Omschrijving (toelichting)
Arbeidsparticipatie (voordeel € 368.000)
Statushouders en taaleis (voordeel € 132.000)
De niet bestede middelen, ad € 132.000, zijn bedoeld voor programmakosten voor oudkomers: inburgeraars die onder de oude Wet inburgering (tot en met 2021) vallen en die hun traject grotendeels zelf moesten financieren. Deze doelgroep bestaat vaak uit statushouders die nog taallessen, examens of de PVT-training moeten afronden, maar voor wie de kosten niet via de SPUK-regeling vergoed kunnen worden. De middelen zijn in 2025 nog niet volledig benut, omdat de doelgroep door onvoldoende capaciteit nog niet volledig in beeld is gebracht.
In 2026 wordt een project gestart om deze groep volledig te registreren en gericht budget te reserveren, met als doel in het vierde kwartaal van 2026 een compleet beeld te hebben én een start te hebben gemaakt aan het ondersteunen van de doelgroep.
Inburgering algemeen (voordeel € 73.000, resultaatbestemming)
Binnen Inburgering algemeen is sprake van een voordeel van € 73.000. Het Rijk stelt in de periode 2021-2026 middels circulaires middelen beschikbaar ten behoeve van inburgering. Het betreft incidentele middelen die in de loop der jaren ook afnemen. Deze middelen zijn -samen met de middelen die de gemeenten Rhenen en Renswoude ontvangen voor dit doel, en waarvoor Veenendaal de taak uitvoert- eerder beschikbaar gesteld ten behoeve van tijdelijke formatie ter ondersteuning van de verhoogde instroom van statushouders in de jaren tot en met 2026. Jaarlijks wordt de uitvoering geëvalueerd en de formatie afgestemd op de instroom. Om de taak uit te kunnen voeren moeten deze middelen -conform eerdere besluitvorming- beschikbaar blijven voor dit doel. Voorgesteld wordt de resterende middelen middels een resultaatbestemming opnieuw beschikbaar te stellen in 2026.
Re-integratie en participatie onderdelen (voordeel € 163.000)
Binnen het re-integratiebudget is ultimo 2025 sprake van een voordelig resultaat van € 163.000. In eerdere bestuurlijke rapportages is gemeld dat we een verschuiving zien in de samenstelling van het bijstandsbestand: het aantal personen in het doelgroep register neemt toe en meer inwoners hebben te maken met meervoudige problematiek. Hierdoor is de begeleiding richting uitstroom intensiever en langduriger geworden. Het aantal klanten met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, en waarbij goedkoper en kortdurende instrumenten worden ingezet, neemt af. In de decemberwijziging 2025 zijn de middelen daarom herverdeeld en bijgesteld naar een realistischer raming. Er is bijgeraamd op de onderdelen Diagnose en WorkFirst, versterking van het re-integratieaanbod en baanafspraken Sociaal Akkoord. Deze hogere kosten zijn volledig gedekt door aframingen binnen re-integratie algemeen, flankerend beleid en facilitering werkgevers. Als gevolg van de steeds zwaarder wordende doelgroep en daarmee ook de inzet van duurdere en ook langere trajecten verwachten we dat de onderbesteding in 2025 een incidentele ontwikkeling betrof.
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (voordeel € 426.000, resultaatbestemming)
Vastgoed Lampegiet (voordeel € 426.000)
In 2023 is de raad geïnformeerd (door middel van RIB 2023.24) over de onderhoudssituatie van het theater. Om het theater tijdelijk te kunnen blijven exploiteren in verband met een veilige bedrijfsvoering, zijn in 2024 meerjarig extra middelen beschikbaar gesteld ter hoogte van € 1.259.000. Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden is uitgevoerd. Het resterende deel is nodig voor nog uit te voeren werkzaamheden en wordt daarom toegevoegd aan de reserve meerjarige middelen.
