B. PARAGRAFEN

B. PARAGRAFEN

Terug naar navigatie - B. PARAGRAFEN - B. PARAGRAFEN

Omschrijving (toelichting)

De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van een aantal aspecten, bezien vanuit een bepaald perspectief. Ze gaan over onderwerpen die in de gehele begroting terug te vinden zijn en waaraan politieke of financiële risico’s verbonden zijn. De paragrafen geven de raad dus op een andere manier dan de begrotingsprogramma’s inzicht in onze financiële positie.

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt regels aan welke paragrafen er in de begroting moeten staan en wat daarin aan de orde komt.
De volgende paragrafen zijn in deze jaarstukken opgenomen:
A.    Weerstandsvermogen en risicobeheersing 
B.    Onderhoud kapitaalgoederen  
C.    Financiering
D.    Bedrijfsvoering 
E.    Verbonden partijen 
F.    Grondbeleid
G.    Lokale heffingen  
H.  Openbaarheid van bestuur 

Op 9 juli 2015 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder regeling nr. 2015-000387198, een overzicht met kengetallen verplicht gesteld voor in de begroting 2016 en het jaarverslag van provincies en gemeenten. Het totaaloverzicht van deze (verplichte) kengetallen is nu opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De detailtoelichtingen staan vermeld in de paragrafen financiering, grondbeleid, lokale heffingen en in de staat van incidentele baten en lasten.

Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf A: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf A. Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Paragraaf A: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf wordt toegelicht in hoeverre de gemeente Veenendaal in staat is om op langere termijn aan haar verplichtingen te voldoen en financiële risico’s – oftewel tegenvallers – op te vangen. Het risicomanagement is in 2025 geactualiseerd is verder doorontwikkeld.

In 2025 zijn diverse risico’s opnieuw beoordeeld en geüpdatet. Bij de uitvoering van ons risicobeleid hebben wij verschillende beheersmaatregelen getroffen om risico’s adequaat te kunnen opvangen. Daarnaast worden risico’s deels gedekt via het weerstandsvermogen.

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) af te zetten tegen de benodigde weerstandscapaciteit (de omvang van de risico’s). Daarbij wordt tevens beoordeeld of er voldoende structurele middelen aanwezig zijn om structurele risico’s te kunnen dekken.

In 2025 hebben wij actief gestuurd op een verantwoorde financiële positie door middel van een sluitende begroting en een adequaat weerstandsvermogen.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

 

De weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bedraagt eind 2025 circa € 48 miljoen (2024: € 38,7 miljoen). Hiervan is € 8 miljoen structureel van aard. 

Tabel 1 Beschikbare weerstandscapaciteit Bedrag in €
Algemene reserve 38.000.000
Onbenutte belastingcapaciteit ozb 10.000.000
Totale weerstandscapaciteit 48.000.000

Risico’s.

In 2025 is het gemeentelijke risicomanagement herijkt. Risico’s worden periodiek geïnventariseerd. Daarnaast wordt op verschillende niveaus binnen de organisatie de dialoog gevoerd over risico’s en de te nemen beheersmaatregelen. De informatie die hierbij wordt verzameld vormt de basis voor de risicoclassificatie.

De score van een risico wordt bepaald op basis van kans (%) × financieel gevolg (bedrag). Dit resulteert in een bruto-risicoscore. Na het treffen van maatregelen neemt de kans en/of het financieel gevolg van een risico af. Op basis hiervan wordt de netto-risicoscore c.q. risicobedrag berekend.

In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen (van de ontwikkeling) van de belangrijkste risico’s. 

Conform de stellige uitspraak van de commissie BBV kijken we niet alleen terug op de ontwikkeling van het risico in het afgelopen jaar maar ook naar de actualiteit bij opstelling, mede in relatie tot de weergave in de begroting 2025.

  

Nr. Risico (Beheersmaatregel) Effect Kans Risico bedrag Toelichting berekening Risico Mutatie tov begroting 2025
1 Sociaal Domein: Stijgende kosten Jeugdzorg en Wmo (Maandelijkse monitoring) € 8,0 70% € 5,6 Risico jeugd en Wmo: Voor Jeugdzorg wordt 7,5 miljoen aangehouden en voor WMO 0,5 miljoen. Totaal 8 miljoen. € 3,90
2 Hogere indexatie bij nieuwbouw, onderhoud en GWW-investeringen (Indexeren van investeringsbedragen in MIP, grote projecten en GWW) € 6,3 50% € 3,2 Het MIP bedraagt circa 265 miljoen euro en het MOP ongeveer 50 miljoen euro, samen goed voor 315 miljoen euro aan investeringen. Er wordt rekening gehouden met een mogelijk extra prijsstijging van 2%, met een kans van 50% vanwege de huidige economische onzekerheid. Even waarschijnlijk is een economische vertraging in 2026, mede door geopolitieke ontwikkelingen  . € 3,20
3 Gebundelde doeluitkering BUIG - bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten. (Inzet re-integratie- en poortwachters-instrumenten) € 2,5 30% € 0,70 De BUIG-uitkering bedraagt 24,5 miljoen euro, waarvan 10% naar de algemene middelen gaat  . Voor uitkeringen en loonkostensubsidies blijft 22 miljoen over. Meeruitgaven zijn voor rekening van de gemeente, tenzij deze boven de 27 miljoen uitkomen; dan kan het Rijk worden benaderd. € -0,10
4 Renteontwikkeling (Kasgeldfinanciering toepassen en flexibilisatie looptijd leningen) € 1,4 30% € 0,4 1% rentestijging over 140 miljoen (volume nieuwe leningen 2026 en 2027) € -2,10
5 Netcongestie belemmert realisatie gemeentelijke ambities (Overleg met Stedin, flexibel energieverbruik, lokale energieopslag) € 0,5 90% € 0,5 Bij diverse projecten lopen we aan tegen een tekort op het stroomnet. Als gevolg hiervan ontstaan extra kosten. € 0,50
6 Fiscale risico’s - BTW, BCF, loonheffing. (Inschakelen externe deskundigen) € 1,3 25% € 0,3 BCF 5% van 14 miljoen = 700 k. WKR 100 k. BTW 500 k. VPB risico gering. Totaal 1,3 miljoen € -0,60
7 Onjuiste beoordeling van een arbeidsrelatie door de gemeente bij ZZP-ers waardoor de belastingdienst een naheffing oplegt. € 1,25 40% € 0,50 Het risico is gebaseerd op de situatie 31 december 2025 € 0,50
8 Loon- en prijsontwikkeling is 1% hoger dan geraamd bij de gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen (Overleg met partijen) € 0,4 50% € 0,20 De uitgaven aan gesubsidieerde instellingen bedragen circa 30 miljoen euro en aan gemeenschappelijke regelingen 15 miljoen euro, samen 45 miljoen. Met een risicotoeslag van 1% kan dit leiden tot 0,45 miljoen euro extra kosten. € -0,80
9 Cyberrisico’s (Diverse beveiligingsmaatregelen) € 1,0 20% € 0,2 De inschatting is gebaseerd op de uitkomsten van een risicosessie. € 0,20
10 Rest risico's (Diverse beheersmaatregelen) € 5,0 € 5,0 Om vergelijking met vorig jaar mogelijk te maken, is de invloed van restrisico’s op het totale risicobedrag berekend en verwerkt in de huidige inschatting. Deze benadering is voorlopig; in 2026 wordt de risicosystematiek verder verfijnd. € 5,00
Personeelstekort door krappe arbeidsmarkt Dit risico wordt via bestaande budgetten opgevangen. € -2,50
Algemene Uitkering De algemene uitkering is door periodieke bijstelling te beheersen via de P&C documenten. € -1.5
Prijs van aardgas Door vaste contracten is de prijs van aardgas minder aan schommelingen onderhevig. € -1.2
Invoering omgevingswet Deze wet is volledig operationeel. € -1,00
Exploitatieresultaat DEVO De exploitatie van DEVO is de afgelopen jaren positief. € -0,60
Risicobedrag totaal € 27,65 € 16,6 € 2,40

Toelichting op de risico's

1. Sociaal Domein:  Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor Jeugdzorg en de WMO, waardoor het sociaal domein een hoog risicoprofiel kent. De vraag naar jeugdhulp blijft stijgen, vooral door hogere kosten per cliënt en toenemende problematiek zoals complexe echtscheidingen en afnemend mentaal welbevinden van jongeren. Hierdoor blijft het risico op budgetoverschrijdingen groot.

In de Kadernota 2026–2029 is besloten het financieel kader voor jeugdzorg niet te verhogen. De taakstelling bedraagt circa € 2,7 miljoen in 2026–2027 en € 4,7 miljoen vanaf 2028. Voor het maximale risicoprofiel wordt ervan uitgegaan dat deze bedragen niet worden gerealiseerd of worden ingehaald door autonome kostenstijgingen.

De eerste voortgangsrapportage 2025 heeft een extra kostenstijging van € 1,9 miljoen laten zien, wat naar verwachting doorwerkt in 2026 en verder. Hierdoor wordt het risicoprofiel verhoogd naar € 6,6 miljoen. Inclusief het risico op lagere rijksvergoeding (€ 0,9 miljoen) komt het totale structurele risico voor jeugdzorg uit op € 7,5 miljoen.

Het risico voor de WMO wordt geraamd op € 0,5 miljoen structureel. Totaal Jeugdzorg en WMO is dan € 8 miljoen. Bij een kans van 70% komen we dan uit op € 5,6 miljoen.  Dit is € 3,9 miljoen extra in vergelijking met de begroting 2025.

2. Bij grote projecten blijkt de gebruikelijke indexering vaak onvoldoende door arbeidsmarktkrapte en grondstoffentekorten. Hierdoor kunnen in de uitvoering aanzienlijke meerkosten ontstaan waarvoor geen budget is opgenomen. Hiervoor is een bedrag geraamd van € 3,2 miljoen. Omdat in de begroting 2025 geen bedrag was geraamd betreft een extra verhoging.

3. Risico BUIG (bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten). Veenendaal ontvangt als voordeelgemeente meer BUIG-budget dan we nodig hebben. € 2 miljoen van het BUIG budget wordt ingezet in de algemene middelen. Bij stijgende werkloosheid kan het aantal bijstandsuitkeringen toenemen, waardoor het budget tekortschiet. Pas bij een overschrijding van minimaal 5% komt de vangnetregeling van het Rijk in beeld, waardoor Veenendaal eventuele tekorten eerst zelf moet opvangen. In 2025 is dit risico bij de evaluatie verlaagd met € 0,1 miljoen tot € 0,7 miljoen.

4. Renteontwikkeling
Op dit moment is de onzekerheid over de toekomstige economische ontwikkeling groot. Dit is het gevolg van de geopolitieke spanningen die van grote invloed zijn op de economie. Met het oog hierop loopt de gemeente voor het aantrekken van nieuwe leningen een renterisico. Anderzijds is de inflatie teruggelopen en heeft de Europese Centrale Bank de korte rente verlaagd. Al met al heeft dit ertoe geleid dat het rente risico verlaagd is tot € 0,4 miljoen omdat het lenen van korte middelen een goede beheersmaatregel is om tijdelijk renteschommelingen op te kunnen vangen is.  

5. Netcongestie remt bedrijfsontwikkeling en woningbouw en leidt mogelijk tot extra kosten bij warmtenetten door tijdelijke maatregelen. Het risico wordt geraamd op 0,5 miljoen met een kans van 90%.

6. Fiscale risico's
Bij de toepassing van de belasting - wetgeving (BTW, BCF, Loonheffing (met name WKR) etc.) kunnen verschillen van inzicht en/of interpretatie ontstaan, of kunnen de regels onjuist worden toegepast. Dit kan leiden tot een naheffing van de zijde van de fiscus. In 2025 is hard gewerkt aan dit risico waardoor het risico is gedaald met € 0,6 miljoen.

7.Risico wet DBA. Bij een onjuiste beoordeling van een arbeidsrelatie door de gemeente bij ZZP-ers bestaat het risico dat de belastingdienst een naheffing oplegt.  Sinds eind 2024 hebben we stevig ingezet op het inpassen van inzet binnen betreffende regelgeving en afbouw van het overige. Ondanks dat  de huidige minister heeft aangegeven de regelgeving realistischer in te willen gaan vullen bestaat het risico dat over de afbouwperiode bepaalde inhuur nog niet voldeed. Mede gezien dat onze inhuur grotendeels via een broker loopt is het risico ingeschat op € 0,5 miljoen.

8. Vanaf 2026 stapt de gemeente over op een nieuwe indexatiesystematiek voor gesubsidieerde instellingen, in lijn met het gemeentefonds. Hierdoor kunnen financiële problemen ontstaan zodat instellingen mogelijk extra subsidie moeten aanvragen. Omdat van deze instellingen wordt verwacht dat zij eerst binnen de eigen organisatie zoeken naar aanpassingen is het risico gedaald met € 0,8 miljoen naar € 0,2 miljoen.

9. Cyberrisico's

Er is een kans dat wij worden geconfronteerd met een cyberincident, zoals een hack, ransomware aanval of inbraak. Wij kunnen dit, ondanks getroffen beheersmaatregelen, niet helemaal voorkomen. De dreigingsbeelden van Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) blijven hoog vanuit criminaliteit en ook vanuit statelijke actoren. Onze inzet is bedoeld om de kans dat een cyberincident gebeurt te verminderen en de impact bij een incident te beperken. Het betreft een nieuw risico voor een bedrag van € 0,2 miljoen. Dit bedrag is mede gebaseerd op de kans/frequentie dat grote incidenten zich voordoen over een langere periode kleiner is dan kleine incidenten waardoor per saldo een relatief laag bedrag resteert.

10. Restrisico's. 
In 2025 zijn alleen de tien grootste risico’s opgenomen; kleinere restrisico’s zijn niet gepresenteerd maar b
eïnvloeden wel het totale risicobedrag. Voor een goede vergelijking met de begroting 2025 is het effect alsnog berekend en toegevoegd.

Vergelijking incidentele / structurele risico’s – incidentele / structurele weerstandscapaciteit
Op dit moment is er voor € 11 miljoen aan incidentele risico’s aanwezig. De weerstandscapaciteit met een incidenteel karakter bedraagt € 40 miljoen. De structurele risico’s komen uit op € 5,6 miljoen. De structurele weerstandscapaciteit komt uit op € 8 miljoen. Al met al is er een goede balans tussen incidentele / structurele risico’s en incidentele / structurele weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen

Om op een verantwoorde manier met risico’s om te gaan, is het noodzakelijk om voldoende financiële buffer aan te houden. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio, berekend als:

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit = €  48 miljoen / €  16,6 miljoen = 2,9

Een ratio van 2,9 (was 3,0 in 2024) duidt erop dat er voldoende zekerheid is dat de geïdentificeerde risico’s kunnen worden opgevangen met de beschikbare middelen. Dit biedt een solide basis voor het huidige risicoprofiel, waarbij ook rekening is gehouden met restrisico’s en de verdere ontwikkeling van de risicosystematiek in 2026.

Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle lagen verstrekte leningen 
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie aan over het effect van de rentelasten en aflossingen ten opzichte van de exploitatie. Om duidelijk te maken wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast, wordt de netto schuldquote berekend op basis van inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Een netto-schuldquote tot 90% kan worden beschouwd als goed. Het gemeenschappelijke financieel toezicht kader (GTK 2020) van de Provincie geeft als signaleringswaarde minst risicovol bij bovengenoemde schuldquote van 53% (bron GTK: minst risicovol schuldquote <90%). In 2025 zien we dat de netto schuldquote gelijk blijft  op 53%.  Dit is veel gunstiger dan geraamd. In 2025 zijn veel minder middelen aangetrokken dan op basis van het het meerjareninvesteringsplan is ingeschat, waardoor de er een verschuiving plaatsvindt naar latere jaren. Uiteindelijk bereikt de schuldquote zeker de geraamde hoogte.

De solvabiliteitsratio 
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het gemeenschappelijke financieel toezicht kader (GTK 2020) van de Provincie geeft als signaleringswaarde neutraal bij een solvabiliteitratio van 35% (bron GTK: neutraal solvabiliteitratio 20%-50%).  Ook de solvabiliteitsratio vertoont een gunstig beeld. De verklaring hiervoor is eveneens de onderuitputting bij de investeringen.

Grondexploitatie 
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie heeft met 11% een steeds belangrijker aandeel  in de financiële exploitatie van de gemeente Veenendaal en loopt behoorlijk op ten opzichte van de begroting 2025.  Dit is het gevolg  de uitbreiding van het volume aan projecten.

Structurele exploitatieruimte 
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten. Het berekende kengetal van 1,5 wordt als neutraal beoordeeld. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2027-2030 wordt het kengetal opnieuw bepaald, waarbij we als uitgangspunt hanteren dat het kengetal minimaal neutraal is.

Belastingcapaciteit 
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van belastingcapaciteit is hier: woonlasten van een meerpersoonshuishouden, opgebouwd uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing. Globaal kan een belastingcapaciteit tot 100% als goed worden beoordeeld, een capaciteit tussen 100% en 110% als matig, en een capaciteit hoger dan 110% als onvoldoende. De belastingcapaciteit van de gemeente Veenendaal van 85% (was 85% in 2024) wordt daarom als goed beoordeeld. 

 

Kengetallen Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
1A Netto schuldquote 59% 103% 59%
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 53% 95% 53%
2 Solvabiliteitsratio 36% 21% 35%
3 Grondexploitatie 1,50% 5,50% 11,00%
4 Structurele exploitatieruimte 0,8 1,5 1,5
5 Belastingcapaciteit 85% 85% 85%

 

 

Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf B: Onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Paragraaf B. Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf B: Onderhoud kapitaalgoederen

Omschrijving (toelichting)

Tot de kapitaalgoederen rekenen we wegen en civiele kunstwerken (bruggen, tunnels en viaducten), riolering,  water,  groen, speelvoorzieningen.

Tot de kapitaalgoederen behoort ook het maatschappelijk vastgoed van de gemeente zoals de kindcentra, de sportaccommodaties en vastgoedvoorzieningen voor cultuur en welzijn.

De verslaglegging hierover wordt in twee afzonderlijke paragrafen gedaan.

Omschrijving (toelichting)

Algemeen beleidskader
Het beheer van de openbare buitenruimte en riolering staat beschreven in het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte 2022-2026 (OPOR).
In 2025 is het beheer van de kapitaalgoederen uitgevoerd zoals vastgelegd in de vastgestelde beheer- en beleidsplannen. De doelstelling voor het beheer van de openbare ruimte ligt volgens het vastgestelde OPOR op A-niveau voor de winkelcentra en begraafplaatsen (conform CROW-beeldsystematiek) en voor de overige delen van Veenendaal op B-niveau. Belangrijke items hierin zijn natuur, duurzaamheid, participatie, bereikbaarheid, social return en klimaatadaptatie. Kapitaalgoederen die aan het einde van de technische of maatschappelijke levensduur zijn, worden gereconstrueerd. Hierbij wordt integraal gekeken of er noodzakelijke aanpassingen of vervangingen nodig zijn aan de wegen, riolering, groenvoorzieningen, technische installaties, verkeersregelinstallaties en openbare verlichting. Door de integrale werkwijze worden kapitaalvernietiging en het ontstaan van onveilige situaties voorkomen. Met gerichte en integrale programmering van het groot onderhoud en vervanging in de openbare ruimte worden de beschikbare middelen zo goed en efficiënt mogelijk ingezet.

 

Omschrijving (toelichting)

Algemene ontwikkelingen

Onderzoek naar overname groenbeheer op bedrijventerreinen voltooid
Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2025-2028 heeft de raad verzocht om te onderzoeken of bedrijven een bijdrage kunnen leveren aan het beheer van groen op rotondes en op de bedrijventerreinen zelf. In 2025 is dit idee samen met de BOV (Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal) uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het oprichten van een nieuwe stichting Voorzieningen Bedrijfsparken Veenendaal (SVBV). Met de SVBV is een overeenkomst afgesloten om het openbare groen op de bedrijventerreinen voor een periode van 10 jaar te onderhouden. Daarnaast is afgesproken dat deze stichting het bestaande traditionele groen gaat omvormen naar natuurrijk groen om daarmee de doelstellingen van de raad ten aanzien van onder andere biodiversiteit ook op de bedrijventerreinen te realiseren. Vanuit de BOV wordt 50% van de omvormingsmaatregelen gefinancierd. Daarnaast worden bedrijven actief gestimuleerd om het groen voor hun bedrijfspand te ‘adopteren’ en te upgraden naar hoogwaardig groen. Tot slot zijn in 2025 een tweetal rotondes geadopteerd door Veenendaalse bedrijven en zijn er concrete plannen om dit in 2026 uit te breiden. Zo is er een mooie samenwerking ontstaan tussen gemeente en het bedrijfsleven.

Transitie naar natuurrijk groen
In lijn met het OPOR is uitvoering gegeven aan de wens naar meer biodiversiteit door onder andere grasvelden om te vormen naar kruidenrijk gras. Ook zijn op diverse plaatsen stinzebollen aangeplant in de kruidenrijke bermen. Hierdoor zijn de bermen voor een lange periode een voedselbron voor talloze insecten, waar het hele ecosysteem van profiteert. Ook maakt het strakke beeld plaats voor een afwisselend, informeel en meer kleurrijk geheel. Een groot deel van het openbaar groen in Veenendaal bestaat nog uit frequent gemaaid gras met nauwelijks waarde voor de natuur. Het omvormen van deze grasvelden naar kruidenrijke vegetaties heeft de hoogste prioriteit, omdat hiermee de meeste winst te behalen is voor de biodiversiteit en de natuur. Daarna gaan we aan de slag met vogelbosjes, poelen, etc. Over deze ontwikkeling is de raad geïnformeerd tijdens een beeldvormende avond op 8 mei 2025.

Reiniging en Inspectie van de riolering
In  2026 is de vierjarige overeenkomst voor het reinigen en inspecteren van de hoofdriolering afgerond. We hebben in deze periode 80 km van de vuilwaterriolering onderzocht. Dit komt overeen met ca. 33% van het Veenendaalse areaal aan vuilwaterriolering.  De onderzoeksresultaten geven ons actueel inzicht in de toestand van het riool en geeft richting aan de benodigde verbeteringen.

Meerjarig onderhoud Civiele kunstwerken
In 2025 heeft een aanbesteding van het meerjarig onderhoud aan het areaal van civiele kunstwerken plaatsgevonden. Het areaal bestaat momenteel uit 160 objecten. Uitgangspunt van de overeenkomst is dat er integraal en door het uitvoeren van inspecties, risico gestuurd wordt gewerkt waarbij aantoonbaar aan de gestelde (technische) eisen van de gemeente wordt voldaan. De looptijd van de overeenkomst bedraagt 10 jaar, een initiële eerste periode met aansluitend twee optionele perioden. Met dit contract wordt een verbeterslag gemaakt in het assetmanagement van de kunstwerken inclusief inpassing van duurzaamheidsaspecten.

Buurtvisiekaart
In 2025 is data verzameld over de Schepenbuurt. De bestaande inrichting van de openbare ruimte is gecombineerd met gegevens over parkeren, hittestress, wateroverlast, ongevallen en meldingen openbare ruimte. Dit heeft geresulteerd in een buurtanalysekaart. Aan de hand van deze buurtanalyse wordt een projectopdracht opgesteld voor de reconstructie van de Schepenbuurt.

Projecten openbare ruimte
In 2025 zijn onder andere de volgende reconstructies en grootonderhoud projecten in voorbereiding, uitgevoerd en/of in uitvoering.

