooporganisatie en de totstandkoming van de gemeenschappelijke regeling (GR).

Bedrijfsvoeringsorganisatie( BVO) JeugdFV
De regionale samenwerking is per 1 november 2025 formeel vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. De bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) JeugdFV neemt regionale uitvoeringstaken op zich, zoals inkoop, contractmanagement en monitoring. Hoewel de colleges uitvoeringstaken mandateren aan de BVO, blijft de gemeenteraad verantwoordelijk voor het stellen van beleidsmatige en financiële kaders.

Omschrijving (toelichting)

Thema V - Onderwijs en ontwikkeling

De Lokale Educatieve Agenda
De LEA is een wettelijk overleg tussen de gemeente en het onderwijs en wordt in Veenendaal versterkt door de structurele betrokkenheid van kinderopvangorganisaties. Met deze brede samenwerking wordt invulling gegeven aan een integrale benadering van leren en ontwikkelen van 0 tot 18 jaar.

In 2025 is in Veenendaal gestart met een vernieuwde beleidsagenda voor de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Onder de noemer Staat van Educatie is ingezet op het beter benutten van beschikbare onderwijs- en ontwikkeldata om het bestuurlijke en beleidsmatige gesprek te voeren over wettelijke LEA-thema’s, zoals het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en het maken van afspraken over aanmeld- en inschrijfprocedures.

Binnen de Staat van Educatie is het thema overgangsmomenten gezamenlijk verkend, in nauwe samenwerking met scholen en kinderopvangorganisaties. Doel hiervan is het bevorderen van soepele overgangen in de schoolloopbaan en het versterken van gelijke kansen voor kinderen bij cruciale overstapmomenten.

Dit heeft geleid tot een eerste proof of concept van een dashboard, waarin inzichten uit verschillende databronnen worden samengebracht. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd over definities, databehoeften en datakoppelingen en is een begin gemaakt met het inrichten van een duurzame data-architectuur.

Passend onderwijs
In 2025 is de samenwerking tussen (passend) onderwijs en jeugdhulp verder versterkt door het voeren van regionaal Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en het voortzetten van pilots op het gebied van onderwijs-zorgarrangementen. In het OOGO is gewerkt aan thema’s uit de focusagenda, de start van een werkgroep thuiszitters met uniforme registratie en de organisatie van themasessies met stakeholders. De gezamenlijke pilots met jeugdhulp en het CJG zijn voortgezet. Hiermee is een basis gelegd voor verdere verbetering van de ondersteuning aan leerlingen en de afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp.

Leerlingenvervoer
In 2025 is er gewerkt aan een nieuwe Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal en aangepaste Beleidsregels. In 2026 worden de Verordening en Beleidsregels ter besluitvorming voorgelegd.

Integrale Kindcentra 
In 2025 heeft de raad een nieuw integraal huisvestingsplan (IHP) vastgesteld met als speerpunt Inclusieve kindcentra. Een Integraal Kind Centrum (IKC) is in Veenendaal een samenwerkingsverband van organisaties of andere bestuursvormen op het gebied van onderwijs, opvang, zorg en welzijn.

In 2025 is de visievorming afgerond danwel in een vergevorderd stadium bij IKC Dragonder Zuid, IKC SO/SBO/PO, IKC Dragonder Noord en IKC Calvijnschool. Conform het nieuwe Integrale Huisvestingplan heeft een eerste bijeenkomst plaatsgevonden, waarin een IKC-visie expliciet verbonden is aan beleidsdoelen binnen het sociaal domein, waaronder onderwijsachterstandenbeleid, jeugdhulp, gezondheid en wijkopgaven. Hiermee worden onderwijs, opvang en ondersteuning integraal georganiseerd, met inzet op preventie, vroegsignalering en gelijke kansen.

Voor IKC Dragonder Zuid is gewerkt aan duurzame nieuwbouw die ook ruimte biedt aan maatschappelijke en wijkgerichte functies, waarmee het IKC bijdraagt aan welzijn en leefbaarheid in de wijk.

Onderwijsachterstandenbeleid
In 2025 heeft de Rekenkamer onderzoek gedaan naar het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) van de gemeente. Hieruit blijkt dat het beleid inhoudelijk zorgvuldig is vormgegeven en dat de beschikbare middelen rechtmatig worden ingezet. De gemeente werkt structureel samen met onderwijs- en opvangpartners en heeft duidelijke kaders opgesteld voor voor- en vroegschoolse educatie. Aandachtspunten liggen met name bij het versterken van monitoring, het maken van meetbare resultaatafspraken en het tijdig inzetten van beschikbare budgetten. Daarnaast wordt aanbevolen de informatievoorziening richting de raad te intensiveren. De aanbevelingen zijn overgenomen en opgepakt. Dit krijgt vorm via verdere evaluatie en de vorming van hernieuwd beleid.

Omschrijving (toelichting)

Thema VI – Sport

Sporten zorgt voor een verbetering van de gezondheid, voor preventie van ziektes en helpt bij de deelname aan de maatschappij. Samen met Stichting Sportservice Veenendaal en alle sportaanbieders geven we uitvoering aan het beleidskader sport en bewegen 2024 – 2028. Ook in het Gezond en Actief Leven Akkoord hebben we ruim aandacht voor sport en bewegen. We zetten hierbij in op preventie voor verschillende doelgroepen, zoals kwetsbare ouderen en jongeren, waarbij het uitgangspunt is dat sport voor iedereen toegankelijk en bereikbaar is.

In 2025 is doorgepakt op het in 2024 vastgestelde beleidskader Sport en Bewegen. Onder andere via een nieuw uitvoeringsprogramma waar ook de komende jaren verder uitvoering aan wordt gegeven. In 2025 is onder andere uitvoering gegeven aan:

1. Verhogen sportparticipatie: Veenendalers in beweging! 
We hebben ingezet op een breed en aantrekkelijk sportaanbod dat iedereen uitnodigt om mee te doen. Van levendige sportevenementen tot actief bewegingsonderwijs en stimuleringsactiviteiten. Door de tarieven betaalbaar te houden zorgen we dat sporten niet alleen leuk, maar ook toegankelijk blijft voor iedere inwoner.

2. Sterke en toekomstbestendige sportfaciliteiten in Veenendaal!
Sportaanbieders kregen gerichte clubondersteuning op thema’s die bij hen leefden. De in 2025 uitgezette vitaliteitsmonitor gaf daarin waardevolle inzichten, waarna goedbezochte interventies -zoals de training 'Besturen met impact'- sportverenigingen verder hebben versterkt. Ook zijn onze bestaande sportlocaties zorgvuldig beheerd en onderhouden en is met de vaststelling van het IHP-onderwijs een grote stap gezet in de borging van bewegingsonderwijs in Veenendaal.