Overige verschillen (nadeel € 18.000)
Inkomensregelingen (voordeel € 838.000)
Schulddienstverlening beleid en schulddienstverlening uitvoering (voordeel € 123.000)
De onder uitputting in 2025 ad €79.000 op Schulddienstverlening Beleid en € 44.000 op Schulddienstverlening Uitvoering, totaal € 123.000, wordt veroorzaakt doordat er extra bijdragen zijn ontvangen die nog niet waren begroot en door lagere uitgaven dan begroot wegens de lastige bereikbaarheid van de doelgroep.
Minima (voordeel € 120.000)
In 2025 ontstaat een positief saldo van € 120.000 binnen het minimabudget. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een daling van het aantal deelnemers aan de Gemeentepolis en lagere uitgaven via de Veenendaalpas. Beide regelingen zijn open-einde-regelingen, waardoor de daadwerkelijke uitgaven afhankelijk zijn van het gebruik door inwoners. Aangezien de cijfers van de lokale armoedescan van het CBS pas later bekend worden is er (nog) geen inzicht of er sprake is van een daling van het aantal minima. We beschouwen het positieve saldo dan ook incidenteel van aard.
Loonkostensubsidie (voordeel € 199.000)
Binnen de middelen voor loonkostensubsidie is sprake van een incidentele onderbesteding ad € 199.000. Dit komt doordat het Rijk in de meicirculaire 2025 aanvullende middelen heeft verstrekt die in 2025 nog niet volledig konden worden ingezet. De verwachting is dat deze middelen in 2026 en verder wel volledig worden benut, omdat het aantal personen dat gebruik maakt van loonkostensubsidie blijft stijgen. Hiermee sluit de besteding aan op de structurele ontwikkeling van de doelgroep.
Bijstand (voordeel € 404.000)
Binnen het budget voor Bijstand onder de 65 jaar is ultimo 2025 sprake van een positief resultaat van € 404.000. Gedurende het jaar worden het Voorlopig budget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten), het Nader voorlopig budget en het Definitieve budget in de bestuursrapportages en Decemberwijziging verwerkt. Hierbij worden ook de hogere lasten en de verwachte bestandsontwikkelingen betrokken. Deze periodieke actualisaties volgen uit het verdeelmodel, zijn ook mede afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden, en leiden structureel tot bijstellingen gedurende het jaar.
In 2025 zijn als gevolg van personeelswisselingen het Definitieve budget BUIG alsook de hogere lasten niet verwerkt in de Decemberwijziging. De inkomsten vallen circa € 2,85 miljoen hoger uit dan begroot doordat het definitieve BUIG-budget hoger is vastgesteld dan het voorlopig en nader voorlopig budget waarmee in de begroting rekening was gehouden. Aan de uitgavenkant is sprake van een hogere last van circa € 2,45 miljoen.
Kwijtschelding (nadeel € 41.000)
Het nadeel op het onderdeel kwijtschelding is ontstaan door een storting in de voorziening dubieuze debiteuren.
Overige verschillen (voordeel € 33.000)
Onderwijshuisvesting (nadeel € 35.000)
Binnen het budget voor onderwijshuisvesting zijn inkomsten geraamd ten behoeve van de actualisatie van ontvangen huuropbrengsten. Deze zijn niet toegerekend en/of ontvangen. Bedrag van € 35.000 komt als nadeel in de jaarrekening.
Samenkracht en burgerparticipatie (voordeel € 2.551.000)
Project Crisisnoodopvang (voordeel € 349.000)
De gemeente verzorgt crisisnoodopvang voor statushouders in opdracht van het COA. De hiermee gemoeide kosten worden volledig gedeclareerd, waardoor de regeling in de praktijk budgetneutraal verloopt. In 2025 vallen de inkomsten hoger uit dan geraamd. Dit hangt samen met het feit dat een deel van de declarabele kosten, ad € 349.000, uit eind 2024 in 2025 is ontvangen. Dit is in 2024 niet opgenomen als balanspost, vandaar in 2024 een negatief resultaat en in 2025 een positief resultaat. Timingverschillen in declaraties veranderen overigens niets aan het structureel kostendekkende karakter van de uitvoering: de ontvangen vergoedingen sluiten aan bij de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Opvang Vluchtelingen Oekraïne (voordeel € 2.121.000, resultaatbestemming)
Binnen de opvang van ontheemden uit Oekraïne (Specifieke Uitkering M16) is sprake van een positief resultaat van € 2.121.000. Dit voordeel ontstaat doordat het Rijk een normbedrag per persoon per dag verstrekt, terwijl de daadwerkelijke kosten voor de gemeentelijke opvang lager uitvallen dan deze normvergoeding. Dit resulteert, net als in voorgaande jaren, in een ruim positief saldo. In 2025 is als gevolg van personeelswisselingen het saldo bij de Decemberwijziging niet grotendeels afgeraamd danwel in de Reserve Opvang Ontheemden gestort.