Straat

Stand van zaken

Herinrichting wijk De Pol

In uitvoering (1e fase gereed)

Afkoppelen en reconstructie Dragonder Noord (fase 2)

In voorbereiding

Vervangen brug De Pionier/Wiekslag (incl. reconstructie De Pionier/Wiekslag, kruispunt Hoornzwaluw en Verlengde Sportlaan

In voorbereiding

Afkoppelen en reconstructie Boogschutter

In voorbereiding

Reconstructie Dennenlaan/Boslaan

Gereed

Aanleg tweerichtingen fietspad Brinkersteeg

Gereed

Groot onderhoud en verbeteren verkeersveiligheid Grote Beer-Lorentzstraat

In voorbereiding

Reconstructie parkeerplaats Groene Velden I

In voorbereiding

Vervangen brug Bartokpad

Uitgevoerd

Diverse verkeersmaatregelen

In voorbereiding / uitgevoerd

Vervanging openbare verlichting in het kader van versneld verledden

In uitvoering

Prins Bernhardlaan

In voorbereiding

Zuivelstraat

In voorbereiding

Reconstructie Industrielaan

In voorbereiding

Reconstructie Noorderkroon (de circulaire weg)

In voorbereiding

Vervanging verkeersregelinstallatie door iVRI

In uitvoering/ Uitgevoerd

Herstel kademuren

In voorbereiding

Groot onderhoud asfaltverharding 2024-2025

Gereed

Buurtaanpak Pioniersbuurt, incl. BOSS

In uitvoering

Buurtaanpak Achterkerk, incl. BOSS

BOSS in voorbereiding/ Groen gereed

Buurtaanpak Componistenbuurt en Vogelbuurt, incl. BOSS

In voorbereiding

Buurtaanpak Schrijverswijk, incl. BOSS

In voorbereiding

Realisatie diverse BOSS locaties (Componistenbuurt, Dragonder-noord en Franse Gat)

 Gereed

 – Fietspad Dijkstraat-Prattenburg (inclusief onderhoud fietspaden west)

 Gereed

Doorfietsroute Petenbos

 Gereed

 

Beheer- en klimaatbewust ontwerpen
Adviseurs en beheerders met groenkennis worden steeds vaker aan de voorkant bij de planvorming betrokken. Dit is zichtbaar in de praktijk, te denken valt bijvoorbeeld aan de nieuwbouw in Veenderij en Groenpoort, gebiedsontwikkeling in het Franse Gat en de reconstructie van wijk De Pol en Dragonder Noord. In deze plannen komt er meer en duurzaam groen terug. Dit is niet altijd direct zichtbaar, zoals de speciale ondergrondse groeiplaatsen voor bomen onder parkeervakken. Deze maatregelen zorgen er wel voor dat de bomen duurzaam oud kunnen worden en er over 50 jaar nog staan. Daarnaast zijn er meer groene parkeervakken en verschillende vormen van waterberging in de projecten gerealiseerd.

Buurtaanpak en het project Gezonde Buurten
In de buurtaanpak wordt de buurt opgeknapt. We vormen (een deel van) speelplekken om naar BOSS-locaties en we leggen BOSS-routes en ontmoetingsplekken aan. Waar nodig renoveren we groen en herstellen we boomstructuren. Ook kijken we naar locaties om te vergroenen. Straatwerk wordt recht gelegd en wortelopdruk zo veel mogelijk weggenomen. Bebording wordt in orde gebracht en straatkolken worden waar nodig hersteld of vervangen. Ook worden blindegeleidetegels aangebracht op hoofdroutes om de toegankelijkheid te verbeteren. Tot slot wordt aandacht besteed aan de veiligheid van schoolomgevingen. Na realisatie kan de buurt er weer minimaal 7 jaar tegenaan zonder dat grootschalige ingrepen nodig zijn. Het streven is om iedere 7 à 8 jaar in een buurt terug te komen.

In 2025 zijn we gestart met de realisatie van de buurtaanpak in de Pioniersbuurt en Achterkerk. Deze plannen worden in 2026 afgerond. Daarnaast heeft in 2025 de voorbereiding en participatie in de Componistenbuurt, Vogelbuurt en Schrijverswijk plaats gevonden en zijn we gestart met de voorbereidingen in ‘t Hoorntje. De realisatie van deze buurten vindt plaats in 2026 (met uitloop in 2027).

In de Schrijverswijk wordt samengewerkt binnen het project Gezonde Buurten, waarvoor een subsidie verkregen is van € 60.000. Het project Gezonde Buurten richt zich vooral op het betrekken van bewoners bij hun leefomgeving en het stimuleren van bewoners om actief deel te nemen aan de activiteiten om gezond te bewegen. Na realisatie van de BOSS-plekken, wordt er nog een jaar lang activiteiten georganiseerd op deze plekken. Het project Gezonde buurten is een samenwerking tussen Jantje Beton, IVN Natuureducatie, JOGG (Gezonde Jeugd, gezonde Toekomst) en de gemeente Veenendaal.

Meldingen openbare ruimte
Op 1 juli 2024 zijn we gestart met de nieuwe applicatie meldingen openbare ruimte. Er is afgesproken de werking te monitoren en te evalueren. Na ruim een jaar is er besloten te stoppen met dit systeem. Dit systeem voldeed niet aan de eisen die wij stellen aan de klantvriendelijkheid die wij willen bieden bij het maken en volgen van een melding. Op 1 juli 2026 willen wij een nieuw bestaand en bewezen systeem introduceren dat wel voldoet aan de eisen de wij stellen aan de meldingen openbare ruimte applicatie.

Omschrijving (toelichting)

Kwaliteit van de openbare ruimte
De winkelcentra en de begraafplaatsen van Veenendaal worden op A-niveau onderhouden, de overige wijken op B-niveau.
De openbare ruimte wordt maandelijks geschouwd door een onafhankelijk bureau. Deze schouw is een momentopname en is in de eerste plaats bedoeld als sturingsinstrument voor de uitvoering. Er wordt geschouwd op technische kwaliteit en verzorgende kwaliteit. Bij technische kwaliteit is onder andere gekeken of beplanting goed gesnoeid is en of een afvalbak niet scheef staat. Bij verzorgende kwaliteit is onder andere gekeken naar zwerfafval en onkruid. Het gaat erom dat de openbare ruimte schoon en netjes is.

Jaarlijks vinden er 13 meetrondes plaats door een extern bureau (iedere 4 weken een meting). Tijdens deze meetronde worden ruim 65[KV1] [Jv2]  beeldmeetlatten gemeten. Iedere beeldmeetlaat vertaald een bepaalde beheertaak. In de diagrammen hieronder wordt het gemiddelde van alle beeldmeetlatten per meetronde getoond. Dit kan afwijken van het beeld dat u hebt over een bepaalde periode in het jaar of over een bepaalde beheertaak. Het voert te ver om in de jaarrekening hier uitgebreid op in te gaan.

De diagrammen hieronder tonen het gemiddelde resultaat in 2025 verspreid over het gehele jaar. De behaalde kwaliteit mag conform de gehanteerde systematiek maximaal 10% afwijken van de afgesproken kwaliteit. Dit betekent dat (B), C en D niveau in principe niet onder de 90% lijn uit mag komen.

Over het jaar genomen voldeed 91,4 % van het areaal dat op B niveau onderhouden moet worden aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau. Dit valt binnen de 10% afwijking die toegestaan is. 
In 3 van de 13 meetperioden werd de 10% afwijking overschreden met maximaal 1,4 %. In deze periode voldeed een klein deel van het areaal niet aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau.

Over het jaar genomen voldeed 86,1 % van het areaal dat op A niveau onderhouden moet worden aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau. Dit valt niet binnen de 10% afwijking die toegestaan is. [KV3] 

Bovenstaand toont de gemiddelden van alle beeldmeetlaten samen. Er zijn bepaalde beeldmeetlatten waar de scores beduidend lager liggen in een bepaalde periode, bijvoorbeeld de meetlatten met betrekking tot onkruidgroei tijdens groeipieken.[Jv4] 

Gerealiseerde gemiddelde kwaliteit in de A-gebieden (winkelcentra en begraafplaats):

Gerealiseerde gemiddelde kwaliteit in de B-gebieden:

Complete beheerpakket
Naast de ruim 65 beheertaken die conform een beeldmeetlat gemeten worden, vindt er ook veel beheer en onderhoud plaats buiten deze beeldsystematiek om. dan valt te denken aan:

  • Maatregelen uit de jaarlijkse weginspectie;
  • Maatregelen uit de jaarlijkse riool inspectie;
  • Maatregelen uit de jaarlijkse BVC (Boom Veiligheid Controle);
  • Maatregelen uit de 2-jaarlijkse inspectie van speel- en sportvoorzieningen;
  • Onderhoud aan watergangen;
  • Maatregelen aan openbare verlichting;
  • Maatregelen aan verkeersregelinstallaties;
  • Bestrijding van ziekten en plagen in het groen, bijvoorbeeld de eikenprocessierups;
  • Bestrijding van invasieve exoten, zoals de Japanse duizendknoop;
  • Bestrijding van overlast door dieren (ratten, mollen, ganzen, etc.);
  • Vergunningen t.b.v. kabels & leidingen;
  • Vergunningen t.b.v. uitritten;
  • Vergunningen t.b.v. de kap van bomen;
  • Aanplant van nieuwe bomen;
  • Groeiplaatsverbetering van bestaande bomen;
  • Verhelpen van incidenten, bijvoorbeeld na een storm;
  • Ecologisch beheren van bermen en ruig gras terreinen (dit omhelst ruim 25% van het totale areaal aan openbaar groen);
  • Aanleg van kruidenrijke bermen;
  • Realiseren van buurtinitiatieven in de openbare ruimte;
  • Acties t.b.v. vergroening van de buitenruimte en particuliere tuinen en andere klimaat adaptieve maatregelen, zoals het afkoppelen van regenpijpen.

Het voert te ver om al deze taken in de jaarrekening toe te lichten, maar dit geeft wel een brede kijk op het beheren van alle assets in de openbare buitenruimte. Dit is veel breder dan alleen het beeldkwaliteitsniveau. Het veilig houden van de openbare ruimte is misschien wel de belangrijkste taak. Door het nemen van bovengenoemde maatregelen hebben we ook in 2025 volop ingezet op de veiligheid van de openbare ruimte. Daarnaast waren deze maatregelen onmisbaar om overlast zo veel mogelijk te voorkomen en onze inwoners tevreden te houden over de openbare ruimte.

Omschrijving (toelichting)

Participatie
Bij ieder project is nagegaan of participatie zinvol is conform de randvoorwaarden van ons participatiebeleid. In het burgerjaarverslag is voor een groot aantal projecten omschreven op welke wijze er participatie plaats heeft gevonden.

Omschrijving (toelichting)

 Wegen, kunstwerken, openbare verlichting en technische installaties

Beleidskaders
Zie Algemeen beleidskader

Vertaling begroting
Voor de reconstructies (Meerjareninvesteringsplan)  zijn in 2025 de volgende bedragen besteed:

  • Wegen en kunstwerken : € 4.778.000
  • Verkeersregelinstallaties : € 310.000
  • Openbare verlichtingen € 1.443.160

Voor het dagelijkse onderhoud (exploitatiebegroting) zijn in 2025 de volgende bedragen besteed: 

  • Wegen en kunstwerken en gladheidbestrijding € 3.424.895
  • Openbare verlichting, technische installatie en VRI € 754.482
  • Straatmeubilair , bewegwijzering en bebording € 322.345
  • Reiniging openbare ruimte en onkruidverwijdering € 966.210

Omschrijving (toelichting)

Riolering

Beleidskaders
Zie Algemeen beleidskader

Vertaling begroting
Voor afkoppelprojecten en rioolvervangingen (Meerjareninvesteringsplan) is in 2025 een bedrag van € 5.048.000 besteed. 

Voor het vervangen van pompen en gemalen (Meerjareninvesteringsplan) is in 2025 een bedrag van € 120.000 besteed.

Voor het dagelijkse onderhoud (exploitatiebegroting) zijn in 2025 de volgende bedragen besteed:

  • Rioolbeheer € 753.678
  • Reinigen en onderhouden kolken en plaagdierbestrijding € 261.162
  • Onderhoud pompen en persleidingen € 239.268
  • Stimuleren van afkoppelen regenwater en vergroenen particuliere percelen €  48.000. Er zijn onder andere 54 subsidies uitgekeerd voor het vergroenen en afkoppelen van tuinen en 72 regentonnen aangesloten.

Omschrijving (toelichting)

Water

Beleidskaders
Zie Algemeen beleidskader

Vertaling begroting
Voor het vervangen van beschoeiingen (MIP) is in 2025 een bedrag van € 100.000 besteed. 

Voor het dagelijks onderhoud (exploitatiebegroting) zijn in  2025 de volgende bedragen besteed:

  • Maaien vijvers en klein onderhoudswerk € 82.865
  • Baggerwerkzaamheden € 48.820

Omschrijving (toelichting)

Groen en speelvoorzieningen / BOSS-locaties

Beleidskader
Zie Algemeen beleidskader

Vertaling begroting
Voor groen en spelen (Meerjareninvesteringsplan) zijn in 2025 de volgende bedragen besteed:

  • Aanleg van kwantitatief en kwalitatief hoogwaardig groen en een gezonde en groene leefomgeving € 1.149.053
  • Vervanging, omvorming en optimalisatie van de speellocaties naar BOSS-locaties € 475.105

Voor het dagelijkse onderhoud (exploitatiebegroting) zijn in 2025 de volgende bedragen besteed:

  • Onderhoud groen € 4.536.603
  • Speelvoorzieningen € 226.725
  • Hondenvoorzieningen € 41.088

Omschrijving (toelichting)

Buitensport 
Het kader is dat de buitensportvoorzieningen moeten voldoen aan de richtlijnen en eisen van NOC*NSF en de sportbonden om zo een goede sportbeoefening mogelijk te maken. Hiervoor zijn in 2025 de volgende werkzaamheden uitgevoerd/voorbereid: 

 

 Werkzaamheden en club/vereniging 

Stand van zaken 

VMHC Spitsbergen - renovatie veld 3 

Afgerond, restpunt volgt in zomer 2026

TPV Spitsbergen - renovatie tennisbanen 1 t/m 4 

Afgerond

VRC - omzetting veld 4 van natuurgras naar kunstgras 

Afgerond 

Renovatie van natuurgrasvelden 

Afgerond 

 

Voor overige werkzaamheden die zijn uitgevoerd, zijn de meest urgente zaken, waar veiligheid of hygiëne in het geding is, of de voortgang van onderwijs of de bedrijfsvoering, uitgevoerd in 2025. De financiële consequenties kunnen worden verwerkt in de BERAP later dit jaar. De middelen komen dan uit de algemene reserves.

Vertaling begroting
Wellicht is één en ander wat verwarrend qua begrotingsjaren omdat we in 2025 geen krediet hadden voor projecten buitensport in kader van bezuiniging, de kredieten zijn één jaar doorgeschoven. De reden dat we genoemde projecten hockey en tennis wel hebben kunnen uitvoeren is omdat we deze kredieten al hadden, hockey en tennis zijn beiden uit 2023. Feitelijk hebben we in 2025 dus geen kredieten uitgegeven aan buitensport die daadwerkelijk ook op begroting 2025 stonden.

Omschrijving (toelichting)

Vastgoed

Algemeen beleidskader Vastgoed
De beleidskaders en gemeentelijke nota's die van toepassing zijn op onze gemeentelijke objecten zijn: 

  • Strategisch Vastgoedbeleid gemeente Veenendaal
  • Vastgoedbeheer- en investeringsplan
  • Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2025-2028
  • Sportakkoord Veenendaal 2023-2026
  • Beleidskader Sport en Bewegen 2024-2028
  • Glans aan de Grift, cultuurvisie 2022-2030
  • Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027
  • Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 
  • Programmaplan EnergieTransitie Veenendaal 2026-2030
  • Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal

Het beheer van het gemeentelijke vastgoed staat beschreven in de ‘Strategische kaders Dynamisch vastgoedmanagement’ en het ‘Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan’. De werkzaamheden worden overeenkomstig het vastgestelde beleidskader Strategische kaders dynamisch vastgoedmanagement uitgevoerd.

In 2025 is het nieuwe Integraal Huisvestingsplan 'Ruimte voor groei' vastgesteld voor de realisatie van Inclusieve kindcentra, geldend voor de periode 2026-2042 vastgesteld.

 

Algemene ontwikkelingen
Om meer zicht te krijgen op de toenemende vraag naar maatschappelijk vastgoed door de groei van de stad is onderzoek gedaan naar de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Het onderzoek “Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen” heeft de gemeente inzicht en richting gegeven in welke voorzieningen extra gewenst zijn tot 2030/2035 en tot 2040/2050. Het biedt ook een handreiking voor waar deze voorzieningen gerealiseerd kunnen worden. Het eindresultaat is een handboek met referentienormen voor verdere ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen in de stad. Door middel van dit handboek kan de gemeente Veenendaal toekomstbestendig beleid ontwikkelen dat aansluit bij de veranderende behoeften van haar bewoners.

Omvangrijke vervangingsopgave
Het huidige vastgoedbeleidskader is gedateerd. In 2025 is gestart met een actualisatie van het vastgoedbeleid. Dit bleek een omvangrijke aanpassing te zijn door een combinatie van een verouderd vastgoedareaal, wijziging van wet- en regelgeving en beleidsdoelstellingen en de effecten van stedelijke groei. Wij verwachten het vastgoedbeleid parallel aan de kadernota van 2027 voor te leggen ter besluitvorning.

 Veel vastgoed is in de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd, Daarvan is de levensduur nu voorbij. Dit vastgoed moet ofwel levensduurverlengend worden gerenoveerd of worden vervangen. Dit resulteert in een omvangrijke vervangingsopgave.

Op basis van het voormalige IHP is IKC het Meersterwerk opgeleverd in 2025. Op basis van het nieuwe Integrale huisvestingsplan "Ruimte voor groei" wordt de vervanging en uitbreiding van onderwijshuisvesting vormgegeven in inclusieve kindcentra. Waarin kindpartners onder één dak kunnen samenwerken aan de ontwikkeling van groei van kinderen in de gemeente. In fase 1 (2026-2030) worden de volgende kindcentra gerealiseerd:

  • Nieuwbouw sportzaal voor het Chr. Lyseum Veenendaal.
  • Nieuwbouw IKC Dragonder-Noord voor basisschool Het Erf met kinderopvang.
  • Nieuwbouw IKC Studio D (Dragonder Zuid) voor basisscholen Balans en 't Speelkwartier, kinderopvang en Veens Welzijn.
  • Nieuwbouw  IKC Johannes Calvijnschool met kinderopvang.
  • Nieuwbouw IKC Spits voor speciaal onderwijs De Van Leersumschool, De Windroos en basisonderwijs Tamim met bewegingsonderwijs, zorgverlening en kinderopvang.
  • Nieuwbouw IKC Ambacht voor basisschool De Bron met kinderopvang.
  • Nieuwbouw IKC Engelenburg voor basisschool De Vlieger en taalschool Pimpelmees.

Ook tijdelijke huisvesting maakt onderdeel uit van deze opgave. Zo wordt de Johannes Calvijnschool gedeeltelijk ondergebracht in bestaand vastgoed van de gemeente. Ook de groei van Veenendaal Oost wordt tijdelijke gehuisvest ter overbrugging naar de nieuwbouw van de IKC's in Dragonder en IKC Spits.

Daarnaast is de nieuwbouw van de Brandweerkazerne opgeleverd en zijn de renovatie en de herinrichting van het gemeentehuis en de nieuwbouw van theater de Lampegiet in voorbereiding.  

Verduurzaming
In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat de gebouwde omgeving in 2050 vrijwel volledig verduurzaamd moet zijn. Voor maatschappelijk vastgoed betekent dit een CO2-reductie van 95% ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling haalbaar te maken is voor 2030 een tussendoel vastgesteld van 55% reductie. Daarnaast wordt op Europees niveau gesproken over een verdere aanscherping richting 2040, wat waarschijnlijk leidt tot een versnelling van de verduurzamingsopgave.

Om hier structureel uitvoering aan te geven, dienen gemeenten elke vier jaar een actueel plan op te stellen waarin staat hoe de vastgoedportefeuille wordt verduurzaamd. Dit kan worden uitgewerkt in een portefeuilleroutekaart en duurzame meerjarenonderhoudsplannen (DMJOP’s). Als leidraad worden de sectorale routekaarten gebruikt, zoals de Sectorale Routekaart Maatschappelijk Vastgoed van de VNG en de routekaarten voor het primair en voortgezet onderwijs.

De opgave voor vastgoedeigenaren gaat verder dan alleen het verminderen van CO2-uitstoot. Ook circulariteit, klimaatadaptatie en het beperken van hittestress en wateroverlast spelen een steeds grotere rol. Deze thema’s moeten daarom structureel worden meegenomen bij onderhoud, renovatie en toekomstige vastgoedontwikkelingen.

Beheer
Het werken met vrijwillige beheerstichtingen staat onder druk. De huidige bestuursleden ervaren een toenemende tijds,- en kostendruk na zoveel jaren vrijwillige inzet. Versterking met en door nieuwe vrijwilligers staat eveneens onder toenemende druk. De maatschappij is daarbij ook erg veranderd. Dat betekent dat met organisaties zoals die voor het cultuurcluster en Allererf nieuwe afspraken gemaakt moet worden en dat er rekening zal moeten worden gehouden op den duur met andere constructen, kosten en risico's. 

 

Groei van de portefeuille
In 2025 is de vastgoedportefeuille uitgebreid met het Achterstraatje 5 (opvanglocatie). 

Gezien de omvangrijke opgave op het gebied van maatschappelijk vastgoed is besloten een gespecialiseerd team voor maatschappelijk vastgoed in te richten binnen de gemeentelijke organisatie.

Overzicht kwaliteitsniveau
Het vastgoed is in stand gehouden op kwaliteitsniveau 3 van de NEN 2767. Het publieksgedeelte van het gemeentehuis is in standgehouden op kwaliteitsniveau 2 van de NEN 2767. Het vastgoed met een exploitatieperiode korter dan 5 jaar wordt in stand gehouden op kwaliteitsniveau 4 van de NEN 2767. 

De renovatie van het gemeentehuis toegelicht
De aanbesteding van de duurzame gevelrenovatie van het gemeentehuis is afgerond en de voorbereiding van de uitvoering is gestart. De daadwerkelijke start van de werkzaamheden volgt in 2026De subsidieaanvraag voor een aantal (aanvullende) duurzaamheidsmaatregelen voor het gemeentehuis is toegekend .  

Garantstelling van Stichting Beheer Cultuurcluster Veenendaal toegelicht
Ter garantstelling van de kostendruk bij de Stichting Beheer Cultuurcluster Veenendaal (SBCV) (die de Cultuurfabriek en 't Spectrum voor de gemeente exploiteren en beheren) is in 2025 een is een bedrag ad € 180.000 voor 2026 gereserveerd. Overeengekomen is dat met de SBCV in kwartaal 1 van 2026 sluitende afspraken worden gemaakt voor de exploitatie, het beheer en de financiële impact daarna.

Het beheer en het huidige Theater Lampegiet toegelicht
In ons beheerplan is aangegeven dat voor het Theater Lampegiet nog minimaal wordt onderhouden. In 2023 is het besluit genomen het theater tot 2027 in stand te houden en in 2024 zijn middelen voor onderhoud beschikbaar gesteld. In 2024 en 2025 zijn de nodige werkzaamheden hiervoor uitgevoerd, onder andere aan de trekkenwand ,de theaterverlichting en andere minimale beheermaatregelen. In 2026 volgt ook nog het nodige onderhoud en zal het beschikbaar gestelde budget in de periode 2024-2026 volledig benut zijn. 