Aanvullend zijn we in 2025 met Stichting Sportservice Veenendaal een traject gestart rondom het sportvastgoed in eigendom van verenigingen. Doel: een robuuste en duurzame sportinfrastructuur die Veenendaal ook in de toekomst in beweging blijft houden.

3. Een sportieve buitenruimte die uitnodigt tot bewegen.
De grootste ontwikkeling hier betreft de ontwikkeling van het nieuwe stadspark. In het ontwerp is volop ruimte voor sport en bewegen. Met de ingetekende pumptrackbaan krijgt ook Urban Sports er een mooi en uitnodigend aanbod bij.

4. Samenwerking én de maatschappelijke waarde van sport als motor voor een sterke, vitale samenleving
We zetten sport in waar het maatschappelijke waarde toevoegt. Dit deden we in 2025 onder andere door een actieve rol te pakken in de ketenaanpakken overgewicht en valpreventie. Maar ook door het leveren van een bijdrage aan het regionale leefstijlloket. Deze samenwerking leidt tot een meer integrale benadering waarin sport een structurele bijdrage levert aan gezondheid en preventie. Dit project komt voort uit de samenwerking in het netwerk Vitale Gelderse Vallei vanuit het IZA.

Daarnaast is actief ingezet op het stimuleren van samenwerking tussen sportaanbieders onderling én tussen sport en andere maatschappelijke domeinen.

Omschrijving (toelichting)

Thema VII – Cultuur

In de cultuurvisie 2022-2030 ‘Glans aan de Grift’ staan de volgende zeven verhaallijnen opgenomen om aan doelstellingen uit de cultuurvisie te kunnen voldoen:

  • Verhaallijn 1 Stabiele basis
  • Verhaallijn 2 Cultuur in de wijken
  • Verhaallijn 3 Iedereen doet mee
  • Verhaallijn 4 Jong geleerd, oud gedaan
  • Verhaallijn 5 Het verhaal van Veenendaal
  • Verhaallijn 6 Nieuwe smaken, nieuwe makers
  • Verhaallijn 7 Veenendaal kleurt de regio

In de periode 2022-2025 zijn de eerste vijf verhaallijnen in gang gezet. In 2025 zijn voor inwoners van Veenendaal volop kunstzinnige en culturele activiteiten georganiseerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Lampegietersdagen, Theater bij de Buren, BuitenBühne en de expositie van Ton Schulten in Stadsmuseum Veenendaal. Culturele activiteiten creëren op een laagdrempelige manier verbinding door ontmoeting. De gemeente heeft zich op verschillende manieren ingezet om bestaande drempels weg te nemen.

Vanuit het amendement ‘Eén cultuurbedrijf’ (aangenomen op 9 juli 2024 door de raad) is in 2025 een onderzoek uitgevoerd rond samenwerking tussen culturele partijen. Het amendement beoogt om tot één Centraal Veenendaals Cultuurbedrijf te komen per 2028.

Theater
In 2025 zijn de gemeentelijke organisatie en de theaterorganisatie samen gestart met de voorbereidingen voor de nieuwbouw van het theater. De projectorganisatie heeft in 2025 een integraal Programma van Eisen (PvE) opgesteld. Daarnaast zijn Spelregels voor beeldkwaliteit opgesteld, met als uitgangspunt dat het nieuwe theater een herkenbaar gebouw moet zijn. Daarnaast moet het beeld van het theater bijdragen aan het beeld over Veenendaal en aan de uitstraling van cultuur in Veenendaal. Na het doorlopen van een Europese aanbestedingsprocedure is de architect geselecteerd. De Europese aanbestedingsprocedure is gewonnen door MVRDV. Het ontwerp van MVRDV is het winnende ontwerp voor de deskundigenjury én voor de publieksjury. Dit ontwerp voldoet aan het PvE dat voor het theater is geschreven, waaronder de afgegeven minimale (wettelijke) eisen voor duurzaamheid. De winnende ontwerpvisie is inmiddels vertaald naar een structuurontwerp. Wat betreft de organisatie is met de betrokken culturele partijen een strategisch traject uitgevoerd over de bredere functie (podiumfunctie, pop en film) van de nieuwe culturele voorziening De Lampegiet. Dit heeft geleid tot het rapport Gedeeld podium voor de stad waarin de gedeelde visie en de implicaties daarvan op hoofdlijnen in kaart zijn gebracht. Dit rapport is de basis voor het vervolgtraject.

Voorbereiding op wetswijziging zorgplicht bibliotheken
De nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is opnieuw uitgesteld en zal naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden. Deze wet garandeert toegang tot een openbare bibliotheek voor iedere inwoner van Nederland. Dit betekent dat elke gemeente moet beschikken over één of meerdere volwaardige en toereikende bibliotheekvestigingen.

In 2025 is gestart met de voorbereiding op de inwerkingtreding van deze wetswijziging. In aanloop hiernaar konden gemeenten een specifieke uitkering (SPUK) aanvragen ter tegemoetkoming in de kosten voor de oprichting van nieuwe bibliotheekvestigingen en voor het verbeteren of doorontwikkelen van bestaande bibliotheekvoorzieningen. De gemeente heeft deze uitkering aangevraagd ten behoeve van de realisatie van een nieuwe bibliotheek-wijkhuiskamer; deze aanvraag is toegekend.

In 2025 is een wijkhuiskamer (een multifunctionele bibliotheekvestiging) gerealiseerd aan de Binnenronde. Voor deze voorziening is gekozen voor een plek in een wijk met een relatief hoog aandeel laaggeletterden en een bovengemiddeld risico op onderwijsachterstanden.

Omschrijving (toelichting)

Thema VIII – Welzijn

In 2025 is de Opdracht Welzijn aangepast door de doelen te actualiseren, de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en Veens Welzijn te verduidelijken en outcome-gericht sturen te verankeren. Daarnaast zijn in de opdracht onder andere accenten gelegd op reablement (een tijdelijke en doelgerichte aanpak om inwoners te ondersteunen bij het hernemen van eigen regie), samenlevingsopbouw, selectieve wijkgerichte inzet en een versterkte rol in preventie en financiële zelfredzaamheid. Met deze aanpassingen is de opdracht sterker toegespitst op wat nodig is om de sociale basis duurzaam te versterken. De ingangsdatum van de herziene opdracht is 2026.

In 2025 is in samenwerking met stakeholders vanuit de gemeente en Stichting Veens Welzijn nagedacht over de gewenste maatschappelijke impact van het welzijnswerk en hoe deze impact zichtbaar kan worden gemaakt. Op basis hiervan is een meetinstrument ontwikkeld. Met dit meetinstrument is in 2025 een eerste impactmeting uitgevoerd.