De afwijking hangt samen met het feit dat de regeling budgetneutraal wordt geraamd op basis van de rijksvergoeding: de inkomsten zijn daarmee hoger dan de uitgaven. Voorgesteld wordt het positieve resultaat toe te voegen aan de Reserve Opvang Ontheemden. Voor de begroting 2027 zullen we bezien in hoeverre deze middelen in de reserve noodzakelijk zijn dan wel anders ingezet zouden kunnen worden.
Er is op dit moment onzekerheid over het vervolg van de gemeentelijke opvangplicht, mede doordat landelijke besluitvorming over de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) nog op zich laat wachten. De RTB eindigt in maart 2027. De verwachting is dat de opvang verlengd gaat worden maar dat er sprake gaat zijn van een ander regeling. Hoe dit vormgegeven gaat worden is op dit moment nog onzeker. Daarnaast nemen de eisen en kosten voor onder andere onderhoud en noodzakelijke aanpassingen van opvanglocaties toe. Ook bestaat het risico dat de rijksvergoeding in de toekomst wordt aangepast of verlaagd, waardoor kosten mogelijk niet langer volledig worden gedekt. Ook kunnen aanzienlijke kosten ontstaan bij opschaling of afbouw van locaties, zoals contractbeëindiging en het herstellen van panden.
Daarbij komt dat vanuit het Rijk steeds nadrukkelijker wordt gevraagd om meer duurzame en langdurig opvangplekken. Hoewel hiervoor landelijk nog geen structurele financieringsmogelijkheden of kaders beschikbaar zijn, wordt van gemeenten wel verwacht dat zij hierop anticiperen. Om tijdig te kunnen investeren in geschikte, toekomstbestendige opvangvoorzieningen is financiële ruimte nodig. Door het positieve resultaat aan de reserve toe te voegen, kan de gemeente op deze ontwikkelingen voorsorteren en blijven middelen beschikbaar om noodzakelijke stappen te zetten zodra landelijke besluitvorming dit mogelijk maakt.
Transitiekosten opvang Oekraïners (nadeel € 43.000)
Voor het leefbaar maken of verbouwen van opvanglocaties kan de gemeente een Rijksaanvraag indienen, die erop is gericht deze kosten in principe budgetneutraal te laten verlopen. De aanvraag wordt gebaseerd op een prognose, waardoor de uiteindelijke kosten kunnen afwijken. In 2025 bleven de gerealiseerde kosten binnen de toegestane afwijkingsmarge van 10%, waardoor geen aanvullende aanvraag kon worden gedaan. Dit resulteerde in een beperkt nadeel van € 43.000.
Daarbij geldt dat dit nadeel beperkt is in verhouding tot het positieve resultaat dat wordt behaald op de normvergoeding voor de opvang van Oekraïense ontheemden.
Kinderopvang en buitenschoolse opvang pleegkinderen (voordeel 49.000, resultaatbestemming).
Het Rijk heeft in 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang voor pleegkinderen. Voor de gemeente betreft dit een bedrag van € 49.000, dat pas in december 2025 via de decembercirculaire is ontvangen. Omdat deze middelen daardoor in 2025 niet meer konden worden ingezet, wordt voorgesteld het bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026. Dit sluit aan bij de gebruikelijke werkwijze voor middelen die laat in het jaar worden ontvangen en nog niet tot besteding kunnen komen.