(Financiële) consequenties
Uit het vastgoedbeheerplan volgt een jaarlijks door het college vastgestelde onderhoudsraming en jaarbudget. Dit budget is gebaseerd op dat wat is afgesproken met de raad in het Integraal duurzaam vastgoedbeheerplan. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is bekeken welke werkzaamheden en welk budget noodzakelijk zijn om de kwaliteit te handhaven. Uitgangspunt is dat het gemeentelijke vastgoed vooralsnog aan het gewenste kwaliteitsniveau voldoet en er geen achterstallig onderhoud is. 

Vertaling begroting
Voor het grootonderhoud aan de gemeentelijke gebouwen (MOP) is in 2025 € 350.460 besteed. Dit bedrag is ten laste van de Onderhoudsvoorziening gemeentelijke gebouwen gebracht. Voor onderhoud aan het theater is in 2025 € 272.000 besteed. 

Objecten
Overzicht vastgoed in bezit van de gemeente (aantal objecten en m² Bruto Vloeroppervlak per categorie):

Categorie

Aantal objecten

Aantal m²

BVO

Programma('s)

Eigen huisvesting*

3

17.171

Bedrijfsvoering

Onderwijs (economisch)

37

85.552

 

Sociale leefomgeving

 

Sport en recreatie

19

18.053

Sociale leefomgeving

 

Cultuur

3

11.725

Sociale leefomgeving

 

Welzijn

5

1.824

Sociale leefomgeving / Fysieke leefomgeving

Opvang vluchtelingen

2

555

Fysieke leefomgeving

Multifunctioneel

2

9.723

Sociale leefomgeving /

Fysieke leefomgeving

Parkeergarages

4

31.976

Fysieke leefomgeving

Wonen

4

455

Fysieke leefomgeving

 

Brandweerkazerne

2

1.801

Burger en bestuur

Overig

11

10067

Fysieke leefomgeving

Totaal

 

 

 

 

Overzicht vastgoed gehuurd door de gemeente (aantal objecten en m² BVO per categorie):

Categorie

Aantal objecten

Aantal m²

BVO

Programma('s)

Welzijn

2

1.435

Sociale leefomgeving

Opvang vluchtelingen

7

 

4.310

Economie, Werk en Ontwikkeling

Overig

2

401

Fysieke leefomgeving

Totaal

 

 

 

 Onderstaande panden vallen onder de categorie ‘Overig’:

  • De Smalle Zijde 1B (TN Europe)
  • De Sterke Arm 2 (voormalig Juliana van Stolbergschool)
  • Gilbert van Schoonbekestraat 75 (Voedselbank)
  • Gilbert van Schoonbekestraat 75 (St. 24 Aktief)
  • Hoofdstraat 74-76 (Bernard van Kreelpoort)
  • Kanaalweg ong. (WKD gebouw Vitens)
  • Munnikenweg 4 (Rouwcentrum)
  • Prins Willem-Alexanderpark 317 (IVN)
  • Prins Willem-Alexanderpark 1 (Speelotheek)
  • Van Essenlaan 1 (I-Centrum)
  • Wolweg 197 (kantoor parkeerbeheer Tricotage)
  • Brouwersgracht 249 (Fietsenstalling)
  • Brouwersgracht 251 (Trefpunt Duurzaam)

 

Omschrijving (toelichting)

   
   
   
   

Paragraaf C. Financiering

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Ontwikkelingen

Omschrijving (toelichting)

In deze paragraaf komt het gemeentelijke financieringsbeleid aan de orde op basis van de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) en het gemeentelijk treasury statuut.  De focus van het financieringsbeleid is gericht op het beperken van de financieringsrisico’s. Er is een directe relatie met paragraaf A-risico’s en weerstandsvermogen. 

In 2025  wordt de groei van de economie geschat op met 1,3%. Een behoorlijke verbetering ten opzichte van de groei in 2024 met 0,8% (bron: ING Bank).  De financieringsbehoefte is lager dan het geraamde niveau. In de begroting 2025 is uitgegaan van € 40 miljoen (afgerond).

Uiteindelijk is voor € 20 miljoen aan langlopende middelen aangetrokken in de vorm van 2 langlopende leningen. Het lagere volume vindt zijn oorzaak in het feit dat er in 2025 forse vertragingen opgetreden zijn bij het uitvoeren van geplande investeringen. Daarnaast zijn er in 2025 opnieuw veel subsidies ontvangen in zowel de grondexploitatie als voor de opvang van Oekraïners waardoor er meer middelen waren.

De gemiddelde rente voor langlopende leningen kwam uit op 2,7% (3,1 % in 2024).

De rente op kasgeldleningen kwam in de tweede helft van 2025 door de renteverlagingen van de Europese Centrale Bank uit op 2% (was 3,2% eind 2024).

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Kasgeldlimiet

Omschrijving (toelichting)

De kasgeldlimiet is nageleefd conform de Wet FIDO. Deze limiet bepaalt hoeveel geld de gemeente maximaal voor een periode van één jaar mag lenen. Voor Veenendaal bedraagt de limiet € 22,1 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op 8,5% van het begrotingstotaal van € 260 miljoen. De netto vlottende schuld bedroeg gemiddeld € 3,5 miljoen, waardoor ruim voldaan is aan de kasgeldlimiet.

In 2025 is, met het oog op het omvangrijke investeringsplan en ontwikkelingen bij de grondexploitatie, tijdig lang geld aangetrokken. Doordat de investeringen lager uitvielen en de liquiditeitsbehoefte bij de grondexploitatie zich gunstig ontwikkelde, is minder gebruikgemaakt van kasgeld.

Excel-tabel

Kasgeldlimiet 2025 jan-mrt apr-jun jul-sep okt-dec Jaar
Vlottende schuld 13.149 18.667 4.899 1.863 9.644
Vlottende middelen 2.635 2.562 9.352 10.232 6.195
Netto vlottende schuld 10.514 16.105 -4.454 -8.369 3.449
Toegestane kasgeldlimiet 22.100 22.100 22.100 22.100 22.100
Ruimte 11.586 5.995 26.554 30.469 18.651

Liquiditeitsontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Liquiditeitsontwikkeling

Omschrijving (toelichting)

In het eerste kwartaal zijn er veel betalingen gedaan in het kader van rente en aflossing op geldleningen. De belastingontvangsten zijn in het eerste kwartaal gering waardoor er een hoge behoefte aan liquiditeit was.  Deze hoge behoefte is ingevuld door kasgeldleningen.

In het tweede kwartaal zijn veel belastinginkomsten binnengekomen en is een langlopende lening van € 10 miljoen aangetrokken waardoor de behoefte aan kasgeld minder werd. 

Aan het begin van het derde kwartaal is er vanuit het BTW - compensatiefonds een bedrag van € 12 miljoen ontvangen en opnieuw een langlopende geldlening opgenomen van  € 10 miljoen. Dit zorgde voor een tijdelijk ruimere liquiditeit en is een deel van dit bedrag tijdelijk bij de schatkist ondergebracht.

In het vierde kwartaal is het saldo bij het schatkistbankieren gebruikt voor de aanvulling van de benodigde liquiditeiten. 

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Renterisiconorm

Omschrijving (toelichting)

De renterisiconorm is nageleefd conform de Wet FIDO. Deze norm bepaalt hoeveel een gemeente maximaal voor een periode langer dan één jaar mag lenen en schrijft voor dat de jaarlijkse aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van de baten. Hiermee worden de financiële gevolgen van een eventuele rentestijging beperkt.
 
De relevante gegevens omtrent de renterisiconorm wijken in gunstige zin af van de begroting. Door hogere baten en lasten (begroot € 250 miljoen, werkelijk € 270 miljoen) is de positie zelfs sterker dan verwacht. Wel zien we, als gevolg van de oplopende schuld in de toekomst, dat het renterisico de komende jaren zal toenemen. Tegelijkertijd zien we dat de ruimte ruim voldoende blijft.

Excel-tabel

Renterisiconorm 2025 realisatie 2026 prognose 2027 prognose 2028 prognose
Renterisiconorm: 20% van € 259,6 miljoen in 2025 51.929.000 51.929.000 51.929.000 51.929.000
Renterisico op vaste schuld -14.079.000 -14.836.000 -18.577.000 -25.389.000
Ruimte 37.850.000 37.093.000 33.352.000 26.540.000

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Financieringspositie

Omschrijving (toelichting)

De financieringspositie geeft inzicht welk deel gefinancierd is met eigen middelen en welk deel met vreemde middelen. De eigen middelen bestaan uit de algemene reserve en andere reserves. De vreemde middelen worden aangetrokken via geldleningen op de geld- en kapitaalmarkt.

In 2025 is de financieringspositie met 1% verslechterd. Het eigen vermogen bedraagt 35% (36%). In 2023 was dit 34% en in 2024 36%.

Verder valt op dat in 2025 de omvang van het kort vermogen qua volume gelijk is aan 2024.

 

Excel-tabel

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Schatkistbankieren

Omschrijving (toelichting)

Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen, zoals Veenendaal, is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% (was 0,75%) van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Het drempelbedrag is voor Veenendaal € 5 miljoen (begrotingstotaal van € 250 miljoen). Het drempelbedrag is het bedrag dat buiten de schatkist aangehouden mag worden.

De gemeente mag dus overtollige middelen, als deze meer bedragen dan € 5 miljoen, niet bij een bank zoals de Rabobank onderbrengen maar alleen bij de schatkist.  In 2025 is deze regelgeving nageleefd.

Borgtocht c.q. garanties

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Borgtocht c.q. garanties

Omschrijving (toelichting)

Het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal Oost en het Duurzaam Energiebedrijf Veenendaal Oost (DEVO) zijn in 2025 gemonitord. Bij DEVO betreft het DEVO Holding, DEVO en DEVOG (Duurzaam Energiebedrijf Groenpoort) .  De gemeente heeft 100% van de aandelen van DEVO Holding in haar bezit. DEVO Holding heeft  op haar beurt weer 100% van de aandelen van DEVOG en DEVO in haar bezit.

Voor meer informatie wordt verwezen naar de staat gewaarborgde geldleningen, de paragraaf risico’s en weerstandsvermogen en de paragraaf verbonden partijen.  Daarnaast zijn in 2025 de sportverenigingen beoordeeld die een gemeentelijke borgtocht hebben.

Renteschema

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Renteschema

Omschrijving (toelichting)

De rentelasten voor externe financieringen zijn uitgekomen op €  2.840.396  (A). De externe rentebaten bedragen € 334.385 (B).
De door te rekenen externe rente bedraagt per saldo € 2.506.011 (A-B=C). De bouwgronden in exploitatie zijn belast met een rente van 1.5%. Er is een bedrag van € 306.396 (D) doorbelast aan de grondexploitatie. De rente die in het kader van projectfinanciering is doorbelast bedraagt € 363.019 (E). Het saldo door te rekenen externe rente bedraagt dan (C)-(D)-(E)= € 1.836.597 (G). De rente over reserves en voorzieningen bedraagt € 2.465.157 (H). De aan de taakvelden toe te rekenen rente is dan (G)+(H)= € 4.301.754.  

Het in 2025 gehanteerde rentepercentage voor de integraal gefinancierde activa bedroeg 1,5%. Op basis van dit percentage is werkelijk € 4.479.067 (J) toegerekend aan de taakvelden. Op basis hiervan is er een positief resultaat op treasury ontstaan van € 177.313 (K).  Het verschil tussen de toegerekende rente aan de taakvelden (renteomslag) en de werkelijke rentelast bedraagt 4% (€ 177.313 (K)/ €4.479.067 (J)). Dit is ruim binnen de toegestane afwijking van 25%, zodat ultimo 2025 geen herberekening van het gehanteerde rentepercentage van 1,5% heeft plaatsgevonden.

Excel-tabel

Rente schema 2025
A Externe rentelasten over korte en lange financiering 2.840.396
B De externe rentebaten (starters- en duurzaamheidsleningen) 334.385
C Totaal door te rekenen externe rente (A – B) 2.506.011
D De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 306.396
E De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 363.019
F Subtotaal (D + E) 669.414 669.414
G Saldo door te rekenen externe rente (C – F) 1.836.597
H Rente over eigen vermogen en voorzieningen 2.465.157
I De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (G+H) 4.301.754
J De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 4.479.067
K Renteresultaat op het taakveld treasury 177.313

Wet Houdbaarheid Overheidsfinanciën (Wet HOF) – EMU saldo

Terug naar navigatie - Paragraaf C. Financiering - Wet Houdbaarheid Overheidsfinanciën (Wet HOF) – EMU saldo

Omschrijving (toelichting)

Op grond van de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) legt de gemeente in de jaarrekening verantwoording af over het gerealiseerde EMU-saldo. Het EMU-saldo geeft inzicht in het saldo van inkomsten en uitgaven op kasbasis en wijkt daarmee af van het reguliere exploitatieresultaat, dat is gebaseerd op het baten-lastenstelsel.

Het EMU-saldo over 2025 bedraagt € 7,3 mln. Dit is veel minder dan het bij de begroting geraamde EMU-saldo van € 22,5 mln.

De verbetering ten opzichte van de begroting wordt vooral verklaard door:

  • lagere investeringsuitgaven dan geraamd, waardoor de mutatie in (im)materiële vaste activa lager uitviel dan begroot;
  • een positief exploitatiesaldo vóór reserves, hetgeen een verlagend effect heeft op het EMU-tekort.

Daartegenover staat dat het EMU-saldo in de rekening negatief wordt beïnvloed door:

  • een toename van de voorraden, waaronder bouwgronden in exploitatie;
  • een onttrekking aan voorzieningen, wat kasuitgaven met zich brengt zonder dat daar lasten in hetzelfde jaar tegenover staan.

De bijgestelde referentiewaarde voor 2025 bedraagt € 12,4 mln. Het verschil tussen het gerealiseerde EMU-saldo en deze referentiewaarde bedraagt € -5,1 mln. Dit verschil hangt samen met de omvang en fasering van investeringen en grondexploitaties . Het EMU-saldo past binnen het collectieve kader voor decentrale overheden.

Excel-tabel

Omschrijving Begroting 2025 Rekening 2025
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 0,5 13,3
Mutatie (im)materiële vaste activa 25 13,1
Mutatie voorzieningen 0 -3,7
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -2 11,2
Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0 0
Berekend EMU-saldo 22,5 7,3
Referentiewaarde 8,3 12,4

Paragraaf D. Bedrijfsvoering

D. Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf D. Bedrijfsvoering - D. Bedrijfsvoering

Omschrijving (toelichting)

In artikel 14 van het BBV wordt een paragraaf bedrijfsvoering voorgeschreven. Hier is kort aangegeven wat de inhoud moet zijn van de paragraaf: ‘de paragraaf over de bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering’.
Het gaat hierbij om het doel te sturen op hoofdlijnen en de kwaliteit van het inzicht van de raad te bevorderen. Het sturen en beheersen van de bedrijfsprocessen zijn primair de verantwoordelijkheid van het college, maar de raad moet zich wel een oordeel kunnen vormen over de inrichting en het functioneren van de bedrijfsvoering. Deze paragraaf dient daartoe. In de financiële verordening van de gemeente is daarnaast nader gespecificeerd wat in deze paragraaf wordt toegelicht. Ook is de paragraaf bedoeld om organisatiebrede opgaven en initiatieven toe te lichten.

Omschrijving (toelichting)

Planning en Control
Conform de planning & control-cyclus zijn de volgende documenten opgesteld en aangeboden aan de raad:

  • Jaarstukken 2024;
  • Kadernota 2026-2029;
  • Twee bestuursrapportages;
  • Decemberwijziging;
  • Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029.

In 2025 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de opzet van de planning & control-cyclus van Veenendaal. De gemeente heeft de 3e bestuursrapportage laten vervallen en deze vervangen door een decemberwijziging, die uitsluitend bedoeld is voor het overhevelen van budgetten naar het komende jaar en voor wijzigingen om de begrotingsrechtmatigheid te waarborgen. Daarnaast is in de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 een structurele doorkijk naar 2034 opgenomen. Hiermee wordt meerjarig inzicht geboden in de financiële positie en de strategische opgaven die op de langere termijn op de gemeente afkomen. Deze aanpassingen dragen bij aan een overzichtelijkere, toekomstgerichtere en beter voorspelbare P&C-cyclus.

Omschrijving (toelichting)

Rechtmatigheid

Het college van B&W dient via de jaarrekening verantwoording af te leggen over het rechtmatig handelen aan de raad.

Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die van belang zijn voor financiële handelingen van de gemeente. Met deze verantwoording geven wij invulling aan hoofdstuk 3 van de financiële verordening. In de rechtmatigheidsverantwoording zijn drie criteria van belang:

- Het begrotingscriterium;
- Het voorwaardencriterium;
- Het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium.

De rapporteringstolerantie voor onrechtmatigheden is door de Raad vastgesteld op € 100.000 euro. 
De uitkomsten van de rechtmatigheidsverantwoording worden weergegeven in onderstaande tabel:

Begrotingscriterium
Alle begrotingsoverschrijdingen (bruto) op de totale lasten per begrotingsprogramma (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig als deze lasten in strijd zijn met een wettelijke bepaling of met het beleid van de Raad. Overschrijding van budgetten binnen wet- en regelgeving en passend bij de uitvoering van het beleid van de Raad zijn niet onrechtmatig (netto).

 

Van bruto naar netto

     

               

Van bruto naar netto   

     
 

2025

   

2024

 

Monitor Rechtmatigheidsverantwoording

Bruto

Af:

RMV

 

Monitor Rechtmatigheidsverantwoording

Bruto

Af:

RMV

 

A.    Begrotingscriterium

       

A.    Begrotingscriterium

     

 

1       Overschrijding exploitatiebudgetten programma’s begroot versus werkelijk

€ 4.450

 

€ 4.450

 

1       Overschrijding exploitatiebudgetten programma’s begroot versus werkelijk

€ 15.755

 

 € 15.755

 

2       Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

€ 570

 

 € 570

 

2       Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

€ 188

 

 € 188

 

3       Niet geautoriseerde reserve mutaties

€ -  

 

 € -  

 

3       Niet geautoriseerde reserve mutaties

€ -  

 

 € -  

 

Subtotaal A. Begrotingsonrechtmatigheden (bruto)

€ 5.020

 

€ 5.020

 

Subtotaal A. Begrotingsonrechtmatigheden (bruto)

€ 15.943

 

 € 15.943

 

B.    Af: Begrotingsafwijkingen waarvan de raad heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn

 

€ -1.124

 € -1.124

 

B.    Af: Begrotingsafwijkingen waarvan de raad heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn

 

€ -14.929

 € -14.929

 

C. Totaal begrotingsonrechtmatigheden (fouten) = A-B

€ 5.020

 € -1.124

 € 3.896

 

C. Totaal begrotingsonrechtmatigheden (fouten) = A-B

€ 15.943

 € -14.929

 € 1.014

 

D.    Voorwaardencriterium

       

D.    Voorwaardencriterium

     

 

1       Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

€ 672

 

 € 672

 

1       Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed

€ 433

 

 € 433

 

E.    Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium

 € -  

 

 € -  

 

E.    Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium

 € -  

 

 € -  

 

F.    Totaal rechtmatigheidsfouten = C+D+E

€ 5.692

 € -1.124

 € 4.568

 

F.    Totaal rechtmatigheidsfouten = C+D+E

€ 16.376

 € -14.929

 € 1.447

 

G.    Verantwoordingsgrens

       

G.    Verantwoordingsgrens

     

 

Verantwoordingsgrens vastgesteld door het bestuur

2%

 

2%

 

Verantwoordingsgrens vastgesteld door het bestuur

2%

 

2%

 

Totaal lasten exclusief toevoegingen aan de reserves

€ 297.760

 

€ 297.760

 

Totaal lasten inclusief toevoegingen aan de reserves

€ 323.342

 

 € 323.342

 

Verantwoordingsgrens in euro

€ 5.955

 

 € 5.955

 

Verantwoordingsgrens in euro

€ 6.467

 

 € 6.467

 

Bedragen x € 1.000

 

Bedragen x € 1.000

 

Overschrijding lasten begrotingsprogramma’s en investeringskredieten

In 2025 is er bij de begrotingsprogramma's sprake geweest van een overschrijding van € 5,7 miljoen aan de lastenkant. In overeenstemming met de financiële verordening artikel 11 lid 3 is € 1,1 miljoen hiervan acceptabel. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programmaverantwoording. Daarnaast is er in 2025 op de kredieten een bedrag van € 0,6 miljoen overschreden. De overige overschrijdingen van exploitatiebudgetten en kredieten zijn volgens het college wel in lijn met de bedoelde uitvoering en worden in de jaarrekening transparant verantwoord.

 

We blijven gericht inzetten op een zorgvuldige monitoring van investeringskredieten, budgetramingen en de bijbehorende realisatie, waarbij continue procesverbetering onze blijvende aandacht heeft.

 

Voorwaardencriterium

Bij dit criterium gaat het om toepassing van de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan financiële (beheers)handelingen. Die eisen en voorwaarden hebben betrekking op doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

 

Wij hebben vastgesteld dat er onrechtmatigheden zijn voor een bedrag van €672.000 doordat de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet juist zijn toegepast. Hieronder wordt een toelichting gegeven.

 

Algemeen:

Een budgethouder die een werk, levering of dienst afneemt bij een leverancier, dient zich af te vragen op welke wijze de afname moet worden aanbesteed. Hiervoor is er binnen de gemeente een inkoopbeleid die moet waarborgen dat de regels worden gevolgd. In 2025 is voor een bedrag van

€ 672.000 ingekocht waarbij de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet juist zijn toegepast.

 

Toelichting aanbesteding en inkopen

Onderstaand treft u een overzicht aan van de geconstateerde onrechtmatigheden in het aanbestedings- en inkoopproces over het jaar 2025, onderverdeeld per categorie.

Leveringen

Door stilzwijgende verlenging bij de levering van software is de contractwaarde overschreden, wat heeft geleid tot een onrechtmatigheid van € 59.000.

Diensten

Bij de gunning van een opdracht voor verzekeringen aan één leverancier is een onrechtmatigheid vastgesteld. Door stilzwijgende verlenging is de contractwaarde overschreden, wat in 2025 resulteerde in een totale onrechtmatigheid van € 321.000. 

De kosten voor bepaalde mobiele telefonie zijn niet via een EU-aanbesteding verlopen, wat als onterecht wordt beschouwd. Dit heeft geresulteerd in een onrechtmatigheid van € 53.000.

Bij de opdrachtverlening aan twee leveranciers voor IT- diensten is een onrechtmatigheid vastgesteld van € 207.000. Totale onrechtmatigheid 2025: € 581.000.

 

Werken

Bij de opdrachtverlening aan een leverancier is de contractwaarde overschreden en hierdoor is een onrechtmatigheid vastgesteld van € 33.000 in 2025.

 

Ontwikkeling en verbetermaatregelen

We blijven aandacht houden voor het oplossen van bestaande onrechtmatigheden. De focus ligt op het versterken van de naleving van het inkoopbeleid, het vergroten van de kennis bij budgethouders en het tijdig betrekken van inkoopdeskundigheid bij aanbestedingstrajecten. Hiermee zetten we in op het verder terugdringen van onrechtmatigheden en het structureel borgen van rechtmatig inkopen.

 

Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium

Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens. Met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te ontvangen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen en/of feitelijke handelingen, ontvangen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de tekst van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.

 

Uitkeringen, subsidies en vergunningen gaan alleen naar inwoners, bedrijven en instellingen die daar recht op hebben. Dit wordt getoetst aan wet- en regelgeving en interne integriteitsregelingen en -afspraken. Wij hebben interne procedures om na te gaan dat (belasting-)gelden, subsidies, uitkeringen of bijdragen, enzovoort op de juiste manieren worden ingezet en besteed. Voor verschillende beleidsterreinen hebben wij preventieve en/of repressieve maatregelen. Preventieve maatregelen zijn met name regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Repressieve maatregelen zijn controle achteraf en sanctionering. Op dit vlak zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

 

In 2023 is er overkoepelend beleid voor het voorkomen van misbruik- en oneigenlijk gebruik vastgesteld, deze is voor boekjaar 2025 nog altijd actueel.