Veens Welzijn investeerde in 2025 extra in het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties en het duurzaam inzetten van vrijwilligers. De stichting heeft ingezet op het ondersteunen van meer vrijwilligersorganisaties, het behouden van vrijwilligers en het beter faciliteren en verbinden van coördinatoren van vrijwilligersorganisaties. Dit gebeurde onder andere door kennisdeling, informele ontmoetingen en een uitbreiding van de vrijwilligersacademie met trainingen.

Voor kwetsbare inwoners zijn activiteiten uitgevoerd op het gebied van ouderenondersteuning, mantelzorg, seniorenvoorlichting, respijtzorg in de vorm van de Veense Huiskamer en Welzijn op Recept zijn voortgezet en doorontwikkeld. In 2025 is door Veens Welzijn een mantelzorgexpertisecentrum geopend en is verder ingezet op mantelzorgbewust werkgeverschap. Ook voerden we samen met partners uit de coalitie 'Een tegen Eenzaamheid' verschillende activiteiten uit voor diverse doelgroepen. 

Op het terrein van kinderen en jongeren zijn kinderopbouwwerk en jongerenwerk uitgevoerd. In 2025 is een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van online jongerenwerk waarbij diverse relevante partners zijn betrokken. Binnen de visie op jongerenwerk wordt gekeken of en hoe dit verder vorm gegeven kan worden. Online jongerenwerk is aanvullend op het bestaande jongerenwerk. Ook is er door Veens Welzijn samengewerkt met partners in een coalitie jongerenwerk en deelgenomen aan het gemeentelijke programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Ook is gewerkt aan het versterken van de pedagogische basis en het ontwikkelen van een pedagogische werkwijze voor kinderopbouwwerk.

Vrijwilligers
De subsidieregeling Vrijwilligerswerk en informele zorg wordt herijkt. Er hebben in 2025 twee sessies met vrijwilligersorganisaties plaatsgevonden. De nieuwe regeling gaat gepubliceerd worden in 2026 en is van toepassing voor subsidies vanaf het subsidiejaar 2027.

Adviesraden Sociaal Domein
De adviesraden in het Sociaal Domein (Wmo-forum, Cliëntenraad, Jeugdbelang en de Jongerenraad) hebben met een aantal afgevaardigden per raad een verkenningscommissie gevormd in 2025. Deze commissie heeft gezamenlijk verkend wat de mogelijkheden zijn om te bewegen naar één adviesraad Sociaal Domein en hebben een eindrapportage opgesteld.  Mocht deze verkenning tezamen met de eindrapportage leiden tot de totstandkoming van een adviesraad Sociaal Domein (instemming leden en college van B&W), dan zal deze adviesraad naar verwachting in 2026 worden geïmplementeerd.


 
 

Thema I: Inkomen

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema I: Inkomen - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema I: Inkomen - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Thema III: Sociaal domein - WMO

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

III.a. Intensivering samenwerking in 2025 met de gemeenten in de Valleiregio de komende jaren t.b.v. het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van Beschermd Wonen (MD1).

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - III.a. Intensivering samenwerking in 2025 met de gemeenten in de Valleiregio de komende jaren t.b.v. het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van Beschermd Wonen (MD1).

III.b. Een duurzame beweging voort te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen te organiseren: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis (MD1).

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - III.b. Een duurzame beweging voort te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen te organiseren: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis (MD1).

III.d. Stevige basis voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis met als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040 (MD1, MD2).

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - III.d. Stevige basis voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis met als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040 (MD1, MD2).

III.e. Een omgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Zodat ze lekkerder in hun vel zitten en minder/geen alcohol drinken, roken of drugs gebruiken (MD2).

Terug naar navigatie - Thema III: Sociaal domein - WMO - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - III.e. Een omgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Zodat ze lekkerder in hun vel zitten en minder/geen alcohol drinken, roken of drugs gebruiken (MD2).

Thema IV: Sociaal domein - Jeugd

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema IV: Sociaal domein - Jeugd - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema IV: Sociaal domein - Jeugd - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

IV.a. Het doel van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is enerzijds de implementatie van het regionaal veiligheidsteam en de versterking van het lokale team. Anderzijds om de integrale samenwerking en effectiviteit van deze teams te

Terug naar navigatie - Thema IV: Sociaal domein - Jeugd - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - IV.a. Het doel van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is enerzijds de implementatie van het regionaal veiligheidsteam en de versterking van het lokale team. Anderzijds om de integrale samenwerking en effectiviteit van deze teams te

IV.b. De in 2024 inzichtelijk gemaakte gevolgen van de Hervormingsagenda worden vertaald naar maatregelen op lokaal en regionaal niveau voor het jaar 2025. Ook blijven wij nieuwe ontwikkelingen nauwgezet volgen en nemen daarop actie indien gewenst.

Terug naar navigatie - Thema IV: Sociaal domein - Jeugd - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - IV.b. De in 2024 inzichtelijk gemaakte gevolgen van de Hervormingsagenda worden vertaald naar maatregelen op lokaal en regionaal niveau voor het jaar 2025. Ook blijven wij nieuwe ontwikkelingen nauwgezet volgen en nemen daarop actie indien gewenst.

Thema VI: Sport

Omschrijving (toelichting)

Thema VII: Cultuur

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema VII: Cultuur - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema VII: Cultuur - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

VII.d. Invoering zorgplicht bij bibliotheken naar aanleiding van de wetswijziging Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen).

Terug naar navigatie - Thema VII: Cultuur - Wat willen we bereiken? (doelstellingen) - VII.d. Invoering zorgplicht bij bibliotheken naar aanleiding van de wetswijziging Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen).

Thema VIII: Welzijn

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema VIII: Welzijn - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Terug naar navigatie - Thema VIII: Welzijn - Wat willen we bereiken? (doelstellingen)

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 3: Sociale leefomgeving - Verbonden partijen

Omschrijving (toelichting)

De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit programma:

  • BVO Valleihopper;
  • Jeugdhulpregio Jeugd FV
  • Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG);
  • Stichting Veens Welzijn;
  • Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU);
  • Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)


Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.