SPUK H30-10 Versterken Sociale basis (voordeel € 71.000)
Binnen de SPUK GALA onderdelen zijn budgetten geschoven. Door aangepast regelgeving is in de loop van 2025 de SPUK GALA één budget geworden. Per saldo blijft op de totale SPUK-GALA geen geld over, per onderdeel kan er sprake zijn van een afwijking, zoals in dit geval een voordeel van € 71.000.
Overige verschillen (voordeel € 4.000)
Sportbeleid en activering (voordeel € 134.000)
Bij de afrekening van de SPUK 2022 is destijds een bedrag verantwoord en ingediend dat bij nadere beoordeling heeft geleid tot een correctie. In 2025 is deze correctie verwerkt. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente aanvullend € 134.000 ontvangen. Deze middelen zijn niet langer benodigd voor het oorspronkelijke doel.
Hulp bij het huishouden (WMO) (voordeel € 173.000)
Hulp gedupeerden toeslagenaffaire (voordeel € 173.000)
De uitvoering van de hersteloperatie voor gedupeerden van de toeslagenaffaire, waaronder de kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen, wordt volledig gefinancierd vanuit de SPUK B2-regeling van het Rijk. Voor een deel van de werkzaamheden ontvangt de gemeente normbedragen, die hoger kunnen uitvallen dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. Voor andere taken vindt vergoeding plaats op basis of ter hoogte van de werkelijke kosten. Door deze mix van normfinanciering en kostendekkende vergoedingen ontstaat in 2025 een positief saldo van circa € 173.000.
WSW en beschut werk (nadeel € 394.000)
WSW en Beschut werk (nadeel € 394.000)
Binnen taakveld WSW en Beschut Werk is in 2025 sprake van een overbesteding van € 394.000. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat in onze begroting onvoldoende middelen waren geraamd voor de WSW, terwijl we -conform bestuurlijke afspraken- middelen die van het Rijk ontvangen voor deze taak 1-op-1 beschikbaar stellen aan IW4. Voor de eerste bestuursrapportage 2026 wordt nader onderzocht of er sprake is van een structureel effect.
Voor 2026 en 2027 wordt verwacht dat de beschikbare middelen voor Beschut werk ontoereikend zullen zijn. Er is namelijk sprake van een overrealisatie. Bij de beoordeling van aanvragen voor Beschut Werk wordt kritisch bezien of er ook andere voorliggende en passende voorzieningen zijn. Het risico in de huidige situatie is voor gemeenten. Dat betekent dat we de rijksbijdrage 1-op-1 doorzetten en de overrealisatie aanvullend financieren uit het re-integratiebudget.
Het rijk heeft aangekondigd dat vanaf 1 januari 2028 een nieuw financieringssysteem voor beschut werk wordt ingevoerd: de financiering wordt gebaseerd op realisatie van werkplekken in plaats van op taakstelling. Dit is nog geen vastgesteld besluit. Voor onze prognose betekent dit dat extra kosten als gevolg van over realisatie vanaf dat moment mogelijk door het Rijk worden vergoed, waardoor de gemeentelijke financiële druk wordt beperkt. Dit is een positieve ontwikkeling.
Begeleiding (WMO)(nadeel € 202.000)
Begeleiding individueel regulier - Perspectief (nadeel € 79.000 )
De kosten voor begeleiding individueel regulier zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen hoger uit dan in het najaar werd verwacht. De belangrijkste oorzaak is dat het aantal cliënten uiteindelijk sterker is gestegen dan verwacht. Dit levert een nadeel op van € 79.000.
Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief (nadeel € 146.000 )
De kosten voor begeleiding individueel specialistisch zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen wat hoger uit dan in het najaar werd verwacht. Dit levert een nadeel op van € 146.000.
Dagbesteding - Perspectief (voordeel € 37.000 )
De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal. Dit levert een voordeel op van € 37.000.