Eindconclusie:

Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 5,7 miljoen bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 6 miljoen. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is e overigens conform de financiële verordening een bedrag van € 1,1 miljoen acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken.  

 

 

Omschrijving (toelichting)

Fiscale zaken in control
De gemeente vindt het belangrijk om het fiscale beleid stevig te verankeren in de organisatie. Dit betekent dat de gemeente een fiscale strategie opstelt, inzicht krijgt in de fiscaliteiten die binnen de organisatie spelen en de bijbehorende fiscale risico’s onderkent en beheerst. Wanneer de gemeente dit aantoonbaar kan maken, kan met de Belastingdienst opnieuw een convenant voor horizontaal toezicht (DHT) worden afgesloten. De Belastingdienst heeft de eisen hiervoor in 2021 aangescherpt, waardoor de gemeente nu duidelijker moet aantonen dat de fiscale processen daadwerkelijk worden beheerst.

De processen en risico’s van alle fiscale processen waren al in kaart gebracht. In 2025 heeft de gemeente, samen met een adviesbureau, de beheersmaatregelen op de risico's verder uitgewerkt, inclusief de uitvoering en monitoring daarvan. In de tweede helft van 2025 zijn cursussen gegeven aan medewerkers die met fiscale processen werken, zodat fiscaliteit wordt ingebed in de organisatie. Hierdoor ontstaat meer fiscaal bewustzijn, waardoor fiscale vraagstukken vroegtijdig kunnen worden onderkend en opgepakt.

Daarnaast heeft de gemeente de eerste gesprekken gevoerd met de Belastingdienst om in aanmerking te komen voor het convenant. De Belastingdienst concludeerde dat de gemeente op de goede weg is, maar nog meer moet vastleggen hoe de monitoring en beheersing plaatsvinden. In 2026 werkt de gemeente dit verder uit, zodat het convenant in de loop van 2026 kan worden afgesloten. 

Omschrijving (toelichting)

Inkoop en aanbesteding
Om meer grip te krijgen op het inkoopproces en om de risico’s van onrechtmatige aanbestedingen en inkopen te beperken, is gekozen voor de aanschaf van een nieuw inkoop- en bestelsysteem. De aanbesteding hiervoor is succesvol afgerond en gefaseerde modulaire livegang heeft vanaf medio 2025 plaatsgevonden. In dat jaar zijn de modules inhuur, inkoop en contracten in gebruik genomen. De modules bestellen en facturering zullen in 2026 volgen.

De keuze voor een gefaseerde implementatie was noodzakelijk, omdat het systeem moest worden ingepast in de bestaande werkomgeving en processen. Zoals bij elk nieuw systeem vraagt dit om gewenning van de gebruikers, maar de eerste ervaringen zijn positief en de adoptie verloopt naar verwachting.

Daarnaast heeft de inkooporganisatie zich in 2025 intensief beziggehouden met de begeleiding, advisering en/of opstart van 32 Europese aanbestedingen. Het aantal meervoudig onderhandse aanbestedingen bedroeg circa 65 en er zijn ongeveer 30 enkelvoudig onderhandse aanbestedingen begeleid.

Omschrijving (toelichting)

Personeelsbeleid
In 2025 heeft de gemeente Veenendaal verdere stappen gezet in het versterken van een toekomstbestendige organisatie. In een krappe arbeidsmarkt, met toenemende complexe maatschappelijke vraagstukken, is een strategische inzet van personeel essentieel. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van strategische personeelsplanning, werving en selectie, werkgeluk, onboarding, vitaliteit en integriteit.

Strategische personeelsplanning - naar meer zicht op de samenstelling van onze teams
In de huidige arbeidsmarkt moeten organisaties veel moeite doen om kwalitatief goed personeel te vinden en aan zich te binden. Daarnaast speelt verloop/vergrijzing een rol en heeft ook de gemeente steeds meer te maken met complexere vraagstukken waar specifieke expertise en vaardigheden van belang zijn. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat een doeltreffende inzet van strategische personeelsplanning (SPP) steeds meer urgent wordt. In 2025 hebben alle teams deelgenomen aan werksessies gericht op het verkrijgen van inzicht in zowel de kwalitatieve als kwantitatieve samenstelling en ontwikkeling van teams. Deze inzichten vormen de basis voor het anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, zoals vergrijzing, krapte op de arbeidsmarkt en veranderende expertisebehoeften.

Aantrekken - ''Veenendaal werkt voor jou''
Ons positief onderscheiden op de arbeidsmarkt dat was ons doel van de in 2025 gelanceerde arbeidsmarkt campagne. De campagne ‘Veenendaal werkt voor jou’ heeft geleid tot een grotere zichtbaarheid binnen de regio en een toename van bezoeken aan de website en vacaturepagina. In totaal zijn er in 2025 167 vacatures gepubliceerd waarvan 73% is ingevuld en 141 collega's zijn aangenomen (vacatures opengesteld voor meer dan 1 fte). De meeste vacatures zijn binnen de 1 tot 3 maanden ingevuld, waardoor de gemiddelde doorlooptijd van openstelling tot aanname 70 dagen betrof.  Dit heeft onder andere te maken met een aantal moeilijk vervulbare vacatures die een langere doorlooptijd hebben, te denken valt aan vacatures op het gebied van financiën, privacy en op het gebied van omgevingsrecht en ruimtelijke ordening. De niet vervulde vacatures staan nog open of worden op dit moment (tijdelijk) ingevuld door externen. De campagne is ingezet via zowel online als offline kanalen en vormt een versterking van het werkgeversmerk van de gemeente. Naast de inzet op het gebied van Werving & Selectie hebben we geïnvesteerd in het verdere integreren in onze uitingen zoals in onze onboarding van nieuwe medewerkers, zodat ons werkgeversverhaal herkenbaar en consistent wordt uitgedragen. Zo vergroten we de herkenbaarheid en duidelijkheid van ons verhaal als werkgever.

Daarnaast is binnen recruitment geïnvesteerd in verdere professionalisering, data-analyse en doelgroepgerichte vacature-uitingen. Vacatures worden, op basis van doelgroepinformatie, gericht in de markt gezet en voorzien van een helder verhaal over de bijdrage die nieuwe collega’s leveren aan onze organisatie. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in verdere professionalisering en regionale netwerkontwikkeling zoals de contacten met scholen uit de regio, banenmarkten en online evenementen.

Dit heeft ervoor gezorgd dat de doorlooptijd van vacatures substantieel is verkort. Ook is samenwerking binnen de Regio Foodvalley versterkt met de start van een regionaal traineeship waarin 10 trainees zijn ingestroomd. De gemeente Veenendaal is hier de regionale trekker van.

Werkgeluk - samen bouwen aan betekenisvol werk
Werkgeluk zien we niet als bijzaak, maar als een bewust onderdeel van het dagelijkse werk. De gemeente Veenendaal beschouwt werkgeluk als een integraal onderdeel van het organisatiebeleid. In een tijd waarin maatschappelijke opgaven steeds complexer worden, kiezen we ervoor om niet alleen te investeren in resultaten, maar ook in de mensen die deze resultaten mogelijk maken. Daarom stimuleren we medewerkers om zich te blijven ontwikkelen. Niet vanuit verplichting, maar vanuit vertrouwen: groei werkt door motivatie, creativiteit en eigenaarschap en het zien en investeren in talent.

Talentmanagement blijft een speerpunt
Afgelopen jaren hebben we stappen gemaakt in de implementatie van Talentmanagement en het bestendigen hiervan. We werken met workshops binnen de onboarding om medewerkers te informeren, maar ook handvatten te geven om aan de slag te gaan met hun ontwikkeling. Zo geven we leidinggevenden via trainingen handvatten om dit in de praktijk te brengen. Ook is een medewerkersapp middels talentmanagement geïmplementeerd, zodat medewerkers laagdrempelig inzicht hebben in hun talenten, ontwikkelmogelijkheden en hoe zij hiermee aan de slag kunnen, zodat het geïntegreerd kan worden in hun eigen werk. Daarnaast maken we in onze werving & selectie steeds meer gebruik van talentmanagement door te werven op talent en competenties en naar het potentieel van toekomstige medewerkers te kijken. 

Blijven leren & ontwikkelen
Medewerkers worden gestimuleerd zich te ontwikkelen via opleidingen, teamtrainingen en de Goodhabitz-leeromgeving. Door opleidingen individueel en op het gebied van teamontwikkeling, kennissessies, intervisie en ruimte om talenten te ontdekken, wordt vakmanschap voortdurend versterkt. Het afgelopen jaar zijn er vanwege de ontwikkeling en focus op specifieke onderwerpen meerdere trainingen georganiseerd op het gebied van digitale fitheid en privacy om de bewustwording te vergroten. Zo ontstaat een werkomgeving waarin leren en verbeteren vanzelfsprekend zijn. Zo ook speelt de gespreksdialoog een belangrijke rol in de ontwikkeling van medewerker en wordt deze verder aangepast op het gebied van ontwikkeling en vitaliteit.

In 2025 is een tweede pulsemeting uitgevoerd. De totaalscore voor werkgeluk kwam uit op een 7,3, gelijk aan het landelijk gemiddelde. Naast werkgeluk is in de brede zin in de meting aandacht besteed aan onderwerpen zoals werkdruk, binden en boeien en sociale veiligheid. Naast positieve ontwikkelingen zijn ook aandachtspunten bepaald, waarvoor vervolgacties zijn opgenomen.

Leidinggevenden binnen de gemeente Veenendaal hebben een duidelijke rol in het versterken van werkgeluk: ze luisteren, coachen en denken mee. Niet sturend van bovenaf, maar faciliterend en nabij. Door heldere verwachtingen te combineren met vertrouwen en autonomie ontstaat er ruimte voor eigenaarschap en initiatief. Om hier ook in de praktijk aandacht aan te besteden zijn trainingen georganiseerd over hoe zij in hun dagelijkse wijze van leidinggeven beter kunnen sturen op het werkgeluk van hun medewerkers.

Onboarding - kandidaat- en medewerkersreis
Onboarding is een belangrijk onderdeel voor de medewerkersreis (employee experience) en draagt bij aan het behoud van medewerkers. Door een goede onboarding krijgen nieuwe medewerkers een warm welkom en een zachte landing binnen de organisatie en laat je hen ook op een gestructureerde wijze kennismaken met zowel de organisatie als het werk. Op basis van een evaluatie is de introductiedag vernieuwd. De informatievoorziening is verbeterd, interactie met nieuwe medewerkers is vergroot en het integriteitsbeleid heeft een stevigere plek gekregen binnen de onboarding. Het moment van de ambtseed of -belofte is verstevigd door er een plechtig, betekenisvol moment van te maken.

Daarnaast wordt gewerkt aan een pre-boarding website en verdere aanscherping van onboardingsinformatie op intranet en worden diverse trainingen standaard aan medewerkers aangeboden. Te denken valt aan de training bestuurlijke sensitiviteit die als doel heeft medewerkers effectief op te leiden rondom het adviseren in een politieke en bestuurlijke omgeving. Dit alles zorgt voor een goede landing en een eenduidig verhaal met ons werkgeversmerk.

Vitaliteit
Vitaliteit is een basisvoorwaarde voor een toekomstbestendige organisatie. Ook ontstaat werkgeluk wanneer medewerkers ruimte ervaren om werk en privé in balans te houden. Flexibele werktijden, hybride werken en aandacht voor vitaliteit helpen medewerkers om gezond, gemotiveerd en met plezier aan het werk te zijn.

In 2025 is meer aandacht besteed aan vitaliteit en duurzame inzetbaarheid om verzuim zoveel mogelijk te voorkomen en beperken. Het verzuimcijfer over 2025 lag over de gehele organisatie op 5,4% en de meldingsfrequentie op 0,77. Dit is lager dan de benchmark gemeenten laat zien. Wel is een stijging zichtbaar in langdurig verzuim, voornamelijk gerelateerd aan stressklachten. Daarom zijn workshops georganiseerd rond werkdruk, slaap, veerkracht en hormonen. Daarnaast is de Risico-Inventarisatie & Evaluatie geactualiseerd, waarmee de organisatie opnieuw een volledig beeld heeft van veiligheids- en gezondheidsrisico’s.

Opbouw personeelsbestand en loonkosten

De formatie van de totale gemeentelijke organisatie is in 2025 met 4 fte gegroeid naar 592 fte. Dit is exclusief het project Trainees FoodValley waarin in FoodValley-verband een traject is gestart om 10 trainees in een periode van 2 schooljaren op te leiden en te begeleiden naar mogelijk een vaste baan binnen de regio. De bezetting is toegenomen met 39 fte. Deze forse toename is met name te danken aan de in 2024 gestarte wervingscampagne en de positionering van Veenendaal op de arbeidsmarkt. Hierdoor hebben we nadrukkelijk minder beroep gedaan op relatief dure externe inhuurkrachten. De loonkosten voor 2025 zijn uitgekomen op een bedrag van € 48,8 miljoen.


De wervingsacties voor nieuw personeel, met behulp van een eigen recruiter, werpen vruchten af. We zien in 2025 een afname in de inzet van externe inhuur. Uiteraard speelt hierbij de striktere toepassing van de wet DBA een rol. Externen worden voor het grootste deel ingezet ter vervanging van begrote capaciteit. Daarnaast op kleine schaal voor eenmalige projecten of investeringen. De totale inzet van externen in 2025 bedroeg ruim € 10 miljoen.

Omschrijving (toelichting)

Integriteitsbeleid
Het integriteitsbeleid is een belangrijk onderdeel van het organisatiebeleid. De gemeente Veenendaal kent een gedragscode en heeft een professioneel netwerk met externe ondersteuning zoals twee externe vertrouwenspersonen, een interne vertrouwenspersoon en protocollen om te handelen. In 2025 is extra aandacht besteed aan sociale veiligheid, met trainingen voor leidinggevenden over het creëren en bespreekbaar maken van een veilige werkomgeving.

Omschrijving (toelichting)

Informatisering & automatisering
Goed functionerende systemen en een zorgvuldige informatiehuishouding vormen een essentiële basis voor de gemeentelijke dienstverlening en voor een transparante verantwoording richitng onze democratie. Stabiliteit, betrouwbaarheid en passende ondersteuning zijn daarom onmisbaar. In 2025 zijn op verschillende onderdelen belangrijke stappen gezet. 

1. Evenwichtige en transparante financiële afspraken 
Met de partnergemeenten zijn nieuwe financiële afspraken gemaakt, waardoor de kostenverdeling evenwichtiger en duidelijker is geworden. 

2. Voorbereiding op de inzet van AI 
In 2025 zijn een vernieuwde i-visie, AI-beleid en richtlijnen opgesteld, zodat de gemeente AI op een zorgvuldige en verantwoorde manier kan toepassen. Naar verwachting zullen deze documenten in het eerste halfjaar van 2026 voorgelegd worden ter besluitvorming 

3. Verbetering interne dienstverlening 
Er zijn stappen gezet in de communicatie en het functioneren van de servicedesk. Zo is de bereikbaarheid verbeterd, worden meldingen consequenter en duidelijker opgepakt, en is er meer aandacht gekomen voor tijdige terugkoppeling richting collega’s. Deze verbeteringen dragen bij aan een voorspelbare en betrouwbaardere dienstverlening binnen de organisatie. 

4. Informatiehuishouding en gemeentearchief 
We werken aan het wegwerken van de bevindingen van de toezichthouder. In 2025 is gestart met de voorbereidingen voor het vervangingsbesluit en met het vernietigen van informatie waarvan de bewaartermijn was verstreken. Dit project wordt in 2026 voortgezet. 

Afgelopen jaar is de raad bijgepraat over de ontwikkelingen en de architectuur van de informatisering en automatisering.

Omschrijving (toelichting)

Belastingen
Met ingang van 2025 zijn de gemeentelijke belastingtaken uitbesteed aan het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT). Het GBLT heeft de WOZ-waarden vastgesteld en de aanslagen gemeentelijke belastingen opgelegd en geïncasseerd. Door de Waarderingskamer is in december aan GBLT de hoogste waardering (5 sterren) toegekend aan de kwaliteit van waarderen van de WOZ-waarden. Dit oordeel laat zien dat GBLT met hoge kwaliteit taxaties en processen in het kader van de Wet WOZ (Waardering Onroerende Zaken) uitvoert. De communicatie en samenwerking tussen de gemeente en het GBLT in 2025 is goed verlopen. Uit de jaarcijfers van het GBLT is te lezen dat de totale belastingopbrengst over 2025 een lichte plus vertoont van zo'n € 300.000. In paragraaf G Lokale heffingen wordt verder ingegaan op de gemeentelijke belastingen.

Omschrijving (toelichting)

Informatieveiligheid
Informatieveiligheid blijft een belangrijke randvoorwaarde voor de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening. Zowel bestuurlijk als op managementniveau is hier in 2025 opnieuw veel aandacht voor geweest. De focus ligt daarbij op het risicogestuurd borgen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van (persoons)gegevens en van de processen die de gemeente dagelijks uitvoert.

In 2025 is verdere uitvoering gegeven aan het meerjarenplan informatiebeveiliging 2024–2026. Het accent lag op het verdiepen en aanscherpen van bestaande beveiligings- en beheersmaatregelen. Daarbij is onder andere gewerkt aan het verhogen van de digitale weerbaarheid van de infrastructuur, het testen van de dienstverlening bij uitvalscenario’s en het doorvoeren van aanvullende technische maatregelen. Daarnaast zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen doorgevoerd om het gebruik van apparaten en applicaties beter te beschermen. Zo zijn de beveiligingsinstellingen voor mobiele apparaten en werkplekken aangescherpt, en is beter geregeld welke informatie op welke manier kan worden geraadpleegd of gedeeld. Ook het wachtwoordbeleid is verder verbeterd, zodat ongeautoriseerde toegang beter wordt voorkomen. Daarnaast zijn de bedrijfskritische processen vastgesteld om beter te kunnen prioriteren bij incidenten en calamiteiten.

De komst van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de vernieuwde Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2) vraagt in de komende jaren een verdere inspanning van de organisatie. In 2025 is gestart met de voorbereidingen om hieraan te kunnen voldoen. Onderdeel daarvan is het herijken van het Informatiebeveiligingsbeleid, zodat dit aansluit bij de nieuwste inzichten en wettelijke kaders.

Daarnaast heeft de gemeente in 2025 stappen gezet naar meer volwassenheid in de aanpak van informatieveiligheid. Zo wordt steeds meer gewerkt met volwassenheidsniveaus als richtinggevend instrument, is een informatiebeveiligingsportfolio ingericht en wordt risicomanagement geïntegreerd in het kwaliteitssysteem en de reguliere bestuursrapportages. Daarmee wordt informatieveiligheid niet alleen technisch geborgd, maar ook organisatorisch en bestuurlijk beter ingebed.

Voor de landelijke voorzieningen en basisregistraties (waaronder Suwinet, BRP, BRO, BGT, BAG en DigiD) is conform het ENSIA-verantwoordingstelsel opnieuw aantoonbaar voldaan aan alle gestelde normen, inclusief de werkingsnormen voor DigiD-applicaties. 

Paragraaf E. Verbonden partijen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Algemeen

Omschrijving (toelichting)

Beleid
Wij kiezen bewust voor een faciliterende rol waarin wij kaders en omstandigheden creëren, waarbinnen inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers zaken met elkaar kunnen realiseren. Tegelijkertijd constateren wij dat wij als gemeente niet in alle gevallen kunnen volstaan met een faciliterende rol. Wanneer er sprake is van een te behartigen openbaar belang, willen wij als gemeente invloed en regie behouden. Dit kan ook gerealiseerd worden binnen het verband van een verbonden partij.

Vanwege de grote bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen is inzicht in en effectieve sturing op alle verbonden partijen gewenst. Verder worden wij geconfronteerd met taakstellingen en omvangrijke taken via het regeerakkoord en de decentralisaties. Daardoor groeit het belang om grip te houden op de activiteiten en realisatie van doelstellingen door de verbonden partijen. Wij zetten ons in voor verbonden partijen die maximaal bijdragen aan de lokale bestuurlijke doelstellingen en een actief risicomanagement voeren. De ambtelijke organisatie zal  in toenemende mate samen (moeten) werken bij de realisatie van de beoogde bestuurlijke doelstellingen. Daarnaast wordt elke verbonden partij jaarlijks integraal op risico´s, kansen en ontwikkelingen beoordeeld. De in 2016 door de commissie BBV vastgestelde Notitie Verbonden Partijen en het daarin opgenomen instrumentarium zijn bij dit alles leidend.

Organisaties met maatschappelijk belang
In deze paragraaf zijn tevens de partijen opgenomen die strikt juridisch geen verbonden partij zijn door het ontbreken van het financieel belang zoals gedefinieerd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), maar er wel sprake is van :
•    een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via een of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht); en
•    een bestuurlijk belang.

Gezien het maatschappelijk of algemeen belang en de mogelijke risico's zijn deze organisaties conform de aanbeveling van de Commissie BBV opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. In deze paragraaf is een totaaloverzicht van de verbonden partijen te vinden, uitgesplitst in 4 categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en verenigingen, coöperaties en vennootschappen en overige verbonden partijen.