Financiële programmarealisatie 2025 (bedragen x € 1.000)

Terug naar navigatie - Programma 3: Sociale leefomgeving - Financiële programmarealisatie 2025 (bedragen x € 1.000)

Excel-tabel

Programma 3 Sociale leefomgeving
Primitief Raming 2025 Na begrotingswijziging Realisatie 2025 Saldo 2025
Lasten 130.406 154.842 153.730 1.112
Baten 33.961 51.935 56.815 4.880
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten -96.445 -102.907 -96.915 5.992
Toevoeging aan reserve 0 4.452 4.896 -444
Onttrekking aan reserve 405 4.570 4.570 0
Gerealiseerd resultaat -96.040 -102.788 -97.240 5.548

Toelichting op de financiële programmarealisatie (bedragen x € 1.000)

Terug naar navigatie - Programma 3: Sociale leefomgeving - Toelichting op de financiële programmarealisatie (bedragen x € 1.000)

Omschrijving (toelichting)

Ten opzichte van de in de decemberwijziging 2025 aangepaste begroting, zijn de grootste afwijkingen:

Excel-tabel

Taakveld Afwijking 2025 V/N
Arbeidsparticipatie 368 V
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 426 V
Inkomensregelingen 838 V
Onderwijshuisvesting 35 N
Samenkracht en burgerparticipatie 2.551 V
Sportbeleid en activering 134 V
Hulp bij het huishouden (WMO) 173 V
WSW en beschut werk 394 N
Begeleiding (Wmo) 202 N
Dagbesteding (Wmo) 93 V
Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 158 V
Huishoudelijke hulp (Wmo) 67 N
PGB Wmo 163 V
Beschermd wonen (Wmo) 46 N
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) 199 V
Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd 2.251 V
Jeugdhulp ambulant lokaal 51 N
Jeugdhulp ambulant regionaal 810 N
Jeugdhulp met verblijf regionaal 1.207 N
PGB Jeugd 30 V
Jeugdbescherming 1.133 V
Coördinatie en beleid Jeugd 49 N
Onderwijsbeleid en leerlingzaken 251 V
Overige verschillen 85 V
Totaal programma Sociale leefomgeving voor reserve mutatie 5.992 V
Waarvan verrekening met reserve -444 N
Totaal afwijking programma Sociale leefomgeving na reserve mutatie 5.548 V

Omschrijving (toelichting)

Excel-tabel

Omschrijving (toelichting)

Arbeidsparticipatie (voordeel € 368.000)
Statushouders en taaleis (voordeel € 132.000)
De niet bestede middelen, ad € 132.000, zijn bedoeld voor programmakosten voor oudkomers: inburgeraars die onder de oude Wet inburgering (tot en met 2021) vallen en die hun traject grotendeels zelf moesten financieren. Deze doelgroep bestaat vaak uit statushouders die nog taallessen, examens of de PVT-training moeten afronden, maar voor wie de kosten niet via de SPUK-regeling vergoed kunnen worden. De middelen zijn in 2025 nog niet volledig benut, omdat de doelgroep door onvoldoende capaciteit nog niet volledig in beeld is gebracht.
In 2026 wordt een project gestart om deze groep volledig te registreren en gericht budget te reserveren, met als doel in het vierde kwartaal van 2026 een compleet beeld te hebben én een start te hebben gemaakt aan het ondersteunen van de doelgroep. 

Inburgering algemeen (voordeel € 73.000, resultaatbestemming) 
Binnen Inburgering algemeen is sprake van een voordeel van € 73.000.  Het Rijk stelt in de periode 2021-2026 middels circulaires middelen beschikbaar ten behoeve van inburgering. Het betreft incidentele middelen die in de loop der jaren ook afnemen. Deze middelen zijn -samen met de middelen die de gemeenten Rhenen en Renswoude ontvangen voor dit doel, en waarvoor Veenendaal de taak uitvoert- eerder beschikbaar gesteld ten behoeve van tijdelijke formatie ter ondersteuning van de verhoogde instroom van statushouders in de jaren tot en met 2026. Jaarlijks wordt de uitvoering geëvalueerd en de formatie afgestemd op de instroom. Om de taak uit te kunnen voeren moeten deze middelen -conform eerdere besluitvorming- beschikbaar blijven voor dit doel. Voorgesteld wordt de resterende middelen middels een resultaatbestemming opnieuw beschikbaar te stellen in 2026.    

Re-integratie en participatie onderdelen (voordeel € 163.000)
Binnen het re-integratiebudget is ultimo 2025 sprake van een voordelig resultaat van € 163.000. In eerdere bestuurlijke rapportages is gemeld dat we een verschuiving zien in de samenstelling van het bijstandsbestand: het aantal personen in het doelgroep register neemt toe en meer inwoners hebben te maken met meervoudige problematiek. Hierdoor is de begeleiding richting uitstroom intensiever en langduriger geworden. Het aantal klanten met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, en waarbij goedkoper en kortdurende instrumenten worden ingezet, neemt af.  In de decemberwijziging 2025 zijn de middelen daarom herverdeeld en bijgesteld naar een realistischer raming. Er is bijgeraamd op de onderdelen Diagnose en WorkFirst, versterking van het re-integratieaanbod en baanafspraken Sociaal Akkoord. Deze hogere kosten zijn volledig gedekt door aframingen binnen re-integratie algemeen, flankerend beleid en facilitering werkgevers.  Als gevolg van de steeds zwaarder wordende doelgroep en daarmee ook de inzet van duurdere en ook langere trajecten verwachten we dat  de onderbesteding in 2025 een incidentele ontwikkeling betrof. 

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (voordeel € 426.000, resultaatbestemming)
Vastgoed Lampegiet (voordeel € 426.000)
In 2023 is de raad geïnformeerd (door middel van RIB 2023.24) over de onderhoudssituatie van het theater. Om het theater tijdelijk te kunnen blijven exploiteren in verband met een veilige bedrijfsvoering, zijn in 2024 meerjarig extra middelen beschikbaar gesteld ter hoogte van € 1.259.000. Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden is uitgevoerd. Het resterende deel is nodig voor nog uit te voeren werkzaamheden en wordt daarom toegevoegd aan de reserve meerjarige middelen.  

Overige verschillen (nadeel € 18.000)

Inkomensregelingen (voordeel € 838.000)
Schulddienstverlening beleid en schulddienstverlening uitvoering (voordeel € 123.000)
De onder uitputting in 2025 ad €79.000 op Schulddienstverlening Beleid en € 44.000 op Schulddienstverlening Uitvoering, totaal € 123.000, wordt veroorzaakt doordat er extra bijdragen zijn ontvangen die nog niet waren begroot en door lagere uitgaven dan begroot wegens de lastige bereikbaarheid van de doelgroep. 

Minima (voordeel € 120.000)
In 2025 ontstaat een positief saldo van € 120.000 binnen het minimabudget. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een daling van het aantal deelnemers aan de Gemeentepolis en lagere uitgaven via de Veenendaalpas. Beide regelingen zijn open-einde-regelingen, waardoor de daadwerkelijke uitgaven afhankelijk zijn van het gebruik door inwoners. Aangezien de cijfers van de lokale armoedescan van het CBS pas later bekend worden is er (nog) geen inzicht of er sprake is van een daling van het aantal minima. We beschouwen het positieve saldo dan ook incidenteel van aard. 