Overige verschillen (nadeel € 14.000)
Dagbesteding (WMO) (voordeel € 93.000)
Dagbesteding - Langer Thuis (voordeel € 70.000 )
De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal.
Van het voordeel is € 38.000 afkomstig vanuit een eerder gedane resultaatbestemming voor het project Veense Huiskamers, in verband met het wegvallen van de co-financiering vanuit het Oranje Fonds.
Uiteindelijk is er in 2025 geen beroep op dit bedrag gedaan en hebben wij de extra bijdrage aan Stichting Veens Welzijn kunnen bekostigen vanuit de SPUK IZA 2025.
Overige verschillen (voordeel € 23.000)
Overige maatwerkarrangementen (voordeel (158.000)
Collectief vervoer (nadeel € 32.000 )
Doordat er in 2025 minder ritten zijn gereden en daarnaast minder reiskilometers zijn gemaakt heeft dit een negatieve impact gehad op de ontvangen reizigersbijdrage.
Kortdurend verblijf LVB (voordeel € 85.000 )
De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er een voordeel van € 85.000 en binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er in 2025 een nadeel van € 50.000 ontstaan. Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordeel van € 35.000.
Maatwerkvoorzieningen materieel & WMO Vervoersvoorzieningen WMO (voordeel € 16.000 )
De kosten voor de vervoersvoorzieningen zijn in 2025 over een tweetal budgetten verdeeld. Binnen het budget Maatwerkvoorzieningen materieel Wmo is in 2025 een nadeel van € 40.000 ontstaan en binnen het budget Vervoervoorzieningen Wmo een voordeel van € 56.000. Per saldo geeft dit een voordeel van € 16.000.
Vervoersvoorzieningen PGB (nadeel € 25.000 )
De PGB is altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag.
Woonvoorzieningen WMO (nadeel € 58.000 )
Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er meer van dit soort dure voorzieningen geïndiceerd dan vooraf was begroot.
Woonvoorzieningen WMO PGB (voordeel € 190.000 )
Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er minder van dit soort dure voorzieningen in PGB vorm geïndiceerd dan begroot.
WMO contractmanagement (nadeel € 53.000 )
Sinds 2025 gelden aangescherpte contractvoorwaarden voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo. Dit heeft geleid tot meer juridische geschillen met aanbieders dan vooraf begroot, mede door de benodigde inzet van toezichthouders. Een aanzienlijk deel van deze geschillen betreft terugvorderingen op onterecht uitbetaalde vergoedingen, met een financieel belang van minimaal € 100.000 tot mogelijk € 500.000 afhankelijk van lopende procedures.
Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen WMO (voordeel € 47.000 )
In 2025 is uiteindelijk een hoger bedrag aan eigen bijdrage vanuit het CAK ontvangen dan vooraf was begroot.
Overige verschillen (nadeel € 12.000)
Huishoudelijke hulp (Wmo) (nadeel € 67.000)
Hulp bij huishouden - Langer Thuis (nadeel € 44.000 )
De kosten voor hulp bij huishouden vielen een half procent hoger uit dan begroot. De stijging van het aantal cliënten heeft ook in 2025 doorgezet, maar is relatief beperkt.
Overige verschillen (nadeel € 23.000)
PGB Wmo (voordeel €163.000)
Begeleiding individueel regulier - Perspectief (voordeel € 26.000 )
De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag.
Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief (voordeel € 100.000 )
De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag.
Overige verschillen (voordeel € 37.000)
Beschermd wonen (Wmo) (nadeel €46.000)
Beschermd wonen (nadeel € 50.000 )
De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er een nadeel van € 50.000 en binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er in 2025 een voordeel van € 85.000 ontstaan. Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordelig saldo van €35.000 ,-
Beleidsmatig zetten wij de laatste jaren in op een verschuiving van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, zodat inwoners met een psychische/psychiatrische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving kunnen wonen met passende begeleiding. Uit het ontstane voordeel blijkt dat deze beweging goed op gang is gekomen.