 

Samenvattend overzicht Verbonden Partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - Samenvattend overzicht Verbonden Partijen
Samenvattend overzicht Verbonden Partijen
Gemeenschappelijke regelingen (GR) 1 Regio Foodvalley
2 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
3 Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
4 Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)
5 Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
6 Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)
7 Omgevingsdienst Utrect (ODU)
8 Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper
9 Jeugdhulpregio JeugdFV
10 Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe
11 Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)
Vennootschappen en coöperaties 12 Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
13 Duurzame Energie Veenendaal-Oost BV Holding BV (DEVO Holding)
14 Vitens NV
15 Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
16 Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
Stichtingen en verenigingen 17 Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
18 Stichting Ontmoetingshuis
19 Stichting Veens welzijn
Overige verbonden partijen 20 Parkeervoorzieningen

1. Regio Foodvalley

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 1. Regio Foodvalley

Excel-tabel

Naam 1. Regio Foodvalley
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Collegeregeling)
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang De gemeenschappelijke regeling is getroffen om de Regio een Europese topregio te maken op het gebied van innovatie in de foodsector met versterking van de leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger & Bestuur
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang De samenwerking in Foodvalley en de bijdragen van de gemeenten is gebaseerd op de Inwonersbijdragen. De bijdragen is opgebouwd uit drie onderdelen. 1, Regiokantoor (overhead) € 441.000 2, Mobiliteitsfonds € 71.600  3, Programma's € 199.400; Landbouwtransitie, Voeding voor gezond leven, Energietransitie, Human Capital, Innovatie, Fysieke randvoorwaarden en Quality of Living Het totaal voor Veenendaal bedraagt € 712.000. Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 6.400.000 31-12-2024: € 5.700.000 31-12-2023: € 4.100.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 21.400.000 31-12-2024: € 22.400.000 31-12-2023: € 21.700.000
10. Financieel resultaat 2025:  € 320.000 2024: € 1.200.000 2023: €     272.000
11. Website www.regiofoodvalley.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Nieuwe Strategische Agenda In 2025  is de nieuwe strategische agenda 2026-2030 Regio Foodvalley: 'Onderneemt natuurlijk!' vastgesteld. In 2025 is gewerkt aan de doelen van de strategische agenda 2020-2025.  Ontwikkelingen en resultaten van de programma's In 2025 is uitvoering gegeven aan de doelen  voor het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG). De uitvoering is zichtbaar op meerdere samenhangende onderdelen. Zo zijn de nulmetingen voor Basiskwaliteit Natuur (BKN) en Groenblauwe Dooradering (GBDA) afgerond en is op basis daarvan een gezamenlijk plan van aanpak vastgesteld. Daarmee is een belangrijke inhoudelijke basis gelegd voor het versterken van biodiversiteit en landschap in de regio. Daarnaast is in 2025 gewerkt aan de uitwerking van uitloopgebieden. Ook is gestart met een integrale analyse van het natuurlijk systeem (bodem, water en natuur), bedoeld als onderlegger voor gebiedsprocessen en ruimtelijke afwegingen binnen het landelijk gebied. Op het thema Schone Lucht Akkoord zijn lopende pilots en onderzoeken voortgezet. Het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley is actief benut voor afstemming, kennisdeling en gezamenlijke reflectie op projecten en beleidsontwikkelingen, in lijn met de doelen en keuzes uit het RPLG. Tot slot is in 2025 gewerkt aan de voortzetting en doorontwikkeling van de meetnetwerken.    Binnen het programma Voeding voor een gezond leven zijn in 2025 verschillende projecten uitgevoerd op de onderwerpen eiwittransitie, voedselverspilling en gezonde voeding. Daarnaast is in 2025 gewerkt aan de uitvoering van het programmaplan energieprogramma 2024 - 2026 Regionale Energiestrategie (RES) Regio Foodvalley. Niet alleen met het uitvoeren van regionale projecten en activiteiten voor het realiseren van de RES doelstellingen, maar ook door te werken aan verbinding en afstemming met andere thema’s en opgaven van de regio op het gebied van wonen, economie, verduurzaming leefomgeving en mobiliteit.  In verband met netcongestie investeert de regio doorlopend in gesprekken met de netbeheerders en andere regionale partners. Met het project integraal programmeren wordt regionaal afgestemd over de planning en prioritering van uitbreiding netcapaciteit en infrastructuur, inclusief de raakvlakken met de uitbreiding van netcapaciteit die nodig is voor andere ontwikkelingen vanuit industrie, mobiliteit, bedrijventerreinen en woonopgave. In het kader van warmtetransitie zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om te anticiperen op energiesystemen van de toekomst. Op het gebied van Human Capital is met verschillende projecten gewerkt aan het aantrekken en behouden van talent, goed werkgeverschap en innovatie zijn gestimuleerd.  Vanuit Human Capital is vanuit het economisch perspectief bijgedragen aan het project Inclusieve Technologie.  In 2025 is de TechniekCoalitie Regio Foodvalley van start gegaan. Dit is een samenwerking van partijen uit de regio rondom bedrijfsleven en onderwijs.  Onder de noemer ‘Verduurzamen, versterken en verbinden’ is ingezet op het bevorderen van samenwerking tussen bedrijven en regionale initiatieven, met als doel het versterken van het innovatie-ecosysteem. Het Living Lab Regio Foodvalley is het triple helix netwerk rondom circulaire economie en heeft eind 2025 ruim 50 partners.  Er zijn bijeenkomsten georganiseerd rondom circulair en biobased bouwen, circulaire voedselketens en industrie.  Met de gemeenten is  gewerkt aan kennisdeling en samenwerking op thema’s als aanbesteding, maatschappelijke vastgoed (o.a. scholen) en reparatie. In de periode 2020–2025 is structureel gewerkt aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat, met een duidelijke focus op toekomstbestendige werklocaties, zorgvuldig ruimtegebruik en het versterken van economische clusters. De beleidsinzet kenmerkt zich door regionale samenwerking, actuele en samenhangende beleidskaders en een toenemende verbinding tussen economische ontwikkeling en bredere ruimtelijke, maatschappelijke en duurzame opgaven.  In samenwerking met de programma’s economie, verstedelijking en de twee provincies is een onderzoek uitgevoerd naar ruimtegebruik van bedrijven met een hoge milieucategorie voor de circulaire economie. Naast een ‘foto’ van de huidige situatie is er gekeken naar de ontwikkelingen op de behoefte voor de toekomst en de invloed van de nieuwe omgevingswet. Het is duidelijk dat het van belang is om de terreinen met een hoge milieucategorie ook zodanig te bewaren en dat de behoefte groot is. Een nadere uitwerking volgt in 2026. In 2025 zijn in  het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport zowel het  spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens (UAD) als de netwerkanalyse 2030-2040 NOVEX Arnhem Nijmegen Foodvalley opgestart.  De acht gemeenten, de regio en beide provincies hebben in 2025 samengewerkt aan bepalen en vaststellen van het regionaal hoofdfietsnetwerk, van belang voor het bereikbaar houden van de regio met de woningbouwopgave.  Er is een logistiek makelaar ingezet om in samenwerking met de regio te kijken hoe bedrijven kunnen worden geholpen met slim en schoon transport van hun goederenstromen.  Op het thema Ruimte is in 2025 verder uitvoering gegeven aan het regionaal ruimtelijk programmeren. Hiermee wordt de verbinding en samenhang gelegd tussen de domeinen die de ruimte raken: energie, wonen, economie, mobiliteit en natuur, landschap en landelijk gebied. Verder is focus gelegd op de gebiedsontwikkkelingen en -processen zoals benoemd binnen regionaal ruimtelijk programmeren. In 2025 is daarnaast gericht gewerkt aan investeringsrijpe voorstellen gericht op realisatie van ruimtelijke opgaven. Dit heeft geleid tot de indiening van een onderbouwde subsidieaanvraag bij het Rijk in het kader de regeling Woningbouw op Korte Termijn. Het resultaat hiervan is een toekenning van €43,2 mln. aan rijksmiddelen en €8,1 mln. subsidie van de provincie Gelderland voor de doorfietsroute Foodvalley. De route verbindt verschillende kernen binnen de regio. Hiermee wordt de bouw van ca. 4.000 woningen mogelijk gemaakt.  Voor het thema wonen zijn de volgende ontwikkelingen in 2025 gerealiseerd. De Woondeal is geactualiseerd in juni 2025, inclusief nieuwe woningbouwafspraken en het Regionale Afsprakenkader Ouderenhuisvesting.  Er is ingezet op versnelling van de woningbouwprojecten. De samenwerking tussen publieke en private partijen is verbeterd en meerdere projecten zijn concreet geholpen richting versnelling. Door een nieuwe monitoringssystematiek beschikt de regio over actuele en betrouwbare sturingsinformatie, die wordt gebruikt in bestuurlijke overleggen, versnellingstafels en gesprekken met provincies en het Rijk. Naast nieuwbouw is ingezet op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Gemeenten zijn ondersteund bij beleid voor woningsplitsing en erfdelen.  Daarnaast hebben gemeenten en woningcorporaties pilots in voorbereiding en een gedeelde ambitie voor conceptueel en toekomstbestendig bouwen binnen de regio.   Risico’s en financiële positie Het weerstandsvermogen is de mate waarin Regio Foodvalley in staat is om financiële tegenvallers op te vangen (wendbaarheid) om haar taken te kunnen continueren en waarin Regio Foodvalley niet op een andere wijze (verzekering/voorziening) kan voorzien. Voor het weerstandsvermogen gaat het om een beoordeling van de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (aanwezige financiële risico’s in combinatie met de ruimte in de begroting).  Op basis van gewogen risico’s is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De bepaling heeft plaatsgevonden door middel van een gewogen optelsom van de financiële risico’s, zoals deze in het verslagjaar 2025 van Regio Foodvalley zijn geïdentificeerd en beoordeeld. Deze werkwijze zorgt voor een transparante en herleidbare onderbouwing van het risicoprofiel en het bijbehorende weerstandsvermogen. Wanneer risico’s zijn gewogen en berekend, komen we op een benodigd weerstandsvermogen uit van € 540.925. De beschikbare weerstandscapaciteit ad € 565.836 is voldoende om de risico’s van Regio Foodvalley te kunnen opvangen.  Om het herfinancieringsrisico voor de samenwerkingsverbanden te beperken is een norm ingesteld waaraan de samenwerkingsverbanden worden getoetst: de rente-risiconorm.   Om de risico's van hogere renten bij noodzakelijke herfinancieringen en/of renteherzieningen te beperken, mag het totaal van de leningen die moeten worden geherfinancierd of waarvan de rente moet worden herzien, jaarlijks niet meer dan 20% van de totale vaste schuld per 1 januari bedragen.  De regio kent geen langlopende financieringsmiddelen en blijft hierdoor in 2025 binnen de norm.

2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Excel-tabel

Naam 2. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam)
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De VRU is een samenwerkingsverband van en voor de 26 Utrechtse gemeenten. Zij behartigt het belang van de gemeente op de terreinen brandweerzorg, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (Ghor), rampenbestrijding, risico- en crisisbeheersing. Daarnaast heeft de VRU de zorg voor een adequate samenwerking met politie en de RAVU (regionale ambulancevoorziening Utrecht) ten aanzien van de gemeenschappelijke meldkamer en een gecoördineerde en multidisciplinaire voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing. Door deelname aan de Veiligheidsregio Utrecht wordt de samenwerking tussen verschillende instanties bij bestrijding van rampen en crises verbeterd. Elk lid van het AB fungeert als intermediair tussen gemeente en het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. Wanneer er regionale besluiten genomen moeten worden, is goedkeuring van alle gemeenteraden nodig.
4. Relatie met beleidsprogramma Burger en Bestuur
5. Deelnemende partijen 26 Utrechtse gemeenten
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De burgemeester is in zijn functie lid van het algemeen bestuur (AB) VRU.
7. Financieel belang De bijdrage aan de VRU is in 2025 € 3.924.000. Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 30.300.000 31-12-2024: € 35.500.000 31-12-2023: € 28.300.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 69.600.000 31-12-2024: € 70.200.000 31-12-2023: € 65.000.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 1.200.000 31-12-2024: € 7.300.000 31-12-2023: € 4.500.000
11. Website www.vru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen Toekomstscenario’s: het scenario ‘op orde’ Het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) heeft in december 2025 unaniem gekozen voor het toekomstscenario ‘op orde’. Dit scenario gaat uit van aanvullende investeringen die nodig zijn om de wettelijke taken duurzaam te kunnen blijven uitvoeren. Het bestuur concludeert dat verdere bezuinigingen of handhaving van de nullijn direct raakt aan de taakuitvoering en daarmee aan de basis van crisisbeheersing en brandweerzorg. De besluitvorming ligt begin 2026 voor zienswijze bij de gemeenteraden. Het ‘op orde’-scenario bevat uitsluitend noodzakelijke maatregelen, die gefaseerd worden ingevoerd richting 2030–2031. Verdere bezuinigingen zouden kunnen leiden tot het sluiten van meerdere vrijwillige kazernes en het niet meer kunnen voldoen aan wettelijke opkomsttijden en arbeidsveiligheidseisen. De VRU staat daarbij voor toenemende risico’s, terwijl sinds 2010 voor miljoenen is bezuinigd en knelpunten langdurig binnen de bestaande begroting zijn opgevangen, waardoor de financiële rek uit de organisatie is verdwenen. Voor gemeenten, waaronder Veenendaal, betekent dit vanaf 2027 een structureel hogere bijdrage als minimale voorwaarde om brandweerzorg en crisisbeheersing op wettelijk vereist niveau te blijven uitvoeren. Huisvesting/ vastgoed De VRU werkt aan doorontwikkeling van de organisatie van haar huisvesting. Een evaluatie bracht knelpunten aan het licht, waaronder verouderde brandweerposten en knelpunten in beheer en onderhoud. In vervolg hierop zijn scenario’s uitgewerkt, waaronder verdere regionalisering van huisvestingslasten en – waar passend – het verwerven van kazernes in eigendom. In 2025 heeft hierover bestuurlijke beeldvorming plaatsgevonden; nadere besluitvorming volgt. Bestuurlijke opdrachten en kostenbeheersing Naar aanleiding van de bestuursconferentie 2024 en zienswijzen op de begroting 2026 werkt de VRU aan opdrachten gericht op toekomstbestendigheid en kostenbeheersing. Besloten is om kosten voor liftopsluitingen door te belasten. Voor afhijsingen en tilassistentie ten behoeve van de ambulancezorg wordt aangesloten bij een landelijke financieringsoplossing. De brandweer blijft de AED-taak uitvoeren; over structurele financiering wordt het bestuurlijk gesprek nog gevoerd. Voor waterongevallenbestrijding worden scenario’s uitgewerkt; besluitvorming wordt in 2026 verwacht. Daarnaast loopt een gezamenlijke verkenning tussen gemeenten en VRU naar betere aansluiting tussen de VRU-prijsindexering en de gemeentelijke indexeringssystematiek. Ook wordt op basis van extern advies gewerkt aan een voorstel voor (gefaseerde) afbouw van het compensatiemechanisme, met een zorgvuldige overgang om grote herverdeeleffecten te voorkomen. Weerbare en veerkrachtige samenleving De ontwikkeling naar een weerbare samenleving krijgt, mede door geopolitieke spanningen, hybride dreigingen, klimaatrisico’s en mogelijke uitval van vitale voorzieningen, steeds meer prioriteit. Gemeenten hebben hierin een sleutelrol (crisisbeheersing, preventie en nazorg). De VRU ondersteunt gemeenten via kennisdeling en praktische handreikingen. In 2025 is gestart met projecten voor risicocommunicatie, het activeren van sociale netwerken (zorg, onderwijs, sport en geloofsgemeenschappen) en ondernemersnetwerken, en met de verkenning van noodsteunpunten, inclusief nooddrinkwatervoorzieningen, voor grootschalige uitvalscenario’s. Risico’s en financiële positie De VRU stond in 2025 voor structurele én nieuwe risico’s die effect hadden op de bedrijfsvoering en op de financiële positie van deelnemende gemeenten. Rijksbijdrage BDuR en structurele risico’s Het Rijk heeft met ingang van 2026 een korting van 10%  op de BDuR doorgevoerd. Dit raakt vooral middelen voor versterking van crisisbeheersing en regionale informatievoorziening. De VRU heeft dit risico in beeld en werkt aan maatregelen om de korting op te vangen zonder verhoging van de gemeentelijke bijdrage (zoals opgenomen in de Kadernota VRU 2027), terwijl gesprekken met het Rijk over mogelijke compensatie doorlopen. Daarnaast blijft financiële druk mogelijk door hogere paraatheidseisen, arbeidsmarktkrapte, hogere licentiekosten en noodzakelijke versterking van IT-continuïteit en cyberveiligheid. De VRU staat nog ver van het voldoen aan minimale cybersecurityvereisten; vanaf 2026 zijn structurele investeringen noodzakelijk. Operationele risico’s en opgaven met mogelijke financiële doorwerking Binnen de brandweerzorg nemen risico’s toe door: Klimaatverandering en natuurbrandbeheersing: uitbreiding van repressieve slagkracht en materieel; structurele financiering voor de gebiedsgerichte aanpak ontbreekt na 2025. Stedelijke groei (o.a. Amersfoort-Noord): uitbreiding van capaciteit vraagt in fases 2 en 3 een structureel budget van ca. € 2,6 miljoen. Vrijwilligersbeschikbaarheid en paraatheid: in meerdere gemeenten onderzoeken naar (beroeps)dagdiensten; mogelijke extra lasten afhankelijk van uitkomsten. Langdurige stroomuitval: de VRU signaleert dat in winter 2025/2026 grootschalige uitval kan plaatsvinden. Tijdelijke maatregelen (zoals noodstroomaggregaten) zijn getroffen binnen bestaande kaders; structurele versterking is vanaf 2026 noodzakelijk. Financiële positie en weerstandscapaciteit De VRU verwacht voor 2025 een positief resultaat van € 1,2 miljoen (€ 1,0 miljoen regulier en € 0,2 miljoen crisisnoodopvang). Het reguliere voordeel komt vooral door moeilijk invulbare vacatures (vacatureruimte € 1,2 miljoen). Daartegenover staan hogere personele lasten door grote incidenten en hogere licentiekosten. De beschikbare weerstandscapaciteit bedroeg begin 2025 € 1,41 miljoen. Risico’s zoals de BDuR-korting, mogelijke financiële effecten van natuurbrandbeheersing en uitbreidingsopgaven kunnen deze capaciteit op termijn overstijgen. In 2024 is al vastgesteld dat het weerstandsvermogen ontoereikend was en een storting in de algemene reserve nodig was; die situatie blijft actueel door opgaven vanaf 2026. Vooruitblik De VRU werkt aan meerdere trajecten (o.a. invoering ‘op orde’, afbouw compensatieregeling en vastgoedvraagstukken) die vanaf 2026–2027 financiële consequenties kunnen hebben. Zonder nieuwe rijksmiddelen kan hiervoor bestuurlijke besluitvorming nodig zijn bij toekomstige begrotings- en kadernota-momenten. Voor 2026 is de begroting sluitend en blijft de VRU inzetten op beperking van de gemeentelijke bijdrage, maar de risico’s voor de jaren na 2026 blijven substantieel.

3. Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 3. Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Excel-tabel

Naam 3. Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam), IW4 Beheer N.V. is een Naamloze Vennootschap (N.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang De doelstelling van IW4 is het handhaven, vergroten of herstellen van de arbeidsgeschiktheid van personen die tot arbeid in staat zijn, maar ook voor wie, in belangrijke mate, ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of nu niet aanwezig is. De regie van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is belegd bij de rechtspersoon bezittend openbaar lichaam (gemeenschappelijke regeling) Instituut Sociale Werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht. Het Instituut heeft de uitvoering via een samenwerkingsovereenkomst belegd bij IW4 Beheer NV, waarvan de aandelen in handen zijn van de GR.
4. Relatie met beleidsprogramma Economie, Werk en Ontwikkeling
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal, Rhenen, en Renswoude
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Namens onze gemeente zitten wethouders in het bestuur van de GR. Naast WSW-subsidie en een vergoeding voor opdrachten betaalt onze gemeente aan de GR een bijdrage om het subsidietekort per SE deels te compenseren.
7. Financieel belang De eventuele tekorten van de beheer NV worden (naar rato) door de deelnemende partijen aangezuiverd, als de voorzieningen en reserves binnen de NV en/of GR ontoereikend zijn.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 5.695.000 31-12-2024: € 4.990.000 31-12-2023: € 4.970.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 9.829.000 31-12-2024: € 10.422.000 31-12-2023: € 10.529.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: €  705.000 31-12-2024: €  20.000 31-12-2023: € -495.000
11. Website www.iw4.nl
12. Risicoprofiel Hoog
Ontwikkelingen IW4 voert namens de deelnemende gemeenten de Participatiewet, onderdeel Sociale werkvoorziening uit. Alle bedrijfsactiviteiten van de GR worden uitgevoerd door IW4 Beheer NV. De uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) is door middel van een aanwijzingsbesluit overgedragen aan de NV. De uitgangspunten voor het sociale beleid worden bepaald door het Algemeen Bestuur van de GR, terwijl de verantwoordelijkheid voor het bedrijfseconomisch handelen in handen ligt van de directie en de Raad van Commissarissen (RvC) van de NV. In 2018 zijn door de gemeenteraden van Veenendaal, Rhenen en Renswoude besluiten genomen over de financiering van de WSW en de toekomst van IW4. Dit besluit is door het bestuur van de GR aangemerkt als strategische visie van de GR. Ook is de governance van de gemeenten via de GR op de NV versterkt. Mede op basis van de strategische visie heeft de NV een transitieplan 2019-2021 opgesteld. In deze periode werkte ze toe naar een toekomstbestendige organisatie (inclusief toekomstbestendige huisvesting). Het transitieplan is in 2022 geëvalueerd en getoetst door een extern onderzoeksbureau en in 2023 behandeld in de gemeenteraden. De Rijksfinanciering Wsw is sinds 2018 verbeterd. Deze is toereikend om de directe en een deel van de overheadkosten uit te kunnen betalen. Een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in het subsidietekort zoals in 2018 was afgesproken is per 2023 dan ook niet meer nodig. Deze afspraken zijn in 2025 nog van kracht geweest. Risico’s en financiële positie Meerjarig perspectief IW4 Beheer NR en GR SWZOU laten voor de komende jaren een financieel positief perspectief zien. Uit de meerjarenbegroting van de NV voor de periode 2026–2030 blijkt dat in de meeste jaren sprake is van positieve begrotingsresultaten. In de jaren 2025 en 2026 zijn medewerkers van het voormalige sociaal ontwikkelbedrijf uit Wageningen werkzaam bij IW4. Deze medewerkers zijn in dienst van de gemeente Wageningen, die hiervoor een contract met IW4 heeft afgesloten. Dit contract loopt tot 1-1-2027. Wij hopen op voortzetting van de samenwerking tussen IW4 en de gemeente Wageningen hetgeen naar verwachting eveneens zal bijdragen aan een positief financieel resultaat. In 2025 hebben de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude meerjarige impulsbudgetten ontvangen van het Rijk en daarmee geïnvesteerd in het financieel gezond houden van de GR SWZOU. Voor de komende jaren worden deze middels gebruikt voor aflossing van de langlopende lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten, waardoor de rentelasten ook gaan dalen. Wsw-budgetten Op dit moment zijn de Wsw-budgetten toereikend om de doelgroep adequaat te bedienen en verloopt de uitvoering financieel beheerst. IW4 is daarmee in staat haar wettelijke en maatschappelijke taken goed uit te voeren. Als het Rijk in de toekomst besluit de Wsw-budgetten substantieel te verlagen, bestaat echter het risico dat uitvoering van de WSW verliesgevend wordt. De gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude zijn via de gemeenschappelijke regeling SWZOU-aandeelhouder van IW4 Beheer NV. Zowel de NV als de GR beschikken over reserves om eventuele financiële tegenvallers op te vangen. Uiteindelijk blijven de deelnemende gemeenten risicodrager voor mogelijke tekorten. Beschut Werk De financiering voor beschut werkplekken komt voor rekening van de gemeenten. De rijksbijdrage voor de begeleidingskosten per fte beschut werk zijn de afgelopen periode substantieel verhoogd. Deze bijdrage is leidend voor de gemeenten en zij financieren de aanbieders in overeenstemming met dit bedrag. Deze bijdrage is toereikend voor IW4 Beheer NV om de directe kosten voor begeleiding van de doelgroep uit te betalen.

4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU)

Excel-tabel

Naam 4. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling.
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht, gevestigd te Utrecht, is getroffen ter uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid zijn opgedragen aan de colleges op het gebied van de publieke gezondheid.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen 26 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 8.953.301 31-12-2024: € 6.216.567 31-12-2023: € 4.600.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 30.645.462 31-12-2024: € 36.708.384 31-12-2023: € 32.400.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 3.987.000 31-12-2024: € 2.477.000 31-12-2023: € 1.341.000
11. Website www.ggdru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen De GGD regio Utrecht (GGDrU) presenteert een beleidsarme ontwerpbegroting 2027. Daarbij heeft de GGDrU rekening gehouden met de financiële positie van gemeenten en ontwikkelingen als het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA). Aandacht gaat uit naar het verschuiven van drie functies (technische hygiënezorg, stevig ouderschap en lokaal onderzoek) van het maatwerk naar collectivisering, en de financiering hiervan. De GGDrU denkt in bredere zin na over haar toekomstbestendigheid. Met de transformatieopdracht ‘GGDrU 2030’ werkt zij aan een toekomstbestendige GGD die inspeelt op maatschappelijke opgaven en beter aansluit bij de behoefte aan een strategisch adviserende GGD. De focus ligt op de thema’s mentale gezondheid van jongeren, dubbele vergrijzing en gezonde en veilige leefomgeving. In 2027 heeft deze opdracht nog geen financiële impact, omdat deze wordt uitgevoerd binnen de bestaande begroting.