Loonkostensubsidie (voordeel € 199.000)
Binnen de middelen voor loonkostensubsidie is sprake van een incidentele onderbesteding ad € 199.000. Dit komt doordat het Rijk in de meicirculaire 2025 aanvullende middelen heeft verstrekt die in 2025 nog niet volledig konden worden ingezet. De verwachting is dat deze middelen in 2026 en verder wel volledig worden benut, omdat het aantal personen dat gebruik maakt van loonkostensubsidie blijft stijgen. Hiermee sluit de besteding aan op de structurele ontwikkeling van de doelgroep. 

Bijstand (voordeel € 404.000)
Binnen het budget voor Bijstand onder de 65 jaar is ultimo 2025 sprake van een positief resultaat van € 404.000. Gedurende het jaar worden het Voorlopig budget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten), het Nader voorlopig budget en het Definitieve budget in de bestuursrapportages en Decemberwijziging verwerkt. Hierbij worden ook de hogere lasten en de verwachte bestandsontwikkelingen betrokken. Deze periodieke actualisaties volgen uit het verdeelmodel, zijn ook mede afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden, en leiden structureel tot bijstellingen gedurende het jaar. 
In 2025 zijn als gevolg van personeelswisselingen het Definitieve budget BUIG alsook de hogere lasten niet verwerkt in de Decemberwijziging. 
De inkomsten vallen circa € 2,85 miljoen hoger uit dan begroot doordat het definitieve BUIG-budget hoger is vastgesteld dan het voorlopig en nader voorlopig budget waarmee in de begroting rekening was gehouden. Aan de uitgavenkant is sprake van een hogere last van circa € 2,45 miljoen. 

Kwijtschelding (nadeel € 41.000) 
Het nadeel op het onderdeel kwijtschelding is ontstaan door een storting in de voorziening dubieuze debiteuren. 

Overige verschillen (voordeel € 33.000) 

Onderwijshuisvesting (nadeel € 35.000)
Binnen het budget voor onderwijshuisvesting zijn inkomsten geraamd ten behoeve van de actualisatie van ontvangen huuropbrengsten. Deze zijn niet toegerekend en/of ontvangen. Bedrag van € 35.000 komt als nadeel in de jaarrekening.

Samenkracht en burgerparticipatie (voordeel € 2.551.000) 
Project Crisisnoodopvang (voordeel € 349.000) 
De gemeente verzorgt crisisnoodopvang voor statushouders in opdracht van het COA. De hiermee gemoeide kosten worden volledig gedeclareerd, waardoor de regeling in de praktijk budgetneutraal verloopt. In 2025 vallen de inkomsten hoger uit dan geraamd. Dit hangt samen met het feit dat een deel van de declarabele kosten, ad € 349.000, uit eind 2024 in 2025 is ontvangen. Dit is in 2024 niet opgenomen als balanspost, vandaar in 2024 een negatief resultaat en in 2025 een positief resultaat. Timingverschillen in declaraties veranderen overigens niets aan het structureel kostendekkende karakter van de uitvoering: de ontvangen vergoedingen sluiten aan bij de daadwerkelijk gemaakte kosten. 

Opvang Vluchtelingen Oekraïne (voordeel € 2.121.000, resultaatbestemming) 
Binnen de opvang van ontheemden uit Oekraïne (Specifieke Uitkering M16) is sprake van een positief resultaat van € 2.121.000. Dit voordeel ontstaat doordat het Rijk een normbedrag per persoon per dag verstrekt, terwijl de daadwerkelijke kosten voor de gemeentelijke opvang lager uitvallen dan deze normvergoeding. Dit resulteert, net als in voorgaande jaren, in een ruim positief saldo. In 2025 is als gevolg van personeelswisselingen het saldo bij de Decemberwijziging niet grotendeels afgeraamd danwel in de Reserve Opvang Ontheemden gestort. 
De afwijking hangt samen met het feit dat de regeling budgetneutraal wordt geraamd op basis van de rijksvergoeding: de inkomsten zijn daarmee hoger dan de uitgaven. Voorgesteld wordt het positieve resultaat toe te voegen aan de Reserve Opvang Ontheemden. Voor de begroting 2027 zullen we bezien in hoeverre deze middelen in de reserve noodzakelijk zijn dan wel anders ingezet zouden kunnen worden.  

Er is op dit moment onzekerheid over het vervolg van de gemeentelijke opvangplicht, mede doordat landelijke besluitvorming over de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) nog op zich laat wachten. De RTB eindigt in maart 2027. De verwachting is dat de opvang verlengd gaat worden maar dat er sprake gaat zijn van een ander regeling. Hoe dit vormgegeven gaat worden is op dit moment nog onzeker. Daarnaast nemen de eisen en kosten voor onder andere onderhoud en noodzakelijke aanpassingen van opvanglocaties toe. Ook bestaat het risico dat de rijksvergoeding in de toekomst wordt aangepast of verlaagd, waardoor kosten mogelijk niet langer volledig worden gedekt. Ook kunnen aanzienlijke kosten ontstaan bij opschaling of afbouw van locaties, zoals contractbeëindiging en het herstellen van panden.

Daarbij komt dat vanuit het Rijk steeds nadrukkelijker wordt gevraagd om meer duurzame en langdurig opvangplekken. Hoewel hiervoor landelijk nog geen structurele financieringsmogelijkheden of kaders beschikbaar zijn, wordt van gemeenten wel verwacht dat zij hierop anticiperen. Om tijdig te kunnen investeren in geschikte, toekomstbestendige opvangvoorzieningen is financiële ruimte nodig. Door het positieve resultaat aan de reserve toe te voegen, kan de gemeente op deze ontwikkelingen voorsorteren en blijven middelen beschikbaar om noodzakelijke stappen te zetten zodra landelijke besluitvorming dit mogelijk maakt.

Transitiekosten opvang Oekraïners (nadeel € 43.000) 
Voor het leefbaar maken of verbouwen van opvanglocaties kan de gemeente een Rijksaanvraag indienen, die erop is gericht deze kosten in principe budgetneutraal te laten verlopen. De aanvraag wordt gebaseerd op een prognose, waardoor de uiteindelijke kosten kunnen afwijken. In 2025 bleven de gerealiseerde kosten binnen de toegestane afwijkingsmarge van 10%, waardoor geen aanvullende aanvraag kon worden gedaan. Dit resulteerde in een beperkt nadeel van € 43.000. 

Daarbij geldt dat dit nadeel beperkt is in verhouding tot het positieve resultaat dat wordt behaald op de normvergoeding voor de opvang van Oekraïense ontheemden. 

Kinderopvang en buitenschoolse opvang pleegkinderen (voordeel 49.000, resultaatbestemming).
Het Rijk heeft in 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang voor pleegkinderen. Voor de gemeente betreft dit een bedrag van € 49.000, dat pas in december 2025 via de decembercirculaire is ontvangen. Omdat deze middelen daardoor in 2025 niet meer konden worden ingezet, wordt voorgesteld het bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026. Dit sluit aan bij de gebruikelijke werkwijze voor middelen die laat in het jaar worden ontvangen en nog niet tot besteding kunnen komen.