Overige verschillen (voordeel € 4.000)
Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) (voordeel € 199.000)
Advies- en Meldpunt Verward (Voordeel € 199.000)
In 2025 zijn alle kosten voor het Meldpunt verward gedrag ten laste gebracht van de SPUK IZA uitkering, waardoor er binnen dit taakveld een positief saldo is ontstaan.
Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (voordeel € 2.251.000)
Op dit moment bedraagt het totale voordeel op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (6.22), € 2.251.000 voordelig op de directe lasten en baten.
2e lijnszorg Jeugdzorg (voordeel € 1.973.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2e lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.
Algemene voorzieningen jeugd (budgettair kader/bedrijfsvoeringsvoeringskosten jeugdhulpregio jeugd FV (voordeel € 180.000, resultaatbestemming Ervaringsdeskundigen 25.000)
Het voordeel op het budget algemene voorzieningen bedraagt € 180.000. Hiervan heeft € 165.000 betrekking op een terugbetaling aan de gemeente Veenendaal uit de bedrijfsvoeringskosten van de Jeugdregio Foodvalley, op basis van de jaarcijfers 2025. Het positieve resultaat is nagenoeg geheel incidenteel van aard en wordt grotendeels veroorzaakt door lagere personele lasten en lagere doorbelasting voor het gastheerschap. Daarnaast is er voordeel van € 19.000 op bovenregionale samenwerking, omdat hiervoor alternatieve dekking is gevonden via een SPUK.
De jeugdhulpregio Jeugd FV heeft de afgelopen jaren ervaringsdeskundigheid ingezet voor jeugdigen die opgroeien in gezinnen met multiproblematiek. In het bestuurlijk overleg van Jeugd FV is besloten deze inzet in 2026 te continueren, omdat evaluatie laat zien dat hiermee positieve resultaten worden bereikt. Tot medio 2025 werden deze kosten gedekt uit een landelijke subsidie. Voor 2026 zijn hiervoor geen middelen in de begroting opgenomen. Daarom wordt voorgesteld om € 25.000 van het voordelige resultaat 2025 op de bedrijfsvoeringskosten van de jeugdhulpregio Jeugd FV, zoals eerder hierboven is toegelicht, hiervoor beschikbaar te stellen.
Centrum Jeugd en gezin (voordeel € 58.000)
Het budget van het Centrum voor Jeugd en Gezin laat een voordelig resultaat zien van € 58.000. Dit betreft een incidenteel voordeel, dat is ontstaan doordat het CJG in 2025 niet de volledige beschikbare formatie heeft kunnen invullen. Overeenkomstig de gemaakte afspraken wordt het positieve jaarresultaat eerst toegevoegd aan de egalisatiereserve tot het maximaal toegestane niveau. Het resterende deel (€ 58.000) wordt aan de gemeente terugbetaald
Programma Sociaal Domein integrale projecten (voordeel € 56.142)
Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Coördinatie en beleid Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd, terwijl de kosten van € 49.000 op het andere taakveld zijn verantwoord. De kosten en budgetten voor het programma Sociaal Domein zijn ondergebracht binnen verschillende taakvelden.
Overige afwijkingen nadeel van € 13.616
Jeugdhulp ambulant lokaal (nadeel € 51.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.
POK bijdrage voor Proefuin (Voordeel € 75.000, resultaatbestemming)
De ontvangen POK-middelen zijn bedoeld voor de uitvoering van het Toekomstscenario, waar de proeftuin onderdeel van uitmaakt. In 2025 heeft de gemeente Veenendaal via centrumgemeente Amersfoort een bedrag van € 75.000 ontvangen. Deze middelen zijn pas in december 2025 ontvangen en konden daardoor in 2025 niet meer voor dit doel worden ingezet. Daarom wordt voorgesteld dit bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026, zodat de middelen alsnog kunnen worden ingezet voor de proeftuin.
Jeugdhulp ambulant regionaal (nadeel €810.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.
Jeugdhulp met verblijf regionaal (nadeel € 1.207.000)
De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.