5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Excel-tabel

Naam 5. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Openbaar Lichaam)
2. Vestigingsplaats Soest
3. Doelstelling en openbaar belang De AVU zorgt onder andere voor de verwerking van het Veenendaalse huishoudelijke afval. De kosten worden één op één doorberekend aan de gemeente en zitten in het tarief van de afvalstoffenheffing.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen 25 gemeenten uit de provincie Utrecht
6. Bestuurlijk belang In het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Utrecht (AVU) zijn de 25 aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht  vertegenwoordigd in het Algemeen- en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling AVU.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 0 (concept) 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 0
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 17.505.144 (concept) 31-12-2024: € 20.799.653 31-12-2023: € 21.103.922
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 0 (concept) 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 0
11. Website www.avu.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Met de overstap naar de publieke organisaties van 11 AVU-gemeenten en de wens van de gemeente Utrecht om een warmtenet aan te leggen met een publiek warmtebedrijf, is voor de AVU een proces op gang gekomen waarin wordt gekeken naar de positie en de meerwaarde van de AVU in relatie tot de publieke bedrijven die in de provincie actief zijn. Het gaat hierbij met name om de verwerkingscontracten die nu door de AVU op de private markt worden aanbesteed. Een vorm van dienstverlening die ook door de publieke bedrijven wordt aangeboden. In 2024 is gaandeweg de vraag is ontstaan op welke wijze de AVU-organisatie georganiseerd moet worden om in een nieuwe publieke constellatie meerwaarde te behouden voor de deelnemende gemeenten. Om deze vraag te beantwoorden is eind 2025 gestart met het opstellen van een toekomstvisie voor de AVU. Deze wordt eind 2026 verwacht. De gemeenten De Ronde Venen en Eemnes hebben aangegeven de AVU te zullen verlaten omdat aansluiting is gevonden per 1/1/2027 bij Cyclus, respectievelijk per 1/7/2026 bij de GAD. Risico’s en financiële positie De uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes heeft geen financiële gevolgen voor de AVU.

6. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 6. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)

Excel-tabel

Naam 6. Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling.
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De ODRU ondersteunt gemeenten bij het waarborgen en ontwikkelen van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De huidige deelnemers van de ODRU zijn de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten uit de provincie Utrecht zijn vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
7. Financieel belang Eventuele tekorten worden door de deelnemende partijen (naar rato) aangezuiverd of worden, per AB-besluit, opgevangen vanuit de algemene reserve, voor zover deze dat toelaat.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 1.710.200 31-12-2024: € 1.751.000 31-12-2023: € 470.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 6.757.600 31-12-2024: € 5.843.006 31-12-2023: € 5.300.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 930.000 31-12-2024: € 843.228 31-12-2023: €-643.800
11. Website www.odru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) voert vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) uit voor de vijftien deelnemende gemeenten. In 2025 staat de organisatie in het teken van continuïteit van dienstverlening en het zorgvuldig afronden van haar taken, in aanloop naar de opheffing van de ODRU per 1 januari 2026. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft 2025 gefunctioneerd als het eerste volledige uitvoeringsjaar onder het nieuwe stelsel. De ODRU heeft de aangepaste werkprocessen en ondersteuningsstructuur verder geoperationaliseerd en gemeenten ondersteund bij de toepassing van het omgevingsplan. Op basis van de ervaringen in 2024 en 2025 zijn processen en werkwijzen waar nodig bijgesteld, met aandacht voor kwaliteit, rechtszekerheid en uitvoerbaarheid. De gewijzigde verantwoordelijkheden voor bodemtaken zijn in 2025 uitgevoerd binnen de samenwerking tussen de ODRU en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Deze samenwerking heeft bijgedragen aan het behoud van specialistische kennis en het voorkomen van capaciteitsknelpunten en vormde tevens een belangrijke basis voor de vorming van één nieuwe omgevingsdienst. Financieel stond 2025 in het teken van beheersing van de lastenontwikkeling, mede in het licht van onzekerheden rondom de Omgevingswet, inflatie en loonontwikkelingen. In samenspraak met de deelnemende gemeenten is ingezet op het beperken van structurele lasten, terwijl tegelijkertijd is toegewerkt naar een solide financiële afronding van de ODRU met het oog op de overgang naar de nieuwe organisatie. In 2024 zijn belangrijke beleidsmatige kaders vastgesteld, zoals het geactualiseerde inkoopbeleid en de verlenging van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie tot en met eind 2025. Deze kaders hebben in 2025 gezorgd voor stabiliteit, uniformiteit en voorspelbaarheid in de uitvoering van de VTH-taken. De meest ingrijpende ontwikkeling is de fusie tussen de ODRU en de RUD Utrecht tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). In 2025 zijn de voorbereidingen voor deze fusie afgerond en hebben de algemene besturen ingestemd met de oprichting van de ODU, die per 1 januari 2026 operationeel wordt. De fusie is gericht op het creëren van een robuuste en kwalitatief hoogwaardige omgevingsdienst voor de gehele provincie Utrecht en is nadrukkelijk niet bedoeld als bezuinigingsoperatie. Risico’s en financiële positie De financiële positie van de ODRU is voldoende om de beëindiging van de gemeenschappelijke regeling zorgvuldig af te wikkelen. Het positieve rekeningresultaat 2024, gecombineerd met de verwachte positieve afsluiting 2025, versterkt de algemene reserve tot circa € 1,71 miljoen per 31 december 2025. Deze reserve fungeert als weerstandsvermogen en is bestemd voor resterende risico’s, frictie- en overgangskosten in verband met de overgang naar de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De belangrijkste risico’s in 2025 betreffen: Productierealisatie en declarabiliteit: De productie in 2025 bleef achter op het contractuele target door verschillende oorzaken. Dit vergroot het risico op onderrealisatie van baten en uitvoeringsdruk in de eindfase van de regeling, al zijn geen aanwijzingen voor kwaliteitsverlies geconstateerd. Personele ontwikkelingen: Het (langdurig) ziekteverzuim lag in 2025 boven de norm, terwijl de arbeidsmarkt gespannen bleef. Dit kan leiden tot capaciteitsrisico’s en hogere personele lasten. Deze effecten zijn (voor zover bekend) in 2025 verwerkt en in de liquidatieplanning betrokken. Fusie- en overgangsrisico’s: De overgang naar de ODU brengt incidentele frictiekosten (bijv. ICT-transities, advieskosten) en organisatie-risico’s met zich mee. Vooruitblik Per 1 januari 2026 gaan activa en passiva (tegen boekwaarde per 31-12-2025) over naar de ODU en vindt de financiële afwikkeling plaats conform het liquidatieplan en de liquidatiebegroting 2026. De ODRU resteert tijdelijk als ‘lege’ entiteit voor vereffening en eindafrekening. Volgens de gestelde kaders start de ODU met een toereikend weerstandsvermogen en een sluitend begrotingskader.

7. Omgevingsdienst Utrecht (ODU)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 7. Omgevingsdienst Utrecht (ODU)

Excel-tabel

Naam 7. Omgevingsdienst (ODU)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling.
2. Vestigingsplaats Utrecht
3. Doelstelling en openbaar belang De ODRU ondersteunt gemeenten bij het waarborgen en ontwikkelen van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Zie ODRU
6. Bestuurlijk belang Zie ODRU
7. Financieel belang Zie ODRU
8. Eigen Vermogen Zie ODRU
9. Vreemd Vermogen Zie ODRU
10. Financieel resultaat Zie ODRU
11. Website www.odru.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen Zie ODRU

8. Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper (BVO)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 8. Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper (BVO)

Excel-tabel

Naam 8. Bedrijfsvoeringsorganisatie Valleihopper
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (collegeregeling).
2. Vestigingsplaats Barneveld
3. Doelstelling en openbaar belang Uitvoering geven aan het Collectieve vraagafhankelijke vervoer, het OV-Vangnet, beleidsvoorbereidingen treffen, contractmanagement uitvoeren en financieel management uitvoeren voor de Foodvalley gemeenten en de provincie Gelderland op dit onderdeel.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
6. Bestuurlijk belang De aangesloten gemeenten zijn vertegenwoordigd in het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling.
7. Financieel belang Ieder gemeente betaald de eigen deel voor de kosten van de uitvoering en de kosten van het beheer.
8. Eigen Vermogen Geen
9. Vreemd Vermogen Geen
10. Financieel resultaat Het betreft een maatwerkvoorziening dat een openeinde regeling is.
11. Website www.valleihopper.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer dat wordt uitgevoerd door de Valleihopper zijn per 1 januari 2025 nieuwe contracten vraagafhankelijk vervoer en callcenter ingegaan. In 2025 is er een tijdelijk meldpunt klachten Valleihopper opgezet, naast het formele klachtenmeldpunt van Valleihopper. Het tijdelijke klachtenmeldpunt is opgezet om in kaart te brengen welke klachten er leven en of het er meer zijn dan officieel worden gemeld. In 2026 zullen we de uitkomsten hiervan monitoren. Daarnaast wordt er in 2026 door Valleihopper aandacht besteed aan de beheersmaatregelen voor de kwaliteit en kosten. Twee beheersmaatregelen worden in 2026 nader onderzocht. Risico’s en financiële positie Valleihopper hanteert een andere indexeringssystematiek dan gemeente Veenendaal. Als gevolg  van de algemene maatregel van bestuur 'reële prijzen'  zijn we verplicht om reële tarieven te hanteren bij de inkoop van de zorg.  Er wordt nu uitgegaan van een volumengroei van 3%. Afhankelijk van het feitelijke gebruik kunnen er voor gemeente Veenendaal financiële uitdagingen ontstaan.

9.Jeugd FV

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 9.Jeugd FV

Excel-tabel

Naam 9. JeugdFV
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling (Wgr)
2. Vestigingsplaats De regeling GR JeugdFV, oprichtingsdatum 1 november 2025 wordt getroffen door gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers (Ede, Barneveld, Nijkerk, Rhenen, Scherpenzeel, Renswoude en Veenendaal) in het kader van uitvoering van hun bedrijfsvoeringstaken over het regionaal contracteren of subsidiëren van de jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en reclassering.
3. Doelstelling en openbaar belang De regeling beoogt het doeltreffend en doelmatig uitvoeren of doen uitvoeren van de door de deelnemers opgedragen taken, bedoeld in artikel 4 van de regeling, voortkomend uit of samenhangend met de taken op het gebied van jeugdhulp, die voortvloeien uit de Jeugdwet.
4. Relatie met beleidsprogramma De GR Jeugdhulp FV verzorgt namens Veenendaal de regionale inkoop en het contractmanagement van specialistische jeugdhulp, terwijl het Integraal beleidskader sociaal domein (IBK-SD) de lokale beleidskoers bepaalt voor jeugdhulp, zoals preventie, normaliseren en het versterken van de toegang. De GR voert deze koers operationeel uit, in lijn met de landelijke verplichting om specialistische zorg regionaal te organiseren, en zorgt daarmee dat de regionale afspraken aansluiten bij de doelen die Veenendaal in het IBK-SD heeft vastgelegd.
5. Deelnemende partijen De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal.
6. Bestuurlijk belang Namens de gemeente Veenendaal is Wethouder Martijn Beek lid van het bestuur. Besluitvorming vindt plaats op basis van de twee-derde meerderheid van de geldig uitgebrachte voor- en tegenstemmen, tenzij in de GR regeling anders is bepaald. Elk bestuurslid heeft 1 stem met in totaal 7 bestuursleden.
7. Financieel belang  Feitelijk start de GR JeugdFV financieel per 1 januari 2026. De verdeling van de totale kosten zal plaatsvinden op basis van het aantal inwoners.
8. Eigen Vermogen Geen
9. Vreemd Vermogen Geen
10. Financieel resultaat Geen
11. Website https://jeugdfv.nl/
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen In de regio JeugdFV werken de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal samen om de jeugdhulp te verbeteren. Daarbij is het uitgangspunt dat gemeenten verantwoordelijk blijven voor beleid, financiën en uitvoering, maar regionaal samenwerken waar dat nodig of efficiënter is. Vanuit dit principe zijn taken zoals inkoop, contractmanagement, monitoring, toezicht en facturatie regionaal georganiseerd via de bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) JeugdFV. Een belangrijke ontwikkeling is dat deze samenwerking per 1 november 2025 is geformaliseerd in een gemeenschappelijke regeling, zoals vereist vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Binnen deze regeling kunnen de colleges van B&W taken mandateren aan de BVO, terwijl de gemeenteraden verantwoordelijk blijven voor beleid en budget en via zienswijzen invloed uitoefenen. Met deze stap wordt beoogd de samenwerking te bestendigen en te komen tot een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet, met regionale samenwerking in de uitvoering en afstemming op beleidsniveau. Risico’s en financiële positie De GR is per 1 november 2025 opgericht. Er zijn geen financiële risico's bekend.  In 2025 heeft JeugdFV nog geen activa, liquide middelen en rentekosten. Met ingang van 1 januari 2026 verandert dit.

10. Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 10. Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe

Excel-tabel

Naam 10. Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
2. Vestigingsplaats Apeldoorn
3. Doelstelling en openbaar belang Efficiënter meter en monitoren van afvalwater en grondwater
4. Relatie met beleidsprogramma Fysiek Leefomgeving
5. Deelnemende partijen Amersfoort, Baarn, Barneveld, Brummen, Bunschoten, Ede, Eemnes, Elburg, Epe, Ermelo, Hattem, Leusden, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen en Woudenberg
6. Bestuurlijk belang Het college - stelt de jaarlijkse bijdrage vast op basis van de prestatieafspraken. - benoemt, schorst en ontslaat de leden van het Bestuur. - krijgt bepaalde besluiten van het Bestuur ter goedkeuring voorgelegd
7. Financieel belang De gemeente Veenendaal draagt bij aan de jaarlijkse exploitatie.  Er kan besloten worden om dit voor of nadeel te verrekenen met de deelnemende gemeenten.
8. Eigen Vermogen Geen
9. Vreemd Vermogen Geen
10. Financieel resultaat Geen
11. Website https://www.vallei-veluwe.nl/actueel/actuele-thema/uitvoeringsteam-uvt/
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen De centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwater en Grondwater Vallei en Veluwe is een samenwerking tussen het waterschap Vallei en Veluwe en inliggende gemeenten. De regeling heeft als doelen: Het regulier aan gemeenten en waterschap verschaffen van op meet- en monitoringsgegevens gebaseerde informatie over en inzicht in hoe de gemeentelijke rioolstelsels, het systeem van de afvalwaterketen als geheel, het stedelijk oppervlaktewatersysteem en het grondwater functioneren. 2. Het in opdracht van een deelnemende gemeente of van het waterschap op basis van de verzamelde data uitbrengen van advies met betrekking tot de afvalwaterketen, het stedelijk oppervlaktewatersysteem en het grondwater. 3. Door de taken van gemeenten en waterschap te bundelen wordt de kwaliteit geborgd, wordt er bespaard op kosten en wordt de kwetsbaarheid bij de partners ten aanzien van de personele inzet verminderd. Ook wordt door deze aanpak de innovatie in de uitvoering van het beheer en onderhoud bevorderd. De werkzaamheden worden uitgevoerd door het Uitvoeringsteam (UvT). Het waterschap fungeert als centrumorganisatie voor aansturing van dit team.

11. GBLT

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 11. GBLT

Excel-tabel

Naam 11. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)
1. Rechtsvorm Gemeenschappelijke regeling
2. Vestigingsplaats Zwolle
3. Doelstelling en openbaar belang GBLT wil inwoners, bedrijven en eigenaren zo goed mogelijk helpen met de belastingen. GBLT wil belasting regelen zo makkelijk mogelijk maken. Hierbij hebben zij oog voor uw situatie. Ze vragen om de meningen van inwoners, bedrijven en eigenaren om nog beter te kunnen werken. In 2011 is GBLT ontstaan als een belastingsamenwerking. GBLT heeft als doel het heffen en innen van belastingen inclusief de uitvoering van de Wet WOZ voor de gemeentelijke deelnemers.
4. Relatie met beleidsprogramma
5. Deelnemende partijen waterschappen Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe, Vechtstromen en Zuiderzeeland en de gemeenten Bunschoten, Dalfsen, Dronten, Leusden, Nijkerk, Ommen, Renswoude, Veenendaal, Woudenberg en Zwolle
6. Bestuurlijk belang In totaal nemen 5 waterschappen en 10 gemeenten deel aan GBLT. Het DB bestaat uit 1 lid van iedere gemeenten en 1 lid vanuit de waterschappen en een voorzitter vanuit de waterschappen. Veenendaal is met één lid vertegenwoordigd in zowel het DB en het AB. Binnen het AB heeft elke deelnemer 1 stem.
7. Financieel belang De kosten voor heffen en innen van de belastingen wordt gedragen door alle deelnemers op basis van een verdeelsleutel.  De Waterschappen dragen 90% van de kosten en de gemeenten gezamenlijk 10%. Voor 2026 wordt de bijdrage voor Veenendaal ingeschat op €  1.242.000, wat 16,5% is van de totale gemeentelijke bijdrage. Hiermee is Veenendaal na Zwolle de grootste bijdrager van de gemeenten.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 3.622.000 31-12-2024: € 2.281.000 31-12-2023: NVT
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 3.692.000 31-12-2024: € 5.736.000 31-12-2023: NVT
10. Financieel resultaat € 0. Een eventueel positief resultaat wordt volledig teruggegeven aan de deelnemers waardoor er geen eigen vermogen is. Het eigen vermogen op 31-12 is het nog te bestemmen resultaat.
11. Website www.gblt.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen GBLT gaat de mogelijkheden van robotica (RPA) en AI onderzoeken om de kwaliteit en efficiency van de processen te verhogen. Daarbij werken ze samen op landelijke schaal, waarbij aandacht is voor de maatschappelijke vragen zoals energietransitie, participatie, gemeenschappelijke architecturen, sociaal incasseren en informatieveiligheid.  Risico’s en financiële positie GBLT is een samenwerkingsverband van Waterschappen en gemeenten. De Waterschappen betalen de grootste bijdrage (90%). Jaarlijks wordt de bijdrage voor de deelnemers vastgesteld. Na afloop van het jaar wordt het resultaat bepaald en verdeeld over de deelnemers. Hierdoor is er geen eigen vermogen. Het financiële risico is laag.

12. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 12. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)

Excel-tabel

Naam 12. Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-Oost BV (OVO)
1. Rechtsvorm Commanditaire Vennootschap (C.V.) en Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. heeft tot doel het realiseren van een plangebied aan de oostkant van Veenendaal voor circa 4.000 woningen (waarvan ca. 1.000 zijn gerealiseerd in plangebied Dragonder-oost).
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen De gemeente Veenendaal en Grondexploitatie Quattro Veenendaal C.V. zijn in 2003 een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor het ontwikkelen van dit plangebied, waarbij het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. en Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost Beheer B.V. zijn opgericht. Beide partijen (gemeente Veenendaal en Quattro) hebben een 50% belang.
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA), lid RvC (Raad van Commissarissen)
7. Financieel belang 50% van het aandelenkapitaal B.V.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € INVULLEN kan pas ca 1 mei 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 7.322.739
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € INVULLEN kan pas ca 1 mei 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 36.462.303
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € INVULLEN 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 1.599.772
11. Website www.veenendaaloost.nl
12. Risicoprofiel Middel
Ontwikkelingen Er zijn in 2025 geen bijzondere ontwikkelingen geweest met betrekking tot de verbonden partij OVO. De woningverkoop loopt voor op de planning. Risico’s en financiële positie Doordat de ontwikkeling haar laatste fase in gaat nemen de risico's gestaag af. De financiële positie van het ontwikkelbedrijf is stabiel.

13. Duurzame Energie Veenendaal-Oost Holding BV (DEVO)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 13. Duurzame Energie Veenendaal-Oost Holding BV (DEVO)

Excel-tabel

Naam 13. Duurzame Energie Veenendaal-oost Holding BV (DEVO Holding)
1. Rechtsvorm Besloten Vennootschap (B.V.)
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang DEVO Holding is de moedermaatschappij van DEVO en DEVOG. DEVO is het lokale energiebedrijf dat verantwoordelijk is voor de exploitatie en het beheer van de duurzame energievoorziening in een deel van Veenendaal-oost (Buurtstede en Veenderij). DEVOG verzorgt dit voor Veenendaal-oost Groenpoort. DEVO Holding draagt bij aan het bereiken van de gemeentelijke doelstelling om met ingang van 2050 energieneutraliteit te realiseren.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is voor 100% aandeelhouder van deze onderneming
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: Nog niet bekend 31-12-2024: € -4.626.817 31-12-2023: € -4.966.892
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: Nog niet bekend 31-12-2024: € 26.997.400 31-12-2023: € 27.809.241
10. Financieel resultaat 31-12-2025: Nog niet bekend 31-12-2024: € 140.075 31-12-2023: € 1.168.539
11. Website www.devo-veenendaal.nl
12. Risicoprofiel Hoog
Ontwikkelingen De plannen voor de aanleg van een warmtenet in de bestaande bouw zijn door Veenwarmte verder uitgewerkt. De aangevraagde RVO‑subsidie van circa € 10 miljoen is in mei 2025 toegekend. Daarnaast speelt de warmtenetontwikkeling in Het Ambacht. Hiervoor is een ontwikkelkader vastgesteld met collectieve warmtelevering als uitgangspunt en is DEVO gevraagd de regie te voeren. Risico’s en financiële positie Bij het (tijdstip van) inkopen van energie wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij het moment en de daarbij behorende onderliggende gegevens die door de ACM worden gehanteerd bij de vaststelling van de verkooptarieven. Hiermee wordt voorkomen dat grote verschillen ontstaan tussen inkoop- en verkooptarieven. Risico's liggen ook bij de door de ACM gestelde maximale rendementseisen. Hoewel op landelijk niveau hierover gesprekken worden gevoerd, wordt nog onvoldoende rekening gehouden met de onvermijdelijke aanloopverliezen bij de aanleg van warmtenetten.

14. Vitens NV

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 14. Vitens NV

Excel-tabel

Naam 14. Vitens NV
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Zwolle
3. Doelstelling en openbaar belang Publiek waterbedrijf, belast met de zorg voor de watervoorziening
4. Relatie met beleidsprogramma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is aandeelhouder van de BNG en bezit 0,98% van de aandelen
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 809.100.000 31-12-2024: € 713.800.000 31-12-2023: € 677.700.00
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 1.846.100.000 31-12-2024: € 1.684.600.000 31-12-2023: € 1.559.700.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 95.000.000 31-12-2024: € 35.900.000 31-12-2023: € 27.200.000
11. Website www.Vitens.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Vanwege het veranderende klimaat  en om de waterleveranties ook in de toekomst veilig te stellen zal Vitens meer investeren. Deze investeringen zijn van invloed op de winstgevendheid van Vitens. Er wordt in de komende jaren geen dividend verwacht. Doordat Vitens in 2025 een overwinst heeft gemaakt zal een deel van deze overwinst in 2027 weer teruggeven worden aan haar klanten.  Risico’s en financiële positie  De stijgende vraag naar water maakt dat water een steeds schaarser goed wordt.    Het risico bestaat dat Vitens daardoor niet kan voldoen aan de vraag van haar klanten.

15. Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 15. Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)

Excel-tabel

Naam 15. Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Den Haag
3. Doelstelling en openbaar belang Bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de bank bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De bank levert zo een bijdrage aan de publieke taak.
4. Relatie met beleidsprogramma Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
5. Deelnemende partijen Publieke aandeelhouders (gemeenten en provincies)
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang De gemeente is aandeelhouder van de BNG en bezit 0,2% van de aandelen.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 4.863.000.000 31-12-2024: € 4.777.000.000 31-12-2023: € 4.721.000.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 110.708.000.000 31-12-2024: € 123.164.000.000 31-12-2023: € 110.819.000.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 172.000.000 31-12-2024: € 294.000.000 31-12-2023: € 254.000.000
11. Website www.bngbank.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen  In 2025 heeft BNG wezenlijke stappen gezet op twee grote maatschappelijke opgaven: wonen en energietransitie. Wonen: Nederland kampt met een woningtekort van ongeveer 400.000 woningen. Gemeenten en woningcorporaties willen versnellen, maar lopen tegen complexe regels, stijgende kosten en infrastructuurproblemen aan. BNG ondersteunt door leningen beschikbaar te stellen en door belemmeringen actief aan te kaarten bij beleidsmakers. Doel: versnelling van de bouw van sociale en midden huurwoningen en het verbeteren van de doorstroming op de woningmarkt. Energietransitie: Bereikbare en betaalbare groene energie voor iedereen is een belangrijk uitgangspunt. BNG werkt samen met partners aan nieuwe instrumenten en kaders, waaronder een herziening van de Warmtewet en een garantiestelsel voor duurzame projecten. Denk ook aan de financiering van de energie installatie in Groenpoort. Risico’s en financiële positie  BNG Bank heeft in 2025 een nettowinst van € 172 miljoen gerealiseerd, wat € 122 miljoen lager is dan in 2024. De daling van het resultaat van BNG is het gevolg van zowel marktomstandigheden als bewuste beleidskeuzes. De belangrijkste factoren zijn: Lager renteresultaat. Negatief resultaat financiële transacties. Stijging van de bedrijfslasten door verdere professionalisering van de organisatie en het treffen van een voorziening voor een reorganisatie die de bank voorbereidt op toekomstige ontwikkelingen. Hogere bijzondere waardeverminderingen. Als gevolg van de aangepaste beleidskeuzes is de kans aanwezig dat het dividend de komende jaren achterblijft bij de verwachtingen.

16. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 16. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)

Excel-tabel

Naam 16. Afvalcombinatie De Vallei NV (ACV)
1. Rechtsvorm Naamloze Vennootschap
2. Vestigingsplaats Ede
3. Doelstelling en openbaar belang ACV is een overheids-nv. De missie van ACV is de opdracht gevende gemeenten, bedrijven en particulieren te ontzorgen op het gebied van afval & reiniging en te opereren als de logische, regionale samenwerkingspartner
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeenten Ede, Renkum, Renswoude, Veenendaal en Wageningen
6. Bestuurlijk belang Aandeelhouder (lid van AVA)
7. Financieel belang 24% van de aandelen van de holding
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 17.787.000(concept) 31-12-2024: € 16.832.000 31-12-2023: € 15.025.000
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 17.649.000 (concept) 31-12-2024: € 18.073.000 31-12-2023: € 20.074.000
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 1.136.000(concept) 31-12-2024: € 1.430.000 31-12-2023: € 1.083.000
11. Website www.acv-groep.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen In 2025 is de ACV het gesprek aangegaan met een aantal gemeenten om te kijken of deze kunnen aansluiten bij de ACV. Deze gemeenten moesten op zoek naar een nieuwe afvalinzamelaar als gevolg van het stopzetten van de afvalinzameling door 2 private partijen. Deze gesprekken hebben uiteindelijk geresulteerd in de toetreding tot ACV van de gemeenten Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug. Risico’s en financiële positie De toetreding van Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug draagt bij aan een robuustere ACV. In het proces is ook nadrukkelijk gekeken naar de dienstverlening bij de al deelnemende gemeenten.

17. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 17. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)

Excel-tabel

Naam 17. Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG)
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de Stichting is om de inwoners van Veenendaal zoveel als nodig bij te staan bij de zorg voor de opvoedondersteuning, gezinsondersteuning en ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. De Stichting sluit hierbij aan bij de ontwikkeling naar integraal werken binnen de drie sociale domeinen, te weten: jeugd, maatschappelijke ondersteuning en participatie en levert hier een actieve bijdrage aan. Zij doet dit uitsluitend in opdracht van de gemeente.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen nvt
6. Bestuurlijk belang Het college - stelt de jaarlijkse bijdrage vast op basis van de prestatieafspraken. - benoemt, schorst en ontslaat de leden van het Bestuur. - krijgt bepaalde besluiten van het Bestuur ter goedkeuring voorgelegd.
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage.  De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de Gemeente. Om te voorkomen dat de Stichting aan het eind van het jaar een tekort in de jaarrekening  heeft, is besloten tot goedkeuring van het instellen van een egalisatiereserve binnen de  stichting. Het gaat om maximaal 10 % van de gemeentelijke bijdrage aan het CJG.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 504.137 31-12-2024: € 259.822 31-12-2023: € 395.096
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 717.360 31-12-2024: € 541.382 31-12-2023: € 746.911
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € 0 31-12-2024: € 0 31-12-2023: € 0
11. Website www.cjgveenendaal.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen We leven in een tijd waarin veel van kinderen en ouders wordt gevraagd. De vrijheid om eigen keuzes te maken is groter dan ooit, maar die vrijheid gaat ook gepaard met prestatiedruk, onzekerheid en het gevoel dat falen een persoonlijke tekortkoming is. Voor sommige gezinnen komt daar bestaansonzekerheid, psychische problematiek of een complexe scheiding bij. Tegelijkertijd groeit de verwachting dat voor elke vraag een professionele oplossing beschikbaar is. Dat alles zet druk op gezinnen én op het jeugdstelsel. De uitgaven blijven stijgen, dit komt vooral door de prijsstijgingen bij jeugdhulpaanbieders. Deze ontwikkelingen vragen om duidelijke keuzes. De gemeente heeft in het najaar een duidelijke koers uitgezet, vastgelegd in Grenzen aan onze Jeugdzorg. De kern van deze koers is dat we ons richten op de gezinnen die het echt nodig hebben. Ondersteuning zo licht en kort als mogelijk gericht op het versterken van de pedagogische omgeving en minder op het individuele kind. Daar waar de problemen complex, meervoudig of onveilig zijn zetten we stevig in op zorg en regie. In 2026 zullen we deze koers gaan concretiseren in ons werk met de gezinnen. Dit vraagt verdere samenwerking met de partners in de stad, zoals het onderwijs, de huisartsen, de JGZ en Veens Welzijn. Intern is onze werkwijze met betrekking tot veiligheid verbeterd en we hebben hier meer medewerkers op in kunnen zetten. Dat werpt zijn vruchten af: de wachtlijsten voor zorgmeldingen zijn fors teruggebracht en gezinnen met veiligheidsvraagstukken worden beter en sneller begeleid; De ambulante begeleiding die door het CJG zelf gegeven wordt, is uitgebreid. Zodat we verwijzingen naar de specialistische hulp voorkomen. Vanuit de koers ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg‘ zullen we dit in 2026 verder vormgeven; We gaan meer inzetten op het versterken van de pedagogische omgeving van een kind of jongere en minder op diagnostiek en individuele trajecten; We hebben kritisch gekeken naar onze manier van regievoering. De afgelopen jaren bleek dat dit een enorme tijdsinvestering vraagt, wat ten koste gaat van de andere werkzaamheden. Bij alle gezinnen die bekend zijn bij het CJG, is bekeken wanneer regie door het CJG echt nodig is en waar ouders het zelf kunnen. Dit heeft ertoe geleid dat we ons beter kunnen richten op de gezinnen die het echt nodig hebben. In 2026 zullen we opnieuw bekijken hoe we dit proces beter kunnen inrichten; Wisselingen in bestuur en management brachten onrust met zich mee en de werkdruk van de jeugd- en gezinswerkers blijft hoog. Dat vraagt veel van onze organisatie. Risico’s en financiële positie Risico: de gemeente verwacht veel van het CJG vanuit de koers ‘Grenzen aan onze jeugdzorg’, namelijk het verbeteren van de kwaliteit en het beheersen van de kosten. Het risico is dat het CJG zich niet zo snel aan de veranderingen kan aanpassen of onvoldoende capaciteit heeft voor de gevraagde taken. Maatregelen: actieve samenwerking met de gemeente, duidelijke vertaling van prestatieafspraken naar jaarplannen en teamplannen. Herijken koersplan: missie visie en strategie, doorontwikkeling organisatie naar aanleiding van geformuleerde koers. Risico: bedrijfsprocessen onvoldoende gericht op het proces van de cliënten. Processen te weinig lean georganiseerd, veel overdrachtsmomenten. Maatregel: analyse proces, aan de hand van de inhoudelijke koers processen zo nodig aanpassen met input van de medewerkers. Risico: het lukt niet om goede medewerkers aan te trekken of te behouden. Hierdoor hoge werkdruk en dit kan leiden tot mindere kwaliteit. Maatregel: extra inzet op werving via recruitment gemeente en afspraken met externe bureaus, aandacht voor de huidige medewerkers. Risico: administratieve druk vanuit de gemeente en contractmanagement. Maatregel: afspraken met de gemeente hierover, project met betrekking tot verblijf en light-contracten waarin dit een onderdeel is Financiële positie De inkomsten van het CJG bestaan hoofdzakelijk uit een jaarlijkse bijdrage van de gemeente Veenendaal. Daarnaast ontvangen we een bijdrage vanuit het onderwijs voor het leveren van werkzaamheden op verschillende scholen. Er hebben in 2025 geen significante begrotingswijzigingen plaats gevonden Het jaar sluit af met een positief resultaat van € 301.829. Er zal € 244.315 worden toegevoegd aan de egalisatiereserve tot het maximaal afgesproken bedrag. Dit maximale bedrag is 10% van de gemeentelijke bijdrage. Het meerdere resultaat van € 57.514 wordt aan de gemeente terugbetaald. Het positieve financiële resultaat is toe te schrijven aan twee factoren. De belangrijkste factor is dat voor 2025 extra budget beschikbaar gesteld om de formatie voor veiligheid en ambulante ondersteuning uit te breiden. Dit hebben we voor een groot deel kunnen benutten, maar nog niet volledig. De formatie is gegroeid van 42,9 fte naar 48,4 fte. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van externe inhuur om de werkzaamheden zo goed mogelijk uit te voeren. De andere factor is dat er middelen over zijn vanuit het werkbudget bedoeld voor creatieve oplossingen die niet passen binnen de huidige inkoop. Dit is niet volledig nodig geweest. Het is voor 17% benut.

18. Stichting Ontmoetingshuis

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 18. Stichting Ontmoetingshuis

Excel-tabel

Naam 18. Stichting Ontmoetingshuis
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk beheren, kostendekkend exploiteren en doen exploiteren van het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost, al dan niet tezamen met andere door de Gemeente Veenendaal aan te wijzen partijen en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De stichting mag niet al dan niet commerciële activiteiten verrichten of laten verrichten buiten de doelstelling, locatie en andere samenwerkingsvormen.
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College - Goedkeuring en ontslag bestuur - Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.) - Inzage en aanwijzingen financieel beheer.
7. Financieel belang Het college compenseert een negatieve exploitatie indien deze niet uit de reserve gehaald kan worden. Eventuele overschotten vallen ten gunste van de reserves.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: NNB 31-12-2024: € 645.929 31-12-2023: € 618.918
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: NNB 31-12-2024: € 222.084 31-12-2023: € 1.034.066
10. Financieel resultaat 31-12-2025: NNB 31-12-2024: € 269.991 31-12-2023: € -255,023
11. Website www.ontmoetingshuis.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Het Ontmoetingshuis Veenendaal-oost is in gebruik als multifunctioneel complex ten behoeve van basisonderwijs, kinderopvang en maatschappelijke voorzieningen zoals sport en welzijn. Door het ruimtegebrek in het Ontmoetingshuis zijn er in 2025 drie nieuwe lokalen gerealiseerd ten behoeve van onderwijs. Hierdoor is de functie van welzijnslocatie grotendeels verdwenen in het Ontmoetingshuis.  Er blijft een toenemende druk en beschikbare ruimte in het Ontmoetingshuis als het gaat om het combineren van functies in dit gebouw; het aandeel onderwijs wordt steeds groter. Risico's en financiële positie Al hoewel de beheerstichting een eigen financiële verantwoordelijkheid heeft, staat de gemeente uiteindelijk garant voor de dekking van eventuele tekorten. Deze tekorten zijn structureel en vormen een risico voor de komende jaren.

19. Stichting Veens welzijn

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 19. Stichting Veens welzijn

Excel-tabel

Naam 15 .Stichting Veens Welzijn
1. Rechtsvorm Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het algemeen doel van de stichting is samen te werken met in het bijzonder partijen in de sociale basis om zo vorm te geven aan het realiseren van maatschappelijke doelen in welzijn ten behoeve van de organisatie van laagdrempelige algemene voorzieningen en het ontwikkelen, initiëren en organiseren van nieuwe initiatieven op het gebied van welzijn, mede door samenwerking met zorgpartners en vrijwilligersorganisaties en door koppelingen te maken tussen bedrijven en organisaties of personen uit de gemeente Veenendaal met een ondersteuningsvraag.
4. Relatie met beleidsprogramma Sociale leefomgeving
5. Deelnemende partijen Nvt
6. Bestuurlijk belang Het college stelt via de kaderovereenkomst en het jaarplan een jaarlijkse bijdrage vast. De leden van de Raad van Toezicht worden door het College benoemd.
7. Financieel belang De gemeente verstrekt op basis van prestatieafspraken een jaarlijkse bijdrage. De jaarresultaten komen ten gunste of ten laste van de gemeente.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: € 369.660 (voorlopig) 31-12-2024: € 393.014 31-12-2023: € 369.565
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: € 414.385 (voorlopig) 31-12-2024: € 633.485 31-12-2023: € 692.800
10. Financieel resultaat 31-12-2025: € -23.355 (voorlopig) 31-12-2024: € 23.449 31-12-2023: € 71.625
11. Website www.veens-welzijn.nl
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Ook in 2025 werd Veens Welzijn geconfronteerd met een toenemende druk op de financiële positie door de blijvend hogere stijging van de CAO Sociaal Werk in verhouding tot de gemeentelijke indexatie. Om verdere tekorten te voorkomen, heeft Veens Welzijn een aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten niet verlengd. Dit was een noodzakelijke maatregel om de organisatie financieel gezond te houden, in afwachting van de herijking van de opdracht welzijn en het bijbehorende financiële kader.  Daarnaast is in 2025 een impactmeting uitgevoerd om inzicht te krijgen in de maatschappelijke effecten van de activiteiten van Veens Welzijn. De organisatie heeft verder ingezet op samen leren en ontwikkelen met partners en stakeholders. De opdracht welzijn is herzien om beter aan te sluiten bij de beschikbare middelen en maatschappelijke opgaven.  In 2025 werd Veens Welzijn penvoerder van Hulplijn Veenendaal. De coördinator van de Hulplijn trad in dienst bij Veens Welzijn. Hulplijn Veenendaal is een samenwerking tussen vier Veense vrijwilligersorganisaties en brengt hulpvragers in contact met hulpbieders voor laagdrempelige ondersteuning in de thuissituatie. Een belangrijke organisatorische ontwikkeling was het verkrijgen van de ANBI-status, waardoor Veens Welzijn zelf fondsen kan werven en daarmee extra middelen kan aantrekken voor innovatieve en aanvullende activiteiten.   2025 stond ook in het teken van vooruitkijken en samenwerking binnen de sociale basis. Begin 2026 memoreert Veens Welzijn dat zij vijf jaar bestaat door middel van het uitbrengen van een Glossy waarin zichtbaar wordt gemaakt welke resultaten er zijn bereikt. De locatie Binnenronde is in 2025 geopend als Huis van de Wijk, waar Veens Welzijn samen met partners zoals de Bibliotheek werkt aan een laagdrempelige ontmoetingsplek voor bewoners en organisaties en is hiermee een voorbeeld voor wat er mogelijk is in andere wijken.  De Veense Huiskamer is in 2025 samen met Goed voor Elkaar verder uitgebreid en verstevigd als ontmoetingsplek voor inwoners met vroegdementie of niet aangeboren hersenletsel (NAH) en hun mantelzorgers. Veens Welzijn nam actief deel aan de coalitie vol passie om de ondersteuning van jongeren in de gemeente te versterken.  Tot slot zijn diverse ABCD-bijeenkomsten georganiseerd met stakeholders om het gedachtegoed van Asset Based Community Development verder te verbreden en gezamenlijk te bouwen aan communitybuilding in Veenendaal.   Risico's en financiële positie De opdracht Welzijn is herzien met als doel meer focus aan te brengen in de opdrachtverstrekking aan Veens Welzijn en deze beter te laten aansluiten op de beschikbare financiële middelen. Daarbij is vastgesteld dat niet alle ambities en doelstellingen vanaf 2026 binnen het huidige budget gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zijn een aantal tijdelijke middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) komen te vervallen. Deze middelen hadden van aanvang af een incidenteel karakter, waardoor het beëindigen ervan werd voorzien. Een deel van deze middelen is inmiddels structureel gemaakt, echter niet in volledige omvang. Per saldo is hierdoor sprake van een afname van de beschikbare uitvoeringscapaciteit, met name zichtbaar binnen het jongerenwerk, waar minder inzet en capaciteit beschikbaar is. Met het verkrijgen van de ANBI-status door Veens Welzijn ontstaat wel de mogelijkheid om voor incidentele initiatieven cofinanciering aan te vragen. Desondanks blijft het noodzakelijk om periodiek in overleg te treden over prioritering, fasering en haalbaarheid van activiteiten binnen de beschikbare middelen.

20. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)

Terug naar navigatie - Paragraaf E. Verbonden partijen - 20. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)

Excel-tabel

Naam 16. Parkeervoorzieningen (Tricotage en Arie van Hensbergen)
1. Rechtsvorm Vereniging / Stichting
2. Vestigingsplaats Veenendaal
3. Doelstelling en openbaar belang Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars” en “het beheer over de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken. VVE Tricotage Stichting (VVE) Arie van Hensbergen
4. Relatie met beleidsprogramma Fysieke leefomgeving
5. Deelnemende partijen Gemeente Veenendaal
6. Bestuurlijk belang Het College - Goedkeuring en ontslag bestuur - Toestemming beleidsmatige en/of strategische keuzes (financieel, samenwerken, etc.) - Inzage en aanwijzingen administratie
7. Financieel belang Vaste gemeenschappelijke bijdrage. Compensatie verliezen en investeringen.
8. Eigen Vermogen 31-12-2025: n.n.b. 31-12-2024: € 187.438 31-12-2023: € 160.377
9. Vreemd Vermogen 31-12-2025: n.n.b. 31-12-2024: € 191.539 31-12-2022: € 146.186
10. Financieel resultaat 2025: n.n.b. 2023: - € 4.101  2022: - € 564
11. Website Nvt
12. Risicoprofiel Laag
Ontwikkelingen Verenigingen van Eigenaars (VvE) waarbij de parkeergarages deel uitmaken van deze VvE's.  Risico's en financiële positie Geringe risico's door opgemaakte meerjaren onderhoudsbegrotingen. Alle VvE's hebben eigen reserves aangelegd voor onderhoud.

Paragraaf F. Grondbeleid

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - Algemene ontwikkelingen

Omschrijving (toelichting)

In Veenendaal is een grote behoefte aan nieuwbouwwoningen. Daarom neemt de gemeente initiatief in diverse gebiedsontwikkelingen zoals het Ambacht in Spoorzone, Groenpoort in Veenendaal-oost en de Tuinstraat in het centrum. Ook voor de verbetering van kwaliteit van de woningen zijn projecten gestart zoals de herstructurering in Franse Gat. Ondanks al deze projecten blijft er voorlopig spanning op de woningmarkt. Diverse publicaties geven aan dat de woningmarkt krap is, en nog een aantal jaren krap zal blijven. Landelijk blijft de benodigde nieuwbouw achter bij de vraag naar woningen. De betaalbaarheid van woningen staat onder druk. Daarnaast zorgen netcongestie en stikstofdepositie ervoor dat het toevoegen van voldoende nieuwbouwwoningen uitdagend zal blijven.  

Er is in Veenendaal in 2025 veel gebouwd. Te denken valt aan Brouwerspoort, Tuinstraat, Franse Gat, Nieuweweg en Veenendaal-oost. Op diverse plekken zijn in 2025 voorbereidingen getroffen om met de bouw te beginnen zoals in het Ambacht, Tuinstraat, Nieuweweg, Groenpoort en de schoollocaties. Door ontwikkelaars zijn ook diverse initiatieven ingediend om het aanbod voor de komende jaren op peil te houden.  

Visie op grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - Visie op grondbeleid

Omschrijving (toelichting)

Grondbeleid is een middel om bestuurlijke doelstellingen in de ruimtelijke ordening vorm te geven. Het Veenendaalse grondbeleid wordt vastgelegd in een nota grondbeleid. Eens per vier jaar wordt het Grondbeleid aan de raad ter vaststelling voorgelegd. In november 2024 is de nota grondbeleid 2024-2028 vastgesteld. Met de nota wordt richting gegeven aan de koers van de gemeente in de grondmarkt al dan niet met gebruikmaking van beschikbare juridische en financiële instrumenten uit wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet en het BBV. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en bevat (aangepaste) grondbeleidsinstrumenten zoals voorkeursrecht, onteigening, herverkaveling en kavelruil. Ook bevat het een regeling voor het kostenverhaal. In 2025 is gewerkt conform het vastgestelde grondbeleid.

Uitvoering van grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - Uitvoering van grondbeleid

Omschrijving (toelichting)

De Omgevingsvisie (met nadere uitwerkingen in zogenaamde programma’s) is richtinggevend voor de uitvoering van het grondbeleid. De Omgevingsvisie is het integrale strategische beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving. Het geeft de Veenendaalse visie weer op thema’s als: bouwen en wonen; groen, natuur en water; mobiliteit en infrastructuur; milieu; economie en recreatie; cultuur en cultuurhistorie; openbare orde en veiligheid; volksgezondheid, welzijn en duurzaamheid. Om uitvoering te geven aan het grondbeleid is in 2024 het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen vastgelegd zodat in ontwikkelingen ook door de participanten wordt bijgedragen, zowel financieel als in de volkshuisvesting zoals met het sociaal vereveningsfonds. In 2025 is gewerkt aan de hand van dit programma waarbij meer initiatieven voor sociale woningbouw zijn losgekomen met gebruikmaking van het sociale vereveningsfonds .

Het gaat niet alleen over de inrichting van onze gemeente, maar ook over hoe we de ruimte met z’n allen gebruiken. Om zelf uitvoering te geven aan het grondbeleid, kan de raad voor een ontwikkeling een grondexploitatiecomplex met een grondexploitatiebegroting vast stellen. Dit heet een ‘Bouwgrond In Exploitatie’ (BIE) en is ook bekend onder de term grondexploitatie. Een ontwikkeling kan ook door een markpartij worden uitgevoerd. De kosten die de gemeente maakt, worden in dat geval verhaald op de private partijen. Dit wordt verantwoord via Meerjarige Projectbegrotingen (MPB). In het projectenboek wordt jaarlijks de financiële stand van de grondexploitaties en MPB’s verantwoord. De spelregels zijn vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2024 - 2028. In onderstaande tabel wordt de stand van de grondexploitaties eind 2025 weergegeven.

Risicoreserve grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - Risicoreserve grondexploitaties

Omschrijving (toelichting)

In de Nota Grondbeleid 2024–2028 is opgenomen dat er jaarlijks een risicoanalyse (geheim) wordt opgesteld, waarin per project en op portefeuilleniveau het risicoprofiel wordt geschetst. Deze risicoanalyse omvat de grondexploitaties en facilitaire projecten, de zogenaamde Meerjarige projectbegrotingen. Voor de grondexploitaties betreft dit de project- en projectoverstijgende risico’s. De gemeente maakt risico’s niet alleen inzichtelijk, maar zorgt met risicomanagement voor beheersing van de risico’s en treft de nodige beheersmaatregelen. 
De risico’s worden afgedekt met de Risicoreserve Grondexploitaties.   