SPUK H30-10 Versterken Sociale basis (voordeel € 71.000)
Binnen de SPUK GALA onderdelen zijn budgetten geschoven. Door aangepast regelgeving is in de loop van 2025 de SPUK GALA één budget geworden. Per saldo blijft op de totale SPUK-GALA geen geld over, per onderdeel kan er sprake zijn van een afwijking, zoals in dit geval een voordeel van € 71.000.

Overige verschillen (voordeel € 4.000)

Sportbeleid en activering (voordeel € 134.000)
Bij de afrekening van de SPUK 2022 is destijds een bedrag verantwoord en ingediend dat bij nadere beoordeling heeft geleid tot een correctie. In 2025 is deze correctie verwerkt. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente aanvullend € 134.000 ontvangen. Deze middelen zijn niet langer benodigd voor het oorspronkelijke doel.

Hulp bij het huishouden (WMO) (voordeel € 173.000)
Hulp gedupeerden toeslagenaffaire (voordeel € 173.000)
De uitvoering van de hersteloperatie voor gedupeerden van de toeslagenaffaire, waaronder de kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen, wordt volledig gefinancierd vanuit de SPUK B2-regeling van het Rijk. Voor een deel van de werkzaamheden ontvangt de gemeente normbedragen, die hoger kunnen uitvallen dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. Voor andere taken vindt vergoeding plaats op basis of ter hoogte van de werkelijke kosten. Door deze mix van normfinanciering en kostendekkende vergoedingen ontstaat in 2025 een positief saldo van circa € 173.000. 

WSW en beschut werk (nadeel € 394.000) 
WSW en Beschut werk (nadeel € 394.000) 
Binnen taakveld WSW en Beschut Werk is in 2025 sprake van een overbesteding van € 394.000. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat in onze begroting onvoldoende middelen waren geraamd voor de WSW, terwijl we -conform bestuurlijke afspraken- middelen die van het Rijk ontvangen voor deze taak 1-op-1 beschikbaar stellen aan IW4. Voor de eerste bestuursrapportage 2026 wordt nader onderzocht of er sprake is van een structureel effect.  
Voor 2026 en 2027 wordt verwacht dat de beschikbare middelen voor Beschut werk ontoereikend zullen zijn.  Er is namelijk sprake van een overrealisatie. Bij de beoordeling van aanvragen voor Beschut Werk wordt kritisch bezien of er ook andere voorliggende en passende voorzieningen zijn.
Het risico in de huidige situatie is voor gemeenten. Dat betekent dat we de rijksbijdrage 1-op-1 doorzetten en de overrealisatie aanvullend financieren uit het re-integratiebudget.

Het rijk heeft aangekondigd dat vanaf 1 januari 2028 een nieuw financieringssysteem voor beschut werk wordt ingevoerd: de financiering wordt gebaseerd op realisatie van werkplekken in plaats van op taakstelling. Dit is nog geen vastgesteld besluit. Voor onze prognose betekent dit dat extra kosten als gevolg van over realisatie vanaf dat moment mogelijk door het Rijk worden vergoed, waardoor de gemeentelijke financiële druk wordt beperkt. Dit is een positieve ontwikkeling. 

Begeleiding (WMO)(nadeel € 202.000)

Begeleiding individueel regulier - Perspectief (nadeel € 79.000 )
De kosten voor begeleiding individueel regulier zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen hoger uit dan in het najaar werd verwacht. De belangrijkste oorzaak is dat het aantal cliënten uiteindelijk sterker is gestegen dan verwacht. Dit levert een nadeel op van € 79.000.

Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief (nadeel € 146.000 )
De kosten voor begeleiding individueel specialistisch zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen wat hoger uit dan in het najaar werd verwacht. Dit levert een nadeel op van € 146.000.  

Dagbesteding - Perspectief  (voordeel € 37.000 )
De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal. Dit levert een voordeel op van € 37.000. 

Overige verschillen (nadeel € 14.000)

Dagbesteding (WMO) (voordeel € 93.000) 

Dagbesteding - Langer Thuis (voordeel € 70.000 ) 

De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal.
Van het voordeel is € 38.000 afkomstig vanuit een eerder gedane resultaatbestemming voor het project Veense Huiskamers, in verband met het wegvallen van de co-financiering vanuit het Oranje Fonds. 
Uiteindelijk is er in 2025 geen beroep op dit bedrag gedaan en hebben wij de extra bijdrage aan Stichting Veens Welzijn kunnen bekostigen vanuit de SPUK IZA 2025.

Overige verschillen (voordeel € 23.000)

Overige maatwerkarrangementen (voordeel (158.000)

Collectief vervoer (nadeel € 32.000 )
Doordat er in 2025 minder ritten zijn gereden en daarnaast minder reiskilometers zijn gemaakt heeft dit een negatieve impact gehad op de ontvangen reizigersbijdrage. 

Kortdurend verblijf LVB (voordeel € 85.000 )
De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er een voordeel van € 85.000 en binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er in 2025 een nadeel van € 50.000 ontstaan. Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordeel van € 35.000.

Maatwerkvoorzieningen materieel & WMO Vervoersvoorzieningen WMO  (voordeel € 16.000 )

De kosten voor de vervoersvoorzieningen zijn in 2025 over een tweetal budgetten verdeeld. Binnen het budget Maatwerkvoorzieningen materieel Wmo is in 2025 een nadeel van € 40.000 ontstaan en binnen het budget Vervoervoorzieningen Wmo een voordeel van € 56.000. Per saldo geeft dit een voordeel van € 16.000. 

Vervoersvoorzieningen PGB (nadeel € 25.000 )
De PGB is altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. 

Woonvoorzieningen WMO (nadeel € 58.000 )
Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er meer van dit soort dure voorzieningen geïndiceerd dan vooraf was begroot.

Woonvoorzieningen WMO PGB (voordeel € 190.000 )
Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er minder van dit soort dure voorzieningen in PGB vorm geïndiceerd dan begroot.

WMO contractmanagement (nadeel € 53.000 )
Sinds 2025 gelden aangescherpte contractvoorwaarden voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo. Dit heeft geleid tot meer juridische geschillen met aanbieders dan vooraf begroot, mede door de benodigde inzet van toezichthouders. Een aanzienlijk deel van deze geschillen betreft terugvorderingen op onterecht uitbetaalde vergoedingen, met een financieel belang van minimaal € 100.000 tot mogelijk € 500.000 afhankelijk van lopende procedures. 

Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen WMO (voordeel € 47.000 )
In 2025 is uiteindelijk een hoger bedrag aan eigen bijdrage vanuit het CAK ontvangen dan vooraf was begroot.