Jeugdbescherming (voordeel € 1.133.000)
Toelichting financiële afwijkingen Jeugdzorg 2025
De 2de-lijnszorg binnen de jeugdhulp heeft betrekking op de bovengenoemde taakvelden Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd, Jeugdhulp ambulant lokaal, Jeugdhulp ambulant regionaal, Jeugdhulp met verblijf regionaal en Jeugdbescherming. Omdat deze taakvelden financieel met elkaar samenhangen, worden de afwijkingen niet per taakveld afzonderlijk toegelicht, maar in onderlinge samenhang bij dit taakveld toegelicht.
In de onderstaande tabel zijn de betreffende taakvelden en de bijbehorende saldi opgenomen. Hiermee wordt inzichtelijk hoe de afzonderlijke afwijkingen gezamenlijk leiden tot het totale voordeel van € 1.038.000 op de 2de-lijns jeugdzorg.

De kosten van de tweedelijns zorg worden gefinancierd vanuit de Jeugdwet en hebben het karakter van een openeinderegeling. Dit betekent dat de gemeente de kosten moet vergoeden wanneer een gecertificeerde instelling, medisch specialist of huisarts een indicatie voor deze zorg afgeeft. De gemeente Veenendaal heeft de inkoop van deze zorg regionaal georganiseerd via Jeugdhulpregio Foodvalley, hierna JeugdFV.
Voor 2025 was voor de tweedelijns jeugdzorg een bedrag van € 35.022.000 begroot. Wat betreft tweedelijns jeugdzorg uitgaven is er een voordeel van € 705.000. Dit voordeel wordt niet veroorzaakt doordat in 2025 aanzienlijk minder zorguitgaven zijn gedaan voor de in dat jaar afgenomen zorg, maar hangt vooral samen met een incidentele teruggave van € 509.000. Deze teruggave heeft betrekking op voorgaande dienstjaren tot en met 2024. Zorgaanbieders hebben namelijk vijf jaar de mogelijkheid om kosten alsnog in rekening te brengen. Voor zover daarvan geen gebruik wordt gemaakt, vallen deze middelen terug aan de gemeenten. De definitieve cijfers van JeugdFV over 2025 laten een voordeel zien van € 60.000 ten opzichte van de begroting 2025. Het overige voordeel van de in totaal €705.000 wordt verklaard doordat de tweedelijnszorgkosten voor Oekraïense jeugd worden gedekt uit het budget dat de gemeente ontvangt voor de opvang van Oekraïense inwoners.
Daarnaast doen zich enkele overige incidentele voordelen voor. Het betreft € 75.000 aan in december ontvangen POK-middelen voor de proeftuin, € 167.000 voordeel op de zorgkosten van de William Schrikker Groep, € 61.000 voordeel op de eindafrekening van Veilig Thuis en € 31.000 voordeel op niet-gecontracteerd vervoer.
Deze afwijkingen zijn pas later bekend geworden en/of hebben betrekking op een eindafrekening. Hieronder is een totaaloverzicht van deze voordelen opgenomen.

Belangrijk om op te merken is dat het voordeel op de uitgaven voor de tweedelijns jeugdzorg in belangrijke mate incidenteel van aard is en daarom geen structureel positief beeld voor de komende jaren geeft. Daarnaast is gedurende 2025 bij de eerste en tweede bestuursrapportage 2025 het jeugdbudget incidenteel met in totaal € 3.300.000 is verhoogd. In de programmabegroting 2026–2029 is dit bedrag deels opgenomen als taakstelling binnen de gehele begroting en deels als risico. Voor 2026 en verder blijven de in de programmabegroting 2026-2029 opgenomen ontwikkelingen en risico’s ongewijzigd. Dit betekent dat het opgenomen risico voor de jeugdzorg van € 7.500.000 nog steeds een financieel risico voor de gemeente vormt.