Toelichting verliesvoorziening grondexploitaties

Terug naar navigatie - Paragraaf F. Grondbeleid - Toelichting verliesvoorziening grondexploitaties

Omschrijving (toelichting)

In de Nota Grondbeleid 2024 - 2028 is ook vastgelegd hoe de financiële stromen plaatsvinden in geval van winst of een verlies. Voor de Voorziening Grondexploitaties wordt de netto contante waarde toegepast, zoals ook opgenomen in de waarderingsgrondslagen.   
Voor de onderstaande complexen hebben we een verliesvoorziening. Hieronder hebben we het effect opgenomen ten opzichte van het geraamde eindresultaat.  

Paragraaf G. Lokale heffingen

Paragraaf G: Lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf G. Lokale heffingen - Paragraaf G: Lokale heffingen


Deze paragraaf gaat over de belastingen en rechten die we als gemeente Veenendaal heffen. Alles bij elkaar noemen we dit lokale heffingen. Voor de gemeente zijn de lokale heffingen, naast de algemene uitkering, een belangrijke bron van inkomsten. Met de inkomsten kan de gemeente haar taken uitvoeren. De lokale heffingen worden voornamelijk door onze inwoners en bedrijven betaald.

We  maken onderscheid tussen twee soorten heffingen, namelijk de algemene heffingen en de bestemmingsheffingen. Voor de algemene heffingen geldt dat de gemeente zelf kan beslissen waar ze de opbrengsten aan besteedt. Deze opbrengsten rekenen we dan ook toe aan de algemene dekkingsmiddelen. Denk hierbij aan de onroerendezaakbelastingen (OZB), maar ook de toeristenbelasting of parkeerbelasting vallen hieronder.
Voor de bestemmingsheffingen is dit niet het geval. De opbrengsten van deze heffingen worden gebruikt om de kosten te dekken van een specifieke voorziening. Denk hierbij aan de afvalstoffenheffing of riool- en waterzorgheffing.  Hierbij geldt dat de begrote opbrengsten van de heffing, de begrote kosten niet mogen overstijgen. Met andere woorden, bij bestemmingsheffingen mogen we maximaal 100% van de kosten doorbelasten en niet meer.

Binnen de gemeente Veenendaal hebben we de volgende lokale heffingen en rechten:

Algemene heffingen:
- Onroerendezaakbelastingen (OZB)
- Hondenbelasting
- Precariobelasting
- Reclamebelasting
- Toeristenbelasting
- Parkeerbelasting

Bestemmingsheffingen:
Afvalstoffenheffing
- Riool- en Waterzorgheffing
- Leges
- Begraafrechten
- Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal

Het gemeentelijke belastinggebied is wettelijk begrensd. De landelijke wettelijke regelingen, waarin is bepaald welke belastingen en rechten de gemeenten mogen heffen, schrijven voor hoe de gemeenten die heffingen moeten inrichten. Zo mag bijvoorbeeld het bedrag van een gemeentelijke heffing niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van de belastingplichtige en is het niet toegestaan om met rechten winst te maken.

Uitbesteding werkzaamheden naar Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT)
Op 22 juni 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de werkzaamheden in het kader van de lokale heffingen uit te besteden aan GBLT per 1 januari 2025. Dit betekent dat met ingang van 1 januari 2025 de heffing en inning van de volgende belastingen en heffingen door het GBLT wordt uitgevoerd: 
- onroerendezaakbelastingen (OZB);  
- riool- en waterzorgheffing;
- afvalstoffenheffing;
- hondenbelasting;
- precariobelasting;
- reclamebelasting;
- bedrijven investeringszone (BIZ) Winkelstad Veenendaal;
- toeristenbelasting. 

Het heffen van leges, begraafrechten en parkeerbelasting blijft in beheer bij de gemeente. Dit, omdat deze heffingen decentraal in de gemeente worden uitgevoerd en/of niet passen in het heffingsproces van GBLT.

Hieronder geven we per belastingsoort een korte toelichting.

Beleidsuitgangspunten
De beleidsuitgangspunten bij de begroting 2025 waren: 

Indexatie 2025
De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn door het vaststellen van de Programmabegroting 2025 verhoogd met 2,8%. Dit geldt niet voor de tarieven van afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing. Deze zijn vastgesteld rekening houdende met een maximale kostendekkendheid van 100%. Ook bij het vaststellen van de tarieven voor leges en begraafrechten is rekening gehouden met de kostendekkendheid. Wettelijk gezien mag bij het begroten op deze heffingen geen winst worden gemaakt.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)
Voor de OZB geldt dat de waardeontwikkeling van de WOZ-waarde wordt gecompenseerd in het tarief. Dus stijgt de WOZ-waarde dan daalt het OZB-tarief evenredig. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is tevens besloten om de tarieven te verhogen met 10%. 

Riool- en waterzorgheffing
Bestendig beleid is een kostendekkende rioolheffing waarvan 50% van de kosten wordt verhaald via het aansluitrecht en 50% via het afvoerrecht.  Daarnaast is er een motie aangenomen waarin gevraagd wordt om de heffing eerlijker te verdelen. In 2025 is de Raad geïnformeerd dat in de loop van 2026 een voorstel gedaan wordt om per 1 januari 2027 op een andere wijze de riool- en waterzorgheffing te heffen. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de motie.

Afvalstoffenheffing
Het uitgangspunt van het huidige beleid is erop gericht 100% van de inzamelings- en verwerkingskosten van het afval in de tarieven te verdisconteren. 

Leges
De leges worden in verschillende delen gepresenteerd. De meest omvangrijke post in de leges betreffen de leges omgevingsvergunning.

Precariobelasting 
De precariobelasting is een heffing voor gebruik van de gemeentegronden. De precariobelasting wordt geheven als er sprake is het plaatsen van objecten, zoals terrassen en standplaatsen. Tarieven zijn per m².

Reclamebelasting
Reclamebelasting is een belasting op openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, bijvoorbeeld logo's, stickers, gevelreclame, lichtbakken en uithangborden. Ondernemers in de binnenstad en op alle bedrijventerreinen in Veenendaal betalen reclamebelasting. De opbrengst wordt naar rato verdeeld over de coöperatieve verenigingen Bedrijventerreinen en het Platform Binnenstadsmanagement. Kwijtschelding voor reclamebelasting is niet mogelijk. 

Bedrijven Investeringszone Winkelstad Veenendaal
De BIZ Winkelstad Veenendaal is van toepassing in het zogenoemde Kernwinkelgebied en omgeving en beoogd gezamenlijke investeringen ter verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving te financieren. De BIZ is een bestemmingsheffing die eigenaren en gebruikers betalen. Onder verrekening van de perceptiekosten wordt de bate uitbetaald aan de stichting BIZ Winkelstad Veenendaal. Er is sprake van tariefdifferentiatie (verderop toegelicht). 

Toeristenbelasting
Niet-inwoners van de gemeente, die overnachten én betalen voor die overnachting, betalen in Veenendaal toeristenbelasting. De doelstelling is dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen.

Parkeerbelasting
Op basis van artikel 225 Gemeentewet heft de gemeente in het kader van parkeerregulering parkeerbelastingen. Er worden twee belastingen geheven:
•    De parkeerbelasting voor een plek en een bepaalde tijdsperiode, waarvoor parkeerautomaten zijn geplaatst.
•    De parkeerbelasting voor een door de gemeente verstrekte parkeervergunning.
De gemeente kan hiermee op efficiënte en financieel verantwoorde wijze het parkeerbeleid realiseren.

Ontwikkelingen 2025
Met betrekking tot de beleidsuitgangspunten inzake de lokale heffingen zijn de voornemens zoals opgenomen in de begroting allemaal uitgevoerd. Daarnaast zijn gedurende 2025 de volgende wijzigingen en noemenswaardige zaken aan de orde geweest:

  • Vanaf 1 januari 2025 voert GBLT de heffing en inning van belastingen uit
  • Voor de aanslagoplegging 2025 zijn de WOZ-waarden opnieuw getaxeerd. Ten opzichte van de vorige waarderingsronde zijn de waarden van de woningen met gemiddeld 1,8% gestegen en de waarde van de niet-woningen met gemiddeld plus 3,15%. Deze waardeontwikkeling is in de tarieven van 2025 verdisconteerd. 

Overzicht inkomsten lokale heffingen

Overzicht inkomsten lokale heffingen
Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Onroerendezaakbelasting 15.398 16.141 18.620 18.625
Afvalstoffenheffing 8.875 9.054 9.007 9.085
Rioolheffingen 3.868 3.970 5.128 5.123
Precariobelasting 100 -68 93 50
Parkeergelden 2.462 2.241 2.992 2.774
Leges omgevings-vergunning 1.509 2.068 1.808 3.044
Reclamebelasting 554 562 613 594
Hondenbelasting 435 453 496 488
Toeristenbelasting 84 143 324 365
BIZ Winkelstad 313 313 298 375
Begrafenisrechten/Lijkbezorgingsrechten 741 643 709 624

Onroerendezaakbelasting
De onroerendezaakbelasting wordt geheven over de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen. De opbrengst OZB woningen is lager uitgevallen dan begroot, maar daarentegen is de opbrengst OZB voor niet-woningen weer hoger. Per saldo is de gerealiseerde opbrengst in lijn met de begrote opbrengst. 

Afvalstoffenheffing
De  afvalstoffenheffing bestaat uit een deel vastrecht en een deel variabel (diftar). Het variabel deel wordt achteraf opgelegd. Dit betekent dat bij de aanslag gemeentelijke belastingen 2026 het aantal aanbiedingen in 2025 in rekening is gebracht. De gerealiseerde opbrengsten afvalstoffenheffing zijn ongeveer € 77.000 hoger dan begroot. Dit komt deels door meer aanbiedingen van restafval, maar ook meer actieve aansluitingen dan begroot. Deze meeropbrengsten komen ten goede aan de reserve afvalstoffenheffing.

Riool- en waterzorgheffing
Hier maken we onderscheid tussen woningen en niet-woningen in de tariefstelling. De gerealiseerde opbrengsten zijn nagenoeg gelijk aan wat er is begroot.

Precariobelasting 
Bij de precariobelasting zien we een negatief resultaat van zo'n € 53.000. Dit heeft te maken met de terugbetaling van precario over eerdere jaren. Precariobelasting wordt geheven voor het gebruik van gemeentegrond. Dit kan zijn door het plaatsen van terrassen, maar ook andere uitstallingen. 

Parkeergelden 
De inkomsten van de parkeergelden zijn iets achter gebleven op de begroting.

Leges omgevingsvergunning
Er zijn meer en grotere aanvragen gedaan voor een omgevingsvergunning dan bij het opstellen van de begroting was ingeschat. Dit heeft tot een positief resultaat geleid.

Reclamebelasting
Hier zien we een klein negatief resultaat van € 19.000. Deze wordt geheven voor het hebben van een reclame-uiting die zichtbaar is vanaf de openbare weg. De hoogte van de belasting hangt af van de afmeting van de reclame-uiting.

Hondenbelasting 
Voor het hebben van een hond is de inwoner van Veenendaal belasting verschuldigd. De opbrengst over 2025 is nagenoeg gelijk aan wat we hadden begroot. Er is een klein negatief resultaat van € 8.000.

Toeristenbelasting
De definitieve aanslag toeristenbelasting 2025 wordt in de loop van 2026 opgelegd, dan is ook bekend hoeveel overnachtingen er daadwerkelijk zijn geweest. Op basis van de inschatting van het GBLT die voor ons deze belasting heft, verwachten we een positief resultaat van € 41.000.

BIZ Winkelstad
Ten opzichte van de begroting is er een positief resultaat. De BIZ is een belasting die wordt geheven van de winkeliers in het centrum van Veenendaal en komt ook ten goede aan de winkeliers. Verenigd in de stichting BIZ Winkelstad Veenendaal bevorderen zij de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en economische ontwikkeling.

Begrafenisrechten
Het aantal begrafenissen is minder geweest dan ingeschat. Hierdoor zijn de opbrengsten ook lager dan begroot.
 

Overzicht belangrijkste tarieven
Soort heffing Tarief 2022 Tarief 2023 Tarief 2024 Tarief 2025
OZB
Gebruikersbelasting:
Niet-woning 0,2005% 0,2068% 0,2132% 0,2335%
Eigenarenbelasting:
Woning 0,0915% 0,0786% 0,0770% 0,0855%
Niet-woning 0,2509% 0,2587% 0,2667% 0,2921%
Afvalstoffenheffing
Basistarief € 245,00 € 250,00 € 250,00 € 250,00
Per aanbieding 240 liter € 8,61 € 9,11 € 9,11 € 9,11
Per aanbieding 140 liter € 5,07 € 5,36 € 5,36 € 5,36
Hoogbouw
Storting 30 liter (miv 2020 excl. korting GFE 20%) € 1,09 € 1,15 € 1,15 € 1,15
Storting 60 liter (miv 2020 excl. korting GFE 20%) € 2,17 € 2,30 € 2,30 € 2,30
Hondenbelasting
Tarief 1e hond € 92,04 € 97,32 € 100,32 € 110,40
Tarief 2e hond € 134,52 € 142,32 € 146,76 € 161,40
Tarief kennel € 237,84 € 251,64 € 259,44 € 285,36
Rioolheffing
Aansluitrecht woning eigenaar € 64,32 € 68,04 € 70,20 € 90,60
Afvoerrecht woning gebruiker € 32,16 € 34,08 € 35,16 € 45,36
Afvoerrecht niet-woning gebruiker € 321,48 € 340,08 € 350,64 € 452,64

Vergelijking woonlasten met andere gemeenten
Jaarlijks brengt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) een atlas uit waarin de lokale lasten van de belastingen van gemeenten, provincies en waterschappen zijn opgenomen. Zo heeft Coelo jaarlijks de tabel opgenomen “Woonlasten per gemeente”. In deze tabel zijn circa 350 gemeenten opgenomen.
De gemeentelijke woonlasten bestaan voor huishoudens in een huurwoning uit de afvalstoffenheffing en soms een riool- en waterzorgheffing. Eigenaar-bewoners betalen daarnaast ook nog ozb. In 2025 betalen huishoudens gemiddelde de volgende bedragen:
Eenpersoonshuishoudens met een huurwoning € 376,00
Eenpersoonshuishoudens met een koopwoning € 964,00
Meerpersoonshuishoudens met een huurwoning € 480,00
Meerpersoonshuishoudens met een koopwoning € 1.053,00

Voor Veenendaal gelden de volgende bedragen:
Eenpersoonshuishoudens met een huurwoning € 325,00 
Eenpersoonshuishoudens met een koopwoning € 823,00
Meerpersoonshuishoudens met een huurwoning € 356,00
Meerpersoonshuishoudens met een koopwoning € 853,00

Voor de woonlasten van een eigenaar bewoner staat Veenendaal op plek 20 en voor die van de huurder op plek 59. 

Veenendaal blijft in 2025 onder het landelijk gemiddelde. Voor een uitgebreide woonlastenvergelijking verwijzen wij naar www.coelo.nl.

Kengetallen gemeentelijke belastingcapaciteit
Voor de gemeentelijke belastingcapaciteit is het verplicht een kengetal op te nemen in de begroting en jaarrekening. Dit kengetal is in 2025 uitgekomen op 82%. De berekening hiervan treft u hieronder.

Kengetallen gemeentelijke belastingcapaciteit
Vaststelling gemeentelijke belastingcapaciteit in %
Voor het jaarverslag 2025
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde *
€ 406,00
B Rioolheffing voor gezin € 135,96
C Afvalstoffenheffing voor gezin ** € 322,88
D Heffingskorting € -
E Totale woonlasten gezin € 864,84
F Woonlasten landelijke gemiddelde gezin in voorgaand begrotingsjaar ***
€ 1.053,00
Gemeentelijke belastingcapaciteit € 864,00 : € 1053,00 = 82%
* Betreft de gemiddelde WOZ 2023.
** Hierbij is rekening gehouden met 8 aanbiedingen per jaar.
*** Coelo atlas 2023
Kengetallen Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2025
Belastingcapaciteit 85% 85% 82%

Kostendekking gemeentelijke heffingen
Voor onderstaande leges en rechten geldt, op basis van artikel 229b van de Gemeentewet, dat de geraamde baten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten, met andere woorden: de tarieven mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De werkelijke realisatie van de kostendekkendheid wordt afgezet tegen de begrote realisatie van de primaire begroting.

 

Afvalstoffenheffing
Onderdeel Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing
Begroting 2025 Realisatie 2025
Kosten taakveld(en), incl (omslag)rente -8.399.354 -7.204.850
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen 1.020.558 1.194.644
Onttrekking reserve t/m 2022 848.674 -790.899
Netto kosten taakveld -6.530.122 -6.801.105
Toe te rekenn kosten
Kwijtschelding -565.400 -571.731
Overhead incl. (omslag)rente -140.792
BTW -1.627.436 -1.723.863
Totale kosten -8.863.750 -9.096.699
Opbrengst Heffingen 8.863.750 9.084.595
Dekkingspercentage 100% 100%
Rioolheffingen
Onderdeel Rioolheffing Rioolheffing
Begroting 2025 Realisatie 2025
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -3.775.798 -2.721.800
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 24.251 103.569
Netto kosten taakveld -3.751.547 -2.618.231
Toe te rekenen kosten
Kwijtschelding -50.000 -71.353
Formatieve inzet incl. Overhead -799.094 -748.277
Dotatie aan de voorziening 391.797 -990.156
Dotatie meerjarige middelen (afkoppelen) -115.000
Overige toerekenbare kosten -449.147 -319.461
BTW -564.157 -264.549
Totale kosten -5.222.148 -5.127.027
Opbrengst heffingen € 5.164.346 € 5.127.026
Dekkingspercentage 99% 100%
Lijkbezorgingsrechten
Onderdeel Lijkbezorgings-rechten Lijkbezorgings-rechten
Begroting 2025 Realisatie 2025
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -816.818 -780.286
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen 0 0
Netto kosten taakveld -816.818 -780.286
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -386.211 -220.966
Storting onderhoudsvoorziening - -
BTW
Totale kosten -1.203.029 -1.001.252
Opbrengst heffingen 998.577 842.317
Dekkingspercentage 83% 84%

Doordat er meer aanvragen omgevingsvergunning zijn geweest in 2025, en dan vooral grotere projecten, is de opbrengst ook gestegen. Hierdoor is de kostendekkendheid ook hoger uitgevallen dan begroot. Zoals bekend mag de kostendekkendheid maximaal 100% zijn en hier blijven we onder.

Leges
Leges Begroting 2025 Leges Realisatie 2025
Onderdeel Titel 1 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Titel 1 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevings-vergunning Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente -1.082.114 -1.934.602 -166.937 -1.768.232 -2.213.166 -59.564
Inkomstentaakveld(en), excl. Heffingen - - - - - -
Netto kosten taakveld -1.082.114 -1.934.602 -166.937 -1.768.232 -2.213.166 -59.564
Toe te rekenen kosten
Overhead incl. (omslag)rente -326.519 -747.503 -61.579 -931.657 -1.652.025 -23.989
BTW
Totale kosten -1.408.633 -2.682.105 -228.516 -2.699.890 -3.865.192 -83.553
Opbrengst heffingen 925.541 1.791.836 39.137 1.449.633 3.114.507 47.125
Dekkingspercentage -66% -67% -17% -54% -81% -56%

Invordering
Het invorderingsbeleid heeft betrekking op het innen van de lokale heffingen. Het GBLT was hier in 2025 verantwoordelijk voor. Zij heffen en innen vanaf 2025 de gemeentelijke belastingen voor de gemeente Veenendaal.

Wanneer (een gedeelte van) de belastingaanslag niet is betaald, wordt na het verstrijken van de laatste vervaltermijn eerst een herinnering verstuurd en daarna een aanmaning. Als er dan nog niet betaald is, dan volgt een dwangbevel en komt de deurwaarder in actie.

Over het belastingjaar 2025 is er is totaal voor zo'n € 33 miljoen aan belastingbedragen opgelegd. Hiervan is ruim 31,6 miljoen betaald. Voor een bedrag van € 430.000 is er op dit moment kwijtschelding verleend. Dit bedrag loopt waarschijnlijk op naar zo'n € 560.000. Dat betekent dat we nog ruim € 850.000 niet ontvangen hebben. Dit is zo'n 2,6% van het totaal opgelegde bedrag. Dit wijkt niet af van wat gebruikelijk is bij andere gemeenten. Voor meer dan de helft van dit bedrag loopt een automatische incasso of een betalingsregeling. De rest zit in het invorderingstraject.  

Kwijtschelding

Het GBLT verzorgt ook de kwijtscheldingsverzoeken voor onze gemeente. Zij maken gebruik van het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG opgerichte Inlichtingenbureau. Dit bureau toetst of een inwoner voor automatische kwijtschelding in aanmerking komt. Inwoners die als gevolg van deze toets automatische kwijtschelding kregen, ontvingen geen aanslag. Voor burgers die wel een aanslag hebben ontvangen, konden zelf kwijtschelding aanvragen bij GBLT. Zij hebben deze aanvraag getoetst en uitspraak gedaan om het verzoek. 

 

Belastingjaar Toetsing IB Toetsing gemeente Toekenningen geheel/gedeeltelijk Afwijzingen % toegekend Bedrag in €
2018 2.233 916 1.573 1.510 50% 428.959
2019 2.271 791 1.608 1.519 53% 434.088
2020 2.541 865 1.715 1.691 50% 467.751
2021 1.851 827 2.582 96 96% 550.238
2022 771 1.063 1.692 142 92% 572.603
2023 954 511 1.328 137 91% 600.898
2024 887 1.178 1.281 698 62% 544.402
2025 889 1.466 1.425 837 61% 561.400

Realisatie van de beleidsvoornemens

 

Overzicht beleidsvoornemens Jaartal
Trendmatige verhoging gemeentelijke tarieven met 3,1% 2025
Verhogen OZB-opbrengst met 10% voor 2025, 2026 en 2027 2025-2027
Wijzigen heffingsmaatstaf riool- en waterzorgheffing 2027

Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur

Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur

Terug naar navigatie - Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur - Paragraaf H. Openbaarheid van bestuur

Omschrijving (toelichting)

De Wet open overheid (Woo) verplicht bestuursorganen om in de jaarverantwoording een openbaarheidsparagraaf op te nemen. Hierin wordt verslag gedaan van de uitvoering van de Woo in relatie tot de eerder geformuleerde beleidsvoornemens.

In 2025 heeft de gemeente voor de passieve openbaarmaking kunnen voldoen aan alle categorieën die dat jaar relevant waren. Het aantal actieve Woo-verzoeken is in 2025 verder gestegen. Waar in 2023 12 verzoeken werden ingediend, waren dat er 43 in 2024 en 51 in 2025. Daarbij geldt dat enkele personen meerdere verzoeken indienden; één persoon diende zelfs twaalf Woo-verzoeken in. De ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Voor de passieve openbaarmaking wordt gebruikgemaakt van een anonimiseringstool. Deze tool functioneert zeer betrouwbaar en nauwkeurig, wat aanzienlijke tijdsbesparing oplevert. De tool zal in de toekomst ook worden ingezet voor de actieve openbaarmaking.

Met betrekking tot actieve openbaarmaking was de verwachting dat in 2025 meer duidelijkheid zou ontstaan over de volgorde waarin de verschillende informatiecategorieën openbaar moeten worden gemaakt. Deze duidelijkheid is echter uitgebleven; de besluitvorming hierover is door het Rijk uitgesteld. De actuele verwachting is dat hierover mogelijk in 2026 meer bekend wordt. Dit hangt mede samen met de landelijke politieke situatie. De gemeente volgt deze ontwikkelingen op de voet, maar loopt hier niet op vooruit om inefficiëntie te voorkomen.

Voor de ontwikkelingen rondom het programma I-Grip wordt verwezen naar de verantwoording onder paragraaf D, onder I&A.