Overige verschillen (nadeel € 12.000)


Huishoudelijke hulp (Wmo) (nadeel € 67.000) 

Hulp bij huishouden - Langer Thuis (nadeel € 44.000 )
De kosten voor hulp bij huishouden vielen een half procent hoger uit dan begroot. De stijging van het aantal cliënten heeft ook in 2025 doorgezet, maar is relatief beperkt. 

Overige verschillen (nadeel € 23.000)


PGB Wmo (voordeel €163.000)

Begeleiding individueel regulier - Perspectief (voordeel € 26.000 )
De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. 

Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief  (voordeel € 100.000 )
De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. 

Overige verschillen (voordeel € 37.000)

 

Beschermd wonen (Wmo) (nadeel €46.000)

Beschermd wonen (nadeel € 50.000 )
De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er een nadeel van € 50.000 en binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er in 2025 een voordeel van € 85.000 ontstaan. Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordelig saldo van €35.000 ,-
Beleidsmatig zetten wij de laatste jaren in op een verschuiving van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, zodat inwoners met een psychische/psychiatrische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving kunnen wonen met passende begeleiding. Uit het ontstane voordeel blijkt dat deze beweging goed op gang is gekomen.

Overige verschillen (voordeel € 4.000)

 

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) (voordeel € 199.000) 
Advies- en Meldpunt Verward (Voordeel € 199.000)
In 2025 zijn alle kosten voor het Meldpunt verward gedrag ten laste gebracht van de SPUK IZA uitkering, waardoor er binnen dit taakveld een positief saldo is ontstaan.

Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (voordeel € 2.251.000)
Op dit moment bedraagt het totale voordeel op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (6.22), € 2.251.000 voordelig op de directe lasten en baten.  

2e lijnszorg Jeugdzorg (voordeel € 1.973.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2e lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.

Algemene voorzieningen jeugd (budgettair kader/bedrijfsvoeringsvoeringskosten jeugdhulpregio jeugd FV (voordeel € 180.000, resultaatbestemming Ervaringsdeskundigen 25.000)
Het voordeel op het budget algemene voorzieningen bedraagt € 180.000. Hiervan heeft € 165.000 betrekking op een terugbetaling aan de gemeente Veenendaal uit de bedrijfsvoeringskosten van de Jeugdregio Foodvalley, op basis van de jaarcijfers 2025. Het positieve resultaat is nagenoeg geheel incidenteel van aard en wordt grotendeels veroorzaakt door lagere personele lasten en lagere doorbelasting voor het gastheerschap. Daarnaast is er voordeel van € 19.000 op bovenregionale samenwerking, omdat hiervoor alternatieve dekking is gevonden via een SPUK.

De jeugdhulpregio Jeugd FV heeft de afgelopen jaren ervaringsdeskundigheid ingezet voor jeugdigen die opgroeien in gezinnen met multiproblematiek. In het bestuurlijk overleg van Jeugd FV is besloten deze inzet in 2026 te continueren, omdat evaluatie laat zien dat hiermee positieve resultaten worden bereikt. Tot medio 2025 werden deze kosten gedekt uit een landelijke subsidie. Voor 2026 zijn hiervoor geen middelen in de begroting opgenomen. Daarom wordt voorgesteld om € 25.000 van het voordelige resultaat 2025 op de bedrijfsvoeringskosten van de jeugdhulpregio Jeugd FV, zoals eerder hierboven is toegelicht, hiervoor beschikbaar te stellen.

Centrum Jeugd en gezin (voordeel € 58.000)
Het budget van het Centrum voor Jeugd en Gezin laat een voordelig resultaat zien van € 58.000. Dit betreft een incidenteel voordeel, dat is ontstaan doordat het CJG in 2025 niet de volledige beschikbare formatie heeft kunnen invullen. Overeenkomstig de gemaakte afspraken wordt het positieve jaarresultaat eerst toegevoegd aan de egalisatiereserve tot het maximaal toegestane niveau. Het resterende deel (€ 58.000) wordt aan de gemeente terugbetaald

Programma Sociaal Domein integrale projecten (voordeel € 56.142) 
Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Coördinatie en beleid Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd, terwijl de kosten van € 49.000 op het andere taakveld zijn verantwoord. De kosten en budgetten voor het programma Sociaal Domein zijn ondergebracht binnen verschillende taakvelden. 
 
Overige afwijkingen nadeel van € 13.616 


Jeugdhulp ambulant lokaal (nadeel € 51.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.


POK bijdrage voor Proefuin  (Voordeel € 75.000, resultaatbestemming)
De ontvangen POK-middelen zijn bedoeld voor de uitvoering van het Toekomstscenario, waar de proeftuin onderdeel van uitmaakt. In 2025 heeft de gemeente Veenendaal via centrumgemeente Amersfoort een bedrag van € 75.000 ontvangen. Deze middelen zijn pas in december 2025 ontvangen en konden daardoor in 2025 niet meer voor dit doel worden ingezet. Daarom wordt voorgesteld dit bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026, zodat de middelen alsnog kunnen worden ingezet voor de proeftuin.


Jeugdhulp ambulant regionaal (nadeel €810.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.


Jeugdhulp met verblijf regionaal (nadeel € 1.207.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.


Jeugdbescherming (voordeel € 1.133.000)

Toelichting financiële afwijkingen Jeugdzorg 2025

De 2de-lijnszorg binnen de jeugdhulp heeft betrekking op de bovengenoemde taakvelden Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd, Jeugdhulp ambulant lokaal, Jeugdhulp ambulant regionaal, Jeugdhulp met verblijf regionaal en Jeugdbescherming. Omdat deze taakvelden financieel met elkaar samenhangen, worden de afwijkingen niet per taakveld afzonderlijk toegelicht, maar in onderlinge samenhang bij dit taakveld toegelicht.

In de onderstaande tabel zijn de betreffende taakvelden en de bijbehorende saldi opgenomen. Hiermee wordt inzichtelijk hoe de afzonderlijke afwijkingen gezamenlijk leiden tot het totale voordeel van € 1.038.000 op de 2de-lijns jeugdzorg.

De kosten van de tweedelijns zorg worden gefinancierd vanuit de Jeugdwet en hebben het karakter van een openeinderegeling. Dit betekent dat de gemeente de kosten moet vergoeden wanneer een gecertificeerde instelling, medisch specialist of huisarts een indicatie voor deze zorg afgeeft. De gemeente Veenendaal heeft de inkoop van deze zorg regionaal georganiseerd via Jeugdhulpregio Foodvalley, hierna JeugdFV.