Toelichting ontwikkeling jeugdzorguitgaven 2025 ten opzichte van 2024
Ten opzichte van 2024 zijn de jeugdzorguitgaven gegroeid met € 3.760.000 (10,76%). Als gevolg van een indexatie (loon- en prijs) van € 1.780.000 (5,09%) en autonome ontwikkelingen van € 1.650.000 (4,72%). De calculatorische reserve bedraagt daarbij € 330.000 (0,94%). De autonome groei wordt gemeten door de toename/afname in aantallen cliënten en de toename van de intensiteit per traject. Hieronder geven wij per hoofd- en deelcategorie een toelichting op de tweedelijns jeugdzorg. Dan is ook zichtbaar dat het over het algemeen gaat om een afname dan wel beperkte groei in aantal jeugdigen, maar met name om veelal een toename in intensiteit en indexaties.
Ambulant
We zien een groei van de kosten met 1,82 miljoen euro (9,36%) bij ambulant. Deze ontwikkeling komt door de volgende effecten: als gevolg van een toename van het aantal jeugdigen met (2,88%/ 57 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit van ambulante jeugdhulp met 0,77%. Er is sprake van een toename in het jeugdhulpgebruik ambulant die groter is dan de indexatie.
Landelijk
We zien een groei van de kosten met 0,29 miljoen euro (20,44%) bij landelijk. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-34,69% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 49,42%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik landelijk t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.
Veiligheid
We zien een groei van de kosten met 0,25 miljoen euro (16,19%) bij veiligheid. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-7,56% / -13 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit jeugdhulp met 18,04%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik veiligheid t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.
Verblijf
We zien een groei van de kosten met 0,92 miljoen euro (10,47%) bij verblijf. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-8,02% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 12,78%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik verblijf t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie.
PGB Jeugd (voordeel € 30.000)
Bij de decemberwijziging is op grond van de prognose van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een bedrag van € 273.000,- bijgeraamd voor 2025. Nu blijk dat dit € 30.000,- teveel is geweest. Dit is te verklaren door een daling in het aantal nieuw toegekende PGB’s en het beëindigen van een aantal PGB’s.”
Coördinatie en beleid Jeugd (nadeel € 49.000)
Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (€ 56.000), terwijl de kosten op het andere taakveld zijn verantwoord.
Onderwijsbeleid en leerlingzaken (voordeel € 251.000)
Regionale Administratie Leerplicht (voordeel € 65.000)
De baten voor de Regionale Administratie Leerplicht vallen in 2025 hoger uit dan begroot. Dit komt doordat de bijdragen van deelnemende gemeenten zijn gebaseerd op de werkelijke kosten van de uitvoering, die de afgelopen jaren sterker zijn gestegen dan de indexatie waarop de begroting was gebaseerd. Hierdoor ontstaat een positief verschil tussen de geraamde en gerealiseerde opbrengsten. Gezien het structurele karakter van de afwijking worden inkomsten en uitgaven bijgesteld in de eerstvolgende bestuursrapportage.
Leerlingenvervoer (voordeel € 123.000)
Op het leerlingenvervoer is een voordelig resultaat van € 123.000 gerealiseerd. Dit voordeel wordt veroorzaakt door een afname van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van het leerlingenvervoer. Deze ontwikkeling hangt mogelijk samen met een groter lokaal passend onderwijsaanbod, waardoor leerlingen vaker dichter bij huis onderwijs kunnen volgen. Daarnaast wordt scherper getoetst op aanvragen en vaker gekeken naar passende, minder kostbare vervoersalternatieven, zoals fiets- of ov-vervoer. Medio 2026 wordt op basis van de nieuwe aanvragen beoordeeld of deze afname zich voortzet en of het budget structureel kan worden bijgesteld
Peuterwerk (voordeel € 81.000)
Op het budget peuterwerk is een voordelig resultaat van € 81.000 gerealiseerd. Dit voordeel is ontstaan door terugvorderingen die voortvloeien uit de subsidievaststellingen 2024, die medio 2025 hebben plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat minder gebruik is gemaakt van peuterplaatsen dan aanvankelijk door de peuterwerkinstellingen was aangevraagd.
Overige afwijkingen (nadeel € 18.000)
Overige verschillen (voordeel € 52.000)