Voor 2025 was voor de tweedelijns jeugdzorg een bedrag van € 35.022.000 begroot. Wat betreft tweedelijns jeugdzorg uitgaven is er een voordeel van € 705.000. Dit voordeel wordt niet veroorzaakt doordat in 2025 aanzienlijk minder zorguitgaven zijn gedaan voor de in dat jaar afgenomen zorg, maar hangt vooral samen met een incidentele teruggave van € 509.000. Deze teruggave heeft betrekking op voorgaande dienstjaren tot en met 2024. Zorgaanbieders hebben namelijk vijf jaar de mogelijkheid om kosten alsnog in rekening te brengen. Voor zover daarvan geen gebruik wordt gemaakt, vallen deze middelen terug aan de gemeenten. De definitieve cijfers van JeugdFV over 2025 laten een voordeel zien van € 60.000 ten opzichte van de begroting 2025. Het overige voordeel van de in totaal €705.000 wordt verklaard doordat de tweedelijnszorgkosten voor Oekraïense jeugd worden gedekt uit het budget dat de gemeente ontvangt voor de opvang van Oekraïense inwoners.

Daarnaast doen zich enkele overige incidentele voordelen voor. Het betreft € 75.000 aan in december ontvangen POK-middelen voor de proeftuin, € 167.000 voordeel op de zorgkosten van de William Schrikker Groep, € 61.000 voordeel op de eindafrekening van Veilig Thuis en € 31.000 voordeel op niet-gecontracteerd vervoer.

Deze afwijkingen zijn pas later bekend geworden en/of hebben betrekking op een eindafrekening. Hieronder is een totaaloverzicht van deze voordelen opgenomen.

Belangrijk om op te merken is dat het voordeel op de uitgaven voor de tweedelijns jeugdzorg in belangrijke mate incidenteel van aard is en daarom geen structureel positief beeld voor de komende jaren geeft. Daarnaast is gedurende 2025 bij de eerste en tweede bestuursrapportage 2025 het jeugdbudget incidenteel met in totaal € 3.300.000 is verhoogd. In de programmabegroting 2026–2029 is dit bedrag deels opgenomen als taakstelling binnen de gehele begroting en deels als risico. Voor 2026 en verder blijven de in de programmabegroting 2026-2029 opgenomen ontwikkelingen en risico’s ongewijzigd. Dit betekent dat het opgenomen risico voor de jeugdzorg van € 7.500.000 nog steeds een financieel risico voor de gemeente vormt.

Toelichting ontwikkeling jeugdzorguitgaven 2025 ten opzichte van 2024

Ten opzichte van 2024 zijn de jeugdzorguitgaven gegroeid met € 3.760.000 (10,76%). Als gevolg van een indexatie (loon- en prijs) van € 1.780.000 (5,09%) en autonome ontwikkelingen van € 1.650.000 (4,72%). De calculatorische reserve bedraagt daarbij € 330.000 (0,94%). De autonome groei wordt gemeten door de toename/afname in aantallen cliënten en de toename van de intensiteit per traject. Hieronder geven wij per hoofd- en deelcategorie een toelichting op de tweedelijns jeugdzorg. Dan is ook zichtbaar dat het over het algemeen gaat om een afname dan wel beperkte groei in aantal jeugdigen, maar met name om veelal een toename in intensiteit en indexaties.

Ambulant
We zien een groei van de kosten met 1,82 miljoen euro (9,36%) bij ambulant. Deze ontwikkeling komt door de volgende effecten: als gevolg van een toename van het aantal jeugdigen met (2,88%/ 57 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit van ambulante jeugdhulp met 0,77%. Er is sprake van een toename in het jeugdhulpgebruik ambulant die groter is dan de indexatie.

Landelijk
We zien een groei van de kosten met 0,29 miljoen euro (20,44%) bij landelijk. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-34,69% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 49,42%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik landelijk t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.

Veiligheid
We zien een groei van de kosten met 0,25 miljoen euro (16,19%) bij veiligheid. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-7,56% / -13 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit jeugdhulp met 18,04%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik veiligheid t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.

Verblijf
We zien een groei van de kosten met 0,92 miljoen euro (10,47%) bij verblijf. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-8,02% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 12,78%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik verblijf t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.

 

PGB Jeugd (voordeel € 30.000)
Bij de decemberwijziging is op grond van de prognose van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een bedrag van € 273.000,- bijgeraamd voor 2025. Nu blijk dat dit € 30.000,- teveel is geweest. Dit is te verklaren door een daling in het aantal nieuw toegekende PGB’s en het beëindigen van een aantal PGB’s.”

Coördinatie en beleid Jeugd (nadeel € 49.000)
Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (€ 56.000), terwijl de kosten op het andere taakveld zijn verantwoord.

Onderwijsbeleid en leerlingzaken (voordeel € 251.000) 
Regionale Administratie Leerplicht (voordeel € 65.000) 
De baten voor de Regionale Administratie Leerplicht vallen in 2025 hoger uit dan begroot. Dit komt doordat de bijdragen van deelnemende gemeenten zijn gebaseerd op de werkelijke kosten van de uitvoering, die de afgelopen jaren sterker zijn gestegen dan de indexatie waarop de begroting was gebaseerd. Hierdoor ontstaat een positief verschil tussen de geraamde en gerealiseerde opbrengsten. Gezien het structurele karakter van de afwijking worden inkomsten en uitgaven bijgesteld in de eerstvolgende bestuursrapportage.

Leerlingenvervoer (voordeel € 123.000)
Op het leerlingenvervoer is een voordelig resultaat van € 123.000 gerealiseerd. Dit voordeel wordt veroorzaakt door een afname van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van het leerlingenvervoer. Deze ontwikkeling hangt mogelijk samen met een groter lokaal passend onderwijsaanbod, waardoor leerlingen vaker dichter bij huis onderwijs kunnen volgen. Daarnaast wordt scherper getoetst op aanvragen en vaker gekeken naar passende, minder kostbare vervoersalternatieven, zoals fiets- of ov-vervoer. Medio 2026 wordt op basis van de nieuwe aanvragen beoordeeld of deze afname zich voortzet en of het budget structureel kan worden bijgesteld

Peuterwerk (voordeel € 81.000)              
Op het budget peuterwerk is een voordelig resultaat van € 81.000 gerealiseerd. Dit voordeel is ontstaan door terugvorderingen die voortvloeien uit de subsidievaststellingen 2024, die medio 2025 hebben plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat minder gebruik is gemaakt van peuterplaatsen dan aanvankelijk door de peuterwerkinstellingen was aangevraagd.                                                                                                                                                                                                                                                                             

Overige afwijkingen (nadeel € 18.000)

Overige verschillen (voordeel € 52.000)

Excel-tabel

Omschrijving (toelichting)

Reservemutaties

Toevoegingen aan de reserves: nadeel € 444.000 In lijn met eerdere besluitvorming zijn de volgende toevoegingen aan de reserves, die afwijken van de begroting, verwerkt:

•    Een storting in de bestemmingsreserve meerjarige middelen van € 444.000 voor het onderhoud Lampegiet.

Excel-tabel